“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
In de eerste plaats zal er moeten worden bekeken welk vermogen de ouders in de toekomst zelf nog nodig denken te hebben. Dit zal mede afhangen van de levensstijl die men als ouders gewend is en de daarbij behorende uitgaven. Let op. Daarbij zal eveneens rekening moeten worden gehouden met eventuele behoeftige omstandigheden waarin men als ouders (of als langstlevende ouder) terecht kan komen.
Eens gegeven, blijft gegeven. Bij schenkingen geldt immers nu eenmaal het oude gezegde: ‘Eens gegeven, blijft gegeven’. Als geld en goederen door schenking eenmaal zijn overgegaan van het vermogen van de ouders naar dat van de kinderen, kunnen de ouders het geld en/of de goederen niet meer bij hun kinderen opeisen.
Terugschenken? Als de kinderen daartoe bereid zijn, kunnen ze het geschonken geld of de geschonken goederen weer terugschenken aan hun ouders.
Let op. Fiscaal gezien is dat echter niet interessant, omdat de ouders (2018: € 2.147,-) niet dezelfde fiscaal vrijgestelde bedragen hebben als de kinderen (2018: € 5.363,-).
Schenkingen op papier. Als de ouders onvoldoende liquide middelen hebben omdat hun vermogen in onroerende zaken (woonhuis, bedrijfspand) zit of in de onderneming, dan kunnen ze overwegen om ‘schenkingen op papier’ te doen. Er kan dan toch jaarlijks handig gebruik worden gemaakt van de fiscaal vrijgestelde bedragen, zonder dat het vermogen waar de ouders over kunnen beschikken kleiner wordt.
Wet langdurige zorg. Houd bij de afweging om al dan niet schenkingen te doen aan de kinderen rekening met de te betalen wettelijke eigen bijdrage als een van de ouders moet worden opgenomen in een zorginstelling.
Sinds 1 januari 2015 is de Wet langdurige zorg (Wlz) van kracht als de opvolger van de oude AWBZ. Op basis van de Wlz moet iemand die in een verpleeg- of zorginstelling wordt opgenomen een eigen bijdrage betalen.
Vermogen in box 3. Deze bijdrage is afhankelijk van het vermogen in box 3. Let op. Bij een groot eigen vermogen kan de eigen bijdrage oplopen tot een bedrag van maximaal € 2.332,60 per maand. Zie voor meer informatie: http://www.hetcak.nl/zelf-regelen/eigen-bijdrage-rekenhulp
Eigen bijdrage Wlz lager. Door schenkingen te doen aan kinderen (en kleinkinderen), kan het eigen vermogen in box 3 worden verlaagd. De eigen bijdrage Wlz zal dan op een lager bedrag worden vastgesteld.
Tip 1. Als de schenkingen de fiscaal vrijgestelde bedragen (jaarlijks € 5.363,- voor kinderen en € 2.147,- voor kleinkinderen, cijfers 2018) niet overschrijden, hoeft daarover uiteraard geen schenkbelasting te worden betaald.
Tip 2. Zijn er te weinig liquide middelen, dan kan er weer worden gedacht aan schenkingen op papier. Via jaarlijkse papieren schenkingen wordt er door de ouders een schuld opgebouwd die van het vermogen in box 3 mag worden afgetrokken.
Eens per jaar. Vakantiegeld wordt normaal gesproken maar eens per jaar uitbetaald. Daarom geldt dat de inhouding van loonheffing op het door u uitbetaalde vakantiegeld berekend wordt volgens de tabel bijzondere beloningen. Deze tabel geeft aan welk belastingtarief u moet toepassen op het vakantiegeld.
Afhankelijk van het jaarloon. De hoogte van dit tarief is afhankelijk van het jaarloon dat u in het voorgaande jaar heeft betaald aan de werknemer (of het jaarloon dat u dit jaar verwacht te betalen als de werknemer vorig jaar nog niet in dienst was).
Correctie loonheffingskorting. Maar daar komt nog iets bij: een correctie van de loonheffingskorting. Omdat de loonheffingskorting afhankelijk is van de hoogte van het totale jaarloon van een werknemer, kan deze veranderen als de werknemer een eenmalige beloning, zoals vakantiegeld, krijgt. Let op. Een werknemer die met zijn inkomen in de hoogste belastingschijf valt, verwacht waarschijnlijk een inhouding van 51,95% op zijn vakantiegeld, maar in sommige gevallen moet er 55,55% ingehouden worden omdat ook de loonheffingskorting lager wordt.
Percentage. Het percentage loonheffingen dat u totaal moet inhouden op het vakantiegeld ligt tussen 8,49% en 55,55%.
Even toelichten. Omdat veel werknemers het percentage dat op het vakantiegeld ingehouden wordt, niet zullen herkennen, is het wellicht raadzaam een korte toelichting te geven bij de uitbetaling van het vakantiegeld. Daarin kunt u uitleggen dat er niet alleen belasting wordt ingehouden, maar dat er ook een correctie op de loonheffingskorting wordt gemaakt.
Vrije ruimte benutten? Bij het uitbetalen van vakantiegeld kunt u bekijken of het mogelijk is een deel van het vakantiegeld als nettobedrag uit te betalen. Dit zou kunnen zonder extra lasten voor u als werkgever als u niet alle vrije ruimte benut die de werkkostenregeling u geeft. De vrije ruimte onder de werkkostenregeling is 1,2% van de totale loonsom.
Als u niet alle vrije ruimte gebruikt, dan kunt u bijvoorbeeld € 200,- per werknemer onbelast uitbetalen en de rest van het vakantiegeld belast uitbetalen aan de werknemers.
Woon-werkverkeer. Een andere mogelijkheid om de werknemer meer netto te laten overhouden, is het optimaliseren van de reiskostenvergoeding. U mag fiscaal gezien namelijk maximaal € 0,19 per kilometer onbelast vergoeden voor reiskosten woon-werkverkeer.
Onbelast aanvullen. Als de werknemer op grond van uw personeelsreglement of de toepasselijke cao een lagere reiskostenvergoeding krijgt, dan kan deze onbelast aangevuld worden in ruil voor een verlaging van het vakantiegeld. De werknemer houdt dan netto meer over en het kost u als werkgever niets extra.
Wat is investeren ook alweer? Investeren is het aangaan van verplichtingen ter zake van aanschafkosten, verbeteringskosten of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die u als ondernemer nodig heeft om uw producten te kunnen maken of uw diensten te kunnen verlenen. Denk hierbij aan machines, gereedschappen, transportmiddelen, inventaris, etc. Tip. Ook de niet-tastbare zaken, zoals goodwill en vergunningen, worden beschouwd als bedrijfsmiddelen. Het maakt daarbij niet uit of de investeringen zijn betaald met eigen middelen of met geleend geld.
De overheid probeert investeringen te stimuleren via een extra winstaftrek in het jaar van aanschaf. De investeringsaftrek staat los van de afschrijving. Er zijn drie soorten investeringsaftrek:
Tip. Als u investeert in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, kunt u naast de MIA-regeling in aanmerking komen voor de Vamil-regeling. Dit houdt in dat u in een willekeurig jaar een willekeurig percentage mag afschrijven. Let op. U kunt voor dezelfde investering geen EIA en MIA tegelijk krijgen. Een combinatie met de KIA mag wel.
Om te bepalen hoeveel de investeringsaftrek bedraagt, moet u eerst het bedrag van de investering weten. Waaruit bestaan zulke kosten?
Aanschafkosten. Hieronder vallen:
Verbeteringskosten. Dit zijn kosten die u maakt om een bestaand bedrijfsmiddel geschikter te maken voor het gebruik binnen uw bedrijf. Tip. Komt het desbetreffende bedrijfsmiddel in aanmerking voor investeringsaftrek, dan geldt dat ook voor de verbeteringskosten.
Voortbrengingskosten. Dit zijn de kosten die gemaakt worden als een bedrijfsmiddel binnen uw bedrijf wordt vervaardigd, zoals de arbeidskosten van een werknemer die een in delen geleverde machine in elkaar zet, de materiaalkosten en kosten van werk die derden voor u uitvoeren.
Tweedehands. Koopt u tweedehands met achterstallig onderhoud, dan maken de kosten voor het gebruiksklaar maken van het bedrijfsmiddel onderdeel uit van de aanschaffingskosten van het bedrijfsmiddel. Let op. Voor de MIA en EIA kunt u geen investeringsaftrek claimen op tweedehandsbedrijfsmiddelen. Over de investeringen (mits op de Energie- of Milieulijst) die gemaakt worden voor het gebruiksklaar maken van het tweedehandsbedrijfsmiddel is wel investeringsaftrek mogelijk.
Btw-plichtig? Dan geldt als basis voor uw aftrek de kosten excl. btw. Bent u btw-vrijgesteld, dan is dit incl. btw.
Kortingen en subsidies? Prijsverlagers trekt u van de aanschafprijs af.
Als webshophouder ontvangt u betalingen via creditcard of pinpas. De berekening van de verschuldigde btw gaat dan wel eens mis. Waarom?
Creditcard. Voor de berekening van de btw dient u uit te gaan van het bedrag dat uw klant daadwerkelijk aan de creditcardmaatschappij heeft overgemaakt. Dat is immers de bruto-omzet.
Provisie. Als uw klant betaalt met behulp van een creditcard, ontvangt u minder van de creditcardmaatschappij dan dat uw klant voor uw product in uw webshop heeft afgerekend. Er wordt namelijk provisie op ingehouden en dat dan ook nog eens btw-vrijgesteld. Let op. U moet echter btw afdragen over het bedrag alsof er geen provisie is ingehouden! De provisie is namelijk de btw-vrijgestelde vergoeding die u voor de diensten van de creditcardmaatschappij betaalt.
Voorbeeld.Uw klant koopt goederen die belast zijn met 21% via uw webshop en betaalt € 500,- met zijn creditcard. U ontvangt na inhouding van de provisie € 485,- van de creditcardmaatschappij. U dient echter de btw uit de vergoeding van € 500,- te halen en af te dragen Dus € 500,-/121 x 21 = € 86,78.
Let op. Een veelgemaakte fout is dat de af te dragen btw over de ontvangst na inhouding van de provisie wordt berekend. De € 15,- provisie die u betaalt, is ook nog eens een btw-vrijgestelde kostenpost.
Berekent u nog extra kosten door aan uw klant, dan zijn deze ontvangsten eveneens belast met btw. Houd daar rekening mee.
Voorbeeld.Stel, u heeft een webshop en u verkoopt goederen waarvoor het 21%-tarief geldt. Voor de verzendkosten geldt hetzelfde btw-tarief als voor de goederen (21%).
Let op. Levert u goederen waarvoor verschillende btw-tarieven gelden, dan berekent u de verzendkosten in dezelfde verhouding als de goederen.
Waar draagt u dan btw over af?
Voorbeeld.Stel, u verleent een klant van uw webshop via een code een korting van € 10,-. U draagt dan btw af over het aankoopbedrag minus de korting.
Voor betaalmiddelen die u ontvangt via iDeal, mag u als ondernemer alleen de daadwerkelijke transactiekosten doorberekenen aan uw klant. In dat geval moet u ook over deze transactiekosten btw afdragen! Het hoort immers tot de vergoeding voor de levering.
Voorbeeld.Een klant koopt in uw webshop voor € 75,-. Dit betaalt hij met zijn pinpas. Omdat u € 0,45 provisie betaalt per pintransactie, berekent u de schadepost van € 0,45 door aan uw klant. Op het einde van het betaalproces rekent de klant dus € 75,45 af met zijn pinpas. U draagt dus over € 75,45 21% btw af.
Eerst, wat is een datalek? Bij een datalek gaat het om toegang tot, vernietiging, wijziging of het vrijkomen van persoonsgegevens van uw bedrijf, zonder dat u dat heeft bedoeld. Een datalek moet in sommige gevallen gemeld worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en eventueel aan de betrokken persoon of personen.
De AVG en datalek. De AVG is van toepassing op geautomatiseerde of handmatige verwerkingen die bedoeld zijn om op te slaan in een bestand. Strikt genomen is de AVG dus niet van toepassing op een geprinte lijst met klantgegevens, maar daar denkt niet iedereen hetzelfde over. Let op. Verliest u dezelfde lijst digitaal? Dan is dat wél een datalek. Denk aan een gestolen laptop, verloren usb-stick of mobiel en een hack.
Wat te doen? Een datalek moet u beoordelen naar de aard van het lek (bijzondere/reguliere gegevens), omvang en de (mogelijke) gevolgen ervan. Er geldt geen meldplicht aan de AP of betrokkene(n) als het datalek waarschijnlijk geen hoog risico kent. Het kan echter wel zijn dat u een datalek wel moet melden aan de AP en niet aan de betrokkene(n).
Moet u alles melden? Het onterecht niet melden van een datalek kan leiden tot fikse boetes. Het is echter niet nodig om ieder voorval te melden. Vooral bij de kleinere ondernemingen waar de omvang van het lek niet groot is. Tip. Het is daarom verstandig om ieder (mogelijk) datalek vast te leggen in een register en daarbij, aan de hand van de richtsnoeren van de AP, schriftelijk vast te leggen waarom er besloten is om al dan niet te melden. Overleg dit register bij een evt. controle van de AP.
De wijzigingen moeten volgens de Europese Commissie uiterlijk per 1 juli 2022 ingaan, maar in Nederland gaan deze waarschijnlijk al per 01.01.2019 in, aldus een recente beleidsnota waarin staat dat de wijziging in het Belastingplan 2019 komt. We volgen dit voor u op de voet.
Wat betekent dit voor u? Als het voorstel wordt aangenomen, zal de vermindering in de kleineondernemersregeling (KOR) vervallen. Er is dan een vrijstelling tot een bepaalde omzetdrempel en daarboven niet meer. Als u te maken heeft met buitenlandse btw-verplichtingen (bijv. elektronische diensten of afstandsverkopen), dan kunt u ook profiteren van ‘lokale KOR ’.
Kleinschalig. Grote bedrijven beschikken vaak over een kantine en cateringservice. In het MKB is het vaak wat kleinschaliger, dus is het de vraag hoe je dan fiscaal gezien met dergelijke kosten moet omgaan.
Personeel. Als u uw personeel een maaltijd verstrekt, is dit belast als loon. Alleen als er een meer dan bijkomstig zakelijk belang is, is de maaltijd onbelast. Dat is het geval als zij tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kunnen eten. Voor een belaste maaltijd rekent u in 2018 € 3,35 tot het loon. Een eventuele eigen bijdrage trekt u ervan af. Tip. Die kosten zijn voor u als loonkosten tot € 3,35 per maaltijd per werknemer volledig aftrekbaar van de winst. Het eventuele restant van de kosten kunt u, net als de kosten van een onbelaste maaltijd, in beginsel voor 80% ten laste van de winst brengen. Dit omdat het kosten zijn behorend tot de categorie voedsel, drank en genotmiddelen.
Geen kantine? Het is niet van belang of u al dan niet over een kantine beschikt. Ook als u bijvoorbeeld een schaal broodjes klaarzet, wordt dit gezien als een maaltijd en is bovenstaande regeling van toepassing. Tip. Kleine consumpties en snacks op de werkplek zijn onbelast, zoals een reep chocola of stuk fruit. Let op. Er is al snel sprake van een maaltijd (een glas melk met een broodje kroket) en dan moet u gewoon € 3,35 tot het loon rekenen. Tip. Belaste maaltijden mag u ook onderbrengen in de werkkostenregeling (WKR). De kosten van maaltijden die u onderbrengt in de WKR, zijn 100% aftrekbaar.
Maaltijden onderweg? Maaltijden voor uzelf, bijv. op weg naar een klant, zijn zakelijk en kunt u dus voor 80% aftrekken (maar niet de btw). Let op. Weet dat de inspecteur uw kosten altijd op zakelijkheid kan toetsen via de administratie (binnenhalen opdracht, met wie onderweg?). Noteer dat zakelijk belang bijv. op de factuur van die kosten.
Zelf even wat eten op de werkplek. Ook uw eigen consumpties en maaltijden op de werkplek zullen meestal niet als zakelijk aangemerkt kunnen worden. Aftrek is dan uitgesloten, ook geen beperkte aftrek (80%) omdat het privékarakter overheerst.
Persoonsgebonden aftrek? Bepaalde extra uitgaven die u door persoonlijke omstandigheden maakt, mag u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. Omtrent deze aftrek bestaan volgens de Belastingdienst nogal wat onduidelijkheden, waardoor er fouten worden gemaakt. Waar gaat het zoal fout, aldus de fiscus?
Studiekosten en scholingsuitgaven. Kosten en uitgaven die verband houden met het volgen van een opleiding en studie mag u alleen in aftrek nemen bij persoonsgebonden aftrek als:
Let op. Volgt u een studie waarvoor u recht heeft op studiefinanciering, dan zijn de studiekosten 2017 voor deze studie niet meer aftrekbaar. Dit geldt ook als u geen gebruikmaakt van uw recht op studiefinanciering! Het recht erop telt hier.
Studiefinanciering. Met studiefinanciering wordt o.a. bedoeld: een prestatiebeurs, basisbeurs, aanvullende beurs, lening zoals collegegeldkrediet of een basislening en het recht op een reisvoorziening (ov-kaart).
Aftrek van giften. Voor giften aan een culturele ANBI geldt dat u de gift mag verhogen met 25%, tot een maximum van € 1.250,-. Let op. De extra aftrek geldt echter alleen voor periodieke en gewone giften aan culturele ANBI’s samen. Giften aan een reguliere ANBI mag u niet verhogen. Tip. Weet u niet of het om een reguliere of culturele ANBI gaat? Dan kunt u dit nagaan op: https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/anbi_zoeken
Specifieke zorgkosten. De uitgaven voor een dieet dat u volgt, zijn alleen aftrekbaar als u voldoet aan een aantal voorwaarden.
Als u de persoonsgebonden aftrek in een jaar niet kunt verrekenen met het inkomen in box 1, 3 of 2, ontstaat er een restant. U kunt het restant vinden op de beschikking van de definitieve aanslag 2016. Dit bedrag vult u in onder ‘Restant persoonsgebonden aftrek’ in de aangifte 2017. Een restant wordt door de Belastingdienst automatisch verrekend bij het vaststellen van uw definitieve aanslag. U hoeft dit dus niet in te vullen in uw aangifte. Doet u dit wel, dan kan daar al rekening mee gehouden worden bij het aanpassen van uw voorlopige aanslag. Vult u het niet in, dan loopt u het risico dat u langer op uw belastinggeld moet wachten omdat het dan pas door de Belastingdienst in aanmerking wordt genomen bij het vaststellen van de definitieve aanslag.
Nieuw. Per 1 januari 2018 is de wet inzake het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Echtgenoten die vanaf die datum zijn gehuwd in gemeenschap van goederen, behouden ieder hun eigen privévermogen dat ze voor het huwelijk hebben opgebouwd. Alleen het vermogen dat door hen beiden tijdens het huwelijk wordt verkregen, wordt gemeenschappelijk vermogen. Hetzelfde geldt voor goederen die voor het aangaan van het huwelijk door hen beiden gezamenlijk zijn aangekocht, zoals het woonhuis en inboedelgoederen.
Wat betreft een erfenis of schenking is het vaak de bedoeling van de erflater of schenker dat dit vermogen binnen de eigen familie blijft en niet tot het gemeenschappelijk vermogen van de verkrijger (eigen kind) gaat behoren. Dit om te voorkomen dat de ex-partner van het eigen kind na een echtscheiding ervandoor gaat met de helft van het geld.
Automatisch. Hier schiet de nieuwe wet te hulp. Sinds 1 januari 2018 geldt dat al hetgeen door overlijden of als schenking wordt verkregen, automatisch tot het privévermogen van de verkrijger behoort. Dat geldt dus ook voor een erfenis of schenking die tijdens het huwelijk wordt verkregen. Deze vallen niet in het gemeenschappelijk vermogen.
Alleen voor nieuwe huwelijken. Dit geldt echter alleen voor verkrijgers die vanaf 1 januari 2018 zijn gehuwd. Voor verkrijgers die voor die datum in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, blijft de uitsluitingsclausule in het testament of bij de schenking dus nog noodzakelijk.
Uitsluitingsclausule. Voor een erfenis (of legaat) moet de uitsluitingsclausule van toepassing worden verklaard in een testament (via uw notaris). Tegenwoordig staat er in alle testamenten automatisch een uitsluitingsclausule. Dat geldt dan voor erfgenamen die voor 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Zijn erfgenamen na 1 januari 2018 gehuwd, dan blijft de erfenis sowieso privévermogen. Voor een schenking is de uitsluitingsclausule vormvrij. Dat mag als vermelding op een bankafschrift. Let op. Dit moet duidelijk zijn en altijd schriftelijk worden vastgelegd (uiterlijk op de dag van de schenking).
De uitsluitingsclausule kan fiscaal onvoordelig uitpakken. Hetzelfde geldt voor de nieuwe wettelijke bepaling die zegt dat een erfenis of schenking automatisch privévermogen is.
Heeft het eigen kind een erfenis van € 1.200.000,- en is de partner de enige erfgenaam, dan komt de waarde van de verkrijging boven het fiscaal vrijgestelde bedrag (in 2018: € 643.194,-). Over het meerdere betaalt de langstlevende partner 10% (tot € 123.248,-) of 20% (over alles daarboven) aan erfbelasting.
Toch naar de partner. Om dat te voorkomen, kan de erflater of schenker bepalen dat de uitsluitingsclausule (voor gehuwden van voor 1 januari 2018) alleen geldt bij echtscheiding van de verkrijger en dat de insluitingsclausule (voor gehuwden van na 1 januari 2018) alleen geldt bij overlijden van de verkrijger. Tip. De waarde van de schenking of de erfenis wordt dan slechts voor de helft gerekend tot de waarde van de nalatenschap. In het voorbeeld blijft die waarde zo onder de drempel van het vrijgestelde bedrag en speelt er dus geen erfbelasting!