“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Bijblijven. Als u als ondernemer met uw tijd mee wilt, zult u uw kennis af en toe moeten updaten. Grijpt u die gelegenheid om ook nieuwe vakkennis op te doen zodat u uw activiteiten kunt uitbreiden, dan heeft dat ook fiscale gevolgen. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad, 23.12.2016 (HR:2016:2901) . Wat besliste ons hoogste rechtscollege?
In de betreffende zaak ging het om een collega van u die als octrooigemachtigde de kost verdiende. Om zijn kennis te verbreden, had hij een cursus over intellectuele eigendom plus een rechtenstudie gevolgd en had de kosten hiervan ten laste van zijn resultaat uit werkzaamheid gebracht. De inspecteur stelde dat uw collega zijn vakkennis niet op peil wilde houden maar deze wilde uitbreiden en schrapte de kostenaftrek. De Hoge Raad moest beslissen wie er gelijk had.
Uitbreiden vakkennis niet aftrekbaar! De Hoge Raad ging mee in het verhaal van de inspecteur dat er een onderscheid gemaakt diende te worden tussen het op peil houden van vakkennis en het uitbreiden ervan. De kosten van het op peil houden van vakkennis kunnen ten laste van de winst of van het resultaat uit werkzaamheid worden gebracht. De kosten van het uitbreiden van vakkennis dienen echter in de aangifte inkomstenbelasting als scholingskosten te worden aangemerkt en kunnen als zodanig in aftrek worden gebracht. Het belang hiervan is dat scholingskosten aan veel meer beperkingen onderhevig zijn en veelal tot minder aftrek leiden. Pech dus voor uw collega, maar ook voor u als u op zoek naar een nieuwe uitdaging uw vakkennis wilt uitbreiden.
De kosten van het op peil houden van uw vakkennis zijn aftrekbaar van de winst en nauwelijks aan beperkingen onderhevig. Alleen als u het echt te gek maakt en geen redelijk denkend ondernemer dergelijke kosten zou maken, kan de inspecteur deze aftrek weigeren. Voor de kosten van het uitbreiden van uw vakkennis gelden er strengere regels. Aftrekbaar zijn alleen de kosten die expliciet in de wet genoemd zijn als scholingsuitgaven.
Scholingsuitgaven? Scholingsuitgaven zijn:
Let op. Andere kosten, zoals reiskosten in verband met uw studie, zijn niet aftrekbaar. Er geldt ook een drempel van € 250,-, zodat alleen het meerdere van uw kosten aftrekbaar is.
Voor u als ondernemer is het vrijwel altijd voordeliger als u studiekosten ten laste van de winst kunt brengen. U heeft echter geen vrije keuze, want is er sprake van uitbreiding van uw vakkennis, dan is aftrek van de winst niet mogelijk. We kunnen ons echter wel voorstellen dat er soms sprake is van een grijs gebied, bijvoorbeeld als een cursus zowel elementen bevat waarmee u uw bestaande vakkennis op peil houdt maar hieraan ook nieuwe elementen toevoegt. Tip. Het erop gokken is een riskante optie, dus kunt u de kosten beter in redelijkheid verdelen over de winst en de aftrek als scholingskosten, of voor de zekerheid een en ander vooraf proberen af te stemmen met uw inspecteur.
Voorlopige aanslag. In januari verstuurt de Belastingdienst de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2017. De voorlopige aanslag die gebaseerd is op een schatting van de belastingaanslag van afgelopen jaar, moet u zelf goed controleren. Bent u het niet eens met het bedrag van de aanslag? Omdat er bijvoorbeeld iets gewijzigd is? Dan kunt u wijzigingen doorgeven met het online formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag’ op http://www.belastingdienst.nl
Heeft u vermogen? Vanaf 2017 is de berekening van de belasting over uw inkomsten uit uw vermogen veranderd. Omdat de berekening op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting niet voor iedereen duidelijk is, laten wij u zien hoe dit bedrag is berekend door de Belastingdienst.
Over de waarde van de grondslag sparen en beleggen betaalt u belasting. De grondslag sparen en beleggen is de waarde van uw bezittingen minus uw schulden op 1 januari 2017, minus het heffingsvrij vermogen. Voor 2017 is dit:
Voor de berekening van de belasting wordt gebruikgemaakt van drie schijven. Op de site van de Belastingdienst vindt u onderstaande tabel.
| Schijf | Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen | Percentage 1,63% | Percentage 5,39% |
| 1 | Tot € 75.000,- | 67% | 33% |
| 2 | Vanaf € 75.000,- tot € 975.000,- | 21% | 79% |
| 3 | Vanaf € 975.000,- | 0% | 100% |
Met behulp van de tabel wordt allereerst het voordeel uit vermogen berekend. Over het berekende voordeel betaalt u 30% inkomstenbelasting.
Stel, u bent gehuwd en heeft op 1 januari 2017 € 100.000,- aan spaargeld. U heeft verder geen schulden. De grondslag voor sparen en beleggen is: € 100.000,- minus € 50.000,- (heffingsvrij vermogen) = € 50.000,-. Het voordeel wordt als hierna volgt berekend.
67% van € 50.000,- = € 33.500,-. Uw voordeel is 1,63% van € 33.500,- = € 546,-. 33% van € 50.000,- = € 16.500,-. Uw voordeel is 5,39% van € 16.500,- = € 889,-. Uw voordeel in de eerste schijf is € 546,- + € 889,- = € 1.435,- Over het voordeel van € 1.435,- betaalt u 30% inkomstenbelasting = € 431,-.
Tip. Fiscale partners mogen de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen verdelen op de manier die voor u beiden het meeste voordeel oplevert.
Jazeker! Op al dat rekenwerk zit u natuurlijk ook niet te wachten, zo menen wij. Bovenstaande rekensom kunt u veel makkelijker berekenen met onderstaande tabel die wij voor u hebben samengesteld. De grondslag sparen en beleggen vermenigvuldigt u gewoon met het percentage uit de kolom ‘Effectieve tarieven’. Als we dat toepassen op bovenstaand voorbeeld, dan is: € 50.000,- x 0,861% = € 431,-.
| Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen | Effectieve tarieven |
| Tot € 75.000,- | 0,861% |
| Vanaf € 75.000,- tot € 975.000,- | 1,380% |
| Vanaf € 975.000,- | 1,617% |
Waar gaat het over? Als u dit jaar een nieuwe elektrische bestelauto, zoals de Nissan E-NV200 VAN, Volkswagen e-crafter, Mercedes Benz Vito E-CELL (bestemd voor beroepsvervoer) aanschaft, kunt u naast de Kleinschaligheidsinvesteringsaftre (KIA) vanaf 1 januari 2017 ook in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Tip. Zo behaalt u een fors fiscaal voordeel.
De KIA is afhankelijk van het totaal aan investeringen in een jaar. De KIA voor 2017 bedraagt:
| Vanaf | tot en met | bedraagt de KIA |
| – | € 2.300,- | € 0,- |
| € 2.301,- | € 56.192,- | 28% van het investeringsbedrag |
| € 56.193,- | € 104.059,- | € 15.734,- |
| € 104.060,- | € 312.176,- | € 15.734,- verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 104.059,- te boven gaat |
| € 312.177,- | – | € 0,- |
De MIA bedraagt voor elektrische bestelauto’s 36% van het investeringsbedrag. De elektrische bestelauto kan voor ten hoogste € 75.000,- van het investeringsbedrag in aanmerking komen voor de MIA en Vamil. Let op. Deze investering moet u tijdig melden bij RVO.nl.
Tip. Het oplaadpunt voor uw elektrische bestelauto komt in aanmerking voor de KIA als het investeringsbedrag groter is dan € 2.300,- en voor de MIA/Vamil als het investeringsbedrag groter is dan € 2.500,-. Let op. Voor de MIA en Vamil moet u deze investering apart melden bij RVO.nl.
Vamil? De Vamil biedt de mogelijkheid om de elektrische bestelauto direct na aanschaf voor 75% af te schrijven. Zo worden de afschrijvingslasten naar voren gehaald. Let op. De volgende jaren kan er dan minder afgeschreven worden. Het gaat hier dus om een (beperkt) liquiditeitsvoordeel.
De aanschaf van een elektrische bestelauto van € 50.000,- excl. btw, levert u een aftrekpost op van:
| KIA, 28% van € 50.000,-:* | € 14.000,- |
| MIA, 36% van € 50.000,-: | € 18.000,- |
| Vamil, 75% van € 50.000,-: | € 37.500,- |
| Totaal: | € 69.500,- |
| * U heeft verder geen andere investeringen gedaan in 2017. | |
MIA en Vamil melden. U moet melding maken van uw voornemen om de MIA/Vamil toe te passen in uw belastingaangifte. Zowel voor de MIA- als de Vamil-regeling geldt dat de melding binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting ingediend moet zijn. Het aangaan van een investeringsverplichting is bijvoorbeeld de datum van de opdrachtbevestiging. De aanvraag moet ingediend worden via het eLoket van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: http://www.rvo.nl/digitaal-indienen/eloket
Subsidie per provincie of gemeente? Informeer ook bij uw gemeente of provincie of er lokaal of regionaal subsidieregelingen zijn voor elektrische voertuigen en oplaadpunten. Vaak wordt dit vergeten. Let op. Als u subsidie ontvangt, moet u dit bedrag aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Tip. Informeer naar subsidieregelingen voordat u de koop of lease afsluit. Voor de meeste regelingen geldt namelijk de voorwaarde dat u de subsidie niet achteraf kunt vragen.
Hoe zit dat met die € 0,19? Zoals u weet mag u sowieso altijd € 0,19 per kilometer reiskosten in aftrek brengen op de winst. U hoeft geen bewijsdocument te kunnen overleggen, maar u moet wel een kilometer-administratie voeren die strookt met uw agenda. Het maakt daarbij niet uit of u met een privéauto, met de fiets of met het openbaar vervoer reist. Tip. Reiskosten mag u ook gerust aan uw klant doorberekenen. De fiscus ziet dit als omzet waarover u btw moet afdragen. Dat staat natuurlijk los van de reiskosten die u zelf aftrekt.
Kosten openbaar vervoer? Stel, u besluit nu om vaker het openbaar vervoer te nemen. Dan kan het zijn dat het geld voor de kaartjes meer is dan het bedrag van het aantal kilometers maal 0,19. Tip. U mag dan de totale kosten voor het openbaar vervoer minus de btw als kosten aftrekken. De btw kunt u als voorbelasting verrekenen in uw btw-aangifte. U mag dan niet nog eens € 0,19 per kilometer aan reiskosten aftrekken. Het is dus óf het reiskaartje, óf € 0,19 per kilometer.
Vervoerbewijs bewaren. Bewaar trein-, bus- of metrokaartjes in uw administratie. Staat er geen btw op? Daarvoor is in de wet een uitzondering gemaakt; u moet bij uw kosten eerst zelf 6% btw eruit halen. Tip. Reist u met een OV-chipkaart? Print dan vanaf de website maandelijks een overzicht uit van uw reizen en reiskosten.
Handig: de NS-Business Card! Ondernemers kunnen gratis de NS-Business Card aanvragen. U kunt met deze kaart:
De voordelen. Naast het praktische gebruik, rekent u maandelijks af en krijgt u een keurige btw-factuur gestuurd. Handig en fiscaal veilig.
Probeer eens de gratis NS-Business Card. U rekent dan maandelijks af en u krijgt een fiscaal veilige factuur om kosten en btw af te trekken. bron:indicator
Fiscaal partner als … U bent fiscaal gezien elkaars partner als u bent gehuwd of een geregistreerd partnerschap heeft. Daarnaast bent u elkaars partner als u op hetzelfde adres staat ingeschreven én een van de volgende omstandigheden zich voordoet:
Een belangrijk voordeel van het fiscaal partnerschap is dat u enkele aftrekposten willekeurig over u en uw partner mag verdelen. Door aftrek toe te delen aan degene met het hoogste inkomen, levert dit het meeste op. Het aangifteprogramma van de fiscus maakt het u wat dat betreft makkelijk. Door een verdeling te maken in de aftrekposten en bijbehorende bedragen, ziet u direct wat dit oplevert. Bij een wijziging van de verdeling ziet u direct of dit gunstig uitpakt, of juist niet.
Welke mag u verdelen? De belangrijkste aftrekbare kosten die u mag verdelen, zijn de aftrek eigen woning (betaalde hypotheekrente minus het eigenwoningforfait), zorgkosten en giften.
Het partnerbegrip is ook van belang voor drempels en vrijstellingen. Zo mag u bijvoorbeeld voor de giftenaftrek de giften van uzelf en die van uw partner bij elkaar optellen. Let op. Kijk uit voor de drempel; het bedrag dat niet aftrekbaar is, wordt dan berekend over beide inkomens. Hetzelfde geldt voor de aftrek van zorgkosten.
Voor de belasting over sparen en beleggen in box 3 moet u beide vermogens bij elkaar optellen, maar u heeft ook recht op een dubbele vrijstelling. Het hebben van een partner kan dan positief uitpakken, maar ook negatief. Rekenen dus!
Toeslagen? Ook als u recht heeft op één of meer toeslagen, is het van belang of u een partner heeft. De regels hiervoor zijn grotendeels hetzelfde als voor de belasting, maar niet altijd. Staat u bijvoorbeeld niet op hetzelfde adres ingeschreven, maar bent u wel gehuwd, dan telt uw partner tóch niet mee voor de huurtoeslag. Let op. Met een partner krijgt u wel meer toeslag, maar dit voordeel neemt af naarmate diegene meer eigen inkomen heeft.
Wel kunt u soms invloed uitoefenen op de voorwaarden, zoals bij de vraag of u samen een woning koopt en daardoor partner wordt. Het zal echter niet vaak voorkomen dat het fiscale partnerschap doorslaggevend is voor een keuze. Het is wel een reëel argument om mee te nemen in uw overwegingen.
De bijtelling voor de auto van de zaak is voor nieuwe auto’s vanaf volgend jaar 22%. Alleen voor volledig elektrische auto’s geldt nog het tarief van 4%. Let op. Voor youngtimers en voor oldtimers geldt een afwijkende bijtelling. Welke?
Youngtimer? Voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, geldt 35% bijtelling over de werkelijke waarde.
Voor een Mercedes C200 uit 2000 is dit bijvoorbeeld € 4.000,-. De bijtelling bedraagt dan dus slechts € 1.400,- per jaar vanwege het privégebruik.
Oldtimer? De 35%-bijtelling geldt ook voor de ‘echte’ oldtimer, waarvan de werkelijke waarde in de regel hoger ligt dan de catalogusprijs destijds.
Een Mercedes-Benz 300S uit 1953 kan op dit moment een dagwaarde hebben van € 200.000,-, terwijl de nieuwwaarde destijds slechts zo’n € 21.000,- was. U betaalt dan 35% over de werkelijke waarde, ofwel € 70.000,- aan bijtelling.
Zet u de auto op de zaak, dan komen alle kosten ten laste van de winst. Met name bij oldtimers kunnen deze kosten flink oplopen. Reden waarom het dan vaak voordeliger is de auto zakelijk te rijden. U moet echter de bijtelling vermijden, dus niet of maximaal 500 kilometer privé rijden. Bovendien is wettelijk bepaald dat de bijtelling niet meer hoeft te bedragen dan de werkelijke kosten. Dit kan bij de echte oldtimer wellicht soelaas bieden. Verder geldt dat wanneer u de auto minder dan 10% zakelijk gebruikt, deze verplicht als privé wordt aangemerkt. Er is dan geen aftrek van de winst mogelijk, maar ook geen bijtelling.
Wegenbelasting (mrb). Er bestaat een vrijstelling van de mrb voor auto’s met een datum van eerste toelating van vóór 1976, ook als deze op diesel of LPG rijden. Daarnaast is er een overgangsregeling voor uitsluitend op benzine rijdende auto’s met een datum van eerste toelating tussen 1 januari 1976 en 31 december 1987. U betaalt in dat geval 25% van de normale mrb, met een maximum van € 122,- per jaar.
Let op. Als voorwaarde geldt wel dat u de auto niet gebruikt in de maanden januari, februari en december. De auto mag in die maanden niet op de openbare weg komen, dus moet u hem op eigen terrein parkeren. Deze regeling geldt tot 2028.
Verricht u belaste prestaties, dan is de btw op een young- of oldtimer van de zaak in beginsel gewoon aftrekbaar. Wel zult u rekening moeten houden met een correctie voor privégebruik. Koopt u de auto met btw, dan mag u 2,7% van de catalogusprijs niet verrekenen. Dit geldt voor de eerste vijf jaar, inclusief het jaar van aanschaf, de jaren erna geldt 1,5%. Dit percentage geldt ook als u de auto zonder btw gekocht heeft, bijvoorbeeld van een particulier. U mag de niet-verrekenbare btw ook baseren op het werkelijke privégebruik, maar dan zult u dit met een rittenstaat moeten kunnen bewijzen. Woon-werkverkeer telt daarbij als privé.
Voordelig of niet? Met name auto’s van 15 jaar en ouder zijn als zakenauto fiscaal aantrekkelijk als de werkelijke waarde van de auto laag is. Echte klassiekers hebben vaak een ongekend hoge dagwaarde en leiden daarom tot een hoge bijtelling. Die auto’s zijn alleen fiscaal interessant als u ze privé niet meer dan 500 kilometer gebruikt.
Gemengde kosten. Er zijn bepaalde kosten die u als ondernemer niet geheel in aftrek mag brengen, omdat die zowel een zakelijk als een privékarakter hebben. Dit noemt men ‘gemengde’ kosten. Het gaat hierbij om:
Keuze 2016. Als ondernemer heeft u de keuze tussen twee opties:
Aftrekpercentage 2017 verhoogd. Staatssecretaris Wiebes heeft onlangs bekendgemaakt dat met ingang van 2017 het aftrekpercentage omhoog gaat. Vanaf 2017 mag u als ondernemer 80% van uw gemengde kosten aftrekken. De reden hiervoor is dat de aftrek van de kosten van een (niet-zelfstandige) werkruimte in een huurwoning volgend jaar niet meer mogelijk is. Om dit voor ondernemers te compenseren, wordt nu het aftrekpercentage van de gemengde kosten verhoogd. Deze verhoging geldt niet voor BV’s.
Let op. De keuze voor het vaste bedrag van € 4.500,- is in 2017 dus pas aantrekkelijk vanaf € 22.500,- aan gemengde kosten. Daaronder is het aftrekpercentage van 80% aantrekkelijker.
Waarom is het belangrijk dit nu al te weten? Deze wetswijziging zorgt ervoor dat gemengde kosten in 2017 voor een groter deel aftrekbaar zijn dan in 2016. Het kan dus aantrekkelijk zijn om dergelijke kosten nog even uit te stellen. Dit geldt overigens niet als u opteert voor het vaste aftrekbedrag van € 4.500,-. Dit blijft in 2017 namelijk gelijk.
Vanaf 1 januari 2017 bent u als leverancier van de Rijksoverheid bij nieuwe opdrachten verplicht om uw factuur elektronisch in te dienen. Onder de Rijksoverheid vallen alle Ministeries en hun ruim 200 uitvoeringsorganisaties in het land. De e-facturatie moet leiden tot het sneller en foutloos betalen van uw factuur.
Onder andere bv’s, nv’s, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moeten ieder boekjaar een jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel. Dit is wettelijk verplicht. Vanaf boekjaar 2016 kan een jaarrekening alleen nog maar digitaal gedeponeerd worden. Op papier aanleveren is dan niet meer mogelijk.
Sinds 2016 moet elke zorgaanbieder aan nieuwe (kwaliteits)regels voldoen. Die regels staan in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Op 1 januari 2017 gaan de laatste onderdelen van deze wet in werking. De Wkkgz geeft aan wat er moet gebeuren als een cliënt een klacht heeft over de door u geleverde zorg. Ook verplicht de wet de zorgaanbieder om zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie. De Wkkgz geldt voor grote en kleine zorginstellingen én voor zzp’ers.
Onderstaande wijzigingen werden op Prinsjesdag gepresenteerd. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. De ingangsdatum is nog niet definitief.
Vanaf 1 januari 2017 wordt het basispakket van uw zorgverzekering aangepast en uitgebreid. Het verplicht eigen risico blijft € 385. De zorgverzekering is een verplichte verzekering waarvoor u premie betaalt aan een zorgverzekeraar. Daarnaast brengt de Belastingdienst u met een aanslag achteraf de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) in rekening. Deze bijdrage Zvw daalt voor ondernemers van 5,50% naar 5,40% over maximaal € 53.697 inkomen.
Het binnen de BV opbouwen van pensioen in eigen beheer is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Voor het opgebouwde pensioen dient u voor 1 april 2017 een keuze te maken.
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV die binnen de WBSO-regeling als starter wordt aangemerkt, mag vanaf 1 januari 2017 zijn salaris voor de eerste drie jaar op het minimumloon stellen. Er blijft zo meer winst over om te groeien.
Is uw factuur één jaar na het opeisbaar worden nog niet betaald? U kunt de afgedragen BTW dan terugvragen in uw reguliere BTW-aangifte. De termijn van één jaar gaat niet eerder dan bij het inwerkingtreden van de wet lopen. Al bestaande oninbare vorderingen kunnen dus op 1 januari 2018 als oninbaar worden aangemerkt.
Onder de term ‘gemengde kosten vallen diverse algemene kosten zoals voedsel, representatie en congressen. Tot een bedrag van € 4.500 zijn deze kosten niet aftrekbaar van de winst. In plaats van deze drempel kunt u er ook voor kiezen om een percentage van alle gemengde kosten in aftrek te brengen. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting (o.a. eenmanszaak, vof) en resultaatgenieters stijgt dit aftrekbare percentage van 73,5% naar 80%. Deze verhoging is aangekondigd in de derde nota van wijziging Belastingplan 2017. bron:kvk

Nieuwe (buitenlandse) occasion? Sommige auto’s zijn als occasion moeilijk te verkrijgen. Dan kan het een oplossing zijn de auto in het buitenland te halen. U dient dan wel eerst bpm te betalen, anders mag u in Nederland de weg niet op. De te betalen bpm is voor gebruikte auto’s een percentage van de bpm voor een nieuwe auto, afhankelijk van de leeftijd van de auto. Maar wat verstaat de fiscus in dit verband onder ‘nieuw’. Wat vond de rechter hier onlangs van?
Drie dagen en 29 km oud. In de betreffende zaak had uw collega een Fiat, type 500 0.9 TwinAir uit Duitsland geïmporteerd. De auto was drie dagen oud en had slechts 29 km op de teller. De man was ervan uitgegaan dat de auto als ‘gebruikt’ moest worden aangemerkt en had op basis hiervan de aangifte bpm gedaan. De inspecteur vond echter dat er sprake was van een nieuwe auto en verleende dus geen korting op de verschuldigde bpm. De te weinig aangegeven bpm van € 420,- werd nageheven.
Eerdere definitie Hoge Raad. Voor de vraag of de auto als nieuw of als gebruikt moet worden aangemerkt, ging de rechter uit van een eerdere beslissing van de Hoge Raad, 29.05.2009 (HR:2009:BI5100) . Daarin gaf onze hoogste rechter aan dat onder een nieuwe personenauto wordt verstaan ‘een auto die na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest’. De rechtbank ging na of er hiervan al dan niet sprake was.
De rechter stelde eerst vast dat het niet zonder meer accepteren dat een geïmporteerde auto als gebruikt moet worden aangemerkt, in lijn is met de bedoeling van de wetgever. Zo moest uw collega bewijzen dat er hiervan in dit geval toch sprake was.
Helaas, pindakaas. Dit lukte hem niet. Op de factuur stond dat het de levering van een nieuwe auto betrof en dat er maar 29 kilometer mee gereden was. Deze kilometers waren volgens de rechter waarschijnlijk nodig geweest om de auto in Nederland te laten registreren. De auto had verder ook geen sporen van gebruik en de eigenaar had ook geen andere argumenten om te beslissen dat de auto als gebruikt moest worden aangemerkt. De naheffing bpm bleef dus in stand, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25.09.2016 (RBZWB:2016:3666) .
De definitie van een gebruikte auto voor de bpm is niet bruikbaar voor de btw. Voor de invoer van een gebruikte auto bent u geen btw verschuldigd, want die betaalt u al in het land van aankoop. Maar ‘gebruikt’ betekent in dit geval dat de auto al meer dan een halfjaar op kenteken staat en meer dan 6.000 kilometer gereden heeft. Importeert u overigens een auto van buiten de EU, dan bent u zowel btw als invoerrechten verschuldigd.
Wat kunt u hiermee? Het importeren van een gebruikte auto kan best een besparing op de bpm opleveren. De verschuldigde bpm berekent u voor schadevrije auto’s namelijk via een officiële koerslijst of via een standaard tabel (zie http://www.belastingdienst.nl , zoekterm: Afschrijving met forfaitaire tabel). Volgens deze tabel levert een auto van één maand oud al een korting op de bpm op van 8%. Er zijn ook garages die de hele import regelen.