“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
KOR. Als u op jaarbasis minder dan € 1.883,- aan btw hoeft af te dragen, kan op basis van de KOR een vermindering van de afdracht plaatsvinden. Bedraagt de verschuldigde btw op jaarbasis minder dan € 1.345,-, dan kan de btw-afdracht zelfs volledig achterwege blijven.
Vergeten? U kunt al in uw btw-aangifte rekening houden met deze regeling. Een vermindering op grond van de KOR kan daarin worden opgenomen. Maar wat nu als u dit vergeet? Of als u simpelweg niet op de hoogte bent van deze regeling?
Suppletie. U kunt een vergeten vermindering op grond van de KOR claimen door na afloop van het jaar een suppletieaangifte in te dienen. In deze aangifte vult u de verschuldigde btw over het gehele jaar in, alsmede de reeds afgedragen bedragen. Door toepassing van de KOR zal dit resulteren in een teruggaaf die aan u zal worden uitbetaald. Ook als achteraf (door een correctie) komt vast te staan dat er toch aanspraak bestaat op een vermindering, kan dit met een suppletie worden gecorrigeerd.
Stel, u heeft een webshop en moet over uw omzet € 4.000,- aan btw afdragen. Op uw inkoop zit € 2.100,- aan btw, waardoor de jaarafdracht op € 1.900,- komt. Net te weinig voor een vermindering op basis van de KOR. Echter, tijdens het opmaken van de jaarcijfers blijkt dat u een grote factuur twee keer heeft meegeteld. Daardoor is de btw over de omzet slechts € 3.300,-. Per saldo leidt dit tot een verschuldigd bedrag van € 1.200,-, hetgeen op basis van de KOR niet hoeft te worden afgedragen. Door middel van een suppletieaangifte kan dit worden teruggevraagd.
Niet eindeloos. Houd er rekening mee dat een suppletie enkel kan worden ingediend over het lopende jaar en de vijf voorafgaande jaren.
Correctiegrens. Voor correcties tot maximaal € 1.000,- geldt dat deze niet verplicht via een suppletie hoeven te worden doorgegeven, maar ook in het eerstvolgende tijdvak mogen worden verwerkt. Dit geldt echter niet voor correcties op grond van de KOR. U zult hiervoor dus altijd een suppletieaangifte moeten indienen als het boekjaar reeds is verstreken.
Minimaal € 44.000,-. De staatssecretaris heeft bekendgemaakt dat de gebruikelijkloonregeling voor start-ups wordt versoepeld. Waar een ‘gewone’ DGA in 2016 minimaal een salaris van € 44.000,- moet hebben, wordt deze norm per 1 januari 2017 voor start-ups gewijzigd.
Eerste drie jaar minimaal het minimumloon. Gedurende de eerste drie jaar van de start-up mogen DGA’s zichzelf een salaris uitkeren dat minimaal het geldende minimumloon bedraagt.
Overleg met Belastingdienst. Overigens is het nu al mogelijk om in overleg met de Belastingdienst een lager gebruikelijk loon overeen te komen. U moet dan wel aannemelijk maken dat bij een dienstbetrekking die het meest vergelijkbaar is met die van u, een lager loon gebruikelijk is.
Voor start-ups wordt dat met ingang van 1 januari 2017 dus wettelijk geregeld. Goed om te weten als u BV-plannen heeft. bron:indicator
Nieuwe machine. Stel, u heeft een glazenwassersbedrijf en behoefte aan een nieuwe hoogwerker. U krijgt steeds meer klanten en uw team kan niet meer vooruit met slechts één hoogwerker. Hoe gaat u dit aanpakken?
Lenen/huren. U zou er allereerst voor kunnen kiezen een dergelijke machine (tijdelijk) bij een bevriende collega te lenen of bij een verhuurbedrijf te huren. In dat geval bent u tijdelijk uit de brand geholpen zonder dat het u veel liquiditeit kost.
Het nadeel van huren is echter dat dit relatief duur is. Als u langdurig een extra hoogwerker nodig heeft, dan bent u goedkoper uit met een alternatief.
Dit kan bijvoorbeeld worden gevonden in het leasen van de hoogwerker.
Dat kan in twee vormen, te weten: financial lease of operational lease.
Dit zorgt ervoor dat u de btw op de aanschaf direct mag verrekenen. Bovendien kunt u aanspraak maken op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een belastingaftrek over het geïnvesteerde bedrag die kan oplopen tot 28%. Ten slotte mag u ook ten laste van uw winst afschrijven op de hoogwerker.
De termijnbedragen die u aan de leasemaatschappij moet betalen, worden rechtstreeks in mindering gebracht op uw fiscale winst. Voor de heffing van de btw geldt dat u deze pas kunt verrekenen als deze via de leasetermijn aan u in rekening is gebracht.
Uw eigendom. Als u over voldoende liquiditeiten beschikt of voldoende financiering kunt verkrijgen, dan kan kopen ook een aantrekkelijke optie zijn. U wordt dan eigenaar van de hoogwerker. U profiteert dan van btw-aftrek, investeringsaftrek en afschrijving ten laste van uw winst.
Financiering. Het verschil tussen financial lease en kopen is fiscaal gezien niet groot. In beide gevallen kunt u als gebruiker profiteren van de hiervoor genoemde fiscale voordelen.
Het onderscheid tussen deze beide opties ligt meer op het gebied van financiering. Een bancaire financiering of financiering uit eigen middelen is veelal de goedkoopste optie, maar niet altijd haalbaar. Bij financial lease wordt het gehele investeringsbedrag door de leasemaatschappij gefinancierd.
Stilstaan. Als u binnenkort een nieuwe machine nodig heeft, is het goed om stil te staan bij de fiscale gevolgen.
Meestal staat in de arbeidsovereenkomst dat deze eindigt op de AOW-leeftijd. Is dat het geval en gaat u daarna opnieuw een arbeidsovereenkomst aan? Let op. Als de werknemer terugkeert in dezelfde functie na zijn pensioen, heeft hij recht op ontslagbescherming. Tip 1. Geef de werknemer zo mogelijk een contract met een andere functie en einddatum zodat de teller opnieuw begint te lopen. Tip 2. Met werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, mag u maximaal zes tijdelijke overeenkomsten sluiten over een periode van maximaal vier jaar. Tip 3. Voor de AOW-gerechtigde werknemer bent u geen transitievergoeding verschuldigd, ook niet wanneer u deze ontslaat.
En loontechnisch? Uw AOW’er moet verder hetzelfde brutoloon ontvangen als uw jongere werknemers in dezelfde functie (cao-loon of wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag). Het is wel zo dat de AOW’er daar dan meer van overhoudt. U behoeft over zijn salaris namelijk geen premie AOW in te houden (17,9% over maximaal € 33.715,- in 2016, het maximale voordeel van de werknemer bedraagt € 9.490,- netto).
Tip. De inkomsten uit arbeid die de werknemer nog verdient, behoeven niet in mindering te worden gebracht op het pensioen en de AOW-uitkering van de werknemer en zijn voor hem dus gewoon extra. Goed om dat uw pensionado te melden dus.
Voor u is het een voordeel dat u voor een werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, geen premies werknemersverzekeringen meer behoeft te betalen. Dat scheelt u (afhankelijk van de voor u van toepassing zijnde premies) ongeveer 18% op het loon tot € 52.763,- per jaar (bedragen 2016).
Voor aanvang pensioen. Had u voor de werknemer voor ingang van zijn pensioen recht op premiekorting? Bijvoorbeeld omdat hij voormalig werkloze oudere was? Dan komt deze premie helaas te vervallen. Omdat deze korting is bedoeld om uw lasten premies werknemersverzekeringen te verlagen, leidt dat echter niet echt tot kosten. U betaalt immers helemaal geen premies werknemersverzekeringen meer. Daar staat voor de AOW-gerechtigde werknemer tegenover dat hij bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid geen recht heeft op een uitkering, anders dan bij zijn AOW en eventueel aanvullend pensioen.
Tip. Afhankelijk van het pensioenfonds, kan ook de pensioenpremie komen te vervallen voor uw AOW-gerechtigde werknemer. Informeer dit bij uw pensioenverzekeraar.
Sneller kans op uitval. Om die reden gelden bij ziekte bijzondere regels. Anders dan bij andere werknemers behoeft u de AOW-gerechtigde werknemer maar maximaal gedurende 13 weken door te betalen bij ziekte (i.p.v. twee jaar) en mag u hem daarna ontslaan. Verder zijn uw verplichtingen in geval van ziekte beperkt. Zo hoeft u geen plan van aanpak voor re-integratie op te stellen en ook geen passend werk meer te zoeken bij een andere werkgever. Tip. Ga bij uw verzekeraar na of u voor deze werknemer een korting op uw verzuimverzekering kunt krijgen.
In de praktijk is het vaak zo dat u investeert en dat uw boekhouder achteraf, meestal bij het opmaken van de jaarstukken en het klaarmaken van de belastingaangifte, pas toekomt aan de berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). U heeft dan al uw investeringen gedaan.
Omdat u bij investeringsplannen natuurlijk kijkt naar wat u ‘in uw portemonnee’ heeft of wat u wellicht moet gaan financieren, is het interessant als uw investeringsbedrag zo laag mogelijk blijft. Maar om te voorkomen dat u de investeringsaftrek misloopt, kan het juist interessant zijn om dit jaar nog een kleine investering te doen. Wij zetten het voor u op een rijtje.
Het maakt niet uit of de investeringen zijn betaald met eigen middelen of met geleend geld. Bij investeringen moet u denken aan machines, transportmiddelen, inventaris, en dergelijke. Bovendien hebben investeringen een levensduur van meer dan één jaar en vertegenwoordigen ze een aanzienlijke waarde. Door de Belastingdienst wordt de grens voor deze ‘aanzienlijke waarde’ op minimaal € 450,- exclusief omzetbelasting gesteld.
Wat is de KIA? De overheid probeert investeringen te stimuleren door middel van een extra investeringsaftrek in het jaar van aanschaf. Een investeringsaftrek is een bedrag dat u kunt aftrekken van de winst als u heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Door de investeringsaftrek wordt uw winst lager en betaalt u dus minder belasting.
En hoeveel krijgt u aan KIA? Tel het totale bedrag aan investeringen van 2016 bij elkaar op en kijk dan naar de volgende tabel om te berekenen hoeveel investeringsaftrek u krijgt.
Btw? Heeft u recht op btw-aftrek, dan neemt u het totaalbedrag exclusief btw. Heeft u geen recht op btw-aftrek omdat u een vrijgesteld ondernemer bent, dan neemt u het bedrag inclusief btw. In 2016 bij investeringen in een jaar van:
| meer dan | niet meer dan | bedraagt de KIA |
| € 0,- | € 2.300,- | € 0,- |
| € 2.301,- | € 56.024,- | 28% van het investeringsbedrag |
| € 56.025,- | € 103.748,- | € 15.687,- |
| € 103.749,- | € 311.242,- | € 15.687,- verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 103.748,- te boven gaat |
| € 311.242,- | – | € 0,- |
U schaft in 2016 een pc aan ter waarde van € 1.900,-. Voor de rest doet u dat jaar geen investeringen. In januari 2017 koopt u een printer van € 500,-. Dit is heel jammer voor u, want nu heeft u in 2016 geen recht op de KIA omdat u niet boven het minimum van € 2.300,- komt. Zou u de printer in december 2016 hebben aangeschaft, dan had u (28% van € 2.400,-) € 672,- van uw winst af kunnen trekken.
Tip. Bedrijfsmiddelen die per stuk minder kosten dan € 450,- maar gezamenlijk aangekocht toch een grotere waarde vertegenwoordigen, kunt u als één investering zien. Er is fiscaal sprake van een zogenaamd complex van bedrijfsmiddelen als de investeringen met elkaar samenhangen en aan elkaar dienstbaar zijn.
Waar gaat het over? Voor kleine ondernemers kent de btw-wetgeving de zogenaamde kleineondernemersregeling (KOR). Indien u in een jaar minder dan € 1.883,- aan btw moet betalen, kunt u in aanmerking komen voor een korting op de te betalen btw. Wanneer u € 1.345,- of minder in een jaar aan btw moet betalen, kan het zelfs zijn dat u die niet af hoeft te dragen. Deze korting wilt u natuurlijk niet mislopen. Wat zijn de voorwaarden? En waar moet u zoal op letten?
Om de KOR te genieten, gelden er voorwaarden:
Hoeveel korting krijgt u? Betaalt u in een jaar tussen de € 1.346,- en € 1.883,- aan btw, dan mag u een korting toepassen van 2,5 x (€ 1.883,- minus het btw-bedrag). Betaalt u in een jaar € 1.345,- of minder aan btw? Dan hoeft u niets af te dragen.
| Omzet | Btw | |
| Omzet | € 35.000,- | € 7.350,- |
| Voorbelasting | € 5.800,- | |
| Af te dragen btw | € 1.550,- | |
| Korting: 2,5 x (€ 1.883,- -/- € 1.550,-) | € 832,50 | |
| Te betalen | € 717,50 |
Let op 1. De KOR geldt niet voor rechtspersonen (zoals een BV, stichting en vereniging). Let op 2. De korting wordt in de inkomstenbelasting wel tot uw winst gerekend!
Koopt u goederen of diensten met toepassing van de verleggingsregeling of in het buitenland (EU)? De leverancier brengt dan geen btw aan u in rekening. De btw die u op aangifte als te betalen moet aangeven, mag u echter niet meenemen voor de berekening van de KOR, terwijl deze btw wel als aftrekbare voorbelasting meetelt. Door dergelijke inkopen kunt u de KOR mislopen.
| Voorbeeld | |
| Omzet € 35.000,- x 21% btw | € 7.350,- |
| Inkopen binnen EU € 2.000,- x 21% btw | € 420,- |
| Voorbelasting | € 6.220,- |
| Af te dragen | € 1.550,- |
Voor de KOR komt in aanmerking € 1.550,- -/- € 420,- = € 1.130,-. U moet dan nog aan btw afdragen € 1.550,- -/- € 1.130,- = € 420,-.
Verleggingsregeling op uw levering/dienst? Dan moet u voor de berekening van de KOR doen alsof de verleggingsregeling niet van toepassing is en u de btw zelf moet aangeven. Dat geldt echter niet voor de verlegging voor diensten aan buitenlandse afnemers. Deze omzet blijft in de berekening buiten beschouwing..
Optimaliseren? Tegen het jaareinde kan het voor de KOR gunstig zijn om een factuur wat later uit te reiken, een investering naar voren te halen of juist uit te stellen. Voor inkomende facturen is de factuurdatum altijd leidend. Voor uitgaande facturen alleen als het factuurstelsel van toepassing is. Als het kasstelsel geldt, is de datum van ontvangst bepalend. Houd er wel rekening mee dat u verplicht bent om uiterlijk de 15e dag van de maand die volgt op de maand waarin de levering of dienst werd verricht, de factuur uit te reiken.
Fiscus op de stoep. Bij een waarneming ter plaatse (WTP) krijgt u op uw gewone werk- of openingsuren bezoek van een controlerend ambtenaar, zodat hij kan kijken naar de dagelijkse gang van zaken in uw horecabedrijf. Let op. Dat kan ook midden in de nacht zijn! De controleur kan zien hoe het er in uw horecazaak aan toe gaat, hoe druk het is, hoeveel personeel er rondloopt, enz.
Wel vooraf bericht. Bij een eerste waarneming ter plaatse krijgt u vooraf bericht over de periode waarin het bezoek zal plaatsvinden. Op welke dag en hoe laat de belastingambtenaar precies langskomt, krijgt u echter niet te horen. Maar u kunt zich toch enigszins voorbereiden op het bezoek van de Belastingdienst. Tip. Instrueer uw team goed en geef duidelijk aan dat de controleur alleen aan u vragen mag stellen.
Nu even niet? U kunt een WTP uiteraard niet weigeren. Juist omdat u niet precies weet wanneer de controleur komt, kunt u er niet (altijd) voor zorgen dat uw adviseur stand-by is. Dat uw adviseur geen tijd heeft, is echter voor een WTP ook niet echt noodzakelijk. Het gaat immers om het krijgen van een beeld op een normale werkdag. Dan loopt uw adviseur ook niet de hele dag rond. U kunt natuurlijk ook niet zeggen dat u wegens drukte de hele maand geen tijd heeft voor de controleur. De Belastingdienst wil uw bedrijf immers zien als het volop draait.
Als het echt niet uitkomt. Als het u echt niet uitkomt, moet daarover uiteraard wel gepraat kunnen worden. Als u bijvoorbeeld vanuit huis werkt, moet er bij ziekte of een overlijden binnen de directe familie te praten zijn over het verzetten van de controle naar een ander tijdstip.
Rapportage. De fiscus is verplicht de bevindingen van de WTP in een rapportage vast te leggen. Het spreekt voor zich dat het van groot belang is de feitelijkheden in deze rapportage grondig te beoordelen.
Voor u of uw personeel. Volgens onderzoek zou 37% van alle werknemers met een elektrische fiets naar het werk willen reizen als de baas deze zou betalen. Maar hoe aantrekkelijk is een fiets, elektrisch of niet, fiscaal gezien voor uzelf als ondernemer? Rijdt u hem van de zaak of toch maar beter van niet? Wat is wijsheid?
Of u een fiets al dan niet van de zaak rijdt, mag u zelf beslissen. Voorwaarde is dat de fiets minstens 10% zakelijk gebruikt moet worden om hem als zakelijk aan te kunnen merken. Let op. Gebruikt u de fiets 90% of meer zakelijk, dan is dit zelfs verplicht. Woon-werkverkeer ziet de fiscus ook als zakelijk. De kosten van een zakelijke fiets komen dan ten laste van de winst. Dat geldt niet alleen voor de aanschaf, maar ook voor de kosten van een verzekering, reparaties, stallingskosten, e.d.
Afschrijven en investeringsaftrek. Als u een fiets ‘op de zaak’ aanschaft die meer kost dan € 450,- excl. btw, moet u op de fiets afschrijven. De afschrijving per jaar is maximaal 20% van de aanschafprijs. U kunt op de fiets ook de investeringsaftrek claimen voor kleinschalige investeringen (KIA). Uw totaal aan investeringen mag dan in 2016 niet meer dan € 311.242,- bedragen. De KIA bedraagt maximaal 28%.
Privégebruik? Gebruikt u de fiets ook privé, dan mag u een overeenkomstig deel van de kosten niet aftrekken. Gebruikt u de fiets bijvoorbeeld voor 20% privé, dan is dus ook 20% van de kosten niet aftrekbaar. Tip. Het privégebruik mag u schatten. U hoeft dus geen kilometeradministratie bij te houden zoals voor een auto. Blijf met uw schatting wel reëel. Heeft u in privé ook een fiets, dan is een gering privégebruik van de zakenfiets aannemelijk. Heeft u die niet en bent u lid van een fietsclub, dan is dit duidelijk niet het geval.
Btw? De btw die u betaalt bij aanschaf en bijvoorbeeld op reparaties, is aftrekbaar. Daarbij gaan we ervan uit dat u zelf ook belaste prestaties levert. U moet ook nu een correctie aanbrengen voor het privégebruik van de fiets. Gebruikt u de fiets bijvoorbeeld 20% privé, dan is ook 20% van alle met de fiets samenhangende btw niet aftrekbaar. U verrekent dit in de laatste aangifte van het jaar.
Gebruikt u een fiets minder dan 90% zakelijk, dan kunt u die ook als privé aanmerken. Alle kosten moet u dan in privé betalen, maar voor het zakelijk gebruik mag u een bedrag van € 0,19/km ten laste van de winst brengen. Dat is best veel voor een fiets, maar besef wel dat u zakelijk ook niet zoveel kilometers maakt. Woont u dus 10 kilometer van de zaak en gebruikt u de fiets de helft van de tijd voor het woon-werkverkeer, dan hebben we het nog maar over een bedrag van zo’n € 500,- per jaar dat u hiervoor ten laste van de winst kunt brengen. De btw is bovendien niet aftrekbaar.
Het zal vaak aantrekkelijk zijn een fiets op de zaak te zetten als dit fiscaal mogelijk is. U geniet dan o.a. het voordeel van de KIA en de btw. Bij een oudere of niet te dure fiets ligt dit wellicht anders, omdat dan de vergoeding een groot deel en wellicht zelfs alle kosten dekt, afhankelijk van het aantal te maken zakelijke kilometers per jaar.
De groei van uw afzet laat te wensen over of heeft achteraf gezien toch meer aan die andere machine. Gelukkig kunt u het bedrijfsmiddel voor een redelijke prijs overdoen aan een collega. Wat komt daar fiscaal allemaal bij kijken?
Winst of verlies. Verkoopt u het bedrijfsmiddel boven of onder de boekwaarde, dan maakt u boekwinst of -verlies. Over de boekwinst moet u afrekenen met de fiscus, een boekverlies brengt u ten laste van de winst.
Zonder af te rekenen. Afrekenen over de boekwinst kunt u voorkomen door deze onder te brengen in een herinvesteringsreserve (HIR). Koopt u binnen drie jaar een ander bedrijfsmiddel, dan kunt u de boekwinst hierop in mindering brengen. Daardoor kunt u jaarlijks minder afschrijven, waardoor u per saldo in termijnen over de boekwinst afrekent.
Voorwaarden. Er gelden wel de nodige voorwaarden. Een belangrijke is dat u de herinvesteringsreserve alleen kunt afboeken op een bedrijfsmiddel waarop u langer dan 10 jaar afschrijft, als het dezelfde economische functie heeft. U mag dus niet de boekwinst op bijvoorbeeld een computer afboeken op de aanschafkosten van een pand.
Voor toekomstige gebeurtenissen met betrekking tot een bedrijfsmiddel kunt u soms nu al kosten ten laste van de winst brengen. Heeft u daartoe voor het verkochte bedrijfsmiddel een reserve of voorziening gevormd, dan valt deze automatisch vrij, bijvoorbeeld als u een kostenreserve heeft gevormd voor het onderhoud dat iedere vier jaar plaatsvindt. De vrijval verhoogt de winst in het jaar van de verkoop.
Heeft u bij de aanschaf van het bedrijfsmiddel investeringsaftrek ontvangen, dan moet u deze terugbetalen als de verkoop plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het jaar van investeren. Dit geldt voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en voor de Milieu- en Energie-investeringsaftrek (MIA en EIA). U moet hetzelfde percentage terugbetalen als u destijds ontvangen heeft, maar dan over de verkoopprijs. Heeft u bijvoorbeeld op 30 augustus 2012 een machine gekocht waarvoor u een investeringsaftrek ontving, dan kun u deze dus beter pas na 2016 verkopen. U hoeft niets terug te betalen als de opbrengst in het jaar niet meer dan € 2.300,- is.
Kleine ondernemersregeling. Als u in een jaar per saldo minder dan € 1.883,- aan btw hoeft af te dragen, krijgt u een korting op het af te dragen bedrag. Bij verkoop van het bedrijfsmiddel moet u gewoon btw in rekening brengen en dus kan deze verkoop leiden tot een vermindering of het verloren gaan van deze KOR-korting.
Verkoop naar het buitenland. Verkoopt u het bedrijfsmiddel aan een buitenlandse ondernemer, dan dient u in de regel 0% btw in rekening te brengen. Er zijn enkele uitzonderingen, dus ga vooraf zelf even na of deze ook zien op uw situatie (zie http://www.belastingdienst.nl/ ). U kunt natuurlijk ook even contact opnemen met uw accountant of fiscaal adviseur, die kent immers uw btw-regime.
Vanaf 1 juni 2016. U mag alleen voor eigen gebruik nagemaakte artikelen meenemen in uw reisbagage als u van buiten de EU Nederland inreist. U mag er dus geen handel mee drijven. In een checklist kunt u lezen wanneer er geen sprake is van handel drijven. In de praktijk komt het erop neer dat u niet te veel van één soort artikel mag meenemen.
Ontvang de checklist ‘Namaakartikelen’. Neem daarvoor contact met ons op.