“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
DGA en BV. In het geval van de directeur-grootaandeelhouder (DGA) die zijn hond overdroeg aan zijn BV, was de DGA niet langer houder van de hond en dus niet langer belastingplichtig voor de hondenbelasting. Een DGA en zijn BV zijn immers twee verschillende personen.
Eenmanszaak. Als eigenaar van een eenmanszaak kunt u uw hond echter niet aan ‘de zaak’ verkopen, omdat er in juridisch opzicht geen verschil is tussen uzelf als privépersoon en uw eenmanszaak. Maar er zijn wellicht andere mogelijkheden om nog een fiscaal voordeel te behalen.
Eigenaar. U moet als houder (eigenaar) van een hond hondenbelasting betalen. Zoals alle belastingen in Nederland heeft ook de hondenbelasting een wettelijke basis, in dit geval de Gemeentewet. In de gemeentelijke belastingverordening moet dit vervolgens verder worden uitgewerkt. Daarbij gelden de nodige regels. Zo mag een gemeente bijvoorbeeld geen belasting heffen naar draagkracht. Wel mag de gemeente bepalen dat voor bepaalde honden wel en voor andere juist geen hondenbelasting verschuldigd is. Hierbij heeft de gemeente een zekere vrijheid, maar er mag geen sprake zijn van willekeur. Een gemeente kan er ook voor kiezen om helemaal geen hondenbelasting te heffen.
Gemeentelijke verordening. De regels die voor uw gemeente gelden, staan in de Verordening hondenbelasting. Veel gemeenten kennen vrijstellingen van hondenbelasting voor politiehonden, blindengeleidehonden en hulphonden voor gehandicapten.
Discriminatie? In het verleden hebben eigenaren van een hond wel geprobeerd de gemeentelijke hondenbelasting aan te vechten omdat deze discriminerend zou zijn.
Geen kattenbelasting. Zij betoogden dat bijvoorbeeld katten (ook) veel overlast en vervuiling veroorzaken en dat er daarom sprake was van verboden discriminatie om van houders van een hond wel (honden)belasting te heffen en van houders van katten niet. Hoewel er voor dit standpunt heel veel te zeggen lijkt, ging de rechter niet mee in deze redenering. Er zijn voldoende verschillen tussen (het houden van) honden en katten om te rechtvaardigen dat er wel hondenbelasting en geen kattenbelasting wordt geheven. Daarmee bleef de hondenbelasting in stand.
Hond van de zaak. U komt er dus waarschijnlijk niet onderuit om voor uw hond hondenbelasting te betalen. Ook niet als u deze voor uw bedrijf gebruikt, bijvoorbeeld als waakhond. Maar het kan toch gunstig zijn om uw hond aan te merken als ‘bedrijfshond’.
Kosten aftrekbaar. U kunt dan (voor de inkomstenbelasting) alle kosten die verband houden met de hond(en) van de ‘zaak’ aftrekken. Dit geldt dus voor de aanschafkosten, de hondenbelasting, het hondenvoer, de hondenren, de dierenarts, verzekeringen, enz.
Btw. Als u btw-belaste prestaties verricht, is de btw op de aankoop van een hond en de uitgaven in verband met de hond, gewoon aftrekbaar. Zorg er wel voor dat u de facturen op de zaak laat zetten, dus bijvoorbeeld ook die van het hondenvoer.
Bonafide bureaus. Om uw risico’s te beperken kun u het beste zakendoen met een NEN-gecertificeerd uitzendbureau. Kijk op http://www.normeringarbeid.nl/ of uw uitzendbureau hieronder valt. Let op. Check goed op de naam. Deze moet precies hetzelfde zijn als de naam in uw contract. Is het antwoord ja (uw uitzendbureau is geregistreerd), dan heeft u het risico voor een boete wegens het niet melden van uitzendactiviteiten bij de Kamer van Koophandel ondervangen. Bovendien kijkt er, doordat het uitzendbureau zich moet laten controleren, iemand mee of de juiste ID-bewijzen voorhanden zijn en of het correcte loon wordt betaald.
Aansprakelijkheid voor wettelijk loon. Als het uitzendbureau een te laag loon betaalt voor een functie, dan kan de uitzendkracht bij u komen om het verschil te claimen. Tip. Zorg dat u redelijke maatregelen neemt om het risico te beperken dat de uitzendkracht te weinig krijgt. Check bij de uitzendkracht wat hij ontvangt en ga na of dit voldoet conform een cao of wettelijk minimumloon. Ga meteen met uw uitzendbureau om tafel als u signalen heeft van onderbetaling. Tip. Wanneer u zakendoet met een NEN-gecertificeerd binnenlands of buitenlands uitzendbureau, vindt een check op het correcte loon plaats en wordt uw risico dus kleiner.
Inlenersaansprakelijkheid. Als het uitzendbureau te weinig loonheffingen en/of btw afdraagt, kan de Belastingdienst u aansprakelijk stellen, ook indien u al de volledige rekening van het uitzendbureau heeft betaald.
G-rekening. U kunt dit risico alleen voorkomen voor zover u een deel van de factuur van het uitzendbureau heeft gestort op de G-rekening van het uitzendbureau. Tip. Als u zakendoet met een NEN-gecertificeerd uitzendbureau, dan is een storting van 25% op de G-rekening voldoende om dit risico uit de weg te ruimen. Let op. Doet u zaken met een uitzendbureau dat geen certificering heeft, dan gaat alleen het daadwerkelijke bedrag van de storting op de G-rekening af van het bedrag wat de Belastingdienst bij u kan claimen.
Niet alleen risico’s. Zo krijgt het uitzendbureau dat een werknemer van 50 jaar en ouder aanneemt, die voorheen werkzoekende was en recht had op een WW-uitkering, een plaatsingsfee van € 300,- als deze werknemer drie maanden in dienst komt. Loopt deze periode op, dan wordt de plaatsingsfee hoger, tot maximaal € 1.500,- in totaal na 12 maanden.
Premiekorting. Hetzelfde geldt wanneer de uitzendkracht onder een van de groepen valt waarvoor premiekorting van toepassing is (zoals een arbeidsgehandicapte). Uiteraard kunt u met uw uitzendbureau afspreken dat u dit voordeel deelt wanneer deze werknemer bij u werkzaam is.
Scholing. Uitzendbureaus moeten voor hun uitzendkrachten globaal gedurende de eerste 78 weken van het dienstverband een bijdrage scholingsfonds betalen. Hiervan mogen wel de daadwerkelijke scholingskosten vanaf getrokken worden. Wilt u uw uitzendkrachten meenemen in een opleiding, dan kunt u waarschijnlijk met uw uitzendbureau afspreken dat zij een deel meebetalen. Dat kost het uitzendbureau waarschijnlijk niets extra omdat ze anders voor deze uitzendkracht een bijdrage scholingsfonds zouden moeten betalen.
Waar gaat het over? Als ondernemer heeft u te maken met diverse belastingen en premies. Zo betaalt u inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en Zvw-premie over uw inkomen (winst). Bij mensen die in loondienst werken, wordt dit iedere maand automatisch van het brutoloon afgehaald, maar als ondernemer moet u dit bedrag jaarlijks ophoesten. Bent u ook nog eens btw-ondernemer? Dan zult u in de meeste gevallen maandelijks of per kwartaal btw moeten afdragen.
Reserveren op aparte rekening. Het is raadzaam om al tijdens het lopende boekjaar een deel van uw winst te reserveren op een aparte bankrekening. Maar hoeveel moet u nu reserveren?
Hoeveel moet u opzij zetten?U heeft een eenmanszaak en uw winst over het eerste halfjaar bedraagt € 35.000,-. U schat dat u het tweede halfjaar ongeveer € 30.000,- winst gaat maken. U bent twee jaar zelfstandig ondernemer en maakt naast de zelfstandigenaftrek ook aanspraak op de startersaftrek.
Let op. Gemakshalve hebben wij in dit voorbeeld geen rekening gehouden met de heffingskortingen en arbeidskorting. Dit is een korting die u uiteraard nog krijgt op het te betalen belastingbedrag.
| Winst uit onderneming (omzet -/- kosten) | € 75.000,- |
| Af: Startersaftrek (vast bedrag 2016) | € 2.123,- |
| Af: Zelfstandigenaftrek (vast bedrag 2016) | € 7.280,- |
| Winst uit onderneming | € 65.597,- |
| Af: MKB-winstvrijstelling (14% van € 65.597,-) | € 9.184,- |
| Belastbare winst uit onderneming | € 56.413,- |
| Bij: Inkomsten uit eigen woning | € 653,- |
| Af: Aftrekkosten eigen woning | € 5.000,- |
| Totaal inkomsten box 1 | € 52.066,- |
| Tarieven box 1 werk en woning (AOW-leeftijd nog niet bereikt) | ||
| Schijf | Belastbaar inkomen | Percentage |
| 1 | t/m € 19.922,- | 36,55% |
| 2 | vanaf € 19.923,- t/m € 33.715,- | 40,40% |
| 3 | vanaf € 33.716,- t/m € 66.421,- | 40,40% |
| 4 | vanaf € 66.422,- | 52% |
Schijf 1: € 19.922,- x 0,3655 = € 7.281,49.
Schijf 2: € 52.066,- -/- € 19.922,- = € 32.144,- x 0,4040 = € 12.986,17.
In totaal moet u dus € 7.281,49 + € 12.986,17 = € 20.267,66 aan inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen afdragen.
Daarbij komt nog € 2.901,- aan Zvw-premie. Totaal zou u dus voor 2016 € 23.169,- moeten reserveren. Dat is ongeveer 31% van uw nettowinst. Dus als u € 0,31 per euro winst reserveert, zit u gebeiteld.
Waarover betaalt u Zvw-premie? Om te beginnen betaalt u Zvw-premie over uw winst uit onderneming. Daarnaast betaalt u premie over eventuele inkomsten uit dienstbetrekking, uit freelancewerkzaamheden en over belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen. U betaalt in 2016 5,5% Zvw-premie tot een maximum van € 52.763-. De maximumbijdrage is dus € 2.901,-.
Het te betalen btw-bedrag kunt u simpel uitrekenen door de bedrijfskosten belast met 21 respectievelijk 6% af te trekken van de omzet belast met 21 respectievelijk 6%. Vermenigvuldig de uitkomst met 21 respectievelijk 6% en u weet wat u aan btw moet betalen. Reserveer tijdig!
Let op. Voorkom dat u de belastingreserve gebruikt voor andere zaken, ook als u even krap zit.
Versterking. Het kan zinvol zijn een student of scholier in te schakelen. Aan deze student of scholier moet u het wettelijk minimumloon betalen dat behoort bij zijn leeftijd. Tip. Als de student of scholier maximaal drie maanden bij u komt werken, kan hij wel meer netto overhouden dan andere werknemers. Dat kan door gebruik te maken van de zogenaamde studenten- en scholierenregeling. Hoe werkt dat?
De regeling. De student of scholier die u inschakelt, is uw werknemer. Daarom moet u hem identificeren, gegevens voor de loonheffing verzamelen en hem opnemen in de loonadministratie.
Voordeel regeling. Het voordeel van de studenten- en scholierenregeling is dat u minder loonheffingen behoeft in te houden. Het is een techniek om te voorkomen dat de scholier of student in eerste instantie te weinig netto overhoudt en een aangifte inkomstenbelasting moet indienen om het verschil weer terug te krijgen. Meestal zal er voor u geen ander voordeel inzitten dan een blije werknemer. Daar staat tegenover dat de regeling ook makkelijk uit te voeren is en dat u verder ook geen extra kosten heeft.
Werking regeling. Als een student of scholier bij u komt werken en een model ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling)’ bij u indient, mag u een lager belastingtarief toepassen en houdt de student of scholier dus netto meer over.
Het model ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen (studenten- en scholierenregeling)’ kunt u bij ons opvragen.
Nadat u het formulier heeft ingevuld, wordt vervolgens steeds op basis van de kwartaaltabellen loonheffing berekend, ook al krijgt de student of scholier vaker (bijvoorbeeld wekelijks) uitbetaald. Daarbij worden verschillende betalingen binnen een kwartaal na elke betaling steeds bij elkaar geteld en de eerder betaalde loonheffing wordt vervolgens hiervan afgetrokken.
Meestal is dit gewoon een kwestie van in uw loonpakket kiezen voor toepassing studenten- en scholierenregeling of uw adviseur gaat dit voor u toepassen!
Voorwaarden. Voor toepassing van de regeling gelden de volgende voorwaarden:
Voor de fijnproever. De regeling is door het systeem van de loonbelasting gunstig voor studenten die maar een klein deel van het jaar veel werken. Bij toepassing van een maandtabel bijvoorbeeld krijgt de werknemer 1/12 van zijn jaarlijkse heffingskortingen.
Het systeem gaat er namelijk vanuit dat iemand normaal het hele jaar werkt. Werkt iemand dus bijvoorbeeld maar drie maanden, dan mist hij dus 9/12 van de heffingskortingen. Dat is op zich wel weer recht te zetten in de aangifte inkomstenbelasting, maar doet de student of scholier niets, dan gaat dit bedrag gewoon verloren!
Het minimumloon is verhoogd met 0,83%. Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband is per 1 juli 2016:
Brutominimum(jeugd)loon per 1 juli 2016:
| Leeftijd | Staffeling | Per maand | Per week | Per dag |
| 22 jaar | 85% | € 1.306,60 | € 301,55 | € 60,31 |
| 21 jaar | 72,5% | € 1.114,45 | € 257,20 | € 51,44 |
| 20 jaar | 61,5% | € 945,40 | € 218,15 | € 43,63 |
| 19 jaar | 52,5% | € 807,05 | € 186,25 | € 37,25 |
| 18 jaar | 45,5% | € 699,45 | € 161,40 | € 32,28 |
| 17 jaar | 39,5% | € 607,20 | € 140,15 | € 28,03 |
| 16 jaar | 34,5% | € 530,35 | € 122,40 | € 24,48 |
| 15 jaar | 30% | € 461,15 | € 106,45 | € 21,29 |
Wat is het minimumuurloon? De minimumloonbedragen worden uitgedrukt per maand, per week en per (werk)dag. Een landelijk wettelijk minimumuurloon kent de wet niet. Het uurloon kan per sector verschillen, afhankelijk van het aantal uren dat als normale arbeidsduur geldt. Onder ‘normale arbeidsduur’ wordt verstaan de arbeidsduur die in de desbetreffende sector is afgesproken als volledige dienstbetrekking. In de meeste cao’s is deze arbeidsduur voor een fulltime dienstverband gesteld op 36, 38 of 40 uur per week. Met onze rekentool kunt u de brutobedragen per uur berekenen bij een arbeidsduur van resp. 36, 38 en 40 uur per week.
Wat is het ‘urencriterium’? Om aanspraak te maken op ondernemersaftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, moet u ondernemer zijn en voldoen aan het urencriterium. Dit doet u als:
Loondienst. Bent u naast ondernemer ook nog in loondienst? Dan zult u extra aandacht moeten besteden aan het urencriterium. De uren die u werkzaam bent in loondienst, zijn in beginsel geen uren die meetellen voor het urencriterium. Er bestaat immers een gezagsverhouding tussen u en uw werkgever en dit staat haaks op de zelfstandigheid van u als ondernemer. Daarnaast dient u meer uren (minimaal 1.225 uur) aan uw onderneming te besteden dan aan de loondienstwerkzaamheden.
U bent al zes jaar zelfstandig ondernemer en u heeft een ICT-adviesbureau. Daarnaast bent u voor 28 uur per week werkzaam in loondienst als docent Engels bij een hogeschool. Uitgaande van 45 werkweken per jaar, werkt u dus 45 x 28 uur = 1.260 uur in loondienst. Om voor de ondernemersaftrek in aanmerking te komen moet u dus meer dan 1.260 uur besteden aan uw onderneming.
Looninkomsten mogen wel als winst uit onderneming beschouwd worden als:
U bent al zes jaar zelfstandig ondernemer en u heeft een ICT-adviesbureau. Daarnaast bent u voor 18 uur per week werkzaam in loondienst bij een hogeschool waar u ICT-workshops verzorgt. Dit mag u geheel naar eigen inzicht doen. Uw werkgever heeft u aangetrokken om uw specifieke kennis en ervaring. Uitgaande van 45 werkweken per jaar werkt u dus 45 x 18 uur = 810 uur in loondienst. In uw eigen onderneming bent u 20 uur per week werkzaam wat neerkomt op 45 x 20 uur = 900 uur.
Mag u nu de loondiensturen meetellen als ondernemingsuren? Er is sprake van een nauwe samenhang van werkzaamheden. Ook is de tijd die u in loondienst (810 uur) werkt ondergeschikt aan de tijd die u in uw eigen onderneming werkzaam (900 uur) bent. In dit geval mag u dus de loondiensturen meerekenen als ondernemingsuren.
Let op. Het grootste gedeelte van de bewijslast ligt bij u. Zorg voor documentatie over de inhoud van uw werk in loondienst. Zo blijft er geen ruimte over voor speculaties!
Tip. Zorg dat uw urenadministratie perfect op orde is zodat u eventuele twijfel bij de Belastingdienst kunt wegnemen.
Niets besteld of getekend. Ontdekt u een factuur voor iets waarvoor u nooit opdracht heeft gegeven, dan is het simpel. U betaalt niets, stelt dat er geen ‘overeenkomst’ is aangegaan en dat u tot niets verplicht bent.
Misleiding of wanprestatie. Als het de andere partij (de fraudeur) wel lukt om te bewijzen dat u bijvoorbeeld een handtekening heeft gezet of telefonisch ‘ja’ heeft gezegd, dan komt uw tweede verdedigingslinie aan bod. U stelt dan dat u misleid bent omdat het helemaal niet duidelijk is geweest dat er een aanbod was voor het aangaan van een overeenkomst. Men heeft bijvoorbeeld de indruk gewekt dat slechts uw bedrijfsgegevens gecontroleerd zouden worden. Soms kunt u ook stellen dat de andere partij een ‘wanprestatie’ heeft geleverd, omdat die niet heeft gedaan wat die volgens de ‘overeenkomst’ had behoren te doen.
Bedrog of dwaling. Een volgend verweer kan zijn dat er sprake is van bedrog of dwaling. U bent weliswaar verplichtingen aangegaan, maar dat wat er tegenover staat, is iets heel anders dan wat u dacht dat het zou zijn. Bijvoorbeeld slechts een onopvallende vermelding op een slecht te vinden website, in plaats van een prominente naamsvermelding in een veel geraadpleegde databank.
Een model ‘Verweerbrief tegen frauduleuze factuur’ kunt u bij ons opvragen.
Naar de rechter, niet schrikken. De ervaring leert dat rechters korte metten maken met fraudeurs. Laat u dus niet bang maken. Controleer op https://www.fraudehelpdesk.nl of u te maken heeft met een ‘bekende‘ oplichter. Zo ja, dan staat u zeker sterk. Zo nee, meld dan uw zaak bij deze fraudehelpdesk. Blijf de factuur aanvechten.
Btw aftrekbaar? Zijn er wel leveringen/diensten verricht en is de btw-factuur correct, dan is de btw aftrekbaar. Gaat het om een echte spookfactuur (zonder leveringen/diensten), dan is de btw niet aftrekbaar.
Tijd is geld. Dagelijks tijdens de spits in de file staan, is ook financieel geen pretje. Het openbaar vervoer laat echter te wensen over en fietsen is alleen op korte afstanden een optie. Bovendien willen we liever niet moe en bezweet op het werk verschijnen.
Onderzoek Univé. Of er nu verzekeringsbelangen spelen of niet, uit hun onderzoek blijkt wel dat een elektrische fiets als een goed alternatief wordt gezien. Als de werkgever een dergelijke fiets zou betalen, is zelfs 37% van de werknemers bereid hiermee naar het werk te gaan. Maar is dit wel mogelijk zonder dat de fiscus direct zijn ‘tol’ eist?
Uitgangspunt is dat het verstrekken of vergoeden van een fiets tegenwoordig ondergebracht kan worden in de werkkostenregeling. Dat geldt ook voor een elektrische fiets. Dit betekent dat als u de fiets hierin onderbrengt, de werknemer geen belasting betaalt.
Daar is ie weer … Blijft u dit jaar met alle zaken die u in de werkkostenregeling onderbrengt onder de 1,2% van de loonsom, dan betaalt u ook als werkgever geen belasting. Schiet u over dit bedrag heen (zoals dit bij veel kleine werkgevers het geval kan zijn), dan betaalt u 80% eindheffing over het meerdere. Tip. Maar u kunt er natuurlijk ook gewoon voor kiezen de e-fiets als loon aan te merken en de werknemer voor de belasting te laten opdraaien. Hij heeft er immers ook voordeel bij.
Alternatief: ter beschikking stellen? Als u een fiets of e-bike verstrekt of vergoedt, wordt deze eigendom van de werknemer en is deze dus in beginsel belast. Dat geldt niet als u de fiets ter beschikking stelt. De fiets blijft dan uw eigendom en moet ook weer worden ingeleverd als de dienstbetrekking eindigt. Het nadeel is dat het privégebruik van de fiets weer wel belast is. Dit voordeel wordt gesteld op het aantal privékilometers maal de kostprijs per kilometer. Dit zult u zo goed mogelijk moeten schatten. Dit privévoordeel mag u vervolgens, als u dat wilt, weer onderbrengen in de werkkostenregeling.
Zoals gezegd, zou 37% van de werknemers bereid zijn met de elektrische fiets naar het werk te komen als de baas deze betaalt. Interessant is dat u dan een belastingvrije vergoeding van € 0,19/km mag betalen als het een fiets van de werknemer betreft. Gebruikt de werknemer dus zijn eigen fiets of een fiets die u heeft vergoed of verstrekt, dan is een belastingvrije vergoeding mogelijk. Heeft u echter een fiets ter beschikking gesteld, dan is een onbelaste vergoeding niet mogelijk.
Aanverwante zaken? Als u aanverwante zaken vergoedt, zoals een verzekering of reparatiekosten, is dit ook belast als het een fiets van de werknemer betreft. Dat geldt ook als de elektrische fiets op de zaak kan worden opgeladen. Desgewenst kunt u ook deze zaken onderbrengen in de werkkostenregeling. Voor een ter beschikking gestelde fiets is een en ander belastingvrij, want de fiets is immers uw eigendom. Een uitzondering vormt een regenpak, dit is ook belast bij een ter beschikking gestelde fiets. Ook nu kunt u ervoor kiezen dit in de werkkostenregeling onder te brengen. Laadt uw werknemer een ter beschikking gestelde fiets thuis op, dan kunt u hem deze kosten onbelast vergoeden.
Eigen risico zorgverzekering? Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over de aftrekbaarheid van zorgkosten bij de inkomstenbelasting. U betaalt voor uw zorgverzekering maandelijks een premiebedrag. Daarnaast heeft u een verplicht eigen risico en misschien ook een vrijwillig eigen risico. Ook kan het zijn dat u zorgkosten heeft betaald die niet vergoed worden door de zorgverzekeraar. Welke kosten mag u nu aftrekken en welke kosten niet? Wij zetten het voor u op een rijtje.
Verplicht eigen risico. Het verplicht eigen risico bedraagt in 2016 € 385,-. Dit geldt voor de basisverzekering van personen van 18 jaar en ouder. Deze zorgkosten vallen onder het eigen risico:
Let op. Zorgkosten die u maakt onder het eigen risico van uw zorgverzekering, zijn niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.
Vrijwillig eigen risico. Als u uw verplicht eigen risico vrijwillig heeft verhoogd, dan krijgt u korting op de premie van uw basisverzekering. Zo kunt u het eigen risico verhogen met € 100,-, € 200,-, € 300, -, € 400,- tot maximaal € 500,-. Ook de kosten van uw vrijwillige eigen risico zijn helaas niet aftrekbaar in uw belastingaangifte.
En de premie? De premie die u betaalt voor een zorgverzekering, is ook niet aftrekbaar. Helaas.
Specifieke zorgkosten mag u onder bepaalde voorwaarden in zijn geheel of deels in aftrek nemen.
Een lijst met specifieke zorgkosten kunt u bij ons opvragen.
Er zijn wel voorwaarden. De voorwaarden zijn:
Kosten aftrekken van wie? U mag de gemaakte zorgkosten in aftrek nemen voor:
Hoeveel mag u aftrekken? Om de specifieke zorgkosten in aftrek te nemen moet u een minimum bedrag kwijt zijn, het zgn. drempelbedrag. De specifieke zorgkosten boven de drempel mag u aftrekken. De hoogte van de drempel is weer afhankelijk van uw drempelinkomen. Het drempelinkomen berekent u door het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3 zonder uw persoonsgebonden aftrek bij elkaar op te tellen. Heeft u het hele jaar een fiscale partner, dan telt u de zorgkosten van u en uw fiscale partner bij elkaar.
Drempelbedragen? De drempelbedragen staan in de lijst die u kunt downloaden.
Wet DBA. Zoals bekend, is de VAR per 1 mei 2016 afgeschaft. In plaats daarvan is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) gekomen. Als er de laatste maanden iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat er aan de Wet DBA nog veel onduidelijkheden kleven. Daarom ligt in de periode 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 de nadruk op voorlichting en hulp van de Belastingdienst bij de implementatie van de wetgeving. Pas vanaf 1 mei 2017 zal de Belastingdienst ook handhavend optreden.
Tijdelijke vervanging onduidelijk. In het kader van deze voorlichting bleek onlangs dat de standpunten van de Belastingdienst soms sterk afwijken van die van staatssecretaris Wiebes. Zo suggereerde de Belastingdienst in haar webinars onder andere dat tijdelijke vervanging van een medewerker door een zzp’er niet mogelijk is.
Kamervragen. Dit was aanleiding voor kritische Kamervragen aan staatssecretaris Wiebes over de criteria die de Belastingdienst hanteert bij het beoordelen van (schijn)zelfstandigheid.
Inhuren zzp’er mogelijk. In zijn antwoord schrijft de staatssecretaris dat opdrachtgevers onder de Wet DBA zzp’ers kunnen blijven inhuren voor het tijdelijk vervangen van een werknemer. De staatssecretaris is duidelijk: “Opdrachtgevers kunnen vanzelfsprekend zelfstandigen inhuren voor bijvoorbeeld de tijdelijke vervanging van een werknemer. Dit kon al met een VAR en dat kan ook onder de Wet DBA. Een arbeidsrelatie, ook een tijdelijke ter vervanging van iemand die in loondienst is, wordt op zijn eigen fiscale merites beoordeeld.” Daarmee bedoelt de staatssecretaris dat de arbeidsrelatie, die bij tijdelijke vervanging ontstaat door het sluiten van een (model)overeenkomst met een zzp’er, wordt beoordeeld volgens de normale regels van de dienstbetrekking. Let op. Het is van belang dat de voorwaarden en omstandigheden waaronder de zzp’er werkt, verschillen ten opzichte van de werknemer die vervangen wordt.
Andere voorwaarden. Er zal al snel voldaan zijn aan de eis dat er andere voorwaarden moeten zijn. Het tarief voor een zzp’er (bijvoorbeeld een uurtarief) verschilt immers van loonafspraken met een werknemer. Verder betaalt u uiteraard niet door bij ziekte en vakantie van de zzp’er en ligt ook de verantwoordelijkheid/aansprakelijkheid bij de zzp’er.
Andere omstandigheden. Bij omstandigheden gaat het onder andere om de gezagsverhouding en het ontbreken van de verplichting van de zzp’er om persoonlijk arbeid te verrichten.
Let op 1. Dit betekent natuurlijk niet dat u met de zzp’er zonder exacte omschrijving van de werkzaamheden en zonder enige instructie moet afspreken dat hij deze naar ‘eigen inzicht’ mag uitvoeren.
Let op 2. Er mag weliswaar geen verplichting tot persoonlijke arbeid bestaan, maar afspreken dat vervanging zonder meer is toegestaan, is onverstandig. U wilt toch weten wie u ‘in huis haalt’? U kunt bijvoorbeeld kwaliteits- of opleidingseisen stellen of bijvoorbeeld de eis dat de vervanger van uw opdrachtnemer niet bij de concurrentie heeft gewerkt. U kunt afspreken dat u als opdrachtgever akkoord moet gaan met vervanging c.q. de persoon van de vervanging.