“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Ondernemers kunnen de aangifte over 2015 ook samen met hun echtgenoot of partner invullen. Dat is echter niet verplicht en soms zal dat ook niet uw voorkeur hebben. In welke situaties doet dit zich voor en wat zijn dan de mogelijkheden?
U zult er de voorkeur aan geven om apart aangifte te doen als een van beiden uitstel wil om de aangifte in te dienen. Bijvoorbeeld omdat de boekhouder uw jaarcijfers nog niet heeft opgeleverd. Maar wat nu als uw partner geld terugkrijgt en wél aangifte wil doen, zodat ze het geld ook vóór 1 juli a.s. in huis heeft? U vraagt dan uitstel aan voor uzelf en uw partner vult gewoon zijn of haar aangifte in. Let op. U en uw partner moeten wel beide aangiftes digitaal ondertekenen, ook als u apart aangifte doet.
Uitstel aanvragen? U moet vóór 1 mei a.s. uw aangifte 2015 indienen. Lukt dat niet, dan kunt u digitaal uitstel aanvragen via Mijn Belastingdienst. U heeft daarvoor wel een DigiD nodig. Heeft u die nog niet, vraag deze dan tijdig aan, want dit duurt in de regel wel een dag of vijf. U kunt ook telefonisch uitstel aanvragen als u dat liever doet, via (0800) 05 43.
Het is wel opletten geblazen, want sommige aftrekposten, zoals de aftrek van hypotheekrente, kunt u onderling verdelen. En het is niet makkelijk een verdeling te maken als u nu nog niet weet hoe een van de twee aangiftes eruit komt te zien. Tip. Gelukkig is herziening mogelijk. Hoe dan?
Verdeling wijzigen. Blijkt een gekozen verdeling achteraf toch niet optimaal te zijn, dan kunt u deze nog herzien zolang een van beide aanslagen nog niet definitief vaststaat. Uiteraard moet u er dan wel mee akkoord gaan dat de al wel vaststaande aanslag nog gecorrigeerd kan worden conform de definitief gekozen verdeling. Bovendien kan er rente worden berekend over het ten onrechte al teruggegeven bedrag.
Houd rekening met gevolgen uitstel! Houd er rekening mee als uw partner uitstel heeft gevraagd dat dit van invloed kan zijn op uw belastbaar bedrag! Uw teruggave kan immers meer zijn dan waar u uiteindelijk recht op heeft en dan moet u terugbetalen. Heeft u recht op toeslagen, dan zullen ook deze pas definitief kunnen worden vastgesteld zodra de beide aangiftes definitief vaststaan. Ook dit kan betekenen dat u een deel van de ontvangen toeslagen terug moet betalen.
Als de ene partner geld terugkrijgt terwijl de andere moet betalen, kan de fiscus dit niet onderling verrekenen. Verrekenen met uw aanslag kan wel met geld dat u zelf nog terug moet krijgen van de fiscus. Of u in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden gehuwd bent, is overigens niet van belang, want onderling verrekenen kan in beide situaties niet.
Machtiging tot verrekening? Als u de fiscus heeft gemachtigd om onderling te verrekenen, kan uw teruggave wel gebruikt worden om de schuld van uw partner af te lossen, of andersom. Heeft u bijv. een betalingsregeling met de fiscus, dan kan het zijn dat hierbij zo’n machtiging is afgegeven.
Zijn parkeerkosten aftrekbaar? Rijdt u met een privéauto dan brengt u € 0,19 per zakelijke kilometer in aftrek op de winst. Naast die € 0,19 zijn geen andere autokosten aftrekbaar. Dus ook geen parkeerkosten. Ook niet als u van € 0,19/km echt geen auto kunt rijden. Rijdt u met een auto van de zaak, dan zijn ook parkeerkosten aftrekbaar. Maar, voor privékilometers geldt dan de bijtelling. Het is altijd slim om alle parkeerbonnen te bewaren, zodat u of uw boekhouder deze optimaal in de aangiften kan verwerken.
Wat bij mobiel parkeren? U heeft tegenwoordig heel wat te kiezen. Hoe werkt het? U kunt mobiel parkeren in ca. 140 steden en soms ook in parkeergarages. U geeft het via sms, telefoon, website of via een app aan als u start én als u stopt. De parkeermeter heeft hiervoor een nummer, maar via de app wordt automatisch herkend waar u staat (gps). U betaalt alleen de werkelijke parkeertijd en krijgt maandelijks een factuur. Naast de parkeerkosten betaalt u een vergoeding per transactie of per week/maand. Afrekenen doet u meestal via automatische incasso. Let op. Voor een creditcard brengen de meeste dienstverleners extra kosten in rekening (ca. 3%).
Een schema met daarin de ‘Vergelijking tussen vijf aanbieders’ kunt u bij ons opvragen.
Vijf dienstverleners op een rijtje. Parkmobile ( http://www.parkmobile.nl ) is de goedkoopste aanbieder. Die is een paar euro per jaar goedkoper dan de ANWB ( http://www.anwb.nl). Bij Park-line ( http://www.park-line.nl ) moet u extra betalen om ook in 400 parkeergarages te kunnen parkeren (€ 5,- eenmalig + € 0,50/maand).Bij SMSParking ( http://www.smsparking.nl ) kunt u via een website of een app parkeren. Bij een abonnement worden de transactiekosten lager. Ook bij Yellowbrick ( https://www.yellowbrick.nl ). Tip. De apps op de smartphones zijn zeer gebruikersvriendelijk. Check even welke app u het best bevalt voordat u een definitieve keuze maakt.
Handig. In deze handreiking vindt u ook nog een toelichting op de kenmerken van een echte werknemer en hoe u het ontbreken van bijvoorbeeld gezag het beste in uw eigen overeenkomst kunt opnemen.
Help kind aan eigen woning. De woningmarkt zit in de lift (en is op sommige plaatsen, zoals bijv. in Amsterdam, al weer oververhit) en de banken hebben hun toetsingsnormen voor een hypothecaire lening behoorlijk aangescherpt. Overigens zullen die eisen alleen maar verder aangescherpt gaan worden. Het is met de huidige woningprijzen (vooral voor starters, maar ook voor anderen) niet eenvoudig om de financiering voor een woning rond te krijgen. Denk in zulke gevallen dan eens aan lenen bij pa en ma, zeg maar de ‘PaMa-bank’.
Rente. Met de huidige rentetarieven op spaarrekeningen (minder dan 1%) en een belastingtarief in box 3 van 1,2% (2016) is het fiscaal al snel voordelig om een woningzoekend kind een lening te geven met een rente van bijv. 4%. Bij de kinderen is deze rente aftrekbaar, bij pa en ma is enkel de vordering als vermogen in box 3 belast.
Rente bij de kinderen aftrekbaar? Belangrijk is natuurlijk dat de rente bij de kinderen aftrekbaar is, ook al hoeven ze die rente feitelijk niet aan de ouders te betalen. Dat zal u niet lukken met een renteloze lening. Wie geen rente betaalt, kan ook niets aftrekken. Dat lukt ook niet met een rentedragende lening waarvan de rente echter wordt kwijtgescholden. Kwijtschelden is nu eenmaal geen betalen.
Wat heeft de Hoge Raad beslist? Het gaat wel goed – volgens de Hoge Raad – als het kind gewoon de rente betaalt en de ouders een schenking doen, ter grootte van het rentebedrag. De Hoge Raad, 03.04.2015 (HR:2015:809) , besliste immers vorig jaar dat als een jaarlijkse schenking van ouders wordt aangewend om de op een eigenwoningschuld bijgeboekte rentebedragen aan te zuiveren, er geen sprake is van kwijtschelding van die rente en de met de schenking betaalde rente dus gewoon (binnen het wettelijk kader natuurlijk) aftrekbaar is.
Hoe mogelijk gedoe voorkomen? Als er tussen ouders en kinderen wordt geleend, dan kan een goede schriftelijke overeenkomst veel problemen voorkomen.
Ook zult u in deze overeenkomst afspraken moeten maken (en die ook nakomen) over de aflossing. Zonder voldoende aflossing is de rente op de lening immers niet aftrekbaar. En wat moet er met de lening gebeuren als de ouder(s) komen te overlijden. Het meest voor de hand ligt (mits er voldoende vermogen is) de lening aan het kind te laten vererven. De lening opeisbaar laten worden kan ook, mits het kind in staat is om de lening bij een bank te herfinancieren.
Het model ‘Geldleningsovereenkomst’ kan u op verzoek worden toegestuurd.
Tip. Denk aan een goede overlijdensrisicoverzekering. Dat kan veel problemen voorkomen, bijv. bij vooroverlijden van (schoon)zoon of -dochter.
Tip. Tot en met 2015 moest een lening bij de ouders bij de fiscus gemeld worden, op straffe van niet-aftrekbaarheid van de lening. Voor leningen vanaf 2016 volstaat het om de lening aan te geven bij de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.
Onbelaste vergoeding. Veel organisaties draaien op vrijwilligers. Bij een vrijwilliger is er geen sprake van een gezagsverhouding, dus is er ook geen dienstbetrekking. In feite verrichten zij hun werk kosteloos. Dat neemt niet weg dat ze soms kosten maken voor de organisatie. Om te voorkomen dat ze allerlei bonnetjes moeten bewaren, is er een vrijwilligersregeling in het leven geroepen op grond waarvan een forfaitair bedrag onbelast kan worden vergoed.
Voor wie? De vrijwilligersregeling geldt voor vrijwilligers van een organisatie of instelling die niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, alsmede voor vrijwilligers die werkzaamheden verrichten voor een sportorganisatie.
Maxima. De maximale onbelaste vergoeding bedraagt (voor 23 jaar en ouder):
Let op. Er mag geen sprake zijn van een marktconforme vergoeding.
Onbelaste kostenvergoeding. Wordt er aan de vrijwilliger geen vergoeding verstrekt maar declareert deze zijn werkelijke kosten, dan kunnen al die kosten onbelast worden vergoed. Het maakt dan niet uit of die kostenvergoeding op jaarbasis meer bedraagt dan € 1.500,-. Let op. De uitkerende organisatie moet dan wel kunnen beschikken over de onderliggende bonnetjes.
Kilometerkosten. Ook kunnen de werkelijke kilometerkosten van eventueel gebruik van een privéauto worden vergoed. Bij de ANWB kunt u de hoogte van die vergoeding opvragen.
Niet en/en? Het gaat fout als naast de integrale kostenvergoeding ook een ‘gewone’ vrijwilligersvergoeding wordt verstrekt en men daardoor boven de genoemde maxima uit komt. Let op. De vrijwilliger moet dan het gehele bedrag in zijn belastingaangifte opnemen. Hij kan wel de fiscaal toegestane kosten in aftrek brengen, maar over het saldo betaalt hij dan inkomstenbelasting.
Voorbeeld. Vrijwilliger Jan declareert (met bonnetjes) op jaarbasis € 800,- aan reiskosten (waaronder € 0,30 per kilometer voor het gebruik van zijn privéauto) en kosten van lunches/diners. Hij ontvangt verder nog een vaste maandvergoeding van € 100,-. Totaal ontvangt Jan dus op jaarbasis € 2.000,-. Jan moet in zijn belastingaangifte het totale bedrag als resultaat uit overige werkzaamheden opnemen en kan de fiscaal toegestane kostenaftrek daarop in mindering brengen. Let op. De reiskosten kunnen dan slechts voor € 0,19 in aftrek worden gebracht!
IB47-formulier. De organisatie doet er goed aan om in deze situatie een IB47-formulier in te dienen. Dat kan via de website van de Belastingdienst. Formeel moet dat gebeuren vóór 1 februari van het jaar na de vrijwilligerswerkzaamheden. Bij een ‘echte’ vrijwilliger die onder de genoemde bedragen blijft, is een IB47-formulier niet nodig.
Wat is er aan de hand? De bestelauto die u ter beschikking stelt aan de werknemer, zorgt bij hem voor een bijtelling en dus niet bij u. Alleen de overige bestelauto’s zorgen in beginsel voor een bijtelling bij u, wat betekent dat u een deel van de kosten niet van de winst kunt aftrekken.
Voor u zelf. Voor u als ondernemer zijn er maar beperkte mogelijkheden om aan de bijtelling voor de bestelauto te ontkomen. Let op. Een verbod op privégebruik of het onmogelijk maken de bestelauto privé te gebruiken, werkt wel voor werknemers, maar niet voor de ondernemer.
Misvatting. Dat dit wel zou kunnen, is echt een misvatting. U kunt immers met uzelf afspreken wat u wilt, als u de auto toch privé gebruikt, houdt niemand u tegen. Let op. Voor de bestelauto die doorlopend afwisselend door diverse werknemers wordt gebruikt, geldt een eindheffing van € 300,-. Toch kunt u als ondernemer voor deze auto’s desondanks een bijtelling krijgen, aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02.12.2013 (GHARL:2013: 9035) . Dat lost dus niks op.
Hoe dan wel? We willen niet steeds in herhaling blijven vervallen, maar het is wel het oude liedje: u kunt aan de bijtelling ontkomen door de bestelauto’s niet méér dan 500 km privé te gebruiken. U moet dit wel bewijzen. Een kilometeradministratie is dan vrijwel onontkoombaar en dat is een crime, we weten het. Misschien helpt onze tool.
De rekentool kunt u bij ons opvragen.
Of toch alternatief? Een andere mogelijkheid is misschien toch wel om de bestelauto helemaal niet privé te gebruiken, maar dan ook echt geen enkele meter! Dat moet op zich te doen zijn, want voor privégebruik heeft u meestal nog een personenauto. U kunt dan aan de bijtelling ontkomen door voor de auto een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ aan te vragen.
Geen bijtelling, geen meter bijhouden! Met deze verklaring op zak krijgt u geen bijtelling én hoeft u geen kilometeradministratie bij te houden. De fiscus gaat er dus vanuit dat de auto niet privé gebruikt wordt. Tip. Dat geldt niet alleen voor u, maar meteen ook voor uw werknemers. Let op. Dit vereist dus een ijzeren discipline, want als de fiscus de auto onderweg ziet rijden en u kunt niet bewijzen dat het een zakelijke rit was, bent u flink de klos. U ontvangt dan een naheffing over de bijtelling met een forse boete eroverheen.
Alleen voor goederenvervoer. De bijtelling geldt ook niet voor de bestelauto die alleen geschikt is voor goederenvervoer. Daarbij moet u vooral denken aan bestelauto’s met één (bestuurders)stoel. Er mogen ook geen aansluitingsmogelijkheden zijn voor een extra stoel!
Maak afspraken met de fiscus! In beginsel geldt namelijk voor iedere auto, dus ook voor de bestelauto, de bijtelling. Toch snapt ook de fiscus wel dat het van de zotte is om u bijvoorbeeld acht bijtellingen op te leggen als in uw schildersbedrijf acht bestelauto’s rondrijden die ’s avonds niet door uw werknemers mee naar huis worden genomen. Voorkom dit door duidelijke afspraken te maken.
Klantbelang centraler. Om het verlies aan marktaandeel te keren, komen banken op de proppen met rentemiddeling. Dat kan met de lage marktrente voordeel opleveren. Soms moet u er wel specifiek naar vragen. ING, SNS Bank en Obvion bieden nu al rentemiddeling; ABN AMRO, Rabobank en de meeste verzekeraars komen er pas medio 2016 mee.
Wat is rentemiddeling? Klant en bank spreken voor het einde van de rentevastperiode een nieuwe rentevastperiode af. Ze delen daarbij de kosten van de boeterente door een rente die iets hoger is dan de marktrente voor die nieuwe periode. Dat kan door letterlijk de rente van de resterende rentevastperiode te middelen met de (lagere) marktrente of door boeterente om te zetten in een opslagpercentage.
Uw voordeel. U betaalt dus iets meer dan een nieuwe hypotheekklant, maar wel minder dan dat u reeds betaalde. U bent weer voor langere tijd gedekt tegen het risico dat de rente gaat stijgen. Bovendien zijn de kosten voor rentemiddeling vaak goedkoper dan oversluiten. Vooral bij een resterende rentevastperiode van 3 tot 5 jaar zou dat u voordeel kunnen opleveren. Langer leidt tot een te hoge boeterente en dus tot een hogere gemiddelde rente. Korter betekent dat u beter de boeterente ineens betaalt, vooral als u verwacht dat de rente op korte termijn gaat stijgen.
Fiscaal voordeel. Boeterente bij oversluiten is voor 100% aftrekbaar. Dat maakt uw vergelijking tussen vervroegd een nieuwe renteperiode (met boete) of rentemiddeling iets makkelijk. Er zit geen fiscaal addertje onder het gras.
Nadeel. U betaalt dus voor langere tijd een iets hogere rente dan de marktrente. Dat kán duurder uitpakken dan oversluiten. Laat u dus goed adviseren en vergelijk beide opties. Het kan voordeliger zijn als u uw huidige rentevastperiode uitzit en na afloop pas oversluit; ten minste als u een lagere rente verwacht.
Huis onder water? Ook als u geen nieuwe hypotheek kunt afsluiten omdat uw huis onder water staat, kunt u zo toch uw hypotheeklasten drukken.
Zag u al blauw? Bij de meeste ondernemers is onlangs de bekende blauwe envelop op de deurmat gevallen. Net als ieder jaar ontvangt u ook voor 2016 weer een VA. Hierin neemt de fiscus een voorschot op de dit jaar door u te betalen belasting. Hoeveel u exact moet betalen, komt immers pas na 2016 vast te staan en hangt af van tal van factoren. De meeste hiervan zijn nu nog niet bekend en dus moet de fiscus een slag slaan naar het bedrag dat u dit jaar aan belasting moet betalen. Maar wat nu als dit bedrag behoorlijk afwijkt van wat u zelf verwacht?
Bij het opleggen van uw VA baseert de fiscus zich op uw aangifte van voorgaande jaren. Zo weet men ongeveer wel wat uw winst gaat bedragen, hoeveel u kwijt bent aan hypotheeklasten en of u al dan niet regelmatig uitgaven heeft aan bijvoorbeeld giften of ziektekosten. Deze bedragen kunnen echter dit jaar best anders zijn, waardoor uw aanslag te hoog of te laag uitvalt. Beide situaties zijn ongewenst, maar bezwaar tegen een VA is niet mogelijk. Maar wat dan wel?
Bezwaarcheck geïntroduceerd. Onlangs heeft de fiscus de zogenaamde ‘bezwaarcheck’ geïntroduceerd. Deze bezwaarcheck is niet meer dan een vermelding op de site van de Belastingdienst ( www.belastingdienst.nl ) waarmee men u de mogelijkheid biedt uw VA te herzien. Na het inloggen met uw DigiD kunt u in het overzicht van uw correspondentie naar uw VA en via ‘Niet met ons eens’ deze herzien. Dit doet u door alle gegevens aan te leveren die de fiscus nodig heeft voor een correcte aanslag. U geeft dus aan wat uw verwachte winst is, uw verwachte uitgaven aan lijfrentepremie, hypotheekrente, giften, enz. Op basis van deze gegevens legt de fiscus u een nieuwe VA op, die meer overeenkomt met de werkelijkheid. Het blijft echter nog steeds een schatting, want met name uw winst kan dit jaar best wel eens afwijken.
Als ondernemer weet u waarschijnlijk zelf het beste hoe dit jaar uw winstcijfer ongeveer zal uitvallen. Krijgt u dit jaar last van een extra concurrent in de buurt of is er juist een concurrent failliet gegaan? Gaat u wellicht fors investeren, waardoor uw afschrijvingen toenemen en ook uw investeringsaftrek? Heeft u al een aantal lucratieve orders afgesloten of heeft u juist het mes gezet in een aantal forse kostenposten? Allemaal dingen die de fiscus niet weet en u dus niet terugvindt in uw VA.
Bij de hand. Als u uw VA wilt herzien, leidt de fiscus u als het ware digitaal door uw aangiftebiljet. Aspecten die voor u ter zake doen, vinkt u aan en u beantwoordt daarna de hiermee samenhangende vragen. Wat niet ter zake doet, slaat u over. Daar waar nodig, klikt u op het vraagteken voor een toelichting. Op het eind van de rit ziet u wat uw nieuwe VA wordt en wat u dus iedere maand voor de fiscus opzij moet leggen.
Geringe afwijkingen, no problem. Overigens kan uw adviseur dat ook voor u doen, dat hoeft niet veel tijd in beslag te nemen. In uw VA is overigens nog geen rekening gehouden met alle wijzigingen die nog op het laatste moment zijn ingevoerd. Er is al wel duidelijk dat het hier hooguit gaat om enkele tientjes op jaarbasis aan afwijkingen. Als het dus alleen hierom gaat, kunt u zich de moeite besparen (kosten-baten, u weet wel).
Geen verlies. Als de fiscale winst (voor zelfstandigenaftrek) lager is dan de zelfstandigenaftrek, wordt de aftrek dat jaar gemaximeerd tot het bedrag van de winst. Anders gezegd: de zelfstandigenaftrek kan niet leiden tot een verlies uit onderneming. Bij een verlies kan de zelfstandigenaftrek dus niet in aanmerking genomen worden.
Vennootschap onder firma. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij een vennootschap onder firma (Vof) waarbij de (lagere) winst wordt verdeeld onder de vennoten. Iedere vennoot heeft namelijk recht op de zelfstandigenaftrek ad € 7.280,- (2016).
Startende ondernemer. Dit geldt niet voor een startende ondernemer. Die kan de (verhoogde) zelfstandigenaftrek direct aftrekken. Ook als daardoor een (nog groter) verlies ontstaat.
Verrekenbaar. Het deel van de zelfstandigenaftrek dat niet kan worden gebruikt, gaat (nog) niet verloren. Dat deel wordt door de Belastingdienst vastgesteld bij beschikking. Tegen deze beschikking kan eventueel bezwaar worden gemaakt. Tip. Het niet-benutte deel van de zelfstandigenaftrek is vervolgens verrekenbaar met de winst in de volgende negen jaren. Let op. Wetstechnisch verhoogt de niet-benutte zelfstandigenaftrek de zelfstandigenaftrek in die negen jaren. Dit betekent dat, om alsnog benut te kunnen worden, in een jaar voldaan moet worden aan het urencriterium én dat er voldoende winst moet zijn.
In 2014. Kees is vennoot in een Vof en voldoet in 2014 aan het urencriterium.
| Fiscaal resultaat 2014 | € 4.366,- |
| Af: zelfstandigenaftrek 2014 | € 7.280,- |
| Niet-gerealiseerde deel van de zelfstandigenaftrek | € 2.914,- |
| Winst uit onderneming 2014 | nihil |
In 2015. In 2015 voldoet Kees ook aan het urencriterium. De winstberekening is dan als volgt.
| Fiscaal resultaat 2015 | € 9.354,- |
| Af: zelfstandigenaftrek 2015 | € 7.280,- |
| Af: niet-gerealiseerde deel van de zelfstandigenaftrek 2014 | € 2.914,- |
| Niet-gerealiseerde deel van de zelfstandigenaftrek 2015 | € 840,- |
| Winst uit onderneming 2015 | nihil |
Urencriterium gehaald? Het laat zich denken dat de jaarlijkse winst onvoldoende is om de zelfstandigenaftrek volledig te benutten, maar dat er bij beëindiging van de onderneming wel voldoende stakingswinst wordt behaald. Dan kan de nog niet-benutte zelfstandigenaftrek alleen in mindering worden gebracht als in het stakingsjaar aan het urencriterium wordt voldaan! Let op. Dat vereist dus een goede planning van de beëindigingsdatum: niet te vroeg in het jaar.
Recent besluit. De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs goedgekeurd (Besluit van 14.01.2016, nr. BLKB 2016/66) dat als niet aan het urencriterium wordt voldaan door overlijden en de onderneming beëindigd wordt door overlijden, de niet-benutte zelfstandigenaftrek (uit voorgaande jaren) in mindering kan worden gebracht op de stakingswinst (niet op de reguliere jaarwinst). Tip. Voor toepassing van deze goedkeuring kan ook nog worden verzocht voor belastingaanslagen die in het verleden al zijn opgelegd.
BV voordeliger? Er wordt vaak verondersteld dat een BV fiscaal voordeliger is omdat de vennootschapsbelasting (20% over de eerste € 200.000,- en 25% over alles daarboven) lager is dan de inkomstenbelasting (tot 52%). Maar hoe zit het nu echt?
Dubbel. Als directeur-grootaandeelhouder (DGA)bent u als werknemer in dienst van uw BV. Voor 2016 is het gebruikelijk loon (als u meer dan 5% van de aandelen in bezit heeft) door de Belastingdienst vastgesteld op minimaal € 44.000,- bruto per jaar. Let op. In een aantal gevallen kan de Belastingdienst een DGA verplichten zich een hoger salaris toe te kennen dan € 44.000,- bruto per jaar, bijvoorbeeld als het in uw branche gebruikelijk is dat een werknemer in een vergelijkbare functie veel meer verdient. Hierover betaalt u inkomstenbelasting. Daarnaast betaalt de BV vennootschapsbelasting over de bedrijfswinst.
Omslagpunt. De vraag bij welke winst de BV fiscaal voordeliger is dan een eenmanszaak, is persoonsgebonden. Maar gemiddeld kan men stellen dat het omslagpunt nabij de € 150.000,- ligt, uitgaande van het feit dat u het geld dat uw BV verdient, eruit haalt als dividend. Zaken als bijtelling, aftrekposten en pensioen hebben we gemakshalve buiten beschouwing gelaten.
Aansprakelijkheid. Een groot voordeel van een BV is dat u in principe zelf niet aansprakelijk bent voor schulden van de BV. Dus als de BV failliet gaat, blijft uw privévermogen buiten schot. Er is echter een grote uitzondering. Bij onbehoorlijk bestuur kunt u als bestuurder alsnog aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de BV.
Pensioen. U kunt in een BV meer pensioen opbouwen dan nu met uw fiscale oudedagsreserve.
Hypotheek. Het is mogelijk om een hypotheek aan u zelf te verstrekken uit de BV. Zo ontvangt de BV de rente in plaats van de bank.
Nadelen? Een BV heeft in vrijwel alle gevallen jaarlijks méér accountantskosten dan een eenmanszaak. De BV moet namelijk ook aangifte vennootschapsbelasting doen en vaak nog jaarstukken deponeren bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Bovendien geniet een BV geen ondernemersaftrek en MKB-vrijstelling.
U kunt al een BV oprichten vanaf € 300,-.
| Eenmanszaak | |
| Winst uit onderneming | € 150.000,- |
| Af: Zelfstandigenaftrek | € 7.280,- |
| Af: MKB-winstvrijstelling (14%) | € 19.981,- |
| Belastbare winst | € 122.739,- |
| Inkomstenbelasting (box 1) | € 55.351,- |
| Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw | -/- € 2.901,- |
| Heffingskortingen | -,- |
| Netto-inkomen | € 91.748,- |
| BV | |
| Winst uit onderneming | € 150.000,- |
| Af: Salaris DGA | € 44.000,- |
| Belastbare winst | € 106.000,- |
| Vennootschapsbelasting 20% | -/- € 21.200,- |
| Winst na vennootschapsbelasting | € 84.800,- |
| Dividendbelasting 25% | -/- € 21.200,- |
| Nettodividend | € 63.600,- |
| Salaris DGA | € 44.000,- |
| Inkomstenbelasting (box 1) | -/- € 17.009,- |
| Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw | -/- € 2.420,- |
| Heffingskortingen | € 3.785,- |
| Nettodividend | € 63.600,- |
| Netto-inkomen | € 91.956,- |