“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Eigenwoningforfait. Als u in Nederland een eigen woning bezit, moet u het zogeheten ‘eigenwoningforfait’ bij uw inkomen tellen. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde.
Hypotheekrenteaftrek. Zoals u weet, wordt de afbouw van de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd. Hierdoor krijgt u minder belasting terug dan waar u in eerste instantie op gerekend heeft. De hypotheekrenteaftrek ziet er de komende jaren uit als hierna volgt.
| Tarief | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
| Maximaal aftrektarief eigen woning | 49% | 46% | 43% | 40% | 37,05% |
2020. Door de afbouw van de hypotheekrenteaftrek krijgt u minder belasting terug dan waar u in eerste instantie op gerekend heeft. Om u hiervoor te compenseren, gaat ook in 2020 het eigenwoningforfait voor woningen weer omlaag.
| WOZ-waarde € | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 |
| Tot 12.500 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
| 12.500 – 25.000 | 0,25% | 0,20% | 0,20% | 0,20% | 0,15% |
| 25.000 – 50.000 | 0,35% | 0,35% | 0,30% | 0,30% | 0,25% |
| 50.000 – 75.000 | 0,50% | 0,45% | 0,40% | 0,40% | 0,35% |
| 75.000 – 1.080.000* | 0,65% | 0,60% | 0,50% | 0,50% | 0,45% |
| Meer dan 1.080.000* | 2,35% | 2,35% | 2,35% | 2,35% | 2,35% |
*Het grensbedrag van € 1.080.000 in 2019 wordt jaarlijks geïndexeerd. Voor 2020 bedraagt dit bedrag € 1.060.000. Voor de overige jaren zijn de grensbedragen nog niet bekend.
Let op. Voor woningen met een WOZ-waarde boven het grensbedrag van € 1.060.000 (2020) blijft het percentage 2,35%.
Voorbeeld 2019.U valt in 2019 in de hoogste belastingschijf, 51,75%. De WOZ-waarde van uw woning bedraagt in 2019 € 350.000. U betaalt jaarlijks € 10.500 aan hypotheekrente die volledig aftrekbaar is. In 2019 bedraagt uw nettovoordeel na tariefaanpassing:
| Hypotheekrente | € 10.500 |
| Eigenwoningforfait 0,65% van € 350.000 | € 2.275 |
| Aftrekbaar | € 8.225 |
| Nettovoordeel na tariefaanpassing 49% van € 8.225 | € 4.031 |
Voorbeeld 2020.U valt in 2020 in de hoogste belastingschijf, 50,50%. De WOZ-waarde van uw woning bedraagt in 2020 € 385.000. U betaalt € 10.500 aan hypotheekrente die volledig aftrekbaar is. In 2020 bedraagt uw nettovoordeel na tariefaanpassing:
| Hypotheekrente | € 10.500 |
| Eigenwoningforfait 0,60% van € 385.000 | € 2.310 |
| Aftrekbaar | € 8.190 |
| Nettovoordeel na tariefaanpassing 46% van € 8.190 | € 3.768 |
Voorbeeld.Per saldo gaat u er in 2020 € 4.031 minus € 3.768 is € 263 op achteruit.
Dus? Houd de aftrek en bijtellingen rondom de eigen woning goed in de gaten. Zijn de verschillen met 2020 erg groot, dan kan dit de voorlopige teruggaves of te betalen bedragen in 2020 beïnvloeden.
In plaats van een premie die afhankelijk is van de sector waarbinnen uw bedrijf is ingedeeld door de Belastingdienst, is er voor alle bedrijven een hoge of een lage premie verschuldigd.
Lage premie. Een lage premie (voorlopig 2,94%) geldt voor de gewone werknemer die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, die schriftelijk is vastgelegd en waarop een duidelijk aantal uren staat. Daarnaast mag u ook voor enkele bijzondere werknemers onder voorwaarden de lage WW-premie toepassen, namelijk voor BBL’ers en werknemers onder de 21 jaar die in een aangifteperiode weinig werken.
Verschil hoog en laag? Het is de moeite waard zo veel mogelijk gebruik te maken van de lage premie, omdat het verschil tussen de hoge en lage premie op basis van de voorlopige cijfers kan oplopen tot zo’n € 2.800 per werknemer per jaar (de hoge premie van 7,94% is 5% hoger dan de lage premie). Zorg dus dat u waar mogelijk aan de voorwaarden voor de lage premie voldoet.
BBL’er? De lage premie geldt wanneer de werknemer een BBL-opleiding (basisberoepsbegeleidende leerweg) volgt en er een schriftelijke en gedagtekende praktijkovereenkomst is opgenomen in uw administratie.
Let op. U kunt uitsluitend een praktijkovereenkomst afspreken als uw bedrijf een erkend leerbedrijf is! Tip. Als u met een BBL’er naast de praktijkovereenkomst ook een arbeidsovereenkomst heeft (een afspraak waarbij de nadruk ligt op werken en niet op opleiding), dan mag u de lage premie ook voor werkzaamheden op grond van de arbeidsovereenkomst toepassen.
Heeft u een werknemer van jonger dan 21 jaar in dienst die minder werkt dan 52 uur als u aangifte doet per maand of minder dan 48 uur als u aangifte doet per kalendermaand? Dan mag u voor deze jongere in deze periode ook de lage premie toepassen. Het maakt daarbij niet uit of deze uren in een week of bijv. verspreid over de hele maand gemaakt worden. Werkt de jongere in een aantal periodes wel meer dan het maximumaantal uren, dan geldt in die periodes de hoge premie. In de aangifteperiodes dat de werknemer onder het maximum is gebleven, blijft echter de lagere premie van toepassing. Tip. Heeft u meerdere werknemers van onder de 21 in dienst? Probeer deze dan dus maximaal 48 uur (bij vierwekenaangifte) of 52 uur (bij maandaangifte) te laten werken.
Voorbeeld.U heeft in 2020 drie werknemers van 20 jaar. Zij verdienen bruto € 7,80 per uur. U heeft voor 160 uur werk in een aangifteperiode (maand). Als u het werk gelijk verdeelt over de werknemers maken zij allemaal 53,33 uur. Hun brutoloon per maand bedraagt dus afgerond € 416. Op alle drie is dan de hoge premie (voorlopig 7,94%) van toepassing. Het aantal uren is immers boven het maximum voor het lage tarief. Uw kosten WW-premie bedragen voor die periode dus 3 x € 416 (loon) x 7,94% (hoge premie), is dus ruim € 99 voor de drie werknemers. Verdeelt u het werk zo dat er twee in de periode 51 uur werken en één 58 uur, dan wordt dit anders. Voor die twee betaalt u dan 2 x 51 (uur) x € 7,80 (loon) x 2,94% (lage WW-premie), afgerond € 23. Voor de werknemer die 58 uur werkt, betaalt u 58 x € 7,80 x 7,94% is € 36. Uw voordeel door deze urenverdeling is dus per maand bijna € 40 (immers € 59 in plaats van € 99).
In het MKB werken veel echtparen en partners samen in het bedrijf. Vaak als meewerkende partner, maar veelvuldig ook als medeondernemer. Een andere mogelijkheid is dat uw partner gewoon in loondienst is en een inkomen verdient. Vanaf welk niveau moet hij of zij er dan rekening mee houden dat ook de fiscus een deel ervan opeist? Hoeveel is dat dan en waar hangt dit allemaal van af?
Belast bij verdienende partner. De tijd dat het inkomen van de ene partner bij dat van de andere partner werd geteld, is al lang voorbij. Looninkomsten, inkomsten uit freelancewerkzaamheden of uit een eigen onderneming zijn gewoon bij degene belast die dit inkomen verdient. Over die inkomsten betaalt men belasting na aftrek van heffingskortingen en mogelijke aftrekposten.
Heffingskortingen. Wie werkt, heeft in beginsel recht op de algemene heffingskorting en op de arbeidskorting. De algemene heffingskorting bedraagt dit jaar maximaal € 2.477 en volgend jaar maximaal € 2.711. De arbeidskorting is dit jaar maximaal € 3.399 en volgend jaar maximaal € 3.819. Er mag nogal wat verdiend worden voordat er belasting betaald moet worden, omdat het belastingtarief in de eerste schijf dit jaar 36,65% bedraagt en volgend jaar 37,35%. Alleen al door de algemene heffingskorting is dit in 2020 € 7.258.
Aftrekposten. Partners die zelf geen ondernemer zijn, hebben ook geen recht op de speciale faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek. Freelancers hebben soms wel recht op 14% MKB-winstvrijstelling. Dat geldt ook voor ondernemers die in een jaar minder dan 1.225 uren in hun bedrijf werken. Deze moeten wel zelf Zvw-premie betalen, maar van hun inkomsten mogen gemaakte kosten weer wel worden afgetrokken. Dat geldt weer niet voor degenen met looninkomsten, met uitzondering van de reisaftrek voor degenen die met het openbaar vervoer naar het werk reizen. Bij loon betaalt de werkgever de Zvw-premie.
Overige aftrekposten. Daarnaast zijn er nog aftrekposten die partners onderling vrij kunnen verdelen. Denk met name aan de aftrek van hypotheekrente in verband met de eigen woning, zorgkosten en alimentatie. In het algemeen is het lucratief om deze aftrekposten ten laste van het hoogste inkomen te brengen, omdat er dan gezamenlijk zo min mogelijk belasting hoeft te worden betaald.
Partner geen ondernemer. Is uw partner geen ondernemer, dan is de vraag vanaf welk inkomen er belasting betaald moet worden. Dit hangt met name af van hoeveel heffingskortingen uw partner heeft en welk deel van de aftrekposten ten laste van zijn of haar inkomen wordt gebracht.
Hoeveel onbelast verdienen? Als we dit laatste op nihil stellen en uitgaan van alleen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting, betekent dit dat er dit jaar tot een bedrag van bijna € 595 per maand kan worden verdiend zonder dat er belasting hoeft te worden betaald. Volgend jaar is dit bijna € 660, zo’n € 65 per maand meer. Het beeld wordt anders als er meerdere heffingskortingen in het spel zijn of aftrekposten. Een aftrekpost van € 1.000 betekent, afgezien van eventuele drempels waardoor een deel van de aftrek weer verloren gaat, dat er € 1.000 extra verdiend mag worden voordat er aan belastingheffing wordt toegekomen.
Persoonsfraude. Op dit moment bestaat het btw-nummer van uw eenmanszaak voor een groot deel uit uw burgerservicenummer (BSN). Het is voor fraudeurs eenvoudig om uw BSN te achterhalen, omdat u verplicht bent uw btw-nummer te vermelden op uw facturen en bij elektronische handel op uw website. Daarmee bestaat het risico dat er persoonsfraude wordt gepleegd met uw gegevens.
Willekeurig getal. Dit risico is reeds vorig jaar door de Autoriteit Persoonsgegevens aangekaart. Staatssecretaris Snel is naar aanleiding hiervan op zoek gegaan naar een alternatief. Dit is nu gevonden in de vorm van een nieuw nummer, dat net als uw huidige btw-nummer uit de combinatie NL, negen cijfers, B en twee cijfers bestaat. Het verschil is echter dat de negen cijfers een willekeurig getal zijn.
Alleen eenmanszaken. Alleen de btw-nummers van eenmanszaken worden aangepast. Voor andere rechtsvormen, zoals de BV of een vennootschap onder firma geldt namelijk dat het BSN van de eigenaar of de eigenaren hier niet in is verwerkt. Aanpassing van deze btw-nummers is daardoor dus niet noodzakelijk.
Vanaf 1 januari 2020. Het nieuwe btw-nummer gaat gelden vanaf 1 januari 2020. U ontvangt binnenkort bericht van de fiscus met uw nieuwe nummer. U behoudt daarnaast uw huidige btw-nummer op basis van uw BSN. Dit nummer blijft u gebruiken in uw communicatie met de fiscus, bijv. bij het doen van btw-aangifte.
Zakelijke contacten. Het nieuwe btw-nummer moet u vanaf 2020 voor al uw zakelijke contacten gebruiken. Dit betekent dat u het nodige moet aanpassen, zoals uw factuur- en briefpapier, uw website en mogelijk andere communicatiemiddelen waarop uw btw-nummer staat. Ook in uw administratiesoftware moet u uiteraard uw nieuwe btw-nummer opnemen. Let op. Ook de btw-nummers van relaties (klanten of leveranciers) die in een eenmanszaak ondernemen, zullen wijzigen.
Verleggingsregeling. Vergeet niet uw nieuwe btw-nummer door te geven aan leveranciers die de verschuldigde btw naar u verleggen. Zij zijn namelijk verplicht uw (juiste) btw-nummer op hun factuur te vermelden.
Verkopen binnen de EU. De wijziging van uw btw-nummer heeft ook zeker invloed bij internationale transacties. Verkoopt u binnen de EU, dan moet u vanaf 1 januari 2020 vanzelfsprekend uw nieuwe btw-nummer op de factuur vermelden.
Inkopen binnen de EU. Vooral bij inkopen in het buitenland (binnen de EU) moet u opletten. Uw leverancier moet namelijk uw nieuwe btw-nummer op zijn factuur weergeven. Er hoeft dan geen btw op de factuur te worden vermeld. Tip. Ontvangt u in 2020 een factuur voor goederen of diensten die reeds in 2019 zijn geleverd, dan is het geen probleem dat hierop nog uw oude btw-nummer staat vermeld.
Verificatie. Vanaf 2020 zijn ook de nieuwe btw-nummers te verifiëren in het uitwisselingssysteem voor btw-informatie (http://ec.europa.eu/taxation_customs/vies) . Daarnaast wordt uw registratie voor de Mini One Stop Shop-regeling (MOSS-regeling) automatisch door de fiscus omgezet naar uw nieuwe btw-nummer.
De percentages voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) 45%, Milieu-investeringsaftrek (MIA) 13,5, 27 en 36% en Vamil 75% blijven in 2020 gelijk aan die van 2019. Het percentage voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) 2020 is nog onbekend.
EIA. Vanaf 2020 is het EIA-budget van € 147 miljoen ook bestemd voor bedrijfsmiddelen die bijdragen aan CO2 -reductie en voor bedrijfsmiddelen die verband houden met warmte-infrastructuur. Tip. Bent u van plan om te investeren in dergelijke bedrijfsmiddelen, dan is het dus verstandig om die investeringen in 2020 te doen.
MIA. Het budget voor de Milieu-investeringsaftrek wordt in 2020 verhoogd naar € 124 miljoen (2019: € 114 miljoen). Het budget voor de Vamil blijft gelijk (€ 25 miljoen).
De Milieu- en Energielijst. Deze lijsten worden jaarlijks aangepast. Zo zullen er in 2020 diverse bedrijfsmiddelen van de lijsten worden verwijderd c.q. toegevoegd. Ook zullen de aftrekpercentages van bepaalde bedrijfsmiddelen worden verlaagd, omdat deze niet langer meer innovatief zijn of omdat de overheid een bepaalde investering minder wil stimuleren. Wij volgen dat op de voet.
KIA. Heeft u investeringsplannen, dan kan het interessant zijn om nog in 2019 te investeren of die investering uit te stellen tot 2020. Zo wordt de omvang van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) in 2019 berekend aan de hand van het geïnvesteerde bedrag volgens de hiernavolgende tabel.
| vanaf | tot en met | bedraagt de KIA in 2019 |
| – | € 2.300 | € 0 |
| € 2.301 | € 57.321 | 28% van het investeringsbedrag. |
| € 57.322 | € 106.150 | € 16.051 |
| € 106.151 | € 318.449 | € 16.051 minus 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 106.150 te boven gaat |
| € 318.449 | – | € 0 |
Splitsen.In 2019 levert een investering van € 100.000 een KIA op van € 16.051. Zou de investering over twee jaar worden verdeeld, dan zou bij een investering van 2 x € 50.000 een KIA worden genoten van 28% in zowel het eerste als het tweede jaar (bij een gelijkblijvend KIA-percentage in 2020). In totaal is dat aan aftrek 2 x € 14.000 = € 28.000. Dus een extra aftrek van € 11.949!
Samenvoegen.U heeft in 2019 een pc aangeschaft van € 1.900. Voor de rest doet u geen investeringen dit jaar. In januari 2020 koopt u een laptop van € 800. U heeft in 2019 geen recht op KIA, omdat u onder het bedrag van € 2.300 komt. Zou u de laptop in december 2019 hebben aangeschaft, dan had u (28% van € 2.700) € 756 aan winstaftrek gehad.
Uitstellen.U heeft tot nu toe voor € 100.000 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. In december 2019 schaft u nog iets aan voor € 50.000. U heeft recht op een KIA van € 12.736 (€ 16.051 minus 7,56% van het gedeelte dat de € 106.150 te boven gaat, is € 3.315).
Dus? Zou u de investering doorschuiven naar januari 2020, dan heeft u in 2019 recht op een KIA van € 16.051 en bij een gelijkblijvend KIA-percentage in 2020 € 14.000 (28% van € 50.000).
Fiscale gevolgen verstrekking kerstpakket. Sinds de invoering van de werkkostenregeling (WKR) geldt er voor kerstpakketten geen bijzondere regeling meer. Dit betekent dat u in beginsel over de waarde hiervan (incl. btw) 80% eindheffing moet betalen of deze waarde met loonbelasting moet belasten op de loonstrook van uw werknemers. Dit laatste is natuurlijk niet erg ‘feestelijk’.
Heeft u nog vrije ruimte? Het is gelukkig ook mogelijk de kerstpakketten in de vrije ruimte onder te brengen. Gebruik voor de berekening van de nog beschikbare vrije ruimte over 2019 onze op te vragen rekentool.
Pas in 2020? Vanaf 2020 wordt de vrije ruimte groter. Als u dus in 2019 de vrije ruimte al (nagenoeg) geheel heeft benut, dan kan het zinvol zijn om van uw kerstpakketten nieuwjaarspakketten te maken. Zo kunt u deze belastingvrij onderbrengen in de vrije ruimte van 2020.
Voorbeeld.Stel, u heeft 25 werknemers in dienst. U heeft over 2019 nog een vrije ruimte van € 500 beschikbaar. U kunt dus per werknemer maximaal € 20 (incl. btw) aan een kerstpakket uitgeven (zonder eindheffing). Dat is karig. U kunt dan beter het kerstpakket uitstellen en profiteren van de hogere vrije ruimte in 2020.Tip.Zorg dat u met een aftekenlijst kunt bewijzen dat het pakket pas in januari 2020 door u is gegeven.
En de btw? In principe is de btw op personeelsverstrekkingen gewoon als voorbelasting aftrekbaar. Dit is alleen anders als u op jaarbasis voor meer dan € 227 aan uw werknemers verstrekt. Daarbij moet dus gekeken worden naar de kerstpakketten, maar ook naar andere zaken, zoals bedrijfsfitness of een personeelsfeest op locatie. Let op. Komt u boven het maximum van € 227 per werknemer, dan mag de btw niet worden verrekend. U mag deze btw dan wel als kostenpost opvoeren.
De voorgestelde maatregel (in het Belastingplan 2020) houdt in dat boetevrij inkeren per 2020 is uitgesloten voor:
Buitenland. Op het moment geldt de uitsluiting van de inkeerregeling alleen voor inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen. Door deze maatregel wordt het verschil tussen binnenlands inkomen en buitenlands inkomen weggenomen. Let op. Dit geldt zowel voor toeslagen als voor belastingen.
Campagne. De Belastingdienst is onlangs een voorlichtingscampagne over de gevolgen van echtscheiding begonnen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er veel fouten worden gemaakt bij het doen van belastingaangifte en het aanvragen van toeslagen door koppels die scheiden.
Navordering. Deze fouten worden dan op een later moment door de Belastingdienst gecorrigeerd en leiden tot navorderingsaanslagen van honderden tot soms duizenden euro’s. Op dergelijke verrassingen zit u natuurlijk niet te wachten.
Maak een proefberekening. Voor uw toeslagen, het kindgebonden budget en de kinderbijslag heeft scheiden vanzelfsprekend ook grote gevolgen. Ga na in hoeverre u hierop aanspraak kunt (blijven) maken. Kijk daarbij ook goed naar wie de aanvraag indient, u of uw ex. Doordat er vaak een flink verschil is qua inkomen, kan dit veel uitmaken. Tip. Op de website: https://www.belastingdienst.nl/rekenhulpen/toeslagen kunt u een proefberekening maken.
Wie krijgt de aftrek? Uit het onderzoek van de Belastingdienst blijkt dat er met name veel fouten worden gemaakt bij de aftrek van hypotheekrente voor de eigen woning. Een veelvoorkomende fout is dat beide ex-partners de hypotheekrente volledig aftrekken. Dit is uiteraard niet toegestaan.
Eisen. Voor de aftrek van de hypotheekrente moet er namelijk aan twee eisen worden voldaan. Allereerst moet u eigenaar van de woning zijn. Daarnaast moet u de rente betalen. Als u dus voor 50% eigenaar van de woning bent, kunt u maximaal 50% van de totale hypotheekrente als aftrekpost opvoeren, zelfs als u achterblijft in de woning en daarvoor 100% van de rente betaalt.
Alimentatie. De vertrekkende ex-partner heeft dan geen enkel recht op hypotheekrenteaftrek. Hij betaalt immers geen rente. Wel kunt u als vertrekkende partner dan uw deel van het eigenwoningforfait als partneralimentatie aftrekken, omdat u toestaat dat uw ex-partner in de woning woont. Deze alimentatie is dan ook als dusdanig bij uw ex-partner belast.
Morele verplichting. Uit de rechtspraak is af te leiden dat u soms wel 100% van de hypotheekrente kunt aftrekken als u deze volledig betaalt, maar slechts 50% van de woning bezit. Er moet dan wel een dwingende morele verplichting zijn dat u deze betaling op zich neemt, bijv. omdat uw ex-partner absoluut niet in staat is zijn deel van de rente te voldoen.
Gezamenlijk aangifte doen. In het jaar dat u uit elkaar gaat, kunt u nog gezamenlijk aangifte inkomstenbelasting doen. Dit kan voordelig zijn, omdat u dan geen problemen ondervindt ten aanzien van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente.
De fiscus heeft inmiddels een checklist opgesteld aan de hand waarvan u de fiscale gevolgen van uw echtscheiding in beeld kunt brengen ( https://www.belastingdienst.nl – zoekterm: scheiden-checklist). Deze checklist is zelfs persoonlijk te maken door eerst enkele vragen in te vullen. Tip. Ga hiermee tijdig aan de slag om te voorkomen dat u achteraf voor nare verassingen komt te staan.
Regeling. De kleineondernemersregeling (KOR) levert menig ondernemer in de btw een leuk voordeeltje op. Vanaf 1 januari 2020 kan de nieuwe KOR echter alleen nog worden toegepast door ondernemers met een omzet tot € 20.000. Deze omzetdrempel verdient nadere aandacht, want niet alle omzet telt mee. In grote lijnen telt de omzet waarover u btw in rekening brengt wel mee en telt de omzet waarover u geen btw in rekening brengt niet mee, maar natuurlijk zijn er uitzonderingen.
Vrijstelling. Btw-vrijgestelde omzet telt niet mee. Als u bijvoorbeeld medische diensten verricht (vrijgesteld) en daarnaast voedingssupplementen levert (belast), dan hoeft u de omzet medische diensten niet mee te tellen. Let op. Sommige btw-vrijgestelde omzet telt wel mee. Lees verder.
Verkoop bedrijfsmiddelen. Als u bedrijfsmiddelen verkoopt die u in de onderneming heeft gebruikt, dan telt de omzet uit deze verkoop niet mee. Het gaat dan om roerende en onroerende zaken die op de balans stonden. Het maakt niet uit of de levering btw-belast of btw-vrijgesteld was.
Diensten over de grens. Diensten die u aan ondernemers in andere EU-landen of daarbuiten verricht, zijn (meestal) niet belast in Nederland. Is de btw verlegd naar de afnemer? De prestatie is dan niet in Nederland belast(baar) en telt daardoor niet mee voor de omzetdrempel.
Elektronische diensten. Verricht u elektronische diensten aan particulieren, dan telt de omzet niet mee als u geen Nederlandse btw in rekening hoeft te brengen. Dat geldt voor particulieren binnen (als deze omzet hoger is dan € 10.000) en buiten de EU (als u MOSS-aangifte moet doen).
Afstandsverkopen/installatieleveringen. Als u goederen verkoopt aan particulieren in andere EU-landen, moet u boven bepaalde omzetten buitenlandse btw berekenen. Ook als u installatieleveringen buiten Nederland verricht, is de levering belast(baar) in het land van installatie. Die omzet telt dan niet (meer) mee voor de omzetdrempel.
Btw-verlegd in Nederland. Als u in Nederland btw-verlegde omzet heeft, bijv. in de bouw- of schoonmaaksector of bij levering van bepaalde elektronica, dan telt de omzet wel mee.
Onroerende zaken. Omzet uit levering en verhuur van onroerende zaken tellen wel mee voor de omzetdrempel. Ook btw-vrijgestelde omzet telt dus mee! Alleen als een onroerende zaak wordt geleverd die in de onderneming als bedrijfsmiddel is gebruikt, telt de omzet niet mee. Let op. Verhuurt u onroerende zaken btw-belast, dan mag u niet deelnemen aan de nieuwe KOR.
Financiële en verzekeringsdiensten. Diensten die onder de financiële of verzekeringsvrijstelling vallen, tellen wel mee. Dat geldt dus ook voor rente op uitstaande leningen.
0% btw. Leveringen en diensten met 0% btw, zoals leveringen aan EU-ondernemers en export van goederen buiten de EU, tellen wel mee. Ook leveringen aan internationale organisaties met een ‘vrijstellingsverklaring’ tellen mee.
Aftrek, ja of nee … Studie- en scholingskosten die u maakt om uw huidige kennis op peil te houden en uw huidige werkzaamheden goed te kunnen blijven uitvoeren, mag u volledig ten laste van de winst brengen. Dit verandert in de nabije toekomst niet. Let op 1. Kosten die u ten laste brengt van uw winst, verlagen niet alleen uw winst, ook een aantal aftrekposten die gerelateerd zijn aan de winst, zoals de oudedagsreserve, meewerkaftrek en de MKB-vrijstelling, vallen hierdoor lager uit. Let op 2. Studiekosten en andere scholingsuitgaven die betrekking hebben op het op peil houden van vakkennis, mag u niet als persoonsgebonden aftrek opnemen in uw belastingaangifte. Dit zijn aftrekbare bedrijfskosten.
Nieuwe kennis. Dit is anders als het doel van de scholing bedoeld is om een nieuw leertraject te doorlopen (nieuw beroep, nieuwe vaardigheden). Die kosten mag u namelijk niet van de winst aftrekken en mag u wellicht (nog) opnemen als persoonsgebonden aftrek in uw aangifte inkomstenbelasting. Let op. Op Prinsjesdag 2019 is het wetsvoorstel ‘Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit wetsvoorstel moet nog door beide kamers.
In het Belastingplan 2020 staat dat de fiscale regeling aftrek van scholingsuitgaven vervangen wordt door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans ArbeidsmarktPositie) voor natuurlijke personen met een band met onze arbeidsmarkt.
Wanneer dan wel? Wanneer het wetsvoorstel ‘Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven’ in werking treedt, is nog niet bekend. Wel is bekend dat deze wet in werking treedt zodra de subsidieregeling STAP-budget in werking treedt. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Naar verwachting zal dit 31.12.2020 zijn. Tip. Ook in 2020 kunt u nog gebruikmaken van de fiscale aftrek scholingsuitgaven.
Op dit moment zijn alleen nog de contouren bekend van deze nieuwe subsidieregeling. Zo heeft de rijksoverheid op 3 juni 2019 bekendgemaakt dat zowel werkenden als niet-werkenden straks een persoonlijk ontwikkelbudget voor scholing en ontwikkeling kunnen aanvragen om bijv. een mbo-diploma te halen, een sector-erkend certificaat te halen of om een cursus te volgen. Hierbij wordt er wel gekeken of iemand niet al recht heeft op studiefinanciering of een andere vorm van publieke financiering van onderwijs. Per jaar kunnen zo’n 100.000 tot 200.000 mensen aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van € 1.000 tot € 2.000 per persoon. Is het totale budget van dat jaar uitgeput, dan vervalt die aanspraak.
Geen overgangsrecht. Voor scholingsuitgaven na de afschaffing van de aftrek bestaat er geen overgangsrecht. Als u dus een meerjarige opleiding volgt en u betalingen doet na de afschaffing, heeft u geen recht meer op aftrek. Tip. Het bestaande overgangsrecht ten aanzien van scholingsuitgaven voor studiejaren t/m 2014/2015 die destijds niet afgetrokken konden worden omdat het recht op een prestatiebeurs bestond, wordt gehandhaafd tot 1 januari 2031. Deze kosten kunnen alsnog (forfaitair) in aftrek worden gebracht als de prestatiebeurs niet definitief is omgezet in een gift.