“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
MIA. De overheid wil investeringen in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen stimuleren. Deze zogenaamde milieu-investeringen worden dan ook beloond door ondernemers een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst te bieden. De regeling Milieu-investeringsaftrek (MIA) is één van de twee regelingen waarvan u gebruik kunt maken als u investeert in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Zo kunt u tot 36% van de milieuvriendelijke investeringskosten aftrekken van de fiscale winst.
Vamil. De tweede regeling waarvan u gebruik kunt maken als u investeert in milieuvriendelijke investeringen is de Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen). Met de Vamil-regeling kunt u een groot gedeelte van de investering op een willekeurig moment afschrijven (tot max. 75% van het investeringsbedrag). U kunt zo uw fiscale winst op een door u gewenst tijdstip verlagen.
U schaft in 2016 een bedrijfsmiddel aan voor € 100.000,-, dat een levensduur heeft van 10 jaar. Restwaarde 0. Het bedrijfsmiddel is in de Milieulijst vermeld met code F (MIA 36% + 75% Vamil). Naast de MIA mag u de KIA (Kleinschaligheidsinvestering) toepassen. De KIA is in 2016 € 15.687,-. De MIA is 36% van € 100.000,- = € 36.000,-. De totale investeringsaftrek (MIA en KIA) die u in 2016 kunt toepassen is € 51.687,-.
Naast de investeringsaftrek mag u de Vamil toepassen voor dit bedrijfsmiddel (75% van het investeringsbedrag). Als u besluit de volledige 75% (€ 75.000,-.) in 2016 af te schrijven, zou u in 2016 totaal € 126.687,- (MIA, KIA en Vamil) van uw fiscale winst kunnen aftrekken.
Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu stelt in samenwerking met Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) elk jaar een nieuwe Milieulijst op. Op de Milieulijst 2016 staan 271 gecodeerde bedrijfsmiddelen waarvoor u MIA, Vamil of MIA én Vamil kunt aanvragen.
Op verzoek ontvangt u de Milieulijst 2016 met alle investeringen die in aanmerking komen voor de MIA en Vamil.
Vaak heeft u naast de MIA en Vamil ook nog recht op de Kleinschaligheidinvesteringsaftrek:
| Investering | bedraagt de KIA in 2016 |
| Niet meer dan € 2.300,- | € 0,- |
| € 2.301,- t/m € 56.024,- | 28% van het investeringsbedrag. |
| € 56.025,- t/m € 103.748,- | € 15.687,- |
| € 103.749,- t/m € 311.242,- | € 15.687,- verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 103.749,- te boven gaat. |
| Meer dan € 311.242,- | € 0,- |
Wist u dat? Informeer ook bij uw gemeente of provincie of er milieusubsidies beschikbaar zijn. Vaak wordt dit vergeten. Als u subsidie ontvangt, moet u die aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Tip. Informeer naar subsidieregelingen voordat u de koop of lease afsluit. Voor de meeste regelingen geldt namelijk de voorwaarde dat u de subsidie niet achteraf kunt vragen.
Op jaarbasis wordt er in Nederland voor honderden miljoenen gestolen. Misschien ook bij u in het bedrijf. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, maar als u getroffen wordt door diefstal, wilt u natuurlijk niet ook nog eens fiscaal de pineut worden. Hoezo, en belangrijker, hoe voorkomt u dit?
Als er bij u in het bedrijf gestolen wordt, is dit van invloed op de winst. Logisch, want er verdwijnen goederen waarvoor u wel de rekening betaald heeft of er verdwijnt geld uit de kassa. De kosten van diefstal zijn in beginsel gewoon aftrekbaar. U realiseert namelijk geen omzet, terwijl de inkoop wel de kosten drukt. Maar zo simpel is het niet …
Goederen weg. Dat uit een winkel spullen gestolen worden, weet ook de fiscus. Zolang uw diefstalcijfers niet teveel afwijken van het gemiddelde, is er weinig aan de hand. Wijken ze wel af, dan is het belangrijk hiervoor een verklaring te zoeken. Zit u in een ‘slechte’ buurt of doet u weinig aan preventie, dan is een verklaring al snel gevonden en zal ook de fiscus niet snel moeilijk doen. Zonder verklaring zal dat eerder het geval zijn. U kunt immers ook zelf goederen ‘zwart’ verkocht hebben.
Geld weg. Als er geld ontbreekt uit de kassa, is diefstal niet vanzelfsprekend. Er kan ook sprake zijn van een telfout of kasverschillen. Ook nu is het van belang dat uw cijfers niet teveel afwijken van het gemiddelde. Maar daarnaast kan het ook zijn dat een klant, een personeelslid of uw partner in de kassa heeft gezeten. Het is belangrijk dat u aan kunt tonen dat de laatste optie niet aan de orde is. Zorg zo mogelijk voor bewijsmateriaal.
Is er geld of goed gestolen, dan is het logisch dat u aangifte heeft gedaan bij de politie. Zijn er beelden van een bewakingscamera, bewaar die dan. Was het een personeelslid, dan is ontslag voor de hand liggend. Zorg er in ieder geval voor dat u het bewijs hiervan bewaart, zoals ontslagbrieven en het overleg met uw adviseur of advocaat. Bewaar dit minstens zeven jaar, want ze behoren tot uw administratie en kunnen achteraf dienen als bewijs.
Fiscus wijst naar u. Slaagt u niet om aan te tonen dat de schuld bij een ander ligt en wijst de fiscus naar u, dan zal men dit hard moeten maken. Bijvoorbeeld door een laag privécijfer in combinatie met hoge uitgaven. Kunt u ook hiervoor geen verklaring geven, dan kan de fiscus zomaar een navordering opleggen in de veronderstelling dat u een deel van uw omzet buiten de boeken heeft gehouden. Bewijsmateriaal is dus belangrijk.
De btw op goederen die u heeft ingekocht, is gewoon aftrekbaar, ook als deze goederen gestolen worden. Bij diefstal is er geen tegenprestatie en hoeft u dus geen btw over de gestolen goederen af te dragen. Let op. Dat is anders als de goederen verkocht zijn en het geld gestolen wordt. Dan is de tegenprestatie (omzet al gemaakt) al ontvangen en dient u de btw dus wel gewoon af te dragen.
Bent u voor diefstal verzekerd en dekt de verzekering de schade, dan behoort deze tot de bedrijfsopbrengst en is dus ook belast. Verzekeringspremies zijn uiteraard zakelijk aftrekbaar.
Er kunnen diverse redenen zijn waarom een afnemer of klant zijn factuur niet of niet geheel betaalt.
Oninbare vordering. Allereerst is het mogelijk dat uw afnemer of uw klant simpelweg niet over de middelen beschikt om de factuur te voldoen. De oninbaarheid van de vordering is dan gelegen in de betalingsonmacht van de debiteur.
Afzonderlijk verzoek. Fiscaal betekent dit dat u de eerder genomen omzet als verlies in aanmerking mag nemen. Daarnaast kan de btw die u terzake van deze factuur heeft afgedragen, worden teruggevraagd. Dit moet via een afzonderlijk verzoek gebeuren binnen één maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin de vordering oninbaar werd.
Interne creditfactuur. Het opmaken van een creditfactuur voor uitsluitend intern gebruik is in principe dus geen probleem. Daarmee verwerkt u het verlies op de vordering in uw administratie en boekt u de terug te vragen btw. De interne creditfactuur ‘loopt niet via de omzet’. Let op. Neem bij het gebruik van een interne creditfactuur geen negatieve omzet mee in de btw-aangifte, maar doe dat teruggaveverzoek dus via een apart verzoek.
Ontevreden klant. Daarnaast is het ook mogelijk dat een afnemer niet wil betalen, bijvoorbeeld omdat hij ontevreden is over het geleverde product. Uiteraard zult u dan proberen de zaak op te lossen en alsnog uw vordering te innen. Maar stel dat dit niet lukt?
Aantonen. Soms zit er niets anders op dan uw verlies te nemen. Ook in dit geval moet de btw worden teruggevraagd via een afzonderlijk verzoek. U zult hierin moeten aantonen dat u heeft geprobeerd uw vordering te innen maar dat dit niet is gelukt. Een creditfactuur is wederom enkel voor intern gebruik.
Maar stel nu dat u er met uw afnemer uiteindelijk wel uitkomt. U besluit 25% korting te geven op de oorspronkelijke factuur. Dat betekent voor nu wat minder winst, maar wel het behoud van uw klant.
Via reguliere btw-aangifte. In dat geval maakt u een ‘échte’ creditfactuur. U reikt deze uit aan uw afnemer waarna de btw over de verleende korting via de reguliere btw-aangifte wordt verwerkt. Een afzonderlijk verzoek is in een dergelijke situatie niet vereist.
De mogelijkheden via een tabel:
| Oninbaarheid vanwege betalingsonmacht | Oninbaarheid vanwege onenigheid (zonder oplossing) | Oninbaarheid vanwege onenigheid (met oplossing) | |
| Credit-factuur | Alleen voor intern gebruik | Alleen voor intern gebruik | Voor intern en extern gebruik |
| Btw terug-vragen | Via afzonderlijk verzoek | Via afzonderlijk verzoek | Via reguliere btw-aangifte |
| Vordering | Afwaarderen ten laste van de winst | Afwaarderen ten laste van de winst | Deels geïnd, deels verrekend met creditfactuur |
Box 1. Het belastingtarief in box 1 (daar wordt onder andere winst uit onderneming belast) wordt hoger naarmate uw inkomen hoger wordt, in de hoogste schijf bedraagt het tarief 52%. Als uw inkomen in box 1 van jaar tot jaar in hoogte verschilt, betaalt u in veel gevallen meer belasting dan wanneer uw inkomen gelijkmatig over de jaren verdeeld zou zijn.
Middeling. Door middeling verdeelt u de inkomens van drie opeenvolgende jaren in drie even grote ‘porties’. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u dan zou moeten betalen. Als de uitkomst lager is dan de werkelijk betaalde belasting, komt u in aanmerking voor een teruggaaf.
Wisselende inkomens. Juist bij ondernemers is er vaak sprake van wisselende inkomens. Middeling kan ook zinvol zijn vanwege extra aftrekposten. Denk bijvoorbeeld aan boeterente als gevolg van het oversluiten van uw hypotheek.
Inkomen middelen. Het inkomen in box 1 over de jaren 2012, 2013 en 2014 bedraagt (in euro’s):
| Voor middeling | 2012 | 2013 | 2014 | Totaal |
| Box 1 | 80.000 | 20.000 | 40.000 | 140.000 |
| Belasting | 34.775 | 7.417 | 15.670 | 57.862 |
| Na middeling | 2012 | 2013 | 2014 | Totaal |
| Box 1 | 46.666 | 46.667 | 46.667 | 140.000 |
| Belasting | 17.905 | 18.617 | 18.470 | 54.992 |
Belastingteruggaaf. Bij middeling van de inkomens over de jaren 2012 – 2014 kan de belastingteruggaaf als volgt worden berekend:
| Belasting voor middeling | € 57.862,- |
| Belasting na middeling | € 54.992,- |
| Verschil | € 2.870,- |
| Drempel | € 545,- |
| Teruggaaf | € 2.325,- |
Op verzoek. De Belastingdienst verleent de teruggaaf niet spontaan. (of uw adviseur) moet hiervoor een verzoek mét berekening indienen.
Termijn. Het middelingsverzoek moet u indienen binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag van het middelingstijdvak ‘onherroepelijk’ is geworden. ‘Onherroepelijk’ wil zeggen een definitieve belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat.
Middelingsperiode. U kunt iedere periode van drie opeenvolgende jaren in een middeling betrekken. Maar een jaar dat eenmaal in een middeling ‘gebruikt’ is, kunt u niet nogmaals in een verzoek over een andere periode betrekken. Let op. Als u de inkomens over de jaren 2010-2012 heeft gemiddeld, kunt u pas weer middelen over de jaren 2013-2015. Het is een kwestie van rekenen welk tijdvak de hoogste teruggaaf oplevert.
Haastige spoed … Benut de termijn van 36 maanden zo goed mogelijk. Dien uw middelingsverzoek niet te snel in. Misschien blijkt middeling over de jaren 2012-2014 achteraf voordeliger dan middeling over de jaren 2011-2013.
Reken uit of middeling voor u zinvol is en welke jaren u het beste in het middelingsverzoek kunt betrekken. Doe dat ook na verliesverrekening of een correctie door de Belastingdienst. Graag begeleiden wij u in dit proces. bron: indicator
Gevaar btw-aftrek. De geprinte bonnetjes raken wel eens kwijt of zijn niet meer leesbaar. Dat is ook fiscaal vervelend. Een tankpas biedt uitkomst.
Betaal met pinpas of creditcard. Voor facturen onder de € 100,- incl. btw gelden zogenaamde vereenvoudigde factuurvereisten. Voor brandstofbonnen geldt een regeling om u als afnemer te kunnen identificeren, om te voorkomen dat u btw kunt aftrekken op de brandstofbonnen van de buurman. Betaal dus met pin-, tankpas of creditcard.
Rijdt u de auto ook privé? Dan is alleen het percentage zakelijk gebruik van de btw aftrekbaar. Een sluitende kilometerregistratie is dan belangrijk. Heeft u deze niet, dan kunt u 2,7% van de cataloguswaarde als forfait op de aftrek in mindering brengen (1,5% als de auto niet ‘op de zaak’ staat of vanaf het vijfde jaar na het jaar van aanschaf).
Voordelen. Met een tankpas krijgt u een maandfactuur; u raakt geen bonnetjes meer kwijt. De factuur staat op naam van de zaak, dus dat probleem heeft u ook niet meer. De tankbeurten worden periodiek van uw bankrekening afgeschreven; op verzoek kan dat (soms tegen betaling) ook vierwekelijks of maandelijks.
Nadelen. Voor de geleverde dienst moet u een bijdrage betalen. Ook moet u bij sommige leveranciers een borg storten en wordt uw kredietwaardigheid gecheckt. Daarnaast is het aanbod wat lastig te vergelijken. Daarom doen wij dat voor u.
Merkgebonden. De merkgebonden passen (Shell, Esso, enz.) hebben als nadeel dat u alleen bij de betreffende stations kunt tanken. Niet echt handig, behalve als u vaak bij hetzelfde station tankt. In dit artikel hebben we de merkgebonden tankpassen buiten beschouwing gelaten.
De specialisten. MKB-brandstof (gebruik Travelcardnetwerk) richt zich communicatief het meest op de zpp’er. Travelcard heeft de meeste opties als u meerdere medewerkers heeft die een auto van de zaak rijden en een eigen tankpas moeten hebben. MultiTankcard is de goedkoopste. De ANWB Tankpas (ook Travelcardnetwerk) kunt u alleen afnemen in combinatie met een algemeen ANWB zakelijk lidmaatschap.
| ANWB | Mkb-Brandstof | Travelcard | MultiTankcard | |
| Brandstof | V | V | V | V |
| Motorolie | V | V | V | V |
| Carwash | V (geen extra kosten) | V (€ 0,20/wasbeurt) | V (geen extra kosten) | V (geen extra kosten) |
| Parkeren | V (€ 0,25 per keer) | V (€ 0,20 per keer) | V (€ 0,25 per keer) | V (€ 0,25 per keer) |
| Tarief per jaar | i.c.m. ANWB zakelijk v.a. € 35,- | € 25,- | – | – |
| Maandelijks tarief 1 tankpas | € 5,50/pas | € 4,78/pas | € 9,03/pas | € 2,50/pas |
| Maandelijks tarief 5 tankpassen | € 5,50/pas | € 4,78/pas | € 6,81/pas | € 2,50/pas |
| Borgstelling | € 200,- | € 200,- | Hangt af van creditcheck | € 150,- |
| Totaal/jaar 1 tankpas | € 66,- | € 82,36 | € 108,36 | € 30,- |
| Totaal/jaar 5 tankpassen | € 330,- | € 411,80 | € 408,60 | € 150,- |
Fiscaal voordeel. Energiezuinig investeren laat ook de fiscus niet koud. U wordt er namelijk fiscaal voor beloond met de Energie-investeringsaftrek, afgekort EIA genoemd. Tip. Het aftrekpercentage is in 2016 omhoog gegaan van 41,5% naar 58%.
Welk bedrijfsmiddel, hoe weet u dat? De overheid publiceert elk jaar een nieuwe Energielijst. Hierop staan alle bedrijfsmiddelen waarvoor u EIA kunt aanvragen. De bedrijfsmiddelen op de Energielijst zijn opgedeeld in de volgende categorieën: A. Bedrijfsgebouwen, B. Processen, C. Transportmiddelen, D. Duurzame energie en E. Energieadvies.
Op aanvraag ontvangt u de Energielijst 2016 met alle bedrijfsmiddelen die recht geven op EIA.
Dubbelvoordeel? Als u in 2016 investeert in energievriendelijke bedrijfsmiddelen, kunt u in 2016 58% van de energievriendelijke investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Tip. De EIA kan samengaan met de KIA (Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek) en kan u dus een extra aftrek opleveren tot wel 86%!
Een rekenvoorbeeld. U investeert in 2016 voor € 50.000,- in energievriendelijke bedrijfsmiddelen. De EIA is 58% van € 50.000,- = € 29.000,-. De KIA (2016) is 28% van € 50.000,- = € 14.000,-. De totale investeringsaftrek (EIA en KIA) die u in 2016 kunt toepassen, is € 43.000,-.
Aanvraag? De aanvraag moet u binnen drie maanden na de investering indienen via het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ( http://www.rvo.nl/digitaal-indienen/eloket ). Bewaar de ontvangstbevestiging bij uw boekhouding. Dan pas kunt u de EIA verwerken in uw aangifte IB of Vpb. De Belastingdienst beslist uiteindelijk over uw aangifte. Let op. Voor voortbrengingskosten geldt een andere termijn. Deze dient u te melden binnen drie maanden na het einde van elk kalenderkwartaal waarin de voortbrengingskosten zijn gemaakt.
Nieuwe auto. Als u dus nog dit jaar een nieuwe auto met een bijtelling van 7% heeft gekocht, kunt u nog vijf jaar van deze lage bijtelling profiteren. Nu nog een nieuwe auto kopen waarvoor deze lage bijtelling geldt, zal waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn.
Tweedehands auto. De overgangsregeling geldt echter ook voor een gebruikte auto. Als u nu dus bijvoorbeeld een hybrideauto uit december 2013 met 0% bijtelling koopt, dan kunt u nog tot december 2018 van deze 0% bijtelling profiteren.
Kun je me helpen, baas? De meeste banken zijn tegenwoordig een stuk voorzichtiger met het verstrekken van een lening voor een eigen woning. Als men twijfelt aan de kredietwaardigheid van de hypotheekaanvrager, krijgt deze geen hypotheek, of slechts tot een lager bedrag danwel tegen een hogere rente. Als u als werkgever te hulp schiet en zelf een lening voor de aankoop of verbetering van een eigen woning aan uw werknemer verstrekt, slaat u twee vliegen in één klap. Uw werknemer kan toch een woning kopen of verbeteren en het rentevoordeel is onbelast. Dit gaat volgend jaar echter veranderen. Wat zijn daarvan de gevolgen en hoe nadelig is dit?
Waarom deze maatregel? Vanaf volgend jaar is het rentevoordeel van een laagrentende of rentevrije lening voor een woning gewoon belast. Deze maatregel staat los van het Belastingplan 2016 en staat dan ook al vast. De reden is de aftrekbeperking voor hypotheekrente, die sinds twee jaar in werking is getreden. Als gevolg van deze beperking is hypotheekrente dit jaar nog maar maximaal aftrekbaar tegen 51%. Volgend jaar is dit percentage nog maar 50,5. Vervolgens wordt de aftrek ieder jaar verder beperkt met 0,5%-punt, tot uiteindelijk 38% in 2041.
Belast, maar wel aftrek. Tot nu toe was een rentevoordeel onbelast, maar kon de rente door de werknemer ook niet in aftrek worden gebracht. Lood om oud ijzer dus eigenlijk. Vanaf volgend jaar is de rente wel belast, maar heeft de werknemer ook aftrek van de hypotheekrente. Omdat de rente nog maar beperkt aftrekbaar is, kost dit werknemers geld als hun belastingtarief volgend jaar hoger ligt dan 50,5%, de topinkomens dus. Zoals gezegd wordt de aftrek uiteindelijk afgebouwd naar 38% en gaan dus veel meer werknemers hier nadeel van ondervinden.
Geen eindloon mogelijk dan? U mag een rentevoordeel volgend jaar ook niet als eindloon behandelen en dus ook niet onderbrengen in de werkkostenregeling. Dus niet in de vrije ruimte van 1,2% (2016) en ook niet tegen 80% eindheffing als u hier overheen schiet. Financieringsmaatschappijen mogen het rentevoordeel ook niet als product uit het eigen bedrijf behandelen.
Dus niet voor woning. U kunt uw werknemer als alternatief wel een gewone lening verstrekken, die niet voor de eigen woning bestemd is, rentevrij of tegen een lage rente. Bijvoorbeeld voor de aankoop van een auto. Het voordeel is dan wel belast, maar u kunt dit voordeel desgewenst onderbrengen in de werkkostenregeling. Dat wil zeggen in de vrije ruimte, of tegen 80% eindheffing als u hier overheen schiet. Het voordeel mag niet ongebruikelijk zijn, een eis die per 2016 wordt aangescherpt.
Fiets, elektrische fiets, scooter? U kunt uw werknemers ook een rentevrije of laagrentende lening verstrekken voor de aankoop van een fiets, een elektrische fiets of elektrische scooter. In dat geval is het rentevoordeel onbelast én komt het ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Tip. U kunt ook een onbelaste reiskostenvergoeding verstrekken van 0,19/km waarmee uw werknemer de lening (met normale rente) gaat aflossen.
Met de overlopende schulden bedoelen we hier de kortlopende schulden, zoals crediteuren en posten waarvoor u nog geen factuur heeft ontvangen, bijvoorbeeld de factuur over de werkzaamheden jaarafsluiting van uw boekhouder. Deze gaat u namelijk ontvangen op het moment dat de jaarrekening wordt opgeleverd, in 2016, terwijl de kosten betrekking hebben op 2015. Dergelijke posten worden op het einde van het jaar opgenomen op de balans als zijnde overlopende posten.
Zonzijde? Dit betekent dat u deze kosten nog in het jaar 2015 mag opnemen. Hoe meer kosten, hoe lager uw winst! Let op. De saldi van de overlopende rekeningen dient u te onderbouwen met bijvoorbeeld kopiefacturen of berekeningen van het door u geschatte bedrag aan nog te betalen kosten.
Controleer … Controleer of er nog saldi van voorgaande jaren op de overlopende posten staan. Is dit het geval? Vraag uw boekhouder dan waarom deze saldi niet op nul aflopen.
De post crediteuren bestaat uit facturen van uw leveranciers. Het is belangrijk dat u deze lijst voor het einde van het jaar nog even goed doorneemt. Moeten er nog creditnota’s komen? Zo ja, onderneem dan actie door de desbetreffende crediteur aan de jas te trekken. Staan er facturen op de lijst waarvan de betaaltermijn is verstreken? Zorg er dan voor dat u deze zo snel mogelijk betaald. Tip 1. U voorkomt met tijdige betaling aanmaningskosten, incassokosten en overige kosten. Tip 2. Kunt u één of meerdere van uw crediteuren niet tijdig betalen? Wacht dan niet totdat u een aanmaning krijgt. Onderneem zelf actie en vraag om een verlenging van de betaaltermijn of desnoods om betaling in termijnen.
Stand en gevolgen kredietbehoefte?
Betaal uw crediteuren niet te laat maar zeker ook niet te vroeg. Maak gebruik van de betaaltermijn die zij uw bieden. Tip. Bij sommige leveranciers kunt u een betalingskorting krijgen als u snel betaalt. Maar hoe sneller u uw crediteuren betaalt, hoe krapper de liquiditeit van de onderneming.
Impact kredietbehoefte? Zie onderstaand voorbeeld. Stand crediteurensaldi 2015 :
| 1 januari 2015 | € 20.000,- |
| 31 maart 2015 | € 25.000,- |
| 30 juni 2015 | € 30.000,- |
| 30 sept 2015 | € 25.000,- |
| 31 dec 2015 | € 30.000,- |
Gemiddelde crediteurensaldo = ½ x € 20.000,- + € 25.000,- + € 30.000,- + € 25.000,- + ½ x € 30.000,- / 4 = € 26.250,-. Vervolgens berekenen we de betalingstermijn in dagen = gemiddeld crediteurensaldo / inkopen op rekening (incl. btw) x 365 dagen. Inkopen op rekening 2015 is € 580.000,- incl. btw, dan is de gemiddelde betalingstermijn crediteuren: € 26.250,- / € 580.000,- x 365 dagen = 16,5 dag. Het duurt dus gemiddeld 16,5 dag voordat u uw crediteuren betaalt. Schroeft u deze betalingstermijn op naar 30 dagen, dan heeft u minder krediet nodig: 30/16,5 x € 26.250,- = € 47.727,-. € 47.727,- – € 26.250,- = € 21.477,-.
Betere kredietwaardigheid? Als u uw debiteurenbeheer in uw onderneming goed op orde heeft, maakt u een betrouwbare indruk op de bank. In het geval dat u een krediet nodig heeft, kijkt de bank ook naar uw zekerheden, waaronder uw debiteuren. Let op. Een hoge debiteurenstand waarvan de vervaldatums overschreden zijn, kan betekenen dat u uw zaakjes niet op orde heeft.
Goed debiteurenbeheer begint bij het tijdig versturen van facturen. Hoe eerder u die verstuurt, hoe eerder u betaald krijgt. Althans dat hoopt u. Als u een betalingstermijn van 30 dagen hanteert, gaat u niet pas na 60 dagen kijken of het bedrag betaald is. Dus controle hierop is een must.
Einde boekjaar. Met name tegen het einde van het jaar is het opletten geblazen. De dure maand heeft zijn intrede gedaan en ook bedrijven zitten krap in de centjes vanwege eindejaarsuitkeringen, kerstgratificaties, e.d. Tijd om de debiteurenlijst eens door te nemen.
Betalingstermijn vervallen? Is de betalingstermijn verstreken? Neem dan telefonisch contact op met uw klant. U krijgt dan meteen te horen waarom de factuur nog niet betaald is. Als men heeft toegezegd dat het geld onderweg is en het staat na één week nog niet op uw rekening, dan kunt u verdere maatregelen nemen. Tip. Door ‘last minute’ nog een betalingskorting aan te bieden, stimuleert u late betalers om eerder te betalen. Tip. Wij adviseren u om wanbetalers altijd een aanmaning te sturen. Goede redenen daarvoor zijn:
Vermoeden bestaat. Als het vermoeden bestaat dat uw klant niet of slechts gedeeltelijk kan of wil betalen, dan mag u die vordering afwaarderen.
Afwaarderen wanneer interessant? Dit kan interessant zijn wanneer uw onderneming een hoge winst heeft behaald in het desbetreffende boekjaar en u in de volgende jaren denkt een veel lagere winst te behalen of zelfs een verlies.
Dubieuze debiteuren. Door een voorziening te treffen voor dubieuze debiteuren verplaatst u als het ware het tijdstip waarop u het verlies neemt. Let op. De hoogte van de voorziening moet berusten op ervaringscijfers met betrekking tot de oninbaarheid van vorderingen. U moet dit kunnen onderbouwen!
Is de betalingstermijn verstreken? Neem dan telefonisch contact op met uw klant. Een hoge debiteurenstand aan het einde van het jaar moet u zien te vermijden. Door ‘last minute’ nog een betalingskorting aan te bieden, stimuleert u late betalers om eerder te betalen. Stuur wanbetalers nog een aanmaning. bron:indicator