“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Kosten privéauto: € 0,19 blijft leidend

Wat was er aan de hand?

Situatie. In de uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2026:879) gaat het om een belastingplichtige die werkzaamheden verricht voor een bedrijf in de distributie en bezorging van kranten. Hij gebruikt daarvoor zijn privéauto en rijdt in één jaar ruim 20.000 kilometer.

Aftrek autokosten. Voor zijn werkzaamheden ontvangt hij inkomsten, die in box 1 worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). De man brengt vervolgens hoge autokosten in aftrek, gebaseerd op € 0,40 per kilometer, omdat zijn werkelijke kosten volgens hem hoger liggen door intensief gebruik van de auto.

Belastingdienst wijkt af. De Belastingdienst accepteert dit niet en beperkt de aftrek tot € 0,19 per kilometer. Uiteindelijk komt de zaak bij Gerechtshof ’s-Hertogenbosch terecht.

€ 0,19 per kilometer is de wettelijke grens

Hoofdregel. Het hof is helder: voor het gebruik van een privéauto geldt een wettelijke kostenaftrek van € 0,19 per kilometer.

Werkelijke kosten. De belastingplichtige stelt dat zijn werkelijke kosten aanzienlijk hoger zijn, onder andere door veel starten, stoppen en extra slijtage bij krantenbezorging. Toch maakt dat fiscaal geen verschil. Het hof oordeelt dat het forfait van € 0,19 leidend is, ook als de werkelijke kosten hoger liggen.

Uitkomst in deze zaak. Het aantal kilometers staat vast op 20.916. Dat leidt tot een aftrek van € 3.974 (20.916 × € 0,19).

Geen beroep op vertrouwensbeginsel

Beroep op vertrouwen. De belastingplichtige stelt dat de Belastingdienst zijn aangifte over een eerder belastingjaar met hogere kostenaftrek wel zou hebben gevolgd en dat hij daaraan vertrouwen kon ontlenen. Hij deed een beroep op het vertrouwensbeginsel.

Oordeel hof. Het hof wijst dit af. Uit de stukken blijkt dat een eventuele toezegging alleen gold voor dat specifieke belastingjaar. Destijds is expliciet gesteld dat daaraan geen rechten voor latere jaren konden worden ontleend.

Let op. Een afspraak of goedkeuring geldt dus niet automatisch voor volgende jaren.

Geen extra schade- of kostenvergoeding

Schadevergoeding beperkt. De rechtbank had al een vergoeding toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De belastingplichtige vraagt in hoger beroep om een hogere vergoeding, maar krijgt die niet.

Geen aanvullende proceskosten. Ook een verzoek om vergoeding van advocaatkosten wordt afgewezen. Volgens het hof gaat het niet om rechtsbijstand die onder de regeling voor proceskosten valt.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Duidelijke grens in de praktijk. Deze uitspraak bevestigt dat bij het gebruik van een privéauto in het kader van ROW het fiscale maximum van € 0,19 (momenteel € 0,23) per kilometer leidend is voor de aftrek van kosten. Werkelijke kosten, hoe hoog ook, spelen daarbij geen rol.

Belang. Voor u als werkgever of opdrachtgever is vooral van belang:

  • Spreek reiskostenvergoedingen vooraf helder af in contracten.
  • Houd rekening met het verschil tussen wat u commercieel wilt vergoeden en wat fiscaal aftrekbaar is.
  • Vermijd onduidelijke of informele toezeggingen over hogere vergoedingen.
  • Gebruik één vaste reiskostenregeling voor alle vergelijkbare situaties.

Let op bij structurele afspraken. Als u structureel hogere vergoedingen wilt betalen dan het wettelijke bedrag voor de kostenaftrek, dan kan dat wel civielrechtelijk, maar fiscaal kunt u daar niets mee.

Stem reiskostenregelingen in uw bedrijf duidelijk af en houdt rekening met wat fiscaal is toegestaan. Dat voorkomt naheffingen, teleurstellingen en discussies achteraf met werknemers of opdrachtnemers.


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl