“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Lenen van uw BV: wanneer is er sprake van winstuitdeling?

Wat is een winstuitdeling?

Geld dat de BV ‘weggeeft’. Als uw BV geld of vermogen aan u als dga verstrekt zonder daar iets voor terug te krijgen, kan de Belastingdienst dat aanmerken als een winstuitdeling. U betaalt dan inkomstenbelasting over dat bedrag, namelijk in box 2. Het tarief in box 2 bedraagt momenteel 24,5% over de eerste € €68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang en 31% over het meerdere.

Aanmerkelijk belang. Als u 5% of meer van de aandelen in een BV bezit, heeft u een zogenaamd ‘aanmerkelijk belang’. Dividenduitkeringen en andere voordelen die u als dga uit de BV ontvangt, zijn dan belast als inkomen uit aanmerkelijk belang.

Prijsgeven van een vordering. Een veelvoorkomende situatie is dat u als dga geld leent van uw BV, bijvoorbeeld om een woning te kopen of om privé-uitgaven te financieren. De BV heeft dan een vordering op u. Zolang u die lening netjes terugbetaalt en rente betaalt, is er niets aan de hand. Maar wat als de BV die vordering laat vallen? Dan kan de Belastingdienst stellen dat de BV u bevoordeelt vanwege de aandeelhoudersrelatie en dat er dus sprake is van een winstuitdeling.

Wat zegt de rechtbank?

Rechtbank Gelderland heeft zich onlangs uitgesproken over precies deze situatie (ECLI:NL:RBGEL:2026:4484). Een man en zijn partner, ieder voor 50% eigenaar van een BV, hadden in 2010 samen een eigen woning gekocht voor € 700.000. Die aankoop financierden zij volledig met een lening van de BV. Daarnaast hadden zij een rekening-courantschuld aan de BV. In 2016 verkochten zij de woning voor € 508.750 en losten zij bijna € 480.000 af op de hypothecaire lening. Er bleef echter een aanzienlijke schuld aan de BV over.

Standpunt Belastingdienst. De Belastingdienst stelde dat de BV haar vorderingen in 2016 en 2017 had prijsgegeven. Daarmee zou er sprake zijn van winstuitdelingen waarover de aandeelhouders inkomstenbelasting moesten betalen in box 2.

Oordeel van de rechtbank. De rechtbank stelde voorop dat de bewijslast bij de Belastingdienst ligt. Als de inspecteur een winstuitdeling wil aannemen, moet hij aantonen dat:

  • het vermogen de BV definitief heeft verlaten doordat de BV haar rechten als schuldeiser heeft prijsgegeven, en
  • dit is gebeurd vanwege de aandeelhoudersrelatie.

Dat lukte de Belastingdienst in deze zaak niet. De inspecteur erkende op zitting zelfs dat er geen sprake was van een formeel prijsgeven van rechten door de BV. Ook een materieel prijsgeven kon hij niet aannemelijk maken. De rechtbank stelde het inkomen uit aanmerkelijk belang over beide jaren daarom op nihil.

Wat kunt u hiervan leren?

De bewijslast ligt bij de Belastingdienst. Dit is een belangrijk punt. De Belastingdienst mag niet zomaar stellen dat er sprake is van een winstuitdeling. De inspecteur moet dat onderbouwen en bewijzen. Lukt dat niet, dan is er ook geen winstuitdeling. Dat geeft u als dga een stevige positie als u het er niet mee eens bent.

Vastlegging is cruciaal. Toch is het verstandig om uw leenverhouding met uw BV goed vast te leggen. Zorg in ieder geval voor het volgende:

  • Een schriftelijke leningsovereenkomst met duidelijke afspraken over de looptijd, het rentepercentage en de aflossing.
  • Een zakelijk rentepercentage, dat wil zeggen een rente die u ook bij een bank zou betalen.
  • Daadwerkelijke rentebetalingen en aflossingen, zichtbaar in de administratie.
  • Een reëel onderpand als de lening groot is, bijvoorbeeld een hypotheek op uw woning.

Aandachtspunten

Wet excessief lenen. Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Heeft u meer dan € 500.000 geleend van uw BV (schulden van uzelf en uw fiscale partner samen, minus eventuele eigenwoningschulden), dan wordt het meerdere aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang en moet u daarover belasting betalen. Deze wet staat los van de discussie over het prijsgeven van vorderingen, maar is wel relevant als u grote bedragen van uw BV heeft geleend.

Rekening-courant. Een rekening-courantschuld aan uw BV is op zichzelf niet verboden, maar vraagt om aandacht. Zorg voor een schriftelijke rekening-courantovereenkomst met een kredietplafond en een zakelijke rente. Loopt de schuld hoog op, dan vergroot u het risico dat de Belastingdienst vraagtekens plaatst bij de terugbetalingscapaciteit.

Tip 1. Laat uw rekening-courantschuld aan uw BV niet onbeperkt oplopen. Spreek in de overeenkomst een maximum af en zorg dat u de rente elk jaar daadwerkelijk betaalt. Dat voorkomt discussies met de Belastingdienst.

Tip 2. Bewaar alle documenten die aantonen dat de BV haar vordering op u nooit heeft prijsgegeven: bankafschriften waaruit blijkt dat u rente en aflossingen betaalt, correspondentie over de lening en de leningsovereenkomst zelf.

Heeft u een schuld aan uw BV, zorg dan voor een waterdichte leningsovereenkomst met een zakelijke rente en leg alle betalingen goed vast. De rechtbank bevestigt dat de Belastingdienst moet bewijzen dat er sprake is van een winstuitdeling. Met een goede administratie staat u sterk.


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl