“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
VAR ging, Wet DBA kwam. Sinds vorig jaar is de VAR verdwenen en vervangen door modelovereenkomsten. Aan de hand van deze overeenkomsten krijgen belanghebbenden zekerheid omtrent de vraag of er al dan niet een arbeidsrelatie bestaat als een opdrachtgever een keer een opdrachtnemer inhuurt. De uitvoering van een en ander verloopt echter stroef, omdat de politiek er nog niet uit is wat we eigenlijk onder een arbeidsrelatie moeten verstaan. Daarvan hoeft u echter niet de dupe te worden. De Belastingdienst zal daarom terughoudend optreden voor wat betreft naheffingen en boetes, tenzij u de boel moedwillig probeert te flessen. Een update over deze thriller.
Als opdrachtgever loopt u daarom in ieder geval tot 1 juli 2018 maar een zeer beperkt risico op naheffingen en boetes. Verstrekt u dus een opdracht aan een opdrachtnemer en is er geen sprake van een dienstbetrekking, dan hoeft u geen loonheffing in te houden. Dat er geen sprake is van een dienstbetrekking kunt u zeker stellen door een modelovereenkomst te gebruiken. Er zijn algemene en branchegerichte modelovereenkomsten. U kunt ze vinden op de site van de Belastingdienst ( https://www.belastingdienst.nl zoekwoord modelovereenkomsten). Werkt u met en volgens de modelovereenkomst, dan is er geen arbeidsrelatie. Wijkt u ervan af, dan kan het wel een arbeidsrelatie zijn, maar zal de fiscus toch niet naheffen of boetes uitdelen.
Frauduleus handelen? Dit is alleen anders als u frauduleus handelt, ofwel als er duidelijk wel een dienstbetrekking is, maar u toch net doet alsof deze er niet is en dus ook geen loonheffing inhoudt. Alleen dán kan de fiscus toch naheffen en boetes opleggen, maar volgens eigen zeggen betreft het tot nu toe slechts een handvol situaties.
Ook voor u als opdrachtnemer geldt dat u voorlopig niet voor naheffingen en boetes hoeft te vrezen. De opdrachtgever kan deze namelijk op u verhalen als er toch sprake van een dienstbetrekking blijkt te zijn. Zoals gezegd heeft u die zekerheid in ieder geval tot 1 juli 2018, tenzij er dus sprake is van fraude. Dan kan de opdrachtgever naheffingen en boetes verwachten en deze op u verhalen.
Dit alles zegt echter nog niets over de vraag of u wel als ondernemer wordt aangemerkt. Dit hangt af van de omstandigheden waaronder u werkt. Het is met name van belang dat u ondernemersrisico loopt. Als er geen dienstbetrekking is, kan de fiscus er ook altijd nog van uitgaan dat het bij uw werkzaamheden gaat om ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Een belangrijk verschil met ondernemers is dat u dan geen recht heeft op alle ondernemersfaciliteiten (zelfstandigenaftrek, etc).
Modelovereenkomst niet verplicht. Het gebruik van een modelcontract is niet verplicht. Soms is dit ook niet nodig, als bijv. zonneklaar is dat de feiten en omstandigheden niet op een arbeidsrelatie duiden. En mocht de fiscus hier anders over denken, dan weet u toch dat er alleen gecorrigeerd wordt in geval van fraude. Opdrachtgever en opdrachtnemer hoeven zich dus voorlopig niet door de nieuwe regels te laten weerhouden om dienstverlenende contracten af te sluiten.
Heet hangijzer. Om onder de bijtelling voor de auto van de zaak uit te komen, is een sluitende rittenadministratie welhaast onvermijdelijk, maar niet wettelijk voorgeschreven. Wat als die rittenstaat niet deugt? Kunt u dan alleen een naheffing verwachten of ook een forse boete?
Naheffing plus forse boete. Een onderneming ontving een forse naheffing van bijna € 75.000,- met een boete van bijna € 65.000,- vanwege het niet aangeven van de door de baas gebruikte auto van de zaak. Die vocht de naheffing en boete aan tot bij de Hoge Raad, 21.04.2017 (HR:2017:762) . Hij kon in dit geval niet bewijzen dat de auto door hem niet meer dan 500 kilometer privé was gebruikt. De rittenadministratie voldeed niet aan de fiscale eisen. Dit is weliswaar niet wettelijk vereist, maar dan zal op een andere wijze bewezen moeten worden dat de auto niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt. Hierin slaagde de onfortuinlijke ondernemer echter niet. De naheffing bleef dan ook in stand.
Geen boete. Volgens de rechters was een boete echter niet op zijn plaats. De rechters waren net als de inspecteur van mening dat de rittenadministratie slordig was, maar dit betekent nog niet dat er sprake was van opzet of grove schuld. Bovendien is een rittenadministratie niet wettelijk vereist en zou het in principe zelfs mogelijk zijn dat er niet meer dan 500 privékilometers met de auto waren gereden.
Wat kunt u hiermee? Het bijhouden van een goede rittenadministratie volgens de voorschriften van de fiscus is geen sinecure, alle technische hulpmiddelen die daarvoor heden ten dage aanwezig zijn ten spijt. Een fout is dan ook zo gemaakt en het is geruststellend te weten dat er dan niet automatisch een boete kan volgen. Dat kan alleen als de inspecteur hard kan maken dat er sprake is van opzet of grove schuld, hetgeen in de regel niet mee zal vallen. Dat u slordig bent met uw rittenstaat, is dus onvoldoende. Let op. Uiteraard blijft rechtovereind dat iemand die bewust sjoemelt door bijv. een privérit als zakelijk aan te merken, nog steeds een forse boete kan verwachten. Maar dat is dan ook terecht!
Oeps, te laat? Zoals u weet, is het belangrijk dat u de verschuldigde btw van uw aangifte tijdig betaalt. Zo geldt voor de maand- en kwartaalaangiftes dat het verschuldigde btw-bedrag uiterlijk de laatste dag van de maand na afloop van het aangiftetijdvak op de bankrekening van de Belastingdienst moet staan. Maar wat als het bedrag daarna pas bij de Belastingdienst binnenkomt? Krijgt u dan gelijk een boete?
Coulancetermijn. Komt uw betaling later dan de uiterste betaaldatum (lees: ontvangstdatum) binnen bij de Belastingdienst, dan krijgt u niet gelijk een boete. Als u maar binnen de zogenaamde ‘coulancetermijn’ (binnen zeven dagen na die uiterste datum) blijft.
Wanneer krijgt u geen boete? Als u binnen de coulancetermijn betaalt en u heeft de vorige btw-aangifte op tijd en volledig betaald, dan krijgt u geen boete. U ontvangt wel een verzuimmededeling.
Wanneer krijgt u wel een boete? U krijgt een boete als u:
Hoeveel bedraagt de boete? De betaalverzuimboete bedraagt 3% van het te laat of niet-betaalde bedrag met een minimum van € 50,- en een maximum van € 5.278,-.
Toch een boete ontvangen? Heeft u een boete ontvangen en bent u van mening dat deze onterecht is? Dan kunt u via het formulier ‘Bezwaar omzetbelasting’ bezwaar aantekenen. Dit formulier vindt u op het beveiligde gedeelte van de Belastingdienst: ‘Inloggen’ – ‘Voor ondernemers’ – ‘Overige formulieren’.
Combinatie. Ieder jaar worden deze rendementen opnieuw vastgesteld. Voor 2017 geldt er een rendement op spaargeld van 1,63% en op beleggingen van 5,39%. Men gaat ervan uit dat naarmate u meer vermogen heeft, u beter in staat bent (door beleggen) om meer rendement te maken. Zodoende lopen de effectieve gecombineerde rendementen uiteen van 2,87% tot 5,39%. Hierover betaalt u dan in box 3 30% belasting.
Voordeel kleinere vermogens. Inmiddels zijn ook de rendementen voor het jaar 2018 bekendgemaakt. Deze bedragen 1,30% voor sparen en 5,38% voor beleggen. Dit betekent dat met name kleinere vermogens in 2018 minder belasting zullen gaan betalen in box 3.
| Vermogen box 3 | Forfaitair rendement | Marginale belastingdruk box 3tarief 30% | ||
| 2017 | 2018 | 2017 | 2018 | |
| € 0,- – € 75.000,- | 2,87% | 2,64% | 0,86% | 0,79% |
| € 75.001,- – € 975.000,- | 4,60% | 4,52% | 1,38% | 1,36% |
| > € 975.000,- | 5,39% | 5,38% | 1,62% | 1,61% |
Start in eenmanszaak. De meeste mensen die een bedrijf willen beginnen, starten als ondernemer in een eenmanszaak. Dit is niet zo verwonderlijk: als u geld of goederen (kapitaal) bijeenbrengt en daarnaast arbeid gaat verrichten met het doel om winst te behalen, heeft u zonder verder enige formaliteit te verrichten al een eenmanszaak.
Samenwerking. Brengt u samen met iemand anders kapitaal en arbeid bijeen met het doel een bedrijf te starten, dan heeft u al bijna automatisch een vennootschap onder firma (Vof). Weliswaar is voor het ‘oprichten’ van een Vof een overeenkomst vereist, maar dit kan ook mondeling.
Oprichting van een BV. In tegenstelling tot een eenmanszaak of een Vof ontstaat een besloten vennootschap (BV) nooit ‘zomaar’. Hiervoor geldt een aantal formele oprichtingsvereisten, waaronder een notariële akte.
BV is rechtspersoon. In juridisch opzicht is er een groot verschil tussen enerzijds de eenmanszaak en de Vof en anderzijds de BV. In tegenstelling tot de eenmanszaak en de Vof, bezit de BV rechtspersoonlijkheid. Dit heeft belangrijke gevolgen voor uw aansprakelijkheid voor de verplichtingen van de onderneming.
Aansprakelijkheid. Bij een eenmanszaak en een Vof bent u als ondernemer zelf (hoofdelijk) aansprakelijk voor de verplichtingen van de onderneming, terwijl bij een BV de schuldeisers in principe niet bij u privé kunnen aankloppen, als de BV niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Tip. Zeker bij risicovolle ondernemingsactiviteiten kan het dus heel verstandig zijn om deze vanuit een BV te verrichten.
Continuïteit. Ook voor wat betreft de continuïteit van de onderneming kan een BV een betere keuze zijn. Een eenmanszaak en een Vof houden in principe op te bestaan bij het overlijden van de ondernemer. Een BV blijft ‘gewoon’ bestaan als een of meer bestuurders of aandeelhouders overlijden. Tip. Vaak is dit niet alleen beter voor het bedrijf, maar ook voor de erfgenamen.
Bedrijfsoverdracht. Ten slotte is het vaak eenvoudiger een bedrijf te verkopen dat wordt geëxploiteerd als BV dan een eenmanszaak of een aandeel in een Vof.
Tariefverschil. Hoe belangrijk de juridische motieven ook zijn, in veel gevallen geven fiscale motieven de doorslag. Door het verschil in belastingheffing tussen de eenmanszaak en de Vof enerzijds en de BV anderzijds, is het bij een jaarlijkse winst vanaf circa € 150.000,- vaak voordeliger om een BV te hebben. Let op. Dit omslagpunt kan van jaar tot jaar veranderen, afhankelijk van de aanpassingen in de belastingwetgeving.
Wet DBA. Een ander argument om juist nu wellicht toch over te gaan naar een BV is de onzekerheid over de Wet DBA. Door deze wet hebben veel zzp’ers moeite om opdrachten binnen te halen, vanwege de problematiek rondom schijnzelfstandigheid. ‘Kleine zelfstandigen’ die vergelijkbare activiteiten vanuit een BV ontplooien, ondervinden hiermee veel minder problemen.
Ook als starter. Zit u krap bij kas en moet u toch investeren, dan is het een goed idee voor u om vanuit privé zaken in te brengen in uw onderneming. Stel, u brengt vanuit privé een pc in die u op 1 oktober 2015 privé heeft gekocht voor € 1.550,- (€ 1.281,- + € 269,- btw). Wat nu?
Vooraftrek btw? Bij de aankoop van goederen privé is over deze aankoop btw betaald. Als u die inbrengt in uw onderneming, heeft u in beginsel geen recht op vooraftrek van deze btw. Ten tijde van de aankoop was u namelijk geen ondernemer. Als u echter aannemelijk kunt maken dat de aankoop van de computer uiteindelijk toch bestemd was voor uw onderneming, dan kan de btw wél in aftrek worden gebracht. Tip. Zorg dan voor een duidelijke aankoopfactuur waar eventueel al van uw bedrijf bekende gegevens op staan.
Tegen welke waarde? Bij de start van uw bedrijf mag u deze computer in de boekhouding opnemen tegen de waarde in het economisch verkeer (de marktprijs op het moment van inbreng).
Afschrijven = minder belasting betalen. Aangezien de waarde (in ons voorbeeld) in het economisch verkeer hoger is dan € 450,-, mag u deze niet ineens van de winst aftrekken. U moet de computer op uw balans zetten. De tegenboeking in uw boekhouding is dan ‘privéstorting’. U mag afschrijven over de aanschaf- minus de restwaarde (stel 10%). In het voorbeeld is dat € 279,- (€ 1.550,- -/- € 155,-) : 5) per jaar.
Investeringsaftrek? Als u de privé-pc inbrengt, heeft u helaas géén recht op de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De wet vereist nl. een juridische betalingsverplichting en die bestaat bij de inbreng vanuit de privésfeer niet. U heeft wél recht op deze extra aftrek (max. 28%) als u de computer direct voor uw bedrijf heeft gekocht. Tip. U mag dan bovendien willekeurig afschrijven over die investering. Dat geldt voor investeringen in de drie jaren dat u recht heeft op de ‘startersaftrek’ en die van het daaraan voorafgaande jaar. Realiseer u wel dat u later minder kunt afschrijven, zodat uw winst in de volgende jaren hoger zal zijn.
Grens bijverdiensten. Het is verstandig deze (tijdelijke) medewerkers te wijzen op de zogeheten ‘bijverdiengrens’. Afhankelijk van hun type studiefinanciering is het mogelijk dat er een grens is gesteld aan hun maximale bijverdiensten. Verdient de student in heel 2017 meer dan € 14.215,75, dan moet hij mogelijk een deel van zijn studiefinanciering terugbetalen.
Verschil stelsel. Dit geldt alleen voor studenten die onder het oude stelsel van studiefinanciering (voor 1 september 2015) vallen.
Tip. Studenten die onder het nieuwe leenstelsel vallen, hoeven geen rekening te houden met een bijverdiengrens.
Niet in eigen voet schieten. Op een gewone spaarrekening ontvangt u momenteel nog maar zo’n 0,2% tot 0,3% rente. De hypotheekrente is daarentegen een stuk hoger. Wie deze voor langere tijd heeft afgesloten, kan zomaar nog 4 tot 5% rente betalen. Ondanks de aftrekbaarheid lijkt aflossen dan een voordelige optie. Dat is het ook, maar houd wel rekening met een eventuele aan uw eigen woning gekoppelde kapitaalverzekering, anders schiet u in uw eigen voet. Wat speelt er namelijk?
Iedereen die vóór 2013 een eigen woning kocht, kon deze koppelen aan een kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Via deze verzekering kon u een fiscaal vrijgesteld kapitaal bij elkaar brengen voor het te zijner tijd aflossen van uw eigen woning. Dit kon ook via sparen of beleggen.
Voorwaarden KEW. De KEW kent wel een aantal voorwaarden. Zo geldt er een maximale vrijstelling van € 162.500,-. Verder mag de hoogste premie die u in een jaar inlegt, niet meer zijn dan tien keer de laagste. Daarnaast is bepaald dat de vrijstelling alleen van toepassing is, als u de te ontvangen uitkering ook daadwerkelijk gebruikt voor de aflossing van uw hypotheek.
KEW-vrijstelling box 3. De KEW kent ook een vrijstelling in box 3. De waarde van de opgebouwde som aan premies en rendement is dus vrij van belasting.
Lost u uw hypotheek af en daalt daardoor de restschuld tot onder het bedrag bij uitkering, dan gaat u belasting betalen over het rendementsdeel van het verschil. Let op. U betaalt hierover belasting in box 1 en het tarief kan dus oplopen tot 52%.
Tijd voor een rekenvoorbeeld. In tabelvorm:
| Hypotheekschuld | € 150.000,- |
| Extra aflossing | € 20.000,- |
| Restschuld | € 130.000,- |
| Uitkering KEW | € 150.000,- |
| Bovenmatig deel | € 20.000,- |
| Gestorte premie | € 100.000,- |
| Rendement (stel 1/3 deel) | € 50.000,- |
| Belast 1/3 € 20.000,- | € 6.666,- |
| Te betalen bij (stel) 40,8% IB | € 2.720,- |
Let op. Wat u extra betaalt is, afhankelijk van de looptijd, vaak veel meer dan de bespaarde hypotheekrente in de afgelopen twee jaar.
Er bestaat voor de KEW een tegemoetkoming bij verhuizing. Zou u uw huidige woning verkopen en niet direct een andere woning terugkopen, dan zou zonder de tegemoetkoming de vrijstelling vervallen. Tip. Dit is echter niet het geval, als u binnen een termijn van drie jaar een andere woning koopt en deze weer koppelt aan uw KEW.
Het bovenstaande cijfervoorbeeld is slechts een van de mogelijkheden. De te betalen belasting over het rendementsdeel van de uitkering moet u afzetten tegen de besparing op de hypotheekrente. Hoeveel rente betaalt u en hoeveel jaren heeft u nog te gaan?
Ligt uw hypotheek boven de grens van de vrijstelling, dan is aflossen tot de grens in ieder geval geen probleem, want daarboven betaalt u toch belasting.
In het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) geldt o.a. voor de vrije beroepsoefenaars, zoals belastingadviseurs, accountants, administratiekantoren en anderen (zoals notarissen, advocaten, etc.) die vergelijkbare werkzaamheden vervullen, de wettelijke verplichting tot het doen van een cliëntenonderzoek naar de identiteit van hun klanten en belanghebbenden.
Welke werkzaamheden zijn vrijgesteld? Voor een aantal werkzaamheden hoeft uw adviseur geen cliëntenonderzoek uit te voeren, zoals voor:
Alleen als er aanwijzingen zijn van witwassen en financieren van terrorisme, gelden deze vrijstellingen niet.
Wat mag/moet hij van u weten? Uw adviseur stelt eerst vast of de dienst die hij gaat verrichten niet is vrijgesteld van een cliëntenonderzoek. Is die niet vrijgesteld? Dan onderneemt hij onderstaande stappen, alvorens hij aanvangt met de dienstverlening aan u:
Een ongebruikelijke transactie moet binnen 14 dagen gemeld worden bij: Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland: https://www.fiu-nederland.nl/ Boetes kunnen voor hem oplopen tot € 1 miljoen en tuchtrechtelijke gevolgen hebben als hij die melding verzuimt te doen.
Een overzicht van indicatoren kunt u bij ons opvragen.
Stelt u aan uzelf als ondernemer of aan uw werknemers een bestelauto ter beschikking, dan moet deze worden bijgeteld voor privégebruik. Dat betekent dat u vanaf 2017 voor nieuwe bestelauto’s 22% over de cataloguswaarde van de auto moet berekenen en als loon in aanmerking moet nemen.
Geen bijtelling als … Deze hoofdregel geldt niet wanneer de auto niet privé gebruikt wordt en dit kan worden bewezen. Ook geldt de bijtelling niet als de bestelauto niet voor privédoeleinden gebruikt mag worden of niet of nauwelijks geschikt daarvoor is en dit kan worden bewezen. Maar hoe bewijst u dat een bestelauto door inrichting of aard niet geschikt is voor privégebruik? Vaak is dit een moeilijke zaak, omdat de Belastingdienst al snel vindt dat een bestelauto wel geschikt is voor privégebruik.
Geeft helderheid. Het is dus handig om te weten hoe de Belastingdienst hier zelf mee omgaat. Op 4 mei 2017 is dit duidelijker geworden. Het Ministerie van Financiën heeft namelijk bekend gemaakt wanneer een auto naar aard en omvang niet geschikt wordt geacht voor privégebruik.
U kunt de beschikking met regels bij ons opvragen.
Vier soorten bestelauto’s geen bijtelling. Op basis van deze regels mag u voor de volgende vier soorten bestelauto’s met enkele cabine de bijtelling achterwege laten:
Let op. De Belastingdienst kijkt hier wel heel kritisch naar. In feite moet de bestelauto dermate vies zijn (en niet zonder allerlei bijzondere schoonmaakacties schoon te maken zijn) dat gewone kleding vies wordt wanneer men er in gaat zitten.
Voldoet uw bestelauto aan een van deze voornoemde criteria? Dan is bijtelling door u of door uw werknemers niet nodig.
Bij twijfel niet oversteken. Neem dan contact op met de Belastingdienst/team Auto/PGA (Postbus 4660, 8000 AK Zwolle en maak vooraf een afspraak. Zo voorkomt u extra kosten achteraf.
Dit geldt niet voor personenauto’s! De bovenstaande regels gelden alleen voor bestelauto’s.
Is uw auto een bestelauto? Of dat uw auto een bestelauto is of niet, vindt u terug in het kentekenbewijs.