“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Urencriterium. Voor een aantal belangrijke fiscale faciliteiten moet u minstens 1.225 uur per jaar in uw bedrijf werken. Dan heeft u o.a. recht op de zelfstandigen-, de meewerk- en de S&O-aftrek en de oudedagsreserve. Ook moet u de helft van uw werktijd aan uw bedrijf besteden. Deze laatste eis geldt niet voor starters. Een minimum aantal uren moet ervoor zorgen dat parttimeondernemers de faciliteiten niet krijgen. In de praktijk blijken dan ook juist deze ondernemers door de fiscus gecontroleerd te worden. Wat speelt er dan?
Niet achteraf. In de praktijk blijkt het bij twijfel van belang te zijn om via een urenstaat uw gewerkte uren aan te kunnen tonen. Daarin houdt u dagelijks bij hoeveel uur u met welke activiteiten bezig bent geweest. Uit diverse zaken die inmiddels voor de rechter zijn uitgevochten, blijkt dat het achteraf opstellen van een urenstaat niet in uw voordeel werkt, omdat het nu eenmaal ongeloofwaardig is dat u achteraf nog precies weet hoeveel tijd u met welke klus bezig bent geweest.
Geloofwaardigheid. Papier is geduldig, maar een urenstaat moet wel geloofwaardig zijn. Deze moet bijvoorbeeld niet te veel hele uren bevatten en ook niet te veel standaarduren per activiteit. Ieder dag bijvoorbeeld precies een uur inboeken vanwege factureringswerkzaamheden, komt nu eenmaal weinig geloofwaardig over. Ook afronden en schatten moet niet te vaak voorkomen. Vermijd fouten, zoals uw collega die aangaf op 31 april gewerkt te hebben.
Controles. Houd er ook rekening mee dat voor de fiscus vrijwel alles te controleren is, bijvoorbeeld via pintransacties, kentekencontroles, bekeuringen en uw telefoonverkeer. Zelfs iets banaals als het met dezelfde pen invullen van de urenstaat, werkt in uw nadeel, omdat ook dit ongeloofwaardig is. Weet ook dat de fiscus op de hoogte is van uw gezinssituatie: hoezo werken met een aantal kleine kinderen terwijl u geen oppas heeft?
Fiscus in de aanval. In een zaak die onlangs voor de rechter werd uitgevochten, blijkt dat naast een urenstaat ook de feiten doorslaggevend kunnen zijn, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17.03.2017 (GHARL:2017:1822) . In de betreffende zaak ging het om een ondernemer die 50% arbeidsongeschikt was, maar toch claimde voldoende uren te maken met het runnen van een recreatiepark met voornamelijk stacaravans.
Urenstaat de redding. De inspecteur ging hier niet in mee, maar de rechter wel. Van belang was dat uw collega voor één jaar een urenstaat had bijgehouden en voor de overige jaren een activiteitenoverzicht, plus een overzicht van de boekingen door gasten plus het aantal verreden zakelijke kilometers. Ook had uw collega een uitgebreide toelichting op haar gezondheidstoestand gegeven, waaruit bleek dat ze met voldoende rust en medicatie in staat was om 1.225 uur in het bedrijf te werken, waarbij de nadruk lag op fysiek lichtere activiteiten.
Kunt u met onderbouwing aantonen dat u het minimum aantal uren wel degelijk heeft gemaakt, dan heeft u toch recht op de fiscale faciliteiten.
De rekentool ‘Urenregistratie 2016-2020’ kunt u bij ons opvragen.
Er zijn verschillende inkomensbegrippen die de revue passeren. Het inkomen wat u nodig heeft voor de aanvraag van toeslagen, studiefinanciering of financieringen is uw verzamelinkomen. Wat nu met die andere begrippen?
Het toetsingsinkomen is het verwachte verzamelinkomen. Dit begrip komt u tegen als u toeslagen aanvraagt. Als u geen wijziging van uw inkomsten verwacht t.o.v. het voorgaande jaar, dan kunt u hier dus uitgaan van uw verzamelinkomen van het voorgaande jaar. Tip. Het verzamelinkomen vindt u terug op de definitieve aanslag van het voorgaande jaar.
Het verzamelinkomen. Het verzamelinkomen is het totaal van de volgende inkomens:
Stel, we gaan uit van de volgende zaken:
Het verzamelinkomen wordt dan als volgt berekend:
| Winst uit onderneming | € 50.000,- |
| Zelfstandigenaftrek | € 7.280,- |
| € 42.720,- | |
| Oudedagsreserve | € 4.187,- |
| € 38.533,- | |
| 14% MKB-vrijstelling van € 38.533,- | € 5.395,- |
| Belastbare winst uit onderneming | € 33.138,- |
| Eigen woning forfait 0,75% x € 200.000,- | € 1.500,- |
| Aftrekbare kosten v.d. eigen woning | € 5.000,- |
| Inkomen uit werk en woning Box 1 | € 29.638,- |
| Verzamelinkomen | € 29.638,- |
| Verrekenbaar verlies | € 10.000,- |
| Belastbaar inkomen | € 19.638,- |
Let op. Verrekenbare verliezen hebben geen invloed op het verzamelinkomen.
Verschil? Het belastbare inkomen is het inkomen waarover u uiteindelijk inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen betaald. Het verschil t.o.v. het verzamelinkomen is dat bij het belastbaar inkomen verrekenbare verliezen uit box 1 en box 2 verrekend worden.
| Toetsingsinkomen | Verzamelinkomen |
| Huurtoeslag | Studiefinanciering |
| Kindgebonden budget | |
| Kinderopvangtoeslag | |
| Zorgtoeslag |
Commanditaire vennootschap? Een commanditaire vennootschap (CV) is een vennootschap onder firma, waarbij minimaal één van de vennoten geen beheersdaden verricht. Een CV kent beherende vennoten die de zaak eigenlijk echt ‘runnen’ en stille vennoten, ook wel ‘commandieten’ genaamd. Zij steken (een deel van hun) vermogen in de zaak en lopen nooit meer risico dan dat bedrag. Zij mogen meedelen in de winst, maar mogen de zaak niet runnen (niet beheren).
Geen aftrek. Een commandiet is geen ondernemer en komt dus niet in aanmerking voor ondernemersfaciliteiten, zoals de oudedagsreserve, de MKB-vrijstelling en de ondernemersaftrek:
Wel afdracht. De inkomsten van een stille vennoot worden wel belast als ‘winst uit onderneming’. Tip. Een commandiet komt wel in aanmerking voor de willekeurige afschrijving en de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Let op. De commandiet heeft geen recht op de Energie- en Milieu-investeringsaftrek.
Geldlening verstrekken. In plaats van een geldlening aan een schuldenaar te verstrekken kunt u een commanditaire vennootschap (CV) aangaan met de schuldenaar en het geld als commanditair kapitaal inbrengen. Dit kan handig zijn als u als ouder uw kind geld wilt lenen voor een onderneming. Een eventueel verlies op dat kapitaal is dan aftrekbaar ten laste van uw box 1-inkomen als commanditaire vennoot. Let op. De afspraken over de winstverdeling moeten wel zakelijk zijn (in verhouding en reëel).
Meer financiële ruimte. Wilt u uw financiële ruimte vergroten, dan zou u een commandiet kunnen aantrekken. U hoeft dan geen lening bij een bank af te sluiten. Dit is handig voor (startende) ondernemers die moeilijk een lening kunnen krijgen bij de bank. Het nadeel en risico hiervan is als uw onderneming goed loopt, de commandiet niet zomaar uit zal treden. U blijft dan een winstpercentage aan hem uitkeren. Zou u daarentegen geld van de bank geleend hebben, dan bent u klaar zodra u de lening heeft afgelost.
Bedrijfsopvolging. Wilt u uw onderneming overdragen, dan kunt u ‘direct fiscaal afrekenen’ voorkomen door uw huidige rechtsvorm om te zetten in een CV. U brengt als commandiet uw ondernemingsvermogen in in de CV. Uw opvolger brengt arbeid en vlijt en indien gewenst een geldbedrag in. Directe belastingheffing voorkomt u door de goodwill en/of eventuele stille reserves te verrekenen via de winstverdeling. U als commandiet ontvangt voor de waarde van de goodwill en de stille reserve een extra winstaandeel, terwijl uw opvolger (tijdelijk) genoegen neemt met een lager winstaandeel. Tip. Door uw onderneming om te zetten in een CV staakt u uw bedrijf niet en rekent u dus ook niet fiscaal af over goodwill, stille reserves en fiscale reserves (oudedagsreserve). Tip. Mocht u na een tijdje uw onderneming zonder fiscale afrekening willen overdragen aan de beherende vennoot, dan kan dit via de zogenaamde geruisloze doorschuiffaciliteit.
Opdrachtgevers kunnen deze subsidie nog aanvragen tot en met 31 december 2018.
Waarvoor subsidie? Het gaat om spouwmuurisolatie, gevelisolatie, dakisolatie, het aanbrengen van hr-glas, enz. Men kan subsidie krijgen als men twee of meer energiebesparende maatregelen uitvoert. De subsidie moet worden aangevraagd via http://www.mijn.rvo.nl voordat men de maatregelen laat uitvoeren.
Belangrijke voorwaarden. Men heeft pas zekerheid over de subsidieaanvraag wanneer men de officiële beschikking ontvangt. Men ontvangt alleen subsidie voor maatregelen die worden uitgevoerd nadat men de subsidieaanvraag heeft ingediend. Binnen vier maanden na de beschikking (besluit over uw aanvraag) moeten de energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd. Men moet alle maatregelen laten uitvoeren door bedrijven met een KvK-inschrijving. Men moet van deze partij(en) een offerte hebben, die men voor akkoord heeft getekend.
Aanvullende maatregelen. Neemt men twee of meer energiebesparende maatregelen, dan kan men ook subsidie krijgen voor de volgende aanvullende energiebesparende maatregelen:
2017. Voor eigenaar-bewoners is het totaal beschikbare budget tot 1 januari 2018 € 35,7 miljoen. Voor Verenigingen van Eigenaars komt het totaal beschikbare budget tot 1 januari 2018 op € 6 miljoen voor het uitvoeren van energiebesparende maatregelen aan het gebouw.
Waarom ‘vast’? Een belangrijk nadeel bij kostenvergoedingen is de administratieve papierwinkel. Facturen, declaratieformulieren, handtekeningen, u kent het wel. U kunt dat veelal voorkomen door te werken met vaste kostenvergoedingen. U betaalt uw werknemer dan per vaste periode een standaardvergoeding, die ongeveer overeenkomt met de te maken kosten. Best handig, maar hoe zit het als uw werknemer tijdelijk geen kosten maakt, bijvoorbeeld bij ziekte?
Voorwaarden. Als u een vaste kostenvergoeding wilt hanteren, gelden hiervoor voorwaarden.
Vrijstellingen/intermediaire kosten. Maken vrijstellingen deel uit van de vaste kostenvergoeding, zoals die voor congreskosten of de bekende € 0,19/km voor vervoerkosten, dan komen ze niet ten laste van de vrije ruimte (1,2% van de loonsom) in de werkkostenregeling. U moet ze dan wel aanwijzen als eindheffingsloon. Intermediaire kosten, zoals benzinekosten voor de auto van de zaak, komen ook niet ten laste van de vrije ruimte. Tip. Als u dit dus specificeert in de vaste kostenvergoeding, komt dit deel van de kostenvergoeding niet ten laste van de vrije ruimte. De rest van de kostenvergoeding wel. Let op. Komt u over de vrije ruimte heen, dan betaalt u over dit meerdere 80% eindheffing.
Maakt een werknemer tijdelijk geen kosten, dan moet u na een bepaalde periode de kostenvergoeding voor vrijstellingen en intermediaire kosten stopzetten. Tip. De maand waarin de werknemer ziek is geworden en de maand erna mag u de kostenvergoeding nog blijven doorbetalen, daarna niet meer. Let op 1. Als de werknemer zich weer beter meldt, mag u pas vanaf de maand erna de kostenvergoeding hervatten. Let op 2. U kunt niet zomaar de arbeidsvoorwaarden aanpassen als uw werknemer ziek is. Neem in het arbeidscontract of in een reglement op welke vergoedingen en verstrekkingen worden stopgezet na een bepaalde periode van ziekte.
Uw werknemer wordt op 17 mei ziek. Hij hervat het werk weer op 11 augustus. De vergoeding voor niet doorlopende kosten mag u doorbetalen tot 1 juli en weer hervatten op 1 september.
Het bovenstaande geldt niet voor kostenvergoedingen die betrekking hebben op kosten die ook tijdens ziekte doorlopen, zoals bepaalde studiekosten of een abonnement op een zakelijk tijdschrift. Deze vergoedingen mag u dus wel blijven doorbetalen tijdens de ziekte. Ook belaste kostenvergoedingen kunt u blijven doorbetalen.
Uw administratie is de basis voor uw winstberekening. Dit bepaalt hoeveel u jaarlijks aan belasting af mag tikken. Logisch dus dat mankementen in uw administratie forse gevolgen kunnen hebben. U bent en blijft immers altijd verantwoordelijk, zoals onlangs ook een collega van u ervoer.
Heel vervelend. Als uw administratie tekortschiet, is het voor de inspecteur in het ergste geval onmogelijk uw winst correct vast te stellen. Hij heeft echter altijd nog de mogelijkheid u een zogenaamde informatiebeschikking op te leggen. Hierin eist hij inzage in de benodigde gegevens. Voldoet u hier niet aan, dan kan hij de winst via schatting vaststellen. Aan u dan de schone taak te bewijzen dat deze niet klopt. Zonder deugdelijke administratie vrijwel onmogelijk …
‘Daar kon ik toch niets aan doen?’ In een zaak die onlangs werd uitgevochten voor de Rechtbank Noord-Holland, 31.03.2017 (RBNHO:2017:2316) , schoot ook de administratie van een collega van u flink tekort.
Mankementen. Deze had onder meer geen voorraden bijgehouden, had negatieve kassaldi, kon bankafstortingen niet verantwoorden en had ook digitale bestanden niet bewaard. Als verklaring voerde hij onder meer aan dat het digitale transactiesysteem het begeven had en dat het onmogelijk was gebleken om de noodzakelijke bestanden veilig te stellen.
Bewaarplicht. Daarmee was de rampspoed echter nog niet ten einde, want bovendien was de opslag van de papieren administratie in een schuur door storm en regen grotendeels onleesbaar geworden. Uw collega beriep zich dan ook op overmacht en vond dat de inspecteur door het opleggen van een informatiebeschikking te ver was gegaan.
Helaas pindakaas. De rechter veegde dit verweer echter van tafel. Als ondernemer had uw collega het belang van de administratie moeten beseffen en moeten zorgen voor (digitale) kopieën. Nu hij dit had nagelaten, was hij tekortgeschoten in zijn bewaarplicht. De inspecteur had dan ook terecht een informatiebeschikking opgelegd. Deze bleef dan ook in stand.
Informatiebeschikking aanvechten? Een informatiebeschikking is een stevig wapen voor de inspecteur om de waarheid boven tafel te krijgen. Dat een dergelijke schatting niet aan de voorzichtige kant zal zijn, is duidelijk. Een informatiebeschikking kunt u dan ook aanvechten als deze over zijn doel heen schiet, bijvoorbeeld als u van mening bent dat de winst ook gemakkelijk uit de wel aanwezige bescheiden is te herleiden of als de tekortkomingen in uw administratie slechts van geringe betekenis zijn. Hierbij is ook de omvang van uw bedrijf bepalend. De administratie van Philips ziet er nu eenmaal anders uit dan die van de fietsenmaker op de hoek.
Zorg voor kopieën! De uitspraak maakt ook duidelijk dat u er altijd voor moet zorgen dat uw administratie beschikbaar is. Zorg voor kopieën en bewaar deze op een veilige plaats en niet daar waar ook uw bedrijf gevestigd is. Voor digitale bestanden is ‘de cloud’ een pracht van een oplossing. Voorkom dat de fiscus u aan de ketting legt.
Of als u plannen heeft … Woont u in het buitenland en heeft u inkomen uit Nederland, dan is het mogelijk om de buitenlandse hypotheekrente in aftrek te nemen in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor moet u voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals:
90%-eis. Voorheen kon u als niet-ingezetene van Nederland alleen hypotheekrenteaftrek claimen als u over 90% of meer van uw wereldinkomen in Nederland belasting betaalde. Uw wereldinkomen betreft het totale Nederlandse en buitenlandse (ondernemers)inkomen samen. Let op. Bij de vaststelling van de 90%-grens wordt er overigens niet alleen gekeken naar uw inkomen uit werk en woning, maar ook naar uw vermogen en inkomsten uit aanmerkelijk belang, mocht u die elders nog hebben. Hierdoor kan het zomaar gebeuren dat, ondanks dat u over uw volledige arbeidsinkomsten in Nederland belasting betaalt, u niet aan de 90%-eis voldoet, bijvoorbeeld omdat u veel vermogen heeft in het buitenland.
U woont in Duitsland en maakt winst in Nederland. Uw inkomen hier bedraagt € 40.000,-. Over deze inkomsten betaalt u in Nederland belasting. In Duitsland heeft u een vermogen uitstaan, waarover u € 5.000,- inkomen ontvangt. Dit betekent dat u slechts over (€ 40.000,- : € 45.000,-) = 88,89% van uw totale inkomen in Nederland belasting betaalt. Zo voldoet u dus niet aan de 90%-eis .
Spaanse hypotheekrenteaftrek. Onlangs heeft het Europees Hof van Justitie, 09.02.2017 (EU:C:2017:102) , geoordeeld over de situatie van een inwoner van Spanje. Zijn wereldinkomen was voor 60% toe te rekenen aan Nederland en voor 40% aan Zwitserland. Over deze inkomsten betaalde de man dan ook in beide landen belasting. In Spanje betaalde de man geen belasting. Hij had daar wel een eigen woning met hypotheek. Hoewel de man niet aan de 90%-eis voldeed, claimde hij in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting aftrek voor de Spaanse hypotheekrente.
Het Europees hof. Volgens het Europees Hof van Justitie mag Nederland als werklidstaat niet toetsen of iemand over 90% of meer van zijn wereldinkomen belasting betaalt in Nederland. Er moet gekeken worden of er in het land van wonen inkomen is dat belast wordt. Als dit niet het geval is en de hypotheekrente kan daardoor dus niet in het land van wonen in aftrek worden genomen, dan moet Nederland de aftrek pro rata toekennen. Daarbij acht het hof het niet van belang dat de belastingplichtige een deel van zijn inkomen ontvangt op het grondgebied van een derde staat, in dit geval Zwitserland. De inwoner van Spanje mocht de hypotheekrente voor 60% aftrekken.
Dus? Ook al is de procedure nog niet geheel afgerond, aan de uitspraak van het Europees Hof valt niet meer te tornen. U kunt in de aangifte inkomstenbelasting al een beroep doen op deze rechtspraak door aan te vinken dat er sprake is van kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Tip. Ook voor de jaren waarvoor u nog geen definitieve aanslag inkomstenbelasting heeft ontvangen, kunt u hier een beroep op doen.
Voorwaarden. Om huurtoeslag te krijgen, moeten u, uw eventuele toeslagpartner en medebewoners voldoen aan de volgende voorwaarden:
Grenzen. Behalve dat u moet voldoen aan de bovenstaande voorwaarden, moet u ook voldoen aan eisen met betrekking tot de hoogte van de (reken)huur, uw inkomen en uw vermogen. Let op. Bij de berekening van de huurtoeslag wordt ook rekening gehouden met eventuele servicekosten. Deze maken deel uit van de rekenhuur. De inkomens- en vermogenseisen verschillen per leeftijdscategorie en gezinssamenstelling. Zo heeft u bijvoorbeeld recht op huurtoeslag in de volgende gevallen.
Alleenwonend. Leeftijd 23 jaar of ouder, jonger dan de AOW-leeftijd:
Samenwonend. Leeftijd 23 jaar of ouder, jonger dan de AOW-leeftijd en samenwonend met een toeslagpartner of medebewoner:
Alleenwonend. Leeftijd 18 tot 23 jaar:
Vermogenstoets. Voor de huurtoeslag in een jaar geldt als peildatum 1 januari van het betreffende jaar. Het gaat hierbij om uw vermogen in box 3, dus uw ondernemingsvermogen telt niet mee.
Proefberekening. Op https://www.toeslagen.nl kunt u een proefberekening maken.
Digitaal. Het aanvragen van de huurtoeslag doet u digitaal op https://www.toeslagen.nl U moet daarvoor beschikken over een DigiD. Zorg dat u de gegevens van uzelf en uw huisgenoten bij de hand heeft. Let op. Als uw gegevens in de loop van het jaar veranderen, dan moet u dit zelf doorgeven.
Thuiswerken is trendy. Uit verschillende onderzoeken wordt duidelijk dat werknemers al lang niet meer standaard van negen tot vijf werken. Flexibiliteit is de trend en dus werken veel werknemers regelmatig thuis met hun smartphone of tablet als belangrijkste gereedschap. Maar in hoeverre kunt u hen voor wat betreft de kosten tegemoet komen, zonder dat de fiscus direct zijn aandeel opeist? En onder welke voorwaarden?
Een vergoeding voor een werkkamer is in ieder geval belast loon. Dat kunt u desgewenst onderbrengen in de werkkostenregeling. Doet u dat, dan blijven dergelijke vergoedingen belastingvrij als u per jaar niet meer dan 1,2% van de fiscale loonsom aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen spendeert. Schiet u daar overheen, dan betaalt u 80% eindheffing over het meerdere.
Eigen ingang en sanitair? Voorzieningen met betrekking tot de werkkamer kunt u belastingvrij ter beschikking stellen als er sprake is van een zelfstandige werkruimte. De werkruimte moet dan een eigen ingang hebben en eigen sanitair. Ook moet u met de werknemer een zakelijke huurovereenkomst hebben gesloten, waardoor alleen u over deze werkruimte beschikt. Uw werknemer moet ook in de werkruimte werken. Voldoet u aan deze eisen, dan kunt u de voorzieningen belastingvrij ter beschikking stellen.
Uw eigendom. Spullen zoals een bureau of kopieermachine blijven uw eigendom en de werknemer moet ze terug geven als hij ze niet meer gebruikt. De kosten van energie van de werkkamer kunt u ook belastingvrij vergoeden. Voldoet u niet aan de eisen, dan is alles belast en kunt u een en ander eventueel weer onderbrengen in de werkkostenregeling.
Het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van arbovoorzieningen in de werkruimte thuis is alleen onbelast als deze samenhangen met uw verplichtingen op grond van de Arbowet, de werknemer die voorzieningen in de werkruimte gebruikt en hiervoor geen eigen bijdrage betaalt. Ook moet de werkruimte thuis voldoen aan de arbo-eisen en dus beschikken over een fatsoenlijk bureau, een stoel en verlichting. Het bovenstaande geldt ook als de werkkamer geen zelfstandige werkruimte is. Wordt er niet aan bovenstaande eisen voldaan, dan is alles belast of u brengt het onder in de werkkostenregeling.
Benodigd equipment kunt u belastingvrij vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen, als het naar uw redelijke oordeel noodzakelijk is voor het werk. Voorwaarde is wel dat de werknemer een en ander teruggeeft of de restwaarde aan u betaalt, als hij de spullen niet meer nodig heeft. U mag hem alleen een eigen bijdrage laten betalen als hij een duurder type wil dan u nodig acht.
90% zakelijk gebruik! Gebruikt een werknemer bovengenoemde computers en dergelijke voor 90% of meer zakelijk, dan kunt u deze ook belastingvrij vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen, dus ook als de apparatuur niet strikt noodzakelijk is voor het werk. Uw werknemer moet desgewenst het zakelijk gebruik aannemelijk maken.
Investeren? Bent u van plan om in 2017 te investeren in energiebesparende en/of milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen of kleinschalige installaties voor duurzame energie? Ook in 2017 liggen er verschillende subsidiemogelijkheden in het verschiet. En dan bedoelen we even niet de Energie-investeringsaftrek (EIA), de Milieu-investeringsaftrek (MIA), de Vamil of de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Er is meer onder de zon.
Vanaf 7 maart 2017. Als u als (MKB-)ondernemer duurzame energie gaat produceren, dan kunt u mogelijk gebruik maken van de SDE+-regeling.
Het gaat daarbij in de regel om de wat grootschaligere investeringen in de volgende categorieën duurzame energie:
De SDE+ is een exploitatiesubsidie. Dat wil zeggen: producenten ontvangen subsidie voor de opgewekte duurzame energie en niet voor de aanschaf van het middel, zoals bij de EIA het geval is. De subsidie compenseert het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de kostprijs van grijze energie. De vergoeding wordt verstrekt gedurende een periode van 5, 8, 12 of 15 jaar, afhankelijk van de categorie duurzame energie.
Hoogte subsidie? Ook de hoogte van de subsidie is afhankelijk van de categorie en de hoeveelheid geproduceerde duurzame energie. Dit kan echter oplopen tot enkele miljoenen over de totale projectperiode! De eerste openstelling met een budget van € 6 miljard zal vanaf 7 maart gefaseerd worden opengesteld tot en met 30 maart 2017.
Nieuw: ISDE-subsidie. De ISDE is een nieuwe regeling die zowel particulieren als zakelijke gebruikers tegemoet komt in de aanschaf van kleine apparaten die duurzame energie produceren. Voor subsidie komen in aanmerking:
Hoogte subsidie? De hoogte hangt af van het apparaat en de energieprestatie met een uitgangspunt van ongeveer 20% van de investeringskosten. Voor 2017 is er een budget van € 70 miljoen beschikbaar. De regeling is geopend tot het budget is uitgeput. Let op. Wees er dus snel bij!
Meer weten of aanvragen? Raadpleeg dan de subsidiewijzer van het Klimaatplein ( http://www.klimaatplein.com/subsidiewijzer-energiebesparing-en-duurzame-opwekking-voor-ondernemers ).