“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Vlaktaks, tweeschijventarief, snapt u het nog?

Vanaf 2019. Vanaf 2019 gelden er andere belastingtarieven. Vanaf 2021 zal er ook een proportionele belasting (vlaktaks) gaan gelden, waarbij een belastbaar inkomen t/m € 68.507 in verhouding gelijk belast gaat worden. Daarentegen worden de tarieven van de aftrekposten in box 1 verlaagd. Kortom, tijd om alles eens op een rijtje te zetten.

Box 1 in 2019

Voor 2019 is het tarief van de eerste schijf verhoogd. Daarentegen zijn de tarieven in schijf 2, 3 en 4 verlaagd. De tarieven box 1, wanneer de AOW-leeftijd nog niet is bereikt, zijn:

Belastbaar inkomen in €
2018 t/m 20.142 max. 33.994 max. 68.507 boven 68.507
36,55% 40,85% 40,85% 51,95%
2019 t/m 20.384 max. 34.300 max. 68.507 boven 68.507
36,65% 38,10% 38,10% 51,75%
2020 t/m 20.751 max. 34.764 max. 68.507 boven 68.507
37,05% 37,8% 37,8% 50,50%
2021 max. 68.507 boven 68.507
37,05% 37,05% 37,05% 49,50%

2021. Vanaf 2021 worden de tarieven in box 1 beperkt tot twee schijven. Het begintarief in de hoogste schijf 4 blijft tot en met 2021 € 68.507. Let op. Voor AOW-gerechtigden blijven er drie schijven.

2019 aftrekposten box 1. Het tarief waartegen u de hypotheekrenteaftrek en overige aftrekposten mag aftrekken is per 2019 verlaagd. Dit wordt geleidelijk verder verlaagd tot 37,05% in 2023.

Hypotheekrenteaftrek. De afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt versneld afgebouwd. Ook dit even in tabelvorm.

Tarief 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Maximaal aftrektarief eigen woning 49,5% 49% 46% 43% 40% 37,05%

Overige aftrekposten. Ook het maximumtarief waartegen u de overige aftrekposten in box 1 mag aftrekken, wordt verlaagd tot 37,05% in 2023. Voor u als ondernemer kan dit te zijner tijd gevolgen hebben voor onder meer de MKB-winstvrijstelling en de ondernemersaftrek zoals de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en meewerkaftrek.

Tarief 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Maximaal aftrektarief overige aftrekposten 51,95% 51,75% 46,0% 43,0% 40% 37,05%

Persoonsgebonden aftrek. De daling van het tarief waartegen u de overige aftrekposten mag aftrekken, heeft ook gevolgen voor de persoonsgebonden aftrek zoals:

  • uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, zoals de partneralimentatie;
  • uitgaven voor specifieke zorgkosten;
  • weekenduitgaven voor gehandicapten;
  • aftrekbare giften.

Voor wie gevolgen? Voor belastbare inkomens boven de € 68.507 wordt de belastingaftrek vanaf 2020 geleidelijk aan verlaagd tot 37,05% in 2023. Dit wordt deels gecompenseerd door een lager belastingtarief in box 1.

Tip. Vanaf 2020 zakt de kostenaftrek van 49 naar 46%. Profiteer dus in 2019 nog optimaal. Haal kosten desnoods naar voren (afkoop alimentatie, zorgkosten zoals een gebit of voorgenomen giften).

Vanaf 2020 zakt de kostenaftrek van 49 naar 46%. Profiteer dus in 2019 nog optimaal. Haal kosten (persoonsgebonden aftrek) desnoods naar voren (afkoop alimentatie, een dure tandartsingreep of voorgenomen giften in 2019 doen). U geniet in 2019 immers nog 3% meer aftrek. bron:indicator

Ook inkomende facturen zijn geld waard …

Fiscale belangen die geld opbrengen

Om de aftrek van de btw en kosten niet mis te lopen, dient u zich aan een aantal regels te houden. Zo stelt de Belastingdienst als regel dat gegevens die van oorsprong digitaal zijn, tevens digitaal bewaard moeten worden. Aan de andere kant mag u, als u voldoet aan bepaalde voorwaarden, papieren facturen en bonnetjes digitaliseren zonder dat u daarbij het origineel hoeft te bewaren. Ziet u door het bos de bomen nog wel?

Facturen per e-mail. Facturen die u via e-mail ontvangt, kunt u printen voor uw eigen administratie. Conform de bewaarplicht bent u verplicht om facturen die u digitaal ontvangt, ook digitaal te bewaren. Let op 1. Het enkel opslaan van een factuur is dan in dit geval niet voldoende. Zo moet u kunnen aantonen dat de factuur na ontvangst niet eigenhandig is aangepast. Dit doet u door de oorspronkelijke e-mail met de factuur als bijlage te bewaren. Tip. Maak in uw e-mailprogramma mappen aan per leverancier, waarin u vervolgens de e-mail met de factuur als bijlage bewaart. Let op 2. Maak ook regelmatig een back-up van uw e-mailprogramma.

Facturen via een portaal. Een portaal is een webpagina van de leverancier waar u toegang kunt krijgen tot uw facturen en deze vervolgens kunt downloaden.

Tip. Maak op uw computer een mappenstructuur aan per belastingjaar.

Voorbeeld. Een hoofdmap ‘Inkoopfacturen 2019’ met submappen per leverancier. In de submap van leverancier X slaat u vervolgens de factuur op factuurdatum op. Tip. Het kan een hele klus zijn om de facturen die u via e-mail ontvangt en via een portaal moet downloaden te verzamelen voor uw boekhouding. Doe dit daarom regelmatig, bijvoorbeeld maandelijks. Let op. Zorg ervoor dat u ook van de map ‘Inkoopfacturen’ op uw computer een back-up maakt.

Papieren facturen. Facturen en bonnetjes die u op papier heeft ontvangen, mag u gerust digitaal bewaren. U hoeft het origineel dan niet te bewaren. De Belastingdienst spreekt van ‘conversie’ als u gegevens overbrengt naar een andere gegevensdrager. Dit is bijvoorbeeld het geval als u facturen en bonnetjes die u op papier ontvangen heeft, inscant (art. 52 lid 5 AWR). U moet dan wel aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen.

  • U zet alle gegevens over.
  • U zet de gegevens inhoudelijk juist over.
  • U zorgt ervoor dat de nieuwe gegevensdrager tijdens de gehele bewaartermijn beschikbaar is.
  • U kunt de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd (re)produceren en leesbaar maken.
  • U zorgt ervoor dat een controle van de geconverteerde gegevens binnen redelijke tijd kan worden uitgevoerd.

Let op. Scans moeten volledig en goed leesbaar zijn.

Bewaartermijnen in acht nemen

De bewaartermijn voor facturen en bonnen bedraagt zeven jaar (T&A Belastingtips Eenmanszaak & Vof, jg. 08, nr. 14, p. 5, 24.05.2018). Let op. Heeft u voor een bepaald boekjaar uitstel voor uw aangifte inkomstenbelasting aangevraagd, dan wordt de bewaartermijn van dat jaar verlengd met het verkregen uitstel.

Maak een onderscheid tussen papieren facturen, facturen per e-mail en facturen die via een portaal te downloaden zijn. Maak op uw pc een mappenstructuur aan met submappen. Niet alleen voor de btw-aftrek, maar ook voor de kostenaftrek in de inkomstenbelasting en uw wettelijke bewaarplicht is dit belangrijk. bron:indicator

Welke zorgkosten zijn in 2018 aftrekbaar?

Tegemoetkoming? Betaalt u weinig of geen belasting door uw recht op heffingskortingen, dan maakt de Belastingdienst een nieuwe berekening zonder de aftrek van de zorgkosten omdat u waarschijnlijk een hoger bedrag aan heffingskortingen had kunnen gebruiken. Tip. Blijkt op basis van deze nieuwe berekening dat u recht heeft op een teruggaaf, dan krijgt u dat bedrag uitgekeerd. Check of dat ook gebeurt.

Wat is aftrekbaar? Zorgkosten zijn onder bepaalde voorwaarden in zijn geheel of deels aftrekbaar. Om die aftrek te kunnen krijgen, moet u het zogenaamde drempelbedrag overstijgen. Tip. Als u het hele jaar een fiscale partner heeft, telt u de zorgkosten van u en uw fiscale partner bij elkaar. Het bedrag boven het drempelbedrag is aftrekbaar. Let op 1. U mag alleen dat deel aftrekken waarvoor u geen vergoeding krijgt, wat u zelf betaalt en dat niet onder het eigen risico valt. Let op 2. De eigen bijdragen volgens de Zorgverzekeringswet zijn niet aftrekbaar.

Drempelbedrag. De hoogte van de drempel is afhankelijk van uw drempelinkomen (het totaal van uw inkomsten in box 1, 2 en 3, zonder uw persoonsgebonden aftrek) en of u een fiscale partner heeft in 2018.

Van wie aftrekken? U mag de zorgkosten in aftrek nemen voor:

  • u en uw fiscale partner;
  • uw kinderen jonger dan 27 jaar die deze kosten niet kunnen dragen;
  • bij u inwonende ouders, broers/zussen, afhankelijk van uw zorg;
  • ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder die bij u inwonen.

Wat moet u verzamelen over 2018? Verzamel alle bonnetjes en overzichten van uw zorgverzekeraar en (privé)bankafschriften. Tip 1. Dat geldt ook voor bonnetjes van gemaakte reiskosten (openbaar vervoer) van en naar de huisarts, het ziekenhuis, de specialist, etc. Dat geldt ook voor gemaakte taxikosten. Die reiskosten mag u als zorgkosten aftrekken. Tip 2. Maakt u zulke ‘zorgkilometers’ met uw eigen auto of die van de zaak, dan mag u die ook aftrekken als zorgkosten (totale autokosten incl. afschrijving, parkeergeld, etc. / totaal gereden kilometers per jaar x de zorgkilometers), dus ook als die boven de € 0,19 per km uitkomen.

Verzamel ook de bonnetjes van openbaar vervoer. Ook mag u de zorgkilometers met uw eigen auto of die van de zaak tegen een kilometerprijs tot uw aftrekbare zorgkosten rekenen. bron:indicator

Tesla-taks ook voor oudere auto?

De fiscale bijtelling voor de elektrische auto van de zaak verandert per 2019. De bijtelling van 4% geldt tot een cataloguswaarde van € 50.000,-. Voor een auto die duurder is, betaalt u 22% over het meerdere. Maar hoe zit dat voor gebruikte elektrische auto’s? Want die zijn ook populair momenteel.

4% – 22% – 25% aan bijtelling

Vijf jaar vast. De bijtelling voor de auto van de zaak staat in beginsel voor vijf jaar vast. Het is niet van belang of de auto tussentijds van eigenaar verandert. Dit betekent dat degene die nu nog een elektrische auto koopt of leaset (financial lease) van meer dan € 50.000,-, nog vijf jaar van de lage bijtelling over de hele catalogusprijs profiteert. Koopt u de auto in 2019, dan heeft u in beginsel vijf jaar lang met de gesplitste bijtelling van 4% en 22% te maken.

Heeft u in 2014 een elektrische auto gekocht of geleaset waarvan de cataloguswaarde meer dan € 50.000,- bedroeg, dan gaat de auto onder de nieuwe regeling vallen. Tot € 50.000,- wordt de bijtelling 7%. Over het meerdere van de catalogusprijs boven € 50.000,- betaalt u niet 22% maar 25%. Het percentage van 22% geldt immers pas voor auto’s vanaf 2017.

Wat gaat dit kosten?

Hocus pocus? Het verschil aan bijtelling is met name afhankelijk van het gedeelte van de catalogusprijs dat boven de € 50.000,- ligt.

Voorbeeld. De catalogusprijs van een elektrische auto bedraagt € 90.000,-. De bijtelling in 2018 bedraagt dan 4% x € 90.000,- = € 3.600,-. Vanaf 2019 wordt dit 4% x € 50.000,- + 22% x € 40.000,- = € 2.000,- + € 8.800,- = € 10.800,-.

Heeft u de auto in 2014 op kenteken gezet, dan wordt de bijtelling vanaf de maand ná de 60ste maand 7% x € 50.000,- + 25% x € 40.000,- = € 3.500,- + € 10.000,- = € 13.500,- .

Dus, dat is niet jofel … Zoals in dit voorbeeld te zien is, wordt volgend jaar de bijtelling fors hoger, ook voor oudere auto’s. In dit voorbeeld stijgt de bijtelling met € 7.200,- respectievelijk € 9.900,-. Afhankelijk van uw tarief betaalt u hierover belasting. Uitgaande van bijvoorbeeld 40% betekent dit € 2.880,- respectievelijk € 3.960,- minder in uw portemonnee.

Wat is hieraan te doen?

Als u een auto tot het ondernemingsvermogen rekent, kunt u die keuze niet zomaar wijzigen. U kunt de auto in beginsel dus niet overbrengen naar privé en u zit dan ook vast aan de hogere bijtelling.

Tip. U kunt als ondernemer eigenlijk alleen maar aan de hogere bijtelling ontkomen door de auto te verkopen en er een andere elektrische auto voor terug te kopen of te leasen. Deze auto moet dan niet veel duurder zijn dan € 50.000,-, anders zit u met hetzelfde probleem.

Lange termijn oplossing? Houd er in ieder geval rekening mee dat welke oplossing u ook kiest, deze alleen werkt voor de korte termijn.

Let op. Op langere termijn, namelijk vanaf 2021, gaat de lagere bijtelling verdwijnen. Dit is alleen anders voor auto’s waarvan de periode van vijf jaar nog niet verstreken is. De vrijstelling voor bpm en motorrijtuigenbelasting (mrb) gaat dan wel voor alle elektrische auto’s verdwijnen. Dat is dan weer wel een pleister op die ‘mobiele wonde’.

Een elektrische auto van meer dan € 50.000,- die vanaf 2019 wordt aangeschaft, krijgt met een hogere bijtelling te maken. Voor auto’s die in 2018 of eerder gekocht (tenaamgesteld) zijn, geldt deze hogere bijtelling de eerste 60 maanden na de eerste tenaamstelling nog niet. bron:indicator

Nieuwe btw-regeling voor vouchers

Vouchers en de btw

Huidige btw-regeling. Cadeaubonnen, boekenbonnen, bioscoopbonnen en dinerbonnen zijn aan te merken als vouchers. Op dit moment bent u als ondernemer bij de verkoop van vouchers btw verschuldigd op het moment dat deze voucher door de gebruiker wordt aangewend voor de aankoop van een product of dienst. Op dat moment moet beoordeeld worden of het lage btw-tarief of het hoge btw-tarief van toepassing is.

Nieuwe regeling

De nieuwe regeling maakt voor het moment van het verschuldigd worden van btw onderscheid tussen vouchers voor enkelvoudig gebruik en vouchers voor meervoudig gebruik.

Enkelvoudig gebruik. Is op het moment van verkoop van de voucher duidelijk welke soort goederen of welke dienst er met de voucher aangeschaft wordt, dan is er sprake van een voucher voor enkelvoudig gebruik. De btw is dan verschuldigd op het moment dat de voucher voor enkelvoudig gebruik verkocht wordt.

Meervoudig gebruik. Is op het moment van de verkoop van de voucher niet duidelijk welk goed of welke dienst er met de voucher wordt aangeschaft, dan is de btw pas verschuldigd op het moment dat de voucher daadwerkelijk wordt besteed voor de aanschaf van een goed of dienst. Pas op het moment van besteding van de voucher is namelijk vast te stellen of er met de voucher een goed of dienst belast met het lage btw-tarief wordt aangeschaft, of dat een goed of dienst onder het hoge btw-tarief valt. Op die manier wordt het juiste btw-tarief toegepast.

Voorbeeld.Een delicatessenzaak verkoopt cadeaubonnen waarmee zowel kaasjes als flessen wijn gekocht kunnen worden. Op het moment van verkoop van de voucher is niet bekend of er kaas (6% btw) of wijn (21% btw) gekocht zal worden, zodat de voucher voor meervoudig gebruik is. De btw is dan verschuldigd op het moment van besteding van de voucher. Als een cadeaubon van € 20,- besteed wordt voor € 5,- aan kaas en € 15,- aan wijn, dan is op het moment van besteding van de cadeaubon het volgende aan btw verschuldigd:

21/121 x € 15,- € 2,60
6/106 x € 5,- € 0,28
Totaal btw € 2,88

Let op. Vanaf 1 januari 2019 wordt het verlaagde btw-tarief verhoogd van 6 naar 9%.

Btw-heffing uitstellen. U kunt voordeel behalen door het moment van btw-heffing uit te stellen en vouchers voor meervoudig gebruik te verkopen. Van belang is dan dat de voucher zowel voor goederen en diensten die belast zijn met het lage btw-tarief als voor goederen en diensten die met het hoge btw-tarief belast zijn, besteed kan worden.

Waardebonnen en btw

Waardebonnen die zonder bijbetaling kunnen worden ingewisseld voor goederen en diensten vallen ook onder de nieuwe btw-regeling voor vouchers. Dit betekent dat er op het moment van uitgifte btw verschuldigd is als op dat moment bekend is welke goederen of diensten aangeschaft kunnen worden. Kunnen er zowel goederen en diensten belast met het lage btw-tarief als belast met het hoge btw-tarief worden aangeschaft, dan is de waardebon pas belast bij inwisseling.

Bij vouchers voor enkelvoudig gebruik is de btw vanaf 1 januari 2019 verschuldigd op het moment van verkoop van de voucher. U kunt het moment van btw-heffing uitstellen door vouchers voor meervoudig gebruik (goederen/diensten met verschillende btw-tarieven) te verkopen. Btw-afdracht is dan pas bij besteding. bron:indicator

Lenen aan een ondernemend kind

Een zoon leende € 450.000,- van zijn ouders en pompte dat geld in een BV die deel uitmaakte van een verliesgevend concern. Het concern verkocht nadien belangrijke activiteiten. De verkoopopbrengst viel uiteindelijk tegen. In het begin wordt de ouderlijke lening voor een klein deel (€ 50.000,-) afgelost. Rentebetalingen blijven steeds vaker achterwege.

Box 1 of box 3 (sparen en beleggen). U voelt het wellicht al aankomen: de ouders zien de waarde van de vordering flink dalen. Voor dit vermogensverlies nemen zij in hun belastingaangifte een ‘voorziening’ op. De inspecteur weigert de geclaimde aftrek van de voorziening en de zaak belandt bij Rechtbank Gelderland, 12.10.2018 (RBGEL:2018:4362) .

Ongebruikelijk, maar niet onzakelijk. In deze procedure was er overeenstemming over het feit dat de lening ongebruikelijk was. Dat wil zeggen dat deze lening niet zou zijn verstrekt als er geen familieband was geweest. Daarmee stond voor deze procedure vast dat het hier niet om sparen en beleggen ging, maar om terbeschikkingstelling van vermogen aan een kind dat een belang in een BV had. De opbrengsten (rente) zijn dan belast in box 1 en waardedalingen van de vordering zijn aftrekbaar. Maar, de inspecteur stelde dat het lenen van het geld onzakelijk was geweest. Volgens hem zouden derden dit debiteurenrisico niet hebben aanvaard. Onzakelijke verliezen zijn niet aftrekbaar.

Argumenten. Als verweer tegen de stellingname van de inspecteur wijzen de ouders erop dat zij bij het uitlenen van het geld volledig waren ingelicht over de reorganisatieplannen van het concern. En een accountant had een prognose opgesteld dat de kasstroom voldoende was voor aflossing van de lening. De rechter kijkt vooral naar wie de bewijslast heeft. Dat is de inspecteur en die komt met onvoldoende bewijs.

Conclusie. Houd er rekening mee dat de inspecteur de zakelijkheid van een lening aan ondernemende kinderen zal aanvechten. Maak zakelijke afspraken en zorg voor een dossier waaruit blijkt hoe de rente en aflossing naar verwachting betaald zullen worden.

Ouders die geld lenen aan (de onderneming van) hun kinderen, doen er goed aan om een dossier aan te leggen waaruit de zakelijkheid van de lening blijkt. bron:indicator

Deel uw auto met uw partner!

Bijtelling privégebruik auto. Indien u als ondernemer de beschikking heeft over een auto van de zaak, dan krijgt u in beginsel met een bijtelling van 22% te maken, tenzij u de auto op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé gebruikt. Voor echtgenoten of partners die samen in een bedrijf werken, kan het lonen om de auto van de zaak te delen. Er kan dan mogelijk geprofiteerd worden van een lager belastingtarief.

Man-vrouwfirma. Bij een man-vrouwfirma waarbij de auto aan beide partners voor privégebruik ter beschikking staat, kan de bijtelling sowieso verdeeld worden.

Meewerkende partner. Maar ook als de meewerkende partner loon of een arbeidsbeloning ontvangt, kan de bijtelling onder voorwaarden verdeeld worden. Let op. Dit kan niet als er meewerkaftrek wordt geclaimd.

Samen alles eerlijk delen, ook de auto?

Fiftyfifty? Als een ter beschikking gestelde auto moet worden gedeeld, geldt dit in principe ook voor de bijtelling. Hoe dit moet gebeuren, is afhankelijk van de omstandigheden. Het gaat om de mate waarin iemand in de gelegenheid is geweest om over de auto te beschikken en om het feitelijk gebruik. Bij echtparen of levenspartners die samen in de onderneming werken, betekent dit echter niet automatisch dat de bijtelling moet worden bepaald op basis van het gebruik. De Belastingdienst mag wel degelijk rekening houden met het feit dat er sprake is van een samenwoonrelatie. In de meeste gevallen zal een fiftyfiftyverdeling van de bijtelling wel verdedigbaar zijn.

Voorwaarden

Nodig voor het werk. Het spreekt voor zich dat uw meewerkende partner de auto nodig moet hebben voor het uitoefenen van zijn werkzaamheden.

Reële arbeidsbeloning. Verder is van belang dat uw meewerkende partner een reële arbeidsbeloning ontvangt en dat het (mede) gebruikmaken van de auto van de zaak onderdeel van die arbeidsbeloning is.

Wat is het voordeel?

Stel dat in een man-vrouwfirma de zakenauto ter beschikking staat aan beide vennoten. De auto heeft een cataloguswaarde van € 50.000. Voor een gewone auto is de bijtelling dan 22%, oftewel: € 11.000 per jaar. Als we uitgaan van een belastingtarief van 51,95% voor de ondernemer en 40,85% voor zijn partner, dan levert een fiftyfiftyverdeling een voordeel op van € 525 per jaar. Valt het inkomen van de partner onder het tarief van 36,55%, dan is het voordeel € 728 per jaar!

Afspraken maken?

De Belastingdienst stelt zich open voor het maken van afspraken over de auto van de zaak. Wilt u dus zekerheid vooraf, stel dan een reële verdeling voor en kijk of de inspecteur hiermee akkoord gaat. Let op. Let wel dat u aannemelijk zult moeten maken dat het ter beschikking stellen van een auto aan de partner reëel is. Van belang is daarbij natuurlijk dat een auto nodig is voor het goed kunnen uitoefenen van de functie. Stem de functieverdeling zo nodig op deze eis af en zorg dat de taken waarvoor een auto nodig is, goed verdeeld zijn.

Als uw partner in het bedrijf meewerkt en u samen in de auto van de zaak rijdt, kunt u de bijtelling verdelen. De auto moet wel nodig zijn voor het uitoefenen van de werkzaamheden, dus stem deze daarop af. Zorg dat de taken waarvoor een auto nodig is, goed verdeeld zijn. bron:indicator

Museumkaart onder de loep bij de inspecteur

Buurman? Als ondernemer heeft u vergaande administratieve verplichtingen. Bij vragen van de inspecteur dient u hierover ook inlichtingen te verstrekken. Wel logisch ook, want op basis van uw administratie moet uw belastingaanslag kunnen worden vastgesteld. Dat geldt natuurlijk niet voor de belastingaanslag van uw buurman of willekeurige andere derde. Maar kan de inspecteur zich ook dan beroepen op uw plicht tot het verstrekken van inlichtingen? Hoe zit dat precies?

Bijhouden administratie, maar zo dat …

Naast het bijhouden van een administratie bent u verplicht dit zodanig te doen dat een inspecteur een controle binnen een redelijke termijn kan uitvoeren. Uw administratie moet alle gegevens bevatten die voor het vaststellen van uw belastingplicht belangrijk kunnen zijn. Niet alleen papieren, maar tegenwoordig natuurlijk ook digitale gegevens. U moet alles ook bewaren. Zeven jaar is het uitgangspunt, maar voor onroerend goed geldt zelfs tien jaar. Ook moet u toestaan dat de inspecteur kopieën maakt en uw pand betreedt.

Ook ten behoeve van derden? Dat een en ander geldt voor uw eigen belastingplicht is te billijken. Dat wordt anders als u geconfronteerd wordt met een controle en informatieplicht ten behoeve van de belastingheffing van een ander. Onlangs kwam een zaak voor de rechter, omdat een stichting weigerde om de door de inspecteur verlangde gegevens te verstrekken. Wat speelde er?

Nederlands belastingplichtig? In deze zaak was de vraag aan de orde of een bepaalde persoon in Nederland woonachtig was en daarom ook Nederlands belastingplichtig. De Belastingdienst twijfelde kennelijk en had daarom aan de Stichting Museumkaart inzage gevraagd over het museumbezoek van de betreffende persoon. Wie in het bezit is van een museumkaart kan namelijk gratis een 400-tal Nederlandse musea bezoeken. Concreet had de inspecteur daarom gevraagd op welke data in het jaar en op welke locaties de museumkaart door hem was gebruikt. De stichting weigerde de gegevens te verstrekken, onder meer omdat er gevreesd werd dat de belangstelling voor het museumpark hierdoor zou verminderen.

Wat vond de rechter?

De rechter maakte een belangenafweging en stelde de fiscus in het gelijk (ECLI:NL:RBAMS:2018:8138) . Duidelijk was namelijk dat museumbezoek medebepalend is voor de vraag waar iemand woont. Dit is immers afhankelijk van de plaats die als centrum van iemands leven kan worden aangemerkt. Ook waren er onvoldoende tegenargumenten die het verstrekken van de gevraagde gegevens in de weg stonden. Zo zag de rechter onvoldoende overeenkomst met het verbod om automatisch kentekengegevens te verzamelen. Ook de privacywetgeving stond aan het verstrekken van die gegevens niet in de weg.

Wat kunt u hiermee? De fiscus mag ook uw administratie gebruiken om de belastingplicht van een collega te checken. U moet hieraan dezelfde medewerking verlenen als bij uw eigen belastingplicht. Weigert u, dan kan de inspecteur u een informatiebeschikking opleggen en moet u de gegevens alsnog leveren, tenzij de rechter anders oordeelt. Hij kan ook, zoals in deze zaak, naar de burgerrechter stappen en een en ander afdwingen met een dwangsom bij weigering in het verschiet.

Als ondernemer moet u meewerken aan een belastingcontrole, ook als deze betrekking heeft op de belastingplicht van een derde. Houd er rekening mee dat ook een dergelijke controle binnen redelijke termijn moet kunnen plaatsvinden. bron:indicator

Voorlopige aanslag 2018 wijzigen?

Belastingrente. Voor de aanslag inkomstenbelasting (IB) 2018 van uw onderneming geldt dat de Belastingdienst vanaf 1 juli 2019 belastingrente berekent. Voor de IB bedraagt deze belastingrente momenteel maar liefst 4%. U kunt een hoge renterekening van de Belastingdienst voorkomen door nu alvast de voorlopige aanslag IB over 2018 te controleren.

Geen of een te lage voorlopige aanslag. Als uit de voorlopige winstcijfers van uw bedrijf over 2018 blijkt dat u IB moet bijbetalen en er geen of een te lage voorlopige aanslag IB 2018 is opgelegd, dien dan zo snel mogelijk bij de Belastingdienst een verzoek in om een (nadere) voorlopige aanslag op te leggen.

Voor 1 mei 2019.  Het is van belang dat dit verzoek in ieder geval voor 1 mei 2019 wordt gedaan. U bent dan, mits de Belastingdienst niet afwijkt van uw aangifte, geen belastingrente verschuldigd.

Voorlopige aanslag te hoog. Ook als uw voorlopige aanslag IB 2018 te hoog is, is het raadzaam een verzoek bij de Belastingdienst in te dienen om de voorlopige aanslag te verlagen. Het zogenaamde ‘sparen’ bij de Belastingdienst is namelijk al een tijdje voorbij. De Belastingdienst vergoedt over het algemeen geen rente meer over een te hoge aanslag. Let op.  Ook bij de vermindering van een voorlopige aanslag krijgt u geen rente meer.

Voorlopige aanslag wijzigen. U kunt een voorlopige aanslag aanvragen of wijzigen door het formulier ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2018’ op het beveiligde deel van de website van de Belastingdienst in te vullen. Het is ook mogelijk om de aanvraag of de wijziging van de voorlopige aanslag met uw commerciële softwarepakket te doen of dit door uw adviseur te laten doen.

Verwacht u dat u winstbelasting moet (bij)betalen over 2018, vraag dan voor 1 mei 2019 een (nadere) voorlopige aanslag aan. Zo voorkomt u een hoge renterekening. bron:indicator

AFTREK ZORGKOSTEN: Welke zorgkosten zijn in 2018 aftrekbaar?

Tegemoetkoming? Betaalt u weinig of geen belasting door uw recht op heffingskortingen, dan maakt de Belastingdienst een nieuwe berekening zonder de aftrek van de zorgkosten omdat u waarschijnlijk een hoger bedrag aan heffingskortingen had kunnen gebruiken. Tip. Blijkt op basis van deze nieuwe berekening dat u recht heeft op een teruggaaf, dan krijgt u dat bedrag uitgekeerd. Check of dat ook gebeurt.

Wat is aftrekbaar? Zorgkosten zijn onder bepaalde voorwaarden in zijn geheel of deels aftrekbaar. Om die aftrek te kunnen krijgen, moet u het zogenaamde drempelbedrag overstijgen. Tip. Als u het hele jaar een fiscale partner heeft, telt u de zorgkosten van u en uw fiscale partner bij elkaar. Het bedrag boven het drempelbedrag is aftrekbaar. Let op 1. U mag alleen dat deel aftrekken waarvoor u geen vergoeding krijgt, wat u zelf betaalt en dat niet onder het eigen risico valt. Let op 2. De eigen bijdragen volgens de Zorgverzekeringswet zijn niet aftrekbaar.

Drempelbedrag. De hoogte van de drempel is afhankelijk van uw drempelinkomen (het totaal van uw inkomsten in box 1, 2 en 3, zonder uw persoonsgebonden aftrek) en of u een fiscale partner heeft in 2018.

Van wie aftrekken? U mag de zorgkosten in aftrek nemen voor:

  • u en uw fiscale partner;
  • uw kinderen jonger dan 27 jaar die deze kosten niet kunnen dragen;
  • bij u inwonende ouders, broers/zussen, afhankelijk van uw zorg;
  • ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder die bij u inwonen.

Wat moet u verzamelen over 2018? Verzamel alle bonnetjes en overzichten van uw zorgverzekeraar en (privé)bankafschriften. Tip 1. Dat geldt ook voor bonnetjes van gemaakte reiskosten (openbaar vervoer) van en naar de huisarts, het ziekenhuis, de specialist, etc. Dat geldt ook voor gemaakte taxikosten. Die reiskosten mag u als zorgkosten aftrekken. Tip 2. Maakt u zulke ‘zorgkilometers’ met uw eigen auto of die van de zaak, dan mag u die ook aftrekken als zorgkosten (totale autokosten incl. afschrijving, parkeergeld, etc. / totaal gereden kilometers per jaar x de zorgkilometers), dus ook als die boven de € 0,19 per km uitkomen.

Verzamel ook de bonnetjes van openbaar vervoer. Ook mag u de zorgkilometers met uw eigen auto of die van de zaak tegen een kilometerprijs tot uw aftrekbare zorgkosten rekenen. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl