“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Wisselende winsten. Ondernemen is een mooi vak, maar ook niet zonder risico. Veel ondernemingen zijn namelijk sterk afhankelijk van het economisch getij. Dit betekent dat uw winst het ene jaar sterk kan verschillen van een ander jaar.
Goed plannen. Deze winstschommelingen zijn soms lastig. U heeft immers gewoon behoefte aan een vast inkomen om van te leven en uw gezin te onderhouden. Dit betekent dat u de liquiditeit van uw onderneming goed moet plannen en rekening moet houden met belastingen die door u op een later moment nog moeten worden betaald.
Belastingvoordeel maximaliseren. Bij wisselende inkomsten kan het vooruitbetalen van hypotheekrente op uw eigen woning mogelijk aantrekkelijk zijn. U kunt daarmee namelijk uw belastingvoordeel hierop maximaliseren. Hoe werkt dit dan precies?
Zes maanden. Het is fiscaal toegestaan om hypotheekrente vooruit te betalen. Dit kan tot maximaal zes maanden. De vooruitbetaalde rente mag vervolgens in het jaar van betaling in aftrek worden gebracht. Daarmee verschuift u dus een deel van de aftrek van de hypotheekrente op uw eigen woning naar een ander belastingjaar.
Normaal winstniveau. Dit kan aantrekkelijk zijn op het moment dat u in een jaar extra veel winst maakt. Stel, uw onderneming heeft een normaal winstniveau van € 60.000,-. Na aftrek van de zelfstandigenaftrek (€ 7.280,-) en de MKB-winstvrijstelling (14%) is uw winst dusdanig groot dat uw maximale belastingtarief 40,4% bedraagt. De aftrek van hypotheekrente levert u dus normaliter een belastingvoordeel op van 40,4% (behoudens de bijtelling voor de eigen woning).
Hoge winst. Maar stel nu dat 2016 een bijzonder goed jaar voor uw onderneming is geweest. Door incidentele opdrachten is uw winst gestegen naar € 95.000,-. U verwacht volgend jaar weer op het normale winstniveau uit te komen.
Maximale aftrek. In een dergelijke situatie is het vooruitbetalen van hypotheekrente aantrekkelijk. Uw hoge winst in 2016 zorgt ervoor dat u uw hypotheekrente tegen het maximale tarief kunt aftrekken. In 2016 bedraagt dit tarief 50,5%. Door zes maanden hypotheekrente uit 2017 reeds nu te betalen, kan deze ook tegen dit hoge tarief in aftrek worden gebracht. Ten opzichte van het reguliere tarief van 40,4% levert dit u 25% meer belastingvoordeel op.
Hoe pakt u dit aan? Allereerst neemt u contact op met uw bank. Mogelijk kunnen zij nog een korting geven nu u de hypotheekrente eerder betaalt dan afgesproken. Dat is een kwestie van onderhandelen.
Op tijd betalen. Vervolgens moet u nog in 2016 de hypotheekrente over de eerste zes maanden van 2017 betalen. Alleen dan kan deze ook daadwerkelijk in 2016 in aftrek worden gebracht.
Let op. U moet dus wel over voldoende liquiditeiten beschikken om deze rente eerder te kunnen betalen. Het is niet de bedoeling dat uw onderneming (of u in privé) hierdoor krap komt te zitten.
Aftrekbare kosten. Het is belangrijk te weten wat de fiscus verstaat onder een ‘ziekte’. Ziektekosten zijn immers in beginsel fiscaal aftrekbaar. Wat maakt deze uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26.08.2016 (GHARL: 2016:6356) , nu duidelijk?
Aftrek behandeling geweigerd. In deze zaak ging het om een belastingplichtige wiens echtgenote leed aan lipoedeem. Lipoedeem is een chronische, veelal pijnlijke ziekte. Om haar van haar pijnklachten af te helpen is de vrouw op instigatie van haar dermatoloog behandeld door middel van liposuctie. Haar echtgenoot voerde de kosten van € 16.500,- op als zorgkosten. De inspecteur weigerde de aftrek, waarna een gang naar de rechter volgde.
Niet op de lijst. De rechter moest oordelen over de vraag wat fiscaal onder een ziekte moet worden verstaan. De inspecteur verwees hiervoor naar de ICD-lijst (International Classification of Diseases), waarop lipoedeem niet voorkwam. De rechter was het hier echter niet mee eens.
Verstoorde gezondheidstoestand. Bij de behandeling van het wetsartikel is het begrip ziekte niet gedefinieerd. Via het Van Dale woordenboek kwam de rechter tot de definitie van “een al dan niet aangeboren verminderde of verstoorde gezondheidstoestand” . Volgens de rechter brengt dit met zich mee dat dit per individuele situatie moet worden beoordeeld en is de ICD-lijst niet maatgevend. Nu er sprake was van een verstoorde gezondheid vanwege een verminderde mobiliteit en pijnklachten, kwamen de kosten van de liposuctie voor aftrek in aanmerking.
Gezondheid. De uitspraak is relevant voor (bijzondere) uitgaven die gedaan worden wegens een verminderde of verstoorde gezondheid. Want alleen in die gevallen zijn de kosten mogelijk aftrekbaar als ziektekosten. De rechter maakt duidelijk dat dit per individu moet worden beoordeeld. Of een verzekeraar kosten vergoedt – in deze situatie gebeurde dit niet – is irrelevant. Gebeurt dit niet, dan is de fiscale aftrek te zien als de spreekwoordelijke pleister op de wonde.
Boven de grens. Met name bij kostbare medische ingrepen levert de fiscale aftrek een flinke tegemoetkoming in de kosten. De aftrek van zorgkosten kent namelijk een forse drempel van 1,65% van het inkomen voor inkomens tot € 40.175,-. Voor hogere inkomens geldt voor het meerdere zelfs een drempel van 5,75% (cijfers 2016). Daarboven is het meerdere echter volledig aftrekbaar.
Verschil … De liposuctie in deze zaak moeten we onderscheiden van liposuctie ter verfraaiing van het lichaam. Overtollig vet hoeft immers geen ziektebeeld op te leveren en de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Wil een patiënt aftrek claimen, dan moet hij aantonen dat zijn gezondheid is aangetast. Een verklaring van een arts kan daarbij helpen. Dit geldt niet alleen voor liposuctie, maar ook bij andere vormen van plastische chirurgie.
De praktijk. Dat aankopen doen bij buitenlandse webshops niet altijd voordeliger is, blijkt vaak als de postbode of het koeriersbedrijf u het pakketje komt brengen en u plots invoerrechten en btw moet betalen. Hoe zit dat nu precies?
Bestelt u goederen bij een buitenlandse webshop binnen de EU? Dan betaalt u geen invoerrechten. Voor wat betreft de btw geldt dat, als u de goederen zakelijk koopt, deze in het kader van de levering worden vervoerd van een ander EU-land naar Nederland en de leverancier van de goederen een ondernemer is voor de btw, u een intracommunautaire verwerving verricht. Hiervan mag u de verschuldigde btw weer als voorbelasting in aftrek nemen. U moet dan wel uw btw-nummer aan uw leverancier doorgeven! Koopt u de goederen particulier, dan is de prijs die u betaalt inclusief btw.
Let op 1. Voor alcoholhoudende producten moet u naast btw en eventueel invoerrechten ook accijns betalen. Let op 2. U mag niet alle producten invoeren. Zo is er o.a. een verbod op invoer van namaakproducten en bedreigde dier- en plantensoorten. Ook gelden er voor sommige producten aanvullende regels, zoals bijv. tabak. Dit mag u alleen in Nederland binnenbrengen als deze voorzien is van een Nederlandse accijnszegel. Let op 3. U bent ook geen invoerrechten verschuldigd uit landen waarmee de EU vrijhandelsakkoorden heeft, zoals:
Bestelt u iets bij een webshop van een bedrijf buiten de EU? Dan is de waarde ervan bepalend of dat u invoerrechten en btw moet betalen.
| Waarde zending | Belastingen bij invoer |
| € 22,- en lager | Geen invoerrechten, geen btw |
| > € 22,- t/m € 150,- | Geen invoerrechten, wel btw |
| boven € 150,- | Invoerrechten en btw |
Berekening? De invoerrechten worden berekend over de totale waarde van de goederen, inclusief verzend- en verzekeringskosten. Hoeveel invoerrechten u verschuldigd bent, varieert per goederensoort. Het btw-tarief over de ingevoerde goederen is hetzelfde als het tarief bij binnenlandse leveringen. De invoerrechten alsmede de btw en inklaringskosten betaalt u aan het post- of koeriersbedrijf op het moment van aflevering.
Extra kosten? Naast invoerrechten en btw betaalt u vaak ook nog inklaringskosten en afhandelingskosten aan het post-of koeriersbedrijf. Gemiddeld rekenen verzendbedrijven tussen € 10,- en € 15,- per pakket Tip 1. Op http://www.invoercalculator.nl kunt u vooraf een indicatie krijgen van de minimaal bijkomende kosten bij invoer. Tip 2. De actuele invoerrechten vindt u op http://gebruikstarief.douane.nl
U koopt bij een Chinese webshop 100 horloges à € 10,- = € 1.000,-. U betaalt geen verzend- en verzekeringskosten. De invoerrechten bedragen 4,5% van € 1.000,- = € 45,-. De btw bedraagt 21% van € 1.045,- (€ 1.000,- + € 45,-) = € 219,45. Daarnaast betaalt u € 13,- aan inklaringskosten. In totaal betaalt u voor 100 horloges € 1.277,45.
Tenzij … De btw op relatiegeschenken is niet aftrekbaar als deze voor de ontvanger ook niet aftrekbaar zou zijn als hij het zelf had gekocht. Dit is het geval bij relatiegeschenken voor persoonlijke of consumptieve doeleinden. De btw op een kist wijn is dus niet aftrekbaar, want als de begunstigde deze zelf had gekocht, had hij de btw ook niet af kunnen trekken.
Geen aftrek gerechtigden. De btw is ook niet aftrekbaar voor schenkingen aan ondernemers die zelf voor 30% of minder recht op aftrek hebben. Denk bijvoorbeeld aan ziekenhuizen of andere van btw-vrijgestelde ondernemers. Geeft u bij de opening van een nieuw ziekenhuis dus bijvoorbeeld een klok voor in de hal cadeau omdat u een deel van de inrichting mocht leveren, dan is de btw op de klok niet aftrekbaar.
Geeft u een relatie in een jaar niet meer aan geschenken dan voor een bedrag van € 227,- excl.btw, dan is de btw wel verrekenbaar. Let op. Boven dit bedrag dus niet en dit geldt direct voor het hele bedrag. Een geschenk van € 228,- excl. btw kost u dus de hele vooraftrek aan btw.
Btw op skyboxen? Onlangs kwam er een zaak voor de rechter waarbij uw collega de btw had afgetrokken van een aantal gehuurde businessseats bij een voetbalclub. In deze businessseats of skyboxen nodigde hij zakenrelaties uit, waarbij zakelijk overleg plaatsvond, deals werden gesloten en van de wedstrijd kon worden genoten onder het genot van een drankje en een hapje. De skyboxen kostten zo’n € 4.000,- excl. btw per stuk, zodat er in totaal bijna € 13.000,- aan btw was afgetrokken over een periode van vijf jaar. De inspecteur was het hiermee niet eens en legde een naheffing op. Daarop kwam de zaak voor de rechter, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 10.11.2016 (GHSHE:2016: 2544) .
De rechter mocht zich buigen over de vraag of de btw op de skyboxen, als de zakenrelaties deze zelf gehuurd zouden hebben, aftrekbaar zou zijn geweest. Volgens de inspecteur was dat niet zo, omdat de aanwezigheid in een skybox een bij uitstek consumptief karakter heeft. De rechter was hier echter niet van overtuigd en stond de aftrek van de btw toe. Hij ging er kennelijk vanuit dat zakenrelaties op uitnodiging ook van de skybox gebruikmaken om puur zakelijke redenen. Omdat de inspecteur de bewijslast heeft en zijn stelling niet verder kon onderbouwen, verviel de naheffing.
Hou dus in de gaten dat … Als de btw voor uw klanten aftrekbaar zou zijn, waarom voor uzelf dan niet als eenmanszaak of Vof? Als het om personeel gaat, moet dit wel in de BUA-berekening voor personeelsvoorzieningen worden meegenomen. Als de bevoordeling per werknemer meer dan € 227,- bedraagt, is het deel van de btw op de skybox dat daaraan toerekenbaar is, niet aftrekbaar. In genoemde rechtszaak werd de btw-aftrek met betrekking tot het personeel afgekeurd, zonder dat er veel woorden aan vuil werden gemaakt.
Tip. Ga dus niet te snel akkoord als de inspecteur de btw op relatiegeschenken wil schrappen en er bij de ontvanger een zeer duidelijk zakelijk belang is. Voor een kistje wijn met kerst zal dat niet snel zijn, maar dure bedrijfsuitjes zijn een ander verhaal.
In stapjes. Recentelijk werd bekend dat de AOW-leeftijd in 2022 alweer met drie maanden opschuift en dus naar 67 jaar en drie maanden gaat! Op basis van de levensverwachting had de AOW-leeftijd in 2022 zelfs nog verder moeten doorschuiven. Er is echter vastgelegd dat aanpassing van de AOW-leeftijd met maximaal drie maanden per jaar kan plaatsvinden.
Wanneer AOW? Bent u geboren na 30 september 1955? Dan is uw exacte AOW-leeftijd nog niet bekend. Maar deze is minimaal 67 jaar en drie maanden. U krijgt pas vijf jaar van tevoren te weten wanneer u AOW krijgt. Tip. Bereken uw AOW-leeftijd op http://www.svb.nl/aowleeftijd De site van de SVB geeft deze uitkomsten:
| Geboortedatum vanaf | AOW-leeftijd |
| 1 januari 1953 | (zekere leeftijd) 66 jr. + 4 mnd. |
| 1 januari 1955 | (zekere leeftijd) 67 jr. + 3 mnd. |
| 1 januari 1960 | (geschatte leeftijd) 67 jr. + 9 mnd. |
| 1 januari 1970 | (geschatte leeftijd) 69 jr. + 3 mnd. |
| 1 januari 1980 | (geschatte leeftijd) 70 jr. + 6 mnd. |
| 1 januari 1990 | (geschatte leeftijd) 71 jr. + 6 mnd. |
Wordt opbouw niet te duur? Als u langer blijft doorwerken, tot uw AOW-leeftijd, wordt uw pensioenopbouw niet duurder. Het zou zelfs goedkoper kunnen worden door de langere duur dat u kunt sparen.
Voorbeeld: inleg € 100,- p/mnd. en redelijk fors rendement van 3,5% p/jr.
| Spaarduur | totale inleg | kapitaal |
| 40 jaar | € 48.000,- | € 103.374,- |
| 30 jaar | € 36.000,- | € 63.115,- |
| 20 jaar | € 24.000,- | € 34.576,- |
| 10 jaar | € 12.000,- | € 14.343,- |
Tip 1. Begin tijdig met het sparen voor uw pensioen en bewaar de discipline om niet tussentijds aan uw pensioenpotten te komen. Tip 2. De AOW-uitkering voor een gehuwde/samenwonende is ca. € 9.500,- op jaarbasis. Als u op tijd begint te sparen voor uw pensioen, is dit best een aantal jaren op te vangen.
Langer laag Vpb-tarief. In het Belastingplan 2017 is opgenomen dat de eerste schijf voor de Vpb met ingang van 2018 wordt verlengd van € 200.000,- naar € 250.000,-, vervolgens in 2020 naar € 300.000,- en in 2021 naar € 350.000,-. Dit betekent dat voor een groter deel van de winst het laagste tarief van 20% geldt. Daarboven moet 25% Vpb worden betaald.
En Trump? Daarnaast wordt er in politiek Den Haag regelmatig gespeculeerd op een lager Vpb-tarief. De aankondiging van Trump om de Amerikaanse heffing sterk te verlagen kan ook hier navolging krijgen.
BV eerder aantrekkelijk? Deze aanpassingen kunnen ertoe leiden dat voor u een BV in plaats van een eenmanszaak of vennootschap onder firma (Vof) eerder aantrekkelijk is.
Verlies faciliteiten. Ondernemen via een BV wordt echter pas fiscaal aantrekkelijk als er behoorlijke winsten worden behaald. Denk hierbij aan winsten vanaf ongeveer € 140.000,- (per vennoot). Dit komt omdat u als BV-ondernemer geen aanspraak meer kunt maken op de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Het lagere Vpb-tarief weegt zodoende pas bij flinke winsten op tegen het verlies van deze faciliteiten.
Hoogte van uw salaris. Als er bovendien door u behoorlijke privéopnamen plaatsvinden, zal dit omslagpunt nog hoger liggen. In dat geval zal er immers ook een aanzienlijk salaris uit de BV moeten worden gehaald. Dit wordt progressief belast met inkomstenbelasting en verlaagt dus het voordeel van de BV-structuur.
Aansprakelijkheid. Uiteraard zijn er niet alleen fiscale argumenten om te ondernemen in een BV. Ook de bescherming die een BV biedt tegen privéaansprakelijkheid, is een groot voordeel ten opzichte van een eenmanszaak of een Vof.
Per 1 januari. Het is administratief het makkelijkste om per 1 januari over te stappen naar een BV. Als u dit namelijk gedurende het kalenderjaar doet, moeten er tussentijds cijfers worden opgemaakt. Een overgang per 1 januari voorkomt deze extra kosten, omdat er toch al cijfers opgemaakt worden voor de belastingaangifte.
Terugwerkende kracht. De Belastingdienst verleent u wel enige terugwerkende kracht. Op voorwaarde dat u tijdig een voorovereenkomst registreert, krijgt u voor een overgang met fiscale afrekening drie maanden terugwerkende kracht en voor een geruisloze overgang zelfs negen maanden.
Voorovereenkomst registreren. Het registreren van een voorovereenkomst verplicht u tot niets. Tip. Weet u dus nog niet zeker of 2017 het juiste jaar is om de BV in te gaan, dan adviseren wij u toch tijdig een voorovereenkomst te registreren. U heeft dan naast de reguliere terugwerkende kracht van drie of negen maanden, nog zes maanden de tijd om de overgang te effectueren. Dit is echter niet verplicht, zodat u nog even kunt bezien of dit jaar voldoende winstgevend is om een overgang te rechtvaardigen.
Trend? Volgens de laatste berichten neemt het aantal fiscale controles af. Wel neemt de omvang van de correcties flink toe. Zo bedroeg de gemiddelde correctie in 2015 € 38.000,- tegen € 22.000,- in 2014, ofwel 73% meer! Hoe zit de strategie van de fiscus dan in elkaar en wat kunt u daarmee?
Geen vrees als … Iemand die zijn zaakjes op orde heeft, heeft niets te vrezen. Om de goedwillende ondernemer zoveel mogelijk te ontzien, wordt daarom de laatste jaren zoveel mogelijk gericht gecontroleerd. Dat kan met behulp van digitale middelen ook veel eenvoudiger dan vroeger. Zo is het tegenwoordig een fluitje van een cent om met behulp van camera- en kentekengegevens een rittenstaat te controleren. Daarvoor was vroeger een fysieke controle vereist. Ook boekhoudingen zijn tegenwoordig digitaal en dus is het veel eenvoudiger om afwijkingen direct vast te stellen.
Branches met meer risico. De fiscus controleert daarom meer gericht. Ondanks dat het aantal controles met 12.000 afnam (26.300 in 2015 tegen 38.300 in 2014), is de opbrengst van de controles daardoor toch gestegen. In bepaalde branches wordt veel met cash gewerkt en deze vormen daardoor een extra risico, zoals bijvoorbeeld autosloperijen, de horeca en de ambulante handel. Ondernemers in dergelijke branches kunnen dus doorgaans vaker bezoek van de fiscus verwachten.
Is er geen groot risico maar wel een groot financieel belang, dan zet de fiscus met name in op vormen van samenwerking. Via ‘horizontaal toezicht’ worden met grote individuele bedrijven, financieel dienstverleners en branches afspraken gemaakt. Kort gezegd beloven partijen daarbij eerlijk spel te spelen in ruil voor minder controles. Dergelijke afspraken worden via steekproeven gecontroleerd. De goedwillende ondernemer, die via zijn financieel dienstverlener dergelijke afspraken maakt, heeft dus beduidend minder last van de fiscus dan zijn collega die deze afspraken niet maakt.
Ervaringscijfers. De fiscus kan bogen op een jarenlange ervaring met controles. Op basis van uw cijfers is al snel duidelijk of nader onderzoek nodig is. Lage privéopnames, een lage winstmarge in relatie tot uw collega’s of juist hoge kostenposten, zijn elementen die ertoe zullen bijdragen dat de fiscus eerder bij u op bezoek komt.
Verleden telt ook mee. Uiteraard telt uw verleden ook mee. Wie in het verleden regelmatig de fout in is gegaan, kan erop rekenen dat er bij de fiscus een sterretje achter zijn naam in het systeem staat.
Tip. Zien uw aangiftes er daarentegen altijd verzorgd uit, betaalt u op tijd en heeft u nog nooit een correctie gehad, dan zal de fiscus ook niet snel controleren.
Wilt u problemen vóór zijn, dan is het tegenwoordig ook heel normaal om hierover met de fiscus vooraf afspraken te maken, bijvoorbeeld over een al dan niet belaste kostenvergoeding voor uw buitendienstmedewerkers. Houdt u zich aan die afspraken, dan bent u er op voorhand van verzekerd dat u hier geen discussie over krijgt.
Waar gaat het over? Op het einde van het jaar bepaalt u de voorraad goederen die in uw bedrijf aanwezig is. Dit doet u door te inventariseren (tellen). Deze zgn. eindvoorraad wordt meestal tegen de historische kostprijs gewaardeerd, tenzij u andere waarderingsmethodes hanteert (bijv. lifo of fifo).
Tip. Overleg met uw adviseur of uw waarderingsmethode nog wel up-to-date is. De getelde voorraad x de kostprijs staat in de balanspost ‘voorraden’. Tip. Als blijkt dat de voorraad minder waard is dan de kostprijs, dan mag u die afwaarderen naar de lagere marktwaarde. Door uw voorraad dit jaar af te waarderen, neemt uw winst in 2016 dus af. Dit levert u, weliswaar minimaal, rente- en liquiditeitsvoordeel. Hoe doet u dit fiscaal juist?
U mag uw voorraad afwaarderen als duidelijk is dat u de door u betaalde kostprijs er niet meer voor krijgt. Dit kan allerlei oorzaken hebben:
Aannemelijk maken. De Belastingdienst is geïnteresseerd in de waarde van uw voorraad. Dat is nogal logisch, want een afwaardering van de voorraad heeft een daling van de (jaar)winst tot gevolg, vandaar dat u niet zomaar klakkeloos voorraad mag afwaarderen. U moet de waardedaling kunnen onderbouwen.
Documentatie bewaren. Vaak kunt u al aan de hand van uw inkoopvoorraad en verkoopadministratie inzicht verkrijgen in de mate van incourantheid. Bewaar alles wat de afwaardering onderbouwt.
U heeft voor de zomer een flinke voorraad parasols ingekocht, maar de verkoop van parasols heeft niet gelopen zoals u had gehoopt. In september begint u aan de uitverkoop. Als de parasols die u heeft ingekocht voor € 50,- nu voor slechts € 35,- de deur uitgaan, hoeft u niet meer na te denken over hoe uw voorraad af te boeken.
Tip. Ook als er gedurende het jaar helemaal niets uit de voorraad verkocht is, kan dat een aanwijzing zijn dat de artikelen incourant zijn geworden.
Let op. Zolang een voorraad een opbrengstwaarde behoudt, mag u de voorraad niet tot nihil afwaarderen.
Bij de inventarisering van uw voorraad telt u 10.000 stuks van een product. U heeft hier per stuk € 2,50 excl. btw voor betaald. De balanswaarde is 10.000 x € 2,50 = € 25.000,-. Bij uw leverancier koopt u hetzelfde product nu in voor € 1,50 per stuk, excl. btw. De marktwaarde is dus 10.000 x € 1,50 = € 15.000,-. U mag nu € 10.000,- ten laste van de verlies- en winstrekening brengen.
Bewijs. Vraag uw leverancier om een bevestiging van de geldende inkoopprijs per einde boekjaar.
Let op. Als de verschillen erg groot zijn, is het zaak om dit nauwkeurig te onderbouwen. De fiscus zal bij grote afwaarderingen graag willen weten waarom u dat jaar de winst zo enorm heeft verlaagd.
Zet u de auto op de zaak, dan zijn alle autokosten aftrekbaar. Omdat u de auto ook privé kunt gebruiken, moet u die aftrek corrigeren met de bekende bijtelling. Alleen als u de auto niet meer dan 500 km per jaar privé rijdt, hoeft dit niet. De bijtelling is afhankelijk van de catalogusprijs of de maximale autokosten van de auto. Hoe hoger de catalogusprijs en het percentage aan bijtelling, hoe meer belasting u betaalt. Vanaf volgend jaar is het percentage bijtelling 22%, tenzij u volledig elektrisch rijdt, dan is het 4%. Voor het bestaande wagenpark gelden meestal de percentages in het jaar van aankoop voor een periode van vijf jaar.
Auto privé? Besluit u de auto privé te rijden, dan zijn alle kosten voor eigen rekening. Alleen voor zakelijke ritten, ook woon-werkverkeer, mag u € 0,19 per kilometer van de winst aftrekken. Voor de keuze of u de auto al dan niet op de zaak zet, is met name van belang wat de autokosten per kilometer zijn en hoeveel kilometers u maakt, zowel zakelijk als privé.
U heeft in beginsel de vrijheid zelf te beslissen of u een auto op de zaak zet of niet. Let op. Alleen als u minder dan 500 kilometer privé rijdt, is de auto verplicht ondernemingsvermogen. Rijdt u met deze auto minder dan 10% aan zakelijke kilometers, dan is het verplicht privévermogen.
Keuze wijzigen? U mag een eenmaal gemaakte keuze alleen bij uitzondering wijzigen, bijvoorbeeld indien de wetgeving wijzigt en u als gevolg daarvan een andere keuze zou hebben gemaakt bij aanschaf van de auto, zoals bij een verhoging van de aftrek voor zakelijke kilometers naar € 0,35/km. Aan een eenmaal gemaakte keuze om de auto al dan niet op de zaak te zetten, zit u dus vast zolang u de auto in uw bedrijf gebruikt. Tip. Bij aanschaf van een andere auto kunt u uw keuze wel herzien. U maakt uw keuze uiterlijk bekend bij indiening van uw belastingaangifte.
De keuze ‘op de zaak’ of ‘privé’ is per situatie verschillend. Over het algemeen is het voordeliger om (vrijwel) nieuwe auto’s op de zaak te zetten.
Btw-aspecten. Ook voor de btw geldt dat u in beginsel eerst alle btw mag verrekenen en dit later corrigeert in verband met privégebruik. Vanwege dit privégebruik mag u 2,7% van de catalogusprijs niet verrekenen. Voor privégebruik dat later plaatsvindt dan vier jaar nadat u de auto in gebruik heeft genomen, is de correctie 1,5%.
Tip. U mag de correctie ook baseren op het werkelijke aantal privékilometers, maar dan moet u deze wel bijhouden. Let op. Daarbij moet u er rekening mee houden dat woon-werkverkeer nu als privé wordt gezien.
De rekentool ‘Auto op de zaak of niet’ kunt u bij ons opvragen.
Wat speelt er? De Hoge Raad heeft onlangs, 12.08.2016 (HR:2016:1899) , bevestigd dat het voor een ondernemer die vanuit een huurwoning werkt, mogelijk is om huurderslasten als aftrekpost op te voeren. De woning moet dan wel minimaal voor 10% zakelijk worden gebruikt. Ook moet het huurrecht tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.
Keuzemoment. U kunt niet zomaar beslissen om uw huurrecht tot uw ondernemingsvermogen te rekenen. Deze keuze moet u maken op het moment dat u de onderneming start, naar een huurwoning verhuist of als u bijvoorbeeld een grotere of een extra werkkamer in gebruik neemt.
Aanzienlijke belastingbesparing. Het fiscale voordeel van deze regeling is behoorlijk. U mag alle huurderslasten in mindering brengen op uw winst. Denk hierbij niet alleen aan de maandelijkse huur, maar ook aan gemeentelijke heffingen en gas, water en licht. Voor het privégebruik van de woning moet wel een forfaitair bedrag bij uw inkomen worden geteld, maar dat is in de regel aanzienlijk lager dan de aftrekpost.
Wijziging aangekondigd. Staatssecretaris Wiebes is niet blij met deze uitspraak. Enerzijds omdat de overheid hierdoor naar verwachting zo’n € 500 miljoen aan belastingopbrengsten gaat mislopen, anderzijds omdat er een ongelijkheid ontstaat met ondernemers in een koopwoning. Zij kunnen de kosten van een onzelfstandige werkruimte namelijk niet aftrekken van hun winst. Onlangs heeft Wiebes dan ook een voorstel ingediend tot aanpassing van het Belastingplan 2017 om deze aftrekmogelijkheid te beëindigen.
Wat betekent dat voor u? Uit het voorstel blijkt dat de wetswijziging per 1 januari 2017 ingaat. Tot en met de belastingaangifte inkomstenbelasting 2016 blijft de huidige regelgeving dus van toepassing zoals door de Hoge Raad is uitgelegd.