“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Timmerman en leraar. Onlangs speelde er voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 29.04.2016 (GHSHE:2016:75) , een rechtszaak over een timmerman die een timmerbedrijf in de vorm van een eenmanszaak runt. Een deel van zijn tijd besteedt hij aan lesgeven op basisscholen als invalleerkracht. Hij verstuurt hiervoor facturen vanuit zijn onderneming.
Alles op één hoop! Voor deze werkzaamheden heeft hij zijn inschrijving bij de KvK uitgebreid. Naast de timmerwerkzaamheden heeft hij een subcategorie toegevoegd waarin de onderwijsactiviteiten zijn opgenomen. In zijn aangifte inkomstenbelasting verantwoordt de man dan ook alle omzet gezamenlijk als zijn winst uit onderneming.
Vergeten. De betrokken scholen houden echter gewoon loonheffing in op de aan de ondernemer uitbetaalde bedragen. Omdat de man in eerste instantie is vergeten deze loonheffing ad € 9.000,- te verrekenen in zijn aangifte, neemt hij contact op met de Belastingdienst.
Dienstbetrekking. Zo komt het balletje aan het rollen. De inspecteur stemt toe in de verrekening van de loonheffing, maar is kritisch over de onderwijsactiviteiten. Hij is van mening dat de man deze activiteiten niet in het kader van zijn onderneming verricht, maar in dienstbetrekking. Dit blijkt onder meer uit de contracten die met de scholen zijn gesloten, waarin steevast wordt gesproken over ‘werknemer’. Bovendien heeft de man recht op vakantiedagen en doorbetaling bij ziekte. Daarnaast houden de scholen loonheffing in op de uitbetaalde bedragen.
Urencriterium. De rechter is het eens met de inspecteur dat de onderwijsactiviteiten in loondienst plaatsvinden en dus geen onderdeel uitmaken van de onderneming. Als gevolg hiervan voldoet de man niet aan het urencriterium. Aan zijn timmerwerkzaamheden besteedt hij namelijk op jaarbasis minder dan 1.225 uur. Hij heeft dan ook geen recht meer op zelfstandigenaftrek. Dat scheelt fiscaal natuurlijk behoorlijk!
Diverse activiteiten. Doordat steeds meer mensen als zelfstandige werken en de flexibiliteit op de arbeidsmarkt groot is, zien we in de praktijk steeds meer ondernemers die hun ondernemerschap opbouwen uit diverse activiteiten. Zij zijn actief in verschillende sectoren en zorgen er zo voor dat er brood op de plank komt. Let op. Op zich is daar fiscaal niets mis mee, maar u moet zich er wel bewust van zijn dat iedere activiteit fiscaal afzonderlijk beoordeeld wordt. Gekeken wordt of deze voldoende zelfstandigheid bezit om onderdeel uit te maken van uw onderneming.
Uren. Is dit niet het geval, dan mogen de daaraan bestede uren niet worden meegeteld voor het urencriterium. U loopt dan dus het risico de ondernemersfaciliteiten, waaronder de zelfstandigenaftrek en toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve, mis te lopen. Tip. Zorg er daarom voor dat de zelfstandigheid van iedere activiteit goed is vastgelegd in de contracten met de opdrachtgevers en in de wijze van verwerking in hun administratie. Ook kunt u gebruikmaken van de inmiddels definitief ingevoerde modelovereenkomsten.
1.225-ureneis. Als ondernemer in de inkomstenbelasting, zoals eenmanszaken, maatschappen en Vof’s, heeft u recht op een aantal specifieke fiscale voordelen. Daarvoor geldt dat u minstens 1.225 uren per jaar in uw bedrijf actief moet zijn en dat dit meer dan de helft van al uw gewerkte uren is. Deze laatste eis geldt overigens niet voor starters. U kunt het aantal gewerkte uren aannemelijk maken met een zogenaamde urenstaat, waarin u bijhoudt waarmee u bezig bent en hoeveel uren hiermee gemoeid zijn.
Dat u minstens 1.225 uren in uw bedrijf werkzaam bent, het zogenaamde urencriterium, geldt voor de zelfstandigenaftrek, de oudedagsreserve, de meewerkaftrek en de speur- en ontwikkelingsaftrek. Deze faciliteiten mist u dus bij onvoldoende uren. Probeer dit te voorkomen, want alleen al de zelfstandigenaftrek levert € 7.280,- aan aftrek op.
Urenstaat achteraf? Het bijhouden van een urenstaat is een nauwkeurig, tijdrovend en vervelend karwei. Veel van uw collega’s gokken het er dan ook maar op dat de inspecteur aanneemt dat men genoeg tijd in het bedrijf actief is. Gaat die echter vragen stellen, wat met name bij twijfelgevallen gebeurt, dan probeert men alsnog achteraf een urenstaat in elkaar te draaien. De rechter heeft onlangs duidelijk gemaakt of dit wel kan.
In het berechte geval ging het om een pianohersteller die diende aan te tonen dat hij ten minste 1.225 uren in zijn bedrijf werkte. Daarvoor bediende hij zich van een achteraf opgestelde urenstaat, waarin hij uitkwam op 1.480 uren. Daarvan waren er slechts 216 declarabel. Voor de resterende uren handelde het zich om onderzoekswerkzaamheden. Het Hof accepteerde de urenstaat echter niet. Volgens de rechters is een achteraf opgestelde urenstaat weliswaar mogelijk, maar was deze in dit geval te globaal, niet gespecificeerd en te algemeen van aard. De fiscus werd dan ook in het gelijk gesteld, Gerechtshof Den Haag, 22.04.2016 (GHDHA:2016:1105) .
Het mag met een ‘maar’. Het belang van de uitspraak is gelegen in het feit dat een urenstaat ook achteraf mag worden samengesteld. Dit is echter een minder veilige optie dan het dagelijks bijhouden van uw uren, zo blijkt. Logisch ook, want dan moet u zich al uw activiteiten soms jaren later zien te herinneren. De achteraf opgestelde urenstaat was in dit geval dan ook te globaal, te weinig gespecificeerd en te algemeen.
Verstandiger. Wilt u dit voorkomen, dan moet u wel dagelijks of hooguit wekelijks uw activiteiten bijhouden. Of u die direct in klad of pas achteraf in een urenstaat verwerkt, is minder van belang.
Slimmer. Rond uw uren niet teveel af op hele uren, want dat is ongeloofwaardig. Hetzelfde geldt als u bijv. vermeldt dagelijks één uur met uw administratie, schoonmaken of de telefoon bezig te zijn. Heeft u dus veel onrendabele uren of moet u veel uren maken om een kleine omzet binnen te halen, dan kunt u vragen verwachten. Hetzelfde geldt als voor de hand ligt dat u moeilijk aan het urencriterium kunt voldoen omdat u ernaast ook nog een drukke baan of jonge kinderen heeft.
De rekentool ‘E-urenstaat’ kunt u bij ons opvragen.
Voordelen. Het gebruik van e-mail kent vele voordelen. Het is praktisch, goedkoop, snel, drempelloos, het is geschikter als bewijs dan mondelinge of telefonische afspraken en een retourbericht maakt die bewijskracht nog groter.
Nadelen. Toch zijn er ook nadelen aan het gebruik van e-mail. Als u namelijk geen retourbericht krijgt, kunt u niet bewijzen dat de e-mail is ontvangen. Bovendien is een e-mail relatief gemakkelijk vervalsbaar en heeft daardoor minder bewijskracht dan ondertekende papieren stukken.
Wettelijke plicht. Ten slotte schrijft de wet voor dat sommige juridische handelingen schriftelijk moeten gebeuren en dus eigenlijk niet per e-mail kunnen plaatsvinden. In sommige situaties ziet de rechter een e-mail ook als ‘schriftelijk’, maar zeker niet altijd. Tip. Neem geen risico: gebruik geen e-mail als de wet ‘schriftelijk’ (papier) voorschrijft.
Belangrijke overeenkomsten. Het sluiten van overeenkomsten per e-mail levert (uitzonderingen daargelaten) minder hard bewijs op dan een ‘papieren’ overeenkomst. Dat kan problematisch zijn als het bestaan van de overeenkomst later wordt ontkend. Tip. Sluit belangrijke overeenkomsten altijd op papier en bewaar een origineel.
Ingebrekestellingen. Wanneer iemand een overeenkomst niet nakomt, is het soms noodzakelijk en vrijwel altijd verstandig om eerst een ingebrekestelling te verzenden voordat u de overeenkomst ontbindt of schadevergoeding eist. Een dergelijke ingebrekestelling moet een redelijke termijn bevatten waarin de andere partij zijn verplichtingen alsnog moet nakomen en moet schriftelijk gebeuren. Dat kan dus niet per e-mail.
Ontbinding. Heeft de ingebrekestelling geen succes en wilt u van een overeenkomst af? Dan moet de ontbinding van die overeenkomst ook schriftelijk gebeuren.
Verjaring stuiten. Verjaart een verplichting van uw wederpartij bijna? Dan kunt u de verjaringstermijn ‘resetten’ door de verjaring te stuiten. Dat moet met een schriftelijke verklaring en kan dus in beginsel niet per e-mail.
Bewijs. Vermoedt u dat een conflict kan ontstaan in een bepaald geval? Dan is het in het kader van bewijsvergaring verstandig om een brief per aangetekende post te verzenden en geen e-mail.
Feitelijke afspraken. Facturen kunt u verzenden per e-mail. Afspraken die geen juridische consequenties hebben, kunt u prima per e-mail maken. Denk aan het (informeel) afspreken van een leveringstijdstip of het maken van een afspraak op kantoor bij de klant. Ook bijvoorbeeld de eenzijdige vastlegging van een telefoongesprek kan per e-mail gebeuren. Inzake mailen met de fiscus, komt in de volgende uitgave een vervolg.
Risico versus nut afwegen. Overeenkomsten waar u slechts een klein belang bij heeft en die u sluit met een betrouwbare wederpartij kunt u prima per e-mail sluiten. Tip. Weeg vooraf het praktisch nut van e-mail af tegen het risico dat een gemaakte afspraak nadien wordt ontkend.
Wisselen van auto en geen privégebruik. Zoals bekend, kan de bijtelling voor een auto van de zaak achterwege blijven als u kunt aantonen dat u de auto in het kalenderjaar minder dan 500 km privé heeft gebruikt. Let op. De regel dat u niet hoeft bij te tellen, geldt per jaar. Als u in de loop van het jaar wisselt van auto, zal de bijtelling dus alleen achterwege blijven als u kunt aantonen dat u in beide auto’s samen in het kalenderjaar minder dan 500 km privé heeft gereden.
Overstap naar een auto met 0%-bijtelling. In 2013 rijdt een werknemer de eerste helft van het jaar in een Mercedes C220 waarvoor een 25%-bijtelling geldt. De werknemer houdt een rittenstaat bij waaruit blijkt dat hij deze auto niet privé gebruikt. In juli 2013 krijgt de werknemer een Opel Ampera, waarvoor een 0%-bijtelling geldt. Omdat de bijtelling toch 0% is, gebruikt de werknemer deze auto ook privé.
Naheffing. Over heel het jaar 2013 kan de werknemer niet aantonen dat de auto’s minder dan 500 km voor privé zijn gebruikt. Daarom moet er volgens het Gerechtshof Amsterdam, 27.04.2016 (GHAMS:2016:1579) , voor beide auto’s alsnog bijgeteld worden. Voor de Opel Ampera is de bijtelling 0%, maar voor de Mercedes moet alsnog een fors bedrag aan belasting betaald worden, terwijl die auto niet privé is gebruikt!
Let op. Als u meerdere auto’s per jaar rijdt, moeten alle privékilometers bij elkaar opgeteld worden. Als u dus bijvoorbeeld overstapt van een auto met een hoge bijtelling die u niet privé heeft gebruikt naar een auto met 0%-bijtelling, is het belangrijk met die auto de rest van het jaar minder dan 500 km privé te rijden om een bijtelling over de eerdere auto te voorkomen. Houd dan ook voor de tweede auto een rittenstaat bij.
De 0%-bijtelling is inmiddels afgeschaft, maar er zijn nog steeds auto’s waarvoor een 0%-bijtelling geldt. De datum waarop de auto op naam is gesteld, bepaalt namelijk de hoogte van de bijtelling. Voor auto’s met een CO2 -uitstoot van maximaal 50 gr./km die voor 1 januari 2014 voor het eerst op naam zijn gesteld, geldt vijf jaar lang de 0%-bijtelling.
Modelovereenkomsten. De afschaffing van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) heeft veel stof doen opwaaien. Na veel discussie is besloten deze per 1 mei 2016 te vervangen door zogenaamde ‘modelovereenkomsten’. Dit zijn overeenkomsten tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer waarin de onderlinge verhoudingen zijn vastgelegd ten aanzien van een opdracht.
Vooraf getoetst. Doordat u gebruik kunt maken van modelovereenkomsten waarvan de fiscale status door de fiscus vooraf is getoetst, bieden deze overeenkomsten zekerheid omtrent de fiscale status van de opdrachtnemer. Dit is met name voor uw opdrachtgever van belang, omdat hij hierdoor zeker weet dat de inhouding van loonheffing achterwege kan blijven bij het betalen van uw factuur.
Dit klinkt natuurlijk allemaal erg praktisch, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Allereerst omdat er niet voor alle soorten opdrachten modelovereenkomsten voorhanden zijn. De branche- en beroepsgroepspecifieke overeenkomsten zijn nog zeer beperkt in aantal.
Op de website van de fiscus. Dit heeft de fiscus opgelost door een aantal algemene overeenkomsten te publiceren ( http://www.belastingdienst.nl zoekterm: modelovereenkomsten). Deze kunnen binnen iedere branche of voor ieder beroep worden gehanteerd. Let op. Zorg er wel voor dat u de opdracht ook uitvoert conform de in deze algemene modelovereenkomst opgenomen afspraken. Anders verliezen u en uw opdrachtgever de fiscale zekerheid.
“Is een model verplicht?” Dit is een vraag die in de praktijk nog wel eens wordt gesteld.
Dit is zeker niet het geval. Het kan echter wel verstandig zijn hiervan gebruik te maken, bijvoorbeeld als u een langdurige fulltime-opdracht op kantoor van uw opdrachtgever uitvoert.
Alleen op verzoek. Maar als u veel verschillende opdrachtgevers heeft en niet twijfelt aan uw fiscale ondernemerschap, dan leidt het gebruik van modelovereenkomsten alleen maar tot administratief gedoe. Alleen op het moment dat een van uw opdrachtgevers hierom uitdrukkelijk verzoekt, is het opstellen hiervan nuttig.
Een andere vraag die vaak gesteld wordt is: “Is het noodzakelijk voor iedere opdrachtgever een nieuwe modelovereenkomst op te maken?”
Gebruik eerdere overeenkomsten. Als u (of uw opdrachtgever) zekerheid wilt omtrent de fiscale status van de opdracht, dan is het inderdaad noodzakelijk een nieuwe overeenkomst op te maken. Het is echter niet nodig om iedere keer een geheel nieuwe overeenkomst op te maken. Als de inhoud van de opdracht (exact) overeenkomt met een eerdere opdracht, dan kunt u die modelovereenkomst opnieuw gebruiken.
Let op. Het is dan wel noodzakelijk dat de voorwaarden waaronder deze opdrachten plaatsvinden exact overeenkomen. Een (kleine) afwijking betekent dat uw opdrachtgever niet langer kan vertrouwen op de rechtszekerheid die de modelovereenkomst biedt.
Voorbelasting verrekenen. Indien u als ondernemer goederen of diensten van een andere ondernemer afneemt, wordt hierover btw in rekening gebracht. Deze btw kunt u vervolgens verrekenen in uw aangifte omzetbelasting als voorbelasting. Uw bedrijf moet dan uiteraard zelf ook btw-belaste prestaties verrichten.
Factuureisen. Voor de verrekening van deze ‘inkoop-btw’ stelt de fiscus wel een aantal eisen. Zo moet u beschikken over een factuur van uw leverancier die aan de factuurvereisten voldoet. Denk hierbij aan het opnemen op de factuur van een juiste tenaamstelling van zowel de leverancier als de afnemer, het btw-nummer van de leverancier, zijn KvK-nummer, alsmede een uniek factuurnummer. Let op. Als de inkoopfactuur niet aan de factuurvereisten voldoet, dan mag de daarop vermelde btw niet worden verrekend. En dat verhoogt uw inkoopkosten uiteraard aanzienlijk!
Waar gaat het mis? Met name de tenaamstelling van de afnemer gaat in de praktijk nog wel eens mis. Uw leverancier hanteert wellicht gewoon uw privénaam en realiseert zich niet dat deze levering op naam van uw bedrijf moet plaatsvinden. Of u heeft uw privénaam geregistreerd in een webshop en doet nu een zakelijke bestelling.
Juridische naam. Maar welke naam moet u nu eigenlijk precies hanteren? Het gaat hierbij om de naam van de onderneming waaraan het btw-nummer is verstrekt. Deze komt overeen met uw inschrijving bij de KvK. Een factuur op naam van u als ondernemer of op naam van één van de vennoten van een samenwerkingsverband is dus niet juist. Let op. Bij een vennootschap onder firma is ook het achtervoegsel Vof noodzakelijk.
Vereenvoudigde factuur. Het niet voldoen aan de factuurvereisten is niet altijd direct een probleem. Zo bestaat er allereerst een coulanceregeling voor facturen tot een bedrag van € 100,- (inclusief btw). Voor dergelijke kleine facturen mag worden volstaan met een vereenvoudigde factuur, hetgeen ook een kassabon mag zijn. Hierop moet het volgende zijn vermeld:
Kassabonnen voldoende duidelijk. De meeste kassabonnen zullen aan deze eisen voldoen. Zodoende zijn dergelijke bonnen bij bedragen tot € 100,- voldoende om aanspraak te kunnen maken op aftrek van de daarop vermelde btw.
Brandstofbonnen. Voor brandstofbonnen geldt dat deze ook boven de grens van € 100,- op basis van een kassabon acceptabel zijn. Wel moet de betaling gedaan zijn met uw zakelijke bankpas, creditcard of tankpas.
Lichte gebreken. Daarnaast blijkt uit de rechtspraak en uitlatingen van de staatssecretaris dat lichte gebreken ook niet per definitie noodlottig zijn voor de aftrek van btw. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het ontbreken van het KvK-nummer van de leverancier of zijn adres. Als eenvoudig is vast te stellen welke leverancier de goederen of diensten heeft geleverd, is dit geen probleem.
Christenen vieren dan het begin van de kerk. Ze geloven dat de volgelingen van Jezus toen in zijn geest verder gingen.
| CO2 -uitstoot | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
| 0 gr./km | 4% | 4% | 4% | 4%* | 4%* |
| 1 t/m 50 gr./km | 15% | 22% (was 17%) | 22% (was 19%) | 22% | 22% |
| 51 t/m 106 gr./km | 21% | 22% | 22% | 22% | 22% |
| vanaf 107 gr./km | 25% | 22% | 22% | 22% | 22% |
* tot € 50.000,-, daarboven 22%, tenzij waterstofauto.
De termijn van 60 maanden gedurende welke het bijtellingspercentage voor een bepaalde auto geldt, is onveranderd. Die termijn gaat in op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de auto voor het eerst een kentekenregistratie heeft. Let op. Een nieuwe plug-inhybrideauto die eind 2016 is geregistreerd, heeft 15% bijtelling en bij registratie begin 2017, 22% bijtelling.
Vrijwilligers met een uitkering? Deze bedragen gelden ook voor vrijwilligers met een uitkering (WW, ZW, WIA, WAO, Wajong), er wordt dan niet gekort op de uitkering. Wel moet het vrijwilligerswerk gemeld worden en mag dit de kans op een betaalde baan niet in de weg staan.
Vrijwilligers met een bijstandsuitkering? Voor vrijwilligers met een bijstandsuitkering geldt een en ander ook, mits althans de gemeente het vrijwilligerswerk noodzakelijk vindt in het kader van een re-integratietraject. Is dat re-integratiewerk niet aan de orde, dan mag de maandvergoeding max. € 95,- (en per jaar niet meer dan € 764,-) bedragen zonder dat dit korting op de bijstandsuitkering tot gevolg heeft.
Autovakantie. De vakantie staat weer bijna voor de deur en dus trekken honderdduizenden Nederlanders er weer massaal op uit. Daarbij wordt veelal de auto ingezet om op de plaats van bestemming te komen. Gebruikt u hiervoor de auto van de zaak, denk er dan aan dat de hiermee gepaard gaande uitgaven zakelijk zijn en dus aftrekbaar. Wat moet u vooral niet vergeten?
Onderweg tankt u natuurlijk een aantal keer en als het tegenzit, moet u wellicht ook de garage nog opzoeken. Tip. Dergelijke kosten zijn omdat het een zakenauto betreft, zakelijk en dus aftrekbaar. Ook al maakt u die kosten tijdens uw vakantie. Als ‘tegenprestatie’ voor uw privégebruik moet u immers al belasting betalen via de bekende bijtelling en daarmee is in beginsel de kous af. Alle kosten die u onderweg maakt zijn dus in principe aftrekbaar en dat geldt ook als de kosten in het buitenland gemaakt zijn. Het is natuurlijk wel van belang voor bewijs te zorgen. Bewaar dus benzinebonnen, facturen van reparaties, toltickets e.d.
De kosten van schade die u tijdens uw vakantie veroorzaakt, is privé en dus niet aftrekbaar. Dit moet u los zien van gewoon onderhoud, waarvan de kosten wel aftrekbaar zijn. Een rijschoolhouder die zijn auto tijdens een privérit onder invloed van alcohol in de soep reed, kon de kosten dan ook niet ten laste van de winst brengen, Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 30.06.2004 (GHSGR:2004:AP4716) . Oude kost, maar toch.
Extra bijtelling? Houd wel rekening met het feit dat de bijtelling voor uw privégebruik in beginsel het wettelijk vastgestelde percentage is, maar dat de inspecteur hiervan mag afwijken bij relatief veel privégebruik. Hij zal dit dan wel aannemelijk moeten maken. Maar als u even ‘heel kort door de bocht genomen’ vier keer per jaar met de auto op vakantie naar Italië gaat en de benzinebonnen ten laste van de zaak brengt, is dit natuurlijk een koud kunstje. De inspecteur kan dan al snel een hogere bijtelling als privéonttrekking in aanmerking nemen. Overdrijf het dus ook weer niet.
Ook de btw op de kosten van uw zakenauto is aftrekbaar, zelfs als het facturen tijdens de vakantie betreft. Aan het einde van het jaar moet u wel een percentage van de cataloguswaarde van uw auto als privéonttrekking voor de btw in aanmerking nemen: 2,7% voor auto’s tot vijf jaar oud en daarna 1,5%. Voor zover u meer aan btw heeft betaald, is dit meerdere dus wel aftrekbaar. Ook nu zult u facturen moeten bewaren om uw uitgaven te bewijzen. Bonnetjes bewaren dus!
Buitenlandse btw. Ook in het buitenland betaalde btw is in beginsel aftrekbaar, maar dit vergt wel de nodige administratieve inspanningen. Bovendien gelden er aanvullende eisen, zoals een minimumbedrag van € 50,- als grens voordat de btw geclaimd kan worden. Het terugvragen van de in het buitenland betaalde btw verloopt wel via de Nederlandse fiscus. Het hele proces is bovendien digitaal. Hiervoor heeft u wel inloggegevens nodig die u eerst weer moet aanvragen. Bij het terugvragen moet u de betaalde btw per land specificeren. Soms moet u de factuur meesturen, wat weer betekent dat u deze moet inscannen. Vraag de btw voor 2016 terug tot uiterlijk 1 oktober 2017.