“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Factuur zonder tegenprestatie. Na het onderzoek volgt een navorderingsaanslag. De Belastingdienst gaat nu uit van een winst van ruim € 2,1 miljoen. Eén correctie staat niet ter discussie: de BV heeft een factuur van € 250.000 voor adviesdiensten als kosten afgetrokken. Die factuur is nooit betaald en er staat geen enkele prestatie tegenover. Volgens de BV is de factuur per vergissing in de administratie terechtgekomen. Over de andere correcties, samen ruim € 1,5 miljoen, is de BV het niet eens met de Belastingdienst.
De 30%-regel. Bedraagt de te weinig betaalde belasting die u werkelijk verschuldigd bent, dan gaat de wet ervan uit dat u de fout kon zien. U ontsnapt daar alleen aan als u aantoont dat u bij ontvangst van de aanslag redelijkerwijs mocht denken dat die klopte. Dat lukt de BV niet. Zij wist immers, of had moeten weten, dat de aftrek van € 250.000 onjuist was.
Wanneer geldt dit? Bij een inhoudelijk onjuiste aangifte is dit het geval als:
Voor de hele aanslag. Volgens het hof voldoet de BV aan deze voorwaarden. Het gaat om een groot bedrag, de toenmalige directeur is opgeleid als accountant en de factuur is via een losse handmatige boeking (een memoriaalboeking) verwerkt. Zoiets ziet u niet snel over het hoofd. De BV vindt dat de zwaardere bewijslast dan alleen moet gelden voor de factuur van € 250.000. De Hoge Raad is het daar niet mee eens (). De aangifte wordt als geheel beoordeeld. Daarom geldt de omkering van de bewijslast voor de complete aanslag, dus ook voor de andere correcties waar de BV het niet mee eens is.
Anders bij een vergeten vraag. Is uw aangifte onjuist omdat u een vraag op het aangiftebiljet niet of verkeerd heeft beantwoord? Dan ligt het anders. De omkering geldt dan alleen voor de punten waarvoor die vraag van belang is.
Ontdekt u later een fout? Meld dit zo snel mogelijk bij de Belastingdienst en stuur een verbeterde aangifte. Zo laat u zien dat u te goeder trouw bent. Een te lage aanslag terwijl u weet dat er iets mis is, is geen meevaller. De Belastingdienst kan tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar navorderen.
Bewaar uw bewijsstukken. Bij omkering van de bewijslast heeft u stevig bewijs nodig, zoals contracten, betaalbewijzen, offertes en correspondentie. Zorg dat u deze stukken bij elke grote kostenpost direct kunt laten zien.
Controleer vóór het indienen van uw aangifte alle grote en handmatige boekingen en haal facturen zonder betaling of tegenprestatie eruit. Eén fout die u had kunnen zien, kan ertoe leiden dat u voor de hele aanslag zelf moet bewijzen dat de Belastingdienst ongelijk heeft. Ontdekt u achteraf een fout, corrigeer uw aangifte dan direct.