“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
In het Belastingplan 2018 was al aangegeven dat met ingang van 2018 voor de bepaling van het forfaitaire rendement op sparen dichter bij het actuele gemiddelde werkelijke rendement moest worden aangesloten. Voor 2019 is het gemiddelde spaarrendement in de periode juli 2017 tot en met juni 2018 bepalend. De spaarrente is in die periode ten aanzien van de periode ervoor weer flink gedaald.
Het rendement voor sparen voor 2019 wordt 0,13%. Het langetermijnrendement voor beleggingen voor 2019 komt uit op 5,60%. Het heffingsvrije vermogen bedraagt € 30.000 per persoon.

bron:rendement
Om de uitvoering van het fiscale stelsel dat in 2019 moet ingaan te realiseren, wordt onder andere het lage BTW-percentage van 6% verhoogd naar 9%. Dit blijkt uit het Belastingplan 2019. Goederen en diensten worden dus duurder voor particuliere consumenten. Onder deze goederen en diensten vallen onder andere voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen, kunst en boekenboeken. Daarnaast vallen de volgende diensten onder dit nieuwe 9% BTW-tarief:
Voor organisaties die recht hebben op BTW-aftrek heeft de BTW-verhoging geen effect. Zij kunnen deze BTW aftrekken. Wel moeten organisaties zich nu al voorbereiden op de tariefsverhoging: boekhoudsystemen moeten tijdig worden aangepast en ook is het oppassen geblazen bij facturatie en BTW-aangifte (tool) bij de jaarovergang. Als diensten pas na 1 januari 2019 worden geleverd, maar al vóór die datum worden vooruitbetaald, moeten organisaties bijvoorbeeld alsnog 3% BTW factureren (tool). bron:rendement
De afschaffing van de dividendbelasting moet ervoor zorgen dat hoofdkantoren van internationaal opererende bedrijven besluiten om in ons land te blijven of er zich te vestigen. Deze kantoren zorgen namelijk voor veel werkgelegenheid. Toen bekend werd dat er een voorstel zou komen tot afschaffing van de dividendbelasting buitelden de voor- tegenstanders over elkaar heen.
De afschaffing zorgt ervoor dat buitenlandse aandeelhouders die nu de dividendbelasting vaak niet kunnen verrekenen (en hun Nederlandse collega-aandeelhouders wel in de IB of VPB), daar straks dus geen last meer van hebben. Ook zullen de administratieve lasten dalen omdat er geen ingewikkelde procedures hoeven te worden gevolgd om de belasting te kunnen terugvragen of verrekenen. bron:rendement
In 2021 wordt de heffing van de inkomstenbelasting stukken overzichtelijker. Voor inkomens onder de € 68.507 geldt het basistarief van 37,05%. Inkomens boven die grens vallen in het toptarief van 49,5%. Volgend jaar slaat het kabinet al het pad in om de tarieven naar elkaar toe te laten groeien. De tarieven in de tweede, derde en vierde schijf dalen (zie de tabel onderaan).
Werkende Nederlanders die nu nog in de tweede, derde en vierde schijf vallen, zouden door het tweeschijvenstelsel meer over moeten houden in de portemonnee. Het opschroeven van de algemene heffingskortingen moet daar de komende jaren aan bijdragen.
Wel wordt het beginpunt van de hoogste schijf deze kabinetsperiode niet opgehoogd. Dit beginpunt blijft dus tot en met 2021 op € 68.507 staan. Normaal zou deze inkomensgrens meegroeien met de inflatie. Door deze maatregel krijgt 7% van de belastingplichtigen te maken met het toptarief, zo staat in het Belastingplan, terwijl dit er anders 5,5% zou zijn geweest. Ook na 2021 zal het beginpunt minder hard oplopen dan op basis van de inflatie zou moeten. Zo haalt het kabinet in de jaren tot en met 2031 nog € 0,7 miljard binnen. bron:rendement
Bestrijding schijnzelfstandigheid. Het is de zorg van de regering dat mensen die eigenlijk werknemer zijn, zich als zelfstandigen voordoen. Op die manier ontlopen zij en hun opdrachtgevers sociale premies en de dwingende regels van het arbeidsrecht. De zelfstandige betaalt wel inkomstenbelasting (in plaats van loonheffing), maar kan profiteren van aantrekkelijke ondernemersvoordelen (zoals de zelfstandigenaftrek). Het blijft lastig om de schijnzelfstandige te onderscheiden van de ‘echte’ zelfstandige. In de praktijk stelt het ‘handhavingsbeleid’ niet heel veel voor. Toegezegd is dat alleen de ‘kwaadwillenden’ zullen worden aangepakt. Daarmee wordt bedoeld: de situaties waarin er duidelijk sprake is van een loondienstverhouding.
Toekomst. De regering blijft bij de plannen om nieuwe wetgeving voor te stellen waarbij het tarief van de zzp’er als hulpmiddel wordt gebruikt. Bij een hoog uurtarief wordt er minder snel een dienstbetrekking verondersteld, bij een laag uurtarief wordt wel eerder een dienstbetrekking aannemelijk geacht. Er zijn nu onderzoeken gestart naar de tariefvorming bij zzp’ers.
Webmodule. Vooral voor de middengroepen wil men een opdrachtgeversverklaring introduceren, een soort opvolger van de VAR. Aan de hand van een webmodule zou zowel de zzp’er als de opdrachtgever helderheid moeten kunnen verkrijgen over de arbeidsrelatie.
Wat nu te doen? Duidelijk is dat de regering vasthoudt aan de eerder aangekondigde plannen, maar dat de invoering niet zonder slag of stoot zal plaatsvinden. Ondertussen is er slechts zeer beperkte controle (handhaving). In het algemeen zien wij in deze laatste berichten geen aanleiding om van strategie te veranderen. Zoals we al eerder adviseerden, is het praktisch als u kunt aansluiten bij een gepubliceerde modelovereenkomst bij het inhuren van schilders, klussers of andere zelfstandigen. Natuurlijk kan dat alleen als er ook echt gewerkt wordt zoals in de modelovereenkomst is beschreven.
Als ondernemer brengt u btw in rekening over de door u geleverde goederen en diensten. Afhankelijk van welk goed er wordt geleverd of welke dienst er wordt verricht, is er een bepaald btw-tarief van toepassing. De btw-tarieven die in Nederland momenteel worden toegepast zijn 6, 21 en 0%. Daarnaast zijn bepaalde leveringen en diensten vrijgesteld van btw.
Verlaagd btw-tarief. Voor bepaalde leveringen en diensten geldt het 6%-tarief. Dit zijn goederen en diensten waarvan de wetgever vindt dat die voor eenieder betaalbaar moeten blijven of waarvan de wetgever het gebruik door de consument wil stimuleren. Vaak zijn dit primaire levensbehoeften, zoals de dagelijkse boodschappen, maar ook het laten repareren van een fiets of kleding, de kapper of het bieden van kampeergelegenheid. Dit is belast met 6% btw.
Verhoging van 6%-tarief. Door verhoging van het verlaagd btw-tarief van 6 naar 9% worden goederen en diensten die onder het verlaagd btw-tarief vallen duurder. Dit treft consumenten en ondernemers die geen recht op btw-aftrek hebben of maar voor een deel btw in aftrek kunnen brengen. Ondernemers die recht hebben op aftrek van btw kunnen al de aan hen in rekening gebrachte btw in aftrek brengen, zodat de btw-verhoging voor hen geen kostenpost vormt.
Tijdig actie ondernemen. Indien u als ondernemer goederen levert of diensten verricht die onder het verlaagd btw-tarief vallen, moet u tijdig actie ondernemen. Tot en met 31 december 2018 blijft het verlaagd btw-tarief van 6% gelden, maar daarna moet u 9% btw in rekening brengen.
Doorberekenen? U kunt ervoor kiezen om deze btw-verhoging door te berekenen aan uw afnemers. Dit is een voor de hand liggende optie als uw afnemers recht hebben op btw-aftrek. Let op. De verhoging van het btw-tarief zal kostprijsverhogend werken als u ervoor kiest om de verhoging door te berekenen en de afnemer geen of geen volledig recht op btw-aftrek heeft.
Offertes. Houd bij het opstellen van offertes voor prestaties in 2019 die onder het lage btw-tarief vallen, alvast rekening met het btw-tarief van 9%.
Lopende contracten. De btw-verhoging kan worden doorberekend in de al lopende contracten, ongeacht wat hierover in het contract is opgenomen. Let op. In overeenkomsten opgenomen bepalingen die verbieden dat een btw-verhoging wordt doorberekend aan de klant, zijn nietig (artikel 52 Wet op de omzetbelasting 1968) .
Ondernemers zullen hun boekhoudsystemen aan moeten passen zodat per 1 januari 2019 niet langer 6% btw maar 9% btw gerekend wordt op goederen en diensten die belast zijn met het verlaagde btw-tarief. Ook op de facturen voor deze goederen of diensten zal vanaf 1 januari 2019 9% btw vermeld moeten worden. Tip. Op facturen die in januari 2019 worden verzonden voor leveringen en diensten die nog in december 2018 zijn verricht, mag nog wel het 6%-tarief worden vermeld, omdat het moment waarop de prestatie verricht is, bepalend is voor het verschuldigde btw-tarief.
Aftrekpercentage verlagen. Naar aanleiding van het evaluatierapport van de EIA heeft minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat laten weten dat hij de EIA in 2019 wil verlagen van 54,5 naar 45%. Dit is op zijn minst opmerkelijk te noemen gezien het feit dat Nederland bij het behalen van de klimaatdoelen nu al zo ongeveer het slechtste jongetje van de klas is!
Aanbevelingen. In het rapport staan nog meer aanbevelingen waar u als ondernemer rekening mee moet houden. De belangrijkste zijn:
Het vereenvoudigen van de procedure en de mogelijkheid tot meer maatwerk zal waarschijnlijk veel ondernemers wel aanspreken. Let op. Het verlagen van het aftrekpercentage, het schrappen van bestaande technieken en het aanscherpen van de besparingsnormen hebben daarentegen voor u als ondernemer alleen maar negatieve effecten.
Investeer op tijd! Als u al concrete plannen heeft voor energiebesparende maatregelen die voldoen aan de huidige regels, kan het zinvol zijn om nog dit jaar van de regeling gebruik te maken.
Let op. Als u nog in 2018 nog gebruik wilt maken van de EIA, doe dan zo snel mogelijk een aanvraag. De regeling kent namelijk een maximaal budget waarvoor geldt: op is op! Het budget voor 2018 is € 147 miljoen. Als er budgetoverschrijding dreigt, kan de minister van Financiën de regeling beperken of buiten toepassing stellen. Dit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Investeringen die zijn gedaan vóór publicatie van dat besluit mag u nog wel melden voor EIA.
Energielijst. Als u EIA wilt aanvragen, moet u voldoen aan bepaalde voorwaarden. Zo kunt u alleen fiscale aftrek krijgen voor investeringen die in de Energielijst staan. Deze hebben een specifieke code op de Energielijst 2018.
Maatwerkinvesteringen. Ook voor maatwerkinvesteringen die een aanzienlijke energiebesparing opleveren en aan de besparingsnorm voldoen, kunt u EIA krijgen. Maatwerkinvesteringen meldt u met een zogeheten ‘generieke code’.
Binnen drie maanden. De EIA moet u binnen drie maanden na het geven van de opdracht aanvragen op https://www.mijnrvo.nl Het moment van het zetten van uw handtekening onder het koopcontract of de orderbevestiging is daarbij beslissend. Let op 1. Voor uw aanvraag moet u eHerkenning gebruiken ( https://www.eherkenning.nl ). Let op 2. Het meldingsbedrag moet per melding ten minste € 2.500,- bedragen.
Populair. Winkels en webwinkels hebben regelmatig acties waarbij ze de prijzen van hun producten verlagen om zoveel mogelijk klanten naar hun (web)winkel te trekken. Een van die acties die op het moment vrij populair is, is de actie ‘btw-dagen’.
Wat houden zulke btw-dagen in? Tijdens de btw-dagen hoeven de klanten de wettelijke verplichte btw (6 of 21%) op de producten niet af te rekenen. De verschuldigde btw wordt door de winkel zelf betaald. Dat klinkt leuk, maar is het dat ook voor u? Uw klant zal minder betalen niet erg vinden.
Stel, u wilt ook zo’n actie houden. Waar moet u dan rekening mee houden? Eerst gaat het om het kortingspercentage dat u verstrekt aan uw klant, tijdens de btw-dagen. Over het kortingspercentage heerst in de praktijk namelijk nogal wat onduidelijkheid.
Let op. Consumenten gaan er namelijk van uit dat ze een korting krijgen die gelijk is aan het btw-percentage. Dit is echter niet het geval.
Geen 21% btw is geen 21% korting. De consument betaalt de brutoverkoopprijs van de producten. Aan de hand van onderstaand rekenvoorbeeld laten wij u zien, dat als u een klant de btw niet laat betalen, dit niet resulteert in een korting van 21% voor de klant.
Stel, u heeft een product A met een verkoopprijs van € 150,- inclusief 21% btw. Tijdens de btw-dagen hoeft de klant dus geen 21% btw te betalen over product A. De prijs die uw klant uiteindelijk moet betalen voor product A aan de kassa wordt nu als volgt berekend: 100/121 x € 150,- = € 123,97.
Dus?De totale korting die hij hier genoten heeft, bedraagt € 150,- -/- € 123,97 = € 26,03. Uiteindelijk heeft de klant dus maar een korting gehad van € 26,03/€ 150,- = 17,35% (en geen 21%).
Als u ondernemer bent voor de btw en uw goederen en of diensten zijn niet vrijgesteld, dan bent u normaliter btw verschuldigd over uw omzet (omzetbelasting) aan de Belastingdienst.
Hoeveel moet u dan afdragen? Een veelgehoorde praktijkvraag is wat u bij zulke btw-dagen aan btw moet afdragen over uw verkopen. Een korting die u verstrekt, verlaagt de vergoeding (maatstaf van heffing) waarover btw moet worden berekend.
Let op. In het geval dat de korting wordt verleend over de vergoeding inclusief btw (als u goederen verkoopt aan consumenten), is het bedrag dat na de korting overblijft, ook inclusief btw. Dat schreeuwt om een rekenvoorbeeld.
Product A heeft een verkoopprijs van € 150,- incl. 21% btw. Tijdens de btw-dagen betaalt een klant voor product A 100/121 x € 150,- = € 123,97,-.
Het bedrag van € 123,97 is inclusief 21% btw. Over deze € 123,97 bent u dus 21/121 x € 123,97 = € 21,52 btw verschuldigd.
Studiekosten kind. Als kinderen gaan studeren, gaat dit gepaard met tal van kosten. Collegegeld, studiematerialen, kosten van levensonderhoud en niet te vergeten de huisvesting. Met name in de studentensteden bedragen alleen al die laatste kosten vele honderden euro’s per maand. Is hier wellicht iets aan te doen?
Als u als ouder de nodige financiële ruimte heeft, kunt u overwegen een woning te kopen voor uw zoon of dochter en deze aan hem of haar te verhuren. Tip. Vooral als u anders toch opdraait voor de huisvestingskosten, is dit vaak een voordeligere optie. Met name omdat er recht bestaat op huurtoeslag. Zorg wel dat u altijd een reële huur aan uw kind berekent.
Voorwaarden huurtoeslag. Verhuurt u een woning of appartement aan uw kind, dan bestaat er in beginsel recht op huurtoeslag. Uw kind moet dan minstens 18 jaar oud zijn, een huurcontract hebben getekend en een woning hebben met eigen woon(slaap)kamer, keuken en wc. Ook moet uw kind ingeschreven staan op het betreffende adres en de Nederlandse nationaliteit hebben of een verblijfsvergunning, net als zijn of haar eventuele toeslagpartner.
Huur en leeftijd. Is uw kind niet ouder dan 22 jaar, dan mag de huur niet meer bedragen dan € 417,34. Is uw kind 23 jaar of ouder, dan geldt dat de maximale huur € 710,68 mag zijn. Het inkomen mag niet meer zijn dan € 22.400,- en met een eventuele toeslagpartner samen € 30.400,-. Eventueel ontvangen studiefinanciering telt daarbij niet mee. Tenslotte mag uw kind over maximaal € 30.000,- aan vermogen beschikken, samen met een toeslagpartner is dit maximaal € 60.000,-.
Of uw kind huurtoeslag krijgt en hoeveel, hangt af van de huurprijs, zijn inkomen, zijn leeftijd en woonsituatie.
Voorbeeld.Uw zoon is 20 jaar en studeert. Hij heeft een bijbaantje dat jaarlijks € 6.000,- oplevert. U koopt een appartement van € 150.000,- en verhuurt hem dit voor € 400,- per maand. De huurtoeslag bedraagt dan € 2.100,- per jaar. Uw zoon is aan woonlasten dus € 400,- x 12 -/- € 2.100,- = € 2.700,- per jaar kwijt, ofwel € 225,- per maand.
En bij u als verhuurder? De huur is bij u niet belast, maar de woning is wel belast in box 3. Afhankelijk van de omvang van uw vermogen betaalt u maximaal 1,614% over de waarde van de woning. Daarbij mag u een correctie aanbrengen vanwege de verhuurde staat. In bovenstaand voorbeeld bedraagt de waarde in box 3 daarom niet € 150.000,- maar slechts € 93.000,-. U betaalt er dus maximaal € 93.000,- x 1,614% = € 1.501,- aan belasting over, terwijl u € 4.800,- aan huur ontvangt. Een nettorendement dus van 2,2%.
Terugschenken. Drukt de huur nog te veel op het budget, overweeg in dat geval niet de huur te verlagen, maar schenk de huur dan liever geheel of gedeeltelijk terug. Zodoende blijft de maximale huurtoeslag behouden en bovendien betaalt uw kind pas boven € 5.363,- (2018) schenkbelasting. Zorg dat u de schenking altijd apart houdt van de huurbetaling, dus ga bijvoorbeeld niet verrekenen.
Voordeel? Een voordeel is dat er bij aanschaf investeringsaftrek (max. 28%) mogelijk is. Wellicht kunt u ook de aanschaf-btw deels terugvragen. Dit naar de in redelijkheid geschatte verhouding tussen zakelijk en privégebruik. Helaas zijn voor de btw de woon-werkkilometers privé.