“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Maatschap, firma of Vof. Samenwerken in een maatschap, firma of Vof kent vele voordelen. In beginsel zijn alle vennoten namelijk fiscaal als ondernemer aan te merken. Maken ze voldoende uren, dan hebben ze dus ook recht op ondernemersfaciliteiten. Wat als vennoten niet evenveel te zeggen hebben?
Fraude via Vof? De fiscus is erop gebrand fraude via constructies met een Vof te voorkomen. Situaties waarbij er gewoon sprake is van een dienstverband, worden fiscaal dan voorgedaan als Vof, zodat de werknemers als ondernemer worden aangemerkt met het oog op fiscale voordelen.
… maar kan ook doorschieten, of? Dat de fiscus hierin ook kan doorschieten, zagen we bij een zaak die werd uitgevochten voor de Rechtbank Den Haag, 27.10.2017 (RBDHA:2017:11302) . De fiscus was in deze zaak niet akkoord gegaan met de samenwerking in de vorm van een Vof tussen zo’n zestigtal koeriers. Volgens de Belastingdienst was er gewoon sprake van een dienstverband tussen de twee leidinggevende vennoten en de rest. Daarom diende er loonheffing te worden ingehouden, wat niet gebeurd was. Het gevolg was een aantal naheffingsaanslagen, die inclusief rente en boetes maar liefst zo’n € 3,6 miljoen bedroegen.
De rechter diende zich uit te spreken over de vraag of er fiscaal gezien al dan niet sprake was van een Vof. De inspecteur had aangevoerd dat er zeker geen sprake was van gelijkwaardigheid tussen de vennoten ten opzichte van het bestuur van de Vof. Volgens de rechter is dit fiscaal gezien echter geen vereiste. Bovendien stond vast dat alle vennoten deelden in de winsten en verliezen van de Vof en bovendien hoofdelijk aansprakelijk waren voor de schulden van de Vof. Er werd dus zeker ondernemersrisico gelopen. Dat er zelfs sprake was van een dagelijks bestuur, mocht de pret evenmin drukken. De rechter stelde vast dat naarmate een Vof groter wordt en er dus meer rechtshandelingen gepleegd worden, de behoefte aan zo’n bestuur alleen maar toeneemt. De conclusie was dan ook dat er fiscaal wel degelijk sprake was van een Vof tussen de koeriers. De naheffingen plus boetes verdwenen daarop van tafel.
Uitzendbureau? De inspecteur had ook nog gesteld dat er eigenlijk sprake was van een uitzendbureau, aangezien het overgrote deel van de omzet via één klant werd behaald. Ook die vlieger ging niet op. Het gaf volgens de rechter slechts aan wat in een bepaald geval de kracht van één marktpartij kan zijn, zonder dat dit direct betekent dat de uitvoerenden bij deze partij in dienst zijn.
Feiten die tellen. Delen in winsten en verliezen en aansprakelijk zijn voor schulden, horen bij het ondernemersrisico lopen. Dat binnen een Vof de ene vennoot meer bestuurshandelingen verricht dan de andere, is niet van belang. Er kunnen nu eenmaal geen tientallen kapiteins aan het roer staan en vooral bij een grotere Vof is een bestuurlijke taakverdeling dus heel normaal. Houd dit in uw achterhoofd als u een Vof wilt starten of de statuten van een bestaande Vof wilt wijzigen. Op een forse naheffing loonheffingen zit immers niemand te wachten.
Rente en bank. Wanneer het saldo op de zakelijke bankrekening flink is toegenomen, komen sommige ondernemers in de verleiding om geld over te boeken naar een privéspaarrekening, omdat een spaarrekening ietsje meer rentevergoeding oplevert. Bedenk echter het volgende:
Oudedagsreserve. De oudedagsreserve is winst waarover u nog geen belasting heeft betaald. Van de winst over 2017 mag u 9,8% (met een maximum van € 8.946,-) opzijleggen. Tip. Het is niet verplicht. Stem met uw adviseur af of deze regeling bij uw situatie past. Let op. Er kan niet meer aan de oudedagsreserve worden toegevoegd dan tot aan het bedrag van het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar. Let op. Als het bedrag van de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen en er is sprake van een van de volgende situaties, dan valt het gedeelte wat boven het eigen vermogen uitkomt vrij. Dit geeft in de praktijk veel problemen, want hierover moet u dan belasting betalen, tenzij u het geld in een lijfrentepolis onderbrengt.
Tip 1. Dreigt het eigen vermogen onder het niveau van de oudedagsreserve te komen, doe dan zo mogelijk een privéstorting. Omdat hierdoor uw privévermogen afneemt, kan het zijn dat dit ook gunstig voor u uitpakt voor wat de vermogensrendementsheffing (box 3) betreft.
Tip 2. Ideaal is het als het bedrag van de oudedagsreserve op een aparte zakelijke spaarrekening of een zakelijk deposito is gereserveerd.
Tip. Deze ‘KvK App Handelsregister’ kunt u downloaden in de appstores van Apple en Android. Via deze maatregel wil de Kamer van Koophandel de drempel verlagen om te controleren met welke (contracts)partij u als ondernemer te maken heeft. Zeker als met uw transacties veel geld gemoeid is of het debiteurenrisico erg hoog is. U wilt immers niet tegen de lamp lopen en met de gebakken peren blijven zitten als u eigenlijk vooraf had kunnen weten dat die klant de zaken financieel, fiscaal of anderszins niet voor elkaar heeft. Dat kunt u namelijk wel nagaan.
Wat kunt u ermee? Zo kunt u bijv. de jaarrekeningen over de afgelopen boekjaren opvragen van het bedrijf waarmee u zaken wilt doen. Ook kunt u bijv. de concernrelaties checken: met welke andere vennootschappen of ondernemingen is een rechtspersoon verbonden als functionaris of enig aandeelhouder (vooral belangrijk bij een klant met een BV!).
Regeerakkoord. In het regeerakkoord is een versnelde afbouw van de aftrek van hypotheekrente voor de eigen woning opgenomen. Op dit moment wordt de aftrek hiervan in de hoogste tariefschijf ieder jaar met 0,5% verlaagd. Deze afbouw wordt echter versneld en zal vanaf 2020 met jaarlijkse stappen van 3% worden uitgevoerd. Dit gaat door tot het belastingtarief van de laagste schijf (36,93% volgens het regeerakkoord).
Keuzevermogen. Om deze afbouw te ontlopen, zou u kunnen overwegen om uw woning tot uw ondernemingsvermogen te rekenen. Het moet dan gaan om een woning die u zowel zakelijk (voor uw onderneming) als privé gebruikt. Op voorwaarde dat het zakelijk gebruik minimaal 10% van het totaal is, bent u vrij om de woning tot uw ondernemingsvermogen te rekenen.
Extra aftrek. Het voordeel hiervan is dat u niets te maken heeft met de hiervoor genoemde afbouw van de hypotheekrenteaftrek. De rente wordt namelijk een zakelijke last waarvoor deze regeling niet geldt. Dat kan op termijn een extra belastingaftrek opleveren, grofweg gezegd: het verschil tussen het hoogste en het laagste belastingtarief volgens het regeerakkoord (rekening houdend met de MKB-winstvrijstelling).
Alle kosten aftrekbaar. Indien u uw woning als ondernemingsvermogen aanmerkt, mogen alle kosten als aftrekpost worden opgevoerd. Denk hierbij dus niet alleen aan de hypotheekrente, maar ook aan energie- en onderhoudskosten.
Bijtelling privégebruik. Er moet daarnaast wel rekening worden gehouden met uw privégebruik van de woning. U moet ieder jaar een bepaald percentage (meestal 1,8%) van de WOZ-waarde bij uw winst tellen. Deze bijtelling is in de regel een stuk lager dan de totale kosten van de woning.
Fiscale afrekening. Het aanmerken van uw (bedrijfs)woning als ondernemingsvermogen kent ook een keerzijde. Als u namelijk beslist om uw onderneming te staken of om de woning te verkopen, dan realiseert u mogelijk een boekwinst. Zeker als er op de woning is afgeschreven, kan dit om een aanzienlijk bedrag gaan. Hierover moet dan worden afgerekend met de fiscus, hetgeen niet het geval is als de woning als privévermogen zou zijn aangemerkt. Let op. Houd hiermee rekening bij uw afweging. Bereken het voordeel van de kostenaftrek en zet dit af tegen het nadeel van een mogelijk toekomstige boekwinst.
Aanvang gebruik. Kunt u nu direct uw woning overbrengen naar uw ondernemingsvermogen? Nee, dat is alleen mogelijk bij aanvang van het gebruik of in bijzondere gevallen. Dus als u start met uw onderneming of met het zakelijk gebruik van uw woning kan deze keuze worden gemaakt.
Wijziging in gebruik. Hetzelfde geldt als er een aanzienlijke wijziging in het gebruik van de woning plaatsvindt (bijzonder geval). Denk hierbij aan de situatie dat u niet langer 10, maar voortaan 70% van de woning zakelijk gaat gebruiken.
Dienstbetrekking voorkomen. Het aantal bedrijven blijft sterk toenemen. Een belangrijke oorzaak is wellicht de aantrekkende conjunctuur. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die initiatief nemen en risico’s niet uit de weg gaan. Tot zover goed nieuws. Er is echter ook een groep ‘schijnzelfstandigen’. Opdrachtgevers en opdrachtnemers die hun best doen om de arbeidsrelatie geen dienstbetrekking te laten lijken. Want een dienstbetrekking geeft de werkgever allerlei verplichtingen en kosten. De fiscale ondernemersvoordelen verleiden een opdrachtnemer vaak ook.
Wet DBA. Op dit moment geldt de Wet DBA, u weet het wel. Die Wet DBA is de basis voor modelovereenkomsten die de Belastingdienst heeft goedgekeurd en gepubliceerd. Als er volgens zo’n modelovereenkomst wordt gewerkt, zit de opdrachtgever safe. Maar er is veel onzekerheid, vooral bij grensgevallen. Daarom was er al toegezegd dat tot 1 juli 2018 de Belastingdienst alleen bij ‘kwaadwillenden’ boetes en naheffingsaanslagen op zou leggen. In de praktijk staat de controle op een laag pitje. Overigens kunt u, in plaats van een gepubliceerd model te gebruiken, zelf een overeenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. Dit is echter weinig zinvol met het oog op de verwachte wijzigingen als gevolg van het regeerakkoord.
In het regeerakkoord is te lezen dat er een nieuwe wet moet komen die (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid moet bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral bij de lager betaalden) moet voorkomen.
Minder dan ca. € 18,- per uur. Het plan is om in de wet op te nemen dat er altijd sprake is van een dienstbetrekking als een zzp’er wordt ingehuurd:
Webmodule. Bij een vergoeding hoger dan het lage tarief, kan de opdrachtgever zekerheid krijgen. Er kan een ‘opdrachtgeversverklaring’ worden verkregen via een webmodule met duidelijke vragen over de aard van de werkzaamheden. De ‘gezagsverhouding’ verandert ook en wordt, meer dan nu, getoetst aan de feitelijke omstandigheden. Wij vermoeden dat dit een lastig punt blijft.
Hoog tarief. Er komt een mogelijkheid om te kiezen voor geen dienstbetrekking (opt-out) als:
Overgangstermijn. Na invoering van de nieuwe wet blijft er nog tijdelijk een terughoudend handhavingsbeleid (geen boetes na eerste controle).
Dit gaat nog wel even duren. Er komt weer overleg met ‘sociale partners en veldpartijen’. Belastingwetten en het Burgerlijk Wetboek moeten aangepast worden.
Tip. Ons devies is: zo veel mogelijk gebruikmaken van bestaande modelovereenkomsten en afwachten of het nu de wetgever wel lukt dit definitief te regelen.
Elkaars baas? Als een onderneming wordt uitgeoefend in de vorm van een Vof, moet er sprake zijn van samenwerking tussen de verschillende vennoten. Een gezagsverhouding hoort daar niet bij, dus het kan niet zo zijn dat een der vennoten de baas speelt. Gebeurt dat wel, dan is deze persoon zwaar de klos. Fiscaal kan er namelijk sprake zijn van een dienstbetrekking en daar hoort bij dat er dan loonheffing en premies worden ingehouden.
Rijschool als Vof? Een schoolvoorbeeld van hoe het fiscaal mis kan gaan, zagen we onlangs in een uitspraak van de Hoge Raad, 15.09.2017 (HR:2017:2369) . In de betreffende zaak was de vraag aan de orde of er sprake was van een rijschool die als Vof werd uitgeoefend, of dat de vennoten in dienstbetrekking waren bij een van hen.
Geluidsopnamen van bazig type. Dat het onderling niet bepaald boterde tussen de een en de overige vennoten, werd al gauw duidelijk. De inspecteur beschikte namelijk over diverse geluidsopnamen die door de vennoten tijdens besprekingen met ‘de baas’ stiekem waren gemaakt. Hieruit bleek dat er duidelijk geen sprake was van een Vof.
Overwegingen rechter? De rechter stelde voorop dat het al dan niet bestaan van een Vof niet alleen moet worden beoordeeld bij de start van het samenwerkingsverband, maar ook bij de uitvoering ervan.
Wat er allemaal mis was … Er bleek dat er sprake was van een vast uurloon, doorbetaling tijdens vakantie, men geen risico liep voor een eventueel verlies van de Vof. En er was nauwelijks inspraak voor wat betreft de bedrijfsvoering en slechts één vennoot verrichtte alle ondernemershandelingen. De conclusie was dan ook dat deze persoon de overige vennoten gewoon in loondienst had. Nu er geen loonheffing was ingehouden, bleven de naheffingen van in totaal € 235.000,- in stand.
Fiscus dus ‘de baas’? Als de uitspraak iets duidelijk maakt, is het wel dat de fiscus zijn eigen regels heeft met betrekking tot het bestaan van een dienstbetrekking. Is er aan deze regels voldaan, dan is er een dienstbetrekking, los van wat u op papier overeen bent gekomen. Let op. Dat bij de Kamer van Koophandel ieder der vennoten als ondernemer stond ingeschreven, deed dan ook niet ter zake. Evenmin het feit dat de vennoten in een civiele procedure het standpunt innamen dat ze vennoot waren. Het bestaan van een gezagsverhouding, waarvan hier duidelijk sprake was, was voldoende om de Vof (althans) fiscaal terzijde te schuiven en uit te gaan van een dienstverband, met alle bijkomende verplichtingen van dien.
Zoals bekend kunt u tegenwoordig voor het uitsluiten van een dienstbetrekking gebruikmaken van modelovereenkomsten. Vult u deze in en houden beide partijen zich eraan, dan bestaat er geen risico dat de fiscus de samenwerking alsnog als dienstbetrekking aanmerkt. Tip. De fiscus heeft ook aangekondigd dat er tot 1 juli 2018 niet zal worden nageheven en beboet als er toch sprake is van een dienstbetrekking, terwijl partijen hiervan niet zijn uitgegaan. Dit laatste is alleen anders als er sprake is van fraude.
Verschil? Als u gehuwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, bent u automatisch elkaars fiscaal partner. Daar schreven we vaker over. Bij samenwoners ligt dat echter iets ingewikkelder en bestaat er een zekere rangorde. Daarover stelde een lezer ons een vraag. Wat speelt er?
Als iemand bij de gemeente op hetzelfde adres staat ingeschreven als uzelf, kan dit inderdaad ook uw fiscaal partner zijn.
Dit is het geval in een van de volgende situaties:
Het kan voorkomen dat in één jaar meer personen na elkaar aan de voorwaarden voldoen. Bijvoorbeeld als u tijdens het jaar gaat scheiden en vervolgens met iemand anders samen gaat leven. U kunt met een van deze personen ervoor kiezen om het hele jaar elkaars partner te zijn.
Meerdere partners tegelijkertijd? Ook kan het voorkomen dat tegelijkertijd meerdere personen aan de voorwaarden voldoen. U heeft bijvoorbeeld met één persoon waarmee u samenwoont een kind terwijl u van de ander de pensioenpartner bent. In dat geval is de eerstgenoemde voorwaarde in de rij beslissend. In dit voorbeeld bent u dus de partner van degene met wie u samen een kind heeft. Voldoen beiden aan dezelfde voorwaarde, dan bent u van geen van beiden de partner. U kunt dan nog wel op grond van een andere voorwaarde elkaars partner zijn.
Het partnerschap heeft diverse gevolgen, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. Als elkaars partner mag u een aantal belangrijke aftrekposten van u samen in aftrek brengen. Het betreft met name de eigen woning, alimentatie, zorgkosten, studiekosten en giften. Let op. Daar staat tegenover dat er voor wat betreft de drempels ook gekeken wordt naar uw beider inkomen. Dit kan met name nadelig uitpakken als een van beiden wel inkomen heeft, maar geen of weinig aftrekbare kosten. Tip. Een voordeel van het partnerschap is weer wel dat u aftrekposten willekeurig over u en uw partner kunt verdelen. Zo kunt u ervoor kiezen om de aftrek ten laste van het hoogste inkomen te brengen, zodat dit het meeste oplevert.
Bedrijfspand in eigen gebruik. Het kabinet-Rutte III is voornemens om met ingang van 2019 de afschrijving op bedrijfspanden die in eigen gebruik zijn, (verder) te beperken. Sinds enkele jaren geldt dat bedrijfspanden in eigen gebruik niet verder mogen worden afgeschreven dan tot 50% van de WOZ-waarde. Vanaf 2019 zou dit percentage worden verhoogd tot 100%.
Opnieuw overwegen. Deze beperking van de afschrijving geldt enkel voor de vennootschapsbelasting. Bestaande situaties waarin er reeds afgeschreven is tot onder de grens van de WOZ-waarde zullen waarschijnlijk worden ontzien. Verdere duidelijkheid over dit voornemen ontbreekt op dit moment. Desondanks kan dit een reden zijn om nog eens goed na te denken over de inbreng van uw bedrijfspand in een BV.
Stel, u bent bezig met of voornemens om op termijn uw onderneming (eenmanszaak) om te zetten in een BV-structuur. Daarbij is het de bedoeling om ook het bedrijfspand over te dragen.
Niet meer afschrijven. Met het oog op de voorgenomen wetswijziging is het de vraag of dit nog wel zo handig is. Ervan uitgaande dat de inbrengwaarde/boekwaarde van het bedrijfspand ongeveer gelijk is aan de WOZ-waarde, kunt u immers in de toekomst hier niet langer over afschrijven.
Bedrijfspand naar privé. Het is dan wellicht beter om uw bedrijfspand buiten de inbreng te houden. U bent immers niet verplicht om al uw zakelijke vermogensbestanddelen in te brengen.
Verhuur aan de BV. Na de inbreng gaat u het bedrijfspand verhuren aan uw nieuwe BV. Deze verhuur valt onder de zogeheten ‘terbeschikkingstellingsregeling’ waardoor de huuropbrengsten progressief worden belast in box 1. Uiteraard zijn deze huurkosten ook weer aftrekbaar voor de BV.
Afschrijving niet beperkt. Voordeel is dat uw bedrijfspand nu niet getroffen wordt door de nieuwe wetgeving. Volgens het regeerakkoord gaat deze immers alleen voor de vennootschapsbelasting gelden en niet voor de inkomstenbelasting. Een pand dat wordt verhuurd aan een eigen BV wordt gezien als een pand in eigen gebruik en hiervoor blijft de grens van 50% van de WOZ-waarde gelden. Zodoende is het mogelijk om over het bedrijfspand te blijven afschrijven. Als u dit bedrijfspand in de BV had ondergebracht, zou verdere afschrijving onmogelijk zijn geweest.
Let op. Uiteraard is de fiscale keerzijde van afschrijving een lage boekwaarde waardoor er op termijn een hoge belaste boekwinst zal ontstaan als u stopt met de verhuur.
Daarnaast kan deze aangekondigde wetswijziging ook een extra reden zijn om uw bedrijfspand naar privé te halen. Initieel zou dit idee kunnen zijn geboren als bijvoorbeeld de werkelijke waarde lager is dan de boekwaarde in de BV.
Boekverlies. Overdracht naar privé kan dan een mooi boekverlies veroorzaken in de BV waarmee er direct belasting wordt bespaard. Vervolgens gaat u het pand dan verhuren aan uw BV. Door de overdracht aan privé kan er verdere afschrijving tot aan 50% van de WOZ-waarde worden gerealiseerd.
Fiscaal voordelig. In beginsel is het voordelig zo veel mogelijk uitgaven als bedrijfskosten aan te merken. Bedrijfskosten mag u immers meteen van de winst aftrekken. Aan de andere kant kunnen investeringen investeringsaftrek opleveren. Let op. Investeert u in bedrijfsmiddelen vanaf € 450,- exclusief btw? Dan mag u deze kosten niet in één keer van de winst aftrekken. Hierover dient u af te schrijven.
Let op. Als u vrijgesteld bent van btw, geldt € 450,- inclusief btw.
Meerdere kleine investeringen. Soms kunnen meerdere kleine investeringen samen één bedrijfsmiddel vormen. Dit is het geval als de investeringen met elkaar samenhangen en aan elkaar dienstbaar zijn. Er is dan fiscaal gezien sprake van een complex van bedrijfsmiddelen.
| Voorbeeld aanschaffingen 2017 | Aanschafwaarde excl. btw |
| Laptop | € 650,- |
| Printer | € 225,- |
| Reserveaccu | € 125,- |
| Laptoptas | € 75,- |
| Muis | € 35,- |
| Totaal | € 1.110,- |
U heeft de keuze. U mag bovenstaande zaken zien als één investering. U mag er echter ook voor kiezen om de kosten van de printer, reserveaccu, laptoptas en muis meteen van de winst af te trekken.
De rekentool ‘Kosten of investering?’ kunt u bij ons opvragen.
Wanneer kiest u wat? Komt u dit jaar niet boven de € 2.300,- uit aan investeringen? Dan heeft u sowieso geen recht op de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek van maximaal 28%. Dan is het voordeliger om dergelijke uitgaven direct van de winst af te trekken. Hetzelfde geldt als u dit jaar boven de € 56.192,- aan investeringen uitkomt. Boven dit bedrag tot en met € 104.059,- heeft u namelijk geen recht meer op de maximale 28%, maar op een vaste aftrek van € 15.734,-.
Daar kunt u toch niks aan doen? Als ondernemer bent u verplicht een administratie te voeren. Die plicht voert ver. Alles wat van belang voor uw belastingheffing kan zijn, moet u bewaren. Op papier én digitaal. Maar wat nu als uw administratie gestolen wordt of bij een brand verloren gaat? Of als uw computer onherstelbaar crasht? Bent u dan toch verantwoordelijk en zo ja, wat zijn dan de gevolgen? Kunt u zoiets voorkomen?
Voor wat betreft uw fiscale boekhoud- en bewaarplicht zal er helaas zelden sprake zijn van overmacht. Let op. Dit betekent dat u ook bij oorzaken buiten uw schuld altijd moet zorgen dat u uw boekhouding kunt tonen. Het maken van kopieën en back-ups is dus essentieel, want als uw administratie bijvoorbeeld bij brand of een crash verloren gaat, bent u anders zwaar de klos.
Omkering bewijslast. Is uw administratie al dan niet door externe oorzaken niet meer aanwezig of compleet, dan kan de inspecteur een zogenaamde ‘informatiebeschikking’ opleggen. Hierin eist hij de gevraagde gegevens op en heeft u maar te zorgen dat u ze aanlevert. Kunt u dat niet, dan kan de inspecteur de bewijslast omdraaien. Dit draait meestal uit op een ramp, want de inspecteur legt dan een aanslag op waarna u maar moet aantonen dat deze op een te hoog bedrag is vastgesteld. Zonder administratie is dit nauwelijks mogelijk. De hoogte van de aanslag moet wel redelijk blijven, maar zal ook niet te laag uitvallen.
Onlangs ging een collega van u die werkzaam was in de erotische branche flink de fout in toen bij een boekencontrole de administratie grotendeels verloren bleek te zijn. Volgens uw collega was er sprake van overmacht. De computer had na een crash de geest gegeven waarbij de administratie verloren was gegaan. De computer was namelijk niet meer te herstellen geweest en was vernietigd. De inspecteur en ook de rechter vonden het echter de plicht van de ondernemer om te zorgen voor back-ups, Rechtbank Noord-Holland, 19.09.2017 (RBNHO:2017:7654 en 7655) . De opgelegde informatiebeschikking bleef dan ook in stand, evenals de naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting. Inclusief boetes en rente een bedrag van ver over de zes ton!
Als uit deze uitspraak iets duidelijk wordt, is het wel dat back-ups van uw administratie van levensbelang zijn. Zoals uit de uitspraak blijkt, is de fiscus onverbiddelijk als u om wat voor reden dan ook hier geen prioriteit aan gegeven heeft. Bewaar een back-up niet op dezelfde plaats als uw oorspronkelijke administratie, want dan bent u bijvoorbeeld bij brand nog geen steek verder. Tip. Een back-up in de cloud of bij uw boekhouder kan een oplossing bieden.
Toch geen back-up? Heeft u geen back-ups, probeer uw administratie dan zo goed mogelijk via derden te achterhalen. Offertes zijn ook in bezit bij uw klanten. Zo ook verzonden e-mails. Bankafschriften kunt u nog jaren later opvragen bij uw bank. Zo kunt u een informatiebeschikking met succes aanvechten of proberen aan te tonen dat de schatting van de inspecteur te hoog is. Houd echter voor ogen dat een goede back-up van levensbelang is en heel veel problemen kan voorkomen.