“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Laat fiscus nog maximaal meebetalen

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Voor investeringen tot een maximum van € 311.242,- kunt u een extra fiscale aftrek krijgen van maximaal 28%. De extra aftrek loopt af naarmate de omvang van alle investeringen in het jaar toeneemt, om zodoende kleinere investeringen maximaal te laten profiteren (zie tabel).

Investering aftrek
€ 0,- tot € 2.300,- € 0,-
€ 2.300,- tot € 56.024,- 28%
€ 56.024,- tot € 103.748,- € 15.687,-
€ 103.748,- tot € 311.242,- € 15.687 -/- 7,56% van investering boven € 103.748,-
meer dan € 311.242,- € 0,-

Grote investeringen? Dit betekent dat een investering van € 100.000,- verspreid over twee jaren (2 x € 50.000,-), meer aftrek oplevert dan een investering van € 100.000,- in één jaar. Het verschil in aftrek bedraagt € 12.313,-. Bij een investering van € 200.000,- bedraagt het verschil maar liefst € 22.964,-. Het loont dus om grotere investeringen te spreiden.

Kleine investeringen? U krijgt de KIA alleen voor investeringen van minstens € 450,-. Daarnaast moet het totaal aan investeringen meer dan € 2.300,- bedragen. Tip. Investeert u weinig, dan loont het dus om zo mogelijk meerdere investeringen nog dit jaar in te plannen. Schaft u dit jaar een laptop aan van € 1.500,- en een beamer van € 2.000,-, dan krijgt u in totaal € 980,- aan extra aftrek. Spreid u de aankopen over twee jaren, dan krijgt u niets. Andersom doet zich dat ook voor bij het maximum van € 311.242,-. Schiet u dit jaar over deze grens heen, dan loont het de moeite uw investering zo mogelijk te spreiden over 2016 én 2017.

Samengestelde kleine investeringen? Bij kleinere investeringen is het slim om deze als een samengestelde investering aan te merken. Zo tellen bijvoorbeeld een bureau van € 400,- met twee bijbehorende ladekasten à € 250,- niet mee voor de KIA, maar wel als u de totale investering als één geheel aanmerkt, ‘kantoormeubilair’ € 900,-.

Bundel zo mogelijk kleinere investeringen onder € 2.300,- en spreid grotere over 2016 en 2017, zodat u zoveel mogelijk profiteert van de extra fiscale aftrek. bron:indicator

Hypotheek aflossen nog nooit zo lucratief als nu?

Eigen woning? Veel Nederlanders bezitten een koopwoning met een daarop rustende hypotheek. Anderzijds hebben ze vaak ook spaargeld op de bank. Aflossen was eigenlijk altijd zonde, want daarmee ging een belangrijke aftrekpost verloren. Toch is het tegenwoordig het overwegen meer dan waard. Hoezo eigenlijk en wat scheelt het?

Lage hypotheekrente

Een belangrijke oorzaak ligt in het feit dat de hypotheekrente thans op een extreem laag niveau ligt. Waar u 20 jaar geleden nog 8,1% rente voor 10 jaar vast betaalde, is dat nu nog maar 2,3%. Daarmee gaat het voordeel van de aftrek al grotendeels verloren.

Beperking aftrek. Naast bovengenoemd nadeel is ook de aftrek zelf inmiddels beperkt tot maximaal 50% in 2017. Deze aftrekbeperking wordt de komende jaren voortgezet, met 0,5%-punt per jaar. Daardoor vermindert ook het voordeel dat u geniet dankzij de aftrek van de hypotheekrente.

Geen aftrek, geen bijtelling

Wie een eigen woning bezit, moet in box 1 het eigenwoningforfait (EWF) bij zijn inkomen optellen. Dit bedraagt in 2016 voor de meeste woningen 0,75% van de WOZ-waarde. Een woning van € 300.000,- levert dus € 2.250,- aan bijtelling op.

Tip. De bijtelling bedraagt echter niet meer dan u aan hypotheekrente in aftrek brengt. Trekt u dus geen hypotheekrente meer af, dan vervalt ook de bijtelling.

Hoge heffing box 3? Zoals gezegd is de rente momenteel extreem laag en dat geldt naast de hypotheekrente ook voor de rente op uw spaargeld. Beleggen levert in de regel meer op, maar kent ook meer risico. Wie zijn geld gewoon spaart, ontvangt momenteel minder rente dan hij per saldo betaalt in box 3. Door dit geld te gebruiken voor het aflossen van uw hypotheekschuld, vervalt dit nadeel.

Let op. Daar komt bij dat de belastingheffing in box 3 voor grotere vermogens vanaf 2017 extra wordt verhoogd. Voor kleinere vermogens gaat de fiscus nog maar uit van een verondersteld rendement van 2,91%, maar voor grotere vermogens loopt dit op tot maximaal 5,5%.

Wat scheelt dit nou?

Stel, u bezit een woning van € 350.000,- met een hypotheek van € 200.000,- tegen 2,3% rente. U bezit ook spaargeld waarop u 0,3% rente ontvangt. U lost hiermee de hypotheek af. Uw belastingtarief bedraagt 40%.

Hypotheekrente € 200.000,- x 2,3% € 4.600,-
EWF € 350.000,- x 0,75% € 2.625,-
Aftrek € 4.600,- -/- € 2.625 € 1.975,-
Belastingvoordeel 40% x € 1.975,- €    790,-
Nettokosten € 4.600,- -/-€ 790,- € 3.810,-
Spaarrente € 200.000,- x 0,3% €    600,-
Heffing box 3 (1,2% in 2016) € 2.400,-
Nettorendement € 600,- -/- € 2.400,- -/-€ 1.800,-
Totale kosten € 3.810,- -/- € 1.800,- -/-€ 5.610,-
Lost u af, dan is het totale effect per saldo dus € 5.610,- voordeel per jaar.

Keuze definitief. Belegt u bijvoorbeeld in plaats van te sparen, dan kunnen de cijfers al heel anders uitpakken. Houd er ook rekening mee dat een gemaakte keuze definitief is. Moet u later toch weer een hypotheek afsluiten, dan is deze rente niet meer aftrekbaar. Los dus alleen af indien u de liquide middelen nu en op termijn kunt missen.

Met name door de lage hypotheekrente is het vaak voordelig een hypotheek af te lossen indien u hier de middelen voor heeft. Los alleen af indien u de liquide middelen nu en op termijn kunt missen. Houd er rekening mee dat uw keuze definitief is. bron:indicator

Onkosten doorbelasten aan uw klant

Werkt u met een uurtarief? Als ondernemer dient u bij de vaststelling van uw uurtarief met van alles rekening te houden. Zo wilt u natuurlijk niet alleen maar kostendekkend werken, u wilt ook winst maken. Hoe u uiteindelijk tot uw uurtarief bent gekomen, hoeft u natuurlijk niet te specificeren. Uw klant hoeft immers niet te weten hoe u aan uw tarief komt. Maar het kan zijn dat u ten behoeve van een bepaalde klant extra onkosten maakt, zoals reis-, verteer- of verzendkosten, die u niet in uw uurtarief heeft zitten. Hoe belast u deze kosten het makkelijkst door?

Kosten doorbelasten

Hoe belast u de kosten door? Als u met uw klant heeft afgesproken dat u de door u gemaakte kosten doorbelast, dan kunt u dat als volgt doen:

  1. u verwerkt eerst de factuur van de kosten die u maakt voor uw klant als kosten in uw administratie. De eventuele btw kunt u bij uw btw-aangifte als vooraftrek in mindering brengen (m.u.v. btw op eten en drinken (horeca)); deze kosten kunt u inclusief btw doorbelasten);
  2. vervolgens vermeldt u de (overige) gemaakte kosten, exclusief de voor u aftrekbare btw, op de factuur voor uw klant;
  3. u berekent het totaalbedrag door alle bedragen van de factuur bij elkaar op te tellen, dus uren maal uurtarief plus de doorbelaste kosten. Hierover berekent u het voor uw diensten geldende btw-tarief.

Let op 1. U moet voor doorbelaste kosten dus het btw-tarief toepassen dat voor uw diensten geldt, ook als u zelf geen btw of een ander btw-tarief heeft betaald over deze kosten (verzendkosten, parkeerkosten). Let op 2. Als u kosten doorbelast die eigenlijk door uw klant zelf betaald hadden moeten worden, zoals griffierechten, hoeft u geen btw in rekening te brengen. Het gaat dan om doorlopende posten die u in naam van uw klant betaalt.

Administratie. Kosten die u doorberekent aan uw klant, behoren tot de belaste omzet. U boekt de ontvangsten dus niet credit op de door u reeds gemaakte kosten (debet) voor de klant.

Reiskosten

Kilometervergoeding. Berekent u een kilometervergoeding door aan uw klant? Dan moet u hierover ook btw afdragen. Voor wat betreft het te hanteren tarief van de kilometervergoeding gelden geen fiscale regels. U kunt dus ieder gewenst tarief afspreken, maar om een discussie met uw klant te voorkomen, is het raadzaam om hetzelfde tarief te hanteren als wat u bijvoorbeeld aan uzelf mag uitkeren voor het zakelijk gebruik van een privéauto: € 0,19 per kilometer (2016).

Openbaar vervoer en taxikosten. Berekent u de kosten van openbaar vervoer of taxi door aan uw klant? Dan moet u er rekening mee houden dat in de door u betaalde prijs voor trein, bus, tram, metro of taxi 6% btw zit inbegrepen. Deze btw mag u als vooraftrek in mindering brengen, ook al staat de btw niet op het kaartje of taxibonnetje vermeld. Het kaartje of taxibonnetje geldt hierbij als btw-factuur. De kosten exclusief btw zet u op de factuur (100/106 x de prijs van het vervoerskaartje of de taxi).

Verzendkosten. Ook als u verzendkosten of porto doorbelast aan uw klant, dient u deze op te tellen bij de omzet en hierover het voor u geldende btw-tarief in rekening te brengen.

Het beste is om doorberekende kosten op de factuur van uw klant te specificeren. Dan maakt u ook qua btw geen fouten en houdt u het overzicht of u ook alle kosten heeft doorbelast. U moet voor doorbelaste kosten dus het btw-tarief toepassen dat voor uw diensten geldt, ook als u zelf geen btw heeft betaald. bron:indicator

Meer cashflow nodig voor fiscale verplichtingen?

Waar gaat het over? Iedere ondernemer heeft er mee te maken: cashflow. Cashflow is het verschil tussen de inkomende geldstroom en de uitgaande geldstroom. Als de uitgaande geldstroom de inkomende geldstroom overtreft (negatieve cashflow), kan dat op den duur leiden tot grote (fiscale) problemen. Zonder cashflow kunt u immers niet voldoen aan uw lopende verplichtingen. Maar wat kunt u doen om de cashflow binnen uw onderneming op peil te houden? Wij zetten het voor u op een rij.

Zeven tips om uw cashflow te verbeteren

Maar eerst dit: cashflow is niet hetzelfde als winst! Zo kunt u een negatieve cashflow hebben en toch winst maken. Andersom kan ook.

Tip 1. Meten is weten. Als allereerste is het van belang dat u een goed overzicht heeft van uw financiën. Zorg daarom voor een maandelijks overzicht van uw winst- en verliesrekening. Dit is geen overbodige luxe. Zo houdt u overzicht.

Tip 2. Maak een liquiditeitsbegroting. Door een liquiditeitsbegroting te maken, kunt u zien hoeveel geld u maandelijks ontvangt en uitgeeft. Zo ziet u meteen in welke maanden uw onderneming extra geld nodig heeft, of in welke maanden uw onderneming extra geld overhoudt. Deze informatie kan u helpen bij het kiezen van een tijdstip voor het doen van investeringen.

Tip 3. Direct factureren. Hoe eerder u een factuur maakt en verstuurt, hoe eerder u deze betaald krijgt. Helaas zijn er nog altijd collega-ondernemers die te lang wachten met factureren. Let op. Het tijdstip van het uitreiken van een factuur is niet vrijblijvend. Zo zijn er door de Belastingdienst eisen gesteld aan het tijdstip van uitreiking (Wet op de omzetbelasting 1968, artikel 35a). Een factuur dient uiterlijk te worden uitgereikt op de 15e dag na de maand, waarin u de levering of dienst heeft verricht.

Tip 4. Zorg voor een duidelijke factuur. Zorg voor een correcte, duidelijke en vooral overzichtelijke factuur. Hiermee voorkomt u onjuistheden en onduidelijkheden die kunnen leiden tot vertraagde of foutieve betalingen van de klant.

Tip 5. Maak een digitale factuur. U kunt de factuur in de vorm van een beveiligd pdf-bestand e-mailen naar uw klant. Uw klant dient hiermee wel akkoord te gaan. Zo ontvangt uw klant de factuur nog sneller en u wellicht uw geld ook!

Tip 6. Beheer uw debiteuren. Het beheren van uw debiteuren is essentieel voor uw cashflow. Een optimale beheersing van debiteurenposten is alleen mogelijk indien u uw boekhouding regelmatig bijwerkt. Zo heeft u meteen zicht op openstaande facturen, waarvan de betalingstermijn is verstreken.

Als uw klant niet op tijd betaalt, is het verstandig om direct na het verstrijken van de betalingstermijn de klant te bellen en te vragen wanneer u de betaling kunt verwachten. Bespreek nadrukkelijk op welk moment u de betaling wilt ontvangen en bewaak dit moment ook.

Tip 7. Betaal niet te vroeg. Betaal uw crediteuren niet te laat, maar zeker ook niet te vroeg. Maak maximaal gebruik van de betaaltermijn die u krijgt. Bij sommige leveranciers kunt u weliswaar een betalingskorting krijgen als u snel betaalt, maar dat kan op dat moment slecht uitkomen voor dringende betalingsverplichtingen, waardoor u risico loopt op boetes en rente.

Factureer zelf het liefst zo snel mogelijk en maak maximaal gebruik van de betalingstermijn die u krijgt van uw eigen leveranciers. Betaal deze dus niet te vroeg. Ook al loopt u de betalingskorting mis, het kan belangrijker zijn eerst aan uw (fiscale) betalingsverplichting te voldoen om boetes en rente te voorkomen. bron:indicator

Onderneming, bijverdiensten of hobby?

Online aanbieden. Door het internet kunnen consumenten gemakkelijk aanbieder worden van diensten of goederen. Zo kunt u online heel gemakkelijk een klusjesman, een hovenier of een docent voor bijscholing vinden. Hoe zit het nu fiscaal met dergelijke verdiensten?

Bron van inkomen. Allereerst is het van belang om vast te stellen of de verdiensten überhaupt mogen worden belast. Dit is het geval als men deelneemt aan het economisch verkeer en men met de activiteiten voordeel behaalt en heeft beoogd. Zodoende vallen vriendendiensten (buiten het economisch verkeer) en structureel verliesgevende bezigheden hier buiten. Bent u online actief met een positief resultaat, dan kunt u ervan uitgaan dat uw verdiensten belast moeten worden.

Bijverdiensten

Resultaatgenieter. Voor bijverdiensten vindt de belastingheffing plaats op basis van ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Dit betekent dat u over uw omzet minus kosten progressief belasting betaalt in box 1.

Of toch ondernemer?

Kenmerken. Als uw activiteiten echter structureel van aard zijn en enige investering vereisen, dan kan er ook sprake zijn van winst uit onderneming. Hierbij kijkt de fiscus bijvoorbeeld ook naar het aantal opdrachtgevers, of u reclame maakt en of u ondernemersrisico loopt, zoals het risico dat uw afnemers niet betalen. Let op. Voor de btw bent u veel sneller ondernemer. Als u zelfstandig werkt en inkomsten heeft, dan moet u in principe verplicht btw berekenen.

Fiscale voordelen ondernemerschap

MKB-winstvrijstelling. Waarom is dit van belang? Indien u als ondernemer wordt belast, dan kunt u aanspraak maken op bepaalde fiscale voordelen. Zo heeft iedere ondernemer recht op de ‘MKB-winstvrijstelling’. Deze zorgt ervoor dat van uw winst 14% wordt vrijgesteld.

Investeringsaftrek. Daarnaast kunt u aanspraak maken op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Als u voor uw onderneming op jaarbasis voor meer dan € 2.300,- investeert, dan mag u een extra aftrekpost tot maximaal 28% van het geïnvesteerde bedrag opvoeren.

Zelfstandigenaftrek. Het belangrijkste onderscheid zit in de mogelijke toepassing van de zelfstandigenaftrek. Op voorwaarde dat u op jaarbasis meer dan 1.225 uur (urencriterium) aan uw onderneming besteedt, heeft u recht op een aftrek van € 7.280,- (2016). Deze aftrek wordt verhoogd met een bedrag van € 2.123,- in de eerste drie ondernemingsjaren.

Uren administreren. Om hiervan gebruik te kunnen maken, zult u wel moeten aantonen dat u voldoet aan dit urencriterium. Daarvoor kunt u het beste een urenadministratie bijhouden. Daarin mag u ook indirecte uren opnemen, zoals brainstormsessies, reisuren en overleg met uw financieel adviseur.

Tip. Voor de MKB-winstvrijstelling en investeringsaftrek hoeft u niet aan dit urencriterium te voldoen.

Uw volgende stap

Een urenregistratieformulier kunt u bij ons opvragen.

Zelfs als u op jaarbasis minder dan 1.225 uur aan uw bijverdiensten besteedt, kan het voordelig zijn om als ondernemer aangemerkt te worden. U kunt dan aanspraak maken op de MKB-winstvrijstelling en investeringsaftrek. Van belang is onder meer het aantal opdrachtgevers en of u ondernemersrisico loopt. bron:indicator

Controle op privérijden onder vuur

Auto van de zaak populair. De auto van de zaak is nog steeds populair bij ondernemers en bij werknemers. Het privégebruik is belast via de bekende bijtelling, tenzij u kunt bewijzen dat met de auto in het jaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Ander bewijs dan een sluitende kilometeradministratie wordt zelden geaccepteerd.

Intensieve controle. Belastingplichtigen rommelen hiermee echter nogal eens, dus controleert de fiscus scherp. Onlangs kwam de vraag aan de orde of de Belastingdienst daarbij gebruik mag maken van automatisch gefotografeerde kentekengegevens. De adviseur van de Hoge Raad zette hierbij de nodige vraagtekens wegens het in strijd zijn met de privacy, Parket bij de Hoge Raad, 16.09.2016 (PHR:2016:885) . Los van de vraag of onze hoogste rechter dit advies zal volgen, is het belangrijk voor u om problemen te voorkomen.

Rittenadministratie. Formeel is voor het bewijs dat u de auto nauwelijks privé heeft gebruikt, een rittenadministratie niet vereist. De Belastingdienst en ook de rechter blijken echter andere vormen van bewijs, zoals verklaringen van collega’s, vrijwel nooit afdoende te vinden. Let op. Houd daarbij in uw achterhoofd dat er een groot financieel belang voor u is en dat een gehanteerde kilometeradministratie aan fiscale eisen moet voldoen. U moet dus per rit de datum opgeven, de begin- en eindstand van de kilometerteller, het volledige adres van vertrek en aankomst, de route (als dit niet de meest gebruikelijke is) en eventuele omrijdkilometers noteren en aangeven of de rit zakelijk of privé is.

Uw volgende stap

De rekentool ‘E-kilometerregistratie’ kunt u bij ons opvragen.

Registratiesysteem kopen? Leveranciers van commerciële registratiesystemen hebben een keurmerk ontwikkeld. Gebruikt u die, gaat de fiscus ervan uit dat deze klopt. Wel moet u controleren of een rit inderdaad wel zakelijk of privé is. Als u onze rekentool gebruikt, zit u ook goed.

Wilt u aan de bijtelling ontkomen, zorg dan voor een sluitende rittenadministratie. Dat kan met onze rekentool. Let bij aankoop elders of er een keurmerk is. bron:indicator

Hoge Raad: toch aftrek werkkamer huurwoning

Huurrecht op de balans. Een ondernemer heeft recht op aftrek als hij het huurrecht van de woning tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Dit kan als hij van de huurwoning minstens 10% gebruikt voor zijn bedrijf, bijvoorbeeld een kamer voor het bijhouden van de administratie.

Kostenaftrek. In dat geval mag alle huur in aftrek worden gebracht van de winst. Hierop moet dan wel een correctie worden aangebracht vanwege het privégebruik van de woning. Deze correctie bedraagt in 2016 voor de meeste woningen 1,85% van de WOZ-waarde. Het verschil komt dus ten laste van de winst. Uit de uitspraak volgt niet of ook bijkomende kosten van de werkkamer als aftrekpost kunnen worden opgevoerd. Uit eerdere rechtspraak leiden wij af dat dit kan en dat een evenredig deel van de overige kosten ook in aftrek kan worden gebracht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de OZB en verzekeringen.

De Hoge Raad heeft beslist dat een ondernemer in de inkomstenbelasting (eenmanszaak, Vof, maatschap) die minstens 10% van zijn huurwoning bedrijfsmatig gebruikt, daarvoor kosten in aftrek mag brengen. bron:indicator

Per 2017 subsidie voor werknemer met minimumloon

Regeren is vooruitzien

Vanaf 2017. Wanneer u in 2017 een werknemer heeft die een gemiddeld uurloon geniet gelijk aan het minimumloon of net iets meer, dan heeft u in 2017 recht op een subsidie, het zogenaamde lage-inkomensvoordeel (LIV). Op basis van de nu bekende cijfers bedraagt deze subsidie:

Voorwaarde LIV per uur Maximum
Gemiddeld uurloon is min. € 9,89 en niet meer dan € 11,88 € 1,01 per uur € 2.000,- per jaar
Gemiddeld uurloon is meer dan € 10,88 maar niet meer dan € 11,87 € 0,51 per uur € 1.000,- maximaal

Gemiddeld uurloon? Het gemiddeld uurloon is het uitbetaalde brutojaarloon volgens de salarisadministratie inclusief ziekte-uren, vakantiegeld en doorbetaalde vakantie-uren. Tip 1. Vergoedingen en verstrekkingen die u in de WKR heeft ondergebracht en dus niet bij de werknemer zelf worden verloond, tellen niet mee. Tip 2. De bedragen van het gemiddeld uurloon zijn berekend op basis van het wettelijk minimumloon in 2015 en zullen in 2017 nog iets naar boven worden bijgesteld op basis van het dan geldende wettelijke minimumloon.

Overige voorwaarden

Overige voorwaarden voor toepassing van de regeling zijn:

  • de werknemer wordt voor ten minste 1.248 verloonde uren in de administratie opgenomen in een kalenderjaar (min. 24 uur per week);
  • de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt;
  • de werknemer is in dienstbetrekking (oud-werknemers die nog iets krijgen dus niet).

Waarom al goed om nu te weten?

De regeling geldt dus ook voor werknemers die u reeds voor 2017 in dienst heeft, mits ze maar verder aan de voorwaarden voldoen. Bovendien is de regeling van toepassing op alle werknemers die aan de voorwaarden voldoen. Er is dus geen beperking inzake het aantal deelnemers.

Automatisch. U krijgt de subsidie automatisch. Als u alle gegevens op uw aangifte volledig invult, gaat het UWV berekenen of u voor de subsidie in aanmerking komt en zo ja, voor welke werknemers. Tip. Controleer wel het UWV-overzicht om foutjes te voorkomen. Let op. Als later blijkt dat u onjuiste gegevens heeft doorgegeven, loopt u risico op een fikse boete van maximaal € 1.319,-. Controleer alles dus zorgvuldig! Vervolgens ontvangt u de subsidie (minimaal een half jaar na afloop van het jaar waarin u recht had op de subsidie).

Al premiekortingen? Ontvangt u voor bepaalde werknemers nu al premiekortingen? Dan kunnen deze in 2017, als u er dan nog recht op heeft, gewoon doorlopen naast het lage-inkomensvoordeel. U profiteert dan dubbelop!

Uitbetaling achteraf! U krijgt de subsidie pas in de loop van 2018. Het maakt daarbij niet uit of de betreffende werknemer dan nog in dienst is. Als hij aan de voorwaarden voldeed qua salaris en in 2017 minimaal 1.248 uur verloond zijn, heeft u recht op de subsidie.

Nu meten is nu weten … Wilt u nu al weten of u voor uw huidige werknemers in aanmerking komt voor de subsidie? Ga dan naar http://ibm.regelhulpenvoorbedrijven.nl/Premiekortingen en voer de gevraagde gegevens in.

Volgend jaar kunt u voor werknemers met het minimumloon of iets meer een subsidie krijgen van maximaal € 2.000,-. Ook voor werknemers die u reeds voor 2017 in dienst heeft en die aan de voorwaarden voldoen. Dat kunt u nu al online checken via de aangegeven website. bron:indicator

‘Had u maar naar uw adviseur moeten luisteren …’

Wat was er gebeurd? Een ondernemer die even krap bij kas zat, stelde, ondanks dringende waarschuwingen van zijn accountant, de suppletieaangifte btw van € 111.946,- over 2014 bewust uit. De accountant die verplicht was om melding te doen op grond van zijn beroepsregels, meldde dit dus bij de overheidsinstantie die gaat over ongebruikelijke transacties. Zo kreeg uw collega een taakstraf van 120 uur, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf plus nog eens een boete van € 10.000,-, Rechtbank Overijssel, 25.07.2016 (RBOVE:2016:2901) .

Is dat een misdrijf dan?

Het opzettelijk niet, onjuist, onvolledig of niet tijdig doen van een btw-aangifte, is een misdrijf. Dat geldt ook voor het niet (terstond) informeren van de Belastingdienst over btw die u nog moet betalen (d.m.v. een suppletieaangifte). Naast een geldboete riskeert men hiermee ook een gevangenisstraf. De hoogte van de benadeling is uiteindelijk bepalend voor de strafmaat.

Balansschulden btw. Vanaf 1 augustus 2013 is de Belastingdienst reeds gestart met het landelijk project ‘Inning balansschulden btw’. Hierbij vergelijkt de Belastingdienst de btw-schuld op de balans met de ingediende btw-aangiften. Als men hier onverklaarbare verschillen constateert, kan de Belastingdienst een boekenonderzoek starten naar het bewust niet aanvullend aangeven (suppleren genoemd) en betalen van de btw-schuld.

Meldingsplicht adviseur. Als uw adviseur vermoedt dat er fraude wordt gepleegd (zoals het opzettelijk niet indienen van een btw-suppletie), moet hij dit melden bij FIU, de overheidsinstantie die gaat over ongebruikelijke transacties.

Doet uw adviseur dit niet? Dan loopt uw adviseur het risico om hiervoor tuchtrechtelijk en strafrechtelijk op grond van de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme) te worden aangesproken.

Financiële sancties

Forse vergrijpboete. Als de Belastingdienst achteraf tot de conclusie komt dat u opzettelijk te weinig btw heeft betaald, dan kunt u geconfronteerd worden met een vergrijpboete tot wel 100% van de te weinig betaalde btw.

Verzuimboete. Als u wel suppletieaangifte doet, maar de verschuldigde btw is hoger dan € 20.000,- of meer dan 10% van de te betalen btw over het boekjaar, krijgt u een verzuimboete van 5%.

Belastingrente. Doet u binnen drie maanden na afloop van het jaar waarin u de btw moest betalen de btw-suppletie? Dan betaalt u geen rente. Als u later suppleert, betaalt u momenteel 4% rente (van 1 april 2014 tot 1 januari 2017).

Hoe werkt dat suppleren?

Via een rondrekening bij het opmaken van de jaarrekening, spoort u of uw adviseur fouten op in de btw-aangiften. Op het moment dat de belastingplichtige een onjuistheid ontdekt in de btw-aangifte van € 1.000,- of meer, dient er zo spoedig mogelijk een suppletieaangifte gedaan te worden. Een btw-suppletie kan tot maximaal vijf jaar terug ingediend worden. Daarna kunt u geen btw meer aangeven of terugvragen. Tip. Als de correctie kleiner is dan € 1.000,-, dan is een btw-suppletie niet nodig. U mag dan de correctie in de eerstvolgende btw-aangifte aangeven.

Het opzettelijk niet, onjuist, onvolledig of niet tijdig doen van een btw-aangifte is een misdrijf. Naast een geldboete riskeert u ook een gevangenisstraf. Uw adviseur loopt ook een fors risico als hij hiervan wist en dit niet heeft gemeld. Is een correctie kleiner dan € 1.000,-, dan mag dat ook in de reguliere aangifte. bron:indicator

Factuur op naam Vof, of is op naam vennoot ook oké?

Wat was de vraag? Als u als ondernemer uw beroep uitoefent via een Vof, dan is voor de btw de Vof ‘de ondernemer’. Zo is het de Vof die de eventueel verschuldigde btw moet afdragen en de verrekenbare btw op kosten in aftrek kan brengen. Maar wat nu als er een factuur op uw naam is uitgesteld en niet op naam van de Vof? Mag u de btw hiervan nu wel of niet in aftrek nemen? En wat met de inkomstenbelasting? Mag u deze kosten wel of niet zakelijk opvoeren?

Factuur op naam van de vennoot

Btw op factuur. Een Vof mag de btw op de zakelijke kosten die de vennoten op eigen naam hebben gemaakt in aftrek brengen. Zolang de facturen maar in de boekhouding van de Vof worden opgenomen, is de btw aftrekbaar. Dit zelfde geldt ook voor zakelijke abonnementen die op naam van een vennoot zijn afgesloten. Let op. Voor investeringsgoederen gelden andere regels. Maar als een investeringsfactuur op naam van een vennoot is uitgesteld, dan is door een speciale regeling van de staatssecretaris van Financiën onder bepaalde voorwaarden de aftrek van btw wel goedgekeurd.

Er kunnen ook niet-fiscale redenen zijn waarom een factuur niet op naam van een Vof staat, bijvoorbeeld omdat bij sommige diensten een bedrijfsnaam betekent dat er een ‘zakelijk’ contract moet worden gesloten tegen soms hogere kosten. Daarover een volgende keer meer.

Wat houdt die regeling in?

Zo mag de Vof in de volgende situaties de btw van investeringsgoederen in aftrek brengen, ook als de factuur op naam van een vennoot staat:

  1. als het investeringsgoed binnen de Vof gebruikt wordt voor met btw-belaste prestaties, als de speciale regeling niet kan worden toegepast en als u als vennoot voor het gebruik van uw investeringsgoed binnen de Vof geen vergoeding van de Vof ontvangt. Als u het investeringsgoed bijvoorbeeld tegen een vergoeding verhuurt aan de Vof, is de speciale regeling niet van toepassing, tenzij de vergoeding winstafhankelijk is gemaakt;
  2. als de Vof de btw alle rechten en verplichtingen met betrekking tot het investeringsgoed op zich neemt. Dit betekent onder andere dat bij verkoop van het investeringsgoed de Vof in beginsel een btw-factuur uit zal moeten reiken;
  3. de Vof zal ook moeten controleren en bijhouden of de btw terecht in aftrek is gebracht. De facturen die betrekking hebben op het investeringsgoed, dienen te worden opgenomen in de boekhouding van de Vof.

Verstandiger? Bij samenwerkingsverbanden verdient de tenaamstelling van het samenwerkingsverband de voorkeur. Zo voorkomt u discussies en komt de aftrek van btw niet in het geding. Tip. Voorkom al dat fiscale gedoe en zorg dat u altijd btw-nota’s ontvangt waarop de naam van uw Vof (bedrijf) staat en niet uw eigen naam.

En voor de inkomstenbelasting (IB)?

Voor de IB moet u aannemelijk maken dat het zakelijke kosten betreft voor de Vof. Voor gemengde kosten of kosten waar een privékarakter aan hangt, wordt het aantonen van zakelijk nut lastiger als de factuur op naam van een vennoot is uitgesteld. Daarom geldt ook hier: voorkomen is beter dan genezen.

Als een factuur voor uw bedrijf een keer op uw naam is gesteld, is er nog geen man overboord voor de aftrek van btw en de kostenaftrek in de IB. Voorkom echter dat daar lastige vragen over ontstaan bij een controle en zorg ervoor dat inkomende facturen altijd op naam van uw bedrijf zijn gesteld. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl