“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Onderschat niet de waarde van zo’n simpel bonnetje …

Bonnetje hier, bonnetje daar …

Btw-aftrek. Even snel inkopen doen bij een plaatselijke winkel, zoals printpapier, schoonmaakartikelen of even snel tanken of naar de bouwmarkt voor schroefjes. Voordat u het weet, leveren dergelijke aankopen een hele stapel bonnetjes op. Waar moet u op letten om de btw en de kostenaftrek veilig te stellen? Let op.  Een factuur dient te voldoen aan de factuurvereisten. Zonder correcte factuur heeft u namelijk geen recht op btw-aftrek!

Vereenvoudigde eisen. Bij kleine bedragen en kassabonnen (ook nota’s, rekeningen, e.d.) gelden er andere eisen. In een aantal gevallen kunt u met een vereenvoudigde factuur uw recht op aftrek doen gelden, als de bon voldoet aan de vereenvoudigde factuureisen. Dit mag als het factuurbedrag max. € 100 incl. btw is of als er sprake is van een correctiefactuur.

Vereenvoudigde factuur? Hierop moet staan:

  • de datum van uitreiking van de factuur;
  • de naw-gegevens (identiteit) van de leverancier of dienstverrichter en de aard van de geleverde goederen of diensten. Op de bon moet dus staan wat u gekocht heeft;
  • het te betalen btw-bedrag (of de gegevens waarmee het btw-bedrag kan worden berekend);
  • de verwijzing naar de oorspronkelijke factuur indien er sprake is van een correctiefactuur.

Let op.  De vereenvoudigde factuureisen gelden niet voor afstandsverkopen, intracommunautaire leveringen en leveringen van buitenlandse leveranciers waarbij de btw naar u is verlegd.

Brandstofbonnen Om de btw op brandstofbonnen te kunnen aftrekken, moet u aannemelijk maken dat u de afnemer bent, door bijv. te betalen met pinpas, creditcard of tankpas. Hierdoor is de betaling herleidbaar naar u als afnemer en voorkomt u discussies met de Belastingdienst. Voor brandstofbonnen geldt dat deze ook boven de grens van € 100 incl. btw op basis van een kassabon acceptabel zijn. Wel moet de betaling naar u als afnemer herleidbaar zijn gedaan, bijv. omdat u betaalt met pinpas, creditcard of een tankpas.

Vervoersbewijzen. Het vervoersbewijs van openbaar vervoer of taxi geldt als factuur. U mag 9/109 deel van het bedrag dat op het vervoersbewijs staat als btw als vooraftrek in mindering brengen. Let op.  Als het vervoerbewijs volledig betrekking heeft op regulier woon-werkverkeer, dan is de btw niet aftrekbaar. Voor de btw wordt dit gezien als privé.

Verzamelfactuur. Koopt u geregeld bij dezelfde winkel, laat dan aan het einde van de maand een btw-bon maken van de losse bonnetjes. De losse bonnetjes niet u vervolgens vast aan de verzamelfactuur. Uw leverancier is overigens verplicht om op uw verzoek een echte factuur uit te reiken.

Kostenaftrek. Om voor kostenaftrek in aanmerking te komen, dient u aannemelijk te maken dat het om zakelijke kosten gaat. Indien u beschikt over de gegevens van de crediteur en u het belastingjaar waar de kosten betrekking op hebben en de aard van het product of de dienst aannemelijk kunt maken, mag u de kosten aftrekken. Een ontbrekend bonnetje is dan nog niet eens een ramp. Om dit aannemelijk te maken, raden wij u aan om dergelijke aankopen zo veel mogelijk te betalen met uw zakelijke pinpas of creditcard.

Thermische bonnen

Waarde niet onderschatten. Maak van thermische bonnen altijd een kopie of scan. Deze zijn na enige tijd immers niet meer leesbaar, waardoor u niet meer voldoet aan de bewaarplicht. Hierdoor kan de btw- en kostenaftrek in het geding komen!

Stel de kostenaftrek en de btw-aftrek veilig door het voldoen aan de factuureisen en de bewaarplicht. Maak voor uw boekhouder kopietjes of scans van thermische bonnen, want deze vervagen of verzamel alle bonnetjes en laat een verzamelfactuur opmaken. bron:indicator

Check toegekende loonkostentegemoetkoming LIV en LKV 2019 voor 1 mei

Tegemoetkomingen in de loonkosten. Werkgevers krijgen voor enkele groepen werknemers een tegemoetkoming in de loonkosten. Voor werknemers met een loon tot 125% van het wettelijk minimumloon is er het lage-inkomensvoordeel (LIV). Dit voordeel kan oplopen tot € 2.000 per werknemer per jaar. Voor oudere werknemers met een uitkering en voor werknemers met een arbeidsbeperking is er het loonkostenvoordeel (LKV), dat maximaal € 6.000 kan bedragen. De Belastingdienst rekent voor u uit op hoeveel tegemoetkoming u recht heeft en stuurt u hierover voor 15 maart bericht. Het is van belang de berekeningen goed te controleren, want deze zijn gebaseerd op uw loonaangiften. Heeft u hierbij een fout gemaakt, dan kunt u dit nog tot uiterlijk 1 mei corrigeren via de Belastingdienst. Zit er een fout in de berekening, neem dan contact op met het UWV.

Voorwaarden. Voor beide regelingen geldt een aantal voorwaarden. Zo is voor het LIV met name van belang dat de werknemer in het jaar minstens 1.248 verloonde uren heeft. Voor het LKV is de zogenaamde ‘doelgroepverklaring’ vereist, die binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking moet worden aangevraagd. Ook is het van belang dat u de tegemoetkoming heeft aangevraagd, terwijl dit voor het LIV weer niet vereist is.

Controleer of uw tegemoetkomingen in de loonkosten correct zijn berekend. Heeft u een fout gemaakt bij het aanleveren van gegevens of is de berekening fout, dan kunt u deze nog tot 1 mei van dit jaar corrigeren via de Belastingdienst, respectievelijk het UWV. bron:indicator

Vergeet dat subsidiepotje niet als u innovatief investeert

WBSO

Via de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) kunt u als ondernemer fiscale subsidies krijgen als u innovatief investeert.

Voor wie geldt de WBSO-regeling? De WBSO-regeling geldt voor:

  • ondernemers met personeel die speur- en ontwikkelingswerk uitvoeren; en
  • ondernemers zonder personeel die zelf minimaal 500 uur aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) besteden.

Waar kunt u WBSO-subsidie voor aanvragen? De WBSO-subsidie is bedoeld voor bedrijven die S&O uitvoeren. Er zijn twee soorten projecten die in aanmerking kunnen komen voor de WBSO-subsidie:

  • ontwikkeling van technisch nieuwe (onderdelen van) producten, productieprocessen of programmatuur;
  • technisch wetenschappelijk onderzoek.

Programmatuur? Onder technisch nieuwe (onderdelen van) programmatuur wordt ook verstaan programmatuur die bestaande programmatuur op een voor de S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige technisch nieuwe wijze integreert of laat samenwerken.

Tip 1.  De regeling is laagdrempelig doordat het S&O-werk ‘slechts’ nieuw voor het bedrijf moet zijn. Het hoeft dus niet nieuw te zijn voor de branche, Nederland of Europa.

Tip 2.  Het project hoeft niet te slagen om WBSO-subsidie aan te vragen.

Voorbeeld. Een ICT-project komt in aanmerking voor WBSO-subsidie als er sprake is van ontwikkeling van technisch nieuwe programmatuur. U gaat een nieuwe website ontwikkelen en u gebruikt daar een bestaand systeem voor. Het systeem voorziet echter niet geheel in uw behoeftes, waardoor er technische knelpunten ontstaan. Er zijn geen standaardoplossingen om dit probleem op te lossen. Uzelf of een programmeur die u in loondienst heeft, schrijft hiervoor vervolgens nieuwe programmatuur met behulp van een nieuwe code in een formele programmeertaal zoals Java C++, waardoor de technische knelpunten worden opgelost. Deze werkzaamheden komen mogelijk in aanmerking voor WBSO-subsidie. Let op.  Huurt u hiervoor een externe partij in, dan kunt u geen aanspraak maken op de WBSO-regeling.

U bent ondernemer zonder personeel. Indien u een ondernemer bent die een onderneming drijft in de zin van de inkomstenbelasting, dan kunt u via de WBSO in aanmerking komen voor de ondernemersaftrek speur- en ontwikkelingswerk. Let op.  Zelfstandigen zonder werknemers kunnen geen WBSO-subsidie aanvragen voor de kosten en uitgaven van hun S&O-project, wel voor de uren.

Wat zijn de voorwaarden?

Om voor de ondernemersaftrek S&O in aanmerking te komen, dient u:

  • zelf 500 uren of meer S&O te verrichten in een kalenderjaar. Deze uren dienen gerealiseerd te zijn vanaf de datum van indiening van de eerste aanvraag tot het einde van het kalenderjaar. De urendrempel geldt ongeacht het aantal aanvragen dat wordt ingediend;
  • te voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur per kalenderjaar, wat wil zeggen dat u in een jaar minstens 1.225 uur werkzaam bent in uw bedrijf. Bovendien moet dit meer dan de helft van de tijd zijn dat u werkzaam bent. Dit laatste geldt niet als u starter bent. Als starter kunt u naast de werkzaamheden die u in uw eigen bedrijf werkt, bijv. nog 1.300 uur bij een baas werken zonder dat de aftrek in gevaar komt.

Let op 1.  Voor zwangere ondernemers geldt voor het voldoen aan de eis van 500 uur S&O dezelfde versoepeling als voor het urencriterium. Let op 2.  Niet alle projecten en werkzaamheden komen in aanmerking voor de S&O-aftrek. Hiervoor is de Handleiding WBSO 2020 handig.

Het fiscale voordeel?

De S&O-aftrek bedraagt in 2020:

Aftrek voor zelfstandigen 2020
Vaste aftrek € 12.980
Extra aftrek starters1 €   6.494
  1. U kunt aanspraak maken indien u in een of meer van de vijf voorgaande kalenderjaren geen ondernemer was en u de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk in deze periode niet meer dan twee keer heeft toegepast.

Aanvraag indien zonder personeel? U kunt WBSO-subsidie alleen aanvragen voor toekomstige werkzaamheden. Voor zelfstandigen zonder personeel start de aanvraagperiode vanaf de datum dat de aanvraag is ingediend tot het einde van het kalenderjaar. De deadline voor het aanvragen van WBSO-subsidie voor het vierde kwartaal 2020 is 30 september 2020. U mag een onbeperkt aantal aanvragen per jaar indienen. Let op.  U heeft alleen recht op de S&O-aftrek als u vooraf (digitaal!) een verklaring aanvraagt bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). U dient dus een realistische inschatting te maken van het aantal S&O-uren dat u denkt te verrichten. Aanvragen doet u via  https://mijn.rvo.nl/wbso U dient zich hiervoor online te identificeren via een eHerkenning met betrouwbaarheidsniveau 2+ (eH2+).

Hoe verrekent u de S&O-aftrek? De S&O-aftrek 2020 verrekent u in uw aangifte inkomstenbelasting (IB) over 2021. Hierdoor betaalt u minder belasting. Let op. Als u minder dan 500 S&O-uren realiseert, bent u verplicht om uiterlijk 31 maart 2021 een mededeling te doen bij RVO.nl. Is uw laatste beschikking over 2020 pas in 2021 verstuurd, dan moet u drie maanden na de verzenddatum van de laatste beschikking een mededeling doen. De S&O-verklaring wordt dan door RVO.nl ingetrokken. U kunt dan geen S&O-aftrek toepassen in uw belastingaangifte.

Heeft u personeel in loondienst? Dan kunt u naast de ondernemersaftrek S&O ook in aanmerking komen voor een vermindering op de totaal af te dragen loonheffing, de zogenoemde ‘S&O-afdrachtvermindering’. Het fiscale voordeel wordt berekend over alle gemaakte S&O-kosten en uitgaven van het personeel die aan de voorwaarden voldoen (S&O-loonkosten en het bedrag aan kosten en uitgaven, dan wel het forfaitaire bedrag op basis van de S&O-uren). De subsidie wordt vervolgens in mindering gebracht op de af te dragen loonheffingen. De subsidiepercentages voor 2020 zijn over twee schijven verdeeld:

Tarief eerste schijf (S&O-kosten tot € 350.000) 32%
Tarief tweede schijf (S&O-kosten boven de € 350.000) 16%
Tarief eerste schijf starters (S&O-kosten tot € 350.000)1 40%
  1. De eerste keren dat een onderneming (jonger dan vijf jaar) een S&O-beschikking krijgt voor deze regeling, kan het percentage uit de eerste schijf van 32% verhoogd worden naar 40%. Van deze startersfaciliteit kan men maximaal drie jaar gebruikmaken.

Aanvragen als u personeel heeft

Online. U kunt WBSO-subsidie alleen aanvragen voor toekomstige werkzaamheden. Bedrijven met personeel kunnen vanaf 2020 hun aanvraag uiterlijk de dag voorafgaand aan de aanvraagperiode indienen. Hierop geldt één uitzondering. Indien de aanvraagperiode start op 1 januari, dan dient de aanvraag uiterlijk 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar ingediend te zijn. Vanaf 2020 mag u vier keer per jaar (was voorheen drie keer per jaar) een aanvraag indienen voor minimaal drie maanden. Een WBSO-aanvraag kunt u indienen met het online aanvraagformulier via ‘Direct regelen’ op https://mijn.rvo.nl/wbso U dient zich hiervoor online te identificeren via een eHerkenningsmiddel met betrouwbaarheidsniveau 2+ (eH2+).

Let op.  Als inhoudingsplichtige bent u verplicht een mededeling te doen van het aantal gerealiseerde S&O-uren. Ingeval u een S&O-verklaring op basis van kosten en uitgaven heeft ontvangen, dan moet u ook de gerealiseerde kosten en uitgaven mededelen. Deze mededeling moet u doen voor alle ontvangen S&O-verklaringen tegelijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar.

U heeft als IB-ondernemer recht op WBSO-subsidie als u in de toekomst zelf 500 uren of meer besteedt aan speur- en ontwikkelingswerk en u per jaar minimaal 1.225 uur werkzaam bent in uw bedrijf. De fiscale aftrek 2020 bedraagt max. € 12.980. Vanaf 2020 mag u vier keer per jaar een aanvraag indienen. bron:indicator

Hoe vergoedt u reiskosten in 2020?

Fiets van de zaak

Als u een werknemer een fiets ter beschikking stelt, moet u een bedrag bij het loon tellen van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. U kunt er ook voor kiezen om de bijtelling van 7% onder te brengen in de werkkostenregeling. Als u de vrije ruimte van de werkkostenregeling overschrijdt, dan betaalt u als werkgever 80% belasting over de bijtelling. Let op. Als u een fiets ter beschikking stelt, dan kunt u niet ook nog een onbelaste reiskostenvergoeding uitbetalen. Mogelijk heeft uw werknemer daarom liever een onbelaste vergoeding die hij dan zelf kan gebruiken om een fiets te kopen.

Reiskostenvergoeding in geld

De al bestaande regeling die geldt voor de vergoeding van reiskosten in geld, is in 2020 niet veranderd. Ook dit jaar kunt u maximaal € 0,19 per kilometer onbelast uitbetalen.

Openbaar vervoer

Als de werknemer met het openbaar vervoer reist, kunt u € 0,19 per kilometer vergoeden. U kunt echter ook de werkelijke kosten onbelast vergoeden. Dan moet u wel de kaartjes bewaren of aannemelijk kunnen maken dat de werknemer echt gereisd heeft.

Auto van de zaak

Voor de auto van de zaak geldt dat u heel goed moet opletten bij het bepalen van de bijtelling voor privégebruik. De bijtelling is altijd gebaseerd op de cataloguswaarde van de auto. Welk bijtellingspercentage u moet gebruiken, hangt af van de CO2-uitstoot van de auto en de datum van eerste toelating op de weg. Als dat voor 1 januari 2017 is, dan geldt er een algemene bijtelling van 25%. Daarna geldt er 22%. Voor elektrische auto’s die in 2020 in gebruik genomen worden, geldt dat de bijtelling 8% is van de eerste € 45.000 en 22% van het restant van de cataloguswaarde.

Met ingang van 2020 zijn er een paar wijzigingen in de regels rond het vergoeden van reiskosten. De wijzigingen met betrekking tot de fiets van de zaak zijn het meest ingrijpend. Ook bij de bijtelling privégebruik voor de auto van de zaak blijft het oppassen geblazen. Welk bijtellingspercentage u moet gebruiken, hangt van de CO2-uitstoot van de auto en de datum van de eerste toelating op de weg. bron:indicator

Voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2019 nog aanpassen?

Belastingrente. Als uit de voorlopige winstcijfers van uw bedrijf over 2019 blijkt dat u inkomstenbelasting (IB) moet betalen en er geen of een te lage voorlopige aanslag IB 2019 is opgelegd, dan kan het zijn dat u over het te betalen bedrag 4% belastingrente moet betalen.

Voorbeeld.Er is u geen voorlopige aanslag IB 2019 opgelegd. Uw aangifte IB 2019 dient u in op 1 september 2020. De Belastingdienst berekent rente vanaf 1 juli na het aangiftejaar. Als de Belastingdienst de gegevens van uw aangifte overneemt, dan wordt de periode waarover de Belastingdienst rente berekent, beperkt tot 19 weken na ontvangst van uw aangifte IB. 19 weken gerekend vanaf 1 september is 12 januari 2021. Er wordt belastingrente berekend over de periode 1 juli 2020 t/m 12 januari 2021. Dit zijn zes maanden en twaalf dagen, oftewel 192 dagen (iedere maand krijgt 30 dagen). Stel, u moet € 12.500 betalen. U betaalt dan 192/360 x 4% x € 12.500 = € 266 (de uitkomst wordt door de Belastingdienst afgerond naar beneden op hele euro’s) .

Let op.  Indien de Belastingdienst afwijkt van uw aangifte, dan eindigt de periode waarover rente berekend wordt niet 19 weken na ontvangst van uw van aangifte, maar zes weken na de datum op uw aanslag.

Hoe voorkomt u dit? Dit kunt u voorkomen door voor het Belastingjaar 2019 aangifte te doen voor 1 mei 2020 of om voor 1 mei 2020 een ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2019’ in te dienen. Indien de Belastingdienst de gegevens conform uw aangifte c.q. verzoek of wijziging overneemt, betaalt u geen belastingrente. Een ‘Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2019’ kunt u zelf eenvoudig aanvragen via ‘Mijn Belastingdienst’.

U kunt 4% belastingrente besparen als uw winstcijfers over 2019 hoger blijken te zijn dan waarop uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2019 is gebaseerd. Doe of voor 1 mei 2020 aangifte of voor 1 mei 2020 een verzoek om uw voorlopige aanslag te wijzigen. bron:indicator

Personeelsuitje, hoe verwerkt u dat voor de loonheffing?

Beloning voor uw werknemers? Als u een personeelsuitje organiseert, dan zou het goed kunnen dat ook de Belastingdienst daarvan wil meegenieten. Dat is het geval als een deel van het uitje als beloning van uw werknemers wordt gezien, waarover de werknemer loonheffing moet betalen.

Werkkostenregeling. U kunt de belastingheffing dan voorkomen door de kosten van het personeelsuitje ten laste van de vrije ruimte in de werkkostenregeling te brengen. Het personeelsuitje wordt dan niet belast. De vrije ruimte bedraagt in 2020 1,7% van de loonsom tot € 400.000 en 1,2% over het meerdere. Let op.  Bij overschrijding van de vrije ruimte moet u 80% belasting betalen.

Karakter van het uitje. Het mag duidelijk zijn dat het karakter van het personeelsuitje van belang is.

Overwegend zakelijk

Voorbeeld.Bij een overwegend zakelijk uitje kunt u bijvoorbeeld denken aan een studiedag.

Gerichte vrijstellingen. In dat geval is de gerichte vrijstelling voor reiskosten (max. € 0,19 per km of de werkelijke kosten van openbaar vervoer) van toepassing. Voor maaltijden geldt ook dat deze gericht vrijgesteld zijn. Daarnaast geldt dat de kosten van de studie zelf (dus de onderwijsinstelling of trainer die u inhuurt) ook gericht vrijgesteld zijn.

Tip.  U hoeft dus niets tot het loon te rekenen of ten laste van de vrije ruimte te brengen.

Overwegend consumptief

Voorbeeld.Bij een overwegend consumptieve activiteit kunt u denken aan een feest of etentje .

Belast loon. Bij een personeelsuitje waarin vooral het plezier voorop staat en niet de zakelijkheid, geldt dat alles wat u betaalt of verstrekt als loon wordt aangemerkt. Reiskosten die u vergoedt, de kosten van het restaurant of de catering en de kosten van het feest zijn allemaal belast.

In de vrije ruimte. Als u wilt, kunt u deze posten in de vrije ruimte onderbrengen.

Tip.  Als het etentje op de werkplek plaatsvindt, dan geldt daarvoor de normwaardering voor maaltijden van € 3,35.

Splitsbaar personeelsuitje

Voorbeeld.Aan een studiedag met aansluitend een etentje of een feest zit zowel een zakelijk als een consumptief deel.

Kosten splitsen. Bij een personeelsuitje waarin zowel een zakelijk als een consumptief deel zit, moet er een splitsing gemaakt worden. De kosten van de studiedag (reiskosten, maaltijden, de studie zelf) mogen onbelast blijven, maar de kosten van het aansluitende etentje of feest niet. Als het etentje of het feest plaatsvindt op de werkplek, geldt voor de maaltijden dat deze op het normbedrag van € 3,35 gewaardeerd mogen worden. bron:indicator

Nog btw 2019 vergeten te verwerken?

Juiste methode is van belang. Het jaar is weer voorbij en dus is het tijd om de jaarcijfers op te (laten) maken. Wellicht ontdekt u dat er enkele facturen nog niet ingeboekt waren, waardoor ze niet zijn meegenomen in de btw-aangifte. Op zo’n manier kan blijken dat u te veel of te weinig btw heeft afgedragen. Gelukkig is dat eenvoudig te corrigeren, maar het is wel van belang dat u de juiste methode toepast. Hoe gaat dat in zijn werk?

Suppletie of niet? Als u te weinig of te veel btw heeft afgedragen, kunt u dit herstellen door middel van een zogenaamde ‘suppletieaangifte’. Dat is alleen nodig als u per saldo meer dan € 1.000 aan btw moet bijbetalen of terugkrijgt. Voor de suppletieaangifte is een speciaal aangifteformulier beschikbaar dat u kunt vinden op de site van de Belastingdienst in ‘Mijn Belastingdienst Zakelijk’. Maar u kunt ook suppleren via een professioneel softwarepakket of via uw adviseur of boekhouder.

Suppleren niet nodig als … Een suppletieaangifte is niet nodig bij bedragen tot €1.000 die u moet betalen of terugkrijgt. U kunt dan corrigeren door in de eerstvolgende btw-aangifte de te veel of te weinig afgedragen belasting alsnog op te nemen in de aangifte. Tip.  Bij correcties tot € 1.000 krijgt u geen teruggaafbeschikking of naheffing.

Zo snel mogelijk. U bent wettelijk verplicht om correcties te maken zodra u een fout ontdekt. Heeft u een factuur niet meegenomen in de aangifte, wacht dan dus niet tot uw boekhouder uw jaarverslag maakt, maar dien zo snel mogelijk een suppletie in. U kunt een fout per aangiftetijdvak of per (boek)jaar corrigeren. U betaalt ook geen rente als u suppleert binnen drie maanden na afloop van het jaar waarin u de btw moest betalen. Suppleer over fouten in 2019 dus voor 1 april 2020. U kunt in beide gevallen wel een verzuimboete krijgen (meestal 5%).

Niet alles in de suppletie. Niet alle correcties doet u door middel van een suppletie. Zo vraagt u btw op een oninbare vordering terug in de aangifte zodra het duidelijk is dat deze niet wordt betaald, maar uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum. Ook als u btw terugvraagt in verband met jaarglobalisatie als u handelt in gebruikte goederen, kunst of antiquiteiten, gaat dat niet in een suppletie.

Corrigeer uw btw-aangifte zo snel mogelijk, doe dat over 2019 voor 1 april 2020. U voorkomt dan in ieder geval een vergrijpboete en/of rente als u moet bijbetalen. bron:indicator

Verplicht aan de slag met eHerkenning

Hoezo eHerkenning? In 2019 logde u als burger met uw DigiD veilig in bij verschillende overheidsinstanties. Voor bedrijven gaat dit veranderen, zij moeten vanaf 2020 gaan inloggen met eHerkenning, dit is een soort DigiD voor bedrijven. Tip.  Het grote voordeel van eHerkenning is dat u op één manier kunt inloggen bij meerdere overheidsinstanties. U hoeft dus minder wachtwoorden te bedenken en te onthouden.

Alleen voor bedrijven. Niet iedere Nederlander krijgt te maken met eHerkenning. Het gaat namelijk om een zakelijk inlogmiddel en is alleen bestemd voor bedrijven die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Vijf beveiligingsniveaus. Voor het inloggen met eHerkenning gelden vijf beveiligingsniveaus. Let op. Om in te loggen bij het UWV of de Belastingdienst heeft u eHerkenning niveau 3 (EH3) nodig, in combinatie met de juiste machtigingen.

Overheidsinstanties. Behalve bij de Belastingdienst en het UWV kunt u met eHerkenning bij een groot aantal andere organisaties inloggen. Denk aan gemeenten, waterschappen, provincies, ministeries en uitvoeringsorganisaties.

eHerkenning aanvragen

Erkende leveranciers. In tegenstelling tot DigiD kunt u eHerkenning niet bij de overheid aanvragen. Voor de aanvraag kunt u terecht bij diverse door de overheid erkende leveranciers. De aanvraag en het gebruik van eHerkenning zijn niet kosteloos. Hoeveel u betaalt, hangt af van de aanbieder en de dienst die u afneemt.

Overzicht. Op https://www.eHerkenning.nl vindt u een leveranciersoverzicht met alle erkende leveranciers met hun producten en prijzen.

Welk betrouwbaarheidsniveau?

Beveiliging. eHerkenning kent inlogmiddelen op vijf verschillende betrouwbaarheidsniveaus. Hoe hoger het beveiligingsniveau, hoe meer stappen u moet zetten om uw identiteit aan te tonen.

Kies voor het hoogste niveau. De instanties waar u wilt inloggen, geven aan welk betrouwbaarheidsniveau u nodig heeft. Kies voor het hoogste niveau waarmee u te maken krijgt en koop daarvoor een eHerkenningsmiddel. U kunt een eHerkenningsmiddel namelijk altijd gebruiken voor diensten met hetzelfde of een lager betrouwbaarheidsniveau, maar nooit voor een hoger niveau.

Let op.  Als bedrijf heeft u in de praktijk minimaal niveau 3 nodig. Ieder bedrijf heeft immers met de Belastingdienst te maken.

Persoonsgebonden

Machtigingen verplicht. Een eHerkenningsmiddel is persoonsgebonden en kan niet worden gedeeld of overgedragen. eHerkenning geldt per persoon en per dienst. Voor diensten met een betrouwbaarheidsniveau 2 of hoger zijn machtigingen verplicht. Voor uzelf maar ook voor de medewerkers die namens uw bedrijf zakendoen met de overheid. De machtiging moet zijn vastgelegd bij uw eHerkenningsleverancier.

Ketenmachtiging

Voor meerdere werknemers. Wilt u eenvoudig meerdere werknemers kunnen machtigen, informeer dan bij uw leverancier van eHerkenning of hij werkt met ketenmachtiging. U machtigt dan deze leverancier, en uw leverancier geeft vervolgens uw werknemers toestemming om in te loggen. Dit heet dus een ketenmachtiging.

Als bedrijf zult u in de praktijk altijd minstens eHerkenning beveiligingsniveau 3 nodig hebben om in te kunnen loggen bij de Belastingdienst of het UWV. Wilt u eenvoudig meerdere werknemers kunnen machtigen om met eHerkenning te werken, informeer dan bij uw leverancier of hij werkt met ketenmachtiging. bron:indicator

Bedankt voor de samenwerking het afgelopen jaar en een succesvol 2020 toegewenst

Wetsvoorstel vervanging Wet DBA

Minimumtarief voor zzp’ers. Het minimumtarief van € 16 per uur richt zich op de onderkant van de zzp-markt. Dit minimumtarief moet voorkomen dat zzp’ers voor een tarief werken waar ze niet van kunnen leven of waarmee ze onvoldoende verdienen om zich te verzekeren of om te sparen voor slechtere tijden. Het minimumtarief geldt zowel bij zakelijke als particuliere klanten en geldt voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Er is rekening mee gehouden dat zzp’ers gemiddeld een derde van hun tijd moeten besteden aan overige werkzaamheden, zoals administratie. Het tarief is exclusief directe kosten voor een opdracht of klus, bijv. de kosten voor materiaal.

Zelfstandigenverklaring. Zzp’ers met een tarief boven de € 75 per uur kunnen straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandige werken. Om de zelfstandigenverklaring te kunnen gebruiken is een inschrijving bij de Kamer van Koophandel nodig. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, lopen opdrachtgevers maximaal een jaar geen risico op naheffingen, zoals de loonheffing. Ook biedt de zelfstandigenverklaring zowel opdrachtgevers als zzp’ers zekerheid over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioen en cao-bepalingen.

Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal € 16 per uur verdienen. De zzp’ers die meer dan € 75 per uur verdienen, krijgen daarnaast de mogelijkheid om onder voorwaarden een zelfstandigenverklaring te gebruiken. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl