“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Btw-verhoging doorberekenen of niet?

Btw-verhoging. Onder de nieuwe coalitie bestaat het voornemen om het lage btw-tarief te verhogen van 6 naar 9%. U twijfelt: doorbelasten aan uw klant of niet? Wat zijn de gevolgen van het niet doorvoeren van de btw-verhoging in uw verkoopprijs? En waar moet u op letten?

Verkoopprijzen wel aanpassen?

Als u besluit om de btw-stijging van 3% in uw verkoopprijs aan te passen, dan moet u rekening houden met het feit dat de netto(prijs)verhoging het (nieuwe) bedrag vermenigvuldigd met 100/109 bedraagt.

De verkoopprijs van een artikel bedraagt € 2,50 incl. 6% btw. Om de verhoging van de btw correct door te voeren, berekent u eerst de verkoopprijs excl. btw. Dit doet u als volgt: 100/106 x € 2,50 = € 2,36. Vervolgens berekent u over € 2,36 9% btw. Dit doet u als volgt: 109/100 x € 2,36. De nieuwe verkoopprijs incl. 9% btw wordt dus € 2,57.

U past de verkoopprijs niet aan

U bent natuurlijk niet verplicht om uw verkoopprijzen aan te passen. Met enkele rekenvoorbeelden laten wij u zien wat de gevolgen zijn als u uw verkoopprijs niet aanpast. Uitgaande van een verkoopprijs van € 2,50 incl. btw en een inkoopprijs van € 1,50 excl. btw.

Tabel situatie 6% btw

Verkoop 250 stuks à € 2,50  €  625,-
Af te dragen btw hierover 6% = 6/106 x € 625,-    €   35,38
Netto-omzet   € 589,62 100%
Inkoopwaarde van de omzet = 250 x € 1,50 € 375,- 63,6%
Brutowinstmarge   € 214,62 36,4%

Tabel situatie 9% btw

Verkoop 250 stuks à € 2,50  € 625,-
Af te dragen btw hierover 9% = 9/109 x € 625,-    €   51,61
Netto-omzet    € 573,39  100%
Inkoopwaarde van de omzet = 250 x € 1,50  € 375,- 65,4%
Brutowinstmarge    € 198,39 34,6%

Brutowinstmarge. Zoals u ziet in deze voorbeelden, daalt de brutowinstmarge in geval van een gelijkblijvende verkoopprijs met: (36,4% -/- 34,6% =) 1,8%. De impact van een btw-verhoging lijkt relatief beperkt indien u geen prijsverhogingen doorvoert.

Let op. Hier geldt wel de macht der grote getallen. Stel dat u jaarlijks een omzet realiseert van € 200.000,-. Hoe ziet dat er dan uit als u de btw-verhoging niet heeft doorberekend?

3% niet doorberekenen bij € 200.000,- omzet

6% 9%
Bruto-omzet incl. btw € 200.000,-     € 200.000,-
Netto-omzet € 188.679,-     € 183.486,-
Inkoopwaarde van omzet € 120.000,-     € 120.000,-
Brutowinst €   68.679,-     €   63.486,-
Brutomarge 36,4 % 34,6 %
Verschil brutowinst -/- €    5.196,-
Uw volgende stap

De rekentool ‘Product 6% btw omrekenen naar 9% btw’ kunt u bij ons opvragen.

En wat met het verlies? Berekent u de btw-verhoging niet door, dan betaalt u die verhoging uit eigen zak: uw winstmarge gaat omlaag, u maakt dus gewoon minder winst dan voorheen. Er valt dus niets extra’s af te trekken. In ons voorbeeld zakt dus ook uw nettowinst door de btw-verhoging niet aan uw klant door te berekenen.

Denk niet te snel dat 3% btw-verhoging best meevalt. Bestaat uw omzet namelijk voor een groot deel uit omzet 6%-tarief, dan kan uw winst best flink inzakken als u die 3% niet doorberekent aan uw klant. bron:indicator

Eindelijk btw oninbare factuur cashen?

Hoe zat dat ook alweer? Sinds 1 januari 2017 mag u de oninbare btw in de btw-aangifte terugvragen. Bovendien wordt een vordering één jaar na de uiterste betaaldatum als oninbaar aangemerkt. Als overgangsregel gold dat voor alle vorderingen van vóór 1 januari 2017 de eenjaarstermijn op 1 januari 2017 ging lopen. Tip. Die termijn loopt dus bijna af. Goed nieuws, want u heeft al die tijd de btw voorgefinancierd.

Eenjaarstermijn. Als u op 1 januari 2017 vorderingen had openstaan die nog niet definitief oninbaar waren, en ook in 2017 niet definitief oninbaar zijn geworden, moet u tot de eerste aangifte 2018 wachten om de btw terug te vragen. Let op. De eenjaarstermijn uit de overgangsregeling verloopt namelijk pas op 1 januari 2018.

Niet zomaar oninbaar! Een vordering is nog niet oninbaar als:

  • het faillissement van uw klant niet helemaal is afgewikkeld. Ook als de kans klein is dat u nog een (gedeeltelijke) betaling ontvangt;
  • uw afnemer eenvoudigweg niet reageert op uw betalingsverzoeken, maar het bedrag de moeite van een incassoprocedure niet waard is;
  • uw afnemer onvindbaar is of het niet eens is met de hoogte van de factuur en u er nog niet uit bent;
  • u de vordering uit handen heeft gegeven, maar deze nog niet heeft afgewikkeld.

Wel reeds oninbaar? Als uw vordering inmiddels wel definitief oninbaar is geworden, kunt u de btw terugvragen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin dat gebeurde. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als:

  • uw afnemer failliet is gegaan, en u van de curator een brief heeft dat er voor u als ‘concurrente schuldeiser’ geen uitkering te verwachten is;
  • u met uw afnemer heeft afgesproken dat deze het openstaande bedrag niet meer hoeft te betalen, vanwege kwaliteitsproblemen bijv.

Betalingsregeling? Het vorenstaande geldt ook voor vorderingen op afnemers waarmee u een betalingsregeling heeft gesloten. Als u van hen alsnog geld ontvangt, moet u de btw dan wel weer afdragen.

Btw op definitief oninbare vorderingen kunt u direct terugvragen in uw btw-aangifte. Van de lang openstaande facturen kan dat in de eerste aangifte van 2018. bron:indicator

Private lease ook voor ondernemers?

Stond in de krant … Het aantal personen dat privé een auto leaset, bedraagt thans zo’n 10% van alle leasecontracten. Dat is 10 keer meer dan vier jaar geleden. Maar is privé leasen ook fiscaal interessant voor ondernemers?

Niet alles is goud wat er blinkt …

Beperkt aftrekbaar. Fiscaal is met betrekking tot de privé geleasede auto van belang dat de kostenaftrek beperkt wordt tot € 0,19/km. Dit geldt voor alle zakelijke kilometers, waaronder ook woon-werkverkeer. De privé geleasede auto wordt dus hetzelfde behandeld als de auto die de ondernemer privé heeft en gebruikt voor de zaak.

Eenheidsprijs. Met betrekking tot de genoemde aftrek van € 0,19/km is van belang dat dit een ‘eenheidsprijs’ is waarop er geen uitzonderingen mogelijk zijn. Voor een privé geleasede Ferrari geldt deze dus ook. Bovendien is de prijs van € 0,19/km een all-inprijs. Alle bijkomende kosten van de auto worden geacht hierin te zijn begrepen. Als u een auto leaset, moet u met name denken aan (vaak dure) parkeerkosten, brandstof- en schoonmaakkosten.

Auto op de zaak

Zakelijk leasen betekent meestal dat u de auto op de zaak zet (financial lease) en u voor het privégebruik met de bekende bijtelling te maken krijgt. Deze bedraagt 22%, tenzij het een volledig elektrische auto is waarvoor de bijtelling 4% bedraagt. Voor auto’s waarvan het kenteken vóór 2017 voor het eerst op naam is gezet, geldt vanaf deze datum in beginsel voor vijf jaar een andere bijtelling.

Percentage ook all-in. Het percentage van de bijtelling is gekoppeld aan de catalogusprijs van de auto. Dit percentage is ook te beschouwen als all-in, oftewel: het dekt alle privéautokosten. Dus bijvoorbeeld ook parkeerkosten en tol, als u de auto eens meeneemt voor een vakantie naar Frankrijk. Let op. Bij extreem veel privégebruik kan de inspecteur het percentage weliswaar hoger stellen, maar dit gebeurt in de praktijk weinig.

Btw-aspecten privé en zaak

Privé. Voor de btw mag u bij een privé geleasede auto alle btw aftrekken, minus een bedrag van 1,5% van de catalogusprijs (inzake privégebruik).

Zakelijk. Voor de zakelijk geleasede auto geldt de eerste vijf jaar nadat deze op kenteken is gezet 2,7%, daarna eveneens 1,5%. U mag voor het niet-aftrekbare deel van de btw ook uitgaan van het werkelijke privégebruik, maar u moet er rekening mee houden dat woon-werkverkeer privé is.

Uw volgende stap

De rekentool ‘Auto zakelijk of privé’ stellen wij graag beschikbaar.

Wat is voordeliger?

Bij een privéleaseauto bestaat de fiscale aftrek uit het aantal zakelijke kilometers maal € 0,19. Bij de zakelijke leaseauto zijn alle kosten aftrekbaar, op het bedrag van de bijtelling na. Een hoge catalogusprijs levert een hoge bijtelling op (tenzij de auto volledig elektrisch is) en bij een hogere kostprijs dan € 0,19/km komt een deel van de zakelijke kosten niet in aftrek. Ook is het aantal privé- en zakelijke kilometers (inclusief woon-werkverkeer) bepalend. Bij de privé geleasede auto leiden privékilometers namelijk wel tot kosten maar niet tot aftrek, en zakelijke kilometers juist wel.

Leaset u een auto privé, dan kunt u voor zakelijke kilometers € 0,19/km van de winst aftrekken. Leaset u de auto zakelijk, dan zijn alle kosten aftrekbaar op de bijtelling na. U mag in verband met het privégebruik ook niet alle btw aftrekken. Kortom: laat u niet door berichtgevingen zomaar verleiden tot private lease. bron:indicator

Woning schenken, doe het goed

Vermogensoverheveling. Als u op leeftijd bent, vraagt u zich wellicht af hoe u uw vermogen zo slim mogelijk aan uw kinderen kunt overdragen, zonder dat de fiscus de lachende derde is. Bezit u een eigen woning, dan verdient die speciale aandacht. Waar moet u op letten?

Lagere WOZ-waarde woning

Schenking woning. Bij schenking van een woning moet er schenkbelasting betaald worden over de WOZ-waarde van de woning. Huizenprijzen fluctueren echter en de WOZ-waarde kan lager of hoger zijn dan de werkelijke waarde. Is de WOZ-waarde lager, dan is het fiscaal gunstig de woning te schenken.

Welke WOZ-waarde? Het is van belang dat de WOZ-waarde zo laag mogelijk is. U mag met betrekking tot een woning kiezen over welke WOZ-waarde u de schenkbelasting berekent. U kunt kiezen voor de WOZ-waarde in het jaar van de schenking of voor de WOZ-waarde in het daarop volgende jaar. Omdat in het laatste geval de waardepeildatum 1 januari van het jaar van schenking is, hangt het van de waardeontwikkeling van woningen af welke keuze het voordeligst is. Tip. In een aantrekkende woningmarkt zoals nu, zal veelal de lagere WOZ-waarde in het jaar van schenking het meest voordelig zijn.

Hogere WOZ-waarde woning

Verkoop en kwijtschelding koopsom. Is de WOZ-waarde hoger dan de werkelijke waarde, verkoop dan de woning aan uw kind voor de werkelijke waarde en schenk de aankoopsom geheel of gedeeltelijk kwijt. Er moet dan schenkbelasting betaald worden over het bedrag van de kwijtschelding, want verkoop tegen de werkelijke waarde levert geen schenking op. Dit standpunt is enige tijd geleden bevestigd in een uitspraak van de Hoge Raad, 26.02.2016 (HR:2016:319) . Tip. Op deze manier bespaart u 10 tot 20% schenkbelasting over het verschil tussen de werkelijke waarde en de WOZ-waarde van het pand, afhankelijk van de omvang van dit verschil.

Aandachtspunten

Schenkingsvrijstelling € 100.000,-. Er geldt een extra schenkingsvrijstelling van € 100.000,- als dit bedrag wordt aangewend voor de aankoop of verbetering van een eigen woning of voor het aflossen van een hypotheek. De vrijstelling geldt ook als een woning wordt geschonken. Er gelden wel enkele voorwaarden, zoals de leeftijd van de ontvanger die tussen 18 en 40 jaar moet zijn.

Samenloopbepaling. Bij schenking van een woning of een hiermee verband houdende actie, zoals kwijtschelding van een deel van de koopsom, hoeft er niet zowel overdrachts- als schenkbelasting betaald te worden. Bepaald is dat de overdrachtsbelasting met de verschuldigde schenkbelasting verrekend kan worden.

Terug huren? Ook als u uw huis nog niet wilt verlaten, is nu schenken wellicht toch te overwegen. De huidige prijsstijging van woningen op dit moment betekent dat uw kind nu minder schenkbelasting betaalt als deze trend zich doorzet. In dat geval kan schenken en terug huren een optie zijn. De woning valt dan bij uw kind in box 3, maar de heffing hierover kunt u ruimschoots compenseren door een zakelijke huur af te spreken.

Is de WOZ-waarde van uw woning hoger dan de werkelijke waarde, verkoop uw woning dan aan uw kind in plaats van te schenken. Scheld de koopsom kwijt, zodat uw kind minder schenkbelasting betaalt. Is de WOZ-waarde lager, kies dan de gunstigste waarde voor de schenkbelasting. bron:indicator

Elektrisch rijden fiscaal nog steeds aantrekkelijk

De fiscale wirwar in bijtellingen is sinds dit jaar voorbij. Naast de standaardbijtelling van 22% voor de auto van de zaak, kennen we alleen nog de bijtelling van 4% voor de volledig elektrische auto. Dat scheelt mooi 18%, maar daarmee is nog niet alles gezegd, dus is een update op zijn plaats.

Vijf jaar vast

De bijtelling van 4% staat na aankoop voor vijf jaar vast. De 4% bijtelling geldt verder in ieder geval tot 2020, daarna wordt beslist of elektrisch rijden fiscaal gestimuleerd blijft. Vanaf 2019 geldt wel een hogere bijtelling voor elektrische auto’s van meer dan € 50.000,-. Voor zover de auto meer kost, betaalt u vanaf 2019 over het meerdere 22%.

Dus? Het is dus raadzaam om een duurdere elektrische auto in ieder geval vóór 2019 te kopen, want in beginsel heeft u dan vijf jaar nog geen last van de verhoogde bijtelling.

Milieu-investeringsaftrek voor e-auto?

Voor een elektrische personenauto krijgt u in 2017 ook nog 36% Milieu-investeringsaftrek (MIA) tot een maximum investeringsbedrag van € 50.000,-. Voor plug-inhybridepersonenauto’s met een CO2 -uitstoot tot 30 gr./km krijgt u dit jaar 27% MIA, tot een maximuminvesteringsbedrag van € 35.000,-.

E-bestelauto. Voor een elektrische bestelauto krijgt u 36% MIA en VAMIL, allebei tot een maximum investeringsbedrag van € 75.000,-. De VAMIL zorgt ervoor dat u de kosten van de bestelauto voor maximaal 75% willekeurig kunt afschrijven, indien u wilt al direct in het jaar van aanschaf.

Oplaadpaal. Oplaadpalen voor het opladen van elektrische of hybride auto’s komen in aanmerking voor 36% MIA en voor de VAMIL. Let op. Voorwaarde is wel dat de oplaadpalen op uw eigen bedrijfsterrein staan.

Oplaadpalen thuis vrijgesteld. Een oplaadpaal thuis voor het opladen van een elektrische of plug-inhybrideauto van de zaak kunt u uw werknemers belastingvrij verstrekken. Ook de noodzakelijke elektra voor de auto van de zaak mag belastingvrij worden vergoed. Dit geldt ook voor een aparte meter teneinde het verbruik vast te kunnen stellen.

Btw privégebruik elektrische auto

De btw voor het privégebruik van een elektrische auto is niet aftrekbaar. De omvang hiervan wordt in beginsel forfaitair bepaald op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. Voor het privégebruik later dan vier jaar na ingebruikname van de auto, wordt uitgegaan van 1,5%. Als u het werkelijke privégebruik kunt aantonen, mag u hiervan uitgaan. Dit kan bij beperkt privégebruik aantrekkelijk zijn, maar houd er rekening mee dat woon-werkverkeer hierbij als privé geldt.

Bpm en wegenbelasting

Bpm. Voor een volledig elektrische auto betaalt u geen bpm, waardoor de aankoop een stuk goedkoper wordt. Dit blijft in ieder geval zo tot 2020, daarna kunnen de regels weer herzien worden.

Mrb. Voor volledig elektrische auto’s betaalt u ook geen mrb tot 2020. Voor plug-inhybrideauto’s betaalt u tot 2020 de helft van de normale mrb. Vanaf 2020 betaalt u waarschijnlijk de hele mrb, wij volgen dat voor u op de voet.

Rijden in een elektrische auto van de zaak is fiscaal nog steeds interessant, maar rijden in een plug-inhybrideauto niet meer zo. Een elektrische auto die duurder is dan € 50.000,-, kunt u het beste vóór 2019 aanschaffen. Vanaf dat jaar betaalt u namelijk de normale bijtelling over het meerdere. bron:indicator

‘Wil je wat aandelen van me overnemen?’

Aanmerkelijk belang

Overname aandelen? Fiscaal maakt het nogal wat verschil of u al dan niet over minstens 5% van het aandelenkapitaal beschikt. Let op 1. Daarbij gaat het niet alleen om de aandelen die u bezit, maar ook om die van uw eventuele echtgenoot of partner. Zo ja, dan beschikt u over een zogenaamd aanmerkelijk belang en worden uw inkomsten uit uw aandelen anders belast. Let op 2. Heeft u zelf minder dan 5%, maar hebben uw ouders of (klein)kinderen of hun partners wel een aanmerkelijk belang, dan heeft u dat automatisch ook.

Hoe fiscaal belast?

Heffing in box 2. Uw inkomsten uit aanmerkelijk belang worden belast in box 2 tegen een tarief van 25%. Let op. Dat lijkt weinig, maar de BV heeft over de winst ook al 20% tot 25% vennootschapsbelasting betaald. In totaal komt de te betalen belasting over de behaalde winst daarmee uit op 40% tot 43,75%.

Geen heffing in box 3. De heffing over uw in- komsten uit de aandelen staat tegenover de heffing die u anders in box 3 zou betalen als uw aandelen als belegging zouden worden beschouwd. Dit is als u geen aanmerkelijk belang heeft. Is dat wel het geval, dan betaalt u dus geen belasting over een fictief rendement in box 3, maar over het werkelijke rendement op uw aandelen in box 2.

Winst belast: aandelen in box 2. Als de BV waarin u de aandelen verwerft winst maakt, kan men dit als dividend uitdelen aan de aandeelhouders. U betaalt daar 25% belasting over. Pot de BV de winst op, dan betaalt u dus ook geen belasting. Die betaalt u dan pas als u uw aandelen te zijner tijd verkoopt. De waarde van uw aandelen zal bij gemaakte en opgepotte winst zijn gestegen en over het waardeverschil betaalt u dan eveneens 25% belasting.

Stel, u koopt voor € 100.000,- een pakket van 10% aandelen in het bedrijf van uw oom. Na acht jaar verkoopt u de aandelen weer voor € 150.000,-. U betaalt dan 25% belasting over het verschil van € 150.000 -/- € 100.000 = € 50.000,-, ofwel € 12.500,-.

Later werken in bedrijf van aandelen?

Gebruikelijk loon. Besluit u om in het bedrijf waarin u een aanmerkelijk belang heeft te gaan werken, dan bent u verplicht een jaarsalaris van minimaal € 45.000 op te nemen. Hierover betaalt u gewoon progressief belasting in box 1. De inspecteur kan dit loon ook hoger vaststellen, als hij aantoont dat dit reëel is voor het verrichte werk.

Sociaal verzekerd? Als bezitter van een aanmerkelijk belang bent u vaak niet sociaal verzekerd als u bij de BV in dienst treedt. Belangrijk is of er een gezagsverhouding is en of u uw eigen ontslag zou kunnen tegenhouden. De hoeveelheid aandelen, al dan niet tezamen met familieleden, is hiervoor bepalend. Houd hier dus rekening mee als u overweegt bij de BV in dienst te treden, want indien u onverzekerd bent, zult u dit zelf moeten regelen.

Wat in kaart brengen? Een kleine checklist wat u dus met uw adviseur moet bespreken:

  • Wat met de belastingheffing over dividenden?
  • Is de waarde van de aandelen jaarlijks belast?
  • Is de waardeaangroei op enig moment belast?
  • Geldt de ‘gebruikelijkloonregeling’?
  • Bent u sociaal verzekerd?
Koopt u een aanmerkelijk belang in een BV, dan gaat het daarbij niet alleen om uw aandelenbezit, maar ook om dat van uw partner, kinderen, ouders, etc. Houd er dan rekening mee dat u 25% belasting betaalt over de uitgedeelde of opgepotte winst. U betaalt jaarlijks echter geen vermogensrendementsheffing in box 3. bron:indicator

Verhuur garagebox, toch met btw!

Regels garagebox, nooit van gehoord …

Wet. De verhuur van onroerende zaken is in principe btw-vrijgesteld. Let op. Een garagebox of opslagruimte is onroerend, maar voor verhuur van parkeerruimte geldt een uitzondering. Daardoor is verhuur van een garagebox btw-belast.

Ruimere uitleg. Parkeerruimte moet ruim worden uitgelegd. Het gaat niet alleen om parkeerplaatsen in een garage of om afgesloten parkeerplaatsen, maar ook om parkeergelegenheid op een weiland dat incidenteel voor parkeren wordt gebruikt (bij evenementen bijvoorbeeld).

Multifunctioneel gebruik? Verhuur van ruimtes die voor verschillende doeleinden kunnen worden gebruikt, kunnen ook als parkeerruimte worden aangemerkt. Het moet dan gaan om onroerende zaken die qua inrichting bestemd zijn om als parkeerruimte te worden gebruikt en waarbij parkeren van bijv. een auto niet is verboden (in de huurovereenkomst bijvoorbeeld).

Garage bij woning of bedrijfspand

Regels. Verhuur van woningen (voor permanente bewoning) is altijd btw-vrijgesteld. Verhuur van bedrijfspanden is in beginsel btw-vrijgesteld, maar onder voorwaarden kan ook gekozen worden voor btw-belaste verhuur.

Bijkomende prestatie. Soms wordt bij of samen met een woning of bedrijfspand ook een garage of parkeerplaats verhuurd. Dat kan een inpandige garage of parkeerplaats zijn, maar ook een nabij gelegen garagebox. Als de woning of het bedrijfspand en de parkeerruimte door dezelfde verhuurder aan dezelfde huurder worden verhuurd, geldt voor de parkeerruimte hetzelfde btw-regime als voor de woning of het bedrijfspand. De verhuur van de garagebox bij de woning is dan dus btw-vrijgesteld. De parkeerruimte bij het bedrijfspand is btw-belast of btw-vrijgesteld, afhankelijk van de verhuur van het bedrijfspand, zie het besluit van de staatssecretaris, 19.09.2013 (nr. BLKB 2013/1686M) .

Rechtszaak nodig voor helderheid

Rechter. In deze rechtszaak werden een aantal garageboxen verhuurd aan particulieren. De Belastingdienst vond dat er btw over de huursommen moest worden betaald. De rechtbank was het daarmee eens, maar het hof besliste reeds in 2015 dat garageboxen tegenwoordig vaker niet dan wel als parkeerruimte worden gebruikt en dat gebruik als opslagruimte niet was uitgesloten. Volgens het hof was de verhuur dus btw-vrijgesteld.

Hoge Raad. De Hoge Raad, 10.02.2017 (HR:2017:185) , denkt daar echter anders over. Een garagebox is volgens de Hoge Raad bedoeld om als parkeerruimte te worden gebruikt, ook al is dat in praktijk lang niet vanzelfsprekend (meer). Er moet dus verplicht btw in rekening worden gebracht.

Verwarrend? Wat moet u nu doen dan?

Check het contract. Verhuurt u garageboxen samen met woningen of bedrijfsruimte? Dan hoeft u niets te doen. Als u garageboxen apart verhuurt zonder btw te berekenen, kijk dan de huurovereenkomst na. Als er geen verbod op voertuigstalling is opgenomen, overleg dan met de huurders of zo’n verbod bespreekbaar is. Zo niet, breng dan vanaf 10 februari 2017 alsnog btw in rekening.

Verhuur van garageboxen is volgens de Hoge Raad verplicht btw-belast. Zie bij garageverhuur als opslagplaats het contract erop na en voeg zo mogelijk een parkeerverbod in. Dat is zinvol als de huurder de garage toch niet gebruikt voor zijn auto of motor. Anders moet u alsnog btw in rekening brengen en afdragen. bron:indicator

De belasting wat later betalen? Dat kan!

Mag het iets later zijn? Vooral tijdens en na de vakantieperiode kan het zijn dat uw klanten later betalen waardoor er een tijdelijk cashflowtekort ontstaat. Maar wie betaalt u nu het beste als eerst en wie kunt u redelijk risicoloos iets later betalen?

Loonheffing en btw

Als de door u te betalen loonheffing en btw te laat binnenkomt op de rekening van de Belastingdienst, kunt u een verzuimboete krijgen van 3% met een minimum van € 50,- en een maximum van € 5.278,-. Dat kunt u voorkomen.

Coulancetermijn benutten. Betaalt u echter binnen de coulancetermijn en heeft u de vorige aangifte loonheffing of btw op tijd en volledig betaald? Dan krijgt u geen boete, maar wel een verzuimmededeling. De coulancetermijn begint na de uiterste betaaldatum en eindigt zeven kalenderdagen na de uiterste betaaldatum.

Kort telefonisch uitstel. Is uw totale openstaande belastingschuld minder dan € 20.000,-? Dan kunt u via de BelastingTelefoon op het moment dat u aanslagen heeft ontvangen kort uitstel van betaling aanvragen. U krijgt dan maximaal vier maanden de tijd om de loonheffing en btw alsnog te betalen. Een toeslagschuld of een belastingschuld waarvoor u uitstel van betaling heeft in verband met bezwaar, telt niet mee bij deze berekening. Let op. Wilt u voor meerdere aanslagen tegelijk uitstel aanvragen? Dan moet u dit tegelijkertijd doen.

De boete wordt dan ingetrokken. U bent wel invorderingsrente van 4% per jaar verschuldigd over het te laat betaalde bedrag.

Inkomstenbelasting

Aanslag ontvangen. Bent u te laat met het betalen van een aanslag of een termijn voorlopige aanslag inkomstenbelasting? En is het voor het eerst dat u te laat betaalt? Dan ontvangt u eerst een herinnering. U kunt een betaalverzuimboete krijgen afhankelijk van het te betalen bedrag.

Herinnering. U heeft dan zeven werkdagen de tijd om te betalen. Betaalt u na de betalingsherinnering nog niet? Dan ontvangt u een aanmaning.

Aanmaning. De kosten van een aanmaning bedragen € 7,- als de belastingschuld lager is dan € 454,-. Voor hogere belastingschulden betaalt u € 16,- voor de aanmaning. De betaling moet binnen twee weken na de datum die op de aanmaning staat, op de rekening van de Belastingdienst staan. Betaalt u nog niet?

Dwangbevel. Dan krijgt u een dwangbevel. De kosten hiervan lopen op van € 40,- tot en met € 11.970,- bovenop de kosten van de aanmaning. Betaalt u het bedrag niet binnen twee dagen, dan kan de Belastingdienst het geld zonder dat u daarvoor toestemming heeft gegeven, van uw bankrekening halen of beslag leggen op uw eigendommen. Tip. Voor een definitieve aanslag IB kunt u ook kort telefonisch uitstel krijgen.

Risico’s inschatten en mijden

Voor de betaling van assurantiepremies geldt dat er in veel verzekeringsvoorwaarden is opgenomen dat de dekking opgeschort wordt als u niet binnen 30 dagen na de vervaldatum heeft betaald.

Let op. Betaal assurantiepremies tijdig zodat de dekking niet opgeschort wordt. Stel crediteuren, de verhuurder, etc. die u later betaalt wel op de hoogte.

Wat de loonheffingen en btw betreft, kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van de coulancetermijn (zeven dagen) of kort telefonisch uitstel (max. vier maanden). Kort telefonisch uitstel kunt u ook krijgen voor een te betalen definitieve aanslag inkomstenbelasting. Veel ondernemers weten dit niet. bron:indicator

Besparen op uw pensioen, kan dat?

Oudedagsreserve, voorheen FOR

De oudedagsreserve, voorheen FOR geheten, is een bedrag dat aftrekbaar is van de winst en bedoeld is om ruimte te verschaffen voor een oudedagsvoorziening. Volgens uw adviseur is het slechts een ‘papieren pensioen’ en dat klopt nog ook. Jaarlijks mag u 9,8% van de winst aftrekken, met voor 2017 een maximum van € 8.946,-. Daardoor betaalt u weliswaar een stuk minder belasting, maar gaat het slechts om uitstel van betaling. Zodra u uw bedrijf staakt, moet u over de opgebouwde reserve alsnog belasting betalen, al is het vaak tegen een lager tarief. Als het goed is, heeft u de reserve weer in uw bedrijf geïnvesteerd, maar dat is lang niet altijd het geval, waardoor u verplicht bent de belastingclaim uit de opbrengst van uw bedrijf te voldoen. Weg pensioen! Wat nu?

Aankoop lijfrente

U kunt dit voorkomen door de tussentijdse aankoop van een lijfrente. Het bedrag van de aankoop mag u aftrekken van de opgebouwde oudedagsreserve. Loopt alles helemaal glad, dan hoeft u dus bij de verkoop van uw bedrijf niet meer over de oudedagsreserve af te rekenen. Zodoende kunt u de lijfrente gebruiken als aanvulling op uw AOW.

Beroepspensioenfonds? Deze vlieger gaat niet op als u verplicht bent deel te nemen aan een beroepspensioen, zoals bijvoorbeeld voor notarissen geldt. U heeft dan geen keuze en bent verplicht een percentage van uw winst te storten in dit pensioenfonds. Alleen als het bedrag aan aftrekbare oudedagsreserve meer is dan wat u aan uw beroepspensioenfonds moet betalen, mag u dit restant nog aftrekken van de winst.

Banksparen bestaat ook nog …

In plaats van een lijfrente kunt u ook kiezen voor banksparen. Ook dan zijn de gestorte bedragen in mindering op de opgebouwde oudedagsreserve te brengen. Bij banksparen is de uiteindelijke opbrengst van uw inleg nog onzeker en afhankelijk van uw spaar- of beleggingsresultaat. Banksparen brengt in vergelijking met een lijfrente in het algemeen minder kosten met zich mee.

Toch liever sparen of beleggen? U kunt natuurlijk met de belastingbesparing die u realiseert via de oudedagsreserve, ook zelf privé sparen of beleggen. U bespaart dan op de kosten van een lijfrente- of bankspaarproduct, maar u geniet geen fiscaal voordeel in box 3. Toch kan het zijn dat u liever zelf over uw geld wilt blijven beschikken en hiervoor kiest. In dat geval kan het voordeel bieden er een eventuele hypotheek op uw woning mee af te lossen. Uw ‘opbrengst’ bestaat dan uit jaarlijks minder te betalen hypotheekrente en omdat de eigen woning niet meetelt in box 3 bespaart u de belastingheffing over het opgebouwde vermogen. Het hoeft geen betoog dat dit wel discipline vereist, want u kunt van de opbrengst natuurlijk ook op reis naar de Bahamas …

Besparen op pensioen, hoe dan?

Gaat het eens wat minder of is uw oude dag voldoende verzekerd, dan kunt u besparen. Doteren aan de oudedagsreserve is niet verplicht en uw keuze kunt u ieder jaar wijzigen. Bovendien kunt u doteren zonder er lijfrente voor aan te schaffen. U heeft dan netto meer te besteden, maar vergeet niet dat de belastingclaim toeneemt. Ook bij banksparen, sparen en beleggen heeft u de vrije keus eens een jaartje over te slaan en nu te genieten.

Als u doteert aan de oudedagsreserve is het verstandig uw besparingen te investeren in een voorziening voor uw oude dag, zoals bijv. banksparen. Alleen dan voorkomt u onaangename verrassingen als u stopt met uw bedrijf. Welke voorziening u kiest, is een kwestie van smaak en discipline. bron:indicator

Elektrisch rijden fiscaal nog steeds aantrekkelijk

De fiscale wirwar in bijtellingen is sinds dit jaar voorbij. Naast de standaardbijtelling van 22% voor de auto van de zaak, kennen we alleen nog de bijtelling van 4% voor de volledig elektrische auto. Dat scheelt mooi 18%, maar daarmee is nog niet alles gezegd, dus is een update op zijn plaats.

Vijf jaar vast

De bijtelling van 4% staat na aankoop voor vijf jaar vast. De 4% bijtelling geldt verder in ieder geval tot 2020, daarna wordt beslist of elektrisch rijden fiscaal gestimuleerd blijft. Vanaf 2019 geldt wel een hogere bijtelling voor elektrische auto’s van meer dan € 50.000,-. Voor zover de auto meer kost, betaalt u vanaf 2019 over het meerdere 22%.

Dus? Het is dus raadzaam om een duurdere elektrische auto in ieder geval vóór 2019 te kopen, want in beginsel heeft u dan vijf jaar nog geen last van de verhoogde bijtelling.

Milieu-investeringsaftrek voor e-auto?

Voor een elektrische personenauto krijgt u in 2017 ook nog 36% Milieu-investeringsaftrek (MIA) tot een maximum investeringsbedrag van € 50.000,-. Voor plug-inhybridepersonenauto’s met een CO2 -uitstoot tot 30 gr./km krijgt u dit jaar 27% MIA, tot een maximuminvesteringsbedrag van € 35.000,-.

E-bestelauto. Voor een elektrische bestelauto krijgt u 36% MIA en VAMIL, allebei tot een maximum investeringsbedrag van € 75.000,-. De VAMIL zorgt ervoor dat u de kosten van de bestelauto voor maximaal 75% willekeurig kunt afschrijven, indien u wilt al direct in het jaar van aanschaf.

Oplaadpaal. Oplaadpalen voor het opladen van elektrische of hybride auto’s komen in aanmerking voor 36% MIA en voor de VAMIL. Let op. Voorwaarde is wel dat de oplaadpalen op uw eigen bedrijfsterrein staan.

Oplaadpalen thuis vrijgesteld. Een oplaadpaal thuis voor het opladen van een elektrische of plug-inhybrideauto van de zaak kunt u uw werknemers belastingvrij verstrekken. Ook de noodzakelijke elektra voor de auto van de zaak mag belastingvrij worden vergoed. Dit geldt ook voor een aparte meter teneinde het verbruik vast te kunnen stellen.

Btw privégebruik elektrische auto

De btw voor het privégebruik van een elektrische auto is niet aftrekbaar. De omvang hiervan wordt in beginsel forfaitair bepaald op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. Voor het privégebruik later dan vier jaar na ingebruikname van de auto, wordt uitgegaan van 1,5%. Als u het werkelijke privégebruik kunt aantonen, mag u hiervan uitgaan. Dit kan bij beperkt privégebruik aantrekkelijk zijn, maar houd er rekening mee dat woon-werkverkeer hierbij als privé geldt.

Bpm en wegenbelasting

Bpm. Voor een volledig elektrische auto betaalt u geen bpm, waardoor de aankoop een stuk goedkoper wordt. Dit blijft in ieder geval zo tot 2020, daarna kunnen de regels weer herzien worden.

Mrb. Voor volledig elektrische auto’s betaalt u ook geen mrb tot 2020. Voor plug-inhybrideauto’s betaalt u tot 2020 de helft van de normale mrb. Vanaf 2020 betaalt u waarschijnlijk de hele mrb, wij volgen dat voor u op de voet.

Rijden in een elektrische auto van de zaak is fiscaal nog steeds interessant, maar rijden in een plug-inhybrideauto niet meer zo. Een elektrische auto die duurder is dan € 50.000,-, kunt u het beste vóór 2019 aanschaffen. Vanaf dat jaar betaalt u namelijk de normale bijtelling over het meerdere. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl