“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

ERFBELASTING: Ongehuwd samenwonen, risico voor erfbelasting

Samenwoners. Waar heel vroeger ongehuwd samenwonen (hokken!) als een kleine schande werd gezien, is het tegenwoordig niet meer dan normaal om eerst enkele jaren samen te wonen voordat men het huwelijksbootje instapt. Sterker nog, een grote groep mensen ziet tegenwoordig in trouwen geen meerwaarde meer en is blij met hun status als samenwoners.

Fiscaal partners. Voor de inkomstenbelasting is dit niet snel een probleem. Als samenwonende partners met een kind of een gezamenlijke eigen woning wordt men immers aangemerkt als fiscaal partners. Dat is prettig omdat het daardoor mogelijk is om bepaalde aftrekposten, zoals hypotheekrenteaftrek, zo gunstig mogelijk te verdelen tussen beiden. De aftrek kan dan plaatsvinden bij degene met het hoogste inkomen waardoor het fiscale voordeel zo groot mogelijk wordt.

Erfbelasting

Voor de erfbelasting is dit minder evident, omdat men minder snel als partner voor deze belastingsoort wordt aangemerkt. Dit kan fiscaal zeer nadelig uitpakken. Als immers een van de samenwonenden overlijdt en zijn vermogen bijvoorbeeld bij testament heeft nagelaten aan de ander, dan moet hierover erfbelasting worden betaald.

Fiscale nadelen. Zonder de kwalificatie van partner betekent dit allereerst dat men geen aanspraak kan maken op de partnervrijstelling van € 643.194,- (2018). Omdat er verder ook geen familieband is, zal men genoegen moeten nemen met de standaardvrijstelling van € 2.147,-. Bovendien moet over de erfenis boven de vrijstelling een veel hoger belastingtarief worden voldaan. Het standaardtarief van 10%/20% wordt zonder partnerband maar liefst 30%/40%. Reden genoeg dus om ook voor de erfbelasting als partners aangemerkt te worden. Wanneer is dit het geval?

Voorwaarden

Twee samenwoners kunnen voor de erfbelasting elkaars partner zijn als ze in ieder geval gedurende de zes maanden voorafgaand aan het overlijden, voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. ze zijn ongehuwd;
  2. ze zijn meerderjarig;
  3. ze zijn geen bloedverwanten in de rechte lijn;
  4. ze staan op hetzelfde woonadres ingeschreven in de Basisregistratie Personen;
  5. ze hebben op grond van een notarieel samenlevingscontract een wederzijdse zorgverplichting;
  6. ze voldoen niet met een ander aan de hiervoor genoemde voorwaarden.

Vijf jaar. Voorwaarde vijf geldt niet als de samenwoners tot het tijdstip van het overlijden gedurende een onafgebroken periode van ten minste vijf jaar samen staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen.

Actie vereist!

Samenlevingscontract. Voldoet u niet aan deze voorwaarden? Probeer dit dan op korte termijn aan te passen, bijvoorbeeld door het sluiten van een samenlevingscontract. Let op. U moet hiervoor weliswaar langs de notaris en zodoende kosten maken, maar zo’n contract voorkomt forse fiscale problemen mocht één van u onverhoopt komen te overlijden.

Heeft u nog geen samenlevingscontract? Ga dan zo snel mogelijk naar de notaris om dit te regelen. U heeft dan bij overlijden van een van uw beiden recht op de hoge partnervrijstelling en op de lagere belastingtarieven voor de erfbelasting. bron:indicator

AUTO VAN DE ZAAK: Wel of geen investeringsaftrek bij aanschaf milieuauto?

Milieuauto aanschaffen?

Wilt u gaan rijden in een waterstofauto, volledige elektrische auto, plug-inhybrideauto of een aardgasauto, dan kunt u gebruikmaken van de Milieuinvesteringsaftrek (MIA). Schaft u een waterstofauto of een elektrische bestelauto aan, dan kunt u naast de MIA ook gebruikmaken van de Vamil-regeling (waterstofauto) en de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (elektrische bestelauto). Tip 1. Met de MIA kunt u tot 36% van de investering aftrekken van de fiscale winst. Tip 2. Met de Vamil-regeling kunt u tot max. 75% van uw investering op een willekeurig moment afschrijven. Let op. Om gebruik te kunnen maken van deze regelingen moet de auto wel op de Milieulijst staan.

De aanschafprijs van een volledige elektrische auto bedraagt € 35.000,- (exclusief btw). Voor deze auto wordt een aftrek verleend van 36% van het investeringsbedrag, dit is 36% x € 35.000,- = € 12.600,-. Door de MIA-regeling toe te passen, wordt uw fiscale winst verlaagd met € 12.600,-.

Overige voordelen?

Bijtelling. Voor auto’s met een CO2 -uitstoot van 0 gr./km, geldt in 2018 een bijtellingspercentage van 4%. De bijtelling van 4% per jaar bij een elektrische auto staat na aankoop voor vijf jaar vast.

Mrb. Voor auto’s met een CO2 -uitstoot van 0 gr./km betaalt u geen wegenbelasting. Ook dit zal waarschijnlijk zo blijven tot 2021, daarna is er voor zo’n auto, ongeacht wanneer hij aangeschaft is, mrb verschuldigd. Tip. Over de aanschaf van een auto met een CO2 -uitstoot van 0 gr./km bent u geen bpm verschuldigd.

KIA? Als u dit jaar een nieuwe elektrische bestelauto, zoals de Nissan E-NV200, Peugeot Partner Electric of Mercedes-Benz Vito E-Cell (bestemd voor beroepsvervoer) aanschaft, dan kunt u naast de MIA eveneens in aanmerking komen voor (max. 28%) KIA. Dubbel voordeel dus.

Waterstofauto’s? Op de onlangs gepubliceerde ‘positieve lijst’ staan o.a. ook drie waterstofauto’s vermeld, de Hyundai ix35 Fuel Cell, Hyundai NEXO FCEV en de Toyota Mirai.

Milieuvriendelijke auto Investeringsbedrag wat ten hoogste in aanmerking komt MIA Vamil Code Milieulijst
Waterstofauto (personenauto) € 50.000,- 36% 75% F 3109
Volledig elektrische auto met een CO2 -uitstoot van 0 gr./km (personenauto) € 50.000,- 36% G 3110
Plug-inhybrideauto met een CO2 -uitstoot van > 0 – 30 gr./km (personenauto) € 35.000,- 27% D 3111
Aardgasauto (voor zakelijk vervoer van goederen of personen) 50% van het investeringsbedrag 50% van 13,5% E 3113
Elektrische bestelauto (bovendien ook nog eens max. 28% KIA) € 75.000,- 36% 75% F 3114
Schaft u een waterstofauto (bijv. Hyundai ix35, NEXO FCEV of Toyota Mirai) of een elektrische bestelauto aan, dan kunt u naast de MIA (max. 36%) ook nog gebruikmaken van de Vamil-regeling (max. 75% afschrijving ineens voor waterstofauto’s). Voor een elektrische bestelauto kunt u bovendien ook nog eens KIA (max. 28%) krijgen. bron:indicator

KLEINEONDERNEMERSREGELING: Profiteer nog optimaal van de KOR, dus wat te doen?

Voor wie en tot wanneer? De kleineondernemersregeling (KOR) in de btw is een voordeeltje voor ondernemers. Tot en met 2019 kunnen alleen eenmanszaken, Vof’s en maatschappen zonder rechtspersoonlijkheid gebruikmaken van deze regeling. Na 2019 gaat die op de schop.

Wat is uw voordeel?

Berekening. Het voordeel van de KOR bestaat uit een vermindering op de btw-afdracht. De maximale vermindering is € 1.345,-. Negatief uitkomen door de vermindering kan niet. De vermindering bedraagt dan: 2,5 x (€ 1.883,- -/- af te dragen btw).

Stel, uw omzet is € 10.000,- (btw 21%, dus € 2.100,-) en de btw op inkopen en kosten is € 600,-. Uw btw-afdracht voor aftrek KOR is dus € 1.500,-. De vermindering is dan € 1.833,- -/- € 1.500,- = € 333,- x 2,5 = € 832,50. Per saldo draagt u dus € 1.500,- -/- € 833,- = € 667,- btw af.

Let op. Werkt u met verleggingsregelingen, btw-belaste verhuur van onroerende zaken en/of inkopen van goederen en diensten uit het buitenland (vergeet ook computerlicenties niet), dan gelden er enige bijzonderheden bij bovengenoemde berekening. Dan is hulp van uw adviseur nodig.

Optimaliseren, hoe pakt u dat aan?

Sturen. Voor een maximaal KOR-voordeel kunt u aan twee kanten sturen, namelijk op het gebied van uw omzet en op het gebied van uw kosten en investeringen. De optimale uitkomst is € 1.345,- af te dragen btw. Dan betaalt u per saldo niets.

Omzetkant. Sturen met uw omzet lijkt wellicht niet mogelijk, u heeft meestal niet op afroep meer of minder klandizie, maar kan vaak wel degelijk. Als uw KOR-voordeel optimaal is bij een hogere omzet, kunt u al in de laatste dagen van december uw factuur aan uw klant sturen, terwijl u dat gewoonlijk pas in januari zou doen. Heeft u een kasstelsel? Vraag uw klant dan om een vooruitbetaling.

Andersom. Als uw voordeel juist minder wordt bij een hogere omzet, stel dan het versturen van uw factuur uit tot na 1 januari. Als uw levering of dienst in december plaatsvond, moet u uiterlijk op 15 januari uw factuur sturen. Heeft u een kasstelsel? Vraag uw klant dan om pas na 1 januari te betalen.

Voorbeeld.Als u in december normaal gesproken nog een factuur van € 1.000,- exclusief € 210,- btw zou sturen en deze uitstelt tot na 1 januari, is uw voordeel: btw-afdracht voor KOR € 1.500,- -/- 210 = € 1.290,-. Dat is lager dan € 1.345,- dus u krijgt maximaal € 1.290,- aftrek. Ten opzichte van het eerste voorbeeld is uw voordeel (€ 1.290,- -/- € 883,-) € 407,-.

Aan kostenkant sturen. Als uw btw-afdracht (zonder ingrijpen) boven de € 1.345,- uitkomt, dan loont het om voor eind 2018 nog enkele uitgaven te doen. Ook kunt u uw leverancier vragen om u alvast een factuur te sturen voor de volgende periode. Ook als u het kasstelsel toepast en pas na 1 januari 2019 betaalt, mag u de btw nog in 2018 in aftrek brengen. Tip. Als de btw-afdracht juist onder de € 1.345,- dreigt uit te komen, is het verstandig om nieuwe aankopen juist uit te stellen, zodat u in 2019 de btw-aftrek neemt. Als u toch nog moet investeren, kan het verstandig zijn om deze voor of juist na 1 januari te doen. Ook met het inkopen van extra voorraad kunt u sturen.

U maakt optimaal gebruik van de kleineondernemersregeling door nu al te sturen op omzet (tijdstip verzenden factuur of betaling verschuiven) of door te sturen op kosten (uitgaven nog in 2018 doen of juist pas in 2019). Ook met het inkopen van (extra) voorraad kunt u sturen. bron:indicator

BELASTINGEN: Alternatief dividendbelasting ook goed voor niet-BV’s?

MKB zonder BV. De dividendbelasting blijft overeind en dus is er € 1,9 miljard beschikbaar voor alternatieve lastenverlichting. Die richt zich met name op het bedrijfsleven en nog specifieker op BV’s, via een verdere verlaging van de vennootschapsbelasting. Maar komt er ook extra lastenverlichting voor de ondernemer zonder BV?

Voordeel voor niet-BV’s

Onder de aangekondigde maatregelen is er ook een aantal waarvan ondernemers kunnen profiteren die geen BV hebben. Deze maatregelen zijn weliswaar met name voordelig voor grotere bedrijven, maar het MKB pikt er wel een deel van mee.

Uitstel 30%-regeling. Om te beginnen wordt de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers met een bijzondere expertise herzien. De regeling houdt in dat voor dergelijke werknemers onder voorwaarden 30% van het loon belastingvrij kan worden uitbetaald als tegemoetkoming in de extra kosten die deze werknemers maken. Aangekondigd was dat de regeling die nu voor maximaal acht jaar kan worden toegepast, maximaal nog maar vijf jaar kan worden toegepast. Deze regeling zou ingaan per 2019, maar er komt alsnog overgangsrecht voor de groep waarvoor de regeling in 2019 of 2020 zou eindigen.

Uw voordeel? Heeft u dergelijke werknemers in dienst, dan wordt u dus niet in 2019 al geconfronteerd met extra looneisen door het vervallen van deze faciliteit. Hiermee is € 750 miljoen gemoeid.

Lastenverlichting werkgevers. Verder komt er vanaf 2021 een jaarlijkse verlaging van de werkgeverslasten op arbeid van € 200 miljoen. Uit de stukken valt nog niet op te maken waaruit deze lastenverlichting bestaat, maar dit zou bijvoorbeeld een verlaging van de premies werknemersverzekeringen kunnen zijn of een vergroting van de vrije ruimte van 1,2% in de werkkostenregeling. Duidelijk is in ieder geval dat ook de IB-ondernemer met werknemers hiervan profiteert.

Meer afdrachtvermindering S&O. Ook komt er vanaf 2020 meer geld beschikbaar voor de afdrachtvermindering inzake speur- en ontwikkelingswerk (S&O). Deze afdrachtvermindering bedraagt thans 32% voor de eerste € 350.000,- aan kosten inzake innovatie. Voor het meerdere aan kosten ontvangt u thans nog 14% afdrachtvermindering. Vanaf 2020 wordt dit laatste percentage verhoogd naar 16%, zodat alleen bedrijven die in een jaar meer dan € 350.000,- aan innovatiekosten maken hiervan profiteren. Dit kunnen deels ook bedrijven zijn die niet in de BV-vorm worden geëxploiteerd, al zal dit deel niet al te groot zijn. Met deze maatregel is jaarlijks € 76 miljoen gemoeid.

Wat heeft u hier nu allemaal aan?

Of de alternatieven voor het afschaffen van de dividendbelasting ook voor u als ondernemer zonder BV iets opleveren, hangt van uw bedrijfsomstandigheden af. Het is met name van belang of u personeel in dienst heeft, of daarvan een deel gebruikmaakt van de 30%-regeling en in 2019 en 2020 getroffen zou worden door de beperking ervan, en of u voor meer dan € 350.000,- aan innovatieve activiteiten ontplooit.

Is het antwoord op één of meer van deze vragen ‘ja’, dan profiteert ook u van de voorgestelde alternatieven. Bedenk wel dat ook deze nog door het parlement moeten worden goedgekeurd.

De alternatieve lastenverlichting voor het afschaffen van de dividendbelasting is ook voordelig voor de IB-ondernemer die werknemers in dienst heeft en/of jaarlijks forse innovatiekosten maakt. bron:indicator

Geschil over factuur, let op de btw

Creditfactuur. Als u voor de btw belaste prestaties verricht, kunt u de aan uw bedrijf in rekening gebrachte btw als voorbelasting aftrekken. Dat kan in het aangiftetijdvak waarin u de factuur heeft ontvangen. Dus zelfs voordat u de factuur heeft betaald. Let op. Als echter vaststaat dat u een factuur niet zal gaan betalen, dan bent u verplicht om de vooraftrek zo snel mogelijk te corrigeren. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij een verkeerde bestelling. Als u hiervoor een creditfactuur ontvangt, dan wordt door het inboeken van deze creditfactuur de eerder genoten btw-vooraftrek automatisch gecorrigeerd.

Niet betaald, geen creditfactuur. Het kan echter ook gebeuren dat u een factuur nog niet heeft betaald, omdat u een geschil met een leverancier heeft. U heeft dan (nog) geen creditfactuur ontvangen. Ook in dit geval kan de vooraftrek op de niet-betaalde factuur echter in gevaar komen. Sinds 2017 geldt namelijk dat als u na verloop van een jaar een factuur nog steeds niet heeft voldaan, u verplicht bent om de vooraftrek direct te corrigeren. Let op. Doet u dit niet, dan kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag met boete opleggen. Deze termijn van een jaar begint te lopen vanaf het moment dat de betalingstermijn eindigt. De betalingstermijn is afhankelijk van hetgeen u met uw leverancier heeft afgesproken. Is er niets vastgelegd in een overeenkomst, dan wordt er aangesloten bij de wettelijke betalingstermijn (30 dagen).

Stel, u heeft op 1 oktober 2017 een factuur ontvangen met vervaldatum 21 oktober 2017. Als deze factuur op 21 oktober 2018 nog niet is betaald, moet de btw in de btw-aangifte over oktober 2018 of over het derde kwartaal van 2018 worden gecorrigeerd. Dit geldt ook als op 21 oktober 2018 nog niet vaststaat of u de factuur zal betalen omdat u bijvoorbeeld met de leverancier in een juridische procedure bent verwikkeld.

Factuur later toch betaald. Als u later deze factuur dan alsnog (deels) betaalt, ontstaat er opnieuw recht op aftrek van voorbelasting in het tijdvak waarin u de factuur uiteindelijk (deels) betaalt.

Wees u bewust van de btw-gevolgen van het niet betalen van een factuur. Na verloop van één jaar na de betalingstermijn moet u de vooraftrek direct corrigeren. bron:indicator

JAARREKENING: Nu actie, straks meer succes bij uw financieringsaanvraag

Ondernemen is vooruitzien. Als u met uw bedrijf het jaar 2019 financieel gezond wilt beginnen, moet u daar nu al de basis voor leggen. De eindbalans van 2018 is immers de beginbalans van 2019. U wilt natuurlijk dat uw balans er zo goed mogelijk uitziet. Voor veel acties die u kunt ondernemen, geldt dat u op tijd (liefst nu) moet beginnen. Tip. U maakt uw bedrijf gezonder door de balans ‘kort’ te maken. Ook banken hechten grote waarde aan een korte balans.

Kredietwaardig? Banken beoordelen uw kredietwaardigheid op basis van de cijfers per einde boekjaar. Uw kredietwaardigheid bepaalt niet alleen óf u een lening krijgt, maar ook welke rente u moet gaan betalen en welke zekerheden u moet verstrekken. Een belangrijke indicator voor uw kredietwaardigheid is de solvabiliteit.

Solvabiliteit

Hoeveel eigen vermogen? Solvabiliteit is de verhouding tussen eigen vermogen en het totale vermogen van uw bedrijf. Een hoge solvabiliteit betekent dat uw bedrijf met relatief veel eigen vermogen is gefinancierd. In dat geval loopt de bank minder risico, wat als het goed is een lagere rente en betere voorwaarden oplevert. Tip. U kunt uw solvabiliteit verbeteren door het eigen vermogen te vergroten, bijvoorbeeld door privémiddelen in het bedrijf te storten of te besparen op uw privéuitgaven, maar dit is niet eenvoudig en zet mogelijk weinig zoden aan de dijk …

Balanstotaal verlagen. Daarentegen is het relatief eenvoudig om de solvabiliteit te verbeteren door het totale vermogen per balansdatum te verlagen, oftewel: de balans korter te maken.

Een kortere balans

Zorg dat de vlottende activa en de kortlopende schulden zo laag mogelijk zijn. Dit is veruit de eenvoudigste en snelste manier om uw solvabiliteit te verbeteren. Hoe bereikt u dat?

  • Zorg voor een lage debiteurenstand.
  • Zorg voor kleine voorraden en weinig onderhanden werk.
  • Betaal zo veel mogelijk uw crediteuren en andere schuldeisers met liquide middelen.
  • Laat uw personeel zo veel mogelijk hun vakantiedagen nog dit jaar opnemen.
  • Maak korte metten met belastingschulden.

Hoe doet u dat?

Oude vorderingen. Bij een financieringsaanvraag beschouwt de bank vorderingen ouder dan 90 dagen als waardeloos. U komt beter voor de dag als u deze vorderingen verkoopt aan een partij die daarin is gespecialiseerd. Met het vrijgekomen geld kunt u uw schuldeisers voldoen.

Voorraden. Neem afscheid van voorraden die niet of nauwelijks meer verkocht worden. Laat uw bestellingen (inkopen) voor volgend jaar pas in januari afleveren.

Vakantiedagen. Niet opgenomen vakantiedagen komen als kortlopende schuld op de balans. Moedig uw personeel aan om hun vakantiedagen nog dit jaar op te nemen.

Belastingschulden. Banken zien niet graag een zakelijke belastingschuld op de balans staan, zeker niet als het om ‘oude’ jaren gaat. Als u nog suppletieaangiften moet doen, doe dat dan ook zo spoedig mogelijk.

Voor lagere financieringskosten en betere voorwaarden in 2019 moet u nu al actie ondernemen. Verbeter de solvabiliteit door uw debiteurenstand en uw voorraden te verminderen en gebruik de vrijgekomen middelen om uw (kortlopende) schulden af te lossen. Voorkom oude belastingschulden op de balans. bron:indicator

Controle gebruik bestelauto moet tijdig, aldus de rechter

Voor een bestelauto geldt gewoon de bekende bijtelling vanwege het privégebruik. Dit is dus een percentage van de cataloguswaarde inclusief bpm en btw. Er zijn voor bestelauto’s wel meerdere manieren om onder de bijtelling uit te komen. Daar zitten uiteraard wel de nodige voorwaarden aan vast, maar dat geldt ook voor de fiscus, zo bleek onlangs maar weer eens.

Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik

Een van de manieren om onder een bijtelling voor een bestelauto uit te komen, is de ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’.

Een bestelauto waarvoor u of een werknemer zo’n verklaring heeft ingevuld, telt niet mee voor de bijtelling. De fiscus gaat er namelijk van uit dat de bestelauto alleen zakelijk wordt gebruikt.

Geen kilometeradministratie? Een groot voordeel van een dergelijke verklaring is dat er voor de bestelauto geen kilometeradministratie hoeft te worden bijgehouden. Een nadeel is weer dat u de bestelauto geen enkele kilometer privé mag gebruiken. Dus zelfs niet even omrijden op weg naar huis om uw kids bij de crèche op te halen.

Fysieke controle

Of de auto inderdaad alleen zakelijk wordt gebruikt, controleert de fiscus fysiek. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van camerabeelden. Ziet men de auto ergens waarvan betwijfeld wordt of het wel een zakelijke rit betreft, dan volgt er een vragenformulier. Er moet dan aannemelijk worden gemaakt dat de betreffende rit inderdaad zakelijk was. Bijvoorbeeld aan de hand van een opdrachtbon of factuur. Lukt dit niet, dan volgt er een naheffing plus boete. Dat komt zeer nauw dus.

In de actualiteit

De fiscus moet de controle ‘in de actualiteit’ uitvoeren, zoals het zo mooi heet. Dit betekent dat de inspecteur met de controle van een bepaalde rit niet te lang mag wachten. Onlangs werd er voor de rechter een zaak uitgevochten waarbij het ging om een rit die plaatsvond op 27 februari 2013. Hierover stelde de inspecteur pas op 15 december 2015 nadere vragen. De rechters vonden dit te laat en dus verdween de aanslag in de prullenbak, Gerechtshof Amsterdam, 05.09.2018 (GHAMS:2018:3089) .

Ook voor werknemers! De betreffende verklaring kunt u zelf gebruiken om aan de bijtelling voor een bestelauto te ontkomen, maar uw werknemers kunnen ook die verklaring invullen en gebruiken. Dan hoeft u bij hen voor de loonheffing ook geen rekening te houden met de bijtelling.

Belastingplan 2019

Overigens wordt in het Belastingplan 2019 vanaf volgend jaar het gebruik van automatische kentekenregistratie voor de fiscus toegestaan als controlemiddel, maar dan alleen voor de Motorrijtuigenbelasting (en dus niet voor de bpm).

Let op.  Dat neemt niet weg dat de fiscus op andere manieren kan controleren of er toch stiekem privé wordt gereden met de bestelauto. Via brandstofbonnen, kilometercontroles, garagenota’s, etc. kan men u kritisch aan de tand voelen.

Als u een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ benut (voor uzelf of uw personeel), moet u er rekening mee houden dat u desgevraagd aannemelijk moet kunnen maken dat uw ritten zakelijk waren. Een dergelijk verzoek van de inspecteur mag echter niet te ver in het verleden liggen, aldus de rechter. bron:indicator

Buiten de deur eten en drinken?

Buiten de deur zakelijk consumeren

Voor de inkomstenbelasting (IB) en de btw gelden specifieke regels voor de aftrek van eten en drinken die genuttigd worden buiten de deur. Hoe zit de vork dan in de steel?

Eten en drinken voor uzelf. Eten en drinken dat u voor uzelf nuttigt buiten de deur, waar geen zakelijk belang tegenover staat, zijn privékosten. Deze kosten zijn niet aftrekbaar van uw winst. Ook mag u hier niet de btw in aftrek nemen.

Zakelijk belang? De kosten voor eten en drinken dat u zakelijk onderweg nuttigt in een horecagelegenheid zijn voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

En de btw? De btw op eten en drinken dat u nuttigt is niet aftrekbaar. Tip.  De niet-aftrekbare btw mag u wel opvoeren als kosten indien er sprake is van een zakelijk belang.

Eten en drinken van uw personeel

Kostenaftrek. De kosten van zakelijk eten en drinken met personeel zijn beperkt aftrekbaar van de winst. Denk hierbij aan een etentje met zakenrelaties. Deze kosten van eten en drinken zijn slechts voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

Btw-aftrek. De btw op eten en drinken dat uw personeel nuttigt in een horecagelegenheid is niet aftrekbaar. Doordat de btw op horecabestedingen sowieso niet voor aftrek in aanmerking komt, tellen deze kosten niet mee voor de aftrekbeperking (BUA) op personeelsvoorzieningen. Tip.  De niet-aftrekbare btw mag u wel opvoeren als kosten als er sprake is van een zakelijk belang.

Eten en drinken voor en met relaties

Kostenaftrek. Uitgaven voor eten en drinken die u doet in een horecagelegenheid met het oog op zakelijke belangen zijn beperkt aftrekbaar van de winst. Dus ook als u met uw zakenrelatie een hapje en drankje nuttigt buiten de deur.

Slechts voor 80% aftrekbaar. U heeft de mogelijkheid om 100% van de kosten in aftrek te brengen, maar dan moet u wel € 4.500,- (2018) bij uw winst tellen. Dit is alleen interessant als het totaal aan beperkt aftrekbare kosten op jaarbasis (2018) meer dan € 22.500,- bedraagt.

Let op 1. Het zakelijk karakter moet u wel kunnen aantonen. Dit kunt u aannemelijk maken door op de bon/factuur te zetten met wie u heeft gegeten (naam en bedrijfsnaam) en wat de reden van het etentje is geweest.

Let op 2. De kosten moeten wel in verhouding staan tot het nut dat die kosten hebben voor uw bedrijf. Buitensporige kosten zullen bij een controle meteen de argwaan bij de controleurs oproepen. U moet de zakelijkheid ervan aantonen.

Let op 3. Btw die u betaalt voor een zakelijk hapje en drankje buiten de deur is nooit aftrekbaar. Deze kosten tellen niet mee voor de aftrekbeperking (BUA) op relatiegeschenken.

Het zakelijk belang van gemaakte kosten buiten de deur (eten en drinken) moet in verhouding staan tot het nut dat u daarmee beoogt. U moet dat aantonen. Noteer op de bon (op naam van uw zaak gesteld!) met wie dat was en waarom. De btw hierop is nooit aftrekbaar! Die btw mag u weer wel als kosten aftrekken. bron:indicator

Als ondernemer lid van vakbond, aftrekbaar?

ip.  Indien u de zakelijkheid van dit lidmaatschap kunt aantonen, zijn de kosten aftrekbaar van de winst. Dit blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, 13.08.2018 (RBNHO:2018:6118) .

De acteur in deze rechtszaak … In deze zaak was een ondernemer actief als actrice. Ze verzorgde ook trainingen en coaching. De kosten van het lidmaatschap van de FNV had ze afgetrokken van de winst. De inspecteur weigerde de aftrek en stelde dat er sprake was van representatiekosten.

De rechter houdt de regie. De rechter vond echter op basis van de toelichting ter zitting van de actrice, dat de kosten zakelijk waren en dus aftrekbaar. Helaas zijn de specifieke argumenten niet in de uitspraak opgenomen, maar ook wij kunnen hier de stellingen van de inspecteur niet volgen.

Tip.  Al eerder besliste een rechter dat de kosten van het lidmaatschap van een ondernemersorganisatie als zakelijk zijn aan te merken en dus aftrekbaar zijn. Deze uitspraak bevestigt dat dit ook geldt voor de contributie aan zzp-organisaties.

De kosten van het lidmaatschap van een ondernemersorganisatie of een vakbond voor zzp’ers zijn zakelijk en mag u van de winst aftrekken. bron:indicator

De studiekosten van uw kind in aftrek als bedrijfskosten?

Kind op de payroll bij uw zaak?

Arbeidscontract. U sluit als werkgever (eenmanszaak, Vof of maatschap) met uw kind een arbeidsovereenkomst onder dezelfde voorwaarden als die voor andere werknemers zouden gelden. De loonkosten zijn dan aftrekbaar van de winst.

Loon onbelast uitbetalen. Het loon is bij uw kind weliswaar belast, maar omdat er recht bestaat op de heffings- en arbeidskorting, hoeft uw kind pas vanaf een jaarinkomen van ruim € 6.700,- belasting te betalen. U kunt uw kind dus per maand zo’n € 560,- onbelast betalen. Let op.  De verdiensten van uw kind moeten reëel zijn, dus ongeveer wat een vergelijkbare werknemer zou verdienen. Voor zover het loon bovenmatig is, zijn deze kosten niet aftrekbaar (onttrekking).

Werknemersverzekeringen. Indien uw kind een echte dienstbetrekking heeft, is hij ook verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Als u uw kind ontslaat, heeft hij dus ook nog recht op een uitkering. Let op.  Er kan getoetst worden of er wel sprake is van een gezagsverhouding.

Bijkomend voordeel. Als uw kind tenminste drie jaar op de payroll staat, kunt u uw onderneming fiscaalvriendelijk aan uw kind schenken door gebruik te maken van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956.

Studiekosten vergoeden. Bij de studiekosten die u onbelast aan uw medewerkers kunt vergoeden, kunt u denken aan lesgelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen en reiskosten voor lesbezoek. Tip.  Dit schept dus mogelijkheden als uw kind bij u meer verdient dan bovengenoemde grens of ook over andere inkomensbronnen beschikt. Tip.  Let ook op of u onder de werkkostenregeling nog een bedrag onbelast aan uw kind kunt betalen.

Auto van de zaak? Heeft uw studerende kind geen recht op een gratis ov-kaart om op het werk te komen, dan is een auto van de zaak wellicht een optie. Staat uw kind op de payroll, dan zijn de kosten voor uw bedrijf aftrekbaar en heeft uw kind te maken met de bekende bijtelling. Tip.  De bijtelling kunt u beperken tot 4% van de cataloguswaarde door een volledig elektrische auto ter beschikking te stellen.

Niet op de payroll?

Lening. Is meewerken in uw bedrijf geen optie, dan kunt u uw kind ook een lening verstrekken voor de financiering van een studie die erop gericht is inkomen te verdienen. De aftrek van studiekosten voor een kind, mits hij geen recht op studiefinanciering heeft, geldt voor verplichte leermiddelen, zoals boeken en les-, cursus-, college- en examengelden. Let op.  Uw kind heeft geen recht op aftrek als u de studiekosten voor hem betaalt, de kosten drukken dan immers niet op uw kind. Bij lenen heeft een kind nog steeds een verplichting tot terugbetaling, zodat de studiekosten wel op het kind drukken en dus aftrekbaar zijn. U kunt bijvoorbeeld de studiekosten lenen en later de lening (deels) kwijtschelden.

Geen inkomen? Heeft uw kind geen belastbaar inkomen, dan kan de aftrek van studiekosten ertoe leiden dat er een negatief inkomen ontstaat. Dit negatieve inkomen is verrekenbaar met positieve inkomsten in de volgende negen jaren. Let dan ook op de middelingsregeling!

Door uw studerende kind bij uw bedrijf op de payroll te zetten, kunt u aan uw kind per maand circa € 560,- onbelast uitbetalen. De verdiensten van uw kind moeten dan wel reëel zijn, dus ongeveer wat een vergelijkbare werknemer zou verdienen. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl