“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Kamerverhuurvrijstelling 2016?

Kamer in uw eigen woning. Het moet gaan om de verhuur van een kamer in uw eigen woning. Het mag dus geen zelfstandige woonruimte zijn. De verhuur mag niet van korte duur zijn, bijvoorbeeld per week of per seizoen of via Airbnb.

Bovendien moeten uw huurder en u tijdens de huurperiode ingeschreven staan op hetzelfde adres. Wat niet mag, is uw verhuurkosten aftrekken: de vrijstelling is bruto voor aftrek van kosten.

U mag in 2016 aan brutohuur incl. vergoeding voor gas, water, elektra en evt. stoffering en meubilair in totaal € 5.069,- belastingvrij ontvangen. De vrijstelling is bruto voor aftrek van kosten. bron:indicator

Zakendoen met een zzp’er, ID-bewijs kopiëren, ja of nee?

De Wet bescherming persoonsgegevens geeft inderdaad maar heel beperkt toestemming om ID-bewijzen te kopiëren. Hoofdregel: het mag niet, tenzij het moet. Dus het mag alleen als een specifieke wet de verplichting bevat om kopieën van ID-bewijzen te verzamelen. Verplichtingen heeft u onder meer op grond van:

  • de loonbelasting/wetgeving premieheffing voor werknemers;
  • de Vreemdelingenwet 2000 voor arbeidskrachten van buiten de EER. Hiervoor is wel een kopie ID-bewijs nodig.

Let op 1. Voor alle anderen, dus ook de zzp’er met de Nederlandse nationaliteit, mag u dus geen kopie ID-bewijs maken.

Let op 2. In beide genoemde gevallen zijn de gevolgen erg duur (hoge boetes!) als u de kopie niet in uw dossier heeft.

En de Wet DBA (opvolger VAR) dan?

Per 1 mei 2016 is de Wet DBA ingevoerd. Op grond daarvan kunt u met een goedgekeurde modelovereenkomst die ook wordt nageleefd, voorkomen dat een zzp’er achteraf uw werknemer is. Let op. U mag geen kopie ID-bewijs opvragen/bewaren.

Ja, maar … Maar wat als de feiten achteraf blijken niet te zijn nageleefd en de zzp’er toch als uw werknemer wordt beschouwd? Of wat als u erachter komt dat die Nederlandse zzp’er bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft?

Dan alsnog ID-bewijs! Het is dan handig om alsnog het kopie ID-bewijs te kunnen krijgen om extra kosten achteraf te voorkomen.

Hoe doet u dat? Spreek met uw zzp’er af dat hij op uw eerste verzoek alsnog een ID afgeeft om te kopiëren op straffe van een boete. Vooraf, in het kader van de opdracht, zal dat vaak makkelijker zijn dan wanneer hij klaar en weg is. Gebruik daarvoor de clausule ‘Afgifte ID-bewijs’ in de overeenkomst met de opdrachtnemer.

Uw volgende stap

De clausule ‘Afgifte ID-bewijs’ kunt u bij ons opvragen.

Alsnog opvragen. Gebruik de mogelijkheid om alsnog het ID-bewijs op te vragen pas wanneer u een hele goede reden heeft om te denken dat de zzp’er onder een van de twee genoemde categorieën valt (werknemer voor de loonheffingen of vreemdeling van buiten de EER). Dat kan bijvoorbeeld omdat de Belastingdienst heeft geoordeeld dat de zzp’er toch echt als werknemer moet worden aangemerkt. Zo voorkomt u het risico op een forse boete omdat u ten onrechte een kopie ID-bewijs heeft. Let op. Deze boete bedraagt maximaal € 820.000,- of (als dat beter past) 10% van de jaaromzet.

Niet opgenomen in modelclausule?

Wij hebben in onze modelclausule niet opgenomen in welke gevallen u een kopie mag opvragen. U voorkomt daarmee dat u de zzp’er moet gaan uitleggen wat er speelt en dat deze vragen gaat stellen over de juistheid van uw verzoek of zich ongewenst gaat bemoeien met de discussie met de Belastingdienst of Inspectie SZW. Bovendien voorkomt u dat bij eventuele nieuwe ID-verplichtingen de bepaling niet volstaat. Wilt u echter liever wel meteen duidelijk zijn naar de zzp’er, dan mag dat natuurlijk ook. Dat is aan u.

Spreek met uw zzp’er af dat als u dat later wilt, u een kopie van zijn ID-bewijs mag maken. Gebruik deze afspraak pas als u een hele goede reden heeft om aan te nemen dat dit nodig is, bijvoorbeeld omdat de Belastingdienst zegt dat uw zzp’er eigenlijk werknemer is. bron:indicator

Kosten opfriscursussen aftrekbaar?

Wat speelde er?

Verkeersvlieger. Onlangs ging het in een zaak voor de Rechtbank Gelderland, 05.10.2016 (RBGEL:2016:4989) , om een vrouw die reeds in 2011 haar vliegbrevet had behaald. Zij is nog niet werkzaam als verkeersvlieger. Wel moet zij ter onderhoud van haar vliegbrevet scholingskosten maken. De vraag is nu of deze kosten, gemaakt in 2013, in de aangifte inkomstenbelasting als scholingsuitgaven (persoonsgebonden aftrek) opgevoerd kunnen worden. De vrouw heeft nog geen baan en kan deze kosten dus niet afzetten tegen belastbare inkomsten. Wel wordt de persoonsgebonden aftrek behouden voor toekomstige belastingjaren. Zo hoopt zij in de toekomst belastingvoordeel van deze uitgaven te hebben.

Standpunt inspecteur

Nieuw leertraject. De inspecteur stelt dat aftrek van deze kosten niet mogelijk is. De vrouw heeft volgens hem haar opleiding tot pilote inmiddels afgerond. De gemaakte kosten zien dus niet op een nieuw leertraject, maar alleen op onderhoud van haar kwalificaties. Nu voor de aftrek van scholingskosten is vereist dat het gaat om een nog niet afgerond of nieuw leertraject, zijn deze kosten volgens de inspecteur niet aftrekbaar.

Uitspraak rechter

Aftrek geschrapt. De vrouw laat het er niet bij zitten en stapt naar de rechter. Deze oordeelt in het voordeel van de Belastingdienst. Het feit dat de gemaakte kosten zien op onderhoud van een eerder afgeronde opleiding, maakt dat deze niet voor aftrek in aanmerking komen. Ondanks dat de vrouw deze kosten moet maken om uitzicht te houden op een baan als verkeersvlieger, is dit onvoldoende om te spreken over een nieuw leertraject. De aftrek van de gemaakte scholingskosten wordt dus geschrapt.

Zakelijke kosten?

Herhalingscursussen, e.d. Een vergelijkbare discussie valt te verwachten indien u als ondernemer kosten voor het onderhouden van andere kwalificaties als scholingskosten in aftrek wilt brengen. Denk hierbij aan herhaalcursussen voor een heftruckbewijs, bhv-certificering of branche-gerelateerde ‘up-to-date’-cursussen. Hoe pakt u dit fiscaal slim aan?

Opnemen in winst- en verliesrekening. In dergelijke situaties is het veelal beter om deze kosten niet als scholingskosten in uw aangifte inkomstenbelasting op te nemen, maar als kosten van uw onderneming. Deze kosten moet u immers maken om uw onderneming goed te laten draaien en kunnen zodoende in de winst- en verliesrekening worden opgevoerd. Zo voorkomt u een mogelijke discussie met de Belastingdienst over wel of geen nieuw leertraject. Dat criterium speelt in de ondernemingssfeer namelijk geen rol.

Aftrek scholingskosten afgeschaft? Daarbij komt dat voor scholingskosten een drempel geldt van € 250,- en in sommige situaties een maximum van € 15.000,-. Voor de kostenaftrek in uw onderneming geldt deze drempel en dit maximum niet. Bovendien wordt (waarschijnlijk) de aftrek van scholingskosten met ingang van 2018 afgeschaft. Dit voornemen is opgenomen in het Belastingplan 2017 en is op dit moment onderwerp van discussie in het parlement.

Neem de scholingskosten van uzelf (zo veel mogelijk) op als bedrijfskosten. Zo vermijdt u een mogelijke discussie met de Belastingdienst. Bovendien heeft u daarmee geen last van de drempelbedragen die voor scholingskosten als persoonsgebonden aftrek gelden. bron:indicator

Oplaadpunt elektrische auto thuis, wat met de btw?

Elektrisch rijden

Opladen. Elektrisch rijden wordt met name dankzij verschillende fiscale voordelen steeds populairder. Elektrische auto’s moeten echter wel vaak opgeladen worden. Dan is een laadpunt thuis wel zo praktisch. Als u op eigen terrein kunt parkeren, kunt u een laadpaal aanschaffen en bij u thuis laten installeren. Zonder eigen parkeervoorziening heeft u een vergunning van de gemeente nodig voor het plaatsen van een laadpaal. Dat kan helaas niet bij iedere gemeente.

Openbaar. Zonder eigen parkeerplaats komt de laadpaal op openbaar gebied te staan. Soms is de laadpaal dan geheel voor openbaar gebruik. Dan loopt de stroomvoorziening ook zelfstandig via de gemeente. In andere gevallen wordt de laadpaal op openbaar terrein bij de eigen woning geplaatst, op voorwaarde dat het gebruik wordt gedeeld (met de buurman). De stroomvoorziening loopt dan (evengoed) via uw meterkast.

Btw. De btw op de aanschaf van de laadpaal kunt u in aftrek brengen als u uw auto voor de btw ‘op de zaak’ heeft staan. Rijdt u uw auto privé, dan is deze btw niet aftrekbaar.

Energiekosten

Een laadpaal op eigen terrein heeft geen eigen stroomvoorziening, zoals ‘echte’ openbare laadpalen dat wel hebben, dus wordt de stroom uit uw meterkast gebruikt. De btw op de stroom die voor het opladen van uw elektrische auto wordt gebruikt, is aftrekbaar als de auto ‘op de zaak’ staat. Dan moet u wel weten hoeveel stroom u voor uw elektrische auto gebruikt. Let op. Niet alle laadpalen meten het stroomverbruik. Kies er dus een die het verbruik meet.

Gedeeld gebruik

Buurman. Als u een vergunning van de gemeente heeft om een laadpaal op openbaar gebied bij uw woning te plaatsen, is het gebruik van uw laadpaal dus niet exclusief voor u. Dat betekent dus ook dat uw buurman dan uw stroom gebruikt!

Afrekenen. Het laden van de auto van uw buurman gebeurt (ook) met een laadpas. Dat betekent dat u een vergoeding ontvangt van de exploitant van zijn laadpas voor de door u geleverde stroom. Over de doorgeleverde stroom moet u dan wel btw afdragen! U trekt de btw op de via de laadpaal verbruikte stroom namelijk ook af.

Privégebruik

Forfait. Als u uw auto zowel zakelijk als privé gebruikt, moet u aan het eind van het jaar btw over het privégebruik betalen. Als u geen kilometeradministratie bijhoudt, betaalt u een vast percentage van de cataloguswaarde. Daar zijn alle kosten bij inbegrepen, dus ook de laadpaal en de verbruikte stroom.

Kilometers. Houdt u wel een kilometeradministratie bij, dan moet u bij de berekening ook rekening houden met de stroom die via uw laadpaal door uw zakelijke auto is gebruikt.

Energiebelasting. Voor laadpalen met een zelfstandige aansluiting wordt de energiebelasting vanaf 1 januari 2017 verlaagd voor een periode van drie jaar. Dat scheelt € 1,- tot € 2,- per laadbeurt.

Dat geldt helaas niet voor de laadpaal thuis, omdat deze vrijwel nooit een zelfstandige aansluiting heeft, die is immers gekoppeld aan uw meterkast.

Staat uw auto ‘op de zaak’, dan kunt u de btw op de aanschaf van een laadpaal thuis en de btw op verbruikte stroom aftrekken. Dat geldt niet voor de privéauto. Als ook anderen uw laadpaal gebruiken, moet u daar eveneens btw over betalen. Let er dus op dat het stroomverbruik gemeten wordt. bron:indicator

Kerstpakket ook fiscaal slim verpakt?

Belaste kerstpakketten. Sinds de invoering van de werkkostenregeling (WKR) geldt er voor kerstpakketten geen bijzondere regeling meer. Dit betekent dat u in beginsel over de waarde hiervan (incl. btw) eindheffing moet betalen, dan wel dat u de kerstpakketten met loonbelasting moet belasten op de loonstrook van uw werknemers. Dit laatste is natuurlijk niet erg ‘feestelijk’.

In de vrije ruimte? Er is gelukkig ook nog de mogelijkheid van de vrije ruimte. Op voorwaarde dat deze nog voldoende groot is, kunt u de kerstpakketten hierin onderbrengen. Let op. Hierbij is het van belang dat u reeds bij het verstrekken van de pakketten aangeeft of u deze als eindheffingsbestanddeel wilt opnemen of niet.

Stappenplan kerstpakket bestellen. Het is dus van belang om voorafgaand aan het bestellen een inschatting te maken van de nog beschikbare vrije ruimte. Dit kunt u doen aan de hand van de volgende stappen:

  • Vraag de geschatte fiscale loonsom voor 2016 op bij uw salarisadministrateur. De vrije ruimte 2016 bedraagt 1,2% hiervan.
  • Tel alle vergoedingen en verstrekkingen die u reeds in de vrije ruimte heeft opgenomen en nog wilt opnemen in 2016 bij elkaar op, exclusief de kerstpakketten. Denk hierbij aan het personeelsfeest, fietsen van de zaak, parkeerkosten, etc.
  • Is het totaal kleiner dan uw vrije ruimte, dan kunt u het verschil benutten voor de kerstpakketten.
  • Is het totaal groter dan uw vrije ruimte, dan moet u over het overschot 80% eindheffing betalen. Bovendien is er dan geen ruimte meer om de kerstpakketten in de vrije ruimte op te nemen.

Voorbeeld. Stel, op basis van bovenstaand stappenplan verwacht u over 2016 nog een vrije ruimte van € 150,- over te hebben. Dit betekent dat u bij drie werknemers, per werknemer maximaal € 50,- (incl. btw) aan een kerstpakket kunt uitgeven, zonder dat u hierover een eindheffing bent verschuldigd. Tip. Dus eerst berekenen, dan pas bestellen.

Door vooraf een goede inschatting te maken van de resterende vrije ruimte over 2016, voorkomt u dat u over de kerstpakketten 80% eindheffing moet betalen. bron:indicator

Liever uw leasecontract verlengen?

De fiscale bijtelling werd voor zuinige auto’s per 1 januari 2016 al verhoogd (tot 21 resp. 25%), maar in 2017 komt er een eenheidstarief van 22%. Let op. U kunt uw lopende contract soms al verlengen met meer dan 60 maanden. U profiteert dan van een lager leasebedrag, terwijl u bij zuinige auto’s het lagere bijtellingspercentage houdt zolang het contract loopt. Tip. Gaat uw nieuwe leasecontract pas in na de jaarwisseling, dan is de bijtelling bovendien 22 in plaats van 25%.

De leasemarkt past zich aan. De gemiddelde leasetermijn is inmiddels verhoogd tot bijna vier jaar (was drie jaar). Gemiddeld kiezen ondernemers voor verlenging van het leasecontract met maximaal 18 maanden. Zo vermijdt u dat u met een nieuw contract de huidige, hogere bijtelling moet gaan betalen. Vraag uw leasemaatschappij naar een offerte voor een verlenging van de leasetermijn.

Loopt uw leasecontract binnenkort af? Verlengen tot ruim 60 maanden kan dan een aantrekkelijk alternatief zijn. U krijgt een langere leasetermijn en u behoudt uw huidige, lagere bijtelling. bron:indicator

De opvolger van de VAR in de praktijk ook zo’n gedoe?

Kamervragen? Veelal gaat het om gelijksoortige vragen en antwoorden die geen handvaten bieden voor de praktijk. Met andere woorden: u heeft er niets aan. Vandaar dat we in dit artikel ingaan op enkele vragen uit de praktijk, zodat u aan de hand hiervan uw situatie kunt beoordelen.

Als u een zelfstandige inhuurt

U beoordeelt. Voor de loonheffingen zult u moeten bepalen of iemand uw werknemer is of niet. Kreeg u voorheen een correcte VAR-verklaring, dan wist u waar u aan toe was. Sinds 1 mei 2016 bestaat deze VAR niet meer. U moet nu zelf beoordelen of u te maken heeft met een werknemer of met een zelfstandige.

Voorbeeld. Stel, u huurt eenmalig voor enkele dagen een ondernemer in om in uw opdracht een nieuw logo te ontwerpen. Dan is deze fiscaal geen werknemer. Is dit echter onduidelijk, dan kunt u gebruikmaken van een goedgekeurde modelovereenkomst. Denk aan de boekhouder die elke week uw boeken bijwerkt en dit al enkele jaren doet vanuit zijn eenmansbedrijf. Deze administrateur zou, afhankelijk van de precieze afspraken, heel goed uw fiscale werknemer kunnen zijn. Tip. Wilt u elk risico uitsluiten? Gebruik dan een goedgekeurde modelovereenkomst. Deze kunt u vinden op de site van de Belastingdienst. Let op. U kunt alleen op zo’n modelovereenkomst vertrouwen als u die naleeft.

U gebruikt geen modelovereenkomst? In de praktijk liepen we tegen het volgende geval aan. Een opdrachtgever heeft een bedrijf. In zijn bedrijfspand valt altijd wel iets te klussen. Deze klussen worden geregeld door een zzp’er die wekelijks in het bedrijf rondloopt. De afspraken liggen niet vast op papier. De zzp’er stuurt facturen voor zijn werk.

Let op. In dit geval loopt de opdrachtgever een risico dat de zzp’er fiscaal als zijn werknemer gezien wordt. Iemand die elke week terugkomt en verschillende zaken oppakt, lijkt immers eerder op een werknemer dan op een opdrachtnemer die een concrete klus oppakt.

Klusjesman. Bovendien is bij aanneming van werk (zulke klussen zijn daar een goed voorbeeld van) altijd sprake van een werknemer als de zzp’er geen echte onderneming heeft. Als dat voor u als opdrachtgever niet in te schatten is, loopt u dus altijd een risico. Tip. Gebruik hier de modelovereenkomst ‘aanneming van werk’, eventueel door in een e-mail, waarin u vraagt, “Kun je morgen het raam repareren”, het nummer van de modelovereenkomst toe te voegen. Partijen moeten de voorwaarden van de modelovereenkomst naleven.

Opdracht aan eigen kind gunnen?

Een veel terugkerend praktijkgeval is de situatie dat een van de ouders een bedrijf heeft en een kind hierin meewerkt en daarvoor een factuur stuurt. Dat kan natuurlijk best. Stel dat vader een bedrijf heeft en dochter is advocaat en voert incidenteel een procedure voor hem. In dat geval is er niets aan de hand. Er bestaat geen risico van werknemerschap.

Vaak is het echter anders. Het werk van de dochter beperkt zich tot het meehelpen van de vader. De dochter heeft dan dus geen onderneming en zal dan al snel fiscaal werknemer zijn. Met een passende modelovereenkomst kan dat eventueel voorkomen worden.

Een modelovereenkomst is handig en verstandig als een opdrachtnemer werkt op een manier die deels vergelijkbaar is met een werknemer, vooral wanneer deze vaker dan voor één opdracht bij u over de werkvloer komt. Let op dat een (model)overeenkomst alleen zekerheid biedt wanneer deze echt wordt nageleefd. bron:indicator

Wat als uw herinvesteringsreserve zorgt voor een verlies?

Hoe zat dat alweer met een HIR?

Herinvesteringsreserve (HIR). Als u een bedrijfsmiddel verkoopt, kan er een boekwinst ontstaan waarover u belasting moet betalen. Heeft u echter het voornemen tot herinvestering, dan kunt u de belastingheffing uitstellen door een zogenaamde herinvesteringsreserve te vormen. Deze reserve boekt u weer af als u (her-)investeert.

Voornemen. U mag de HIR alleen op uw balans zetten als u kunt aantonen dat u plannen heeft om de opbrengst opnieuw te investeren. Alleen een voornemen is niet voldoende. Er moeten op de balansdatum concrete plannen bestaan, zoals offerteaanvragen, zoekopdrachten naar makelaars, enz. Daar kwam een collega met een BV recentelijk achter. Daarover dadelijk meer.

Regel 1. Een van de voorwaarden voor het vormen van de HIR bij onroerende zaken is dat de vervangende onroerende zaak dezelfde economische functie gaat vervullen.

Regel 2. Ook dient binnen drie jaar na het jaar waarin de verkoop heeft plaatsgevonden een vervangend bedrijfsmiddel te worden gekocht.

Financieel? Het is niet vereist om zelf een pot met geld gereed te hebben. Het moet dan wel zo zijn dat u financieringsmogelijkheden heeft om te (her-)investeren. Als die ontbreken, is de vorming van een HIR niet mogelijk.

En een HIR bij verlies?

Zo kan het zelfs gebeuren dat er een verlies ontstaat door de vorming van een HIR, mits dat u positieve box 1-inkomsten heeft gehad in de afgelopen drie jaar of deze gaat behalen in de komende negen jaar. Een verlies uit box 1 mag u met drie jaar terug en negen jaar vooruit verrekenen met positieve box 1-inkomsten. Zo kunt u bijvoorbeeld uw verlies over 2016 verrekenen met de positieve box 1-inkomsten van 2013, 2014 en 2015. Resteert er dan nog een bedrag, dan mag u dit in de toekomst verrekenen, maar wel voor 2025 (negen jaar). Mocht er dan nog een bedrag resteren, dan kunt u dit niet meer verrekenen. Dit verlies verdampt.

Waarom HIR geweigerd door rechter?

Dat de vorming van een HIR strikt gebonden is aan voorwaarden, blijkt uit de volgende rechtszaak. Een BV die met boekwinst in 2005 onroerende zaken verkocht, kwam van een koude kermis thuis. Mede door de vorming van een HIR ontstond er voor het jaar 2005 een verlies. Dit verlies verrekende de BV met de winst van 2002. Tijdens een boekenonderzoek in 2010 concludeerde de inspecteur dat er voor 2005 ten onrechte een HIR was gevormd. Dit betekende dus dat er in 2005 geen sprake was van een verlies dat met de winst van 2002 verrekend kon worden. Er werd een navorderingsaanslag opgelegd voor de jaren 2002 en 2005. De zaak kwam voor het gerecht, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 08.08.2016 (GHSHE:2016:1714) .

Dubbel zo zuur. De rechter oordeelde dat er geen aannemelijk bewijs was dat er een herinvesteringsvoornemen was op 31 december 2005. Daarbij ontbrak het de BV ook aan financiële middelen om tot herinvestering over te gaan. Let op. Dit kan bij u als ondernemer in de inkomstenbelasting ook van belang zijn. Het vormen van een HIR is strikt gebonden aan regels, zoals eerder in het artikel genoemd zijn.

Een HIR vormen is toegestaan in verliessituaties. Er moeten wel financieringsmogelijkheden zijn en een investeringsvoornemen. Dat laatste kunt u aantonen met offerteaanvragen, zoekopdrachten naar makelaars, enz. U moet de herinvestering binnen drie jaar na het jaar van verkoop plegen. bron:indicator

Aftrek onderhoudskosten rijksmonument vervalt

Huidige regeling rijksmonument

Fiscale aftrek. Eigenaren van een rijksmonumentenpand dat een eigen woning is of dat voor de inkomstenbelasting tot het box 3-vermogen behoort, kunnen 80% van de onderhoudskosten van dat pand als aftrekpost opvoeren.

Onderhoudskosten. Van onderhoudskosten is alleen sprake als deze gemaakt worden om een pand in oude staat te herstellen. Vaak is er ook (deels) sprake van verbetering, bijvoorbeeld het vervangen van enkelglas door dubbelglas. In zoverre zijn de kosten dan niet aftrekbaar. Over de omvang van het aftrekbare deel wordt menige discussie met de Belastingdienst gevoerd. Tip. U kunt deze discussie voorkomen door Bureau Monumentenpanden (BBM) van de Belastingdienst vooraf om een verklaring van het aftrekbare deel te vragen.

Vanaf 2017

Aftrekpost geschrapt. Nadat op 1 januari 2012 aftrek van afschrijvingskosten werd geschrapt, heeft de regering op Prinsjesdag bekendgemaakt dat zij voorstelt ook de aftrek van onderhoudskosten per 1 januari 2017 te laten vervallen. Dit voorstel moet nog door het parlement worden behandeld, maar de algemene verwachting is dat deze hiermee in zal stemmen.

Overgangsregeling. Voor eigenaren die al onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan (voor uitvoering van onderhoud na 1 januari 2017) komt er een overgangsregeling. Die eigenaren kunnen in 2017 en/of 2018 in aanmerking komen voor subsidie. De exacte voorwaarden hiervan zijn nog niet bekend.

Onderhoud versneld uitvoeren

In 2016 laten uitvoeren en betalen. Als u nog wilt profiteren van de fiscale aftrek, is het dus zaak dat u nog dit jaar onderhoudskosten voor het rijksmonument betaalt. Dat kan allereerst door gepland onderhoud nog dit jaar uit te laten voeren en de rekening voor 1 januari 2017 te betalen.

Drukdrukdruk. Zo krijgen de onderhoudsbedrijven het nog erg druk de komende maanden. Is het dan mogelijk om onder de huidige regeling ook de kosten van in 2017 uit te voeren onderhoud al af te trekken? Dat lijkt inderdaad mogelijk.

Vooruit betalen. U kunt met een onderhoudsbedrijf afspraken maken over het na 1 januari 2017 te plegen onderhoud. U kunt het daarvoor verschuldigde bedrag alvast vooruit betalen aan het onderhoudsbedrijf. Tip. Als u dat voor 1 januari 2017 doet, zijn de kosten in 2016 aftrekbaar. Dat het onderhoud nadien wordt uitgevoerd, is fiscaal gezien niet relevant. Let op. De vooruitbetaling mag niet een zogenaamde ‘depotstorting’ zijn. Dit betekent dat u met het onderhoudsbedrijf moet overeenkomen dat u geen recht heeft op teruggave van (een deel van) het betaalde bedrag, ook niet als er later sprake blijkt te zijn van minderwerk.

Risico’s afdekken. Het risico van minderwerk kan ondervangen worden door niet het gehele verwachte bedrag alvast te betalen, maar dit te beperken tot bijvoorbeeld 75%.

Een ander risico bestaat erin dat uw onderhoudsbedrijf haar verplichtingen niet nakomt of bijvoorbeeld failliet gaat. Dit risico kan worden verminderd door met een betrouwbaar bedrijf in zee te gaan en door het onderhoud in de eerste helft van 2017 uit te laten voeren.

Door gepland onderhoud aan uw rijksmonument nog dit jaar uit te laten voeren en de rekening voor 1 januari 2017 te betalen, kunt u nog profiteren van de huidige aftrekregeling. Dit kan ook door (een deel van) het in 2017 te plegen onderhoud in 2016 vooruit te betalen. bron:indicator

Garage in man-vrouwfirma, tweemaal ondernemerschap?

Ondernemersfaciliteiten. Eerder wezen we al op de voordelen die fiscaal ondernemerschap met zich meebrengt ( T&A Eenmanszaak & Vof, jg. 06, nr. 21, p. 2, 11.10.2016 ). Maar hoe zit dat bij een man-vrouwfirma? De ‘meewerkende’ partner kan alleen aanspraak maken op de ondernemersfaciliteiten (o.a. de zelfstandigenaftrek) als hij minstens 1.225 uur aan de onderneming besteedt. Deze werkzaamheden moeten bovendien voldoende zelfstandigheid hebben en niet louter ondersteunend van aard zijn. Dat hierover discussie met de fiscus kan ontstaan, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, 20.09.2016 (RBNNE:2016:4191) .

Wat speelde er?

Garagebedrijf. In deze zaak gaat het om een vrouw die samen met haar man in de vorm van een vennootschap onder firma (Vof) een garagebedrijf exploiteert. De fiscus stelt dat de werkzaamheden van de vrouw louter van ondersteunende aard zijn. Deze tellen dus niet mee voor het urencriterium. Daardoor kan de vrouw geen aanspraak maken op de zelfstandigenaftrek.

Werkzaamheden van de vrouw. De vrouw is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. Zij betoogt dat haar werkzaamheden voldoende zelfstandig zijn en niet puur ter ondersteuning van haar echtgenoot. Zo is zij naast haar administratieve taken ook betrokken bij het opstellen van offertes voor reparaties, alsmede de inruil van auto’s. Zij onderhandelt hierbij zelfstandig over de prijs. Alleen bij duurdere auto’s pleegt zij overleg met haar man. Daarbij komt dat haar man een halfjaar arbeidsongeschikt was vanwege een burn-out. Tijdens deze periode heeft de vrouw alleen en zelfstandig het garagebedrijf gerund. Na zijn terugkeer is de man minder inzetbaar en is de vrouw nog belangrijker voor het bedrijf geworden.

Wat zegt de rechter?

Niet louter ondersteunend. De rechter ziet het belang van de werkzaamheden van de vrouw voor het garagebedrijf. Hij oordeelt dan ook dat zij niet louter ondersteunende werkzaamheden verricht, maar wel degelijk als ondernemer betrokken is bij het garagebedrijf. De uren van de vrouw mogen worden meegeteld voor het urencriterium en daarmee heeft zij recht op de zelfstandigenaftrek.

Ondernemerschap aantonen

Goed vastleggen. Wat is belangrijk als u samen met uw partner in een onderneming werkt? Het is fiscaal van belang het ondernemerschap van u beiden aan te tonen. Dit doet u door te onderbouwen dat ieders werkzaamheden voldoende zelfstandigheid hebben. Van belang is dat uw partner niet ‘alleen’ de administratie bijhoudt, maar ook belangrijke ondernemersbeslissingen neemt ten aanzien van investeringen en personeel (zelfstandig beslissingen kunnen nemen), contacten met de bank en met klanten onderhoudt, enz.

Urenregistratie. Als u discussie met de fiscus verwacht, dan is het raadzaam reeds nu een urenadministratie met specificatie van de werkzaamheden bij te houden. Zodoende kan worden onderbouwd dat de partner niet louter ondersteunend is.

Uw volgende stap

De rekentool ‘E-urenregistratie 2016-2020’ kunt u bij ons opvragen.

Om aanspraak te kunnen maken op zelfstandigenaftrek moet u aantonen dat de werkzaamheden van uw partner niet louter ondersteunend zijn, maar dat hij/zij ook belangrijke ondernemersbeslissingen neemt over bijv. investeringen, personeel, en offertes. Leg de taakverdeling goed vast en houd een urenregistratie bij. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl