“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
‘New Kids on the Block’. Nog even en de kids hebben weer vakantie. Studenten en scholieren zijn dan vaak en masse op zoek naar een tijdelijke job en daar kunt u natuurlijk ook best gebruik van maken. Voor deze situaties bestaat een speciale fiscale regeling, de zogenaamde studenten- en scholierenregeling. Als u die toepast, wordt u er vaak beiden beter van. Dat klinkt als muziek in uw oren, maar er gelden wel wat voorwaarden.
Als u de regeling toepast, mag u voor het berekenen van de in te houden loonheffing het kalenderkwartaal gebruiken. Op die manier houdt u vaak minder of helemaal geen belasting in en houdt de student of scholier dus meer over. Bovendien krijgt hij het fiscale voordeel direct verwerkt in zijn nettoloon en niet pas in de loop van volgend jaar, als hij zijn aangifte heeft ingediend. Mooi meegenomen dus en extra geld voor de vakantie …
Voor wie geldt de regeling? De regeling geldt alleen voor de volgende categorieën studenten en scholieren:
Gaat u de regeling toepassen, dan moet:
Lagere premie! Voor de berekening van de in te houden premies werknemersverzekering, dient u ook uit te gaan van een kwartaal en dus moet u het kwartaalmaximum toepassen. Er geldt voor studenten en scholieren die onder de regeling vallen dat u voor sommige sectoren uit mag gaan van een verlaagde premie. Het moet dan een arbeidsovereenkomst voor max. acht aaneengesloten weken betreffen. De verlaagde premie geldt voor de sectoren agrarisch bedrijf, bouwbedrijf, culturele instellingen, horeca algemeen en schildersbedrijf. Aangezien u als werkgever deze premies op moet hoesten, heeft u hiervan het voordeel.
De historie in vogelvlucht. Er was al jarenlang ontevredenheid over het systeem van de VAR. De bezwaren waren onder andere dat het veel tijd kostte, erg complex was en voor de Belastingdienst gold daarbovenop het bezwaar dat controle en handhaving van de regels veel problemen opleverde. Na diverse (mislukte) pogingen om het bestaande systeem te repareren en om te vormen, wordt er na een moeizame start sinds 1 mei 2016 gewerkt volgens de Wet DBA.
Voorbeeldovereenkomsten. In de aanloopfase konden opdrachtgevers en opdrachtnemers voorbeeldovereenkomsten laten toetsen door de Belastingdienst. Goedgekeurde overeenkomsten werden gepubliceerd op de site van de Belastingdienst.
Niet vlekkeloos. Dit ging niet vlekkeloos, in het begin kwam de inzending en de beoordeling van overeenkomsten maar moeizaam op gang en bovendien bleken reeds goedgekeurde overeenkomsten fouten te bevatten op andere gebieden dan de fiscaliteit. Staatssecretaris Wiebes heeft toegezegd de fouten zo snel mogelijk te herstellen.
Werkbaar systeem? De belangrijkste vraag op dit moment is of er een werkbaar systeem uit de bus is gekomen of niet?
Zelf aan de bak? Voor opdrachtgevers is het systeem van de DBA op het eerste gezicht een verslechtering. Voorheen kon u als opdrachtgever afwachten tot de opdrachtnemer met zijn VAR kwam en deze na controle in uw administratie te verwerken. Nu moet u meestal zelf aan de bak; het zal namelijk vaak de opdrachtgever zijn die moet zorgen voor een (goedgekeurde) overeenkomst van opdracht.
Niet verplicht. U bent als opdrachtgever echter niet verplicht om met voorbeeldovereenkomsten te werken. Als er echter twijfel zou kunnen zijn over het aanwezig zijn van een echte of een fictieve dienstbetrekking, is het raadzaam een voorbeeldovereenkomst te zoeken die het beste bij uw bedrijfsvoering past. Probeer met uw opdrachtnemer(s) dat voorbeeld overeen te komen. Let op. U moet er dan vervolgens uiteraard niet van gaan afwijken.
Vrijwaring. Als opdrachtgever bent u wel degene die het meeste belang heeft bij de goedgekeurde overeenkomst, omdat u dan gevrijwaard bent van naheffingen loonbelasting en premies.
Verschillende overeenkomsten. Voor opdrachtnemers is het precies andersom. Zij leken aanvankelijk beter af te zijn omdat het werk en de verantwoordelijkheid rondom de DBA vooral bij de opdrachtgever zou komen te liggen. Dit pakt echter toch anders uit.
Als uw opdrachtgevers aankomen met goedgekeurde overeenkomsten, dan zult u als opdrachtnemer met verschillende overeenkomsten van opdracht te maken krijgen. Deze moet u beoordelen en in uw administratie verwerken.
Let op. Een VAR was in principe (ook) een oordeel over het fiscaal ondernemerschap van de opdrachtnemer, dit is met de modelovereenkomsten uitdrukkelijk niet het geval.
Bestelauto zonder bijtelling. Als blijkt dat een bestelauto nagenoeg alleen kan worden gebruikt voor goederenvervoer, geldt er geen bijtelling. In deze zaak bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11.03.2016 (GHARL:2016:1690) , gaat het om een bedrijf dat zich bezighoudt met de be- en verwerking van uien en de verkoop en levering hiervan. Voor de bestelauto die binnen het bedrijf gebruikt wordt, wordt geen bijtelling voor het privégebruik in aanmerking genomen. De Belastingdienst is van mening dat er wél een bijtelling geldt. Gevolg: een forse naheffing loonheffing over vijf jaar van meer dan € 65.000,- en een boete van 25%.
Vieze luchtjes niet voldoende. De ondernemer is het hier niet mee eens. Hij stelt onder andere dat de bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De penetrante uienlucht in de cabine maakt personenvervoer (vrijwel) onmogelijk, waardoor een bijtelling niet is vereist. De rechter vindt de uiengeur echter onvoldoende aanleiding om de bestelauto als ongeschikt voor personenvervoer te bestempelen. Dit blijkt simpelweg uit het feit dat de bestelauto juist wordt gebruikt voor het vervoer van medewerkers van en naar de uienvelden.
Afwisselend gebruik. Uiteindelijk lukt het de ondernemer wel om de rechter te overtuigen van het feit dat de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt. Er kan daarom worden volstaan met een eindheffing van € 300,- per jaar, waarmee een eventueel privégebruik wordt afgekocht. Zodoende kan de naheffingsaanslag worden verminderd tot een bedrag van € 1.500,-!
Bewijs verzamelen. Bent u van mening dat uw bestelauto ongeschikt is voor personenvervoer? Leg dan goed vast op basis van welke kenmerken u de bestelauto hiervoor ongeschikt acht. Maak foto’s waaruit dit blijkt, bijvoorbeeld om aan te tonen hoe vies de auto regelmatig van binnen is. Daarmee kunt u in een latere discussie met de Belastingdienst uw standpunt onderbouwen. Tip. Wilt u 100% zekerheid? Vraag dan aan de Belastingdienst om een standpuntbepaling.
Niet zo simpel. Er is een aantal situaties mogelijk waarmee u te maken krijgt als u reiskosten vergoedt en werknemers gaan carpoolen:
Georganiseerd door werknemers. Stel, een werknemer carpoolt met collega’s. U mag dan deze werknemer én degenen die meerijden onbelast € 0,19/km vergoeden. Let op. Dat mag alleen over de normale reisafstand van elke werknemer en niet over de omrijdkilometers om hem op te pikken.
Door u georganiseerd. Heeft u als werkgever geregeld dat een werknemer enkele collega’s ophaalt, dan is er sprake van ‘vervoer vanwege de werkgever’. Let op. U mag dan alléén de bestuurder onbelast € 0,19/km vergoeden voor zijn normale rit en voor de extra kilometers die hij maakt om de collega’s op te halen. Tip. Werknemers mogen wel onderling afspreken dat ze de chauffeur een vergoeding betalen voor de moeite.
Georganiseerd door werknemers. Een werknemer met een auto van de zaak spreekt met collega’s af om ze op te halen. Deze bestuurder mag u dan géén onbelaste vergoeding geven; tenslotte rijdt deze in een auto van de zaak. De meerijders mag u echter wel de onbelaste vergoeding van € 0,19/km geven. De extra kilometers om de collega’s op te halen zijn privéritten.
Door u georganiseerd. Als ú regelt dat een werknemer met een auto van de zaak collega’s ophaalt, is er weer sprake van ‘vervoer vanwege de werkgever’. Onbelaste reiskosten zijn dan niet toegestaan. Alleen in dit geval vormen de omrijdkilometers voor de chauffeur zakelijke kilometers.
Als werknemers met u meerijden? Kunnen werknemers met u als ondernemer meerijden, dan is voor hen sprake van vervoer vanwege de werkgever. U mag de extra kilometers wel aanmerken als zakelijke ritten voor uzelf, maar als u de werknemer een vergoeding hiervoor geeft, is deze niet belastingvrij. Het maakt daarbij niet uit of u een auto van de zaak rijdt of een privéauto.
Méér dan € 0,19/km? Als de vergoeding hoger is dan het onbelaste deel, moet u het meerdere als belast loon of eindheffingsloon aanmerken.
| Auto-eigenaar | Initiatiefnemer carpool | Bestuurder | Meerijder(s) |
| De werknemer | werkgever | € 0,19/kmwel omrijdkilometers | geen onbelaste km-vergoeding |
| werknemer | € 0,19/kmgeen omrijdkilometers | € 0,19/kmgeen omrijdkilometers | |
| De zaak | werkgever | geen onbelaste km-vergoeding | geen onbelaste km-vergoeding |
| werknemer | geen onbelaste km-vergoeding | € 0,19/kmgeen omrijdkilometers |
Modelovereenkomsten. De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) heeft veel stof doen opwaaien. Na veel discussie is besloten deze per 1 mei 2016 te vervangen door zogenaamde ‘modelovereenkomsten’. Dit zijn overeenkomsten tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer waarin de onderlinge verhoudingen zijn vastgelegd ten aanzien van een opdracht.
Vooraf getoetst. Doordat u gebruik kunt maken van modelovereenkomsten waarvan de fiscale status door de fiscus vooraf is getoetst, bieden deze overeenkomsten zekerheid omtrent de fiscale status van de opdrachtnemer. Dit is met name voor uw opdrachtgever van belang, omdat hij hierdoor zeker weet dat de inhouding van loonheffing achterwege kan blijven bij het betalen van uw factuur.
Dit klinkt natuurlijk allemaal erg praktisch, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Allereerst omdat er niet voor alle soorten opdrachten modelovereenkomsten voorhanden zijn. De branche- en beroepsgroepspecifieke overeenkomsten zijn nog zeer beperkt in aantal.
Op de website van de fiscus. Dit heeft de fiscus opgelost door een aantal algemene overeenkomsten te publiceren ( http://www.belastingdienst.nl zoekterm: modelovereenkomsten). Deze kunnen binnen iedere branche of voor ieder beroep worden gehanteerd. Let op. Zorg er wel voor dat u de opdracht ook uitvoert conform de in deze algemene modelovereenkomst opgenomen afspraken. Anders verliezen u en uw opdrachtgever de fiscale zekerheid.
“Is een model verplicht?” Dit is een vraag die in de praktijk nog wel eens wordt gesteld.
Dit is zeker niet het geval. Het kan echter wel verstandig zijn hiervan gebruik te maken, bijvoorbeeld als u een langdurige fulltime-opdracht op kantoor van uw opdrachtgever uitvoert.
Alleen op verzoek. Maar als u veel verschillende opdrachtgevers heeft en niet twijfelt aan uw fiscale ondernemerschap, dan leidt het gebruik van modelovereenkomsten alleen maar tot administratief gedoe. Alleen op het moment dat een van uw opdrachtgevers hierom uitdrukkelijk verzoekt, is het opstellen hiervan nuttig.
Een andere vraag die vaak gesteld wordt is: “Is het noodzakelijk voor iedere opdrachtgever een nieuwe modelovereenkomst op te maken?”
Gebruik eerdere overeenkomsten. Als u (of uw opdrachtgever) zekerheid wilt omtrent de fiscale status van de opdracht, dan is het inderdaad noodzakelijk een nieuwe overeenkomst op te maken. Het is echter niet nodig om iedere keer een geheel nieuwe overeenkomst op te maken. Als de inhoud van de opdracht (exact) overeenkomt met een eerdere opdracht, dan kunt u die modelovereenkomst opnieuw gebruiken.
Let op. Het is dan wel noodzakelijk dat de voorwaarden waaronder deze opdrachten plaatsvinden exact overeenkomen. Een (kleine) afwijking betekent dat uw opdrachtgever niet langer kan vertrouwen op de rechtszekerheid die de modelovereenkomst biedt.
Voorbelasting verrekenen. Indien u als ondernemer goederen of diensten van een andere ondernemer afneemt, wordt hierover btw in rekening gebracht. Deze btw kunt u vervolgens verrekenen in uw aangifte omzetbelasting als voorbelasting. Uw bedrijf moet dan uiteraard zelf ook btw-belaste prestaties verrichten.
Factuureisen. Voor de verrekening van deze ‘inkoop-btw’ stelt de fiscus wel een aantal eisen. Zo moet u beschikken over een factuur van uw leverancier die aan de factuurvereisten voldoet. Denk hierbij aan het opnemen op de factuur van een juiste tenaamstelling van zowel de leverancier als de afnemer, het btw-nummer van de leverancier, zijn KvK-nummer, alsmede een uniek factuurnummer. Let op. Als de inkoopfactuur niet aan de factuurvereisten voldoet, dan mag de daarop vermelde btw niet worden verrekend. En dat verhoogt uw inkoopkosten uiteraard aanzienlijk!
Waar gaat het mis? Met name de tenaamstelling van de afnemer gaat in de praktijk nog wel eens mis. Uw leverancier hanteert wellicht gewoon uw privénaam en realiseert zich niet dat deze levering op naam van uw bedrijf moet plaatsvinden. Of u heeft uw privénaam geregistreerd in een webshop en doet nu een zakelijke bestelling.
Juridische naam. Maar welke naam moet u nu eigenlijk precies hanteren? Het gaat hierbij om de naam van de onderneming waaraan het btw-nummer is verstrekt. Deze komt overeen met uw inschrijving bij de KvK. Een factuur op naam van u als ondernemer of op naam van één van de vennoten van een samenwerkingsverband is dus niet juist. Let op. Bij een vennootschap onder firma is ook het achtervoegsel Vof noodzakelijk.
Vereenvoudigde factuur. Het niet voldoen aan de factuurvereisten is niet altijd direct een probleem. Zo bestaat er allereerst een coulanceregeling voor facturen tot een bedrag van € 100,- (inclusief btw). Voor dergelijke kleine facturen mag worden volstaan met een vereenvoudigde factuur, hetgeen ook een kassabon mag zijn. Hierop moet het volgende zijn vermeld:
Kassabonnen voldoende duidelijk. De meeste kassabonnen zullen aan deze eisen voldoen. Zodoende zijn dergelijke bonnen bij bedragen tot € 100,- voldoende om aanspraak te kunnen maken op aftrek van de daarop vermelde btw.
Brandstofbonnen. Voor brandstofbonnen geldt dat deze ook boven de grens van € 100,- op basis van een kassabon acceptabel zijn. Wel moet de betaling gedaan zijn met uw zakelijke bankpas, creditcard of tankpas.
Lichte gebreken. Daarnaast blijkt uit de rechtspraak en uitlatingen van de staatssecretaris dat lichte gebreken ook niet per definitie noodlottig zijn voor de aftrek van btw. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het ontbreken van het KvK-nummer van de leverancier of zijn adres. Als eenvoudig is vast te stellen welke leverancier de goederen of diensten heeft geleverd, is dit geen probleem.
Hoe zat dat alweer bij uzelf? Indien u voor uw zakelijk telefoonverkeer de keuze heeft tussen een vaste en een mobiele aansluiting, maakt dit voor de aftrekbaarheid van de kosten niet veel uit.
En als u vanuit uw woning werkt? Als u echter vanuit uw privéwoning werkt, ligt het wat anders. De kosten van het vaste telefoonabonnement zijn dan niet aftrekbaar. Tip. De kosten voor zakelijke gesprekken zijn uiteraard wel aftrekbaar. Als u vanuit een aparte ruimte in uw huis werkt waar (ook) een telefoonaansluiting is, dan zijn de kosten weer wel aftrekbaar. Cruciaal voor het antwoord op de vraag of abonnementskosten aftrekbaar zijn, is dus de plaats waar de vaste telefoonaansluiting zit.
Kwestie van rekenen. De vraag of de kosten van een vast abonnement aftrekbaar zijn, kan dus mede bepalend zijn voor de vraag hoe u uw (mobiele en vaste) telefoonverkeer het beste kunt regelen. Zijn de kosten voor een ‘vast’ abonnement niet aftrekbaar, dan is een goedkoop abonnement met hogere gesprekskosten waarschijnlijk gunstiger dan een duur abonnement met lage variabele kosten. Tip. Bereken aan de hand van uw oude rekeningen waar voor u het omslagpunt ligt.
Mobiele telefoon voor uzelf. Als u eenmaal weet wat voor u het gunstigste uitpakt qua ‘vaste’ telefoon, is het ook eenvoudig kiezen hoe u omgaat met uw mobiele telefoon. Als u uw mobieltje voor meer dan 10% zakelijk gebruikt, zijn alle kosten minus een privécorrectie aftrekbaar.
Mobiele telefoon voor uw personeel. Als ondernemer ontkomt u er vaak niet aan om werknemers die niet op kantoor zitten of die buiten kantooruren bereikbaar moeten zijn, een ‘mobieltje van de zaak’ te geven.
Tip 1. Onder de werkkostenregeling geldt een speciale vrijstelling als u van mening bent dat een mobiele telefoon noodzakelijk is voor uw werknemer, mag u deze belastingvrij vergoeden of verstrekken.
Tip 2. Deze mobieltjes komen dan niet ten laste van uw vrije ruimte.
Lagere energierekening. De energiekosten zijn voor veel ondernemers een behoorlijke kostenpost. De gedachte aan zonnepanelen komt dan al snel op. Let op. Helaas behoren de landelijke subsidieregelingen voor de aanschaf van zonnepanalen inmiddels tot het verleden. Er zijn nog wel lokale initiatieven die vaak de vorm hebben van een financiering tegen gunstige voorwaarden. Tip. Ga op http://www.energiesubsidiewijzer.nl na wat er in uw gemeente op dit gebied nog mogelijk is.
Alternatieven. Misschien moet u echter een alternatief waarvoor nog wel subsidie mogelijk is, overwegen. Denk aan een zonneboiler, warmtepomp, pelletkachel of biomassaketel. Tip. U kunt dan wellicht gebruikmaken van de regeling Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) die geldt voor particulieren, woningcorporaties én ondernemers in aangewezen sectoren.
Bedrijfsmiddel. Zonnepanelen worden als afzonderlijke bedrijfsmiddelen gezien waarop u gewoon kunt afschrijven.
Investeringsaftrek. U kunt voor zonnepanelen Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) krijgen (maximaal 28%). Daarnaast krijgt u ook Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze bedraagt in 2016 maar liefst 58%.
Btw. Als u zonnepanelen wilt plaatsen op uw bedrijfspand, is het allemaal niet zo ingewikkeld: als u btw-ondernemer bent, is de btw op uw investering inclusief het installatiewerk gewoon als voorbelasting aftrekbaar.
Investeringsaftrek. Voor uw investering in zonnepanelen en het bijbehorende installatiewerk kunt u naast de reguliere afschrijving aanspraak maken op KIA en EIA.
Huurpand. Zit u in een gehuurd bedrijfspand, vraag dan, om discussies te vermijden, toestemming aan de eigenaar en maak duidelijke afspraken over de waarde van de zonnepanelen bij het einde van de huur.
Privé of zakelijk? Als uw bedrijf naast uw woning is gevestigd of als u een woon-/werkpand heeft, dan kan het zijn dat het dak van uw woning de handigste plaats is om uw zonnepanelen te plaatsen. Om te beginnen moet u dan kiezen of u de aanschaf van zonnepanelen als een privéaangelegenheid wilt zien of als een bedrijfsmatige.
Privé. Als u ervoor kiest om de zonnepanelen privé aan te schaffen, dan wordt u voor deze activiteit voor de btw als ondernemer aangemerkt. Dan geldt er een speciale regeling voor wat betreft de aftrek van voorbelasting en voor de btw over de energie die u teruglevert aan het net. Let op. Investeringsaftrek krijgt u dan uiteraard niet.
Zakelijk. Zoals gezegd, kunt u er ook voor kiezen om de zonnepanelen zakelijk aan te schaffen. Ook dan geldt dat de btw op de aanschaf en de installatie van de zonnepanelen voor u gewoon aftrekbaar is. Daarnaast kunt u ook in dat geval gewoon KIA en EIA claimen.
Tip. Het zakelijk aanschaffen van de zonnepanelen zal vanwege de EIA vaak de voordeligste keuze zijn. Ook administratief is dit veel simpeler.
Nieuw. De overheid heeft zowel de nieuwe Energielijst als Milieulijst voor 2016 gepubliceerd. In deze lijsten zijn energiebesparende en duurzame investeringen opgenomen. Doet u als bouwondernemer een dergelijke investering, dan heeft u recht op extra fiscaal voordeel, dus bovenop de normale Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) van maximaal 28% van het geïnvesteerde bedrag.
Voordelen. Investeert u in een energiebesparend bedrijfsmiddel dat in de Energielijst is opgenomen, dan kunt u aanspraak maken op de Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze is 58% (2015: 41,5%) van het geïnvesteerde bedrag. Voor milieu-investeringen geldt een extra aftrek van maximaal 36%. Bovendien geldt voor sommige bedrijfsmiddelen op de Milieulijst de Vamil-regeling. Hiermee kunt u 75% van het investeringsbedrag versneld afschrijven.
Op http://tipsenadvies-eenmanszaak.nl/download vindt u de ‘Energielijst 2016’ en de ‘Milieulijst 2016’ (TE 06.11.04).
Stel, u gaat investeren in een nieuwe bestelauto voor uw onderneming. U kunt natuurlijk kiezen voor een ‘oude vertrouwde’ diesel, maar uw dealer maakt u attent op de voordelen en mogelijkheden van een elektrische bestelauto. Ook fiscaal is een dergelijke investering zeker niet verkeerd.
36% Milieu-investeringsaftrek (MIA). Allereerst staat een elektrische (bestel)auto op de Milieulijst, dus kunt u 36% Milieu-investeringsaftrek (MIA) claimen. Deze aftrek komt bovenop uw normale investeringsaftrek die u heeft. Stel dat de aanschaf van zo’n elektrische bestelauto € 35.000,- kost, dan heeft u aanspraak op € 12.600,- aan MIA. Bij een belastingtarief van stel 40,4% levert u dit een fiscaal voordeel op van een dikke € 5.000,-. Let op. Voor elektrische auto’s kan helaas geen gebruik worden gemaakt van de Vamil-regeling.
Nog meer voordeel. Elektrische bestelauto’s zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting (mrb). Dat scheelt al snel enkele honderden euro’s per jaar, plus dat de brandstofkosten lager kunnen zijn dan bij een auto op benzine of diesel.
Gunstig. Daarnaast kent een elektrische auto een gunstige bijtelling. Wanneer de bestelauto een vast berijder heeft en voor diegene ook voor privédoeleinden ter beschikking staat, moet er een fiscale inkomensbijtelling plaatsvinden. Normaliter bedraagt deze 25% van de cataloguswaarde. Voor een elektrische bestelauto mag echter worden volstaan met een bijtelling van 4%.
Tijdig melden. Wilt u gebruikmaken van de MIA voor de bestelauto? Dan moet u uw investering wel tijdig aanmelden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze aanmelding dient plaats te vinden binnen drie maanden nadat u de verplichting bent aangegaan. Concreet betekent dit dat u niet kunt wachten tot het moment dat de auto wordt geleverd. De aanmeldingstermijn begint te lopen vanaf het moment dat u met uw dealer een koopcontract heeft gesloten. De aanmelding moet via: http://www.rvo.nl
Oudedagsreserve (voorheen ‘FOR’). Als u als ondernemer voor de inkomstenbelasting minstens 1.225 uur in uw bedrijf werkt en in het begin van het kalenderjaar nog niet de AOW-leeftijd (2015: 65 jaar en 3 maanden) had bereikt, kunt u ge-bruikmaken van de oudedagsreserve. Beter bekend als ‘fiscale oudedagsreserve’ ( FOR).
Of u gebruikmaakt van de FOR mag u ieder jaar weer opnieuw zelf bepalen.
Maximale reserve. Doet u mee, dan mag u voor 2015 9,8% van uw winst reserveren tot een maximum van € 8.631,-. Het gereserveerde bedrag vermindert uw winst en daardoor betaalt u dus ook minder belasting. Als u met uw bedrijf stopt, moet u alsnog over de opgebouwde reserves met de fiscus afrekenen. Het is dus geen afstel, maar uitstel van betaling. Tip. Reserveer de dotaties ook echt (bijv. op een spaarrekening), zodat u later ook het geld heeft om erover af te rekenen.
Maximaal toevoegen. Het bedrag dat u over 2015 maximaal mag toevoegen aan de oudedagsreserve is: eigen vermogen per 31.12.2015 -/- de stand oudedagsreserve per 01.01.2015.
Reeds pensioenpremie betaald? Heeft u in 2015 pensioenpremie betaald die u al van de winst heeft afgetrokken? Dan moet u de betaalde pensioenpremie op de reservering oudedagsreserve in mindering brengen.
Maximum. De FOR mag door de toevoeging niet boven het eigen vermogen uitkomen. Als dit het geval is, valt het gedeelte dat boven het eigen vermogen uitkomt, vrij. Hierover betaalt u belasting.
Voordelen. Het belangrijkste voordeel van de oudedagsreserve is dus het uitstel van belastingbetaling. Dat levert een rente- en liquiditeitsvoordeel op. Een ander voordeel kan zijn dat, als u afrekent na uw 65e , u in een lager belastingtarief valt.
Nadelen. Een nadeel is dat u in de toekomst moet afrekenen over de opgebouwde reserve. Het tarief dat u te zijner tijd over de reserve betaalt, kan ook hoger zijn dan uw huidige belastingtarief. Een ander nadeel is als ondernemers de dotatie oudedagsreserve alleen op papier doen. Dus feitelijk wordt er geen geld gereserveerd en er moet afgerekend worden over ‘reserve’ die er niet (meer) is.
Wanneer nadelig belastingtarief? Dit is met name het geval als uw inkomen, omdat u moet afrekenen over de reserve, boven de € 66.422,- komt te liggen. U betaalt dan immers over het meerdere 52% (2016) belasting. Was het tarief toen u reserveerde lager, bijvoorbeeld 33,1 of 42%, dan betaalt u per saldo dus meer belasting en dan is het nog maar de vraag of dit opweegt tegen de genoemde voordelen. Anderzijds rekent u meestal pas af over de oudedagsreserve als u 65 jaar bent geweest. U heeft dan het voordeel dat u over de eerste € 33.715,- (2016) inkomen circa 18% minder belasting betaalt.
Wanneer afrekenen? De fiscus wil de garantie dat u te zijner tijd de belasting over de opgebouwde reserve kunt betalen. Zo is bepaald dat u (naast het max. saldo) in drie situaties moet afrekenen: