“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Hoe werkt de Opgaaf werkelijk rendement voor box 3?

Kerstarrest. Pas over enkele jaren wordt het forfaitaire systeem van box 3 vervangen door een heffing op basis van werkelijk rendement. Veel belastingplichtigen hebben echter bezwaar gemaakt tegen eerdere aanslagen. Ook zijn veel aangiften inkomstenbelasting aangehouden in afwachting van een afwikkeling op basis van werkelijk rendement. De Hoge Raad heeft namelijk reeds in 2021 (in het zogenaamde ‘Kerstarrest’) geconcludeerd dat een heffing in box 3 op basis van fictieve rendementen onrechtmatig is.

Opgaaf werkelijk rendement

Online formulier. Om de gevolgen hiervan in kaart te brengen en vast te stellen of en hoeveel recht een belastingplichtige heeft op een belastingteruggaaf, heeft de Belastingdienst het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR-formulier) online beschikbaar gesteld.

Brief Belastingdienst. Belastingplichtigen die hiervoor in aanmerking komen, hebben hierover een brief ontvangen (of krijgen deze binnenkort). Let op 1.  Uw fiscaal adviseur ontvangt van de Belastingdienst geen kopie van deze brieven. Daarom adviseren wij u om uw adviseur direct te informeren als u dergelijke brieven ontvangt. Dan kan hij in overleg met u bepalen wat de gewenste actie is. Let op 2.  De brieven bevatten een formulier dat u kunt terugsturen naar de Belastingdienst als u wilt afzien van verdere actie. Wij adviseren u om dit formulier niet terug te sturen.

Tegenbewijsregeling

Voor wie? De tegenbewijsregeling werkelijk rendement geldt niet voor alle jaren of alle belastingplichtigen. Allereerst moet u een zodanig box 3-vermogen hebben, dat er in enig jaar sprake is van belastingheffing in box 3. Daarbovenop geldt:

  • voor de jaren 2021 tot en met 2027: voor deze jaren kunt u altijd gebruikmaken van de regeling;
  • voor 2020: u kunt gebruikmaken van de regeling als de definitieve aanslag 2020 nog niet vaststond op 24 december 2021 en u uiterlijk op 31 december 2025 bezwaar heeft gemaakt of het OWR-formulier voor 2020 indient;
  • voor 2017 tot en met 2019: u kunt gebruikmaken van de regeling als u meedeed aan de massaalbezwaarprocedure en er eerder (namens u) op tijd een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend.

OWR-formulier op tijd inleveren

Hoeveel tijd heeft u om het OWR-formulier in te vullen? U heeft namelijk niet eindeloos de tijd om uw recht te halen. Of u tijdig bent, hangt af van diverse factoren.

Attentiebrief ontvangen? Allereerst van de vraag of u van de Belastingdienst voor enig belastingjaar een zogeheten ‘attentiebrief’ heeft ontvangen. Sinds het online beschikbaar komen van het OWR-formulier, stuurt de Belastingdienst namelijk attentiebrieven naar alle belastingplichtigen van wie de aanslag inkomstenbelasting tot dusver nog niet definitief werd vastgesteld. De verzending van dergelijke attentiebrieven vindt plaats in fasen en per belastingjaar. De Belastingdienst verstuurt per belastingjaar een aparte brief:

  • sinds juli 2025 komen de brieven voor belastingjaar 2022;
  • vanaf september 2025 volgen de brieven voor 2023;
  • heeft u bezwaar gemaakt, dan kunt u tussen 15 juli en 30 september 2025 een brief verwachten.

Termijnen. De termijn voor het indienen van het OWR-formulier bedraagt voor ieder belastingjaar in beginsel twaalf weken na dagtekening van de attentiebrief. Deze termijn wordt verlengd tot 26 weken als een fiscaal erkende (becon) intermediair de belastingaangifte van het betreffende jaar heeft ingediend. Let op.  Volgens de Belastingdienst zijn deze termijnen fataal en niet verlengbaar. Verstrek dus altijd zo spoedig mogelijk een afschrift van (attentie)brieven die u voor ieder belastingjaar ontvangt aan uw adviseur. Zo voorkomt u dat uw opgaaf te laat wordt verzonden en u geen aanspraak kunt maken op een belastingteruggaaf.

Werkelijk rendement?

Of u aanspraak kunt maken op een belastingteruggaaf, hangt natuurlijk ook af van de vraag of u nadeel heeft ondervonden van het fictieve systeem. Met andere woorden: was het werkelijke rendement op uw vermogen in box 3 lager dan het fictieve rendement dat in aanmerking is genomen?

Meerdere componenten. Het werkelijk rendement bestaat uit meerdere componenten:

  • inkomsten uit vermogen, zoals rente, dividend en huurinkomsten;
  • kosten en schulden: financieringslasten en andere kosten die direct verband houden met het box 3-vermogen;
  • waardeveranderingen: koerswinsten of -verliezen, inclusief de waardeontwikkeling van beleggingen en onroerende zaken.

Ook ongerealiseerde waardestijgingen. Dit betekent dat niet alleen gerealiseerde opbrengsten meetellen, maar ook ongerealiseerde waardeveranderingen, bijv. koersstijgingen van aandelen of onroerende zaken. Let op.  Gezien de positieve ontwikkelingen op zowel de aandelenmarkt als de vastgoedmarkt in de afgelopen jaren, is de verwachting dat veel belastingplichtigen uiteindelijk in de meeste jaren geen recht hebben op teruggaaf. Het jaar 2022 kan hierop een uitzondering zijn, aangezien in dat jaar de beurs een negatief resultaat liet zien.

Hoe vult u de opgaaf in?

De Belastingdienst vraagt om uitgebreide gegevens over uw bezittingen en schulden, waaronder:

  • bank- en spaarrekeningen;
  • beleggingen (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen);
  • onroerende zaken die in box 3 vallen;
  • schulden die verband houden met deze bezittingen.

Rol van de banken. Voor ieder onderdeel moeten zowel de begin- als eindwaarden worden opgegeven, evenals ontvangen inkomsten en betaalde kosten. Veel banken hebben inmiddels aan hun cliënten deze informatie verstrekt. Hierover heeft u als het goed is digitaal bericht ontvangen.

Praktische tips

Hierna volgen enkele praktische tips over het gebruik van het formulier.

Tip 1. Begin tijdig met het verzamelen van bankafschriften, jaaropgaven en beleggingsrapportages, ook als u nog geen attentiebrief heeft ontvangen van de Belastingdienst. Hoe completer uw dossier, hoe soepeler de invulling van de opgaaf.

Tip 2. Begin met het belastingjaar waarover u de meeste kans heeft op een teruggaaf. Dit zal in veel gevallen 2022 zijn. U bent niet verplicht om voor elk jaar het formulier in te dienen. Steek alleen tijd in jaren die ook echt geld opleveren.

Tip 3. Kunt u bepaalde informatie of bewijsstukken niet geheel kwijt in het formulier, dan mag u deze tot zes weken na de indiening daarvan nog aanvullen met extra informatie.

Tip 4. Heeft u alleen spaargeld in box 3, dan hoeft u niet te wachten op de attentiebrief. U mag direct uw werkelijke rendement doorgeven.

Tip 5. De box 3-heffing kan door het tegenbewijs nooit hoger uitvallen dan de box 3-belasting die de Belastingdienst heeft berekend. De regeling kan dus alleen in uw voordeel werken.

Afwikkeling door de Belastingdienst

De Belastingdienst start in het najaar van 2025 met de verwerking van de ingediende formulieren. De eerste herziene aanslagen worden vanaf eind 2025 verwacht. Tot die tijd vindt er geen inhoudelijke beoordeling plaats en blijft het voorlopig onzeker welke fiscale correctie er volgt op basis van de opgegeven gegevens.

Verzamel de benodigde gegevens voor het opgeven van uw werkelijke rendement in box 3, ook als u nog geen attentiebrief heeft ontvangen. De termijnen voor het indienen van het formulier zullen streng gehandhaafd worden. Voorkom dat u uw belastingteruggaaf misloopt doordat u te laat bent met het aanleveren van de gegevens.

Wijzig banknummer automatische incasso online

Tip 1.  Dat is eenvoudiger en voorkomt boetes omdat u zo voorkomt dat u te laat bent. Sinds kort kunt u het rekeningnummer van uw automatische incasso zelf digitaal wijzigen. Een stuk makkelijker, want tot nu toe moest hiervoor eerst een machtigingsformulier worden aangevraagd en opgestuurd. Wijzigen kan in het overzicht Betalen en ontvangen dat op uw persoonlijke site bij de Belastingdienst staat. Tip 2.  Een wijziging van uw rekeningnummer treedt direct in, u kunt de wijziging niet op een later moment laten ingaan. Alleen als een wijziging vlak voor het moment van afschrijving is doorgegeven, kan afschrijving van het oude nummer nog worden voorkomen. Een wijziging kunt u ook via uw gemachtigde door laten geven. U krijgt altijd een schriftelijke bevestiging of een wijziging gelukt is. Digitaal uw rekeningnummer wijzigen, is overigens niet verplicht en kan ook nog schriftelijk.

U kunt zelf online een wijziging doorgeven van het rekeningnummer dat u gebruikt voor automatische incasso’s. Dit is een stuk efficiënter dan schriftelijk wijzigen, maar is niet verplicht.

Vraag nu subsidie digitale weerbaarheid aan

De MCZ is beschikbaar voor:

  • veilige netwerktoegang en wifi;
  • wachtwoordmanagers, tweefactorauthenticatie (2FA);
  • tweestapsverificatie en multifactorauthenticatie (MFA);
  • diensten voor het automatisch controleren, beheren en uitvoeren van beveiligingsupdates op systemen en software;
  • antivirussoftware, back-ups instellen en testen;
  • risico-inventarisatie en -evaluatie; en
  • voor cyber awareness trainingen.

Omvang subsidie. Als u de genoemde maatregelen neemt, krijgt u de helft van de kosten vergoed met een maximum van € 1.250. De kosten dienen minstens € 400 te bedragen. De MCZ is beschikbaar voor zelfstandigen en het MKB met maximaal 50 medewerkers en een jaaromzet van maximaal € 10 miljoen. Aanvragen van de MCZ kan via de website van de RVO tot 31 oktober 2025, 17.00 uur. Hiervoor is eHerkenning op minimaal niveau 2+ nodig. Wacht hiermee niet te lang, want op is op!

Als u digitaal onvoldoende bent beveiligd, kunt u voor het nemen van tal van maatregelen de MCZ-subsidie aanvragen. Aanvragen kan tot 31 oktober bij de RVO.

“Wat is mijn betalingskenmerk?”

Nadat u deze termen heeft ingegeven, komt u bij de zoekhulp terecht. Geef vervolgens uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer in, of voor de loon- of omzetbelasting uw omzetbelasting- of loonheffingennummer. Als u ten slotte het jaar ingeeft en om welke aanslag het gaat, verschijnt het betalingskenmerk.

Overzicht betalen en ontvangen. U kunt op de website van de Belastingdienst ook eerst inloggen en dan naar het overzicht betalen en ontvangen gaan. In dit overzicht staan al uw aanslagen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet, al uw rekeningen en naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en alle nog terug te betalen toeslagen. Tip.  Ook uw naheffingsaanslagen btw die u nog moet betalen, staan sinds kort in dit overzicht vermeld. Bij iedere te betalen aanslag vindt u ook het betalingskenmerk vermeld staan.

U kunt het betalingskenmerk eenvoudig opzoeken via de website van de Belastingdienst. Voorkom op deze manier een boete wegens niet of te laat betalen.

“Kan ik de kosten van een uitvaart fiscaal aftrekken?”

Uitvaartkosten en de inkomstenbelasting. Als u als erfgenaam kosten maakt voor een uitvaart, geldt dat deze kosten níet aftrekbaar zijn bij de inkomstenbelasting. Ongeacht of u zelf nabestaande bent of kosten maakt uit naam van een nalatenschap. Waar kunt u deze kosten wel aftrekken?

Uitvaartkosten en erfbelasting

Voor de erfbelasting ligt dit anders: bepaalde kosten zijn wel aftrekbaar. Dit speelt uiteraard alleen als er daadwerkelijk aangifte erfbelasting moet worden gedaan.

Aangifte erfbelasting doen. U bent verplicht erfbelasting aan te geven:

  • als u een uitnodiging (aangiftebrief) van de Belastingdienst ontvangt (binnen vier maanden na overlijden); of
  • als u vaststelt dat u meer erft dan de vrijstelling.

Geen brief ontvangen? De Belastingdienst biedt online een stappenplan en toelichting om te controleren of aangifte nodig is ( https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/erfbelasting_wanneer_doe_ik_aangifte ).

Vrijstellingen erfbelasting 2025. De hoogte van uw vrijstelling hangt af van uw relatie tot de overledene. Voor 2025 gelden de volgende vrijstellingen:

  • echtgenoot, geregistreerd partner of samenwonende partner: € 804.698;
  • kind, pleeg- of stiefkind of (achter)kleinkind: € 25.490;
  • kind met een beperking (bij voorwaarden): € 76.453;
  • ouder (indien ouders partners voor de erfbelasting zijn, geldt dit bedrag gezamenlijk): € 60.359;
  • overige erfgenamen (zoals broer, zus of vriend): €  2.690.

Welke kosten zijn aftrekbaar?

In de aangifte erfbelasting mag u alleen bepaalde gebruikelijke uitvaartkosten aftrekken. Voorbeelden hiervan zijn:

  • verzorging en kleding van de overledene;
  • rouwadvertenties, bloemen, condoleanceregister, rouw- en bedankkaarten inclusief verzendkosten;
  • kist of urn, graf, grafrechten, grafsteen inclusief het plaatsen;
  • aula- of zaalhuur voor de uitvaartplechtigheid;
  • koffietafel van welke aard dan ook;
  • herdenkingsdienst of kerkdienst (huur en de kosten van de sprekers) tot één jaar na overlijden;
  • vervoer van de overledene naar begraafplaats.

Wat mag u niet aftrekken? Niet gebruikelijke uitvaartkosten zijn niet aftrekbaar. Voorbeelden zijn:

  • reiskosten van familie uit het buitenland;
  • kosten voor toekomstig grafonderhoud;
  • herdenkingsdiensten of kerkdiensten na één jaar;
  • notariskosten (zoals voor de verklaring van erfrecht of afwikkeling van de nalatenschap);
  • kosten voor de verkoop (van een deel) van de erfenis (zoals makelaarskosten en taxatiekosten);
  • kosten voor het opruimen van de woning/inboedel;
  • loon van een executeur.

Uitvaartverzekering: verrekening verplicht.  Heeft een verzekering (gedeeltelijk) uitgekeerd voor de uitvaart, dan moet het ontvangen bedrag in mindering worden gebracht op de opgevoerde uitvaartkosten. Is de uitkering hoger dan de gemaakte kosten, dan telt het restant mee als onderdeel van de nalatenschap.

Bepaalde uitvaartkosten (kist, grafsteen, koffietafel, rouwadvertenties, etc.) kunt u aftrekken bij de erfbelasting. Wel moet u aangifte erfbelasting doen en een uitkering van een uitvaartverzekering eerst verrekenen met uw kosten.

Hoeveel mag een starter maximaal willekeurig afschrijven?

In een recente kennispeiling op het forum voor fiscaal dienstverleners werd onlangs een peiling gehouden met de vraag hoeveel een startende ondernemer maximaal mag afschrijven in 2024 en 2025. Slechts 58% koos het juiste antwoord. Een mooie aanleiding om de regels op een rij te zetten.

Dit was de voorbeeldzaak

Een ondernemer is op 1 september 2024 gestart met zijn zaak en besteedt dat jaar 550 uren aan zijn bedrijf. In oktober 2024 investeert hij voor € 150.000 in machines met een levensduur van vijf jaar en een restwaarde van nul. In 2025 investeert hij nog eens € 50.000 in inventaris, met een restwaarde van € 10.000. Hoeveel mag de ondernemer maximaal afschrijven in 2024 en in 2025?

Keuze. Men kon kiezen uit de volgende antwoorden.

  1. In 2024 € 30.000 en in 2025 € 160.000 (19%).
  2. In 2024 € 30.000 en in 2025 € 38.000 (13%).
  3. In 2024 € 7.500 en in 2025 € 182.500 (58%).
  4. In 2024 € 7.500 en in 2025 € 192.500 (10%).

Drie is juist: € 7.500 in 2024 en € 182.500 in 2025.

Waarom in 2024 maar € 7.500? In 2024 heeft de ondernemer geen recht op de startersaftrek of zelfstandigenaftrek, omdat hij niet voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur. Een ondernemer mag alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft in de jaren waarin recht bestond op de startersaftrek of in het voorafgaande aanloopjaar. Let op.  Op bedrijfsmiddelen die zijn uitgesloten van investeringsaftrek, mag ook geen willekeurige afschrijving worden toegepast.

De wet. Volgens artikel 3.30, lid 1 en 2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 mag er per jaar maximaal 20% van de aanschafprijs worden afgeschreven, waarbij de afschrijving naar evenredigheid over de periode moet worden verdeeld. Voor 2024 betekent dit dat op de machines maximaal € 150.000 × 20% × 3/12 = € 7.500 mag worden afgeschreven. De boekwaarde van de machines op 1 januari 2025 bedraagt dus € 142.500 (€ 150.000 -/- € 7.500).

En in 2025? In 2025 voldoet de ondernemer aan het urencriterium en heeft daardoor recht op de startersaftrek. Op grond van artikel 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in samenhang met artikel 7 van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001, kan in dat jaar gebruik worden gemaakt van de regeling voor willekeurige afschrijving door startende ondernemers.

Willekeurige afschrijving

De willekeurige afschrijving mag worden toegepast op de investering in de inventaris in 2025, maar ook op de investering in machines uit 2024, voor zover daar in dat jaar nog geen afschrijving op heeft plaatsgevonden (art. 7 lid 2 Uitv reg WA 2001) . Voor de inventaris geldt, rekening houdend met een restwaarde van € 10.000, een maximale afschrijving in 2025 van € 50.000 -/- € 10.000 = € 40.000. De boekwaarde van de machines bedraagt op 1 januari 2025 € 142.500. De totale maximale willekeurige afschrijving in 2025 komt daarmee uit op € 142.500 + € 40.000 = € 182.500.

Maximumbedrag. Voor de willekeurige afschrijving geldt per kalenderjaar een maximumbedrag aan investeringen. Dit bedrag is gelijk aan het maximum voor de KIA. Als het investeringsbedrag boven deze grens uitkomt, mag de ondernemer zelf kiezen op welke bedrijfsmiddelen er willekeurig wordt afgeschreven. Let op.  Het minimale investeringsbedrag voor de KIA is niet van toepassing op de willekeurige afschrijving. Investeert een ondernemer bijv. alleen in een computer van € 1.500, dan komt hij niet in aanmerking voor de KIA, maar mag hij de computer wel willekeurig afschrijven.

Een ondernemer mag alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft in de jaren waarin recht bestond op startersaftrek of in het voorafgaande aanloopjaar. Voor de willekeurige afschrijving geldt per kalenderjaar een maximumbedrag.

Fiscaal partner bij recht van gebruik en bewoning?

Wat speelt er? Met alle ellende op de huidige woningmarkt plannen veel mensen vooruit hoe ze hun woning het beste aan hun kinderen kunnen achterlaten, zonder zichzelf of hun partner hierbij tekort te doen. Een vaak gebruikt instrument is daarbij het recht van gebruik en bewoning. Dit recht is te vergelijken met het recht van vruchtgebruik, maar iets meer toegesneden op een woning. Onlangs heeft de Belastingdienst aangegeven of dit recht kan leiden tot het fiscale partnerschap.

Recht van gebruik en bewoning

Bij het recht van gebruik en bewoning heeft iemand een woning niet in zijn bezit, maar kan er wel gebruik van maken. De woning kan weliswaar ook worden verkocht, maar omdat er een recht van gebruik en bewoning op rust, kan de koper er niet in gaan wonen. Ook kan de eigenaar geen huur vragen aan de bewoners. Degenen die het recht bezitten, kunnen dit niet verkopen en ook mogen ze niemand anders in de woning laten wonen. Het recht vervalt bij overlijden. Het recht wordt dan ook veelal gebruikt om een woning aan de kinderen achter te laten, maar zeker te stellen dat men er zelf, dan wel de partner, in kan blijven wonen.

Samenwonen na overlijden

Onlangs heeft de Belastingdienst (KG:202:2025:7) een situatie geschetst waarin ouders hun woning aan hun kind hebben overgedragen, op deze woning het recht van gebruik en bewoning rust en een van de ouders komt te overlijden. Vervolgens gaat het kind met de achterblijvende ouder samenwonen in de woning en beiden staan hier ook ingeschreven in Basisregistratie Personen. De Belastingdienst gaat specifiek in op de vraag of er op deze manier sprake is van partnerschap tussen de achterblijvende ouder en het inwonende kind.

Eisen fiscaal partnerschap. Om het antwoord op deze vraag te kunnen onderbouwen, is aangegeven wat er in de gegeven situatie voor het partnerschap vereist is. Om te beginnen moet men op hetzelfde woonadres staan ingeschreven, maar ook dient men samen een woning te bezitten. Deze moet aan beiden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan op grond van eigendom, waaronder begrepen economische eigendom.

Conclusie. In de geschetste situatie komt men tot de conclusie dat er geen sprake is van partnerschap tussen de achterblijvende ouder en het inwonende kind. Er is bij de achterblijvende ouder namelijk geen sprake van economische eigendom, wat betekent dat een eventuele waardeverandering van de woning ook alleen gevolgen heeft voor het kind.

Wat kunt u hiermee?

De geschetste gevolgen zijn uiteraard van belang voor de praktijk. Zo heeft het al dan niet zijn van elkaars partner grote fiscale gevolgen en kunnen partijen hiermee dus rekening houden op het moment dat de hiervoor geschetste situatie wordt overwogen. Zo bestaat voor samenwonende partners de mogelijkheid om de aftrekbare hypotheekrente optimaal onderling te verdelen en kunnen partners bijv. hun aftrekbare zorgkosten bij elkaar optellen.

Niet aftrekbare drempel. Anderzijds moeten ze voor wat betreft de niet-aftrekbare drempel ook uitgaan van hun gezamenlijke inkomen. Het fiscale partnerschap kan dus voordelig uitpakken, maar dat is niet altijd het geval. Nu bekend is wat de gevolgen zijn, kunt u hier in ieder geval rekening mee houden, zodat u achteraf niet voor verrassingen komt te staan.

Wilt u uw woning achterlaten voor uw kind(eren) maar er wel zelf in blijven wonen, houd dan rekening met het fiscale effect (zoals aftrekbaarheid hypotheekrente) van het recht van gebruik en bewoning. Vanwege het ontbreken van de economische eigendom leidt dit niet tot fiscaal partnerschap.

Fiscus verduidelijkt geruisloos doorschuiven onderneming

Winst bij verkoop. Als een bedrijf verkocht wordt, maakt de verkoper meestal stakingswinst, bijv. omdat er reserves vrijvallen of boekwinst gemaakt wordt op de machines of het bedrijfspand. Over deze winst moet met de fiscus worden afgerekend, maar dit kan onder voorwaarden worden voorkomen. De fiscale claims schuiven dan door naar de overnemer, die te zijner tijd bij verkoop over de winst moet afrekenen.

Geruisloos doorschuiven

Dit geruisloos doorschuiven betekent in de praktijk dat belastingheffing langdurig kan worden uitgesteld. Doel van de faciliteit is dat bestaande bedrijven zo veel mogelijk worden voortgezet door een opvolger. Deze hoeft namelijk een minder grote overnamesom te betalen, omdat de overdrager niet met de fiscus hoeft af te rekenen. Er gelden wel de nodige voorwaarden voor de regeling, waarvan een belangrijke onlangs is verduidelijkt (KG:212:2025:3) .

Medeondernemer of werknemer? Geruisloos doorschuiven is mogelijk aan medeondernemers waarmee het bedrijf al minstens drie jaar in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend en die hieruit winst genieten. De eis van drie jaar geldt zowel voor de overdrager als de overnemer. Geruisloos doorschuiven is daarnaast mogelijk aan personen die minstens drie jaar lang in het bedrijf werkzaam zijn.

Combinatie verduidelijkt. De Belastingdienst heeft aangegeven dat geruisloos doorschuiven in principe ook mogelijk is als het samenwerkingsverband is aangegaan met een BV, waarin de overnemer minstens drie jaar lang werknemer is geweest. Daarbij wordt uitgegaan van de situatie waarbij een eenmanszaak in een samenwerkingsverband met een BV een bedrijf uitoefent. De eenmanszaak wil zijn deel in het bedrijf geruisloos overdragen. Daartoe besluit men de BV te liquideren en voort te zetten als eenmanszaak, waarna de geruisloze overdracht aan deze eenmanszaak plaatsvindt. De overnemer is in de BV minstens drie jaar werkzaam geweest.

Betrokken bij onderneming. De Belastingdienst is van mening dat in de geschetste situatie geruisloos doorschuiven ook mogelijk is. Gesteld wordt dat de overnemer minstens drie jaar lang bij de onderneming betrokken is geweest. De wettelijke eis dat de overnemer als werknemer in deze onderneming werkzaam moet zijn geweest, omvat dus ook de situatie waarin de overnemer als werknemer in dienst was van een rechtspersoon die deze onderneming mede exploiteerde.

Uitzondering. Volgens deze uitleg kan er wel sprake zijn van een uitzonderingssituatie waarin geruisloos doorschuiven niet mogelijk is. Daarbij doelt men op de situatie dat in de BV ook andere werkzaamheden werden uitgevoerd en de overnemer alleen hiervoor activiteiten verrichtte. In deze gevallen is er namelijk geen sprake van duurzame betrokkenheid bij de over te nemen onderneming en gaat het toepassen van de doorschuifregeling dan tegen de bedoeling van de wetgever in.

Verzoek indienen

Als een ondernemer zijn bedrijf geruisloos wil doorschuiven, is wettelijk vereist dat er vooraf een verzoek wordt ingediend. Bij de aangiften moeten zowel de overdrager als de overnemer dit doen. De Belastingdienst kan dus altijd controleren of er aan de voorwaarden voor geruisloos doorschuiven wordt voldaan en anders het verzoek afwijzen.

Door de verduidelijking van de doorschuifregeling kunt u deze vaker toepassen. Houd hier rekening mee als u in een soortgelijke situatie uw bedrijf wilt overdragen en overweegt de doorschuifregeling toe te passen. Let op de driejaarstermijn. Zorg voor een correcte weergave van de situatie in uw verzoek aan de Belastingdienst.

Tot wanneer mag u keuzes bij uw belastingaangifte wijzigen?

Voorbeelden. Bij het invullen van uw aangifte kunt u op bepaalde punten keuzes maken. Het gaat met name om aftrekbare hypotheekrente en persoonsgebonden aftrekposten, zoals zorgkosten en giften. U kunt deze aftrekposten onderling met uw partner verdelen om zo een maximaal fiscaal voordeel te behalen. Maar wat nu als u uw keuze achteraf wilt wijzigen? Onlangs behandelde de rechter een zaak waarbij de vraag speelde of het veranderen van een eenmaal gemaakte keuze bij de aangifte mogelijk was, en zo ja, onder welke voorwaarden (ECLI:NL:RBZWB:2025:3324) .

Box 3 en partnerschap

In deze zaak ging het om de verdeling van inkomen in box 3 en om de gemaakte keuze inzake het partnerschap. De partner van een overleden belastingplichtige wilde de gemaakte onderlinge verdeling van het inkomen in box 3 wijzigen. Daarnaast wilde ze dat zij en haar de overleden partner niet het hele jaar als elkaars partner aangemerkt zouden worden, zoals in hun aangiften was verzocht.

Waarom? Als u een deel van het jaar een fiscale partner heeft, zoals bij echtscheiding of overlijden, kunt u er in uw aangiften in de meeste gevallen namelijk samen voor kiezen om toch het hele jaar als fiscaal partner te worden aangemerkt. Het is afhankelijk van de situatie of dit voordeliger is. De inspecteur wees beide verzoeken af.

Tot wanneer wijzigen? De rechtbank stelde om te beginnen vast dat de aanslagen van de overleden belastingplichtige en zijn partner inmiddels allebei definitief vaststonden. Dit betekent dat tegen beide aanslagen geen bezwaar meer gemaakt kon worden. Dit kan in de regel binnen zes weken nadat de aanslag is opgelegd en deze termijn was inmiddels verstreken. De rechtbank boog zich vervolgens over de vraag of de aanslagen ambtshalve herzien konden worden.

Aanslag ambtshalve herzien. Is de bezwaartermijn verstreken, dan kunt u soms toch een verzoek indienen uw aanslag ambtshalve te herzien, bijv. als u bent vergeten een aftrekpost op te voeren. Dit moet binnen vijf jaar na het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Sommige zaken zijn echter uitgesloten. Zo kunt u geen ambtshalve herziening vragen op grond van nieuwe rechtspraak.

En in deze zaak? Ook in deze zaak kon volgens de rechter geen beroep om ambtshalve herziening worden gedaan. Dit vanwege het feit dat er een beroep werd gedaan op een fiscale faciliteit, waarop een beroep moet worden gedaan bij de aangifte. Nu er bij de aangifte was gekozen voor een bepaalde verdeling van inkomen in box 3, stond deze verdeling vast op het moment dat ook de aangifte definitief vaststond. Hetzelfde gold voor de keuze voor het partnerschap gedurende het hele jaar. Ook op deze keuze kon dus niet worden teruggekomen via een ambtshalve herziening en dus bleven de aanslagen in stand.

Wat kunt u hiermee?

De uitspraak maakt duidelijk dat het van groot belang is dat u bij uw aangifte bewuste keuzes maakt. Ga na wat voor u de voordeligste keuze is, bijv. met betrekking tot de verdeling van aftrekposten. Doet u uw online aangifte zelf, dan bevat deze een handige rekentool, met behulp waarvan u kunt nagaan welke keuzeverdeling voor u het meeste fiscale voordeel oplevert. Houd in uw achterhoofd dat u op een eenmaal gemaakte keuze maar in een beperkt aantal gevallen kunt terugkomen als uw aanslag eenmaal definitief vaststaat. Houd uw bezwaartermijn dus altijd goed in de gaten.

Onthoud dat u in de meeste gevallen alleen op uw aangifte kunt terugkomen als uw bezwaartermijn nog niet is verstreken. Het vragen om ambtshalve herziening na deze bezwaartermijn is bovendien maar in een beperkt aantal gevallen mogelijk. Beter is het dus dat u bij uw belastingaangifte (zoals IB en Vpb) bewuste keuzes maakt.

Te veel NOW ontvangen, wat nu?

Uit onderzoek (Centraal Planbureau) is gebleken dat veel ondernemers tijdens de coronacrisis te veel steun hebben ontvangen via de NOW (Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid). Maar wat betekent dat? Wanneer is er sprake van fraude en kunt u een boete verwachten?

NOW-regeling

Tijdens de coronacrisis nam de overheid tal van maatregelen met de bedoeling het aantal besmettingen met het virus te voorkomen en op deze manier verspreiding van de ziekte te bemoeilijken. Veel ondernemers ondervonden beperkingen, zoals de tijdelijke sluiting van hun bedrijf of het beperken van contacten met de klant.

Tegemoetkoming. Als tegemoetkoming in de kosten hiervan werd onder andere de NOW-regeling geïntroduceerd. Via deze regeling konden ondernemers met een behoorlijk omzetverlies een compensatie krijgen voor de loonkosten. Onlangs verscheen er een onderzoek waarin werd geconcludeerd dat met de NOW-regeling op grote schaal is gefraudeerd. Maar wat verstaat men hieronder en wat betekent dat dan?

Manipulatie omzet. Volgens het onderzoek heeft een aantal ondernemers hun omzetcijfers gemanipuleerd. De in het onderzoek betrokken eerste periode waarin de NOW verkregen kon worden, vereiste een omzetdaling van minstens 20%. Uit het onderzoek blijkt dat ondernemers er op een aantal manieren voor gezorgd hebben dat hun omzet ook inderdaad met ten minste genoemd percentage daalde. Daarvoor werden verschillende methodes gebruikt, zoals door het al dan niet verruimen van de openingstijden, het al dan niet aanbieden van promoties of het introduceren van nieuwe producten of diensten. Ook via de opening of juist sluiting van een webshop kon de omzetdaling worden gerealiseerd.

Afwijking van btw-aangifte. Het onderzoek toont ook aan dat er in veel gevallen een verschil bestaat tussen de gerealiseerde omzet die werd opgegeven voor de NOW en de omzet op basis van de btw-aangifte. Volgens het onderzoek gaf bijna 40% van de onderzochte ondernemers een hoger omzetverlies aan, waarbij het verschil gemiddeld ruim 6%-punt bedroeg. Gemiddeld viel de NOW daardoor zo’n € 8.000 te hoog uit.

Fraude en fouten. Het onderzoek meldt dat verschillen in omzet ook het gevolg kunnen zijn van bewuste fraude, maar daarnaast door verschillen in boekhoudkundige definities, menselijke vergissingen en meetproblemen. Exacte cijfers over misbruik en fraude zijn echter niet beschikbaar.

Wat kunt u hiermee?

Het zal duidelijk zijn dat de overheid frauderende ondernemers inzake de NOW zal vervolgen. Zo zijn er al ondernemers bestraft door de rechter en heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie al meerdere verdachten aangehouden. Van belang is echter dat het manipuleren van omzet binnen de wettelijke kaders in beginsel niet strafbaar is, maar frauderen door omzet (deels) niet op te geven is dat uiteraard wel.

Gevolgen. Is er te veel subsidie ontvangen, dan kan deze worden teruggevorderd, eventueel met boete. Voor een vergrijpboete zal de controleur wel aannemelijk moeten maken dat er sprake is van opzet of grove schuld. Volgens het onderzoek is er in totaal zo’n € 740 miljoen te veel aan NOW-steun verstrekt, dus niet gek dat onderzoek naar fraude met NOW-subsidie thans prioriteit heeft.

Frauderen met uw omzet om zo een hogere NOW-subsidie te verkrijgen, is strafbaar. De te veel ontvangen NOW kan worden teruggevorderd, eventueel met boete. Voor dit laatste is wel vereist dat er sprake is van opzet of grove schuld. De controleur zal dit aannemelijk moeten maken.

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl