“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Studiekosten kind. Als kinderen gaan studeren, gaat dit gepaard met tal van kosten. Collegegeld, studiematerialen, kosten van levensonderhoud en niet te vergeten de huisvesting. Met name in de studentensteden bedragen alleen al die laatste kosten vele honderden euro’s per maand. Is hier wellicht iets aan te doen?
Als u als ouder de nodige financiële ruimte heeft, kunt u overwegen een woning te kopen voor uw zoon of dochter en deze aan hem of haar te verhuren. Tip. Vooral als u anders toch opdraait voor de huisvestingskosten, is dit vaak een voordeligere optie. Met name omdat er recht bestaat op huurtoeslag. Zorg wel dat u altijd een reële huur aan uw kind berekent.
Voorwaarden huurtoeslag. Verhuurt u een woning of appartement aan uw kind, dan bestaat er in beginsel recht op huurtoeslag. Uw kind moet dan minstens 18 jaar oud zijn, een huurcontract hebben getekend en een woning hebben met eigen woon(slaap)kamer, keuken en wc. Ook moet uw kind ingeschreven staan op het betreffende adres en de Nederlandse nationaliteit hebben of een verblijfsvergunning, net als zijn of haar eventuele toeslagpartner.
Huur en leeftijd. Is uw kind niet ouder dan 22 jaar, dan mag de huur niet meer bedragen dan € 417,34. Is uw kind 23 jaar of ouder, dan geldt dat de maximale huur € 710,68 mag zijn. Het inkomen mag niet meer zijn dan € 22.400,- en met een eventuele toeslagpartner samen € 30.400,-. Eventueel ontvangen studiefinanciering telt daarbij niet mee. Tenslotte mag uw kind over maximaal € 30.000,- aan vermogen beschikken, samen met een toeslagpartner is dit maximaal € 60.000,-.
Of uw kind huurtoeslag krijgt en hoeveel, hangt af van de huurprijs, zijn inkomen, zijn leeftijd en woonsituatie.
Voorbeeld.Uw zoon is 20 jaar en studeert. Hij heeft een bijbaantje dat jaarlijks € 6.000,- oplevert. U koopt een appartement van € 150.000,- en verhuurt hem dit voor € 400,- per maand. De huurtoeslag bedraagt dan € 2.100,- per jaar. Uw zoon is aan woonlasten dus € 400,- x 12 -/- € 2.100,- = € 2.700,- per jaar kwijt, ofwel € 225,- per maand.
En bij u als verhuurder? De huur is bij u niet belast, maar de woning is wel belast in box 3. Afhankelijk van de omvang van uw vermogen betaalt u maximaal 1,614% over de waarde van de woning. Daarbij mag u een correctie aanbrengen vanwege de verhuurde staat. In bovenstaand voorbeeld bedraagt de waarde in box 3 daarom niet € 150.000,- maar slechts € 93.000,-. U betaalt er dus maximaal € 93.000,- x 1,614% = € 1.501,- aan belasting over, terwijl u € 4.800,- aan huur ontvangt. Een nettorendement dus van 2,2%.
Terugschenken. Drukt de huur nog te veel op het budget, overweeg in dat geval niet de huur te verlagen, maar schenk de huur dan liever geheel of gedeeltelijk terug. Zodoende blijft de maximale huurtoeslag behouden en bovendien betaalt uw kind pas boven € 5.363,- (2018) schenkbelasting. Zorg dat u de schenking altijd apart houdt van de huurbetaling, dus ga bijvoorbeeld niet verrekenen.
Voordeel? Een voordeel is dat er bij aanschaf investeringsaftrek (max. 28%) mogelijk is. Wellicht kunt u ook de aanschaf-btw deels terugvragen. Dit naar de in redelijkheid geschatte verhouding tussen zakelijk en privégebruik. Helaas zijn voor de btw de woon-werkkilometers privé.
In het verleden toestemming gevraagd? Toestemming verlenen is een vrijwillige, actieve handeling. Een vakje aanvinken en het invullen van een e-mailadres zijn zulke handelingen. Let op. U moet ook duidelijk uitleggen wat er daarna gebeurt. ‘Vul uw e-mailadres in en download een gratis e-book’ is niet voldoende als u deze persoon ook nieuwsbrieven gaat sturen. Tip. Kunt u aantonen (bijv. via een logbestand of via uw e-mailprogramma) dat uw relaties toestemming gegeven hebben? Dan kunt u deze relaties gewoon nieuwsbrieven blijven sturen. Iedere nieuwsbrief moet wel voorzien zijn van een uitschrijflink.
Gerechtvaardigd belang. Kunt u niet bewijzen dat er toestemming verleend is en heeft u uw abonnees vóór 25 mei regelmatig nieuwsbrieven gestuurd? Dan zullen zij er niet raar van opkijken als u dat blijft doen. U heeft dus een gerechtvaardigd belang. Mits de inhoud en frequentie nagenoeg hetzelfde zijn. Er gelden wel bepaalde vereisten die u moet kunnen motiveren bij een eventuele controle door de Autoriteit Persoonsgegevens. Tip. Overweeg om bestaande relaties tóch opnieuw om toestemming te vragen. Dit is harder bewijs, hoeft niet gemotiveerd te worden én u schoont er uw abonneebestand mee op.
Winst uit onderneming is winst die u als ondernemer geniet uit een of meerdere ondernemingen, verminderd met de ondernemersaftrek, zoals zelfstandigenaftrek, startersaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en meewerkaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Zo is het voor u dus vaak gunstig om als ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB) aangemerkt te worden. U komt zo dus in aanmerking voor de ondernemersfaciliteiten.
Wanneer IB-ondernemer? Wanneer bent u ondernemer voor de IB? Bij de beoordeling of u IB-ondernemer bent, let de Belastingdienst o.a. op:
Tip. Weet u het niet zeker? Wanneer het om een behoorlijk financieel belang gaat, laat dan door een belastingdeskundige beoordelen of u recht heeft op de ondernemersstatus.
Heeft u inkomsten uit arbeid die u niet verricht heeft in dienstbetrekking of in het kader van uw onderneming? Dan worden deze inkomsten gezien als inkomsten uit overige werkzaamheden. Bij de berekening van het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden mag de ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling niet toegepast worden. Wel mag u de aftrekbare kosten en de terbeschikkingstellingsvrijstelling (indien van toepassing) op de inkomsten in mindering brengen.
Voorbeelden van overige werkzaamheden zijn:
Naar het buitenland. De vakantieperiode breekt weer aan en dus vertrekken er veel Nederlanders weer op vakantie naar het buitenland. Als u uw auto van de zaak gebruikt om op uw buitenlandse vakantiebestemming te komen, denk er dan aan dat ook de in het buitenland gemaakte autokosten zakelijk en dus aftrekbaar zijn.
Autokosten. U moet onderweg natuurlijk een aantal keer tanken en als u pech heeft, moet u misschien ook nog met uw auto naar een garage. Tip. Omdat het om een auto van de zaak gaat, zijn de tijdens uw vakantie gemaakte kosten (zoals brandstof, tol, reparatie) zakelijk en dus aftrekbaar. Voor uw privégebruik van de auto van de zaak moet u immers al belasting betalen via de bijtelling voor privégebruik. Alle kosten die u onderweg maakt, zijn dus in principe aftrekbaar en dat geldt ook als de kosten in het buitenland gemaakt zijn. Let op. U moet er natuurlijk wel voor zorgen dat u de gemaakte kosten kunt bewijzen. Bewaar dus benzinebonnen, toltickets, facturen van reparaties, e.d.
Extra bijtelling privégebruik? Houd wel in de gaten dat de bijtelling voor privégebruik in beginsel het wettelijk vastgestelde percentage is. Bij relatief veel privégebruik mag de inspecteur hier echter van afwijken. Hij moet dit dan wel aannemelijk kunnen maken. Maar stel dat u vier keer per jaar met de auto op vakantie naar Spanje gaat en de daarvoor gemaakte autokosten als aftrekpost opvoert, dan is dit natuurlijk niet zo moeilijk voor de inspecteur.
Wat met de buitenlandse btw? De btw op de in het buitenland gemaakte kosten van uw auto van de zaak kunt u terugvragen bij de Nederlandse Belastingdienst. U moet daarvoor wel wat moeite doen. Bovendien gelden er aanvullende eisen, zoals een minimumbedrag van € 50,- als grens, voordat de btw geclaimd kan worden. Het terugvragen van de in het buitenland betaalde btw moet u digitaal doen via de Nederlandse Belastingdienst. Bij het terugvragen moet u de betaalde btw per land specificeren. In sommige gevallen moet u de facturen meesturen.
Verhoging laag tarief. Zoals reeds aangekondigd in het afgelopen regeerakkoord wil men met ingang van 1 januari 2019 de goederen en diensten die belast zijn met 6% btw verhogen naar 9% btw. Het gaat dan om goederen en diensten, zoals:
Of u die verhoging doorberekent, mag u natuurlijk helemaal zelf weten. Dat is dus niet verplicht. Maar wat zijn de gevolgen van het niet doorberekenen van de verhoging in uw verkoopprijs?
U past de verkoopprijs wel aan. Besluit u om de btw-stijging van 3% in uw verkoopprijs aan te passen, dan moet u rekening houden met het feit dat de netto(prijs)verhoging het (nieuwe) bedrag vermenigvuldigd met 100/109 bedraagt.
Voorbeeld.De verkoopprijs van een boek bedraagt € 25,- incl. 6% btw. Om de verhoging van de btw correct door te voeren, berekent u eerst de verkoopprijs excl. btw. Dit doet u als volgt: 100/106 x € 25,- = € 23,58. Dan berekent u over € 23,58 9% btw. Dus als volgt: 109/100 x € 23,58. De nieuwe verkoopprijs incl. 9% btw wordt dus € 25,71.
U past de verkoopprijs niet aan. U besluit om de btw-verhoging niet door te berekenen in uw verkoopprijs. Met enkele rekenvoorbeelden laten wij u zien wat de gevolgen zijn van het niet aanpassen van de verkoopprijs.
De verkoopprijs van een boek is € 25,- incl. 6% btw. De inkoopprijs van een boek is € 15,- excl. btw.
Uw omzet incl. 6% zoals het nu is:
| Verkoop 1.000 boeken € 25,- | € | 25.000,- | |
| Af te dragen btw hierover 6% = 6/106 x € 25.000,- | € | 1.415,09 | |
| Netto-omzet | € | 23.584,91 | 100% |
| Inkoopwaarde van de omzet = 1.000 x € 15,- | € | 15.000,- | 63,60% |
| Brutowinstmarge | € | 8.584,91 | 36,40% |
Omzet blijft gelijk, u rekent geen 3% door:
| Verkoop 1.000 boeken € 25,- | € | 25.000,- | |
| Af te dragen btw hierover 9% = 9/109 x € 25.000,- | € | 2.064,22 | |
| Netto-omzet | € | 22.935,78 | 100% |
| Inkoopwaarde van de omzet = 1.000 x € 15,- | € | 15.000,- | 65,40% |
| Brutowinstmarge | € | 7.935,78 | 34,60% |
U berekent wel 3% door in uw prijs:
| Verkoop 1.000 boeken € 25,70 | € | 25.700,- | |
| Af te dragen btw hierover 9% = 9/109 x € 25.000,- | € | 2.122,02 | |
| Netto-omzet | € | 23.577,98 | 100% |
| Inkoopwaarde van de omzet = 1.000 x € 15,- | € | 15.000,- | 63,62% |
| Brutowinstmarge | € | 8.577,98 | 36,41% |
Brutowinstmarge. Zoals u ziet, daalt uw winstmarge op het moment dat u de btw-verhoging niet doorberekent in de verkoopprijs.
Let op. Op zich lijkt dit niet erg veel. Maar ook hier geldt de macht der grote getallen. Bestaat uw omzet namelijk voornamelijk uit 6%-omzet dan kan uw winst flink inzakken indien u de btw-verhoging niet doorberekent in uw verkoopprijs.
Box 1. Uw inkomsten uit werk en woning (box 1) worden progressief belast. Hoe hoger uw inkomen, hoe meer belasting u betaalt. Zo bedraagt de belasting in de hoogste schijf 51,95% (2018).
Wisselend inkomen. Als u te maken heeft met een sterk wisselend inkomen, dan kan dit ertoe leiden dat u door het progressieve tarief gemiddeld genomen in een te dure tariefklasse valt. Middeling kan dan mogelijk een uitkomst bieden om een deel van de belasting terug te krijgen.
Voor wie? Middeling levert vaak een voordeel op als u een inkomenspiek heeft in een bepaald jaar. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de situatie dat u uw onderneming heeft gestaakt, een ontslaguitkering heeft ontvangen of een afkoopsom voor alimentatie heeft ontvangen, maar ook als u gedurende een jaar geen inkomen heeft gehad. Tevens kan middeling bij uw kind interessant zijn als hij na de afronding van zijn studie is gaan werken en hij naast de studie een bijbaan had.
Drie aaneengesloten jaren. Bij de middelingsregeling berekent u uw gemiddelde jaarlijkse box 1-inkomen over een periode van drie aaneengesloten jaren, het middelingstijdvak. Over dit inkomen berekent u vervolgens hoeveel belasting u dan per jaar verschuldigd zou zijn. Vervolgens vergelijkt u dit ‘fictieve’ bedrag met het totaalbedrag van de daadwerkelijk geheven belasting. Als dit verschil meer bedraagt dan € 545,-, dan ontvangt u het meerdere terug van de Belastingdienst.
Let op 1. U hoeft geen rekening te houden met de heffingskortingen.
Let op 2. Het te middelen inkomen is het inkomen na verliesverrekening.
Middelingstijdvak. U mag zelf kiezen welke aaneengesloten jaren u in de middeling betrekt. Als u een jaar echter eenmaal in een middelingsverzoek heeft meegenomen, dan kunt u dit jaar later niet meer meenemen in een ander middelingstijdvak. Tip. Middeling heeft geen gevolgen voor de toeslagen die u heeft ontvangen over de jaren van het middelingstijdvak.
Verzoek. Als middeling in uw situatie uiteindelijk een voordeel oplevert, dan kunt u een middelingsverzoek bij de Belastingdienst indienen. Het is van belang dat u bij dit verzoek ook een berekening van de middeling opneemt.
Termijn. U moet het middelingsverzoek indienen binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag van het middelingstijdvak onherroepelijk is geworden. Dit betekent dat er een definitieve aanslag is opgelegd waartegen u geen bezwaar of beroep meer kunt aantekenen.
U heeft 36 maanden de tijd om uw middelingsverzoek in te dienen en gebruik deze termijn dan ook goed. Dien uw middelingsverzoek niet te snel in, want het zou jammer zijn als achteraf blijkt dat middeling over de jaren 2015-2017 een grotere teruggaaf oplevert dan over de jaren 2014-2016.
Aanvraagperiode. Zo kunt u vanaf 15 mei 2018 tot 1 oktober 2018 een aanvraag indien voor een compensatie van een bedrag van € 5.600,- bruto. Let op. Aanvragen die na 30 september 2018 binnenkomen, worden niet meer in behandeling genomen!
Maakt u aanspraak op de regeling? Vul het aanvraagformulier in dat u bij ons kunt opvragen.
Wat heeft u hiervoor nodig? U heeft de hiernavolgende gegevens nodig.
Let op uw toeslagen. Deze compensatie telt echter wel mee als (gezins)inkomen en kan daardoor ook van invloed zijn op eventuele toeslagen waarop u recht heeft, zoals de huurtoeslag en zorgtoeslag. Om naheffing na onterecht ontvangen toeslagen te voorkomen wordt de compensatie naar verwachting tussen 1 januari en 1 april 2019 door het UWV uitgekeerd.
Let op. Deze compensatie telt mee voor het inkomen van 2019. Zo kunt u dus het beste voor 2019 tijdig de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2019 aanpassen en de extra inkomsten doorgeven aan de Belastingdienst.
Dit doet u vanaf 2019. Dit doet u voor 2019 vanaf het belastingjaar 2019 via https://mijn.belastingdienst.nl/GTService/inloggenMetDigiD.htm Via ‘Formulieren’ kunt u bij ‘Inkomstenbelasting 2019’ een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen of wijzigen.
Rendement. Inkomsten uit sparen en beleggen zijn belast in box 3. Deze worden belast tegen 30%. De wetgever gaat niet uit van de werkelijke inkomsten, maar van een verondersteld rendement. Dit om de heffing in box 3 te vereenvoudigen. De vraag is of het uitgangspunt van een verondersteld rendement wel rechtvaardig is. Want wat nu als u dit rendement helemaal niet haalt?
Hoe zat het ook alweer? Tot 2017 werden inkomsten in box 3 belast tegen een vast tarief van 30% over een verondersteld rendement van 4%. Sinds 2017 gaan we niet meer uit van een verondersteld rendement van 4%, maar is het veronderstelde rendement afhankelijk gesteld van de omvang van het vermogen. Hoe meer vermogen, hoe hoger het veronderstelde rendement geacht wordt te zijn. Dit vanuit de filosofie dat bezitters van grote vermogens eerder zullen overgaan tot beleggen in plaats van sparen: dus een hoger rendement.
Buitensporige last? Sinds het bestaan van box 3 wordt er geprocedeerd inzake de belastingheffing over het veronderstelde rendement. Tot nu toe met weinig succes. De heffing pakt in het algemeen niet altijd even rechtvaardig uit, maar leidt zelden tot een zogenaamde buitensporige last. Onlangs echter kwam de Hoge Raad tot een ander oordeel, dus ving de fiscus bot. Lees verder!
In de betreffende zaak ging het om een belastingplichtige die in 2013 in het bezit was van een kleine € 300.000,- aan aandelen. Op 31 januari van dat jaar maakte hij echter de vergissing van zijn leven. Hij verkocht alle aandelen en kocht er aandelen SNS Reaal voor terug. Precies een dag later besloot de minister van Financiën alle aandelen SNS Reaal te onteigenen. De bezitters van de aandelen kregen een schadeloosstelling van nihil!
Ai, en toen toch heffing … Ondanks dat uw collega zijn investering van bijna € 300.000,- in rook zag opgaan, moest hij belasting betalen over een verondersteld rendement van 4%, in totaal € 3.129,-. Zijn bezwaar hiertegen werd afgewezen en dus kwam de zaak voor de rechter, 06.04.2018 (HR:2018:511) .
Armoedegrens. De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat in de betreffende omstandigheden de heffing in box 3 onevenredig hard uitpakte. Door het veronderstelde inkomen in box 3 kwam de belastingplichtige niet meer in aanmerking voor huurtoeslag. Daardoor kwam hij qua inkomen onder de wettelijke armoedegrens uit. Alles in ogenschouw nemend was de Hoge Raad van mening dat een heffing in box 3 alleen over de periode dat de aandelen in het bezit van uw collega waren, op zijn plaats was. De aanslag werd daarop teruggebracht tot € 260,-.
Tip. Of u een verondersteld rendement ook behaalt, doet niet ter zake. Alleen als die heffing zo onredelijk uitpakt dat er sprake is van een buitensporige last, kunt u de heffing met succes aanvechten. U zult dan, net als uw collega in genoemde zaak, moeten aantonen dat de heffing in uw speciale geval zodanig onredelijk uitpakt, dat dit niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest.
Wat speelt er? In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen. Schulden mag u op het vermogen in mindering brengen. Daar horen in een aantal gevallen ook uw toekomstige verplichtingen bij. Welke zijn nu aftrekbaar als schuld in box 3? En kunnen een besparing van maximaal 1,614% van de waarde van uw vermogen opleveren?
Hoofdregel is dat een schuld in box 3 aftrekbaar is als deze niet als persoonlijke verplichting aftrekbaar is. Zo is alimentatie die u aan uw ex-partner betaalt, aftrekbaar als persoonlijke verplichting. Deze toekomstige uitgaven zijn dus niet aftrekbaar zijn als schuld in box 3. Dat is alleen anders als de alimentatie niet aftrekbaar is als persoonlijke verplichting. Dit is echter meestal niet zo.
Kinderalimentatie. Kinderalimentatie is niet als persoonlijke verplichting aftrekbaar in box 1, maar ook niet meer als schuld aftrekbaar in box 3. Dat was anders tot 2017, toen u die schuld nog wel in box 3 kon opvoeren. Dit is nu dus veranderd.
Giften. Giften zijn onder voorwaarden als persoonlijke verplichting aftrekbaar in box 1. In die gevallen is er dus geen recht op aftrek in box 3. Voldoet u niet aan de voorwaarden, dan is de gift niet aftrekbaar in box 1, maar vermindert deze wel uw vermogen in box 3. Zo moet een periodieke gift minstens gedurende vijf jaar betaald worden. Tip. Kiest u voor een kortere periode, dan is er dus geen aftrek in box 1, maar wel in box 3.
Schenking op papier. Bij een schenking op papier, ook wel schuldigerkenning uit vrijgevigheid genoemd, is aftrek in box 3 alleen aan de orde als u voldoet aan een aantal voorwaarden. Is de schenking bedoeld om ná het overlijden te worden uitgevoerd, dan moet u deze notarieel laten vastleggen. Is de schenking bedoeld om vóór het overlijden te worden uitgevoerd, dan is een onderhandse akte voldoende. De verkrijger betaalt wel belasting in box 3, maar dat kan minder zijn bij weinig of geen vermogen. Ook kan het een middel zijn om een heffingskorting te realiseren als er verder geen of weinig belastbaar inkomen is.
Belastingschulden mag u soms ook in mindering brengen op uw vermogen. Het moet dan een schuld uit een voorlopige aanslag inkomstenbelasting betreffen onder de volgende voorwaarden:
Tip. Verder mag ook nog niet-betaalde erfbelasting worden afgetrokken in box 3.
Onlangs speelde de vraag of de eigen bijdrage voor toekomstige zorg in een zorginstelling in mindering mag worden gebracht op het vermogen. De rechtbank, 21.03.2018 (RBNNE:2018:992) , vond van niet, maar de zaak is nog niet aan een hogere rechter voorgelegd. Van belang is volgens de rechter dat de uitgaven allerminst vaststonden, aangezien er nog van alles kon wijzigen. Ook kon het vermogen voor die tijd nog dalen en bestaat er tegenover de bijdrage een recht op verzorging.