“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Waarom nog in 2018 elektrische auto kopen?

Bijtelling 2018 aanhouden in 2019?

Rijdt u meer dan 500 km privé met de auto van de zaak, dan moet u een percentage inzake privégebruik auto bijtellen. Dit bedrag betreft maximaal de autokosten die u van de winst aftrekt.

Tip.  Voor de volledig elektrische auto die in 2018 van een kenteken wordt voorzien, geldt er een bijtellingspercentage van 4%.

Wijzigt vanaf 2019. De overheid wil echter vanaf 2019 een hogere bijtelling gaan hanteren voor een elektrische auto van de zaak die meer kost dan € 50.000,-. Over het meerdere betaalt u vanaf 2019 22%.

Let op.  Vanaf 2021 geldt voor alle auto’s zelfs een bijtelling van 22%. Een rekenvoorbeeld.

U schaft in 2019 een elektrische auto aan ter waarde van € 75.000,-. De totale bijtelling in 2019 bedraagt dan:

€ 50.000,- x 4% € 2.000,-
€ 25.000,- (€ 75.000,- -/- € 50.000,-) x 22% € 5.500,-
Totale bijtelling € 7.500,-

Dus? Zou u de auto in 2018 aanschaffen, dan bedraagt de bijtelling slechts 4% van € 75.000,- = € 3.000,-. En dat vijf jaar lang!

60 maanden. Het bijtellingspercentage voor een auto van de zaak blijft 60 maanden onveranderd, vanaf het moment dat de auto geregistreerd wordt (van kenteken wordt voorzien). Schaft u dus in 2018 een elektrische auto aan (CO2 -uitstoot 0 gr./km), dan is het bijtellingspercentage vijf jaar lang 4%, ongeacht de prijs van de auto.

Tip.  Schaft u een tweedehands elektrische auto aan? Dan neemt u de voor de resterende periode geldende bijtelling over. Let op.  Een elektrische auto is op zich wel duur en financieel alleen aantrekkelijk vanwege de fiscale voordelen.

Overige fiscale voordelen?

Bpm. Bij de aanschaf van een volledig elektrische auto betaalt u geen bpm. Dit blijft hoogstwaarschijnlijk zo tot 2021.

Wegenbelasting (mrb). Voor een volledig elektrische auto betaalt u geen motorrijtuigenbelasting. Ook dit zal waarschijnlijk zo blijven tot 2021, daarna is er voor alle elektrische auto’s ongeacht wanneer aangeschaft, mrb verschuldigd.

Milieu-investeringsaftrek (MIA). Wanneer u besluit te gaan rijden in een volledig elektrische personenauto, kunt u ook gebruikmaken van de Milieu-investeringsaftrek (MIA).

MIA-investering Investeringsbedrag wat ten hoogste in aanmerking komt MIA 2018
Volledig elektrische auto met een CO2 -uitstoot van 0 gr./km (personenauto) € 50.000,- 36%

Let op.  Gaat u de investeringsverplichting in 2018 aan en wordt de auto pas in 2019 geleverd? Dan mag u alleen de (36%) investeringsaftrek toepassen over het bedrag van de aanbetaling. De rest schuift door naar 2019.

Voorwaarden MIA? Om voor de MIA in aanmerking te komen, moet u uw investering binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting melden bij RVO.nl.

Let op.  Het aangaan van een investeringsverplichting is bijv. de datum van de opdrachtbevestiging en niet de offerte-, factuur- of betaaldatum.

Schaft u in 2018 nog een volledig elektrische auto van de zaak aan, dan geniet u 60 maanden van de lage bijtelling van 4%. Die bijtelling gaat namelijk in 2019 en daarna omhoog. U heeft ook nog recht op Milieu-investeringsaftrek 2018 (36%!). Meld uw investering aan bij RVO binnen drie maanden na de definitieve bestelling. bron:indicator

Zijn ritjes naar de golfclub zakelijk?

Altijd weer die auto … Er zijn maar weinig zaken waarover zoveel geprocedeerd wordt als de auto van de zaak. Wie daarover beschikt, heeft met de bekende privébijtelling te maken. Die kunt u ontgaan door met de auto in het jaar maximaal 500 km privé te rijden. Maar wat is nu precies zakelijk, en wat privé? Wat vond de rechter?

Ritten naar golfclub

Onlangs bracht een ondernemer zijn ongenoegen inzake de bijtelling voor de rechter. De man beschikte over een auto van € 84.000,- maar gebruikte deze slechts 326 km privé. Hij kon dit bewijzen via een sluitende rittenstaat. De discussie ging echter over zijn ritten naar de golfclub. De inspecteur rekende deze tot de privékilometers, waarna de rechter moest oordelen of dit juist is.

Zakelijk of niet? Volgens uw collega waren de ritten namelijk zakelijk. De ritten naar de golfclub maakte hij immers alleen met de zakenauto als hij vooraf een afspraak had gemaakt met een zakelijke relatie om deze op de golfclub te ontmoeten. Dit had ook aantoonbaar tot meer omzet geleid, zo bleek zelfs uit de cijfers.

Vergelijkbare personen. De rechter achtte van belang hoe vaak personen die qua inkomen, vermogen en gezin in soortgelijke omstandigheden verkeren maar niet dezelfde baan hebben, gemiddeld in een jaar naar de golfclub rijden. Volgens onderzoek blijkt dit 17 keer te zijn. Uw collega had dat jaar in totaal 79 ritten naar de golfclub gemaakt. De rechter achtte daarvan dus 17 ritten privé, de rest zakelijk. Met de privéritten waren in totaal 272 km gemoeid. Samen met de overige privékilometers kwam het totaal daarmee net 98 km te hoog uit. Omgerekend per kilometer dus een sanctie van € 111,-. De naheffing van bijna € 11.000,- bleef helaas voor uw collega in stand, Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 25.09.2018 (GHSHE:2018:2707) .

Betekenis voor de praktijk

De betekenis van deze uitspraak is onduidelijk. Het hof is van mening dat bij dit soort zakelijke ritten eerst nagegaan moet worden hoeveel van dit soort ritten vergelijkbare personen maken. Het hof leidde dit af uit een uitspraak van de Hoge Raad, 05.06.1985 (HR:1985:AW8259) , inzake het gebruik van de zakenauto door een rijinstructeur, hoewel deze zaak niet helemaal vergelijkbaar was. Verwarrend is verder dat dit geen rol speelde in een eerdere uitspraak van hetzelfde hof, 06.02.2013 (GHSHE:2013:BZ0678) . Ook toen ging het om gemaakte kilometers naar een golfterrein. In die zaak om het GVB te behalen om zodoende meer specifieke opdrachten van zakelijke klanten binnen te kunnen halen. Alle 738 km werden toen wel als zakelijk aangemerkt.

Wat kunt u hiermee? Totdat uiteindelijk de Hoge Raad over deze zaak heeft beslist, is het raadzaam voorzichtig te zijn met het gebruiken van de zakenauto voor ritten naar het voetbalstadion, de tennisclub, het theater of bestemmingen met deels een privékarakter. Zelfs al maakt u ze uit zakelijk oogpunt. In dat geval zult u aannemelijk moeten maken dat met ritten die vergelijkbare personen maken, gemiddeld niet meer dan 500 km gemoeid zijn, nog even los van de kilometers die u verder privé maakt. Een schier onmogelijke opgave lijkt ons. Zo kan het advies dan ook niet anders zijn dan in soortgelijke ritten de zakenauto maar te laten staan of ze als privé aan te merken.

Zakelijke ritten naar bestemmingen met deels een privékarakter (golfclub, voetbalstadion, tennisclub, etc.), tellen voor een deel mee als privérit. Pas dus op met het gebruik van de zakenauto voor dit soort ritten als u onder de bijtelling uit wilt komen door op jaarbasis niet meer dan 500 km privé te rijden. bron:indicator

Hoeveel geld mag u in kas hebben?

Duurzaam overtollig? Als ondernemer voor de inkomstenbelasting kunt u liquide middelen tot het ondernemingsvermogen rekenen of tot uw privévermogen. U bent hierin in beginsel vrij, zolang uw liquide middelen maar niet duurzaam overtollig zijn. Let op.  In dat geval bent u verplicht ze naar privé over te brengen. Wanneer is hiervan sprake en waar hangt dat van af?

Liquide middelen zijn toch nodig …

Reserves. Een onderneming zonder liquiditeiten is ondenkbaar. Al was het alleen al om uw lopende uitgaven en investeringen te doen. Maar ook daarnaast is het heel normaal om nog de nodige liquiditeiten aan te houden. Als ondernemer moet u immers rekening houden met te lopen risico’s en het vormen van reserves. Ook zijn liquide middelen nuttig ter versteviging van uw onderneming.

Waar ligt de grens? Hoeveel liquiditeiten u in kas mag houden, hangt ook af van de aard en omvang van uw bedrijf. Een bedrijf met tien man personeel heeft nu eenmaal meer cash nodig dan een ondernemer die alleen werkt en geen personeel in dienst heeft. Zolang u de redelijkheid in acht neemt, is er weinig aan de hand. Zo niet, dan grijpt de fiscus in, zoals in een recente procedure voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28.09.2018 (GHARL:2018:8253) .

Wat speelde er?

Liquiditeiten advocaat? Onlangs bracht een advocaat zijn zaak voor de rechter, omdat de inspecteur € 389.000,- aan liquide middelen op de balans te veel vond. Gelet op het feit dat het een eenmanszaak betrof, vond de inspecteur een bedrag van € 50.000,- voldoende om de lopende uitgaven en voorgenomen investeringen te financieren. De rechter was het hier echter niet mee eens. Een zo geringe financiële buffer hield onvoldoende rekening met de risico’s van het bedrijf. Deze waren, gelet op het werkterrein en de gezondheid van de advocaat, zeker aanwezig. Genoeg reden voor het hof om een ondernemingsvermogen van € 175.000,- nog normaal te achten.

Gevolgen duurzaam overtollig geld

Oudedagsreserve. Het aanhouden van te veel liquiditeiten kan met name gevolgen hebben voor het vormen van de oudedagsreserve. Die mag namelijk niet groter worden dan de omvang van uw ondernemingsvermogen op het eind van het jaar. Let op 1.  Dit kan zelfs gevolgen hebben voor de opbouw in voorgaande jaren, want de inspecteur kan in beginsel tot vijf jaar terug corrigeren. Let op 2.  Liquide middelen die u aanhoudt ter dekking van de oudedagsreserve hebben geen functie binnen uw onderneming.

Box 3. Een ander gevolg is dat uw overtollige liquiditeiten voortaan behoren tot box 3 en hier ook belast worden. Met name als u over veel vermogen beschikt, kan de belasting dan oplopen tot 30% over een forfaitair rendement van 5,38%, ofwel 1,617% over uw vermogen. Let op.  Per saldo betaalt u op een gewone privéspaarrekening dan veel meer belasting dan wanneer u het geld in uw bedrijf zou kunnen houden. Dan betaalt u namelijk maximaal 44,677% over het daadwerkelijke rendement. Dit is ook bij een zakelijke spaarrekening tegenwoordig bijna nihil. Tip.  Het is dus van belang om zeker ook niet te weinig liquide middelen in uw onderneming te houden.

De omvang van de liquiditeiten in uw bedrijf is met name afhankelijk van de risico’s die u loopt en uw investeringsvoornemens. Zorg dat u goed gedocumenteerd kunt onderbouwen dat u de overtollige liquide middelen nodig heeft voor bepaalde bedrijfsdoelen. In dat geval staat u sterk als de inspecteur lastig gaat doen. bron:indicator

Beland niet ongemerkt in een btw-carrousel

Ook wel abc’tje genoemd

Vele vormen btw-carrouselfraude. Alle vormen hebben met elkaar gemeen dat er ergens in de handelsketen minimaal één ondernemer geen btw afdraagt aan de Belastingdienst, terwijl de goederen of diensten wel verkocht zijn met btw.

Voorbeeld. Ondernemer A uit Duitsland levert goederen aan ondernemer B in Nederland. Omdat er sprake is van een intracommunautaire levering worden de goederen geleverd tegen het 0%-tarief. Ondernemer B verkoopt de goederen vervolgens aan ondernemer C in Nederland. Hierover is ondernemer B btw verschuldigd. Echter ondernemer B draagt de btw niet af aan de Belastingdienst. Ondernemer C trekt de in rekening gebrachte btw af als voorbelasting. Ondernemer C levert de goederen weer door aan ondernemer A tegen het 0%-tarief. Zo begint de carrousel weer opnieuw.

Wie is de boosdoener? In bovenstaand voorbeeld is ondernemer B de fraudeur. Hij draagt immers de btw niet af. De ondernemers A en C kunnen echter ook bij de carrouselfraude betrokken zijn. Voor de Belastingdienst is dit moeilijk te beoordelen. Tegen de tijd dat de btw-fraude aan het licht komt, is de frauderende partij vaak vertrokken met de achtergehouden btw.

Wat zijn de gevolgen?

Geen aftrek voorbelasting. Als u wist of had kunnen vermoeden dat u deel uitmaakt van een btw-fraudecarrousel, kan de Belastingdienst de aftrek van de in rekening gebrachte voorbelasting weigeren. Ook kunt u aansprakelijk worden gesteld voor het btw-verlies en in het ergste geval strafrechtelijk worden vervolgd!

Zo voorkomt u dit

Signaleren. Er zijn een aantal signalen die aangeven dat u mogelijk te maken kunt hebben met btw-carrouselfraude. Wees hier dus extra alert op! Een aantal voorbeelden hiervan zijn:

  • een leverancier geeft al op voorhand aan, aan wie de goederen doorverkocht kunnen worden;
  • een (potentiële) klant van u vertelt bij wie u de door hem gevraagde goederen moet inkopen;
  • de goederen worden door uw leverancier (ver) beneden de gangbare marktprijs aan u aangeboden;
  • dezelfde goederen worden meerdere keren verhandeld. Goederen die u dus eerder verkocht heeft, keren weer terug in uw magazijn;
  • er wordt aan u gevraagd om branchevreemde goederen te verkopen.

Let op.  Het is onmogelijk om een volledig overzicht te geven van alle kenmerkende signalen van btw-carrouselfraude. U bent echter als ondernemer het beste in staat om bijzonderheden en afwijkingen in uw branche te herkennen.

Checken! Check ook de hiernavolgende zaken.

  1. Ondernemers die btw-fraude plegen, bestaan vaak maar kort. Check daarom geregeld uw leveranciers bij de KvK. Bestaat een BV nog maar kort of zijn de aandelen recentelijk van eigenaar gewisseld, wees dan extra alert.
  2. Voor waardevolle goederen, zoals mobiele telefoons, laptops of microchips, geldt een verleggingsregeling als het factuurbedrag van de levering meer is dan € 10.000,-. Let er dus op dat u een juiste factuur ontvangt, anders loopt u de kans dat btw-aftrek geweigerd wordt.
Btw-fraudeurs gebruiken vaak nietsvermoedende ondernemers om hun zakken te vullen. Let op typische signalen (dumpprijzen, doorverkoop, branchevreemde goederen, etc.) en check (bijv. via de KvK of fiscus) of u met bonafide ondernemers te maken heeft. bron:indicator

Investeren in een nieuwe website?

Nieuwste veiligheidsregels? Om de veiligheid van uw website zo veel mogelijk te kunnen garanderen, maken domeinhosts gebruik van de nieuwste software op hun servers, waaronder ook de nieuwste PHP (Hypertext Preprocessor)-versie. Zo werken de meeste webhosts na 1 november 2018 niet meer met verouderde versies van PHP en zal de nieuwe standaard bij de meeste hosts minimaal PHP 7.1 zijn.

Dus investeren? Omdat niet iedere website compatible is met de nieuwste PHP-versie, kan het zijn dat bepaalde functionaliteiten op uw website niet meer naar behoren werken. In veel gevallen kan dit opgelost worden middels een kleine update van uw website. In het slechtste geval echter volstaat een update niet en is er nader onderzoek nodig. Zo kan het zelfs zijn dat investeren in een nieuwe website nodig is.

Wanneer ‘onderhoud’? De kosten die u maakt voor het onderhoud van uw website (dus ook voor de update van uw website) mag u boeken als kosten. Deze onderhoudskosten worden namelijk gemaakt met als doel het in stand houden van uw website. Tip.  Ineens van de winst aftrekken mag ook als de onderhoudskosten meer bedragen dan € 450,- excl. btw.

Wanneerinvestering’? Laat u een nieuwe website maken voor uw bedrijf en bedragen de kosten hiervan € 450,- excl. btw of meer? Dan moet dit worden aangemerkt als investering in een bedrijfsmiddel . Over dit bedrijfsmiddel dient u dan af te schrijven. Let op.  De grens van € 450,- excl. btw geldt voor ondernemers die btw-plichtig zijn. Bent u vrijgesteld van btw, dan geldt hetzelfde bedrag, maar dan inclusief btw.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Wordt de website met de koop uw eigendom? Claim dan de KIA (maximaal 28%) als u in 2018 meer dan € 2.300,- en niet meer dan € 314.673,- excl. btw investeert in bedrijfsmiddelen. Let op.  Bent u echter verplicht om naast de eenmalige kosten maandelijks of jaarlijks voor het gebruik van de website een bedrag te betalen aan de websitebouwer, dan is er géén sprake van koop maar van huur en kunt u geen KIA claimen.

Investeert u in een nieuwe website (€ 450,- excl. btw of meer) en wordt deze uw eigendom, claim dan max. 28% Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. bron:indicator

Toptarief VPB zakt minder hard dan gedacht

Dat ondernemingen minder belasting hoeven af te tikken over hun winsten, had het kabinet bij het regeerakkoord al aangekondigd. De tarieven voor VPB staan nu nog op 20% voor winsten tot aan € 200.000 en op 25% daarboven. Het lage tarief daalt de komende jaren naar 16%, zoals ‘de bedoeling’ was.

Toptarief VPB terug naar 22,25%

Maar de beloofde daling van het toptarief komt er niet helemaal, zo blijkt uit de Prinsjesdag-stukken. Uiteindelijk zakt het hoogste tarief terug tot 22,25%, in plaats van de 21% waar het regeerakkoord nog over repte. Hoe de percentages de komende jaren dalen, ziet u in de onderstaande tabel. De tariefsverlaging pakt volgens het kabinet op deze manier het voordeligst uit voor het mkb, aangezien volgens de Miljoenennota slechts 5% van de mkb’ers in de hoogste VPB-tarief valt. En hoewel de verlaging van het toptarief minder hard gaat dan gedacht, komt Nederland wel ‘rond het EU-gemiddelde’ uit met het nieuwe tarief.

VPB 2018-2021

bron:rendement

Bijtelling duurdere elektrische auto naar 22%

Er gelden momenteel twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak. Alle auto’s die 100% elektrisch rijden vallen dit jaar in de bijtellingscategorie van 4%. Alle auto’s met 1 gram of meer uitstoot per gereden kilometer vallen in de bijtellingscategorie van 22%. Vanaf 1 januari 2019 vindt er een aanpassing plaats voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van meer dan € 50.000. De 4%-bijtelling geldt dan namelijk nog maar voor elektrische auto’s tot € 50.000. Daarboven moet een organisatie rekening gaan houden met een percentage van 22% voor duurdere auto’s. Stel dat de grondslag voor de bijtelling € 80.000 bedraagt, dan geldt er een bijtelling van 4% voor de eerste € 50.000 en 22% voor het meerdere (€ 30.000).

Aanpassing bijtelling per 2021

Vanaf 2021 gaat ook voor elektrische auto’s gelden dat over de gehele cataloguswaarde 22% bijtelling verschuldigd is. Eigenaren van een elektrische auto hebben dan dus geen fiscaal voordeel meer van hun auto. bron:rendement

Iets minder pijn voor dga in box 2

Een houder van een aanmerkelijk belang heeft een belang van 5% of meer in een vennootschap. Hij betaalt belasting over het inkomen uit dit aanmerkelijk belang in box 2. Op de maatregel uit het regeerakkoord om het tarief in box 2 flink op te trekken kwam flinke kritiek uit ondernemershoek. Volgens het kabinet is die correctie nodig, omdat de bv anders véél te aantrekkelijk zou worden in vergelijking met een onderneming voor de inkomstenbelasting.

Stijging tarief box 2 vanaf 2020

Die redenering staat ook in het Belastingplan 2019, maar het kabinet wil de maatregel ‘verzachten’ en het mkb ‘tegemoet komen’. Volgens het kabinet blijft er door de aanpassing in het tarief in box 2 nu een ‘globaal evenwicht’ tussen dga en IB-ondernemer.  Het rijtje tarieven komt er nu zo uit te zien:

  • 2018: 25%
  • 2019: 25%
  • 2020: 26,25%
  • 2021: 26,9%

bron:rendement

Eigenwoningforfait komende jaren stukje lager

Doordat de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 versneld verlaagd gaat worden in vier stappen van 3% (in 2023 echter 2,95%) krijgen veel belastingplichtigen met een eigen woning de komende jaren minder belasting terug dan waar ze in eerste instantie van waren uitgegaan. De opbrengst van deze versnelling wordt volledig ingezet om het percentage van het eigenwoningforfait te verlagen.

Percentages in drie stappen omlaag

Voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.060.000 (2018) gaat het percentage dat nu nog op 0,70% staat in 2019 naar 0,65%, in 2020 naar 0,60%, in 2021 en 2022 naar 0,50% en tenslotte in 2023 naar 0,45%. Voor woningen boven de € 1.060.000 (2018) blijft het percentage echter 2,35%. bron:rendement

Modernisering kleineondernemersregeling (KOR) in aantocht

Het kabinet wil kleine ondernemers stimuleren en ondersteunen en de administratieve lasten voor hen verminderen. Daarom is besloten de huidige KOR die voor de BTW geldt aan te gaan pakken. Het is de bedoeling dat vanaf 2020 de omzet bepalend zal zijn voor de (eventuele) toepassing van de KOR. Het wetsvoorstel gaat uit van een omzetgrens van € 20.000. Ondernemers die onder deze grens blijven, zijn geen BTW verschuldigd en hoeven geen BTW aangifte te doen. Dat vermindert de administratieve verplichtingen. Het omzetcriterium wordt in bijna alle andere EU-landen toegepast. Het bedrag van de omzet is in iedere lidstaat echter wel anders.

Van BTW-belast naar BTW-vrijgesteld ondernemen

Ondernemers die voor toepassing van deze nieuwe facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van de BTW kiezen, veranderen dus van een BTW belaste in een BTW-vrijgestelde ondernemer. Het gaat dan om het leveren van goederen en diensten in Nederland én intracommunautaire leveringen vanuit Nederland. Daar staat tegenover dat bij de keuze voor de ‘nieuwe KOR’ de BTW die anderen in rekening hebben gebracht niet aftrekbaar zijn.

Huidige KOR gaat uit van het verschuldigde BTW-bedrag

De huidige KOR is een regeling voor natuurlijke personen die ondernemer zijn en die per jaar niet meer dan € 1.883 aan BTW verschuldigd zijn. Door deze regeling hoeven zij geen of minder BTW af te dragen als zij onder bepaalde BTW-grenzen blijven. Ook kunnen zij in aanmerking komen voor een ontheffing van de administratieve verplichtingen. Als een ondernemer in aanmerking wil komen voor de KOR moet hij in Nederland zijn gevestigd, aan de factureringsverplichtingen voldoen en een boekhouding bijhouden. bron:rendement


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl