“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Vrijwilliger inzetten kan niet, maar ‘hulp’ inzetten wel!

Een hulp is toch een werknemer?

Als u hulp inschakelt, moet deze – tenzij hij of zij elders in dienst is of een onderneming drijft en in het kader van deze onderneming bij u werkt – in principe aangemerkt worden als werknemer.

Veel gedoe. Dat betekent dat u zich verplichtingen op de hals haalt zoals ontslagbescherming voor de werknemer en doorbetaling bij ziekte. Fiscaal gezien betekent het hebben van een werknemer dat u een loonadministratie moet voeren, de werknemer zich moet identificeren en u loonheffingen moet berekenen en betalen. Veel rompslomp dus. Dat is prima voor diegene die iets langer regulier bij u aan het werk gaat, maar wel heel veel moeite voor diegene die u een keer een vergoeding wilt geven voor zijn hulp.

Kan dat anders? Mensen die een enkele keer meehelpen, hoeft u niet als werknemer aan te merken als de samenwerking voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

  1. het gaat echt om een enkele keer hulp door een persoon; én
  2. deze persoon heeft geen arbeidsovereenkomst of andere afspraak met u op grond waarvan hij zich heeft gebonden om voor u te werken. Komt hij niet, dan heeft u dus gewoon pech en kunt u hem niet aanspreken op het niet nakomen van zijn verplichtingen.

Tip. Wilt u wel spelregels afspreken voor het geval deze persoon (zonder arbeidsverplichting) komt, gebruik dan ons model.

Wanneer dan een hulp inzetten?

Voorbeelden. Denk aan een relatie die een keer voor u de weg op gaat en u een mooie klant doorspeelt en die u daarvoor wilt belonen. Of aan iemand die eens een dagje helpt met het zware werk bij het opruimen van het magazijn. Of voor het verspreiden van een actiefolder. Let op. Als u iemand regelmatig inhuurt om voor u contracten te sluiten (zoals een handelsagent of als colporteur) dan moet u deze persoon, zelfs als er geen arbeidsovereenkomst is gesloten, aanmerken als werknemer indien deze persoon uitsluitend voor u werkt en maximaal twee medewerkers heeft.

Hulp ingezet, dan moet u eind 2018 …

Belangrijk. Verder is het belangrijk dat u aan het eind van het jaar een IB47-verklaring invult. Dit is een verklaring waarin u de gegevens opneemt van iedereen die in het afgelopen jaar een betaling zonder loonheffingen heeft ontvangen. U kunt deze verklaring invullen via uw persoonlijke deel van het gegevensportaal van de Belastingdienst. Inloggegevens hiervoor kunt u krijgen via gegevensuitwisseling@belastingdienst.nl.

Geen beloning? Stel, u vindt iemand die geen beloning wil, maar enkel een onkostenvergoeding zoals een kilometervergoeding? Dan is er nog een tweede optie. U mag zoiets afspreken onder de voorwaarde dat deze hulp vrijblijvend is. Hij is dus niet door een contract gebonden om te werken. Tip. Ook voor deze situatie kunt u het hiervoor genoemde contract zonder arbeidsverplichting gebruiken. Daarnaast is het belangrijk dat de kostenvergoeding niet hoger is dan de gemaakte kosten. Is dat wel zo, dan is er namelijk toch sprake van loon (en dus risico van werknemerschap).

Wilt u iemand die u incidenteel helpt, belonen, dan mag dat buiten de loonheffing blijven als het echt om een enkele keer gaat of om iemand die alleen een onkostenvergoeding krijgt en wanneer (in beide gevallen) de hulp ook niet contractueel verplicht is om u te helpen. Vraag het modelcontract bij ons op. bron:indicator

U moet te lang op uw geld wachten …

Debiteurenbeheer

Btw voorfinancieren? Een actief debiteurenbeheer is een essentieel onderdeel van uw bedrijfsvoering. U wilt immers betaald krijgen voor de producten en diensten die u levert. Als uw debiteuren niet betalen, kunt u zelf niet meer aan uw financiële verplichtingen voldoen.

Let op. Hoe langer u op uw geld moet wachten, hoe meer risico u loopt, hoe meer btw u moet voorfinancieren, hoe minder werkkapitaal u ter beschikking heeft en hoe meer kortlopend krediet u nodig heeft, waarvoor u rente betaalt.

Minder rentelasten. Daarom is een efficiënt debiteurenbeheer essentieel voor het voortbestaan van uw onderneming. Een efficiënt debiteurenbeheer helpt u aan ruimere liquiditeit en kan ervoor zorgen dat u minder krediet nodig heeft. Minder krediet is minder rentekosten.

Debiteurengegevens? Bent u in het bezit van kwartaalcijfers, dan kunt u de balansstanden van de debiteuren gebruiken.

Tip 1. U kunt ook de debiteurenlijsten per 1 januari, 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december opvragen bij uw boekhouder. Het voordeel hiervan is dat u het betaalgedrag per debiteur kunt uitrekenen.

Tip 2. Via de gemiddelde betalingstermijn per debiteur kunt u ook het betaalgedrag per debiteur vaststellen. Bijvoorbeeld:

Stand 1 januari 2017 € 40.500,-
Stand 31 maart 2017 € 50.500,-
Stand 30 juni 2017 € 20.800,-
Stand 30 september 2017 € 60.000,-
Stand 31 december 2017 € 55.000,-

Gemiddelde debiteurensaldo = 0,5 x € 40.500,- + € 50.500,- + € 20.800,- + € 60.000,- + 0,5 x € 55.000,- / 4 = € 44.763,-.

Omloopsnelheid

Nu we het gemiddelde debiteurensaldo berekend hebben, kunnen we de omloopsnelheid van de debiteuren berekenen.

De formule omloopsnelheid. Verkopen op rekening (incl. btw) / gemiddeld debiteurensaldo. Voorbeeldberekening omloopsnelheid:

Gemiddeld debiteurensaldo €   44.763,-
Verkopen op rekening (incl. btw) 2017 € 400.500,-
Omloopsnelheid 8,9

Omloopsnelheid = € 400.500,- / € 44.763,- = 8,9.

Uitkomst? De investering in de debiteuren loopt 8,9 x per jaar ‘om’ (de omloopsnelheid genoemd). De gemiddelde betalingstermijn in dagen is: 365 / 8,9 = 41 dagen.

Gevolg? Hoe sneller een debiteur betaalt, hoe gunstiger het voor u is. Stel dat bovengenoemde betalingstermijn van 41 dagen naar 30 dagen teruggebracht zou kunnen worden, dan zou dat betekenen dat u op jaarbasis € 12.010,- minder aan krediet nodig heeft. 30/41 x € 44.763,- = € 32.753,-. € 44.763,- -/- € 32.753,- = € 12.010,-.

Let op. Een optimale beheersing van uw debiteurenposten is alleen mogelijk indien u uw boekhouding regelmatig bijwerkt.

Via het gemiddelde debiteurensaldo kunt u de omloopsnelheid berekenen. Hoe hoger dit is, hoe beter. Gebruik ons stappenplan (bij ons opvraagbaar) om uw factuur sneller betaald te krijgen. bron:indicator

Voorlopige aanslag 2018, loop niet tegen boete aan …

Voorschot. Ondernemers hebben in het begin van dit jaar de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2018 ontvangen. De Belastingdienst neemt op deze manier een voorschot op de door u te betalen inkomstenbelasting 2018. Het exacte bedrag wat u over 2018 moet betalen wordt immers pas bekend als u de aangifte voor 2018 indient. Nu heeft u de mogelijkheid om de voorlopige aanslag 2018 in termijnen te betalen. Wat nu als u die maandelijkse voorschotten te hoog vindt? Kunt u dan zomaar de voorlopige aanslag verlagen of hoe werkt dat?

Hoe voorlopige aanslag vastgesteld?

De voorlopige aanslag is gebaseerd op uw aangifte van voorgaande jaren. Via deze gegevens maakt de Belastingdienst een schatting van uw winst over 2018 en weet deze zo wat u bijvoorbeeld jaarlijks kwijt bent aan hypotheeklasten en of u al dan niet uitgaven heeft aan ziektekosten, etc.

Te hoog of te laag? Het kan natuurlijk gebeuren dat de bedragen voor het jaar 2018 geheel anders zijn, waardoor uw voorlopige aanslag te hoog of te laag uitvalt. Als dit het geval is, kunt u op eigen verzoek uw voorlopige aanslag bijstellen.

Het digitale formulier leidt u door diverse vragen die de Belastingdienst nodig heeft voor een correcte aanslag. Zo geeft u aan wat uw verwachte winst is, uw verwachte uitgaven zoals hypotheekrente, giften, enz. Op basis van deze gegevens legt de fiscus u een nieuwe voorlopige aanslag op, die meer overeenkomt met de werkelijkheid.

Welke werkelijkheid? De informatie die u verstrekt bij de wijziging of aanvraag van een voorlopige aanslag moet wel zo veel mogelijk aansluiten bij de werkelijkheid. Let op. Indien u opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt, om zo bijvoorbeeld minder belasting hoeven te betalen, loopt u het risico op een vergrijpboete. Tip. Zorg voor een goede onderbouwing van de gegevens die u invult bij ‘Een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen of wijzigen’.

Vergrijpboete

Vanaf 1 januari 2014 wordt op het opzettelijk onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens en inlichtingen in het kader van de voorlopige aanslagregeling en bij herziening een vergrijpboete gesteld. Als de Belastingdienst kan bewijzen dat u opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt, dan kan deze u een vergrijpboete opleggen. Dat is max. 100% van het bedrag dat u ten onrechte heeft teruggekregen of dat u ten onrechte niet heeft betaald en kan uiterlijk vijf jaar na de onjuiste of onvolledige aanvraag of wijziging voorlopige aanslag inkomstenbelasting worden opgelegd. Tip. U kunt alleen een vergrijpboete krijgen als u zelf onjuiste gegevens verstrekt bij ‘Een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aanvragen of wijzigen’. Krijgt u van de Belastingdienst een onjuiste voorlopige aanslag, dan krijgt u geen boete.

Belastingrente? Een te lage opgelegde voorlopige aanslag kan leiden tot 4% belastingrente. Tip. Voorkom dit door voor het jaar 2018 aangifte te doen voor 1 mei 2019 of om vóór 1 mei 2019 een ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2018’ in te dienen.

2017. Blijkt uw voorlopige aanslag 2017 te laag, dien dan zo snel mogelijk uw belastingaangifte in.

Alleen als u zelf opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt, om zo bijvoorbeeld minder belasting te hoeven betalen, loopt u het risico op een vergrijpboete. Bovendien kan een te lage opgelegde voorlopige aanslag leiden tot 4% belastingrente. Blijkt uw voorlopige aanslag 2017 te laag, dien dan zo snel mogelijk uw aangifte in. bron:indicator

Voorkom weigering btw-aftrek bij foute factuur

Factuureisen. Als een door u gestuurde factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, mag uw klant de btw niet als vooraftrek bij de aangifte omzetbelasting in mindering brengen. Voordat u die factuur opmaakt, geldt dat u de btw wel gewoon moet afdragen aan de Belastingdienst. Anderzijds geldt dit ook als u een factuur ontvangt van uw leverancier. Als die niet aan de wettelijke eisen voldoet, kan de btw-aftrek geweigerd worden.

Aftrek voorbelasting

Voor de btw is het dus van groot belang dat de inkoopfacturen die u van uw leveranciers ontvangt, voldoen aan de factuureisen. Als die niet voldoen aan de factuureisen, dan mag u in principe de in rekening gebrachte btw niet aftrekken.

En kleine gebreken dan? Uit rechtspraak blijkt dat kleine gebreken op een inkoopfactuur niet altijd de btw-aftrek in de weg staan. In een zaak voor het Europese Hof van Justitie, 15.11.2017 (EU:C:2017:867) , die de Duitse belastingdienst had aangespannen, heeft de Europese rechter beslist dat de vermelding van enkel een postbusnummer in plaats van het volledige adres waar de ondernemer is gevestigd, niet voldoende is voor het weigeren van de aftrek van voorbelasting.

Postbusnummer? De vermelding van naam en adresgegevens van de leverancier en afnemer is een verplichting die in de gehele EU geldt. Dat betekent dat als uw leverancier alleen zijn postbusnummer in plaats van vestigingsadres vermeldt, terwijl de factuur verder aan de voorwaarden voldoet, uw btw-aftrek niet geweigerd mag worden. Of dit ook geldt voor de vermelding van het postbusnummer van u als afnemer in plaats van uw vestigingsadres lijkt logisch, maar hierover heeft de rechter zich niet uitgesproken.

Nota in en uit altijd checken

Controleer dus altijd uw adresgegevens (vestigingsadres) en de adresgegevens van uw leverancier op de inkoopfactuur. Tip. Als het echter slechts gaat om een klein gebrek op de inkoopfactuur zoals het vermelden van een postbusadres in plaats van het vestigingsadres, dan mag de Belastingdienst de btw-aftrek niet weigeren. Als de inkoopfactuur echter meerdere gebreken bevat, zal de Belastingdienst hier eerder toe overgaan.

Aanvullende stukken. Als een inkoopfactuur een klein gebrek heeft, mag u de btw aftrekken als u met aanvullende stukken uw recht op aftrek kunt aantonen. Let op. Het is belangrijk dat u aanvullende stukken met betrekking tot de inkoopfacturen ook minimaal zeven jaar bewaard. Het gaat om stukken waaruit blijkt dat de goederen of diensten daadwerkelijk zijn geleverd of hiervoor een contract is gesloten. Denk hierbij aan offertes, orderbevestigingen, klachten of pakbonnen.

Dit heeft u nodig voor btw-aftrek

Belangrijk is dat de ‘materiële eisen voor aftrek’ belangrijker zijn dan de formele eisen. Dus er moet sprake zijn van het in rekening brengen van een vergoeding voor leveringen of diensten die door een ondernemer zijn of worden verricht voor een ondernemer die deze gebruikt voor btw-belaste prestaties.

Over kleine factuurfoutjes zal de fiscus niet snel vallen, behalve als de fouten veelvuldig voorkomen. Beter is het om vragen hierover te voorkomen en zowel inkomende als uitgaande facturen te checken op de wettelijke factuureisen. bron:indicator

Privébijtelling auto in de Vof en maatschap, hoe zit dat?

Gemakshalve. Ook in de Vof (hiermee bedoelen we vanaf nu de Vof en de maatschap) heeft u met de bijtelling voor het privégebruik van de auto te maken. Maar om hoeveel bijtellingen gaat het dan en hoe verdeel je dat? Wij maken u wegwijs …

Per auto één bijtelling

Net als bij eenmanszaken geldt ook voor de Vof dat u per auto met één bijtelling te maken heeft. Let op 1. Dit is alleen anders als u bewijst dat met de auto niet meer dan 500 kilometer privé gereden is in het jaar. Let op 2. Dat geldt dus voor het totale privégebruik van alle vennoten samen. Dat lukt vrijwel alleen met een sluitende kilometeradministratie.

Bijtelling verdelen? In een vennootschap moet de bijtelling op basis van de redelijkheid verdeeld worden. Is er bijvoorbeeld één auto van de zaak en zijn er drie vennoten aan wie de auto voor privégebruik ter beschikking staat, dan ligt een verdeling op basis van 1/3 deel van de bijtelling voor iedere vennoot voor de hand. Let op. Van belang is in ieder geval dat de bijtelling voor 100% over de vennoten verdeeld wordt.

Voorbeeld.Een Vof met drie vennoten beschikt over één auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 40.000,- en 22% bijtelling. De auto staat aan iedere vennoot ter beschikking voor privégebruik. De bijtelling per vennoot bedraagt dan in beginsel € 40.000,- x 22% x 33,33% = € 2.933,-.

Administratieve verwerking? Iedere vennoot wordt belast voor zijn of haar aandeel in de winst van de vennootschap. De bijtelling vermeerdert dit aandeel in de winst, zodat de vennoot meer belasting betaalt. Bedraagt in ons voorbeeld de winst van de Vof bijv. € 150.000,- en is het winstaandeel per vennoot 1/3 deel, dan bedraagt de winst per vennoot dus € 150.000,- / 3 = € 50.000,- vermeerderd met de bijtelling. De winst per vennoot komt dan per saldo neer op € 50.000,- + € 2.933,- = € 52.933,-.

Bijtelling op basis van winstaandeel?

Niet in iedere Vof wordt de winst gelijk verdeeld. In een Vof met drie vennoten zou ook een winstverdeling op basis van 20% – 30% – 50% mogelijk zijn. Bij meerdere gebruikers van een auto van de zaak, moet de bijtelling plaatsvinden op basis van de redelijkheid. Let op. Het lijkt dat een verdeling van de bijtelling op basis van de winstverdeling hieraan niet voldoet. De bijtelling is namelijk verschuldigd vanwege het feit dat de auto privé gebruikt kan worden en het is niet gezegd dat de vennoot met het grotere winstaandeel de auto ook meer privé gebruikt.

Afwijken kan met een ‘maar’. Een afwijkende verdeling van de bijtelling is mogelijk, mits hiervoor goede redenen zijn en de verdeling dus redelijk is. Zo zou het best kunnen dat een vennoot die de auto vaker privé gebruikt een groter deel van de bijtelling voor zijn rekening neemt. Zolang het totaal van de bijtelling 100% bedraagt, is hier weinig op tegen. De fiscus zal wel achterdochtig worden als het grootste deel van de bijtelling bij de vennoot terecht komt met het kleinste winstaandeel, omdat er dan per saldo een tariefvoordeel bereikt kan worden. U zult dan met heel goede argumenten moeten komen om dit te verdedigen.

In een Vof of maatschap moet u de bijtelling voor de auto of auto’s van de zaak over de vennoten/maten naar redelijkheid verdelen zolang het totaal van de bijtelling maar 100% over hen verdeeld wordt. Bijtellen op basis van winstaandeel is niet slim. Let erop dat u een afwijkende verdeling kunt onderbouwen. bron: indicator

Uw webshop en de btw

Verkoop via webshop

Hoofdregel. Indien u als Nederlandse ondernemer goederen verkoopt aan een particulier die woonachtig is in een ander EU-land moet u in principe gewoon de Nederlandse btw (21 of 6%) aan de particulier in rekening brengen en bij de Nederlandse Belastingdienst afdragen.

Drempelbedrag. Als bij de verkoop van de goederen aan particulieren in de EU het drempelbedrag voor afstandsverkopen wordt overschreden, geldt er echter een uitzondering. Als het drempelbedrag van de afstandsverkopen wordt overschreden, is er namelijk sprake van een afstandsverkoop en moet het btw-tarief van het land waar de particuliere afnemer gevestigd is, worden toegepast op de goederenlevering.

Regeling voor afstandsverkopen

Administratie bijhouden. Als gevolg van deze regeling voor afstandsverkopen moet u als u goederen levert aan particulieren in verschillende EU-landen, per EU-land een administratie bijhouden voor de drempelbedragen.

Drempelbedrag overschreden. Als de drempelbedragen worden overschreden, moet u zich in het andere EU-land registreren voor de btw om de btw af te kunnen dragen en btw-aangifte te kunnen doen tegen het btw-tarief dat daar geldt. Dit vraagt een uitgebreide administratie van u als ondernemer. Let op. Dit geldt ook als in het voorgaande jaar het drempelbedrag is overschreden.

Voorbeeld

U levert goederen aan particulieren in België. Het drempelbedrag voor België bedraagt € 35.000,-. Tot en met augustus 2018 heeft u voor € 34.500,- aan Belgische particulieren geleverd. U heeft hierover Nederlandse btw in rekening gebracht en afgedragen. In september 2018 verkoopt u voor € 1.000,- goederen aan een Belgische particulier. U overschrijdt daarmee het drempelbedrag. U moet dan over die levering en alle volgende leveringen aan Belgische particulieren, Belgische btw in rekening brengen en aan de Belgische belastingdienst afdragen. U moet zich dan ook in België laten registreren als ondernemer.

Niet bijhouden. U mag ervoor kiezen om de drempelbedragen niet bij te houden maar meteen de regeling voor afstandsverkopen toe te passen. Dit moet u schriftelijk bij de Nederlandse Belastingdienst aanvragen. U brengt dan altijd het buitenlandse btw-tarief in rekening aan uw klant in het andere EU-land, ook al haalt u het drempelbedrag niet. U moet dan uiteraard in dat EU-land ook altijd btw-aangifte doen.

Vanaf 2021 gewijzigde regels?

De Europese Commissie heeft per 2021 een nieuwe regelgeving voorgesteld waarbij via het MOSS-systeem (het Mini One Stop Shop-systeem) de buitenlandse btw gewoon in Nederland kan worden aangegeven. Dit MOSS-systeem geldt nu alleen voor digitale e-commerce diensten. De btw die in de EU-landen waar de particulieren wonen is verschuldigd, kan dan in de Nederlandse btw-aangifte worden aangegeven. De Nederlandse Belastingdienst zorgt vervolgens dat deze btw bij het juiste EU-land terecht komt. Wij houden u op de hoogte.

Als u via uw webshop goederen levert aan particulieren in verschillende EU-landen, moet u per EU-land een administratie bijhouden om vast te stellen of de drempelbedragen overschreden worden. bron:indicator

Vervanging Wet DBA per 1 januari 2020?

Uitwerking. Opdrachtgevers moeten duidelijkheid krijgen over de arbeidsrelatie door de invoering van de opdrachtgeversverklaring. Deze kunt u verkrijgen na invulling van de webmodule op de site van de Belastingdienst ( https://www.belastingdienst.nl – zoekwoord: opdrachtgeversverklaring).

Via toetsing moet de opdrachtgever zekerheid krijgen over het (niet) verschuldigd zijn van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, echter alleen als er echt wordt gewerkt conform de ingevulde antwoorden in de webmodule.

Volgens plan wordt (vanaf 2020) de Wet DBA vervangen door een opdrachtgeversverklaring. bron:indicator

Schenking in uw aangifte inkomstenbelasting?

Schenken voordeliger dan vererven? Schenkingen die u doet bij leven kunnen, mits u gebruikt maakt van de vrijstellingen schenkbelasting , fiscaal voordeliger zijn dan vererven bij overlijden. Door het doen van schenkingen neemt uw vermogen af, zodat uw erven later minder erfbelasting betalen. Het directe voordeel voor u is dat schenkingen uw box 3 vermogen kunnen verlagen zodat u minder of geen vermogensbelasting hoeft te betalen.

Tip. Vanaf 2017 geldt er een eenmalige extra schenkingsvrijstelling van € 100.000,- voor de eigen woning. Hoe zit dat?

Schenkbelasting bij ontvanger

De ontvanger van de schenking betaalt in de regel de schenkbelasting. Dit is niet het geval indien:

  • de schenking onder een vrijstelling valt. Degene die de schenking ontvangt, kan dan gebruik maken van de vrijstelling;
  • u ervoor kiest om de schenkbelasting te betalen. Let op. Als u als schenker de schenkbelasting betaalt, dan wordt het te betalen bedrag van de schenkbelasting ook gezien als een schenking.
Aan wie heeft u geschonken? De maximale vrijstelling in 2017 De schenking moet gebruikt zijn voor:
(Pleeg)kind €     5.320,- Vrije keuze
(Pleeg)kind tussen de 18 en 40 jaar, eenmalig €   25.526,- Vrije keuze
€   53.176,- Studie
€ 100.000,- Eigen woning
Overige verkrijgers €     2.129,- Vrije keuze
Overige verkrijgers tussen de 18 en 40 jaar, eenmalig € 100.000,- Eigen woning

Tip. Is diegene aan wie u geschonken heeft 40 jaar of ouder, maar heeft hij of zij een partner die jonger is dan 40 jaar? Dan kunt u tóch gebruik maken van de eenmalige vrijstelling.

Let op. De verkrijger van een eenmalige schenking mag van u slechts eenmaal in zijn leven deze schenking ontvangen. Dit betekent echter niet dat een ontvanger niet vaker een dergelijke schenking kan krijgen van andere schenkers. Dat is toegestaan.

Aanvullende schenking 2017?

Had u reeds in het verleden een bedrag geschonken met toepassing van de verhoogde schenkingsvrijstelling? Dan kon u in 2017 niet in alle situaties een aanvullend bedrag belastingvrij schenken. Dit was enkel mogelijk als u de ontvanger vóór 2010 een bedrag heeft geschonken en er in 2016 een inhaalschenking had plaatsgevonden of als u in 2015 of 2016 al een bedrag had geschonken.

Waarover vermogensbelasting betalen?

U betaalt vermogensbelasting over de waarde van uw bezittingen minus uw schulden (verminderd met een drempel), minus het heffingsvrije vermogen. De Belastingdienst neemt de waarde van uw vermogen op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet.

Tip. Heeft u schenkingen gedaan voor 1 januari 2017? Dan verlagen deze schenkingen uw box 3-vermogen voor de aangifte inkomstenbelasting 2017. Heeft u schenkingen gedaan na 1 januari 2017? Dan verlagen deze schenkingen uw box 3-vermogen pas voor de aangifte inkomstenbelasting 2018 in 2019.

Heeft u schenkingen gedaan voor 1 januari 2017? Dan verlagen deze schenkingen uw box 3-vermogen voor de aangifte inkomstenbelasting 2017. Heeft u schenkingen gedaan na 1 januari 2017? Dan verlagen deze schenkingen uw box 3-vermogen pas in 2019 voor de aangifte inkomstenbelasting 2018. bron:indicator

Andere auto gedurende het jaar, wat met de bijtelling?

Privébijtelling. De bijtelling voor de auto van de zaak bedraagt sinds 2017 standaard 22% en voor volledig elektrische auto’s 4%. Voor auto’s die vóór 2017 voor het eerst op naam zijn gezet, kan een hogere of lagere bijtelling gelden. Maar wat nu als u in een jaar een andere auto krijgt, of misschien zelfs vaker een andere? Hoe zijn dan de regels?

Tijdsevenredig

Het uitgangspunt is dat u de bijtelling tijdsevenredig berekent. Dus totdat u een andere auto krijgt, berekent u de bijtelling over de eerste auto, daarna over de tweede. Het lijkt eenvoudig …

U rijdt tot 4 oktober dit jaar in een auto met een cataloguswaarde van € 40.000,- met een bijtelling van 22%. Vanaf 4 oktober rijdt u in een volledig elektrische auto met een cataloguswaarde van € 45.000,-. Wat is dan de bijtelling?

276/365 x € 40.000,- x 22% = € 6.654,-
89/365 x € 45.000,- x 4% = €    439,-
Totale bijtelling € 7.093,-

Ontkomen aan privébijtelling, pas op!

Geen privégebruik! U kunt aan de bijtelling ontkomen door de auto’s in het jaar niet meer dan 500 kilometer privé te gebruiken.

Let op 1. U dient dit te bewijzen, dus een kilometeradministratie is vrijwel onmisbaar.

Let op 2. Houd er rekening mee dat de grens van 500 kilometer voor beide auto’s samen geldt. Schiet u over deze grens heen, dan krijgt u voor beide auto’s de bijtelling aan uw broek. Dit is ook zo als u één auto in het geheel niet privé gebruikt.

Stel dat u in ons voorbeeld de auto met de 22% bijtelling niet privé heeft gebruikt. Met de elektrische auto heeft u vanaf 4 oktober 1.200 kilometer privé gereden. U krijgt dan toch met een bijtelling van € 7.093,- te maken en niet slechts € 439,-.

Bijtelling oldtimer

Voor auto’s die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen, geldt een bijtelling van 35%. Deze moet u echter berekenen over de werkelijke waarde van de auto. Wettelijk is niet bepaald hoe u de waarde moet berekenen, dus u dient de waarde zo goed mogelijk te schatten. Bijvoorbeeld met behulp van prijzen van vergelijkbare auto’s op internet of een garagetaxatie.

Gemiddelde waarde? Als u de bijtelling voor een oldtimer over een bepaald jaar moet berekenen, ligt het voor de hand om uit te gaan van de gemiddelde prijs gedurende het jaar. Is de waarde van uw VW Golf uit 2000 bijvoorbeeld op 1 januari dit jaar € 1.000,- en op 31 december dit jaar nog € 800,-, dan gaat u uit van een bijtelling van 35% over een waarde van € 900,-, dus € 315,-.

Niet meer dan werkelijke kosten

Alleen voor IB-ondernemers. Het komt voor dat de bijtelling hoger is dan de totale jaarkosten van de auto. Wettelijk is de bijtelling dan gemaximeerd tot dit bedrag. De totale autokosten (uit ons voorbeeld) bedragen € 6.500,-. Omdat de berekende bijtelling van € 7.093,- hoger is dan € 6.500,-, wordt deze gemaximeerd op € 6.500,-. Die autokosten verlagen uw winst dus niet.

Als u in de loop van het jaar een andere auto krijgt, moet u de bijtelling voor iedere auto tijdsevenredig toepassen. Wilt u de bijtelling ontgaan, zorg dan dat u in het jaar met beide auto’s samen niet meer dan 500 km privé rijdt. bron:indicator

Denk aan uw suppletieaangifte

Btw-correctie. Van u als btw-ondernemer wordt er verwacht dat u iedere maand, ieder kwartaal of jaarlijks een btw-aangifte indient. Blijkt bij het opstellen van uw jaarstukken echter dat u te veel of juist te weinig btw heeft aangegeven in uw btw-aangifte, dan is het van belang dat u zo spoedig mogelijk een suppletieaangifte indient. Let op. Als u in de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig btw heeft aangegeven, bent u sinds 2012 verplicht om dit aan de Belastingdienst te melden.

Suppletieaangifte

Digitaal. De btw-correctie moet door u doorgegeven worden met een suppletieaangifte. Vanaf 1 januari 2018 kan deze correctie op de btw-aangifte alleen nog maar digitaal ingediend worden. Dit doet u via de site van de Belastingdienst of u maakt gebruik van uw eigen softwarepakket of van het softwarepakket van uw adviseur.

Naheffingsaanslag. Als u de suppletieaangifte heeft ingediend, moet u de verschuldigde btw nog niet betalen. U moet hiermee wachten tot de Belastingdienst u een naheffingsaanslag heeft gestuurd.

Kleine correctie. Niet alle correcties hoeft u door te geven met een suppletie. Gaat het namelijk om een correctie van € 1.000,- of minder, dan hoeft u geen suppletieaangifte in te dienen. De correctie mag dan verwerkt worden in de eerstvolgende btw-aangifte. De Belastingdienst zal de correcties dan meenemen in de reguliere aangifteprocedure.

Teruggaafbeschikking. Heeft u te veel btw afgedragen, dan ontvangt u van de Belastingdienst een teruggaafbeschikking. Het te ontvangen bedrag wordt aan u overgemaakt of wordt verrekend met nog openstaande belastingschulden. In sommige gevallen ontvangt u ook belastingrente over de teruggaaf.

Hoe zit het met eventuele boetes?

Vergrijpboete. Heeft u te weinig btw afgedragen en dient u geen suppletieaangifte in, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst een vergrijpboete oplegt. Deze boete kan oplopen tot maximaal 100% van de te weinig afgedragen btw.

Verzuimboete. Als u wel een suppletieaangifte indient, kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen. Deze verzuimboete bedraagt 5% van het btw-bedrag dat betaald had moeten worden, met een maximum van € 5.278,-. Tip. Er wordt echter geen verzuimboete opgelegd als het te betalen btw-bedrag lager is dan € 20.000,- of minder bedraagt dan 10% van het te betalen btw-bedrag over het boekjaar.

Voorkom dat u rente moet betalen

Belastingrente. Als er te weinig btw is afgedragen, bent u naast de eventuele vergrijp- of verzuimboete ook belastingrente verschuldigd over de nog af te dragen btw. Deze belastingrente bedraagt momenteel 4%.

Voor 1 april 2018. Heeft u over het jaar 2017 te weinig btw afgedragen, dan bent u geen belastingrente verschuldigd als u de suppletieaangifte voor 1 april 2018 indient bij de Belastingdienst. Het loont dus om nog deze maand uw suppletieaangifte in te dienen.

Als blijkt dat u over 2017 te weinig btw heeft afgedragen, dan bent u verplicht een suppletieaangifte in te dienen. Door deze suppletie voor 1 april 2018 digitaal in te dienen, voorkomt u dat u 4% belastingrente moet betalen. Een correctie van € 1.000,- of minder mag u verwerken in de reguliere btw-aangifte. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl