“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Aandachtspunten belastingaangifte 2018

Om welke onderwerpen gaat het? Het gaat om:

  1. restant persoonsgebonden aftrek;
  2. eigen woning en echtscheiding;
  3. hypotheekverhoging voor de eigen woning;
  4. starters op de woningmarkt;
  5. studiekosten;
  6. resultaat overige werkzaamheden;
  7. afkoop lijfrente;
  8. onjuiste verdeling tussen fiscaal partners;
  9. ervenrekening (bankrekening erflater);
  10. cryptovaluta.
De Belastingdienst heeft onlangs bekendgemaakt wat de aandachtspunten bij de aangifte inkomstenbelasting 2018 zijn. Volgens de Belastingdienst gaat het bij deze onderwerpen nogal eens fout. bron:indicator

Ondernemersaftrek, welke uren tellen er mee?

Ondernemersaftrek. Als u door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, heeft u in principe recht op de ondernemersaftrek. Deze bestaat uit:

  • zelfstandigenaftrek;
  • startersaftrek;
  • startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid;
  • aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk;
  • meewerkaftrek;
  • stakingsaftrek.

Urencriterium

Om voor de ondernemersaftrek in aanmerking te komen, moet u ook voldoen aan het urencriterium. U voldoet aan het urencriterium als u:

  • in het kalenderjaar minimaal 1.225 uren aan uw onderneming(en) besteedt;
  • meer tijd besteedt aan uw onderneming dan aan andere werkzaamheden, bijvoorbeeld in loondienst. Tip. Deze voorwaarde geldt niet als u in één van vijf voorgaande jaren geen ondernemer was.

Tip. Voor twee andere belangrijke aftrekposten, de MKB-winstvrijstelling en de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, hoeft u niet te voldoen aan het urencriterium. Let op. De aan de onderneming bestede uren (omvang van de activiteiten) kunnen wel een rol spelen bij de vraag of er wel sprake is van een onderneming.

Uren bijhouden. De Belastingdienst is kritisch op het aantal uren dat aan de onderneming wordt besteed. Zeker bij (startende) ondernemers die van huis uit werken, is er vaak discussie over de bestede uren. Voorkom dit gedoe door consequent vast te leggen hoeveel tijd u aan uw bedrijf besteedt en aan welke werkzaamheden. Let op. De Belastingdienst hecht meestal weinig waarde aan een achteraf opgestelde urenspecificatie. Tip. Ook de indirecte uren tellen mee. Denk aan het maken van offertes, reistijd, de wachttijd tussen twee afspraken, boodschappen voor de zaak, het doen van de administratie. Er moet wel een redelijke verhouding zijn tussen directe en indirecte uren.

De boel een beetje opleuken

Als u (net) niet aan de uren komt, is de verleiding om de boel een beetje op te leuken natuurlijk erg groot, maar de Belastingdienst is niet van gisteren. Een uitspraak ter illustratie.

Gastouder en verkoop speelgoed. Ank werkt in haar onderneming twee dagen per week als gastouder. Dit is te weinig om te voldoen aan het urencriterium. Ank verkoopt ook zelfgemaakt speelgoed. Volgens haar is dit één onderneming.

Speelgoeduren tellen niet mee. Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2019:47) ziet dit toch anders. Hoewel de klantenkring van de kinderopvang en de klantenkring van de speelgoedverkoop gedeeltelijk hetzelfde zijn, is er geen sprake van één onderneming. De rechter oordeelt vervolgens dat de speelgoedverkoop een te lage omzet en resultaat laat zien om een bron van inkomen te zijn. Het maken en verkopen van speelgoed zijn dus geen ondernemingsactiviteiten. De daaraan bestede uren tellen dus niet mee voor het urencriterium.

Als er discussie met de Belastingdienst kan ontstaan over de vraag of u het urencriterium wel haalt, houd dan zorgvuldig de aan uw onderneming bestede uren bij. Ook indirecte uren, zoals het maken van offertes en reistijd, tellen mee. De uren die u maakt, moeten wel in redelijkheid bij uw onderneming horen. bron:indicator

Voorlopige aanslag 2019 binnen?

Voorlopige aanslagen (VA) 2019. Begin dit jaar hebben de meeste ondernemers de VA inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 en de VA inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2019 ontvangen. Door het opleggen hiervan neemt de Belastingdienst een voorschot op de door u te betalen IB/PVV 2019 en Zvw 2019.

Hoe vastgesteld? De Belastingdienst stelt de VA vast op basis van de laatst bekende gegevens. Heeft u in 2017 aangifte gedaan en heeft u over 2017 een aanslag ontvangen waarop u moest bijbetalen, dan heeft de Belastingdienst de VA 2019 vastgesteld op basis van de aangifte 2017. Heeft u de VA 2018 gewijzigd omdat u bijvoorbeeld in 2018 meer winst heeft gemaakt, dan gaat de Belastingdienst hiervan uit.

Te hoog of te laag? Zijn de VA’s IB/PVV 2019 en Zvw 2019 te hoog of te laag vastgesteld, dan kunt u die op eigen verzoek bij laten stellen. Dit doet u door in te loggen met uw DigiD bij Mijn Belastingdienst. Via ‘Inkomstenbelasting’ kunt u bij ‘Belastingjaar 2019’ een VA inkomstenbelasting aanvragen of wijzigen. Hier geeft u aan wat uw verwachte winst is en wat uw verwachte uitgaven zoals hypotheekrente, giften, enz. zijn. Let op. Het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens om zo minder belasting te hoeven betalen, is een vergrijp waarop u een vergrijpboete kunt krijgen! Dit is maximaal 100% van het bedrag dat u ten onrechte heeft teruggekregen of niet heeft betaald. Tip. Zorg daarom altijd voor een goede onderbouwing van de gegevens die u invult.

Let op. Een te laag opgelegde VA kan leiden tot 4% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door voor het Belastingjaar 2019 aangifte te doen voor 1 mei 2020 of om vóór 1 mei 2020 een ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2019’ in te dienen. Indien de Belastingdienst de gegevens conform uw aangifte c.q. verzoek of wijziging overneemt, betaalt u geen belastingrente.

Blijven betalen. Een wijziging indienen betekent niet dat u de lopende termijnen van de eerdere opgelegde VA’s 2019 niet meer hoeft te voldoen.

Dien voor 1 mei 2020 een ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2019’ in. Neemt de fiscus die wijziging over, dan betaalt u geen belastingrente. bron:indicator

Bereid u goed voor op de aangifte inkomstenbelasting 2018

  • zorg dat u beschikt over een DigiD waarmee u kunt inloggen op de verschillende websites;
  • heeft u geen of een verlopen DigiD, vraag uw DigiD aan via www.digid.nl, binnen 5 werkdagen wordt uw activatiecode thuis afgeleverd;
    • zorg ervoor dat u uw gebruikersnaam en wachtwoord goed bewaard.
  • log met uw DigiD in op www.belastingdienst.nl en ga naar ‘inkomstenbelasting / belastingjaar 2018 / aangifte inkomstenbelasting doen’
    • klik op volgende en vul (voor het gemak) 2 x nee in. Dan volgt een scherm waarbij de vooringevulde gegevens kunnen worden opgevraagd. Klik op ‘bekijk’ en druk het overzicht af.
  • voeg dit overzicht bij de overige documenten t.b.v. de aangifte;
  • log met uw DigiD in op www.toeslagen.nl en druk de ontvangen toeslagen 2018 af en voeg dit bij de documenten t.b.v. de aangifte;
  • log met uw DigiD in op www.mijnoverheid.nl en druk de ontvangen aanslagen over 2018 af en voeg dit bij de documenten t.b.v. de aangifte;

verder verwijs ik graag naar de checklist die op mijn website staat vermeld. https://www.partnersinadministraties.nl/wp-content/uploads/checklist-IB-2018.pdf

met deze gegevens kan de aangifte inkomstenbelasting 2018 compleet voor u worden verzorgd.

Eén opdrachtgever, toch zelfstandig?

Wie werkt als zelfstandige, heeft vaak recht op een aantal aftrekposten die samen de ‘ondernemersaftrek’ vormen. Om gebruik te kunnen maken van de ondernemersaftrek moet de Belastingdienst u zien als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Let op. De aftrekmogelijkheden vormen samen een aanzienlijk bedrag, dus de inspecteur kijkt kritisch of u wel voldoet aan de voorwaarden.

Onderneming. Het lijkt nogal vanzelfsprekend: u bent ondernemer als u een onderneming heeft. Een onderneming is een organisatie van kapitaal en arbeid die als doel heeft, het maken van winst. Ook de Belastingdienst hanteert dit begrip. Bij het beantwoorden van de vraag of u al dan niet ondernemer bent, zijn de volgende vragen van belang:

  • Bent u zelfstandig (genoeg)?
  • Loopt u ondernemersrisico?
  • Zit er continuïteit in uw bedrijf?
  • Is de omvang van uw bedrijf voldoende?

Tip. Op de website van de Belastingdienst kunt u anoniem de ondernemerscheck doen. Zo weet u of de inspecteur u waarschijnlijk zal aanmerken als ondernemer en over welke punten discussie zal ontstaan.

Zelfstandig? Juist voor zzp’ers (eenpitters) blijkt het criterium ‘(voldoende) zelfstandigheid’ het probleem te zijn. Zeker als de zzp’er maar één opdrachtgever heeft. Omdat heel veel ondernemers zzp’er zijn, speelt deze kwestie in bijna alle sectoren. In een recente zaak vond de inspecteur dat een kaakchirurg geen ondernemer was omdat zij uitsluitend declareerde op naam van de maatschap en van de maatschap haar deel (de helft) ontving.

Of toch … De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:2203) besliste dat ook de continuïteit van de werkzaamheden en het risico dat er geen inkomsten zijn als de zzp’er niet wordt ingezet, meegewogen moet worden. Ook een zzp’er met één opdrachtgever kan dus ondernemer zijn.

Ook met één opdrachtgever kunt u volgens de Hoge Raad ondernemer zijn. Het gaat om alle criteria samen. Het al dan niet zelfstandig werken, is slechts één aspect. bron:indicator

Hoe koopt u uw medevennoot uit?

Onenigheid komt veel voor. Samenwerken is niet eenvoudig. Helaas komt het geregeld voor dat Vof’s na enkele jaren stoppen als gevolg van onenigheid tussen de firmanten. Stel dat uw medeondernemer eruit wil stappen. Waar moet u dan aan denken?

Firmacontract. Allereerst is het goed om de samenwerkingsovereenkomst (het firmacontract) waarin de gemaakt afspraken over de wijze van samenwerking zijn vastgelegd, hierop na te zien. Daarin staat veelal vermeld op welke wijze en onder welke voorwaarden een firmant kan uittreden en op welke manier u de onderneming vervolgens (als eenmanszaak) mag voortzetten.

Kapitaalsaandeel

In de regel zal een firmant per het einde van een boekjaar uittreden. Hij heeft op dat moment nog een vordering op de onderneming, te weten zijn kapitaal in de Vof. Stel dat dit € 40.000 bedraagt, moet u dat bedrag dan aan hem overmaken?

Aandeel in netto-opbrengst. Dat ligt eraan. Als u besluit om ook te stoppen met de onderneming, dan zullen de bezittingen en schulden afgewikkeld moeten worden. Van het geld dat dan resteert, bent u ieder gerechtigd naar rato van uw kapitaal in de Vof. Dus als uw kapitaal in de Vof € 50.000 bedraagt, krijgt u 50/90 deel van de netto-opbrengst. Uw voormalige compagnon heeft dan recht op 40/90 deel. Tip. Dit aandeel hoeft niet per se uit geld te bestaan. Machines, voorraden en inventaris kunnen ook tussen de compagnons verdeeld worden. Deze zaken moeten dan wel gewaardeerd worden tegen de werkelijke waarde en niet tegen de boekwaarde die op de balans staat.

Uitkopen

Vergoeding. Stel nu dat u wel besluit om de onderneming voort te zetten. U gaat uw voormalige compagnon dus uitkopen en moet hem vergoeden voor zijn aandeel in de onderneming. Bij de bepaling van deze vergoeding moeten alle vermogensbestanddelen op de waarde in het economisch verkeer worden gesteld.

Hoger/lager? Door deze nieuwe waardering kan de vergoeding aan uw ex-compagnon hoger of lager worden dan zijn kapitaal in de onderneming. Als bijvoorbeeld blijkt dat een machine werkelijk slechts de helft waard is van de balanswaardering, dan heeft dit een negatieve invloed op het vermogen van de Vof en dus op het bedrag waartoe uw ex-compagnon gerechtigd is.

Betaling

In termijnen? Als er vervolgens afgerekend moet worden, is het de vraag in welk tempo dit moet plaatsvinden. In de meeste firmacontracten is (bijvoorbeeld) bepaald dat er moet worden afgerekend in twaalf maandelijkse termijnen. Deze termijnen starten dan na verloop van twee maanden na de beëindiging van de samenwerking.

Betalingsregeling. Als dit niet haalbaar is, probeer dan met uw ex-compagnon een betalingsregeling overeen te komen. In geval van ruzie zal er een vorm van zekerheid, zoals een pandrecht op zaken of effecten of een hypotheekrecht, gezocht moeten worden. Het is voor de uittredende vennoot ook belangrijk om hier goed uit te komen. Als u immers de onderneming niet voortzet, moeten de vermogensbestanddelen geliquideerd worden en dat levert in de regel een stuk minder op.

Als u de onderneming wilt voortzetten, moet u uw ex-compagnon uitkopen. In de meeste firmacontracten is hiervoor een betalingstermijn van twaalf maanden opgenomen. Mocht dit niet haalbaar zijn, probeer dan met uw ex-compagnon een betalingsregeling af te spreken. Dat is ook in zijn belang. bron:indicator

Laat geen belastingvoordeel liggen, middeling

Middeling

Op verzoek. Als uw belastbare inkomen in box 1 (waar ook uw winst uit onderneming in valt) over een aaneengesloten periode van drie jaar sterk gewisseld heeft, heeft u mogelijk meer belasting betaald dan u zou hebben betaald als u jaarlijks het gemiddelde daarvan als inkomen had gehad. U kunt dan wellicht op verzoek nog een aanvullende belastingteruggave krijgen. Let op.  De ervaring leert dat ook niet alle administratie- en accountantskantoren beoordelen of hun cliënten hiervoor in aanmerking komen.

Hoe werkt het?

Wisselende inkomens. De inkomstenbelasting kent een progressief tarief oplopend tot maximaal 51,75% (2019). In een jaar met een hoog belastbaar inkomen heeft u over de top meer belasting betaald, dan in een jaar met een laag belastbaar inkomen. Wat de oorzaak van deze verschillen is, is niet van belang. Dat kan onder andere:

  • doordat uw winst jaarlijks sterk in hoogte verschilt;
  • door extra aftrekposten, zoals hoge buitengewone uitgaven, alimentatiebetaling of het stijgen van de aftrekbare rente eigen woning;
  • door terugwenteling van een verlies.

Drie aaneengesloten jaren. Bij middeling wordt het inkomen over drie (aaneengesloten) jaren gemiddeld. Op die manier kan alsnog gebruikgemaakt worden van de lagere tarieven uit andere jaren. Het verschil tussen het feitelijk betaalde bedrag en het – op basis van dit gemiddelde – berekende belastingbedrag krijgt u van de fiscus terug, behoudens een bedrag van € 545.

Voorbeeld

Jaar 2014 2015 2016 Totaal
Inkomen box 1 37.678 36.291 103.280 177.249
Belasting en premies box 1 14.693 14.150 45.231 74.074
Gemiddeld inkomen (177.249 / 3) 59.083 59.083 59.083
Herrekende belasting/premies 23.938 23.872 23.100 70.910
Verschil 3.164
Af: drempelbedrag 545
Middelingsteruggave 2.619

Let op. U moet uitgaan van de belastingbedragen voordat de heffingskortingen daarop in mindering worden gebracht.

Verzoek indienen

Het verzoek om middeling kan worden ingediend gedurende de drie jaren nadat de aanslag over het laatste jaar dat u in het middelingstijdvak wilt betrekken definitief vaststaat. U moet hierbij een berekening van de belastingteruggave meesturen.

Let op. U kunt een bepaald jaar slechts éénmaal voor middeling gebruiken. In het voorbeeld kunt u dus geen middeling meer verzoeken met daarin het jaar 2016, maar pas voor de periode 2017 tot en met 2019. Tip. Vraag niet te snel om middeling. Wellicht is middeling over een ander tijdvak (zoals 2015 tot en met 2017) gunstiger. Benut daarom de termijn van drie jaar zo goed mogelijk.

U kunt een bepaald jaar slechts éénmaal voor middeling gebruiken. Vraag niet te snel om middeling. Wellicht is middeling over een ander tijdvak gunstiger. Benut de termijn van drie jaar zo goed mogelijk om maximaal voordeel te behalen. bron:indicator

Nieuw btw-nummer in 2019

Btw-nummer. Als ondernemer voor de btw, moet u uw btw-nummer vermelden op facturen aan andere ondernemers en, bij elektronische handel, ook op uw website. Omdat uw btw-nummer gebaseerd is op uw burgerservicenummer (BSN), bent u dus eigenlijk verplicht overal uw BSN te vermelden. Deze situatie bleek onwenselijk.

BSN. Het BSN is een vertrouwelijk nummer, dat bestemd is voor de communicatie tussen burger en overheid. Als het BSN in kwaadwillende handen valt, kan het mogelijk leiden tot identiteitsfraude. Het is dus beter het BSN zo min mogelijk openbaar te maken.

Nieuw nummer. Het invoeren van een compleet nieuw nummer is echter pas mogelijk op het moment dat de Belastingdienst overgaat op een nieuw ICT-systeem. Na een onderzoek is een tussenoplossing gevonden om de periode tot dit nieuwe systeem te overbruggen: de ‘factuurvariant’. In de factuurvariant krijgen alle (circa 1,3 mln.) eenmanszaken een nieuw btw-nummer zonder BSN voor extern gebruik. Let op. Houd er rekening mee dat u vanaf 1 januari 2020 verplicht bent het nieuwe nummer te gebruiken voor vermelding op uw facturen en op uw website.

Oude nummer. In de interne systemen van de Belastingdienst blijft uw bestaande, op het BSN gebaseerde nummer in gebruik. Dat kan ook omdat het hier gaat om interne verwerking door de overheid, waar het BSN voor is bedoeld.

Conversieservice. Voor situaties waarin het oude en nieuwe nummer elkaar ‘raken’, wordt een service ingericht waarmee conversie van het oude naar het nieuwe nummer of vice versa kan plaatsvinden.

Wachten op nummer. De Belastingdienst heeft aangegeven dat zij eind 2019 aan alle eenmanszaken een nieuw btw-nummer verstrekken.U hoeft hiervoor niet zelf in actie te komen.

Niet voor BV, Vof, etc. De btw-nummers van BV’s, CV’s, Vof’s, etc., blijven onveranderd.

Eind 2019 krijgt u vanzelf een nieuw btw-nummer, zonder BSN, dat u vanaf 1 januari 2020 verplicht bent te gebruiken. Pas hierop uw administratie, site, etc. tijdig aan. bron:indicator

Vraag voorlopige verliesverrekening aan

Sneller over geld beschikken. Ondernemers hebben in het algemeen minder zekerheid over hun inkomen dan mensen in loondienst. De winst kan soms sterk wisselen of zelfs omslaan in een verlies. Niet alleen door een matige omzet, maar bijvoorbeeld ook als u in een jaar veel kosten maakt. Verliezen kunt u verrekenen met de winst uit een ander jaar. Dit vindt plaats bij het vaststellen van uw aanslag. Maar u kunt dat proces bespoedigen via een voorlopige verliesverrekening. U beschikt dan sneller over uw geld.

Verliesverrekening

Een verlies uit onderneming kunt u verrekenen met eventuele andere positieve inkomsten in box 1, zoals loon. Lukt dit niet of onvoldoende, dan kunt u het verlies verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de drie voorgaande jaren, te beginnen met het oudste jaar. Heeft u ook dan uw totale verlies nog niet kunnen verrekenen, dan kan dit alsnog met positieve inkomsten in box 1 in de komende negen jaren. Daarna is er niets meer te verrekenen en bent u uw verlies definitief kwijt.

Niet verrekenen met box 2 en 3. U kunt een verlies in box 1 niet verrekenen met positieve inkomsten in box 2 en 3. Het kan dus voorkomen dat u verlies lijdt in box 1 maar toch belasting moet betalen, bijv. over belast vermogen in box 3.

Verliesbeschikking. Met het vaststellen van uw aanslag, stelt de inspecteur ook uw verlies vast. Controleer of dit overeenkomt met het door u opgegeven verlies. Zo niet, dan kunt u in bezwaar want dan is de inspecteur kennelijk van mening dat uw verlies minder groot is dan door u opgegeven.

Voorlopige verliesverrekening

De behandeling en vaststelling van een aanslag inkomstenbelasting van een ondernemer kost in de regel de nodige tijd. Tot die tijd kunt u ook uw verlies niet verrekenen en moet u op uw geld wachten. Tip. U kunt dit bespoedigen door bij uw aangifte de inspecteur te vragen een voorlopige verliesbeschikking op te leggen. In de regel zal hieraan tegemoet worden gekomen. In dat geval wordt alvast maximaal 80% van uw verlies verrekend met verliezen uit één van de drie eerdere jaren. Voorwaarde is wel dat de aanslag waarmee u uw verlies wilt verrekenen definitief vaststaat.

Achteraf definitief verrekenen. De voorlopige verliesverrekening wordt achteraf pas omgezet in een definitieve. Deze kan afwijken van de voorlopige. Ook dan kunt u in bezwaar als u het er niet mee eens bent. Bij het vaststellen van de definitieve verliesbeschikking wordt ook de laatste 20% van uw verlies verrekend.

Coulancerente. Bij verliesverrekening met inkomen uit box 1 van een ouder jaar, heeft u geen wettelijk recht op rentevergoeding. U kunt wel om coulancerente verzoeken, als het afhandelen van de aangifte langer dan een jaar heeft geduurd. De schuld van deze vertraging moet ook liggen bij de Belastingdienst. U krijgt de coulancerente alleen over het deel van uw verlies waarvoor u geen voorlopige verliesverrekening kon krijgen, dus over 20% van uw verlies. Een formulier voor het indienen van zo’n verzoek vindt u op de website van de Belastingdienst.

Als u in een jaar verlies lijdt, kunt u dit verrekenen met eerdere winsten. U kunt dit proces bespoedigen door bij uw aangifte tevens te verzoeken uw verlies voorlopig te verrekenen. U krijgt dan 80% van uw verlies direct verrekend en kunt eerder over uw geld beschikken. bron:indicator

In 2018 een schenking gehad, doe altijd aangifte

Heeft u in december 2018 (of eerder in 2018) een schenking ontvangen? Dan moet u vóór 1 maart 2019 aangifte schenkbelasting doen indien:

  • u een schenking heeft gehad van uw ouders van hoger dan € 5.363;
  • u een schenking heeft gehad van anderen van hoger dan € 2.147.

Let op. Aangifte doen betekent niet dat u altijd schenkbelasting moet betalen. Soms is een schenking (eigen woning) onder voorwaarden belastingvrij zoals bij een eenmalige schenking van ouders (€ 100.800), maar dan moet u toch aangifte doen. Doe aangifte via ‘Mijn Belastingdienst’ met uw DigiD (formulier schenkbelasting). Op papier indienen kan ook.

Let op. Doet u niet tijdig aangifte van schenkbelasting? Dan kan de Belastingdienst u een verzuimboete opleggen van € 369. Verzuimde u vaker? Dan kan de verzuimboete oplopen tot € 5.278.

Doe voor 1 maart 2019 aangifte schenkbelasting als u in 2018 een schenking kreeg (van ouders hoger dan € 5.363, van anderen hoger dan € 2.147).

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl