“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Maatregelen zero-emissiezones gematigd

Zero-emissiezones. Vanaf 2025 zijn er tal van zero-emissiezones. Vervuilende bestel- en vrachtauto’s mogen deze zones, meestal het stadscentrum, niet in. Wel kunt u bij de RDW mogelijk een ontheffing krijgen. Gemeenten hanteren bovendien een overgangsregeling, waardoor in eerste instantie alleen de meest vervuilende bedrijfsauto’s beperkingen kennen. Het kabinet heeft inmiddels ook besloten de maatregelen te matigen.

Langer toegang voor emissieklasse 6. De matiging betekent dat diesels met emissieklasse 6 een jaar later geconfronteerd worden met de beperkingen van een zero-emissiezone. Oorspronkelijk zouden deze auto’s hiermee al per 1 januari 2028 geconfronteerd worden, maar dit is een jaar uitgesteld tot 1 januari 2029. Daarnaast gaat het kabinet met gemeenten in overleg om in 2025 nog geen boetes op te leggen aan overtreders van de beperkingen. Halverwege dit jaar zal dan worden geëvalueerd of dit beleid de rest van 2025 zal worden voortgezet.

Houd er rekening mee dat u met een dieselbestelauto met emissieklasse 6 tot 2029 in een zero-emissiezone mag rijden. U hoeft dus pas een jaar later maatregelen te nemen als u met een dergelijke bestelauto zero-emissiezones moet bezoeken.

Maatregelen terugbetalen toeslagen voorkomen

Nu wordt er uitgegaan van een indexering op basis van het minimumloon, maar dat blijkt in de praktijk vaak te weinig. Daardoor wordt met een te laag inkomen rekening gehouden, waardoor de ontvangers een deel van hun voorschot eerder moeten terugbetalen. Verder wordt er vanaf dit jaar vooraf rekening gehouden met vermogen. Ontvangers van toeslagen mogen namelijk maar over een beperkt vermogen beschikken. Daarom krijgen zij bij een vermogen van € 200.000 of meer voortaan geen voorschot meer.

Onderzoek. Daarnaast wordt er onderzocht of het nuttig is om kinderopvangtoeslag automatisch te minderen als uit gegevens blijkt dat ouders voor te veel uren kinderopvang hebben aangevraagd. Verder wordt er onderzocht of burgers ermee geholpen zijn als ze ervoor kunnen kiezen om toeslagen iets lager vast te stellen. De mogelijkheid blijft overigens altijd aanwezig dat ontvangers van toeslagen hun voorschot zelf toch hoger kunnen vaststellen als men dit wil. Op deze manier kan men voorkomen dat een voorschot lager wordt vastgesteld, terwijl dat in de betreffende situatie helemaal niet hoeft.

Voorschotten voor toeslagen worden meer in overeenstemming gebracht met de uiteindelijke omvang ervan, om zo terugbetalingen zo veel mogelijk te voorkomen.

Benut vrijstellingen om erfbelasting te besparen, hoe doet u dat optimaal?

In artikel 32 van de Successiewet 1956 (SW) is bepaald wat er van erfbelasting is vrijgesteld. Enkele verkrijgers hebben een algehele vijstelling en verschillende personen, afhankelijk van de relatie tot de overledene, hebben vrijstellingen tot een bepaald geldbedrag. Hoe werkt dat?

Algehele vrijstelling. Hetgeen wordt verkregen door de staat, is vrijgesteld van erfbelasting. Voor een provincie of een gemeente geldt hetzelfde voor zover er geen bijzondere opdracht aan de making (erfstelling of legaat) verbonden is. Ook algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) genieten een algehele vrijstelling voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden, welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang. Het voorgaande is niet-limitatief, maar duidelijk moge zijn dat in deze gevallen en onder genoemde voorwaarden door de verkrijger in het geheel geen erfbelasting hoeft te worden betaald. De bekendste goede doelen, zoals bijv. het KWF of de Hartstichting, hebben een ANBI-status. Deze status kan door de Belastingdienst, onder voorwaarden, toegekend worden.

Verschillende personen. Verder hebben bepaalde personen vrijstellingen tot een bepaald geldbedrag. Dat betekent dat als de verkrijging onder het vrijgestelde bedrag blijft, in het geheel geen erfbelasting door de verkrijger hoeft te worden betaald. Indien er meer wordt verkregen dan het vrijgestelde bedrag is ‘slechts’ over het meerdere erfbelasting verschuldigd.

De vrijstellingen

Een partner heeft een vrijstelling van afgerond € 800.000. Een gehandicapt kind heeft een vrijstelling van circa € 75.000. Voor andere, niet-gehandicapte kinderen geldt een vrijstelling van ongeveer € 25.000. Kleinkinderen hebben dezelfde vrijstelling als kinderen (€ 25.000). De ouders van de overledene mogen circa € 60.000 belastingvrij erven. Dit zijn de relatief hoge vrijstellingen. Overige verkrijgers, zoals een broer, zus, neef, nicht, buurman, buurvrouw of kennis, hebben een vrijstelling van ongeveer € 2.650.

Het opstellen van een testament

Met deze verschillende vrijstellingen kunt u manieren bedenken om erfbelasting te besparen. Zo kan nalaten aan een partner voor een groot bedrag belastingvrij. Er zal echter niet altijd een partner zijn. Wellicht heeft de overledene kinderen, ook deze hebben een behoorlijk grote vrijstelling. Als er bijv. vier kinderen zijn, kan er al € 100.000 belastingvrij worden nagelaten. Zijn er ook nog kleinkinderen, dan zijn er nog meer mogelijkheden om vrij van erfbelasting vermogen te laten vererven. De kunst is om zo veel mogelijk vrijstellingen te benutten.

Verschil met schenkbelasting? Houd in gedachte dat de hiervoor genoemde bedragen de vrijstellingen in de erfbelasting zijn. De erfbelasting is aan de orde bij overlijden. In de schenkbelasting gelden er andere vrijstellingen. Over het algemeen zijn deze vrijstellingen kleiner dan de vrijstellingen in de erfbelasting. De schenkbelasting komt aan de orde bij schenken, dus bij het weggeven van schenkingen bij leven. De erfbelasting speelt bij overlijden, de schenkbelasting tijdens leven. De vrijstellingen in de schenkbelasting gelden jaarlijks, terwijl de erfbelasting eenmalig is. Men overlijdt immers maar één keer. Tip.  Door gunstig gebruik te maken van de vrijstellingen in de schenkbelasting (spreiden over meerdere jaren) kan een belastingvoordeel bij overlijden worden behaald.

Maak gunstig gebruik van de vrijstellingen in de erf- en schenkbelasting, bijv. door meerdere personen belastingvrije bedragen na te laten. Combineer dit eventueel met jaarlijks belastingvrij schenken om tot een optimaal resultaat te komen.

Uitkering gelijke nettobedragen is niet volgens het testament, wat vindt de rechter hiervan?

Testament met gelijke erfdelen. Mia heeft een testament gemaakt waarin ze haar drie kinderen en haar kleinkind Anne tot haar erfgenamen benoemt, ieder voor een gelijk deel. Als Mia overlijdt, worden door de vier erfgenamen volmachten getekend om de nalatenschap af te handelen.

Erfbelasting voldaan uit nalatenschap?

Door de gevolmachtigde wordt uit het vermogen van de nalatenschap de aanslag erfbelasting betaald. Uit de rekening en verantwoording die is opgesteld, blijkt dat voor kleinkind Anne € 8.802 aan erfbelasting is voldaan en voor de drie kinderen ieder € 4.890. Dit komt overeen met de tarieven voor de erfbelasting, zoals die gelden voor kinderen en kleinkinderen (in 2024: voor kinderen 10% tot € 152.368 en daarboven 20% en voor kleinkinderen respectievelijk 18 en 36%).

Ongerechtvaardigde verrijking. Tom, het oudste kind van Mia, is het daar niet mee eens. Op basis van de tarieven zoals die gelden voor de erfbelasting, is Anne een hoger bedrag aan erfbelasting verschuldigd dan de drie anderen. Door uitkering van vier gelijke bedragen aan de erfgenamen nadat de erfbelasting is voldaan, wordt kleinkind Anne voor € 3.912 ongerechtvaardigd verrijkt.

Andere conclusie door uitleg testament. Volgens de andere erfgenamen moet het testament van Mia zo worden uitgelegd dat alle vier de erfgenamen netto, dus na betaling van de erfbelasting, een gelijk geldbedrag krijgen toegedeeld. Dat houdt in dat er vier gelijke bedragen worden uitgekeerd aan de erfgenamen.

Wat zegt de wet?

Als de bewoordingen in een testament niet duidelijk zijn, moet het testament worden uitgelegd. De wet zegt dat bij uitleg van een uiterste wilsbeschikking moet worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt (art. 46 lid 1 BW) . Van uitleg van een testament kan alleen sprake zijn als de tekst van het testament onduidelijk is of als het overduidelijk is dat de erflater zich klaarblijkelijk in de aanduiding van een persoon of goed heeft vergist.

Hoe oordeelt de rechter?

De rechter (ECLI:NL:RBNHO:2024:8701) komt niet toe aan uitleg van het testament, omdat de tekst van het testament duidelijk is. De nalatenschap moet onder de vier erfgenamen gelijk worden verdeeld, zodat ze alle vier een gelijk erfdeel verkrijgen. Vervolgens is ieder van hen daarover zelf erfbelasting verschuldigd. Let op.  Dat de erfbelasting een schuld is van de nalatenschap (art. 4:7 lid 1 sub e BW) wil niet zeggen dat de erfgenamen deze schuld voor een gelijk deel moeten dragen.

Hoe dan wel?

Zou Mia hebben gewild dat haar kinderen en kleindochter gelijke nettobedragen zouden ontvangen, dan had ze dat in haar testament kunnen regelen. Dat deed ze niet. Door Anne moet daarom € 3.912 op de ervenrekening worden teruggestort, waarna dat bedrag door vieren wordt gedeeld. Ieder heeft dan recht op een nabetaling van € 978!

Wilt u netto geen verschillen per erfgenaam, dan kunt u dat regelen in uw testament. U kunt bepalen dat de erfbelasting eerst uit de nalatenschap moet worden voldaan en dat het totaalbedrag aan erfbelasting voor rekening komt van de gezamenlijke erfgenamen. Ieders deel is dan netto hetzelfde.

Rechter verduidelijkt onderzoeksplicht parkeerbelasting

Betalen op Hemelvaartsdag? Wat uw onderzoeksplicht inhoudt voor wat betreft de parkeerbelasting, kwam onlangs aan de orde voor het hof in Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2024:1479) . In deze zaak had een automobilist zijn auto geparkeerd zonder parkeerbelasting te voldoen. Hij voerde aan dat op de parkeermeter bij zijn woning vermeld stond dat er op zon- en feestdagen geen parkeerbelasting verschuldigd was. Aangezien hij op Hemelvaartsdag geparkeerd had, meende hij een beroep op deze mededeling te kunnen doen.

Onderzoeksplicht. De man ontving desondanks een naheffing parkeerbelasting. Het hof was het hiermee eens en wees erop dat de man een onderzoeksplicht had bij twijfel over de vraag of er parkeerbelasting verschuldigd is. Op de parkeerautomaat in de buurt van zijn parkeerplaats stond namelijk niet vermeld dat er op zon- en feestdagen geen parkeerbelasting betaald hoefde te worden. Dat dit op de parkeerautomaat bij de woning van de man wel stond, deed niet ter zake. Deze stond namelijk anderhalve kilometer verwijderd van de plaats van parkeren. De onderzoeksplicht betekende dat de man had moeten onderzoeken of op zijn parkeerlocatie al dan niet parkeerbelasting verschuldigd was en dat hij niet blind mocht afgaan op een mededeling op een willekeurige parkeermeter elders in de stad.

Uw onderzoeksplicht inzake parkeerbelasting houdt in dat u goed moet onderzoeken of op een bepaalde plaats parkeerbelasting betaald moet worden en vervolgens gezocht moet worden naar een parkeerautomaat om de belasting te voldoen.

Belangrijke aandachtspunten laatste btw-aangifte van 2024

Laatste btw-aangifte van 2024

De laatste btw-aangifte van 2024 moet 31 januari 2025 bij de Belastingdienst binnen zijn. Alleen als u jaaraangifte doet, moet deze op 31 maart binnen zijn. De laatste aangifte bevat de hiernavolgende specifieke items.

Auto. Als u uw auto voor de btw als ondernemingsvermogen aanmerkt, kunt u in eerste instantie alle btw aftrekken. Ook als u de auto voor de winstberekening als privé heeft aangemerkt, kunt u deze voor de btw als ondernemingsvermogen aanmerken. Op het eind van het jaar moet u de afgetrokken btw corrigeren voor het privégebruik. Is dit privégebruik niet uit uw administratie te herleiden, dan mag u forfaits gebruiken. Is de btw bij aanschaf in aftrek gebracht, dan bedraagt het forfait de eerste vijf jaar na aanschaf 2,7% van de cataloguswaarde. Is de btw niet in aftrek gebracht, dan is het forfait 1,5%. Tip.  Onthoud dat het niet-aftrekbare btw-bedrag wel aftrekbaar is.

Personeelsuitgaven. Ook voor personeelsuitgaven, zoals een kerstpakket, mag u eerst alle btw aftrekken. Bij de laatste aangifte moet u dit corrigeren voor de werknemers die in 2024 voor meer dan € 227 exclusief btw aan uitgaven hebben ontvangen. De btw van alle uitgaven van de desbetreffende werknemers is niet aftrekbaar. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemers mag u niet op het bedrag van € 227 in mindering brengen.

Relatiegeschenken. Ook bij relatiegeschenken mag u eerst alle btw aftrekken en pas bij de laatste aangifte corrigeren, maar alleen als een relatie in 2024 voor meer dan € 227 exclusief btw aan geschenken heeft gehad. Dit is alleen anders voor de relaties die de btw voor 30% of meer hadden kunnen aftrekken als ze de geschenken zelf hadden gekocht. Dan is de btw dus wel aftrekbaar, ook bij een bedrag van € 227 of meer.

Zonnepanelen. Heeft u zonnepanelen op uw woning, dan moet u btw betalen over de energie die u teruglevert aan uw energiemaatschappij. U kunt daarvoor meestal gebruikmaken van een forfait. Op de website van de Belastingdienst berekent u de hoogte ervan aan de hand van het vermogen van uw zonnepanelen en of deze al dan niet geïntegreerd zijn. Zijn deze dit niet en is het vermogen bijv. 4.500 wattpiek, dan is het forfait € 100.

Privé en vrijgesteld gebruik. Van goederen waarvan u de btw heeft afgetrokken en die u ook privé gebruikt, moet u de btw corrigeren voor dit privégebruik. Voor investeringsgoederen waarop u afschrijft, moet u vijf jaar lang een correctie toepassen, voor onroerende goederen tien jaar lang. Corrigeren kan op verschillende manieren, dus kunt u het beste met uw adviseur overleggen wat voor u het voordeligst is. Iets vergelijkbaars geldt ook voor vrijgestelde omzet. Deze is namelijk niet belast met btw en dus kunt u ook de btw voor dit deel van uw omzet niet in aftrek brengen. Is het aandeel vrijgestelde omzet in de loop van het jaar gewijzigd, dan dient u dit in de laatste aangifte te corrigeren.

Afspraken maken?

De laatste btw-aangifte kan ingewikkeld zijn. Maak dan het liefst afspraken met uw inspecteur over bijv. personeelsuitgaven, zodat u niet gedurende het jaar alle uitgaven hoeft te specificeren. De Belastingdienst is hier meestal wel toe bereid, want het scheelt zowel u als hen een hoop werk.

Houd er rekening mee dat u voor uw laatste btw-aangifte tal van zaken moet uitzoeken en specificeren. Het verdient daarom de voorkeur om hierover, als u hiervoor nog tijd heeft, afspraken met uw inspecteur te maken. Wend u zich echter in eerste instantie tot uw adviseur die voor u de btw-aangiften verzorgt.

Oplaadkosten e-auto werknemer thuis onbelast vergoeden?

Heeft uw werknemer een elektrische auto van de zaak en wordt deze thuis opgeladen, dan kunt u als werkgever een onbelaste vergoeding geven voor de kosten die de werknemer hiervoor maakt. U kunt dit op twee manieren doen: door de werkelijke kosten te vergoeden of vergoeden via een zakelijke transactie.

Vergoeding van werkelijke kosten

Als werkgever kunt u de werkelijke kosten voor het opladen van de auto van de zaak onbelast vergoeden. Deze kosten worden beschouwd als een intermediaire kostenvergoeding, omdat de werknemer deze uitgaven maakt namens de werkgever.

Hoe berekent u de werkelijke kosten? De werkelijke kosten worden berekend op basis van de integrale kostprijs per kWh, die bestaat uit zowel vaste als variabele kosten. Dit betekent dat u de totale energiekosten van de werknemer deelt door het totale aantal kWh dat in de woning is verbruikt. Ook een evenredig deel van de afschrijving van zonnepanelen kan hierin worden meegenomen.

Voorbeeld.De werknemer heeft in één maand 1.200 kWh elektriciteit verbruikt in zijn huishouden, waarvan 200 kWh is gebruikt voor het opladen van de auto van de zaak. Het energiecontract van de werknemer hanteert de volgende tarieven:

  • Variabele kosten: € 0,32 per kWh.
  • Vaste kosten: € 50 per maand (voor netbeheerkosten en vastrecht).

 

Variabele kosten 1.200 kWh x € 0,32
€ 384
Vaste kosten
€  50
Totale energiekosten
€ 434
Integrale kostprijs € 434 / 1.200
€ 0,362 per kWh
Kosten voor de auto 200 kWh x € 0,362
€  72,40

 

Onbelaste vergoeding. De werkgever mag de werknemer een onbelaste vergoeding van € 72,40 uitkeren voor het opladen van de auto van de zaak. Dit bedrag dekt zowel de variabele kosten als een evenredig deel van de vaste kosten.

Vergoeding via zakelijke transactie

U kunt ook een zakelijke overeenkomst sluiten met uw werknemer. Hierbij levert de werknemer energie (incl. eventuele zelfopgewekte zonne-energie) aan u onder zakelijke voorwaarden, zoals een energieleverancier dat ook zou doen. Deze transactie wordt niet gezien als loon, mits de voorwaarden marktconform zijn.

Wat betekent marktconform? Het afgesproken tarief moet passen bij de energieprijzen die gelden op het moment van de afspraak. Daarnaast moet de looptijd van het contract aansluiten bij wat gebruikelijk is in de markt.

Voorbeeld zakelijke transactie

  • Datum van de afspraak: 1 februari 2025.
  • Marktprijs bedraagt op 1 februari 2025: € 0,35 per kWh voor een contract met een looptijd van één jaar.
  • Afgesproken vergoeding: € 0,30 per kWh.
  • Looptijd van de afspraak: tot 1 februari 2026.

Omdat de vergoeding van € 0,30 per kWh binnen de bandbreedte blijft van de markprijzen die op 1 februari 2025 bij een looptijd van een jaar worden aangeboden, blijft de vergoeding buiten de loonsfeer. Dit betekent dat de vergoeding onbelast kan worden verstrekt.

Wat als de vergoeding te hoog is? Als u een hogere vergoeding geeft dan de intermediaire kosten of zakelijke transactie, kan dit leiden tot naheffingsaanslagen. De inspecteur moet dan wel aannemelijk maken dat er sprake is van een hogere vergoeding.

Als werkgever kunt u de werkelijke kosten voor het opladen van de auto van de zaak onbelast vergoeden. Deze kosten worden beschouwd als een intermediaire kostenvergoeding, omdat de werknemer deze uitgaven maakt namens de werkgever. U kunt kiezen uit de werkelijke kosten vergoeden of vergoeden via een zakelijke transactie.

Vanaf 2024 nieuwe regels btw-heffing online diensten

Vanaf 1 januari 2025 gelden er nieuwe regels voor de btw-heffing op online diensten die toegang verlenen tot evenementen, zoals culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsactiviteiten binnen de EU. Het verschilt of de diensten worden verleend aan een ondernemer of aan een particulier uit de EU.

Diensten aan ondernemers

Als u toegang verleent aan ondernemers tot evenementen, gelden er de hiernavolgende regels.

Fysieke evenementen. Voor fysieke evenementen, zoals beurzen of tentoonstellingen, is er niets veranderd. De btw wordt geheven in het land waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt. Dit is een uitzondering op de hoofdregel dat btw normaal gesproken wordt geheven in het land waar de afnemende ondernemer is gevestigd.

Virtuele evenementen. Voor het toegang verlenen tot virtuele evenementen geldt vanaf 1 januari 2025 dat er btw wordt geheven in het land waar de afnemende ondernemer is gevestigd of waar zijn vaste inrichting zich bevindt. Dit is toegevoegd. De uitzondering van artikel 6d van de Wet op de omzetbelasting 1968 is aangevuld met de regel voor het bepalen van de plaats van dienst indien de aanwezigheid virtueel is.

Voorbeeld.Een ondernemer, gevestigd in Nederland, organiseert een interactief cultureel evenement via internet. Een ondernemer uit Duitsland neemt virtueel deel. Door de nieuwe wettelijke bepalingen is in dit geval de btw verschuldigd in Duitsland. De ondernemer moet zich in Duitsland registeren voor de btw, tenzij er een verleggingsregeling van toepassing is. Om gebruik te kunnen maken van de verleggingsregeling, moet de afnemende ondernemer een geldig btw-nummer hebben en mag de dienstverlener niet in het land van de afnemer gevestigd zijn.

Diensten aan niet-ondernemers

Wanneer er toegang tot evenementen wordt verleend aan niet-ondernemers, zoals particulieren, gelden erandere regels.

Fysieke evenementen. Voor fysieke evenementen, zoals beurzen of tentoonstellingen, is er niets veranderd. De btw wordt geheven in het land waar het evenement daadwerkelijk plaatsvindt. Dit blijft een uitzondering op de hoofdregel, waarbij de btw normaal gesproken wordt geheven in het land waar de dienstverlener is gevestigd.

Virtuele evenementen. Bij virtuele toegang tot evenementen wordt vanaf 1 januari 2025 de btw geheven in het land waar de niet-ondernemer gevestigd is, woont of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft (art. 6e lid 1 Wet OB 1968) .

Voorbeeld.Een ondernemer, gevestigd in Nederland, biedt een live culturele activiteit aan via internet. Een particulier die in Duitsland woont, neemt virtueel deel. De btw is verschuldigd in Duitsland. De Nederlandse ondernemer moet zich in Duitsland registeren voor de btw en de verschuldigde btw daar aangeven en afdragen.Tip.  De ondernemer kan er ook voor kiezen om zich te registeren voor de Unieregeling. Op deze manier kan hij de btw via het éénloketsysteem in Nederland aangeven (btw-melding) en betalen, zodat hij zich niet afzonderlijk in Duitsland hoeft te registreren.

Registreren voor de Unieregeling

Registreren voor de Unieregeling kan via Mijn Belastingdienst Zakelijk. De regeling gaat in vanaf de eerste dag van het kwartaal na registratie. De regeling kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast.

Levert u bijv. aan niet-ondernemers in Duitsland via internet een culturele activiteit, dan kunt u er ook voor kiezen om u te registeren voor de Unieregeling. Op deze manier kunt u de btw via het éénloketsysteem in Nederland aangeven (btw-melding) en betalen, zodat u zich niet afzonderlijk in Duitsland hoeft te registreren.

Doe tijdig uw opgave uitbetaalde bedragen aan derden

Uitbetaalde bedragen aan derden

Opgave doen. Heeft u iemand betaald voor bepaalde werkzaamheden of diensten of daarvoor een beloning in natura gegeven, dan moet u mogelijk hiervan opgave doen aan de Belastingdienst. Dit staat bekend als de opgave uitbetaalde bedragen aan derden (UBD). Het gaat dan om betalingen aan natuurlijke personen die niet bij u in dienstbetrekking zijn en geen factuur uitreiken of een factuur uitreiken zonder btw, bijv. omdat het vrijgestelde prestaties zijn of omdat ze gebruikmaken van een bijzondere regeling, zoals de btw-verleggingsregeling of de kleineondernemersregeling (KOR). Tip.  U hoeft geen gegevens aan te leveren voor betalingen aan vrijwilligers die onder de vrijwilligersregeling vallen.

Voor 1 februari 2025. Omdat u in een aantal gevallen spontaan, dat wil zeggen zonder daartoe te zijn uitgenodigd door de Belastingdienst, de opgaaf UBD moet doen, is het goed om te weten dat de opgave over 2024 voor 1 februari 2025 bij de Belastingdienst binnen moet zijn.

Aan te leveren gegevens. Het gaat hierbij om de volgende aan te leveren gegevens:

  • de voorletters en achternaam van de ontvanger van de betaling;
  • het adres, het BSN en de geboortedatum van deze persoon;
  • het bedrag dat in het kalenderjaar is uitbetaald, inclusief kostenvergoedingen;
  • de datum van uitbetaling.

Wie moet er opgave doen?

De opgave moet vooral worden gedaan door ondernemers, stichtingen en verenigingen die bedragen aan derden hebben betaald. Let op.  Ook particulieren moeten dat soms doen.

Twee groepen. Bij de opgaveverplichting maakt de Belastingdienst onderscheid tussen:

  • inhoudingsplichtige uitbetalers;
  • niet-inhoudingsplichtige uitbetalers.

Inhoudingsplichtige uitbetalers

Als inhoudingsplichtige uitbetaler moet u gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden bij de Belastingdienst aanleveren. Let op.  U krijgt hiervoor geen uitnodiging van de Belastingdienst. U moet dus spontaan de opgaaf UBD doen.

Niet-inhoudingsplichtige uitbetalers

U bent een niet-inhoudingsplichtige uitbetaler als u geen aangifte loonheffingen hoeft te doen. U hoeft dan niet spontaan een opgaaf UBD te doen.

Uitnodiging van de Belastingdienst. Als u van de Belastingdienst een uitnodiging krijgt om de gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden aan te leveren, bent u verplicht de gegevens aan te leveren. Let op.  Dit geldt ook indien u van mening bent dat u geen opgaveplichtige betalingen aan derde heeft gedaan.

Onverplicht aanleveren? Krijgt u geen uitnodiging, dan mag u de gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden aanleveren, maar u bent dit niet verplicht.

Wat gebeurt er met uw opgave?

De Belastingdienst controleert de gegevens die u aanlevert en gebruikt deze gegevens vervolgens voor de aangifte inkomstenbelasting van de ontvanger(s) van de uitbetaalde bedragen. Let op.  Uiteraard moeten de uitbetaalde bedragen ook matchen met uw eigen administratie.

Vooraf ingevulde gegevens. De Belastingdienst vult de aangifte van degene die de betalingen heeft ontvangen, vooraf in met de door u verstrekte gegevens en kan aan de hand van uw opgave diens aangifte ook beter beoordelen.

Hoe levert u de gegevens aan?

Digitaal. U moet de gegevens digitaal aanleveren. U kunt zelf kiezen hoe u de gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden aanlevert:

  • via het gegevensportaal;
  • via Digipoort.

Aanleveren via het gegevensportaal

Account. U heeft een account nodig om in te loggen op het gegevensportaal Uitbetaalde Bedragen aan Derden. U vraagt een account aan via het aanmeldformulier voor het portaal. Nadat de Belastingdienst uw aanvraag heeft beoordeeld en goedgekeurd, ontvangt u de inloggegevens.

Inloggen. Na ontvangst van de inloggegevens kunt u zelf kiezen hoe u inlogt op het gegevensportaal:

  • met gebruikersnaam en wachtwoord en sms-controle. Deze gegevens heeft u ontvangen bij de aanmelding voor het gegevensportaal;
  • met DigiD. Als eenmanszaak, zzp’er of particulier mag u inloggen met DigiD. Let op.  Dat kan alleen met de DigiD-app of met een sms-controle. Download de DigiD-app of activeer de sms-controle in Mijn DigiD;
  • met eHerkenning. Levert u de gegevens aan op naam van uw organisatie (zoals een maatschap, Vof of BV), dan kunt u meestal inloggen met eHerkenning. Let op.  U heeft minimaal betrouwbaarheidsniveau 3 (EH3) nodig.

Hoe aanleveren via gegevensportaal? U kunt op de volgende manieren gegevens aanleveren via het gegevensportaal:

  • u kunt in het webformulier gegevens aanleveren voor één uitbetalende partij. Levert u gegevens aan voor meer partijen, dan moet u voor iedere uitbetalende partij een apart formulier invullen. Tip.  Deze manier van aanleveren is vooral geschikt voor kleine aantallen meldingen;
  • met het sjabloon UBD (spreadsheet) kunt u gegevens aanleveren voor één uitbetalende partij. Wilt u gegevens aanleveren voor meer partijen, dan moet u dat voor iedere partij apart doen. Tip.  Deze manier van aanleveren is geschikt voor iets grotere aantallen meldingen;
  • met gekochte of zelf ontwikkelde software kunt u een XML-gegevensbestand in het gegevensportaal uploaden. Met één XML-bestand kunt u in één bestand gegevens aanleveren voor meerdere uitbetalende partijen. Tip. Deze manier van aanleveren is bij uitstek geschikt voor grote aantallen meldingen.

Aanleveren via Digipoort

Certificaat. Sinds 1 januari 2023 kunt u gegevens over uitbetaalde bedragen aan derden ook aanleveren via Digipoort, met software die u heeft gekocht of zelf heeft gebouwd. Digipoort is het beveiligde digitale kanaal van de overheid. Om via Digipoort berichten te versturen en te ontvangen, heeft u een PKIoverheid services servercertificaat nodig. Meer informatie hierover vindt u op https://bit.ly/3D9SoaE

Hoe? U maakt een XML-gegevensbestand met software die u heeft gekocht of zelf heeft gebouwd. Daarna uploadt u dit gegevensbestand in Digipoort. U kunt in een bestand gegevens aanleveren voor verschillende partijen die hebben uitbetaald. Deze manier van aanleveren is geschikt voor grote aantallen meldingen.

Goed om rekening mee te houden

Controle op schijnzelfstandigheid. Met ingang van 1 januari 2025 is de Belastingdienst intensiever gaan controleren op schijnzelfstandigheid. Hierdoor vallen arbeidskrachten die nu wellicht nog als zzp’er voor u werken, straks onder de opgave-plicht UBD.

Voorsorteren. U kunt hierop alvast voorsorteren door uw administratie voortaan zo in te richten dat u de gegevens voor opgaaf UBD over 2025 op eenvoudige wijze uit uw administratie kunt halen.

Als u in 2024 betalingen heeft gedaan aan derden, moet u dit in veel gevallen melden bij de Belastingdienst. Het kan zijn dat u daarvoor door de Belastingdienst wordt uitgenodigd, maar in sommige gevallen moet een opgave ook spontaan worden gedaan. Bewaak dit goed.

Voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 ontvangen: controleer deze dan!

In december 2024 of januari 2025 hebben de meeste ondernemers hun voorlopige aanslag (VA) voor de inkomstenbelasting (IB) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2025 ontvangen. Deze VA is gebaseerd op de meest recente gegevens die bij de Belastingdienst bekend zijn, zoals uw inkomsten, uitgaven, vermogen en de te verwachten belastingtarieven van 2025. Let op.  Omdat de VA gebaseerd is op eerdere gegevens (2023), kan het zijn dat deze gegevens niet meer actueel zijn. Let op.  Om ervoor te zorgen dat u het juiste bedrag aan belasting betaalt, is het belangrijk om uw VA goed te controleren. Uw persoonlijke en financiële situatie kan veranderd zijn of nog gaan veranderen in 2025. Voorbeelden van wijzigingen die invloed kunnen hebben op uw VA 2025 zijn:

  • u verwacht meer of minder winst te maken;
  • u heeft minder aftrekposten, zoals zorgkosten;
  • u heeft een huis gekocht of verkocht;
  • er is sprake van een wijziging in de hypotheekrente;
  • u heeft uw hypotheek overgesloten;
  • huwelijk, samenwonen, echtscheiding of uit elkaar gaan.

Wijzigingen aanbrengen in uw VA. Tegen een VA kunt u geen bezwaar maken, maar u kunt een te hoog of te laag vastgestelde VA zelf wijzigen via Mijn Belastingdienst. Als de Belastingdienst uw wijzigingen overneemt, ontvangt u een nieuwe, aangepaste VA voor IB en Zvw over 2025. Als de Belastingdienst uw wijzigingen niet of niet volledig accepteert, ontvangt u een afwijkingsbeschikking. Tegen deze beschikking kunt u wel bezwaar maken.

Belastingrente. De belastingrente bedraagt in 2025 6,4%. U kunt belastingrente voorkomen door:

  • voor 1 mei volgend op het belastingjaar aangifte te doen. Als de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte ongewijzigd overneemt, hoeft u geen belastingrente te betalen;
  • voor 1 mei volgend op het belastingjaar een VA aan te vragen of te wijzigen. Als de Belastingdienst een VA oplegt zoals u heeft gevraagd, hoeft u geen belastingrente te betalen.
De VA 2025 inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet is gebaseerd op 2023, maar uw situatie kan in 2025 veranderd zijn, waardoor u te veel of te weinig afdraagt. Wijzig deze dan!

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl