“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Wijzigen winstverdeling. De winstverdeling van uw vennootschap onder firma (Vof) of maatschap wordt vastgelegd in een vennootschaps- of maatschapscontract. Deze winstverdeling mag u aanpassen, maar hier moeten dan wel zakelijke redenen voor zijn, bijv. dat een van de vennoten meer uren gaat werken en/of dat er meer kapitaal door hem wordt ingebracht.
Verkrijging economisch eigendom. Zitten er ook onroerende zaken in uw Vof of maatschap en gaat u de winstverdeling wijzigen, dan kan dit ertoe leiden dat er overdrachtsbelasting betaald moet worden. U bent namelijk niet alleen overdrachtsbelasting (2% bij een woning en 6% bij alle overige onroerende zaken) verschuldigd als u onroerend goed koopt, maar ook als u het economisch eigendom daarvan verkrijgt. Het economisch eigendom kunt u verkrijgen op het moment dat de winstverdeling wordt gewijzigd en u daardoor een groter belang in de onroerende zaken krijgt dan voorheen.
Voorbeeld.Simone en Mieke hebben samen een kapsalon in de rechtsvorm van een Vof. Tot het ondernemingsvermogen van de Vof behoort ook het bedrijfspand (waarde € 150.000). Zij willen de huidige winstverdeling aanpassen van 50%-50% naar 80%-20%. Hierbij draagt Mieke 30% van haar winstaandeel over aan Simone. Het economisch belang van Simone in het bedrijfspand neemt ook toe met 30%. Simone zal hier in beginsel een vergoeding aan Mieke voor moeten betalen ter grootte van € 45.000 (30% van € 150.000). Daarnaast is zij over deze verkrijging ook € 2.700 (6% van € 45.000) overdrachtsbelasting verschuldigd.
Melding. Degene die het economisch eigendom overdraagt, moet dit binnen twee weken aan de Belastingdienst melden. Let op. Anders riskeert deze een boete die kan oplopen tot € 5.278. Tip. Is de economische overdracht vastgelegd in een notariële akte, dan zorgt de notaris voor de melding.
Fiscale afrekening. In sommige gevallen heeft het wijzigen van de winstverdeling ook tot gevolg dat er sprake is van een (gedeeltelijke) staking, waardoor er met de fiscus afgerekend moet worden. Het belang in de onderneming wordt bij de overdrager immers kleiner en wordt voortgezet door de andere vennoot. Of er sprake is van een (gedeeltelijke) staking, moet beoordeeld worden aan de hand van de feiten en omstandigheden.
Alleen jaarwinst aanpassen. De heffing van overdrachts- en inkomstenbelasting kan voorkomen worden door alleen de verdeling van de jaarwinst te wijzigen en niet de verdeling van de stakingswinst. Hierdoor blijft het economisch belang ongewijzigd en is er geen sprake van een overdracht.
Vrijstelling overdrachtsbelasting. In bepaalde situaties geldt er een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Deze geldt onder andere als een ondernemer in het kader van een (gefaseerde) bedrijfsoverdracht zijn onroerende zaken overdraagt aan een familielid (broer, zus, (klein)kind of echtgenoot), dat de onderneming voortzet.
Wat speelt er? De fiscus heeft vergaande controlebevoegdheden. Logisch ook, want uit uw administratie moet de fiscus proberen af te leiden of uw belastingaangiften wel correct zijn. De bevoegdheden van de inspecteur staan opgesomd in de fiscale wetgeving. Daarin is niets terug te vinden over anonieme tips. Een collega van u vroeg zich af of de fiscus hiervan überhaupt wel gebruik mag maken en bracht zijn zaak voor de rechter (ECLI:NL:RBDHA:2019:7392) .
Per e-mail. In deze zaak had de fiscus een anonieme e-mail ontvangen. Hierin stond vermeld dat een ondernemer die werkzaam was op het gebied van gevels en kozijnen, de boel fleste. Het betrof de jaren 2013 t/m 2016. De tip resulteerde in een bedrijfsbezoek van de fiscus aan uw collega en aan een van zijn afnemers. Tijdens de hierna ingestelde controles bleek inderdaad dat uw collega niet aan alle fiscale verplichtingen voldeed.
Naheffingen, navorderingen met boete. Uw collega bleek onder meer niet op alle facturen zijn btw-nummer te vermelden. De inspecteur ontdekte bovendien dat het bankrekeningnummer op een aantal facturen afweek van het bij de fiscus bekende nummer. Nader onderzoek bracht aan het licht dat de omzet die via deze facturen werd behaald, buiten de boeken bleef. Het leverde navorderingen inkomstenbelasting en premies Zvw, naheffingen btw plus de nodige boetes op. De hiertegen ingebrachte bezwaren werden afgewezen, waarna de zaak dus voor de rechter kwam.
De rechter. Volgens de rechter is deze gang van zaken toegestaan. Wettelijk bent u namelijk verplicht informatie te verstrekken die voor uw belastingheffing van belang kan zijn. Dat uw collega niet was gewezen op zijn zwijgrecht, deed daar in dit geval niet aan af. De informatie waarop de naheffingen en navorderingen waren gebaseerd, waren namelijk niet gebaseerd op de door de ondernemer afgelegde verklaringen. Het betrof immers informatie die zich in de boeken bevond en dus toegankelijk was voor de fiscus. Al met al vond de rechter dat de werkwijze van de fiscus door de beugel kon en liet de naheffingen, navorderingen en boetes in stand.
Vergaande controlebevoegdheden. Het verzwijgen van omzet of het werken met ‘zwart’ personeel komt in alle branches voor. Anderzijds heeft de fiscus, zo blijkt ook uit deze zaak, vergaande controlebevoegdheden. U bent verplicht een administratie te voeren, de inspecteur alle gevraagde info te verstrekken en ook moet u toestaan dat hij hiervan kopieën maakt. Dit geldt ook voor wat betreft de belastingheffing van een ander.
Derden. Net zoals in deze zaak wordt bepaalde informatie regelmatig gecheckt bij een derde, om zo te kunnen controleren of de administratie wel klopt. Een omzetfactuur buiten de boeken houden, kan na een bezoek aan uw afnemers zonder veel moeite geverifieerd worden. Zoals ook uit deze zaak blijkt, is uw conculega of een zich gedupeerd voelende ex-werknemer meestal niet te beroerd de fiscus van eventuele malversaties op de hoogte te brengen. Let op. Weet dan dat deze info wordt en ook mag worden gebruikt. Het klinkt clichématig, maar ook hierbij geldt dat voorkomen beter is dan genezen als het gaat om creatief boekhouden.
Berichten van de fiscus. Veel correspondentie van de fiscus vindt nu nog zowel digitaal als per post plaats. Daar wil de fiscus van af. Vandaar dat u (of uw adviseur) binnenkort moet aangeven of u uw berichten per post of digitaal wilt ontvangen. Tip. Die keuze is niet definitief en deze kan in beginsel telkens gewijzigd worden. Let op. Een gemaakte keuze geldt voor alle berichten die u van de fiscus ontvangt en betreft dus ook toeslagen.
Berichten naar de fiscus. Berichten van u aan de fiscus zullen zowel digitaal als per post mogelijk worden gemaakt. Toch zullen sommige berichten nog verplicht per post of verplicht digitaal moeten worden aangeleverd. Dit heeft te maken met al bestaande verplichtingen en met technische beperkingen.
Uitzonderingen. Bovenstaande uitgangspunten kennen helaas wel enige uitzonderingen, met name voor burgers die ook zelfstandig ondernemer zijn. Veel verplichtingen voor ondernemers zijn immers al verplicht gedigitaliseerd, zoals de btw-aangifte. Deze verplichtingen blijven bestaan en u kunt er dus bijv. niet voor kiezen uw btw-aangifte weer op papier aan te leveren.
Rechtsgevolgen. Een bericht dat door de Belastingdienst op foutieve wijze aan u bekend wordt gemaakt, heeft geen rechtskracht en kan in ieder geval niet in uw nadeel uitpakken. Ontvangt u bijv. een beschikking per post terwijl u voor digitaal had gekozen, dan zal de bezwaartermijn in dat geval niet gelden.
Berichtenbox. Het moment van invoeren van het keuzerecht wordt vanwege de vereiste voorbereidingen pas later bekendgemaakt. Vanaf dat moment ontvangen personen met een geactiveerde berichtenbox hun correspondentie zowel per post als digitaal, totdat ze hun keuze gemaakt hebben. Let op. Blijft uw keuze uit, dan zal ten slotte de Belastingdienst de meest voor de hand liggende keuze maken, al krijgt u ook dan weer de mogelijkheid op verzoek hiervan af te wijken. Wij houden u op de hoogte als het een en ander nader bekend wordt gemaakt.
Wat speelt er? Elektrische auto’s hebben fiscaal hun beste tijd gehad. De bestuurder ervan wordt voor wat de belastingen betreft nog steeds in de watten gelegd, maar de voordelen worden de komende jaren wel kleiner. Wat betekent dat concreet en is het verstandig nu een elektrische auto te kopen als u dat toch al op korte termijn van plan was?
Voor het privégebruik van een ter beschikking staande auto, heeft u met de bekende bijtelling te maken. De bijtelling bedraagt voor een elektrische auto thans 4% tot een cataloguswaarde van € 50.000 en 22% over het meerdere. De bijtelling moet bij de winst worden geteld, waarover u vervolgens belasting betaalt. U ontkomt alleen aan de bijtelling als u kunt bewijzen dat u de auto niet meer dan 500 km privé heeft gebruikt.
Klimaatakkoord. Zoals bekend heeft het kabinet onlangs het Klimaatakkoord gesloten. Een van de onderdelen hiervan betreft de bijtelling voor elektrische auto’s. Die gaat vanaf 2020 omhoog volgens onderstaand schema, totdat vanaf 2026 voor elektrische auto’s dezelfde bijtelling geldt als voor niet-elektrische auto’s.
| Jaar | Bijtelling | Max. cat. prijs |
| 2019 | 4% | € 50.000 |
| 2020 | 8% | € 45.000 |
| 2021 | 12% | € 40.000 |
| 2022-2024 | 16% | € 40.000 |
| 2025 | 17% | € 40.000 |
| 2026 e.v. | 22% | – |
Bijtelling toch vijf jaar vast? De getoonde bijtelling staat in beginsel voor vijf jaar vast. Na deze periode krijgt de auto de bijtelling die geldt volgens de dan heersende regels. Dit betekent dat u maximaal vijf jaar van de lage bijtelling kunt genieten, ervan uitgaande dat u de auto niet voor die tijd verkoopt. Gebeurt dit toch, dan gaat de lagere bijtelling over op de nieuwe eigenaar.
Stel dat u nu een nieuwe elektrische auto aanschaft van € 60.000. De bijtelling bedraagt dan 4% x € 50.000 + 22% x 10.000 = € 2.000 + € 2.200 = € 4.200. Schaft u dezelfde auto in 2020 aan, dan is de bijtelling 8% x € 45.000 + 22% x € 15.000 = € 3.600 + € 3.300 = € 6.900.
Verschil. Gerekend over de maximale periode van vijf jaar is dat dus een verschil in bijtelling van € 2.700 x 5 = € 13.500. Bij een belastingtarief van bijv. 40% scheelt dit dus netto € 5.400 in uw portemonnee, oftewel: ruim € 1.000 per jaar!
Overige wijzigingen? De fiscale behandeling van e-auto’s gaat ook op andere gebieden veranderen, maar nog niet direct. Zo betaalt u thans geen bpm bij aanschaf van een elektrische auto, maar vanaf 2025 wel, al blijft dit beperkt tot € 360. Ook betaalt u nu geen motorrijtuigenbelasting (mrb) voor elektrische auto’s. Dit blijft tot 2025, daarna gaat u 25% van het rijksdeel van de mrb betalen.
Als u in 2019 nog een e-auto aanschaft, heeft u recht op de Milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit is een extra aftrek op de winst van 27% tot een maximale cataloguswaarde van € 40.000. Of deze aftrek ook volgend jaar nog voor elektrische auto’s is weggelegd, is nog onzeker.
Wat speelde er onlangs bij de rechter? In een recente procedure voor Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2019:5926) gaat het om een groothandel in bloemen en planten, e.d. Volgens de administratie koopt deze 75% van de handel in bij een holding-BV (!) in Nederland.
Gebrekkige administratie. Tijdens een boekenonderzoek wordt duidelijk dat er administratief nogal wat gebreken zijn. Zo voldoen de inkoopfacturen niet aan de factuureisen. Daarop ontbreekt onder meer het btw-identificatienummer van de verkoper. Daarnaast bevat de administratie geen enkele informatie over inkooporders, kopieën van transportpapieren of andere documenten. Volgens de betrokkenen zouden de bloemen zijn verkocht aan bedrijven in Rusland. Dit is echter niet uit de administratie te herleiden.
Naheffingen. Daarbij komt dat de holding-BV de btw op haar verkoopfacturen nooit heeft afgedragen. De Belastingdienst stelt dat de onderneming niet heeft aangetoond dat er sprake is van reële leveringen. De aftrek van voorbelasting wordt volledig geweigerd. De BV moet vele tonnen aan btw terugbetalen.
Factuureisen. Uiteraard maakt u het niet zo bont als deze ‘ondernemers’. Deze uitspraak maakt echter wel mooi duidelijk hoe belangrijk correcte inkoopfacturen zijn. Controleer of deze voldoen aan de factuureisen. Denk daarbij niet alleen aan het btw-identificatienummer, maar ook aan de naam en adresgegevens van de koper en de verkoper, het KvK-nummer, de datum en uiteraard de juiste bedragen.
Export. Exporteert u de ingekochte goederen? Zorg er dan voor dat u kunt aantonen dat de goederen daadwerkelijk Nederland hebben verlaten. Zorg voor een door de douane volledig afgetekend exportdocument. Bewaar ook de facturen en documenten van uw transporteur.
Hoe zat dat ook alweer? Ondernemers in de inkomstenbelasting (IB) hebben recht op de zelfstandigenaftrek. Daarvoor is onder meer vereist dat u minstens 1.225 uren in uw bedrijf werkt. De aftrek bedraagt € 7.280 en komt in aftrek op de winst. Onlangs kwam voor Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2019:1925) de vraag aan de orde of een ondernemer er ook voor kan kiezen de zelfstandigenaftrek niet toe te passen als hem dit beter uitkomt. In de betreffende zaak had uw collega in een jaar geïnvesteerd en wilde op deze investeringen versneld afschrijven om zo de winst fors te verlagen. Versneld afschrijven is mogelijk voor startende ondernemers. Daarnaast kan op sommige milieuvriendelijke investeringen ook versneld worden afgeschreven.
Vijf jaar ondernemer? Wettelijk is bepaald dat iemand voor het versneld afschrijven als starter wordt aangemerkt als hij recht heeft op de verhoogde zelfstandigenaftrek voor starters. Hiervoor is vereist dat iemand in een of meer van de voorgaande vijf jaren geen ondernemer was en er in deze periode niet meer dan twee keer de zelfstandigenaftrek is toegepast. De fiscus had de zelfstandigenaftrek in deze periode al vaker toegepast en was van mening dat men hier achteraf niet zomaar van af kan zien. De aanslagen over deze jaren stonden bovendien al vast en dus was er geen beroep meer mogelijk. De rechter sloot zich hierbij aan en hoefde zich dus niet uit te laten over de vraag of de zelfstandigenaftrek een keuzemogelijkheid kent.
Wettelijk bepaald. De zelfstandigenaftrek is wettelijk vastgelegd, evenals de hiervoor geldende eisen. Het lijkt dan ook logisch dat er geen keuze is om de aftrek achterwege te laten. Dat dit in het onderhavige geval slecht uitpakte voor uw collega, kan daaraan niets afdoen. Tip. Wilt u de zelfstandigenaftrek niet benutten terwijl u daar wel recht op heeft, dan kan dit alleen door bewust niet aan de vereisten te voldoen, bijv. door in het jaar ervoor te zorgen dat er niet het vereiste aantal van 1.225 uren in het bedrijf wordt gewerkt. Dit vereist de nodige planning vooraf en niet achteraf, zoals uw collega probeerde.
Vergoeding partner. In deze zaak voor Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2019:5208) gaat het om een man die een onderneming heeft op het gebied van het acquireren en (her)redigeren van manuscripten van boeken. Zijn vrouw helpt hem af en toe met het redigeerwerk. Hiervoor ontvangt zij op jaarbasis een vergoeding van € 1.500.
Onbelaste vrijwilligersvergoeding? Dit bedrag is niet lukraak gekozen. Een jaarlijkse vergoeding van € 1.500 is het maximale bedrag dat (in dat jaar) aan een vrijwilliger onbelast mag worden uitbetaald. De man dacht namelijk extra slim te zijn door van de beloning voor zijn meewerkende partner een vrijwilligersvergoeding te maken. Dit zou betekenen dat zijn partner deze onbelast mag ontvangen.
De Belastingdienst is niet erg enthousiast over deze constructie en bekijkt hoe zij deze kan tegengaan. Ze kunnen natuurlijk de discussie aangaan over de vraag of er überhaupt wel sprake is van vrijwilligerswerk. De inspecteur vindt echter een andere stok om mee te slaan.
Meer dan € 5.000. In de fiscale wetgeving is namelijk uitdrukkelijk opgenomen dat een vergoeding aan de meewerkende partner van de ondernemer alleen aftrekbaar is van de winst als deze op jaarbasis meer dan € 5.000 bedraagt.
Niet aftrekbaar. Dit betekent volgens de inspecteur dat de vergoeding aan de meewerkende vrouw in dit geval niet als aftrekpost kan worden opgevoerd in de onderneming van de man.
Geen vrijwilligersvergoeding, geen aftrek. De ondernemer stapt naar de rechter. Hij stelt dat de grens van € 5.000 niet geldt voor vrijwilligersvergoedingen. De rechter ziet dit echter anders en stelt de Belastingdienst in het gelijk. De man kan dus fluiten naar zijn handige aftrekpost.
Minimaal € 5.000. Houd rekening met de grens van € 5.000. De werkzaamheden van uw partner moeten dusdanig zijn dat een zakelijke vergoeding groter dan dit grensbedrag op jaarbasis gerechtvaardigd is. Let op 1. U moet sowieso de arbeidsbeloning voor uw partner op zakelijke gronden bepalen. Let op 2. De vrijwilligersregeling kan alleen toegepast worden in de non-profitsector.
Rekenen. De vergoeding is bij uw partner belast, maar kan als gevolg van het progressieve belastingtarief gunstig uitpakken voor u samen. Gebruik hiervoor onze rekentool.
Schriftelijk vastleggen. U bent niet verplicht om een meewerkovereenkomst te sluiten, maar dat is in verband met de bewijslast richting de Belastingdienst wel aan te raden.
Uitbetalen? Als u in gemeenschap van goederen bent getrouwd, is het niet nodig om de beloning daadwerkelijk uit te betalen. Het geld kan dus in de onderneming blijven, terwijl u wel profiteert van het fiscale voordeel.
Terugkerende kosten. Als u werknemers heeft die met regelmaat terugkerende kosten maken, kan het handig zijn om i.p.v. declaraties te kiezen voor een vaste kostenvergoeding. Hoe doet u dat?
U kunt de vaste kostenvergoeding onderbrengen in de vrije ruimte (1,2% van de fiscale loonsom). Het voordeel daarvan is dat u geen kostenonderzoek hoeft te doen. Het nadeel hiervan is dat uw vrije ruimte op deze manier sneller gevuld raakt en u zo dus eventuele andere vergoedingen en verstrekkingen niet meer in de vrije ruimte kunt onderbrengen. Als u de vrije ruimte overschrijdt, bent u 80% eindheffing verschuldigd. Vergoedingen of verstrekkingen die worden aangewezen als eindheffingsloon, mogen niet meer dan 30% afwijken van hetgeen gebruikelijk is.
Eindheffingsloon. De vergoeding of verstrekking die u aanwijst als eindheffingsloon in de vrije ruimte, mag dus niet meer dan 30% afwijken van hetgeen gebruikelijk is. Vergoedingen en verstrekkingen van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar worden als gebruikelijk aangemerkt en mogen dus in de vrije ruimte worden opgenomen. Let op. Hiervoor worden alle vergoedingen en verstrekkingen van een werknemer in de vrije ruimte bij elkaar geteld.
Raakt de vrije ruimte vol of wilt u de vrije ruimte voor andere zaken gebruiken, dan kunt u de vaste kostenvergoeding, onder voorwaarde dat u vooraf onderzoek doet naar de kosten die de werknemers werkelijk maken, onderbrengen in een van de gerichte vrijstellingen of als intermediaire kosten (kosten die uw werknemer in opdracht van u voorschiet en dus bij de onderneming thuishoren, zoals benzinekosten voor de auto van de zaak of relatiegeschenken). De vaste vergoeding blijft zo belastingvrij en komt niet ten laste van de vrije ruimte.
Tip. Ga gedurende drie maanden na welke kosten er voorkomen en schrijf per keer dat een bepaalde kostensoort zich voordoet het bedrag en een toelichting in het model. Bepaal het gemiddelde per werknemer.
Eigen vermogen. De kapitaalrekening vertegenwoordigt de waarde van het eigen vermogen van een vennoot in een vennootschap onder firma (Vof). Bij de eenmanszaak is er één eigen vermogen, bij een Vof is er sprake van meerdere eigen vermogens. Om dit eigen vermogen te administreren, is er voor iedere vennoot een eigen kapitaalrekening. Op de kapitaalrekening worden privéopnamen en privéstortingen geadministreerd, maar ook het aandeel in de winst of het verlies wordt op de kapitaalrekening bij- of afgeboekt.
Plussen en minnen. Het totale eigen vermogen van de Vof wordt gevormd door de optelsom van de kapitaalrekeningen van alle vennoten.
Let op. Bedenk dat een negatieve kapitaalrekening van één vennoot de omvang van het totale vermogen van de Vof vermindert.
Belang eigen vermogen. Het gezamenlijke eigen vermogen vormt de basis voor het financieren van het bedrijf. Hoe meer eigen vermogen er beschikbaar is, hoe minder er geleend hoeft te worden bij de bank. Tip. Mocht een financiering nodig zijn, dan helpt het als de balans ook een flink eigen vermogen laat zien. Ook potentiële relaties gaan doorgaans liever in zee met een bedrijf met voldoende eigen vermogen.
Een vennoot in een Vof moet voor privéuitgaven, zoals de wekelijkse boodschappen, zijn kapitaalrekening aanspreken. Let op. Als een vennoot in enig jaar meer opneemt dan zijn winstaandeel, dan daalt de stand van de kapitaalrekening. Deze kan hierdoor zelfs negatief worden.
Goede afspraken maken. Het is dus zaak om te voorkomen dat de kapitaalrekening van uw medevennoten (en die van uzelf) negatief wordt. Afspraken tussen vennoten worden gemaakt in de firmaovereenkomst. Om scheve ogen tussen de vennoten onderling te voorkomen, is het belangrijk om goede afspraken te maken over de stand van ieders kapitaalrekening en deze vast te leggen in de firmaovereenkomst. In de praktijk komt het er dus op neer dat de vennoten afspraken moeten maken over de privéonttrekkingen en de privéstortingen.
Vaste bedragen. Neem in de firmaovereenkomst op dat iedere vennoot als voorschot op zijn winstaandeel maandelijks een vast bedrag mag opnemen voor privéuitgaven. Tip. Deze afspraak functioneert doorgaans het beste als iedere vennoot dit bedrag daadwerkelijk overboekt naar een ‘eigen’ privébankrekening.
Tekorten aanzuiveren. Het kan natuurlijk altijd gebeuren dat een vennoot door omstandigheden even rood komt te staan. Spreek af dat een negatief saldo alleen is toegestaan na akkoord van alle vennoten en dat dit negatieve saldo aan het einde van het jaar moet worden aangezuiverd. Let op. Houd strikt de hand aan deze afspraak.
Rente berekenen. Geld lenen is niet gratis. Dit geldt bij de bank, maar zou ook moeten gelden bij een roodstand op de kapitaalrekening. Dit is immers niets anders dan een lening van de Vof aan een vennoot. Tip. Van een voldoende hoog rentepercentage (dat wordt verrekend met ieders winstaandeel) gaat een preventieve werking uit.
Recente rechtspraak. Een bezorger van post en pakketten was samen met 15 anderen een Vof aangegaan. De Belastingdienst weigerde hem als ondernemer te erkennen, omdat de Vof een schijnconstructie zou zijn. Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2019:395) stelt dat bij een Vof of maatschap vereist is dat de vennoten samenwerken op min of meer gelijkwaardige basis. In deze situatie nam een andere vennoot echter een (te) overheersende positie in. Vooral omdat die ene vennoot:
Ook dat nog! Daarnaast traden de overige vennoten naar buiten toe niet op als vennoten van de Vof, maar als chauffeurs van een postbedrijf.
Focus fiscus. Nu de bezorger in een ondergeschikte positie staat ten opzichte van de overheersende vennoot, is hij geen ondernemer maar een werknemer. De Belastingdienst heeft het voordeel dat de bezorger ontvangt van de Vof terecht aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Let op. Samenwerkingsverbanden worden nu door de Belastingdienst op de korrel genomen. Het kan gaan om forse aanslagen belasting- en premieheffing plus boetes. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!