“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Aftrekbaarheid kosten. De kosten (verzekering, brandstof, onderhoud, helm, etc.) van een scooter zijn aftrekbaar van de winst als u die scooter zakelijk gebruikt. U mag zelf beslissen of u gebruikmaakt van een auto, motor of scooter. U moet natuurlijk wel aannemelijk kunnen maken dat u de scooter voor de zaak gebruikt.
Bijtelling. Voor de scooter van de zaak geldt geen bijtelling gekoppeld aan de cataloguswaarde. Dit is iets dat alleen bij een (bestel)auto van de zaak speelt. De bijtelling voor de scooter bepaalt u op basis van de gereden privékilometers vermenigvuldigd met de kilometerprijs van de motor.
Kilometerprijs. De kilometerprijs stelt u vast door alle kosten van de scooter in een volledig kalenderjaar bij elkaar te tellen en te delen door het aantal kilometers. Denk daarbij aan kosten van onderhoud, benzineverbruik, verzekering en afschrijving.
Afschrijving? De aanschaf van een nieuwe scooter is een investering. De aanschafwaarde van een nieuwe scooter bedraagt al meer dan € 450,- excl. btw. Hierop moet u afschrijven.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek? Voor de scooter die u heeft aangeschaft voor de zaak kunt u gebruikmaken van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). U heeft recht op KIA als u op jaarbasis voor meer dan € 2.300,- investeert in bedrijfsmiddelen. De KIA bedraagt in 2018 maximaal 28%.
Elektrische scooter? Schaft u een elektrische scooter aan, dan kunt u wellicht gebruikmaken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen). Tip. Zo komt een elektrische scooter met een lithiumhoudende accu (bedrijfsmiddelcode B 3118 op de milieulijst) voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor 13,5% MIA en 75% Vamil. Let op. Om voor de MIA-/Vamil-regeling in aanmerking te komen, dient de investering per melding minimaal € 2.500,- te bedragen.
Stel, u heeft per 1 januari 2018 een elektrische scooter aangeschaft voor € 3.000,- excl. btw. Naast de KIA mag u de MIA-/Vamil-regeling toepassen .
| KIA 28% van € 3.000,- | € 840,- |
| MIA 13,5% van € 1.500,- (50% van het investeringsbedrag) | € 203,- |
| Vamil 75% van € 1.500,- | € 1.125,- |
| Uw fiscale voordeel in 2018 | € 2.168,- |
Let op. Zowel voor de MIA- als de Vamil-regeling geldt dat de melding binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting ingediend moet zijn.
U moet een winstcorrectie maken voor het privégebruik van de scooter. Deze correctie wordt berekend door de kilometerprijs van de scooter te vermenigvuldigen met het aantal privékilometers. Hierbij mag u de woon-werkkilometers als zakelijk aanmerken. Let op 1. Als u de scooter privé gebruikt, moet u voor het privégebruik btw betalen. Let op 2. Voor de btw zijn de woon-werkkilometers privé.
Aanvraagperiode. Zo kunt u vanaf 15 mei 2018 tot 1 oktober 2018 een aanvraag indien voor een compensatie van een bedrag van € 5.600,- bruto. Let op. Aanvragen die na 30 september 2018 binnenkomen, worden niet meer in behandeling genomen!
Maakt u aanspraak op de regeling? Vul het aanvraagformulier in, bij ons op te vragen.
Wat heeft u hiervoor nodig? U heeft de hiernavolgende gegevens nodig.
Let op uw toeslagen. Deze compensatie telt echter wel mee als (gezins)inkomen en kan daardoor ook van invloed zijn op eventuele toeslagen waarop u recht heeft, zoals de huurtoeslag en zorgtoeslag. Om naheffing na onterecht ontvangen toeslagen te voorkomen wordt de compensatie naar verwachting tussen 1 januari en 1 april 2019 door het UWV uitgekeerd.
Let op. Deze compensatie telt mee voor het inkomen van 2019. Zo kunt u dus het beste voor 2019 tijdig de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2019 aanpassen en de extra inkomsten doorgeven aan de Belastingdienst.
Dit doet u vanaf 2019. Dit doet u voor 2019 vanaf het belastingjaar 2019 via https://mijn.belastingdienst.nl/GTService/inloggenMetDigiD.htm Via ‘Formulieren’ kunt u bij ‘Inkomstenbelasting 2019’ een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen of wijzigen.
In de eerste plaats zal er moeten worden bekeken welk vermogen de ouders in de toekomst zelf nog nodig denken te hebben. Dit zal mede afhangen van de levensstijl die men als ouders gewend is en de daarbij behorende uitgaven. Let op. Daarbij zal eveneens rekening moeten worden gehouden met eventuele behoeftige omstandigheden waarin men als ouders (of als langstlevende ouder) terecht kan komen.
Eens gegeven, blijft gegeven. Bij schenkingen geldt immers nu eenmaal het oude gezegde: ‘Eens gegeven, blijft gegeven’. Als geld en goederen door schenking eenmaal zijn overgegaan van het vermogen van de ouders naar dat van de kinderen, kunnen de ouders het geld en/of de goederen niet meer bij hun kinderen opeisen.
Terugschenken? Als de kinderen daartoe bereid zijn, kunnen ze het geschonken geld of de geschonken goederen weer terugschenken aan hun ouders.
Let op. Fiscaal gezien is dat echter niet interessant, omdat de ouders (2018: € 2.147,-) niet dezelfde fiscaal vrijgestelde bedragen hebben als de kinderen (2018: € 5.363,-).
Schenkingen op papier. Als de ouders onvoldoende liquide middelen hebben omdat hun vermogen in onroerende zaken (woonhuis, bedrijfspand) zit of in de onderneming, dan kunnen ze overwegen om ‘schenkingen op papier’ te doen. Er kan dan toch jaarlijks handig gebruik worden gemaakt van de fiscaal vrijgestelde bedragen, zonder dat het vermogen waar de ouders over kunnen beschikken kleiner wordt.
Wet langdurige zorg. Houd bij de afweging om al dan niet schenkingen te doen aan de kinderen rekening met de te betalen wettelijke eigen bijdrage als een van de ouders moet worden opgenomen in een zorginstelling.
Sinds 1 januari 2015 is de Wet langdurige zorg (Wlz) van kracht als de opvolger van de oude AWBZ. Op basis van de Wlz moet iemand die in een verpleeg- of zorginstelling wordt opgenomen een eigen bijdrage betalen.
Vermogen in box 3. Deze bijdrage is afhankelijk van het vermogen in box 3. Let op. Bij een groot eigen vermogen kan de eigen bijdrage oplopen tot een bedrag van maximaal € 2.332,60 per maand. Zie voor meer informatie: http://www.hetcak.nl/zelf-regelen/eigen-bijdrage-rekenhulp
Eigen bijdrage Wlz lager. Door schenkingen te doen aan kinderen (en kleinkinderen), kan het eigen vermogen in box 3 worden verlaagd. De eigen bijdrage Wlz zal dan op een lager bedrag worden vastgesteld.
Tip 1. Als de schenkingen de fiscaal vrijgestelde bedragen (jaarlijks € 5.363,- voor kinderen en € 2.147,- voor kleinkinderen, cijfers 2018) niet overschrijden, hoeft daarover uiteraard geen schenkbelasting te worden betaald.
Tip 2. Zijn er te weinig liquide middelen, dan kan er weer worden gedacht aan schenkingen op papier. Via jaarlijkse papieren schenkingen wordt er door de ouders een schuld opgebouwd die van het vermogen in box 3 mag worden afgetrokken.
Eens per jaar. Vakantiegeld wordt normaal gesproken maar eens per jaar uitbetaald. Daarom geldt dat de inhouding van loonheffing op het door u uitbetaalde vakantiegeld berekend wordt volgens de tabel bijzondere beloningen. Deze tabel geeft aan welk belastingtarief u moet toepassen op het vakantiegeld.
Afhankelijk van het jaarloon. De hoogte van dit tarief is afhankelijk van het jaarloon dat u in het voorgaande jaar heeft betaald aan de werknemer (of het jaarloon dat u dit jaar verwacht te betalen als de werknemer vorig jaar nog niet in dienst was).
Correctie loonheffingskorting. Maar daar komt nog iets bij: een correctie van de loonheffingskorting. Omdat de loonheffingskorting afhankelijk is van de hoogte van het totale jaarloon van een werknemer, kan deze veranderen als de werknemer een eenmalige beloning, zoals vakantiegeld, krijgt. Let op. Een werknemer die met zijn inkomen in de hoogste belastingschijf valt, verwacht waarschijnlijk een inhouding van 51,95% op zijn vakantiegeld, maar in sommige gevallen moet er 55,55% ingehouden worden omdat ook de loonheffingskorting lager wordt.
Percentage. Het percentage loonheffingen dat u totaal moet inhouden op het vakantiegeld ligt tussen 8,49% en 55,55%.
Even toelichten. Omdat veel werknemers het percentage dat op het vakantiegeld ingehouden wordt, niet zullen herkennen, is het wellicht raadzaam een korte toelichting te geven bij de uitbetaling van het vakantiegeld. Daarin kunt u uitleggen dat er niet alleen belasting wordt ingehouden, maar dat er ook een correctie op de loonheffingskorting wordt gemaakt.
Vrije ruimte benutten? Bij het uitbetalen van vakantiegeld kunt u bekijken of het mogelijk is een deel van het vakantiegeld als nettobedrag uit te betalen. Dit zou kunnen zonder extra lasten voor u als werkgever als u niet alle vrije ruimte benut die de werkkostenregeling u geeft. De vrije ruimte onder de werkkostenregeling is 1,2% van de totale loonsom.
Als u niet alle vrije ruimte gebruikt, dan kunt u bijvoorbeeld € 200,- per werknemer onbelast uitbetalen en de rest van het vakantiegeld belast uitbetalen aan de werknemers.
Woon-werkverkeer. Een andere mogelijkheid om de werknemer meer netto te laten overhouden, is het optimaliseren van de reiskostenvergoeding. U mag fiscaal gezien namelijk maximaal € 0,19 per kilometer onbelast vergoeden voor reiskosten woon-werkverkeer.
Onbelast aanvullen. Als de werknemer op grond van uw personeelsreglement of de toepasselijke cao een lagere reiskostenvergoeding krijgt, dan kan deze onbelast aangevuld worden in ruil voor een verlaging van het vakantiegeld. De werknemer houdt dan netto meer over en het kost u als werkgever niets extra.
Wat is investeren ook alweer? Investeren is het aangaan van verplichtingen ter zake van aanschafkosten, verbeteringskosten of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die u als ondernemer nodig heeft om uw producten te kunnen maken of uw diensten te kunnen verlenen. Denk hierbij aan machines, gereedschappen, transportmiddelen, inventaris, etc. Tip. Ook de niet-tastbare zaken, zoals goodwill en vergunningen, worden beschouwd als bedrijfsmiddelen. Het maakt daarbij niet uit of de investeringen zijn betaald met eigen middelen of met geleend geld.
De overheid probeert investeringen te stimuleren via een extra winstaftrek in het jaar van aanschaf. De investeringsaftrek staat los van de afschrijving. Er zijn drie soorten investeringsaftrek:
Tip. Als u investeert in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, kunt u naast de MIA-regeling in aanmerking komen voor de Vamil-regeling. Dit houdt in dat u in een willekeurig jaar een willekeurig percentage mag afschrijven. Let op. U kunt voor dezelfde investering geen EIA en MIA tegelijk krijgen. Een combinatie met de KIA mag wel.
Om te bepalen hoeveel de investeringsaftrek bedraagt, moet u eerst het bedrag van de investering weten. Waaruit bestaan zulke kosten?
Aanschafkosten. Hieronder vallen:
Verbeteringskosten. Dit zijn kosten die u maakt om een bestaand bedrijfsmiddel geschikter te maken voor het gebruik binnen uw bedrijf. Tip. Komt het desbetreffende bedrijfsmiddel in aanmerking voor investeringsaftrek, dan geldt dat ook voor de verbeteringskosten.
Voortbrengingskosten. Dit zijn de kosten die gemaakt worden als een bedrijfsmiddel binnen uw bedrijf wordt vervaardigd, zoals de arbeidskosten van een werknemer die een in delen geleverde machine in elkaar zet, de materiaalkosten en kosten van werk die derden voor u uitvoeren.
Tweedehands. Koopt u tweedehands met achterstallig onderhoud, dan maken de kosten voor het gebruiksklaar maken van het bedrijfsmiddel onderdeel uit van de aanschaffingskosten van het bedrijfsmiddel. Let op. Voor de MIA en EIA kunt u geen investeringsaftrek claimen op tweedehandsbedrijfsmiddelen. Over de investeringen (mits op de Energie- of Milieulijst) die gemaakt worden voor het gebruiksklaar maken van het tweedehandsbedrijfsmiddel is wel investeringsaftrek mogelijk.
Btw-plichtig? Dan geldt als basis voor uw aftrek de kosten excl. btw. Bent u btw-vrijgesteld, dan is dit incl. btw.
Kortingen en subsidies? Prijsverlagers trekt u van de aanschafprijs af.
Als webshophouder ontvangt u betalingen via creditcard of pinpas. De berekening van de verschuldigde btw gaat dan wel eens mis. Waarom?
Creditcard. Voor de berekening van de btw dient u uit te gaan van het bedrag dat uw klant daadwerkelijk aan de creditcardmaatschappij heeft overgemaakt. Dat is immers de bruto-omzet.
Provisie. Als uw klant betaalt met behulp van een creditcard, ontvangt u minder van de creditcardmaatschappij dan dat uw klant voor uw product in uw webshop heeft afgerekend. Er wordt namelijk provisie op ingehouden en dat dan ook nog eens btw-vrijgesteld. Let op. U moet echter btw afdragen over het bedrag alsof er geen provisie is ingehouden! De provisie is namelijk de btw-vrijgestelde vergoeding die u voor de diensten van de creditcardmaatschappij betaalt.
Voorbeeld.Uw klant koopt goederen die belast zijn met 21% via uw webshop en betaalt € 500,- met zijn creditcard. U ontvangt na inhouding van de provisie € 485,- van de creditcardmaatschappij. U dient echter de btw uit de vergoeding van € 500,- te halen en af te dragen Dus € 500,-/121 x 21 = € 86,78.
Let op. Een veelgemaakte fout is dat de af te dragen btw over de ontvangst na inhouding van de provisie wordt berekend. De € 15,- provisie die u betaalt, is ook nog eens een btw-vrijgestelde kostenpost.
Berekent u nog extra kosten door aan uw klant, dan zijn deze ontvangsten eveneens belast met btw. Houd daar rekening mee.
Voorbeeld.Stel, u heeft een webshop en u verkoopt goederen waarvoor het 21%-tarief geldt. Voor de verzendkosten geldt hetzelfde btw-tarief als voor de goederen (21%).
Let op. Levert u goederen waarvoor verschillende btw-tarieven gelden, dan berekent u de verzendkosten in dezelfde verhouding als de goederen.
Waar draagt u dan btw over af?
Voorbeeld.Stel, u verleent een klant van uw webshop via een code een korting van € 10,-. U draagt dan btw af over het aankoopbedrag minus de korting.
Voor betaalmiddelen die u ontvangt via iDeal, mag u als ondernemer alleen de daadwerkelijke transactiekosten doorberekenen aan uw klant. In dat geval moet u ook over deze transactiekosten btw afdragen! Het hoort immers tot de vergoeding voor de levering.
Voorbeeld.Een klant koopt in uw webshop voor € 75,-. Dit betaalt hij met zijn pinpas. Omdat u € 0,45 provisie betaalt per pintransactie, berekent u de schadepost van € 0,45 door aan uw klant. Op het einde van het betaalproces rekent de klant dus € 75,45 af met zijn pinpas. U draagt dus over € 75,45 21% btw af.
Eerst, wat is een datalek? Bij een datalek gaat het om toegang tot, vernietiging, wijziging of het vrijkomen van persoonsgegevens van uw bedrijf, zonder dat u dat heeft bedoeld. Een datalek moet in sommige gevallen gemeld worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en eventueel aan de betrokken persoon of personen.
De AVG en datalek. De AVG is van toepassing op geautomatiseerde of handmatige verwerkingen die bedoeld zijn om op te slaan in een bestand. Strikt genomen is de AVG dus niet van toepassing op een geprinte lijst met klantgegevens, maar daar denkt niet iedereen hetzelfde over. Let op. Verliest u dezelfde lijst digitaal? Dan is dat wél een datalek. Denk aan een gestolen laptop, verloren usb-stick of mobiel en een hack.
Wat te doen? Een datalek moet u beoordelen naar de aard van het lek (bijzondere/reguliere gegevens), omvang en de (mogelijke) gevolgen ervan. Er geldt geen meldplicht aan de AP of betrokkene(n) als het datalek waarschijnlijk geen hoog risico kent. Het kan echter wel zijn dat u een datalek wel moet melden aan de AP en niet aan de betrokkene(n).
Moet u alles melden? Het onterecht niet melden van een datalek kan leiden tot fikse boetes. Het is echter niet nodig om ieder voorval te melden. Vooral bij de kleinere ondernemingen waar de omvang van het lek niet groot is. Tip. Het is daarom verstandig om ieder (mogelijk) datalek vast te leggen in een register en daarbij, aan de hand van de richtsnoeren van de AP, schriftelijk vast te leggen waarom er besloten is om al dan niet te melden. Overleg dit register bij een evt. controle van de AP.
De wijzigingen moeten volgens de Europese Commissie uiterlijk per 1 juli 2022 ingaan, maar in Nederland gaan deze waarschijnlijk al per 01.01.2019 in, aldus een recente beleidsnota waarin staat dat de wijziging in het Belastingplan 2019 komt. We volgen dit voor u op de voet.
Wat betekent dit voor u? Als het voorstel wordt aangenomen, zal de vermindering in de kleineondernemersregeling (KOR) vervallen. Er is dan een vrijstelling tot een bepaalde omzetdrempel en daarboven niet meer. Als u te maken heeft met buitenlandse btw-verplichtingen (bijv. elektronische diensten of afstandsverkopen), dan kunt u ook profiteren van ‘lokale KOR ’.
Kleinschalig. Grote bedrijven beschikken vaak over een kantine en cateringservice. In het MKB is het vaak wat kleinschaliger, dus is het de vraag hoe je dan fiscaal gezien met dergelijke kosten moet omgaan.
Personeel. Als u uw personeel een maaltijd verstrekt, is dit belast als loon. Alleen als er een meer dan bijkomstig zakelijk belang is, is de maaltijd onbelast. Dat is het geval als zij tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kunnen eten. Voor een belaste maaltijd rekent u in 2018 € 3,35 tot het loon. Een eventuele eigen bijdrage trekt u ervan af. Tip. Die kosten zijn voor u als loonkosten tot € 3,35 per maaltijd per werknemer volledig aftrekbaar van de winst. Het eventuele restant van de kosten kunt u, net als de kosten van een onbelaste maaltijd, in beginsel voor 80% ten laste van de winst brengen. Dit omdat het kosten zijn behorend tot de categorie voedsel, drank en genotmiddelen.
Geen kantine? Het is niet van belang of u al dan niet over een kantine beschikt. Ook als u bijvoorbeeld een schaal broodjes klaarzet, wordt dit gezien als een maaltijd en is bovenstaande regeling van toepassing. Tip. Kleine consumpties en snacks op de werkplek zijn onbelast, zoals een reep chocola of stuk fruit. Let op. Er is al snel sprake van een maaltijd (een glas melk met een broodje kroket) en dan moet u gewoon € 3,35 tot het loon rekenen. Tip. Belaste maaltijden mag u ook onderbrengen in de werkkostenregeling (WKR). De kosten van maaltijden die u onderbrengt in de WKR, zijn 100% aftrekbaar.
Maaltijden onderweg? Maaltijden voor uzelf, bijv. op weg naar een klant, zijn zakelijk en kunt u dus voor 80% aftrekken (maar niet de btw). Let op. Weet dat de inspecteur uw kosten altijd op zakelijkheid kan toetsen via de administratie (binnenhalen opdracht, met wie onderweg?). Noteer dat zakelijk belang bijv. op de factuur van die kosten.
Zelf even wat eten op de werkplek. Ook uw eigen consumpties en maaltijden op de werkplek zullen meestal niet als zakelijk aangemerkt kunnen worden. Aftrek is dan uitgesloten, ook geen beperkte aftrek (80%) omdat het privékarakter overheerst.