“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Studie, vakkennis op peil houden of uitbreiden?

Bijblijven. Als u als ondernemer met uw tijd mee wilt, zult u uw kennis af en toe moeten updaten. Grijpt u die gelegenheid om ook nieuwe vakkennis op te doen zodat u uw activiteiten kunt uitbreiden, dan heeft dat ook fiscale gevolgen. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad, 23.12.2016 (HR:2016:2901) . Wat besliste ons hoogste rechtscollege?

Uitbreiden vakkennis

In de betreffende zaak ging het om een collega van u die als octrooigemachtigde de kost verdiende. Om zijn kennis te verbreden, had hij een cursus over intellectuele eigendom plus een rechtenstudie gevolgd en had de kosten hiervan ten laste van zijn resultaat uit werkzaamheid gebracht. De inspecteur stelde dat uw collega zijn vakkennis niet op peil wilde houden maar deze wilde uitbreiden en schrapte de kostenaftrek. De Hoge Raad moest beslissen wie er gelijk had.

Uitbreiden vakkennis niet aftrekbaar! De Hoge Raad ging mee in het verhaal van de inspecteur dat er een onderscheid gemaakt diende te worden tussen het op peil houden van vakkennis en het uitbreiden ervan. De kosten van het op peil houden van vakkennis kunnen ten laste van de winst of van het resultaat uit werkzaamheid worden gebracht. De kosten van het uitbreiden van vakkennis dienen echter in de aangifte inkomstenbelasting als scholingskosten te worden aangemerkt en kunnen als zodanig in aftrek worden gebracht. Het belang hiervan is dat scholingskosten aan veel meer beperkingen onderhevig zijn en veelal tot minder aftrek leiden. Pech dus voor uw collega, maar ook voor u als u op zoek naar een nieuwe uitdaging uw vakkennis wilt uitbreiden.

Verschil in aftrek

De kosten van het op peil houden van uw vakkennis zijn aftrekbaar van de winst en nauwelijks aan beperkingen onderhevig. Alleen als u het echt te gek maakt en geen redelijk denkend ondernemer dergelijke kosten zou maken, kan de inspecteur deze aftrek weigeren. Voor de kosten van het uitbreiden van uw vakkennis gelden er strengere regels. Aftrekbaar zijn alleen de kosten die expliciet in de wet genoemd zijn als scholingsuitgaven.

Scholingsuitgaven? Scholingsuitgaven zijn:

  • lesgeld, cursusgeld, collegegeld en bepaalde examengelden;
  • verplichte leer- en beschermingsmiddelen.

Let op. Andere kosten, zoals reiskosten in verband met uw studie, zijn niet aftrekbaar. Er geldt ook een drempel van € 250,-, zodat alleen het meerdere van uw kosten aftrekbaar is.

Wat kunt u hiermee?

Voor u als ondernemer is het vrijwel altijd voordeliger als u studiekosten ten laste van de winst kunt brengen. U heeft echter geen vrije keuze, want is er sprake van uitbreiding van uw vakkennis, dan is aftrek van de winst niet mogelijk. We kunnen ons echter wel voorstellen dat er soms sprake is van een grijs gebied, bijvoorbeeld als een cursus zowel elementen bevat waarmee u uw bestaande vakkennis op peil houdt maar hieraan ook nieuwe elementen toevoegt. Tip. Het erop gokken is een riskante optie, dus kunt u de kosten beter in redelijkheid verdelen over de winst en de aftrek als scholingskosten, of voor de zekerheid een en ander vooraf proberen af te stemmen met uw inspecteur.

Studiekosten waarmee u uw vakkennis op peil houdt, zijn aftrekbaar van uw winst. Breidt u uw vakkennis echter uit, dan zijn de kosten met beperkingen aftrekbaar als scholingskosten. De eerste optie is vaak voordeliger. Verdeel de kosten bij twijfel of neem contact op met uw inspecteur. bron:indicator

Nieuw tarief voor vermogen in box 3

Voorlopige aanslag. In januari verstuurt de Belastingdienst de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2017. De voorlopige aanslag die gebaseerd is op een schatting van de belastingaanslag van afgelopen jaar, moet u zelf goed controleren. Bent u het niet eens met het bedrag van de aanslag? Omdat er bijvoorbeeld iets gewijzigd is? Dan kunt u wijzigingen doorgeven met het online formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag’ op http://www.belastingdienst.nl

Heeft u vermogen? Vanaf 2017 is de berekening van de belasting over uw inkomsten uit uw vermogen veranderd. Omdat de berekening op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting niet voor iedereen duidelijk is, laten wij u zien hoe dit bedrag is berekend door de Belastingdienst.

Hoe wordt dit berekend?

Over de waarde van de grondslag sparen en beleggen betaalt u belasting. De grondslag sparen en beleggen is de waarde van uw bezittingen minus uw schulden op 1 januari 2017, minus het heffingsvrij vermogen. Voor 2017 is dit:

  • met fiscale partner: € 50.000,-;
  • zonder fiscale partner: € 25.000,-.

Voor de berekening van de belasting wordt gebruikgemaakt van drie schijven. Op de site van de Belastingdienst vindt u onderstaande tabel.

Schijf Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen Percentage 1,63% Percentage 5,39%
1 Tot € 75.000,- 67%   33%
2 Vanaf € 75.000,- tot € 975.000,- 21%   79%
3 Vanaf € 975.000,-  0% 100%

Met behulp van de tabel wordt allereerst het voordeel uit vermogen berekend. Over het berekende voordeel betaalt u 30% inkomstenbelasting.

Stel, u bent gehuwd en heeft op 1 januari 2017 € 100.000,- aan spaargeld. U heeft verder geen schulden. De grondslag voor sparen en beleggen is: € 100.000,- minus € 50.000,- (heffingsvrij vermogen) = € 50.000,-. Het voordeel wordt als hierna volgt berekend.

67% van € 50.000,- = € 33.500,-. Uw voordeel is 1,63% van € 33.500,- = € 546,-. 33% van €  50.000,-  = € 16.500,-. Uw voordeel is 5,39% van € 16.500,- = € 889,-. Uw voordeel in de eerste schijf is € 546,- + € 889,- = € 1.435,- Over het voordeel van € 1.435,- betaalt u 30% inkomstenbelasting = € 431,-.

Tip. Fiscale partners mogen de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen verdelen op de manier die voor u beiden het meeste voordeel oplevert.

Kan dit ook makkelijker?

Jazeker! Op al dat rekenwerk zit u natuurlijk ook niet te wachten, zo menen wij. Bovenstaande rekensom kunt u veel makkelijker berekenen met onderstaande tabel die wij voor u hebben samengesteld. De grondslag sparen en beleggen vermenigvuldigt u gewoon met het percentage uit de kolom ‘Effectieve tarieven’. Als we dat toepassen op bovenstaand voorbeeld, dan is: € 50.000,- x 0,861% = € 431,-.

Uw (deel van de) grondslag sparen en beleggen Effectieve tarieven
Tot € 75.000,- 0,861%
Vanaf € 75.000,- tot € 975.000,- 1,380%
Vanaf € 975.000,- 1,617%
Tot en met 2016 werd het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen belast met 1,2% van het vermogen. Vanaf 2017 is dit gewijzigd. Gebruik onze handige tabel waarmee u minder rekenwerk heeft dan met de tabel op de website van de Belastingdienst. bron:indicator

Fikse fiscale aftrekpost bij elektrische bestelauto

Waar gaat het over? Als u dit jaar een nieuwe elektrische bestelauto, zoals de Nissan E-NV200 VAN, Volkswagen e-crafter, Mercedes Benz Vito E-CELL (bestemd voor beroepsvervoer) aanschaft, kunt u naast de Kleinschaligheidsinvesteringsaftre (KIA) vanaf 1 januari 2017 ook in aanmerking komen voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Tip. Zo behaalt u een fors fiscaal voordeel.

De KIA is afhankelijk van het totaal aan investeringen in een jaar. De KIA voor 2017 bedraagt:

Vanaf tot en met bedraagt de KIA
€ 2.300,- € 0,-
€ 2.301,- € 56.192,- 28% van het investeringsbedrag
€ 56.193,- € 104.059,- € 15.734,-
€ 104.060,- € 312.176,- € 15.734,- verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 104.059,- te boven gaat
€ 312.177,- € 0,-

De Milieu-investeringsaftrek 2017

De MIA bedraagt voor elektrische bestelauto’s 36% van het investeringsbedrag. De elektrische bestelauto kan voor ten hoogste € 75.000,- van het investeringsbedrag in aanmerking komen voor de MIA en Vamil. Let op. Deze investering moet u tijdig melden bij RVO.nl.

Tip. Het oplaadpunt voor uw elektrische bestelauto komt in aanmerking voor de KIA als het investeringsbedrag groter is dan € 2.300,- en voor de MIA/Vamil als het investeringsbedrag groter is dan € 2.500,-. Let op. Voor de MIA en Vamil moet u deze investering apart melden bij RVO.nl.

Vamil? De Vamil biedt de mogelijkheid om de elektrische bestelauto direct na aanschaf voor 75% af te schrijven. Zo worden de afschrijvingslasten naar voren gehaald. Let op. De volgende jaren kan er dan minder afgeschreven worden. Het gaat hier dus om een (beperkt) liquiditeitsvoordeel.

Wat is uw voordeel?

De aanschaf van een elektrische bestelauto van € 50.000,- excl. btw, levert u een aftrekpost op van:

KIA, 28% van € 50.000,-:* € 14.000,-
MIA, 36% van € 50.000,-: € 18.000,-
Vamil, 75% van € 50.000,-: € 37.500,-
Totaal: € 69.500,-
* U heeft verder geen andere investeringen gedaan in 2017.

MIA en Vamil melden. U moet melding maken van uw voornemen om de MIA/Vamil toe te passen in uw belastingaangifte. Zowel voor de MIA- als de Vamil-regeling geldt dat de melding binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting ingediend moet zijn. Het aangaan van een investeringsverplichting is bijvoorbeeld de datum van de opdrachtbevestiging. De aanvraag moet ingediend worden via het eLoket van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: http://www.rvo.nl/digitaal-indienen/eloket

Subsidie per provincie of gemeente? Informeer ook bij uw gemeente of provincie of er lokaal of regionaal subsidieregelingen zijn voor elektrische voertuigen en oplaadpunten. Vaak wordt dit vergeten. Let op. Als u subsidie ontvangt, moet u dit bedrag aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten. Tip. Informeer naar subsidieregelingen voordat u de koop of lease afsluit. Voor de meeste regelingen geldt namelijk de voorwaarde dat u de subsidie niet achteraf kunt vragen.

Stel dat u dit jaar een elektrische bestelauto aanschaft van € 50.000,- excl. btw. Dan kan uw fiscale aftrekpost in 2017 oplopen tot maar liefst € 69.500,- door toepassing van de KIA, MIA en de Vamil. Voor de twee laatstgenoemde moet u binnen drie maanden na het aangaan van de investering een melding doen. bron:indicator

Fileleed? Openbaar vervoer een idee?

Hoe zit dat met die € 0,19? Zoals u weet mag u sowieso altijd € 0,19 per kilometer reiskosten in aftrek brengen op de winst. U hoeft geen bewijsdocument te kunnen overleggen, maar u moet wel een kilometer-administratie voeren die strookt met uw agenda. Het maakt daarbij niet uit of u met een privéauto, met de fiets of met het openbaar vervoer reist. Tip. Reiskosten mag u ook gerust aan uw klant doorberekenen. De fiscus ziet dit als omzet waarover u btw moet afdragen. Dat staat natuurlijk los van de reiskosten die u zelf aftrekt.

Kosten openbaar vervoer? Stel, u besluit nu om vaker het openbaar vervoer te nemen. Dan kan het zijn dat het geld voor de kaartjes meer is dan het bedrag van het aantal kilometers maal 0,19. Tip. U mag dan de totale kosten voor het openbaar vervoer minus de btw als kosten aftrekken. De btw kunt u als voorbelasting verrekenen in uw btw-aangifte. U mag dan niet nog eens € 0,19 per kilometer aan reiskosten aftrekken. Het is dus óf het reiskaartje, óf € 0,19 per kilometer.

Vervoerbewijs bewaren. Bewaar trein-, bus- of metrokaartjes in uw administratie. Staat er geen btw op? Daarvoor is in de wet een uitzondering gemaakt; u moet bij uw kosten eerst zelf 6% btw eruit halen. Tip. Reist u met een OV-chipkaart? Print dan vanaf de website maandelijks een overzicht uit van uw reizen en reiskosten.

Handig: de NS-Business Card! Ondernemers kunnen gratis de NS-Business Card aanvragen. U kunt met deze kaart:

  • inchecken voor het openbaar vervoer (trein, bus, metro);
  • online een taxi bestellen;
  • een OV-fiets gebruiken of uw eigen fiets stallen;
  • parkeren op een Q-Park P+R terrein;
  • een Greenwheels-auto huren.

De voordelen. Naast het praktische gebruik, rekent u maandelijks af en krijgt u een keurige btw-factuur gestuurd. Handig en fiscaal veilig.

Uw volgende stap

Probeer eens de gratis NS-Business Card. U rekent dan maandelijks af en u krijgt een fiscaal veilige factuur om kosten en btw af te trekken. bron:indicator

‘Schat, wil je mijn fiscaal partner worden?’

Fiscaal partner als … U bent fiscaal gezien elkaars partner als u bent gehuwd of een geregistreerd partnerschap heeft. Daarnaast bent u elkaars partner als u op hetzelfde adres staat ingeschreven én een van de volgende omstandigheden zich voordoet:

  • U bent allebei meerderjarig en hebt samen een notarieel samenlevingscontract afgesloten.
  • U heeft samen een kind of één van u heeft een kind van de ander erkend.
  • U bent bij een pensioenfonds aangemeld als pensioenpartners.
  • U bent samen eigenaar van een eigen woning, waarin u allebei woont.
  • U bent allebei meerderjarig en op uw adres staat ook een minderjarig kind van één van u beiden ingeschreven, tenzij er sprake is van commerciële verhuur
  • U bent meerderjarig en woont met een minderjarig kind in een opvangwoning of een huis voor beschermd wonen via de Wmo. U bewoont die woning samen met een meerderjarige, die eveneens op dat adres staat ingeschreven.
  • U en uw huisgenoot waren het jaar ervoor al fiscale partners.

Verdelen aftrekposten

Een belangrijk voordeel van het fiscaal partnerschap is dat u enkele aftrekposten willekeurig over u en uw partner mag verdelen. Door aftrek toe te delen aan degene met het hoogste inkomen, levert dit het meeste op. Het aangifteprogramma van de fiscus maakt het u wat dat betreft makkelijk. Door een verdeling te maken in de aftrekposten en bijbehorende bedragen, ziet u direct wat dit oplevert. Bij een wijziging van de verdeling ziet u direct of dit gunstig uitpakt, of juist niet.

Welke mag u verdelen? De belangrijkste aftrekbare kosten die u mag verdelen, zijn de aftrek eigen woning (betaalde hypotheekrente minus het eigenwoningforfait), zorgkosten en giften.

Drempels en vrijstellingen

Het partnerbegrip is ook van belang voor drempels en vrijstellingen. Zo mag u bijvoorbeeld voor de giftenaftrek de giften van uzelf en die van uw partner bij elkaar optellen. Let op. Kijk uit voor de drempel; het bedrag dat niet aftrekbaar is, wordt dan berekend over beide inkomens. Hetzelfde geldt voor de aftrek van zorgkosten.

Voor de belasting over sparen en beleggen in box 3 moet u beide vermogens bij elkaar optellen, maar u heeft ook recht op een dubbele vrijstelling. Het hebben van een partner kan dan positief uitpakken, maar ook negatief. Rekenen dus!

Toeslagen? Ook als u recht heeft op één of meer toeslagen, is het van belang of u een partner heeft. De regels hiervoor zijn grotendeels hetzelfde als voor de belasting, maar niet altijd. Staat u bijvoorbeeld niet op hetzelfde adres ingeschreven, maar bent u wel gehuwd, dan telt uw partner tóch niet mee voor de huurtoeslag. Let op. Met een partner krijgt u wel meer toeslag, maar dit voordeel neemt af naarmate diegene meer eigen inkomen heeft.

Niets te kiezen, wel te delen

Wel kunt u soms invloed uitoefenen op de voorwaarden, zoals bij de vraag of u samen een woning koopt en daardoor partner wordt. Het zal echter niet vaak voorkomen dat het fiscale partnerschap doorslaggevend is voor een keuze. Het is wel een reëel argument om mee te nemen in uw overwegingen.

U kunt zelf weinig invloed uitoefenen op het al dan niet zijn van elkaars fiscaal partner. In het algemeen is het hebben van een fiscale partner een fiscaal voordeel, tenzij deze eigen inkomsten heeft. Het naar believen kunnen verdelen van aftrekposten kan leiden tot een gezamenlijk voordeel en vereist rekenwerk. bron:indicator

Youngtimer en oldtimer fiscaal voordelig?

Stand van zaken per 2017

De bijtelling voor de auto van de zaak is voor nieuwe auto’s vanaf volgend jaar 22%. Alleen voor volledig elektrische auto’s geldt nog het tarief van 4%. Let op. Voor youngtimers en voor oldtimers geldt een afwijkende bijtelling. Welke?

Youngtimer? Voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, geldt 35% bijtelling over de werkelijke waarde.

Voor een Mercedes C200 uit 2000 is dit bijvoorbeeld € 4.000,-. De bijtelling bedraagt dan dus slechts € 1.400,- per jaar vanwege het privégebruik.

Oldtimer? De 35%-bijtelling geldt ook voor de ‘echte’ oldtimer, waarvan de werkelijke waarde in de regel hoger ligt dan de catalogusprijs destijds.

Een Mercedes-Benz 300S uit 1953 kan op dit moment een dagwaarde hebben van € 200.000,-, terwijl de nieuwwaarde destijds slechts zo’n € 21.000,- was. U betaalt dan 35% over de werkelijke waarde, ofwel € 70.000,- aan bijtelling.

Kosten ten laste van de winst?

Zet u de auto op de zaak, dan komen alle kosten ten laste van de winst. Met name bij oldtimers kunnen deze kosten flink oplopen. Reden waarom het dan vaak voordeliger is de auto zakelijk te rijden. U moet echter de bijtelling vermijden, dus niet of maximaal 500 kilometer privé rijden. Bovendien is wettelijk bepaald dat de bijtelling niet meer hoeft te bedragen dan de werkelijke kosten. Dit kan bij de echte oldtimer wellicht soelaas bieden. Verder geldt dat wanneer u de auto minder dan 10% zakelijk gebruikt, deze verplicht als privé wordt aangemerkt. Er is dan geen aftrek van de winst mogelijk, maar ook geen bijtelling.

Wegenbelasting (mrb). Er bestaat een vrijstelling van de mrb voor auto’s met een datum van eerste toelating van vóór 1976, ook als deze op diesel of LPG rijden. Daarnaast is er een overgangsregeling voor uitsluitend op benzine rijdende auto’s met een datum van eerste toelating tussen 1 januari 1976 en 31 december 1987. U betaalt in dat geval 25% van de normale mrb, met een maximum van € 122,- per jaar.

Let op. Als voorwaarde geldt wel dat u de auto niet gebruikt in de maanden januari, februari en december. De auto mag in die maanden niet op de openbare weg komen, dus moet u hem op eigen terrein parkeren. Deze regeling geldt tot 2028.

Btw

Verricht u belaste prestaties, dan is de btw op een young- of oldtimer van de zaak in beginsel gewoon aftrekbaar. Wel zult u rekening moeten houden met een correctie voor privégebruik. Koopt u de auto met btw, dan mag u 2,7% van de catalogusprijs niet verrekenen. Dit geldt voor de eerste vijf jaar, inclusief het jaar van aanschaf, de jaren erna geldt 1,5%. Dit percentage geldt ook als u de auto zonder btw gekocht heeft, bijvoorbeeld van een particulier. U mag de niet-verrekenbare btw ook baseren op het werkelijke privégebruik, maar dan zult u dit met een rittenstaat moeten kunnen bewijzen. Woon-werkverkeer telt daarbij als privé.

Voordelig of niet? Met name auto’s van 15 jaar en ouder zijn als zakenauto fiscaal aantrekkelijk als de werkelijke waarde van de auto laag is. Echte klassiekers hebben vaak een ongekend hoge dagwaarde en leiden daarom tot een hoge bijtelling. Die auto’s zijn alleen fiscaal interessant als u ze privé niet meer dan 500 kilometer gebruikt.

Youngtimers – als auto van de zaak – met een lage dagwaarde leiden tot een lage privébijtelling en zijn daarom fiscaal aantrekkelijk. Echte klassiekers met een hoge dagwaarde zijn dat vanwege de hoge bijtelling juist niet. bron:indicator

Aftrek gemengde kosten omhoog

Gemengde kosten. Er zijn bepaalde kosten die u als ondernemer niet geheel in aftrek mag brengen, omdat die zowel een zakelijk als een privékarakter hebben. Dit noemt men ‘gemengde’ kosten. Het gaat hierbij om:

  • voedsel, drank en genotsmiddelen;
  • representatie, waaronder relatiegeschenken en bedrijfsuitjes;
  • congressen, seminars, studiereizen, etc.

Keuze 2016. Als ondernemer heeft u de keuze tussen twee opties:

  1. Van alle gemengde kosten brengt u 26,5% niet in aftrek. Voor 73,5% van de kosten wordt aftrek wel toegestaan.
  2. U kiest voor het vaste bedrag van € 4.500,- als aftrekbeperking. Gemengde kosten boven dit bedrag komen volledig voor aftrek in aanmerking. Tip. Maakt u in 2016 meer dan € 16.981,- aan gemengde kosten, dan kunt u beter kiezen voor het vaste bedrag. Daaronder is het aftrekpercentage aantrekkelijker.

Aftrekpercentage 2017 verhoogd. Staatssecretaris Wiebes heeft onlangs bekendgemaakt dat met ingang van 2017 het aftrekpercentage omhoog gaat. Vanaf 2017 mag u als ondernemer 80% van uw gemengde kosten aftrekken. De reden hiervoor is dat de aftrek van de kosten van een (niet-zelfstandige) werkruimte in een huurwoning volgend jaar niet meer mogelijk is. Om dit voor ondernemers te compenseren, wordt nu het aftrekpercentage van de gemengde kosten verhoogd. Deze verhoging geldt niet voor BV’s.

Let op. De keuze voor het vaste bedrag van € 4.500,- is in 2017 dus pas aantrekkelijk vanaf € 22.500,- aan gemengde kosten. Daaronder is het aftrekpercentage van 80% aantrekkelijker.

Waarom is het belangrijk dit nu al te weten? Deze wetswijziging zorgt ervoor dat gemengde kosten in 2017 voor een groter deel aftrekbaar zijn dan in 2016. Het kan dus aantrekkelijk zijn om dergelijke kosten nog even uit te stellen. Dit geldt overigens niet als u opteert voor het vaste aftrekbedrag van € 4.500,-. Dit blijft in 2017 namelijk gelijk.

Stel eventueel gemengde kosten uit om te profiteren van het hogere aftrekpercentage (80 i.p.v. 73,5%) in 2017. De factuurdatum is hierbij doorslaggevend. bron:indicator

Belangrijke wijzigingen per 1 januari 2017

Heeft u de Rijksoverheid als klant?

Vanaf 1 januari 2017 bent u als leverancier van de Rijksoverheid bij nieuwe opdrachten verplicht om uw factuur elektronisch in te dienen. Onder de Rijksoverheid vallen alle Ministeries en hun ruim 200 uitvoeringsorganisaties in het land. De e-facturatie moet leiden tot het sneller en foutloos betalen van uw factuur.

Jaarrekening verplicht digitaal aanleveren

Onder andere bv’s, nv’s, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moeten ieder boekjaar een jaarrekening deponeren bij de Kamer van Koophandel. Dit is wettelijk verplicht. Vanaf boekjaar 2016 kan een jaarrekening alleen nog maar digitaal gedeponeerd worden. Op papier aanleveren is dan niet meer mogelijk.

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

Sinds 2016 moet elke zorgaanbieder aan nieuwe (kwaliteits)regels voldoen. Die regels staan in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Op 1 januari 2017 gaan de laatste onderdelen van deze wet in werking. De Wkkgz geeft aan wat er moet gebeuren als een cliënt een klacht heeft over de door u geleverde zorg. Ook verplicht de wet de zorgaanbieder om zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie. De Wkkgz geldt voor grote en kleine zorginstellingen én voor zzp’ers.

Onderstaande wijzigingen werden op Prinsjesdag gepresenteerd. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. De ingangsdatum is nog niet definitief.

De Zorgverzekeringswet

Vanaf 1 januari 2017 wordt het basispakket van uw zorgverzekering aangepast en uitgebreid. Het verplicht eigen risico blijft € 385. De zorgverzekering is een verplichte verzekering waarvoor u premie betaalt aan een zorgverzekeraar. Daarnaast brengt de Belastingdienst u met een aanslag achteraf de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (bijdrage Zvw) in rekening. Deze bijdrage Zvw  daalt voor ondernemers van 5,50% naar 5,40% over maximaal € 53.697 inkomen.

Pensioenopbouw in eigen beheer stopt

Het binnen de BV opbouwen van pensioen in eigen beheer is vanaf 2017 niet meer mogelijk. Voor het opgebouwde pensioen dient u voor 1 april 2017 een keuze te maken.

Lager gebruikelijk loon innovatieve starter in BV

Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV die binnen de WBSO-regeling als starter wordt  aangemerkt, mag vanaf 1 januari 2017 zijn salaris voor de eerste drie jaar op het minimumloon stellen. Er blijft zo meer winst over om te groeien.

Terugvorderen BTW op oninbare vorderingen

Is uw factuur één jaar na het opeisbaar worden nog niet betaald? U kunt de afgedragen BTW dan terugvragen in uw reguliere BTW-aangifte. De termijn van één jaar gaat niet eerder dan bij het inwerkingtreden van de wet lopen. Al bestaande oninbare vorderingen kunnen dus op 1 januari 2018 als oninbaar worden aangemerkt.

Aftrekpercentage gemengde kosten

Onder de term ‘gemengde kosten vallen diverse algemene kosten zoals voedsel, representatie en congressen. Tot een bedrag van € 4.500 zijn deze kosten niet aftrekbaar van de winst. In plaats van deze drempel kunt u er ook voor kiezen om een percentage  van alle gemengde kosten in aftrek te brengen. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting (o.a. eenmanszaak, vof) en resultaatgenieters stijgt dit aftrekbare percentage van 73,5% naar 80%. Deze verhoging is aangekondigd in de derde nota van wijziging Belastingplan 2017. bron:kvk

Bedankt voor het vertrouwen en de fijne samenwerking het afgelopen jaar.

Wat is volgens de fiscus een nieuwe auto?

Nieuwe (buitenlandse) occasion? Sommige auto’s zijn als occasion moeilijk te verkrijgen. Dan kan het een oplossing zijn de auto in het buitenland te halen. U dient dan wel eerst bpm te betalen, anders mag u in Nederland de weg niet op. De te betalen bpm is voor gebruikte auto’s een percentage van de bpm voor een nieuwe auto, afhankelijk van de leeftijd van de auto. Maar wat verstaat de fiscus in dit verband onder ‘nieuw’. Wat vond de rechter hier onlangs van?

Gebruikt of nieuw?

Drie dagen en 29 km oud. In de betreffende zaak had uw collega een Fiat, type 500 0.9 TwinAir uit Duitsland geïmporteerd. De auto was drie dagen oud en had slechts 29 km op de teller. De man was ervan uitgegaan dat de auto als ‘gebruikt’ moest worden aangemerkt en had op basis hiervan de aangifte bpm gedaan. De inspecteur vond echter dat er sprake was van een nieuwe auto en verleende dus geen korting op de verschuldigde bpm. De te weinig aangegeven bpm van € 420,- werd nageheven.

Eerdere definitie Hoge Raad. Voor de vraag of de auto als nieuw of als gebruikt moet worden aangemerkt, ging de rechter uit van een eerdere beslissing van de Hoge Raad, 29.05.2009 (HR:2009:BI5100) . Daarin gaf onze hoogste rechter aan dat onder een nieuwe personenauto wordt verstaan ‘een auto die na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest’. De rechtbank ging na of er hiervan al dan niet sprake was.

Oordeel rechter

De rechter stelde eerst vast dat het niet zonder meer accepteren dat een geïmporteerde auto als gebruikt moet worden aangemerkt, in lijn is met de bedoeling van de wetgever. Zo moest uw collega bewijzen dat er hiervan in dit geval toch sprake was.

Helaas, pindakaas. Dit lukte hem niet. Op de factuur stond dat het de levering van een nieuwe auto betrof en dat er maar 29 kilometer mee gereden was. Deze kilometers waren volgens de rechter waarschijnlijk nodig geweest om de auto in Nederland te laten registreren. De auto had verder ook geen sporen van gebruik en de eigenaar had ook geen andere argumenten om te beslissen dat de auto als gebruikt moest worden aangemerkt. De naheffing bpm bleef dus in stand, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25.09.2016 (RBZWB:2016:3666) .

Maar niet voor de btw!

De definitie van een gebruikte auto voor de bpm is niet bruikbaar voor de btw. Voor de invoer van een gebruikte auto bent u geen btw verschuldigd, want die betaalt u al in het land van aankoop. Maar ‘gebruikt’ betekent in dit geval dat de auto al meer dan een halfjaar op kenteken staat en meer dan 6.000 kilometer gereden heeft. Importeert u overigens een auto van buiten de EU, dan bent u zowel btw als invoerrechten verschuldigd.

Wat kunt u hiermee? Het importeren van een gebruikte auto kan best een besparing op de bpm opleveren. De verschuldigde bpm berekent u voor schadevrije auto’s namelijk via een officiële koerslijst of via een standaard tabel (zie http://www.belastingdienst.nl , zoekterm: Afschrijving met forfaitaire tabel). Volgens deze tabel levert een auto van één maand oud al een korting op de bpm op van 8%. Er zijn ook garages die de hele import regelen.

Een nauwelijks gebruikte auto wordt voor de bpm gewoon als nieuw aangemerkt. Bij import van een dergelijke auto levert dit u dus geen voordeel op. Dat kan heel anders uitpakken voor daadwerkelijk gebruikte auto’s, waarbij u al na een korte periode veel minder bpm hoeft te betalen. Voor de btw gelden andere regels. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl