“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Uitfasering per 2017. Sinds 1 april 2017 is het niet meer mogelijk om nieuw pensioen in eigen beheer op te bouwen. Voor bestaande pensioenaanspraken gold overgangsrecht. Dga’s die al pensioen in eigen beheer hadden opgebouwd, konden kiezen uit drie opties:
De eerste twee opties moesten vóór 1 januari 2020 worden benut. Wie destijds niets heeft gedaan, heeft het pensioen dus bevroren in de eigen BV of in de pensioen-BV. En daar zit nu het probleem.
Het antwoord van de Belastingdienst. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst heeft in het recente vraag-en-antwoorddocument V&A 26-001 (gepubliceerd op 13 maart 2026) duidelijk gemaakt: een in eigen beheer gehouden pensioenaanspraak kan niet zonder fiscale gevolgen worden aangewend ter verkrijging van een lijfrenteproduct.
Loonheffing over de volledige waarde. Op het moment van de omzetting wordt de volledige waarde van de pensioenaanspraak aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. Dit betekent dat over de hele waarde van de pensioenaanspraak loonheffing is verschuldigd. Afhankelijk van de hoogte van het bedrag kan dit oplopen tot het toptarief in de inkomstenbelasting van 49,5%.
Revisierente van maximaal 20%. Bovenop de loonheffing is ook revisierente verschuldigd. Dit is een extra heffing van maximaal 20% van de waarde van de pensioenaanspraak. De revisierente is een boete die de Belastingdienst oplegt als pensioen of lijfrente niet op de juiste manier wordt afgewikkeld.
Geen aftrek als lijfrentepremie. Daar komt nog bij dat de overgehevelde waarde niet als lijfrentepremie in aftrek kan worden gebracht in de inkomstenbelasting. Er is geen speciale overgangsbepaling die dit mogelijk maakt, anders dan bij de omzetting naar een oudedagsverplichting destijds.
Aandacht voor de balanswaarde. Zorg er wel voor dat de pensioen-BV voldoende vermogen heeft om de pensioenverplichting na te komen. De fiscale waarde van de pensioenverplichting op de balans is door de wet bevroren op de waarde per 31 december 2016. De commerciële waarde (de werkelijke waarde) is vaak veel hoger, zeker als de rente laag is geweest. Als de BV onvoldoende middelen heeft, kan dat tot problemen leiden.
Tip. Controleer jaarlijks of de pensioen-BV nog voldoende liquiditeit heeft en of er geen onnodige uitkeringen worden gedaan die ten koste gaan van het pensioenkapitaal.
Heeft u nog een bevroren pensioenaanspraak in een pensioen-BV staan, zet deze dan nooit zomaar om naar een lijfrenteproduct. De Belastingdienst ziet dit namelijk als een afkoop van het pensioen. Laat de pensioen-BV uitkeren op de pensioendatum, zodat de uitkeringen gewoon als loon worden belast en u geen onnodige extra heffingen betaalt.