“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Wat speelt er? De VAR is verdwenen en vervangen door de model- of voorbeeldovereenkomst. Hierin kunnen opdrachtgever en -nemer vastleggen onder welke voorwaarden er wordt gewerkt en zo een dienstbetrekking vermijden. De fiscus heeft toegezegd in ieder geval in 2017 de handhaving inzake schijnconstructies op te schorten. Geen naheffingen en boetes dus, tenzij er sprake is van oneigenlijk gebruik en schijnzelfstandigheid. Maar wat zijn dan de gevolgen? En voor wie?
De fiscus wil uitdrukkelijk geen paniek zaaien, want opdrachtgevers zijn lang niet meer zo happig om met zzp’ers te werken, zo blijkt. Daarom kregen tientallen branches een brief waarin staat dat de fiscus terughoudend is met naheffen en boetes. We schreven daar onlangs over. Ook 500.000 zzp’ers kunnen binnenkort een dergelijke brief verwachten. Ongerustheid is verklaarbaar, want als er achteraf toch een dienstbetrekking blijkt te zijn, heeft dit verstrekkende gevolgen.
Naheffing opdrachtgever. Blijkt er toch sprake te zijn van een dienstbetrekking en wordt dit aangemerkt als oneigenlijk gebruik, dan kan de opdrachtgever een naheffing loonheffingen tegemoetzien. De opdrachtgever is dan immers inhoudingsplichtig.
De opdrachtgever draait ook op voor de premies werknemersverzekeringen en Zorgverzekeringswet (Zvw). De nageheven loonheffing kan hij vervolgens verhalen op de opdrachtnemer. Voor wat betreft de premies werknemersverzekering kan dit niet, omdat dit wettelijk verboden is, net zoals met betrekking tot de premies Zvw.
Loonheffing verrekenen? Een zzp’er die te maken krijgt met het verhalen van loonheffing door de opdrachtgever, hoeft hier in beginsel geen financieel nadeel van te hebben. Hij kan de verhaalde loonheffing immers weer verrekenen met zijn af te dragen inkomstenbelasting. Dit was ook al het geval onder het bestaan van de VAR.
Aanslag staat al vast? Staat uw belastingaanslag inkomstenbelasting al vast en is de bezwaartermijn van zes weken verstreken, dan kunt u nog verzoeken uw aanslag ambtshalve te verminderen met de verhaalde loonheffing. U heeft deze loonheffing immers ten onrechte niet verrekend. Een verzoek om ambtshalve vermindering kan nog tot vijf jaar na het jaar waarin uw belastingschuld is ontstaan. Het verzoek moet u via een gewone brief aan uw inspecteur indienen. Wijst de fiscus uw verzoek af, dan kunt u in bezwaar en beroep.
Verhaal in modelovereenkomsten? Modelovereenkomsten kunnen bepalingen bevatten dat de opdrachtgever een eventuele naheffing loonheffing mag verhalen op de opdrachtnemer. Dit is wettelijk toegestaan. Verhaal van premies kan dus niet. Een modelovereenkomst die deze bepaling wel bevat, is op dit punt ongeldig (nietig).
Zoals gezegd hebben opdrachtgevers en -nemers dit jaar nog weinig te vrezen, maar uiteraard is het ook nu al van belang dat uw modelovereenkomst duidelijk maakt of er al dan niet sprake is van een dienstbetrekking. Dit is zeker het geval als de overeenkomst in volgende jaren al dan niet stilzwijgend wordt voortgezet.
Big brother. De politie gebruikt camera´s met Automatic Number Plate Recognition (ANPR). Daarmee kunnen per uur duizenden kentekens herkend en vergeleken worden. De Belastingdienst gebruikte die gegevens ook. De gegevens werden rechtstreeks naar de Belastingdienst gestuurd. De computers van de Belastingdienst selecteerden de gegevens die van belang konden zijn voor de belastingheffing, bijvoorbeeld alles over de kentekens van auto’s waarvoor een verklaring geen privégebruik was ingeleverd. De overige gegevens werden vernietigd.
Onbevoegd. Er is lang over geprocedeerd, over nagedacht en geschreven, maar nu is de kogel door de kerk. Dit systematisch verzamelen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens door de Belastingdienst is niet toegestaan. Er ontbreekt een wettelijke basis voor. Zowel onze grondwet als het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens eisen een wettelijke basis voor dit soort inmengingen in het privéleven van personen en die wettelijke basis is er niet, aldus de Hoge Raad in een drietal arresten, 24.02.2017 (HR:2017:286, 287 en 288) .
Wat kunt u hiermee? Afgewikkelde discussies worden niet heropend. Is de bezwaar- of beroepstermijn van een aanslag verstreken, dan blijft die aanslag in stand. Bent u nu in discussie met de Belastingdienst over het privérijden, dan kunt u zich uiteraard wel beroepen op deze rechtspraak. De inspecteur mag niet langer met behulp van die ANPR-gegevens bewijzen dat een rittenregistratie niet deugt. Let op. De inspecteur kan natuurlijk proberen het op andere manieren te bewijzen. Denk aan de kilometerstanden die op onderhoudsnota’s staan, vergelijking met uw zakelijke agenda, enzovoort. Het is nu voor de Belastingdienst minder gemakkelijk om rittenregistraties te controleren, maar niet onmogelijk. Let op. Knoeien met de rittenregistratie wordt ook nog eens fors beboet.
Toekomst. Te verwachten valt dat er een wetsvoorstel komt om de ANPR-camera’s ook te laten gebruiken door de Belastingdienst. Maar dat kan alleen voor de toekomst gelden, niet meer voor het verleden.
Tot 18 jaar. Een kindgebonden budget is een bijdrage in de kosten voor kinderen tot 18 jaar. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner aan de hierna genoemde voorwaarden voldoen.
Automatisch? Als u ook al een andere toeslag ontvangt, hoort u vanzelf van de Belastingdienst of u recht heeft op een kindgebonden budget.
Zelf aanvragen. Als u (ten onrechte) geen bericht krijgt van de Belastingdienst, bijvoorbeeld omdat u geen andere toeslag ontvangt of omdat u eerder een kindgebonden budget kreeg dat is beëindigd, vraag het kindgebonden budget dan zelf aan.
Let op. Dit moet gebeuren door de ouder die de kinderbijslag ontvangt.
Voorwaarden. Om kindgebonden budget te krijgen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner aan de volgende voorwaarden voldoen:
Tip. Alleenstaande ouders hebben recht op een extra toeslag, de zogeheten ‘alleenstaande-ouderkop’ van € 3.076,-.
Hoe aanvragen? Een kindgebonden budget moet u digitaal aanvragen via de site https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/toeslagen/toeslagen Voor het kindgebonden budget 2016 kan dat nog tot 1 september 2017. Heeft u uitstel voor uw belastingaangifte, dan werkt deze termijn door naar de aanvraagtermijn voor de toeslagen.
Voorwaarden. Kinderopvangtoeslag is een bijdrage in de kosten van kinderopvang. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner aan de volgende voorwaarden voldoen:
Aanvraagtermijn. U moet de aanvraag doen binnen drie maanden na de maand waarin uw kind voor het eerst naar de opvang gaat. Doet u dit te laat, dan loopt u een deel van de toeslag mis.
Ook op woning. Ook voor zonnepanelen die vast op een woning zijn gemonteerd, kunt u voortaan investeringsaftrek krijgen. Dit als gevolg van een recent besluit van de staatssecretaris. Let op. Houd wel in de gaten dat er voor zonnepanelen nog extra eisen gelden.
Extra eisen vermeld in Energielijst 2017. Hierin staat wanneer u voor zonnepanelen de Energie-investeringsaftrek krijgt. Voor zonnepanelen wordt er onder meer een onderscheid gemaakt in het al dan niet aangesloten zijn op het elektriciteitsnet. Zonnepanelen die hierop zijn aangesloten, moeten een gezamenlijk piekvermogen hebben van ten minste 15kW (met SDE2013 of eerder) of van meer dan 25kW, afhankelijk van de soort zonnepanelen. Deze eisen gelden weer niet voor zonnepanelen die niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Ook het maximum aan Energie-investeringsaftrek dat u kunt krijgen is afhankelijk van het soort zonnepanelen dat u aanschaft. Check dat voordat u investeert.
De Energielijst 2017 kunt u hier opvragen.
Ondernemen vanuit uitkering. Voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13.01.2017 (GHARL:2016:10571) , speelde onlangs een zaak over een man die van het UWV een werkloosheidsuitkering ontvangt. Om weer aan de slag te kunnen, start hij een eigen onderneming. Hiervoor heeft hij toestemming van het UWV.
Verliesgevend. De man richt zich op de verkoop van autoaccessoires. Uiteindelijk legt hij binnen één jaar zijn werkzaamheden weer neer, omdat hij een baan heeft gevonden. Zijn ondernemingsactiviteiten hebben echter wel flink wat geld gekost. In zijn aangifte inkomstenbelasting neemt hij hiervoor een verlies op van bijna € 40.000,-! Dit is inclusief zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Als gevolg hiervan hoeft hij over zijn uitkering en looninkomsten geen belasting te betalen en heeft hij dus recht op een forse belastingteruggaaf.
Standpunt fiscus. De fiscus stuurt aan de man een vragenbrief. Daaruit blijkt dat de ‘onderneming’ tijdens haar bestaan slechts een omzet heeft behaald van € 540,-. De fiscus stelt daarom dat er helemaal geen onderneming was en dat er geen bron van inkomen was. De fiscus ziet de activiteiten meer als hobby.
Wanneer is er sprake van een bron van inkomen? Het moet dan gaan om activiteiten:
Voordeel te verwachten? Dat deze man met zijn activiteiten een voordeel wilde behalen en deelnam aan het economische verkeer staat niet ter discussie. De fiscus vraagt zich wel af of er redelijkerwijs wel een voordeel te verwachten viel. De man heeft namelijk vooraf geen onderzoek gedaan naar de marktomstandigheden. Ook kon hij geen ondernemingsplan overleggen en had hij vooraf geen enkel inzicht in de te maken kosten.
Bewijs niet geleverd. Tijdens de zitting blijkt dat de man zijn activiteiten later weer heeft opgepakt. Ook in deze jaren hebben de werkzaamheden niet geleid tot omzetten van enige omvang. Het Hof stelt zodoende de fiscus in het gelijk en concludeert dat het niet te verwachten viel dat de man met deze werkzaamheden een voordeel zou behalen. Door het ontbreken van een bron van inkomen is het gemaakte verlies niet aftrekbaar.
Wat betekent dit voor uw kleine (extra) activiteit? Of voor uw partner met een klein bedrijf? Als u verwacht dat deze activiteiten in aanvang leiden tot een verlies, zorg dan dat u goed kunt onderbouwen waarom er een (toekomstig) voordeel te verwachten valt, bijvoorbeeld door het overleggen van de voorbereidingsplannen. Laat zien welke onderzoeken u heeft uitgevoerd om vast te stellen dat er wat te verdienen valt met deze business.
Op termijn winstgevend. Verder mag op basis van een uitspraak van de Hoge Raad, 24.06.2011 (HR:2011:BP5707) , ook rekening worden gehouden met feiten uit latere jaren. Als blijkt dat de activiteiten op termijn winstgevend zijn, is dit een duidelijk bewijs dat er voordeel te verwachten valt.
Tóch claimen. We kennen aftrekken voor kleinschalige investeringen (KIA), energiezuinige investeringen (EIA) en milieuvriendelijke investeringen (MIA). In bepaalde gevallen is de investeringsaftrek in beginsel uitgesloten, maar kunt u de aftrek via een specifieke verklaring toch claimen. Dit is vereenvoudigd met ingang van de belastingaangifte over 2016, waardoor de papieren rompslomp vermindert.
Genoemde verklaringen worden voortaan vervangen door ja-neevragen in de gewone aangifte. Dit betekent dat u geen aparte verklaringen meer hoeft in te vullen en dat de inspecteur automatisch naar uw verzoek kijkt bij de beoordeling van uw aangifte inkomstenbelasting. Dit heeft betrekking op de volgende drie situaties:
Ingangsdatum. De Belastingdienst heeft kenbaar gemaakt dat voor investeringen over 2016 en volgende jaren voortaan de ja-neevragen in de aangifte moeten worden ingevuld. Dit betekent dat er geen verklaringen en verzoeken meer hoeven worden ingediend.
Het vervallen van de aparte verzoeken en verklaringen betekent een volgende stap in het streven naar vereenvoudiging. Laat u dergelijke klussen over aan een derde, dan ligt een vermindering van de hiermee samenhangende kosten voor de hand.
De BV wordt vaak aangegaan vanwege fiscale motieven. Belangrijk is dat de winst in de inkomstenbelasting jaarlijks volledig in de belastingheffing wordt betrokken, terwijl dat in de BV in twee etappes gaat. Jaarlijks bij de BV zelf via de vennootschapsbelasting (Vpb) en op het moment van uitkeren van de winst aan de DGA, bij hem via de inkomstenbelasting (IB). Een groot voordeel hiervan is dat winst die niet direct consumptief nodig is, onbelast opgepot kan worden in de BV.
Geen MKB-winstvrijstelling! Een nadeel is dat u in de BV geen MKB-winstvrijstelling geniet en als IB-ondernemer wel. De vrijstelling bedraagt 14%, zodat van alle winst slechts 84% belast wordt. Zelfs bij het maximumtarief van 52% betaalt u dus effectief ‘maar’ 43,68% aan belasting.
Heeft u een BV, dan bedraagt het Vpb-tarief tot een winst van € 200.000,- 20%. Over het meerdere betaalt u 25%. Keert u de winst aan uzelf uit als DGA, dan betaalt u nogmaals 25% over de uitgekeerde winst. Per saldo komt dit neer op een totaaltarief van 40% over de eerste € 200.000,- aan winst en 43,75% over het meerdere. Vrijwel gelijk dus aan het toptarief voor de IB-ondernemer.
Tip. Een belangrijke ontwikkeling in het voordeel van BV’s is dat vanaf 2018 de tariefschijf van 20% wordt verlengd naar € 250.000,- tot uiteindelijk € 350.000,- in 2021.
Gebruikelijk loon. In de BV kunt u helaas niet álle winst onbelast oppotten. Jaarlijks dient u minstens een zogenaamd ‘gebruikelijk loon’ op te nemen. In 2017 bedraagt dat ten minste € 45.000,- (€ 1.000,- meer ten opzichte van 2016). Over dit gebruikelijk loon geniet u dus geen tariefsvoordeel, want dit wordt net als de winst van de IB-ondernemer progressief belast in box 1.
Bent u DGA van een innovatieve BV, dan hoeft u vanaf 2017 slechts het minimumloon als gebruikelijk loon uit de BV te halen. Het voordeel hiervan is dat u als DGA van een start-up meer winst onbelast in de BV kunt oppotten. Daarvoor is vereist dat u recht heeft op de WBSO voor starters.
Een toekomstig nadeel voor BV’s is dat de pensioenopbouw in eigen beheer komt te vervallen. Het was de bedoeling dit al per 2017 wettelijk te regelen, maar het is op het nippertje uitgesteld. Naar verwachting wordt de maatregel toch met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 ingevoerd. Daarentegen kunt u als IB-ondernemer nog steeds een oudedagsreserve opbouwen, waardoor er jaarlijks 9,8% van de winst onbelast kan worden opgepot met een maximum van € 8.946,- in 2017.
Uit het bovenstaande blijkt dat de vraag of overstappen op een BV voordelig is, van vele factoren afhangt. De BV is in 2017 in het algemeen wel minder aantrekkelijk dan in 2016. Duidelijk is dat pas bij een flinke overwinst, oftewel: een winst die u niet consumptief direct nodig heeft, de overstap interessant wordt vanwege het lagere tarief. Dit is met name zo als uw BV vanaf 2018 over een groter deel van de winst slechts 20% belasting betaalt.
€ 5.000,- of meer. Heeft u daar een vergoeding voor over van € 5.000,- of meer? Dan mag u dit bedrag van de winst aftrekken. Let op. Beloningen van € 5.000,- of meer per jaar zijn aftrekbaar voor uw zaak, maar zijn wel belast bij uw partner.
Minder dan € 5.000,-. Betaalt u echter minder dan € 5.000,-? Dan mag u dit bedrag niet van de winst aftrekken, maar komt u (onder voorwaarden) wel in aanmerking voor de meewerkaftrek. Een vergoeding tot € 5.000,- is niet belast bij uw fiscale partner.
Voorwaarden meewerkaftrek. Om in aanmerking te komen voor de meewerkaftrek, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
Medegerechtigde? U bent medegerechtigde als u stille vennoot bent in een commanditaire vennootschap. Dan krijgt u als medegerechtigde geen meewerkaftrek. Een commandiet mag geen daden van beheer verrichten. Als medegerechtigde krijgt u dan ook geen ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling. Let op. U bent géén medegerechtigde als u vennoot bent in een vennootschap onder firma. In dat geval bent u immers ondernemer.
Uitgesloten winstbestanddelen? Voor de meewerkaftrek telt u niet mee winst die u behaalt bij:
| Meegewerkt | De meewerkaftrek bedraagt |
| Minder dan 525 uren | Geen aftrek |
| 525 tot 875 uren | 1,25% van de winst |
| 875 tot 1.225 uren | 2% van de winst |
| 1.225 tot 1.750 uren | 3% van de winst |
| 1.750 of meer uren | 4% van de winst |
Tip. Het bedrag dat u krijgt aan meewerkaftrek is geen inkomen voor uw fiscale partner. Let op. Meegewerkte uren moet u aannemelijk maken.
| Meewerkaftrek | Arbeidsbeloning | Vof/maatschap |
| Aftrek bij ondernemer | Aftrek bij ondernemer | Winst verdeeld over beide partners |
| Niet belast bij partner | Belast bij partner | Winst belast bij beide partners |
| Alleen de ondernemer heeft recht op ondernemersfaciliteiten | Alleen de ondernemer heeft recht op ondernemersfaciliteiten | Beide partners hebben recht op ondernemersfaciliteiten |
| Partner heeft geen recht op betaling of verrekening van de vergoeding | Partner heeft aanspraak op betaling of verrekening van de vergoeding | Partners hebben beiden aanspraak op een winstaandeel |
| Partner heeft geen aanspraak op het vermogen van de onderneming | Partner heeft aanspraak op de overeengekomen arbeidsbeloning | Partner heeft ingevolge de overeenkomst aanspraak op een deel van het vermogen van de onderneming |
Vertrouwen is goed, controle is beter. Ieder jaar komt het kabinet weer met wijzigingen op fiscaal gebied. Die kunnen ook gevolgen hebben voor uw voorlopige aanslag (hierna ‘VA’) inkomstenbelasting. Gelukkig heeft men al rekening gehouden met alle wijzigingen en is uw VA dus up-to-date. Dat neemt niet weg dat deze toch nog fors kan afwijken van de door u verschuldigde belasting. U moet dan achteraf bijbetalen of u krijgt een bedrag terug. Hoe kan dat en wat is er aan te doen?
De Belastingdienst baseert uw VA op gegevens uit uw verleden. Die kunnen echter afwijken van uw huidige situatie. Voor ondernemers kan dit veroorzaakt worden door een winst die afwijkt van voorgaande jaren. Bijvoorbeeld omdat u dit jaar fors meer investeert of omdat uw naaste concurrent het bijltje erbij neergooit.
Let op. Verwacht u dit jaar meer of minder winst, dan is het verstandig uw voorlopige aanslag bij te stellen.
Auto van de zaak? Houd bij de winstbepaling ook rekening met de bijtelling voor de auto van de zaak. Koopt u een nieuwe auto, dan wijzigt waarschijnlijk de bijtelling. En ook als uw auto van de zaak in 2017 vijf jaar oud wordt, kan de bijtelling afhankelijk van de omstandigheden wijzigen.
Wijziging persoonlijke situatie? Ook in uw persoonlijke situatie kan verandering komen, bijvoorbeeld omdat u gaat scheiden of samenwonen. U kunt dan elkaars partner worden of juist niet langer meer elkaars partner zijn, wat bijvoorbeeld gevolgen heeft voor de aftrek van hypotheekrente, giften of zorgkosten.
Aftrek hypotheekrente? Eén van de belangrijkste aftrekposten is nog steeds de hypotheekrenteaftrek. Wijzigt dit jaar de aftrek, pas uw voorlopige aanslag dan aan. Dit kan bijvoorbeeld omdat u verhuist naar een koopwoning of naar een duurdere of goedkopere woning, of omdat u uw hypotheek opnieuw afsluit, waarschijnlijk tegen een lager rentepercentage dan destijds.
Overige aftrekposten? Het kan best zijn dat u in 2017 meer aftrekposten gaat krijgen dan voorheen. Bijvoorbeeld omdat u uw gebit laat reviseren en u dus meer zorgkosten gaat krijgen, omdat u meer giftenaftrek heeft, een lijfrente aanschaft, of meer of juist minder alimentatie gaat betalen.
Heffing box 3 per 2017 gewijzigd. Grotere vermogens betalen voortaan meer belasting. De fiscus heeft dit al verwerkt in uw voorlopige aanslag, maar wellicht speelt u hierop in door bijvoorbeeld uw hypotheek (deels) af te lossen of gebruik te maken van de schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning. Een wijziging van uw vermogen werkt uiteraard ook door in box 3 en dus in het bedrag aan te betalen belasting.
Weet u nu al dat uw VA te hoog of te laag uit gaat vallen? U kunt wachten tot de aanslag in de bus valt en deze dan wijzigen, maar u kunt ook nu al de juiste gegevens doorgeven en er zo voor zorgen dat uw VA zo goed mogelijk aansluit op het bedrag dat u straks moet betalen. Ga daarvoor naar de site van de Belastingdienst, klik op ‘Voorlopige aanslag 2017’ en volg de instructies.
‘Periodiek onderhoud’. De meeste ondernemers starten met een eenmanszaak. Een eenmanszaak kent voor de oprichting geen formaliteiten. Het enkele feit dat u een bedrijf wilt starten en daarvoor vermogen (bedrijfsmiddelen) en arbeid bijeenbrengt, is al voldoende om een eenmanszaak op te richten. Uw bedrijf en ook uw persoonlijke omstandigheden veranderen echter. Dus moet ook de rechtsvorm van uw bedrijf misschien wel op de helling. Sta hier regelmatig bij stil. Zo blijft uw bedrijf toekomstbestendig.
Formaliteiten. Houd er dan rekening mee dat u bepaalde handelingen en formaliteiten moet verrichten om tot een bepaalde rechtsvorm te komen. We zetten dit voor u op een rij.
Met een derde. Als u voortaan samen met iemand anders een bedrijf wilt gaan exploiteren, is een vennootschap onder firma (Vof) of een maatschap vaak de aangewezen rechtsvorm.
Overeenkomst. Voor het oprichten van een Vof is een overeenkomst nodig. Bij een overeenkomst denkt iedereen al gauw aan een schriftelijke overeenkomst, maar dat is niet vereist. Het is uiteraard wel verstandig om de afspraken die u onderling maakt op papier te zetten.
Zakelijke afspraken. Zorg dat de afspraken die u met elkaar maakt reëel zijn en niet meteen al ruzie kunnen veroorzaken.
Inschrijving. U bent verplicht de Vof in te schrijven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Dit geldt meteen ook als inschrijving bij de Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt u vervolgens een vragenformulier om te beoordelen voor welke belastingen u met de Vof belastingplichtig wordt.
Man-vrouwfirma. Een bijzondere vorm van een Vof is de man-vrouwfirma. Hier is de Belastingdienst extra kritisch bij het beoordelen van het zakelijke karakter van de onderlinge afspraken. Let op. Besteed hieraan extra aandacht en zorg dat u de afspraken ook tijdens het ondernemerschap als Vof of man-vrouwfirma naleeft.
Naar de notaris. Voor het oprichten van een besloten vennootschap (BV) zijn er wel dwingend voorgeschreven formaliteiten. Een BV moet worden opgericht bij notariële akte. U moet voor de oprichting dus naar de notaris.
Met terugwerkende kracht. Soms wordt aan een BV fiscaal terugwerkende kracht verleend. Daarvoor is een voorovereenkomst of intentieverklaring vereist.
Directeur-grootaandeelhouder. Meestal zal het de bedoeling zijn dat u als oprichter ook directeur en eigenaar wordt. U wordt dus meteen directeur-grootaandeelhouder (DGA). Let op. Als DGA wordt u geacht om minimaal € 44.000,- salaris te genieten. Als u daarvan wilt afwijken, moet u daarover afspraken maken met de fiscus.
Inschrijving. Ook (de onderneming van) een BV moet worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. In de meeste gevallen verzorgt de notaris bij wie de BV wordt opgericht ook de inschrijving bij de KvK. Ook voor een BV geldt dat de inschrijving bij de KvK meteen geldt als melding bij de Belastingdienst.