“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Verbod op privégebruik kan bijtelling voorkomen …

Aan bijtelling ontkomen. Willen werknemers (of uzelf) aan bijtelling ontkomen, dan moet u een kilometerregistratie bijhouden. Er zijn echter bij werknemers nog meer mogelijkheden om aan de bijtelling te ontkomen. Eén daarvan is een verbod op privégebruik. Wat zijn de daaraan verbonden eisen die de fiscus stelt?

Bestelauto

Voor bestelauto’s is wettelijk vastgelegd dat aan de bijtelling kan worden ontkomen door privégebruik te verbieden. Dit verbod moet schriftelijk zijn vastgelegd en bij de loonadministratie worden bewaard. Ook moet u toezicht houden op het verbod en een ‘passende’ sanctie opleggen als een werknemer de bestelauto toch privé gebruikt. Let op. Dat u ook écht toezicht houdt, moet u bij een controle aantonen, de fiscus gelooft dit niet zomaar.

Bewijs toezicht? Dat u toezicht heeft gehouden, kan blijken uit een vergelijking van het aantal gereden kilometers met de kilometerstand van de betreffende auto. Of uit het brandstofverbruik, verkeersovertredingen, plaatsen waar getankt is en schades. Zorg dat u die gegevens verzamelt en bewaart, zodat u ze bij een controle kunt tonen.

Wat is een ‘passende’ sanctie? Bij overtreding van het verbod de bestelauto privé te gebruiken, moet u dan denken aan een geldboete die in relatie staat tot de te betalen belasting over de bijtelling. Dit hangt dus onder andere af van de catalogusprijs van de bestelauto. De Belastingdienst vindt bijvoorbeeld een sanctie voldoende als ten minste € 300,- per overtreding en € 1,- per verreden kilometer in de overeenkomst wordt opgenomen. Bij herhaalde overtredingen kunt u volgens de fiscus ook denken aan ontslag, al betwijfelen wij of de rechter hierin wel meegaat.

Geen wassen neus! Dat het bovenstaande geen wassen neus is, ondervond onlangs een collega van u. Deze had het verbod op privégebruik van de ter beschikking gestelde auto’s schriftelijk vastgelegd, maar kon op geen enkele wijze aantonen dat hij dit ook controleerde en sanctioneerde. Het kostte hem vele duizenden euro’s aan naheffingen, boetes en rente, waar de rechter in meeging, Rechtbank Den Haag, 06.01.2016 (RBDHA:2015:15468) .

Ook voor personenauto’s

Voor personenauto’s is niet wettelijk vastgelegd dat men door een verbod op privégebruik aan de bijtelling kan ontkomen. Tip. Deze mogelijkheid bestaat echter wel, maar u zult hierover overleg moeten voeren met de fiscus (schriftelijk: Postbus 843, 7600 AV Almelo). De fiscus zal met u dan afspraken maken omtrent toezicht en controle.

Overleg met fiscus ook bij bestelauto!

Overleg met de fiscus is bij een verbod op privégebruik voor bestelauto’s niet vereist, maar wel aan te bevelen. U weet dan immers vooraf dat de fiscus akkoord is met uw aanpak. U kunt ook gebruikmaken van een voorbeeldafspraak hierover, die te vinden is op de site van de fiscus ( http://www.belastingdienst.nl – zoekterm ‘Voorbeeldafspraak bestelauto’). Houdt u zich aan deze afspraak en de erbij gevoegde toelichting, dan zit u safe en hoeft u voor correcties zoals bij uw collega niet te vrezen.

Uw volgende stap

U kunt een model ‘Verbod op privégebruik auto van de zaak’ en de rekentool ‘E-kilometerregistratie’ bij ons opvragen.

Willen uw werknemers de bijtelling voor privégebruik van een bestel- of personenauto van de zaak voorkomen? Stel dan een verbod op privégebruik in, houd toezicht op dit verbod en leg sancties op bij overtreding. Overleg met de Belastingdienst is bij personenauto’s verplicht en bij bestelauto’s een aanrader. bron:indicator

Elektronisch factureren, moet dat echt?

Een ‘elektronische factuur’, wat is dat?

Per e-mail. Steeds minder facturen worden per post verstuurd. Sommige facturen worden helemaal niet meer verstuurd. Die kunt u dan downloaden via internet, zoals vaak bij facturen voor telefoon- en internetabonnementen gebeurt. Andere facturen ontvangt u bijvoorbeeld als pdf-bestand per e-mail. Dat scheelt al een hoop (porti)kosten, maar het kan nog veel geavanceerder.

De e-factuur. Bij elektronisch factureren gaat de digitalisering veel verder dan het digitaal versturen van een scan van een papieren factuur. De verzender en de ontvanger van de factuur maken dan gebruik van een systeem dat met elkaar kan communiceren, waardoor de relevante factuurinformatie rechtstreeks vanuit de factuursoftware van de leverancier kan worden verwerkt in de boekhoudsoftware van de afnemer. De afnemer kan de factuur via de administratie openen, controleren en betalen en de factuur wordt meteen in de administratie verwerkt. Dat scheelt veel geld.

Standaardindeling

Communicatie. Om de elektronische factuur van de leverancier bij de afnemer rechtstreeks te kunnen verwerken in de administratie, is het van belang dat de factuur volgens een vast formaat en met vaste informatie wordt verstuurd, zodat de software van de ontvanger de factuur goed kan ‘lezen’. Dat is een heikel punt, want er bestaan verschillende systemen, die uiteraard allemaal graag hét standaardsysteem willen worden.

Europese Unie. De Europese Commissie probeert al jaren om regels vast te stellen voor e-factureren. Om in 2020 bedrijven en andere organisaties aan de elektronische factuur te krijgen, wil de Europese Commissie dat in 2018 een richtlijn van kracht wordt die bedrijven het recht geeft om elektronische facturen aan overheden te sturen.

Verschillen. Binnen de EU heeft ieder land echter zijn eigen standaardsystemen, waardoor het lastig is om tot overeenstemming te komen. In Nederland wil men niet zolang wachten en de elektronische factuur sneller verplichten voor leveringen en diensten aan en tussen overheden.

De overheid is er klaar voor. U ook?

Extra risico. De overheid heeft al de mogelijkheid om via een beveiligde omgeving te starten met e-factureren aan overheden. Voor uitzendbureaus, bouw- en transportbedrijven en andere bedrijven die grote hoeveelheden facturen sturen, is het een uitkomst en wordt het ook onderling al gebruikt.

Binnenkort zal bekendgemaakt worden hoe deze grote operatie zal worden vormgegeven en wanneer (en wie!) verplicht worden om te gaan e-factureren. Wij volgen dat voor u op de voet.

Kleine zelfstandigen

Wees gerust. Dat klinkt natuurlijk allemaal mooi, maar zit u daar als kleine zelfstandige wel op te wachten? Gelukkig worden kleine ondernemers voorlopig nog niet verplicht om over te stappen op de elektronische factuur.

Dus als u geregeld de catering of klusjes verzorgt op het gemeentehuis of andere leveringen of diensten aan overheden verleent, hoeft u zich niet ongerust te maken over de elektronische factuur.

Elektronisch factureren wordt binnen afzienbare tijd verplicht voor facturatie aan en tussen overheidsinstellingen. Binnenkort worden de ins en outs daarvoor bekendgemaakt. Wij volgen dat voor u. Als kleine zelfstandige verandert er voorlopig niets, u mag ‘ouderwets’ op papier of per e-mail blijven factureren. bron:indicator

Denk aan uw toeslagen!

Kinderopvangtoeslag. Veel werkende ouders maken gebruik van de kinderopvang. De kosten hiervan kunnen behoorlijk oplopen. Het is dan ook belangrijk om tijdig een toeslag hiervoor aan te vragen. Om jonge ouders te stimuleren beiden te werken, is de kinderopvangtoeslag in 2016 verhoogd.

Kindgebonden budget. Bovendien kunnen ouders kindgebonden budget krijgen. Dit is een bijdrage in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. Ouders krijgen deze naast de kinderbijslag.

Voorbeeld. Stel, u werkt fulltime. Uit uw onderneming ontvangt u, na zelfstandigenaftrek, opbouw van de fiscale oudedagsreserve en hypotheekrenteaftrek, een inkomen van € 30.000,-. Uw partner werkt twee dagen per week en verdient hiermee op jaarbasis € 10.000,-. Uw beide jonge kinderen gaan gedurende de werktijd van uw partner naar de kinderopvang. In 2015 zou u dan aanspraak kunnen maken op € 1.078,- per maand aan kinderopvangtoeslag (uitgaande van het maximale aantal uur dat u dan vergoed krijgt). Daarnaast had u recht op € 36,- per maand aan kindgebonden budget. Voor 2016 lopen deze bedragen op naar € 1.144,- respectievelijk € 41,- per maand. Dat scheelt u dus zo’n € 852,- per jaar.

Aanvraag

Kindgebonden budget. Het kindgebonden budget krijgt u automatisch uitbetaald als u aan de inkomensvoorwaarden voldoet.

Kinderopvangtoeslag. Voor de kinderopvangtoeslag moet wel tijdig (binnen drie maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat) een aanvraag worden ingediend.

Proefberekening. U kunt deze toeslag aanvragen via http://www.toeslagen.nlTip. Op deze site kunt u een proefberekening uitvoeren om na te gaan of u wellicht ook in aanmerking komt voor andere toeslagen, zoals zorgtoeslag of huurtoeslag.

Kortingen via belastingaangifte

Combinatiekorting. Er zijn nog andere manieren waarop de overheid jonge ouders stimuleert om beiden te werken. Zo kunt u als u beiden werkzaam bent ook aanspraak maken op de zogeheten ‘inkomensafhankelijke combinatiekorting’. Deze bedraagt maximaal € 2.769,- (2016). Let op. Voorwaarde is wel dat u één of meer kinderen van jonger dan 12 jaar heeft.

Aanrechtsubsidie. Daarnaast is ook de uitbetaling van de algemene heffingskorting steeds verder beperkt. Waar voorheen deze heffingskorting volledig aan de thuisblijvende partner werd uitbetaald (de zogenaamde ‘aanrechtsubsidie’), vindt dit in 2016 nog maar voor 46,67% plaats. Zodoende wordt er maximaal € 1.047,- uitbetaald.

Verdelen aantrekkelijker

Afhankelijk van hoogte inkomen. De arbeidskorting en algemene heffingskorting zijn sinds enkele jaren inkomensafhankelijk. Dit betekent dat naarmate u meer verdient u minder korting ontvangt. In samenhang met de inkomensafhankelijke combinatiekorting betekent dit dat het fiscaal aantrekkelijker is om beiden een gelijk inkomen te verdienen dan dat één partner nagenoeg het gehele inkomen binnenhaalt. Zeker nu de kinderopvangtoeslag weer is verhoogd, valt het te overwegen om werk en zorg meer te verdelen.

Vraag de kinderopvangtoeslag binnen drie maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat aan via http://www.toeslagen.nl Op deze site kunt u ook een proefberekening maken om na te gaan of u in aanmerking komt voor andere toeslagen, zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag. bron:indicator

Schade aan uw mobieltje, hoe zit dat fiscaal?

Kan niet stuk … iPhones en soortgelijke apparaten zijn niet meer weg te denken uit het hedendaagse bedrijfsleven. Helaas is dergelijke apparatuur niet alleen duur, maar ook kwetsbaar. Wie zijn mobieltje laat vallen, moet doorgaans naar de reparateur of gelijk een nieuwe kopen. De laatste optie is ook onvermijdelijk bij diefstal. Hoe zit het echter met de fiscale gevolgen van een en ander?

Keuzevermogen voor ondernemer?

De iPhone van een ondernemer is vaak keuzevermogen. U mag dan zelf weten of u de iPhone als privé of als zakelijk aanmerkt, ervan uitgaand dat u het apparaat zowel zakelijk als privé gebruikt. Het is het voordeligst het apparaat als ondernemingsvermogen aan te merken. De kosten zijn dan aftrekbaar van de winst. Met het privévoordeel houdt u rekening door een redelijk geschat deel van de kosten, bijvoorbeeld 20%, niet ten laste van de winst te brengen.

Wat bij schade? Is uw apparaat stuk of wordt het gestolen, dan komt een vervangend apparaat in aftrek op de winst voor het zakelijke deel. Was het apparaat duurder dan € 450,- excl. btw, dan moet u erop afschrijven. De resterende boekwaarde mag u dan ineens afschrijven, althans voor het zakelijke deel. Bij reparatie is ook het zakelijke deel van de rekening aftrekbaar.

Abonnement. Soms koopt u een apparaat in combinatie met een abonnement. Bijv. met een hoeveelheid belminuten of dataverkeer. Koopt u een nieuw apparaat met abonnement, dan bent u het niet-verbruikte deel meestal toch kwijt. Het zakelijk (abonnements)deel is aftrekbaar.

Verzekering dekt de schade? Dekt de verzekering de schade, dan behoort het zakelijke deel tot de winst en betaalt u hierover winstbelasting. De verzekeringspremie kunt u voor het zakelijke deel immers ook gewoon aftrekken.

Schade aan mobiel werknemer?

Als u een werknemer een iPhone of soortgelijk apparaat vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, is dit onbelast als het apparaat noodzakelijk is voor de te verrichten werkzaamheden. Het valt dan ook niet in de vrije ruimte van 1,2%. Bij schade van een dergelijk apparaat kunt u deze schade ook onbelast vergoeden. Is een nieuw apparaat noodzakelijk, dan kan dit wederom belastingvrij zolang de noodzakelijkheid maar vaststaat.

Schade privé-iPhone werknemer. Gebruikt een werknemer zijn eigen iPhone ook tijdens zijn werkzaamheden en loopt die schade op, dan ligt het gecompliceerder. U mag de schade alleen onbelast vergoeden als er sprake is van een bijzondere gebeurtenis die samenhangt met het werk. Het is niet altijd even duidelijk wanneer hiervan sprake is.

Lijdt het apparaat schade in privétijd, dan is de schade in ieder geval niet belastingvrij te vergoeden. Tijdens werktijd dient het voorval waardoor schade ontstaat, ‘bijzonder’ te zijn. Wij denken bijvoorbeeld aan de situatie dat uw vertegenwoordiger tijdens zijn werk beroofd wordt van zijn iPhone.

Zorg voor bewijs. Ook de fiscus weet dat dergelijke apparatuur tweedehands nog best wat opbrengt. Zorg dus dat u de schade bewijzen kunt. Bijv. door een aangifte bij de politie of door foto’s van het onherstelbaar beschadigde apparaat.

Schade aan een iPhone of soortgelijk apparaat komt ten laste van de winst en kunt u bij werknemers vrij vergoeden als het apparaat noodzakelijk is voor het werk. Zorg dat u de schade aannemelijk kunt maken via bewijs (foto’s, aangifte). bron:indicator

Vanaf 2016 méér maandopgaven ICP

Opgaaf ICP. De opgaaf ICP (intracommunautaire prestaties), ook wel bekend als ‘listing’ moet u doen als u goederen levert aan ondernemers in andere EU-landen, waarbij de goederen vervoerd worden naar een ander EU land. Ook als u diensten verleent aan ondernemers in andere EU-landen waarbij de btw naar de afnemer wordt verlegd, moet u de opgaaf ICP doen. In de opgaaf moet u per afnemer (btw-nummer) vermelden voor welke waarde u de genoemde leveringen/diensten verricht.

Aangiftetermijn. De opgaaf ICP sluit vaak aan bij de aangiftetermijn voor de btw-aangifte. Dat is wel zo handig, want zo ziet u meteen of de omzet leveringen/diensten binnen de EU uit de btw-aangifte aansluit bij de omzet per btw-nummer uit de opgaaf ICP. Als uw omzet leveringen/diensten boven een bepaald bedrag komt, moet u maandaangifte doen.

Drempelbedrag. Tot voor kort was de maandelijkse opgaaf ICP verplicht vanaf een jaaromzet van € 100.000,- aan leveringen en/of diensten aan EU-ondernemers. Voor leveringen en voor diensten geldt een aparte drempel, zodat u bij overschrijding van de drempel voor leveringen alleen daarvoor maandaangifte hoeft te doen en voor diensten per kwartaal een opgaaf ICP mag indienen. U mag echter ook voor alle intracommunautaire leveringen en diensten maandelijks een opgaaf ICP indienen. Sinds 1 januari 2016 is deze drempel verlaagd naar € 50.000,- per jaar. Dit betekent dat veel meer ondernemers te maken krijgen met de maandelijkse opgaaf ICP. Let op. Als uw omzet in 2016 over het drempelbedrag heen gaat, moet u na afloop van dat kwartaal voor de resterende maanden van 2016 per maand opgaaf ICP doen, en ook voor het hele jaar 2017. Pas in 2018 kunt u, als uw omzet leveringen en/of diensten aan EU-afnemers in 2017 onder de € 50.000,- is gebleven, weer kwartaalopgaaf doen.

Aangiftetermijn btw. Als u maandelijks opgaaf ICP moet gaan doen, kunt u voor de btw per kwartaal aangifte blijven doen. Als u de aangifteperiode voor de btw en opgaaf ICP liever gelijk wilt laten lopen, vraag dan de Belastingdienst om btw-maandaangifte te mogen doen. bron:indicator

Meer kosten dan omzet, fiscus meteen op de stoep?

Niet winstgevend. Uiteraard draait niet iedere onderneming even goed. Zo is het voor startende ondernemers vaak lastig om in de eerste jaren winst te genereren. Daarnaast kan het voorkomen dat er een aantal jaren meer kosten dan omzet zijn. De winstgevendheid is helaas soms (tijdelijk) ver te zoeken. Hoe gaat de fiscus hiermee om?

Bronvereiste. Het is mogelijk om de verliezen behaalt met een (startende) onderneming in aanmerking te nemen in box 1. Deze activiteiten moeten dan wel een bron van inkomen vormen.

Is er wel sprake van een onderneming?

Toetsen. Wil er sprake zijn van een bron van inkomen, dan moet worden voldaan aan de volgende cumulatieve vereisten:

  • het voordeel is beoogd;
  • het voordeel is redelijkerwijs te verwachten;
  • het voordeel wordt behaald door deelname aan het economisch verkeer.

Verwachting. Bij verlieslijdende activiteiten zal de fiscus met name de verwachting dat hiermee (op termijn) voordeel kan worden behaald, ter discussie stellen en daarmee proberen het verlies buiten de aangifte inkomstenbelasting te houden.

Onderbouwen

Uren bijhouden. Hoe kunt u zich het beste voorbereiden op zo’n discussie? Zorg dat u aan de hand van de feiten kunt aantonen dat uw activiteiten een bron van inkomen vormen. Zo kunt u met behulp van een urenadministratie aangeven welke werkzaamheden u heeft verricht en dat deze gericht waren op het binnenhalen van omzet.

Investeringen. Daarnaast kan de verwachting van winst op termijn worden onderbouwd door de ontwikkeling van de omzet en kosten over de afgelopen jaren in perspectief te plaatsen. Laat zien dat de omzet langzaam toeneemt en dat de door u gemaakte kosten investeringen zijn. Verder kunt u uw zaak onderbouwen door vergelijkbare ondernemingen die wel winstgevend zijn of cijfers uit de branche aan te halen.

Administratie. Het is dus zaak dat u tijdens de opstart van uw onderneming en de eerste jaren daarna een deugdelijke administratie voert. Houd een urenadministratie bij aan de hand waarvan u achteraf de genomen initiatieven en ontwikkeling van uw onderneming beter kunt reconstrueren.

Verlies verrekenen

Urencriterium. Het bijhouden van een urenadministratie is bovendien van belang voor het urencriterium. Als u op jaarbasis minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteedt, dan kunt u aanspraak maken op zelfstandigenaftrek. Voor startende ondernemers bedraagt deze de eerste drie jaar maar liefst € 9.403,-.

Belastingteruggaaf. In verliesjaren hebben reguliere ondernemers geen recht op zelfstandigenaftrek. Deze wordt geparkeerd voor komende jaren. Een startende ondernemer mag in een verliesjaar echter wel de volledige zelfstandigenaftrek in aanmerking nemen. Het daardoor ontstane verlies kan worden verrekend met andere inkomsten in box 1 in het huidige jaar, alsmede de drie voorgaande jaren. In de regel zorgt dit voor een mooie belastingteruggaaf die u als startende ondernemer goed kunt gebruiken.

Toon aan de hand van een urenadministratie, de ontwikkeling van de omzet en de gemaakte kosten aan dat er wel degelijk in de toekomst winst te verwachten is. Het gemaakte verlies mag dan in uw aangifte inkomstenbelasting in aanmerking worden genomen. bron:indicator

Handige regeling bijtelling bestelauto niet altijd afkoopbaar

Bijtelling voor bestelauto. Ook voor bestelauto’s geldt in beginsel gewoon een bijtelling vanwege het privégebruik (als dat plaatsvindt). Er zijn echter diverse manieren om hier op legale wijze aan te ontkomen. Zo geldt er een uitzondering voor bestelauto’s die doorlopend door verschillende werknemers worden gebruikt. U betaalt dan als werkgever ‘slechts’ € 300,- eindheffing. Daarvoor is echter nog meer vereist, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland, 31.12.2015 (RBGEL:2015:8140) . Wat precies en hoe dient u hier in de praktijk mee om te gaan?

Bijtelling ontlopen

Kan flink oplopen. De bijtelling voor een bestelauto wordt berekend over de catalogusprijs inclusief bpm en btw. Dat kan dus behoorlijk oplopen. Er bestaat echter nog een aantal manieren om deze te ontgaan. Even kort opgesomd:

  • naast bovengenoemde mogelijkheid kunt u, net als bij een personenauto, er minder dan 500 km privé mee rijden. Een kilometeradministratie is dan bijna onvermijdelijk;
  • dat hoeft weer niet als u een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ gebruikt. Nadeel hiervan is dat u de bestelauto niet één kilometer privé mag gebruiken;
  • een bijtelling is ook niet aan de orde als er een verbod is op privégebruik. U moet dit wel controleren en forse sancties instellen;
  • ook als een bestelauto niet privé gebruikt kán worden, bijvoorbeeld omdat deze ’s avonds achter een hek staat, geldt er geen bijtelling;
  • er geldt geen bijtelling voor bestelauto’s die enkel geschikt zijn voor goederenvervoer. Zoals een auto met bekleding die met olie is besmeurd en als klusauto in een garage wordt gebruikt.

Doorlopend afwisselend gebruik

Dus voor een bestelauto die doorlopend afwisselend wordt gebruikt, geldt geen bijtelling, mits men voldoet aan extra voorwaarden. Deze komen erop neer dat moeilijk moet zijn vast te stellen of en aan wie de bestelauto in privé ter beschikking staat.

Let op. Is dit wel vast te stellen, dan geldt er dus gewoon een bijtelling en bent u niet klaar met de eindheffing van € 300,-.

Terug naar de rechter … In genoemde zaak werden bij een steigerverhuurbedrijf twee bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruikt door twee werknemers. Deze namen de auto’s ’s avonds ook mee naar huis en konden de auto’s ook privé gebruiken. Daarnaast werden de auto’s overdag soms door andere werknemers gebruikt. De rechter vond deze situatie niet dermate moeilijk dat de bijtelling achterwege kon blijven. De naheffing van ruim € 33.000,- bleef dan ook in stand.

Wat moet u hiermee?

Kennelijk was in deze uitspraak bepalend dat twee bestelauto’s door twee werknemers ’s avonds mee naar huis werden genomen en privé konden worden gebruikt. Alleen als niet duidelijk is wie welke bestelauto privé mag en kan gebruiken, ontspringt u volgens bovenstaande uitspraak de dans. Wordt dit niet bijgehouden en is dit doorlopend iemand anders, dan is in ieder geval moeilijk vast te stellen aan wie de auto ter beschikking staat. Het is maar de vraag of uw collega met de naheffing akkoord gaat. Bij redactiesluiting van dit artikel kon hij gelukkig nog in hoger beroep.

Wordt een bestelauto doorlopend afwisselend gebruikt door meerdere werknemers, leg dan niets vast over eventueel privégebruik. Op die manier valt niet te achterhalen wie een bijtelling dient te krijgen en hoeft u ‘slechts’ € 300,- eindheffing af te dragen. bron:indicator

Regels wegenbelasting weer gewijzigd

Mrb in de volksmond ‘wegenbelasting’. Wie met een auto, bestelauto, motor of ander motorrijtuig van de openbare weg gebruikmaakt, betaalt motorrijtuigenbelasting (mrb), in de volksmond ook wel wegenbelasting genoemd. De regels hieromtrent worden regelmatig gewijzigd en dat is dit jaar niet anders. Wat is er gaande?

Jaarbetaling vervalt per 1 juli 2016

Nieuw dit jaar is dat met ingang van 1 juli 2016 de mogelijkheid tot jaarbetaling van de mrb vervalt. Dit is niet meer nodig, nu de automatisering ervoor zorgt dat een jaarbetaling geen efficiencywinst meer levert. Sterker nog, een jaarbetaling is extra administratie voor de fiscus. Dus …

Boete voorkomen. Of het voor de gebruiker handiger is? Jaarbetalingen leveren sinds een paar jaar geen korting meer op. U kunt de mrb per kwartaal betalen met een acceptgiro. Het is echter handiger per maand te betalen via automatische incasso. U voorkomt zodoende dat u vergeet te betalen en daarmee een hoge boete.

Lagere mrb bestelauto’s

Voor een bestelauto geldt een lager mrb-tarief dan voor personenauto’s. Twee voorwaarden:

  1. u moet ondernemer zijn voor de btw en dus over een btw-nummer beschikken;
  2. u moet de bestelauto voor meer dan 10% gebruiken voor uw onderneming. Dit laatste moet u desgevraagd aannemelijk kunnen maken (kilometerregistratie mag). Het lage tarief wordt automatisch toegepast als uw bedrijf als ondernemer voor de btw staat geregistreerd. Controleer of dat ook is gebeurd. Voor een bestelauto op diesel met een gewicht van 1.500 kilo betaalt u als ondernemer zo’n € 370,- per jaar aan mrb. Particulieren betalen maar liefst ruim € 900,- meer voor zo’n auto.

Elektrisch en hybride. In 2016 zijn elektrische auto’s vrijgesteld van de mrb. Let op. Auto’s met een uitstoot tot 50 gr./km, veelal plug-inhybrideauto’s, zijn niet meer vrijgesteld maar betalen vanaf dit jaar de helft van het normale tarief.

Oldtimers nog het oude liedje?

In de overgang? Vanaf 1 januari 2014 zijn alle motorrijtuigen van 40 jaar en ouder vrijgesteld van mrb. Daarnaast is er een overgangsregeling voor personen- en bestelauto’s op benzine, alsmede voor motorrijwielen, bussen en vrachtauto’s die op 1 januari 2014 26 jaar of ouder waren, maar nog geen 40 jaar. Personen- en bestelauto’s die niet op benzine rijden, zoals diesel- en lpg-auto’s, komen niet in aanmerking voor de overgangsregeling. De beperking van ‘uitsluitend op benzine rijden’ geldt niet voor vrachtauto en autobus.

Vorm overgangsregeling oldtimers. Motorrijtuigen die hieronder vallen, komen tot 2028 in aanmerking voor een kwarttarief. Het kwarttarief geldt voor een heel kalenderjaar met een maximum van € 120,-. Voorwaarde is wel dat er in de maanden januari, februari en december geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. Rijdt u toch met het voertuig of parkeert u het op de openbare weg in januari, februari en december, dan bent u alsnog de normale mrb verschuldigd voor het hele kalenderjaar plus een forse verzuimboete. U kunt jaarlijks kiezen voor de toepassing van de overgangsregeling.

De mrb kunt u vanaf 1 juli van dit jaar niet meer per jaar betalen, maar alleen nog per kwartaal of maand. Plug-inhybrideauto’s betalen sinds dit jaar 50% van het normale mrb-tarief. Kijk bij een oldtimer of u onder de overgangsregeling valt. bron:indicator

Twee ondernemingen, één boekhouding genoeg?

Snelle groei hobby. De opkomst van internet en sites, zoals Marktplaats en eBay, maakt het voor kleine ondernemers en hobbyisten mogelijk om hun producten eenvoudig (wereldwijd) aan de man te brengen. Als gevolg hiervan kan een als hobby gestarte bezigheid al snel uitgroeien tot een winstgevende bezigheid. Denk hierbij aan de verkoop van tweedehands kleding of de doorverkoop van Chinese schilderijen.

Wat te doen? Stel nu dat u reeds een eigen onderneming (eenmanszaak) heeft en dat uw hobby op enig moment steeds profijtelijker blijkt te zijn. Hoe moet u hier dan administratief mee omgaan?

Inkomstenbelasting

Belaste inkomsten? Allereerst is het van belang dat u zich realiseert dat de voordelen die u behaalt met deze nieuwe activiteit in de meeste gevallen belast moeten worden met inkomstenbelasting.

Bronvereisten. Hiervoor hanteert de fiscus de volgende cumulatieve toetsen:

  • het voordeel is beoogd;
  • het voordeel is redelijkerwijs te verwachten;
  • het voordeel wordt behaald door deelname aan het economisch verkeer.

Verkoop via internet. Als u bijvoorbeeld producten gaat verkopen via internet, dan neemt u deel aan het economisch verkeer. Bovendien beoogt u met deze verkoop uiteraard inkomen en dus een voordeel te behalen. Of dit ook te verwachten valt, rekening houdende met de kosten, moet per situatie worden beoordeeld. Let op. Als er winst wordt behaald, zal de fiscus zich op het standpunt stellen dat het voordeel ook te verwachten viel.

Inschrijving Kamer van Koophandel

We gaan ervan uit dat uw uit de hand gelopen hobby belast is met inkomstenbelasting. Maar hoe werkt dat dan verder?

Samenvoegen. U kunt ervoor kiezen deze activiteit onderdeel te laten zijn van uw reeds bestaande eenmanszaak. Hiertoe moet u uw inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK) uitbreiden met deze activiteit. Bovendien kunt u een extra handelsnaam inschrijven zodat u niet uw huidige bedrijfsnaam hoeft te gebruiken als u deze nieuwe verkopen factureert. In dat geval kan alles ook in één boekhouding worden geadministreerd. Let op. Het inschrijven van twee eenmanszaken bij de KvK is niet mogelijk. U kunt er wel voor kiezen een nevenvestiging te openen. De nieuwe activiteit moet dan op een andere locatie plaatsvinden.

Hoe pakt dit administratief uit?

Eén boekhouding. We gaan ervan uit dat deze nieuwe activiteit onderdeel uitmaakt van uw huidige onderneming. Dit betekent dat u werkt met één boekhouding. Het is mogelijk de twee activiteiten te splitsen door te werken met verschillende handelsnamen. Ook in de factuurnummering kunt u een extra specificatie opnemen, waardoor u aan het eind van het jaar de omzet van beide activiteiten eenvoudig kunt splitsen.

Urencriterium. Fiscaal gezien bent u ondernemer of niet. Of u nu één activiteit heeft of tien. Zodoende wordt voor het urencriterium gekeken naar de bestede tijd aan al deze activiteiten. De uren mogen dus bij elkaar worden geteld. U voldoet dan eerder aan de eis van 1.225 uur op jaarbasis voor onder meer de zelfstandigenaftrek. bron:indicator

Kilometerregistratie 2016 bijhouden?

Meestal is daarvoor een rittenregistratie nodig. In sommige gevallen is dat niet nodig of gelden er uitzonderingen op die verplichting. Soms is het verstandig om uw bewijs kracht bij te zetten.

In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van uw bewijsmogelijkheden.

Soort auto Uitzonderingen sluitende rittenregistratie
Personenauto van de zaak: sluitende rittenregistratie nodig om bijtelling te voorkomen • Afspraak met de Belastingdienst
Bestelauto van de zaak: sluitende rittenregistratie nodig om bijtelling te voorkomen • Bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt voor goederenvervoer• Bestelauto te vuil voor privégebruik• Vereenvoudigde rittenregistratie is toegestaan als de bezochte adressen uit uw administratie blijken en u veel rijdt of wanneer u rij-instructeur bent
Vrachtwagen van de zaak: geen sluitende rittenregistratie verplicht maar wel handig Geen vaste bijtelling, maar als voordeel nemen de daadwerkelijke kosten auto per kilometer maal privékilometers
Uw volgende stap

Op aanvraag ontvangt u de rekentool ‘E-rittenregistratie voor het jaar 2016’ waarmee u direct aan de slag kunt. Zo kunt u uw rittenregistratie voor het jaar 2016 op orde houden. bron:indicator


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl