“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
Geen zelfstandige, maar een werknemer. Bij het inhuren van een zzp’er bestaat de kans dat de Belastingdienst achteraf zegt dat er geen sprake was van een zelfstandig ondernemer, maar van een werknemer.
Naheffingsaanslagen. In dat geval kunt u een naheffing van loonheffingen krijgen. U moet dan alsnog premies voor de werknemersverzekeringen, loonbelasting en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet betalen. Omdat zo’n naheffing snel oploopt, wilt u vooraf uiteraard zeker weten dat u geen risico loopt.
Minimumtarief en zelfstandigenverklaring. Eind 2019 heeft het ministerie voorgesteld om duidelijkheid te geven voor zzp’ers die tegen een laag uurtarief en voor zzp’ers die juist tegen een hoog tarief werken. Het voorstel was om iedereen die minder dan € 16 per uur zou verdienen, aan te merken als werknemer en iedereen die meer in rekening zou brengen dan € 75 per uur, mocht er zelf voor kiezen om te factureren en hoefde dan dus niet als werknemer verloond te worden.
Ingetrokken. Uit een brief van staatssecretaris Vijlbrief en minister Koolmees aan de Tweede Kamer blijkt dat deze twee voorstellen zijn ingetrokken na grote bezwaren uit de praktijk.
Pilot. Het ministerie werkt nog wel aan het ontwikkelen van een webmodule. Het idee daarvan is dat u door het beantwoorden van een aantal vragen op een website een uitkomst krijgt over de vraag of degene die u inhuurt echt zelfstandig is of dat u de vergoeding die u gaat betalen als loon moet verlonen. Deze module is nu tweemaal getest en in het najaar zal deze op grote schaal gebruikt kunnen worden in een pilot. Let op. De uitkomst geeft u dan nog geen zekerheid. Dat moet uiteindelijk wel gebeuren als de webmodule definitief wordt ingevoerd.
Geen zekerheid. Op dit moment is er dus geen simpele manier om zekerheid te krijgen over de vraag of u met een echte zelfstandige te maken heeft of het risico loopt op naheffingen, omdat er toch sprake is van een werknemer.
Werken met modelovereenkomst. U kunt dat risico wel beperken, bijv. door gebruik te maken van een modelovereenkomst die door de Belastingdienst is beoordeeld. Natuurlijk moet u er dan wel op letten dat de feitelijke situatie waarin u samenwerkt met de zzp’er, overeenkomt met wat er op papier in de modelovereenkomst is afgesproken. Tip. Er zijn algemene modelovereenkomsten, maar ook overeenkomsten voor specifieke branches of beroepsgroepen. Zoek de overeenkomst die het beste bij uw situatie past ( https://www.belastingdienst.nl – zoekwoord: modelovereenkomsten).
Handhaving uitgesteld. Tot 1 januari 2021 zal de Belastingdienst alleen handhaven ingeval een opdrachtgever kwaadwillend blijkt of als opdrachtgevers na aanwijzingen van de Belastingdienst hun werkwijze niet binnen een redelijke termijn aanpassen (in de meeste gevallen tot drie maanden), als blijkt dat er sprake is van een dienstbetrekking.
Als u als btw-ondernemer een factuur verstuurt die niet aan de wettelijke eisen voldoet, mag uw klant de btw niet als vooraftrek bij de aangifte omzetbelasting in mindering brengen. Voor u die de factuur opmaakt, geldt dat u de btw wel gewoon moet afdragen aan de Belastingdienst. Let op. Daarbij loopt u de kans op een boete. Anderzijds geldt dit ook als u een factuur ontvangt van uw leverancier. Als deze factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, loopt u zelf de vooraftrek van de btw mis.
Particulieren. Aan particulieren hoeft u in beginsel geen factuur te geven. Dit is anders indien u:
Let op. Horecaondernemers en ondernemers in taxivervoer en openbaar vervoer hoeven geen facturen te maken die aan alle eisen voldoen. Hetzelfde geldt voor ondernemers die vrijgestelde goederen en/of diensten leveren. Ondernemers die gedeeltelijk zijn vrijgesteld, dienen voor de belaste goederen en diensten wel te factureren.
Uitreiken factuur. Een factuur moet uitgereikt worden voor de 15e van de maand die volgt op de maand waarin men de goederen of diensten heeft geleverd. Dus als er op 10 juli een product geleverd wordt, dan moet voor 15 augustus de factuur verstuurd worden.
Facturen moeten de hiernavolgende gegevens bevatten.
Let op. In de volgende gevallen moet ook het btw-identificatienummer van de afnemer vermeld worden:
Indien u goederen en/of diensten levert voor een bedrag van niet meer dan € 100 incl. btw, kunt u volstaan met een vereenvoudigde factuur, zoals een kassabon. Let op. Een vereenvoudigde factuur mag niet worden uitgereikt in grensoverschrijdende situaties.
Indien uw bedrijf in de problemen is gekomen door de coronacrisis, dan kunt u online bijzonder uitstel van betaling van belasting aanvragen.
Hoe? U kunt bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor belastingen met het online formulier op de website van de Belastingdienst ( https://bit.ly/2VvXODW ). Hiervoor dient u in te loggen met uw eigen DigiD.
Voor welke belastingen? U kunt bijzonder uitstel aanvragen voor de:
Let op. Dit geldt niet voor de omzetbelasting, de accijnzen, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en de kolenbelasting voor zover deze belastingen worden geheven met toepassing van de douanewetgeving ter zake van de invoer.
In één keer tegelijk? Voor de inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw) vraagt u automatisch in één keer tegelijk uitstel van betaling aan. Dit kan op het moment dat u één belastingaanslag heeft ontvangen van een van de hiervoor genoemde belastingen. Indien u uitstel van betaling wilt voor de overige belastingen, dient u dit voor alle overige belastingen apart aan te vinken in het online formulier. Let op. U kunt alleen uitstel van betaling aanvragen voor belastingen waarvoor u een belastingaanslag heeft ontvangen.
Hoelang? Er wordt dan automatisch uitstel aangevraagd voor de huidige, reeds opgelegde en toekomstige aanslagen voor een periode van drie maanden, vanaf de dagtekening van het verzoek om uitstel van betaling. Let op 1. Voor latere belastingaanslagen die automatisch in de uitstelregeling meelopen, schuift de termijn van drie maanden niet op. Let op 2. Voor de bpm kunt u alleen bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor naheffingsaanslagen die betrekking hebben op tijdvakken vanaf mei 2020. Voor naheffingsaanslagen over eerdere tijdvakken is dat niet mogelijk.
Heeft u een samenwerkingsverband, zoals een Vof, en wilt u bijv. uitstel aanvragen voor de inkomstenbelasting, omzetbelasting en loonheffingen, dan dient u meerdere uitstelverzoeken in te dienen. Voor de privébelastingen, zoals inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet, dient iedere vennoot namelijk afzonderlijk een verzoek in te dienen. Voor de niet-privébelastingen, zoals de omzetbelasting en loonheffing, moet er namens de Vof één verzoek worden ingediend. Nadat de Belastingdienst uw verzoek heeft ontvangen, stopt de Belastingdienst met invorderen en krijgt u automatisch drie maanden uitstel van betaling.
Indien u langer uitstel nodig heeft dan drie maanden, dan kunt u dit in uw eerste verzoek of binnen de periode van drie maanden na uw eerste uitstelverzoek alsnog schriftelijk of digitaal aanvragen. Hiervoor gelden wel extra voorwaarden (zie hierna de alinea’s belastingschuld < € 20.000 en belastingschuld € 20.000 of hoger).
Uitstel van betaling loopt af? Heeft u reeds eerder bijzonder uitstel van betaling aangevraagd, dan ontvangt u van de Belastingdienst tijdig een schrijven wanneer uw uitstel afloopt. Heeft u vanwege de coronacrisis langer uitstel nodig, dan kunt u uw bijzonder uitstel verlengen met een online formulier ( https://bit.ly/2VvXODW ).
Belastingschuld < € 20.000. Is de belastingschuld waarvoor u het uitstel wilt verlengen, lager dan € 20.000, dan dient u in het online formulier de omstandigheden en gevolgen waardoor uw bedrijf door de coronacrisis is getroffen aan te geven.
Onderbouwen? Zo kunt u bijv. met cijfers onderbouwen dat uw omzet gedaald is ten opzichte van de voorgaande maanden of dat u minder opdrachten en boekingen heeft ten opzichte van de voorgaande maanden. Indien u in het bezit bent van bewijsstukken die uw toelichting onderbouwen, kunt u deze als bijlage meesturen.
Schuld € 20.000 of hoger? Is de belastingschuld waarvoor u het uitstel wilt verlengen € 20.000 of hoger, dan vraagt de Belastingdienst extra informatie waaruit blijkt dat de betalingsproblemen hoofdzakelijk zijn te wijten aan de coronaperikelen.
Voor belastingschulden van € 20.000 of meer is een verklaring van een derde deskundige vereist. Een derde deskundige is bijv. een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie of uw belastingadviseur of accountant. Let op. Een derde deskundige is niet iemand uit uw eigen onderneming.
Wat moet er in de verklaring staan? Een derde deskundige moet verklaren dat het aannemelijk is:
Liquiditeitsprognose. Daarbij dient er een liquiditeitsprognose bijgevoegd te worden die volgens de derde deskundige aannemelijk is. De liquiditeitsprognose dient opgesteld te zijn aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het tijdstip van indiening van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn. In de toelichting bij de verklaring dient de derde deskundige aan te geven welke documenten of gegevens door u zijn verstrekt en indien nodig nader toe te lichten. De verklaring van de derde deskundige en de liquiditeitsprognose kunnen aan het onlineformulier worden toegevoegd.
Na indiening. Na indiening van uw digitale verzoek ontvangt u van de Belastingdienst een digitale ontvangstbevestiging.
Nadat de Belastingdienst uw verzoek om verlenging heeft ontvangen, mag u de betaling van aanslagen voor de belastingen waarvoor u eerder bijzonder uitstel heeft aangevraagd, uitstellen. Tip. Dit geldt ook voor alle nieuwe aanslagen die u ontvangt voor de belastingen waarvoor u bijzonder uitstel van betaling heeft aangevraagd. Als u een bevestiging van de verlenging voor bijzonder uitstel krijgt, geldt dit totdat u van de Belastingdienst een bericht krijgt dat het bijzonder uitstel wordt ingetrokken. Tip. Dit versoepelde uitstelbeleid van de Belastingdienst geldt in ieder geval tot 1 oktober 2020. Let op. Voor aanslagen waarvoor u nog geen bijzonder uitstel van betaling heeft aangevraagd, dient u apart bijzonder uitstel van betaling aan te vragen.
Als online niet lukt? Indien u uw verzoek niet online kunt indienen, kunt u ook schriftelijk verzoeken om verlenging bijzonder uitstel. Deze brief stuurt u dan naar: Belastingdienst, Postbus 100, 6400 AC Heerlen.
Studenten- en scholierenregeling. Als u de studenten- en scholierenregeling toepast, mag u bij het berekenen van de in te houden loonheffing uitgaan van een periode van een kwartaal, in plaats van het werkelijke loontijdvak. Dit betekent dat u veel minder of helemaal geen loonheffing hoeft in te houden. Dat is voor de student of scholier die bij u als vakantiekracht aan het werk is, voordelig. Hij houdt dan immers netto veel meer over. Ook hoeft hij later de eventueel te veel betaalde belasting niet terug te vragen door aangifte inkomstenbelasting te doen.
Voorwaarden. U kunt de regeling alleen toepassen als:
Formulier invullen. Als de student of scholier wil dat de regeling bij hem wordt toegepast, moet hij zelf vooraf een formulier invullen en bij u inleveren. Dit formulier moet u in de loonadministratie bewaren. Let op. Als de gegevens van de student of scholier wijzigen nadat het formulier is ingeleverd, moet er bij u een nieuwe opgaaf worden ingeleverd.
Werknemersverzekeringen. Scholieren en studenten zijn gewoon verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
Tozo 1 en Tozo 2. Het kabinet heeft op 20 en 28 mei 2020 besloten diverse maatregelen uit het eerste noodpakket van 17 maart 2020, Noodpakket banen en economie, waaronder de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) valt, met vier maanden te verlengen (Noodpakket 2.0). De Tozo, die u tot en met 31 mei 2020 kon aanvragen, wordt verlengd met de Tozo 2 die loopt van 1 juni tot en met 30 september 2020. Tip. Als u reeds gebruikmaakt van de Tozo 1-uitkering, kunt u, mits u aan de voorwaarden voldoet, tot en met september een uitkering ontvangen. Ook staat de Tozo 2 open voor nieuwe aanvragen.
De Tozo 2 kunt u na 1 juni 2020 bij uw woongemeente met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 juni 2020. Indien u reeds gebruikt heeft gemaakt van de Tozo 1-uitkering, kunt u zodra uw gemeente de aanvraagprocedure gereed heeft via een verkorte procedure een aanvraag indienen voor de Tozo 2. Let op. U krijgt niet automatisch Tozo 2 als u Tozo 1 heeft gehad. Dit dient u dus opnieuw aan te vragen. Houd daarvoor ook de website van uw woongemeente in de gaten.
Voor juni t/m september. De Tozo 2-uitkering wordt toegekend voor de maanden juni, juli, augustus en september. Dit houdt in als u bijv. reeds een Tozo 1-uitkering heeft voor de maanden april, mei en juni u alleen voor de maanden juli t/m september een Tozo 2-uitkering kunt krijgen. Let op. Heeft u voor de maanden juni t/m augustus een Tozo 1-uitkering, dan komt u voor die maanden niet in aanmerking voor de Tozo 2-uitkering. Tip. Heeft u voor de maanden maart, april en mei een Tozo 1-uitkering aangevraagd of heeft u nog geen Tozo 1-uitkering aangevraagd, dan kunt u dus, mits u aan de voorwaarden voldoet, voor juni t/m september wel in aanmerking komen.
Om aanspraak te kunnen maken op de aanvullende uitkering voor levensonderhoud (Tozo 1) wordt er geen partnerinkomenstoets toegepast. Voor de Tozo 2-uitkering telt het inkomen van uw partner wel mee voor het bepalen van de hoogte van de uitkering. Bij de aanvraag dient u te verklaren dat het huishoudinkomen van u en uw partner onder het sociaal minimum terecht is gekomen als gevolg van de coronacrisis.
Cijfermatig. Als het huishoudinkomen dus boven het sociaal minimum komt, heeft u geen recht op de Tozo 2-uitkering. Het sociaal minimum bedraagt € 1.503,31 inclusief vakantiegeld (netto) voor gehuwden (met of zonder kinderen) of € 1.052,32 inclusief vakantiegeld (netto) voor een alleenstaande (met of zonder kinderen) vanaf 21 jaar.
Ook de mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen, blijft beschikbaar in Tozo 2. U dient bij de aanvraag voor de lening bedrijfskapitaal onder de Tozo 2 wel te verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd of verkregen voor uzelf, uw onderneming of een van uw vennoten waarmee u samen de onderneming drijft. Indien dit wel het geval is, komt u niet in aanmerking voor een lening bedrijfskapitaal Tozo 2. Tip. U kunt dan wel nog in aanmerking komen voor de Tozo 2-uitkering, mits u aan de voorwaarden voldoet.
Cijfermatig. Voor de lening bedrijfskapitaal Tozo 1 en Tozo 2 geldt een gezamenlijk maximum van € 10.157. Heeft u onder de Tozo 1 een lening voor bedrijfskapitaal afgesloten onder dit bedrag, dan kunt u onder de Tozo 2 een tweede lening afsluiten tot het maximumbedrag van € 10.157.
Let op. Dat blijkt echter niet zo te zijn en dus corrigeerde de overheid dit door deze informatie van hun website af te halen. Het geeft maar weer eens aan hoe ingewikkeld al deze regelingen zijn, waardoor zij zelf niet altijd weten hoe het zit.
Tip. Het credo is dan ook bij het raadplegen van zulke websites om altijd dubbel te checken of navraag te doen bij uw eigen adviseur.
Is er een recht op thuiswerken? De Wet flexibel werken, die in 2016 is ingevoerd, heeft deze bijnaam wel gekregen. Een werknemer mag, uiterlijk twee maanden voor ingangsdatum, vragen om een wijziging van zijn arbeidsomvang, spreiding van de werkuren en de werkplek.
Tip. U mag dit verzoek echter weigeren. In het geval van de verandering van werkplek hoeft u hiervoor geen zwaarwichtige reden te hebben. U moet wel met de werknemer overleggen en een reden opgeven waarom u weigert.
Niet of niet tijdig reageren. Als uw werknemer schriftelijk (dit mag ook via e-mail of app) een verzoek om thuis te werken doet, moet u wel een reactie geven.
Let op. Als u niet binnen een maand voor de ingangsdatum van de aanpassing schriftelijk heeft gereageerd, dan wordt het verzoek automatisch vastgesteld volgens de wensen van uw werknemer!
Tegemoetkoming in loonkosten. Met de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) ondersteunt de overheid bedrijven bij het betalen van hun loonkosten tijdens deze coronacrisis. Omdat veel bedrijven nog steeds in zwaar weer verkeren, is er besloten om ook voor de maanden juni t/m september 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten mogelijk te maken. Dit noemt men de NOW 2.0. In wezen is dit een verlenging met vier maanden van de NOW 1.0.
Noodpakket 2.0. De NOW 2.0 maakt onderdeel uit van het noodpakket 2.0 van de overheid. Daarin zijn ook de volgende andere maatregelen opgenomen:
Voorwaarden. Op hoofdlijnen ziet de NOW 2.0 er hetzelfde uit als de originele NOW 1.0. Dit betekent dat u aanspraak kunt maken op een subsidie onder de volgende voorwaarden:
Loon doorbetalen. Doet u mee aan de NOW, dan verplicht u zich om de lonen van uw werknemers voor 100% door te betalen. Nu de subsidie maximaal 90% bedraagt, komt een deel van de loonkosten altijd nog voor uw rekening.
Dividend en bonussen verboden. Daarnaast kent de NOW 2.0 nog wat extra voorwaarden. Zo mag u als werkgever over 2020 geen dividend of bonussen uitkeren aan de aandeelhouders en de directie. Daarnaast is ook de inkoop van eigen aandelen uit den boze. Deze beperkingen gelden voor het boekjaar 2020. Dit betekent concreet dat deze doorlopen tot het moment waarop de jaarcijfers over het boekjaar 2020 worden vastgesteld. In de regel zal dit ergens in het voorjaar van 2021 plaatsvinden.
Alleen voor grotere ondernemingen. Deze beperkingen gelden niet voor alle ondernemingen. Deze zijn namelijk alleen toepasbaar op ondernemingen die een subsidiebedrag ontvangen van € 125.000 (of een voorschot van minimaal € 100.000). Let op. Boven deze grenzen geldt ook dat aan de hand van een accountantsverklaring het geleden omzetverlies moet worden vastgesteld.
Om- of herscholing. Daarnaast verplicht u zich door deel te nemen aan de NOW 2.0 om u als werkgever in te spannen voor omscholing of herscholing van uw werknemers. Deze verplichting is in de plannen nog niet verder uitgewerkt. Voorlopig reikt dit niet verder dan een inspanningsverplichting. Wij houden u uiteraard op de hoogte.
Opslag verhoogd. Gelukkig is er ook goed nieuws. De NOW kent een opslag voor werkgeverslasten. Hiermee wordt de loonsom verhoogd om zodoende uw totale loonkosten te kunnen berekenen. Onder de NOW 1.0 bedroeg deze opslag 30%. Dit bleek niet in alle bedrijfstakken afdoende. Mogelijk daardoor is deze opslag in de NOW 2.0 nu verhoogd tot 40%. U kunt hierdoor dus aanspraak maken op een hoger subsidiebedrag.
Boete op ontslag. Daarnaast is de zogenaamde ‘boete op ontslag’ grotendeels komen te vervallen. In de NOW 1.0 is het zo dat als u een werknemer vanwege bedrijfseconomische redenen ontslaat, uw subsidie met maar liefst 150% van het loon van deze werknemer werd verminderd. Er zat zodoende een boete op een dergelijk ontslag.
Ontslag nog steeds ontmoedigd. Onder de NOW 2.0 is deze boete aangepast. Dit betekent dat de correctie op de subsidie geen 150% maar gewoon 100% is. U krijgt simpelweg geen subsidie voor de werknemer die is ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. Let op. Daarnaast kunt u te maken krijgen met een boete van 5% van het gehele subsidiebedrag als u minimaal 20 mensen ontslaat en u hiervoor onvoldoende overleg voert met de vakbonden of een andere personeelsvertegenwoordiging.
Ontslag met wederzijds goedvinden. Deze correctie geldt niet voor een ontslag met wederzijds goedvinden of het afscheid nemen van werknemers als hun contract afloopt. Uiteraard verlaagt dit wel uw loonsom, wat invloed kan hebben op uw aanspraak op subsidie.
Geen wijziging in ontslagprocedure. Moet u noodgedwongen toch vanwege bedrijfseconomische redenen ontslag bij het UWV aanvragen voor een of meerdere van uw werknemers, dan moet u zich uiteraard nog gewoon houden aan de regels die hiervoor gelden. De ontslagregels zijn in verband met de coronacrisis niet versoepeld of aangepast. Let op. U zult als werkgever nog steeds een transitievergoeding moeten betalen en een opzegtermijn in acht moeten nemen.
Vanaf 6 juli 2020. Voor zover nu bekend kan de NOW 2.0 worden aangevraagd vanaf 6 juli 2020. Uiteraard gaat dit wederom via het UWV. U moet uiterlijk eind september 2020 uw aanvraag ingediend hebben. De aanvraag van de eerste tranche verliep zeer soepel via de website van het UWV. De verwachting is dan ook dat dit aanvraagproces snel en deskundig zal worden verwerkt door de uitkeringsinstantie.
Periode. Belangrijk aandachtspunt is daarbij nog de periode waarover u subsidie aanvraagt. Heeft u ook deelgenomen aan de NOW 1.0, dan moet uw aanvraag voor de NOW 2.0 aansluiten bij de eerdere aanvraag. Als u dus de NOW 1.0 heeft aangevraagd voor de (standaard)maanden maart t/m mei, dan start de NOW 2.0 in juni 2020. Het is echter ook mogelijk dat u de NOW 1.0 pas later heeft laten ingaan, bijv. omdat uw onderneming pas vanaf april slechter is gaan draaien. De NOW 1.0 geldt dan voor de maanden april t/m juni 2020 en de NOW 2.0 ziet dan op vier maanden daarna. In dit geval dus juli t/m oktober 2020.
Accountantsverklaring vereist? Zoals hiervoor opgemerkt is voor de verkrijging van de NOW-subsidie soms een accountantsverklaring vereist. Dit is het geval als u aanspraak wilt maken op een voorschot van minimaal € 100.000 of een subsidiebedrag van € 125.000. In dat geval zal een accountant in een verklaring het geleden omzetverlies over de aangevraagde periode moeten vaststellen.
Verklaring van derde deskundige. Ook als u onder deze grenzen blijft, kan een verklaring noodzakelijk zijn. Vraagt u namelijk een voorschot van minimaal € 20.000 of een uiteindelijke subsidie van minimaal € 25.000 aan, dan is een verklaring van een derde deskundige noodzakelijk. Denk hierbij aan uw boekhouder of adviseur. Let op. Het feit dat u voor uw subsidieaanvraag geen verklaring nodig heeft, betekent niet dat er geen controle plaatsvindt. Men kan achteraf namelijk alsnog een onderbouwing vragen van uw omzetverlies.
Wellicht bent u weer aan een andere auto toe, maar misschien is, al dan niet vanwege de coronacrisis, uw budget iets beperkter. Een jonge occasion is dan wellicht een optie. Maar hoe zit het met de bijtelling als u deze op de zaak zet?
Bijtelling vijf jaar vast. Als u een nieuwe auto koopt, staat de bijtelling in beginsel voor 60 maanden vast. Daarna is de bijtelling van toepassing die voor het betreffende jaar geldt. Deze bijtelling kan voor elektrische auto’s dus snel wisselen, want deze verandert de komende jaren regelmatig. Daarnaast is van belang of de auto al dan niet voor 2017 voor het eerst op kenteken is gezet.
Bijtelling niet-elektrische auto’s. De bijtelling voor een nieuwe niet-elektrische auto is momenteel 22%. Deze bijtelling geldt ook voor auto’s die vanaf 2017 voor het eerst op kenteken zijn gezet. Een niet-elektrische auto uit bijv. 2018 heeft een bijtelling van 22% en behoudt deze ook de komende jaren. Niet-elektrische auto’s die voor 2017 voor het eerst op kenteken zijn gezet, hebben een bijtelling van 25% of hebben hierop een korting in verband met een verminderde CO2 -uitstoot.
Voorbeeld.Voor een plug-inhybrideauto met een maximale uitstoot van 50 gram CO2 was de bijtelling in 2016 bijv. 15%. Koopt u een dergelijke auto nu als occasion, dan heeft u dus nog tot de maand na de 60e maand in 2021 een bijtelling van 15%. Daarna wordt de bijtelling 25% en niet 22%.
Bijtelling elektrische auto . De bijtelling voor een nieuwe elektrische auto bedraagt momenteel 8% tot een cataloguswaarde van € 45.000. Ook de bijtelling voor een elektrische auto blijft 60 maanden van kracht. Daarna geldt de bijtelling die dan voor elektrische auto’s van toepassing is volgens de hiernavolgende tabel.
| 2020 | 2021 | 2022-2024 | 2025 | 2026 e.v. |
| 8% | 12% | 16% | 17% | 22% |
| € 45.000 | € 40.000 | € 40.000 | € 40.000 | – |
Koopt u nu een gebruikte elektrische auto die voor 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, dan geniet u voor auto’s uit 2015 en 2016 de resterende tijd van de 60 maanden nog van de lage bijtelling van 4%. Na deze 60 maanden geldt voor deze auto’s een bijtelling van 11% in 2020 en 15% in 2021, waarbij voor de lage bijtelling ook nog een maximale catalogusprijs geldt van € 45.000 respectievelijk € 40.000. De korting op de bijtelling van thans 14% voor elektrische auto’s (22% -/- 8% = 14%) wordt voor auto’s van voor 2017 namelijk berekend over een bijtelling van 25%. Voor auto’s van voor 2015 geldt de hogere bijtelling nu al, omdat de periode van 60 maanden al verstreken is.
Houd bij aankoop van een occasion goed in de gaten hoelang u nog van een lagere bijtelling kunt profiteren. Deze vervalt namelijk na 60 maanden. Houd ook goed in de gaten of de auto al dan niet voor 2017 voor het eerst op kenteken is gezet. Bij auto’s van voor 2017 geldt na de 60 maanden namelijk een bijtelling van 25%. Ook bij elektrische auto’s is het jaar 2017 van belang, want een korting op de bijtelling wordt dan verleend op de standaard bijtelling van 25% in plaats van 22% en valt dus altijd 3%-punt nadeliger uit. Een occasion vanaf 2017 heeft fiscaal gezien dus de voorkeur.
Als btw-ondernemer mag u de btw op ingekochte goederen en diensten in beginsel aftrekken. De belangrijkste voorwaarde is dat de u de ingekochte goederen en diensten gaat gebruiken voor belaste handelingen en natuurlijk een correcte factuur uitgereikt krijgt. Dit houdt in dat u dus ook over uw prestaties btw in rekening moet brengen.
Factuurstelsel. Als u met het factuurstelsel werkt, dan is de door u af te dragen btw verschuldigd op het moment dat u de factuur is verstuurd. De factuurdatum is bepalend in welk tijdvak u de btw moet afdragen en zoals u weet bent u verplicht om uiterlijk op de 15e dag na de maand waarin u de goederen of diensten heeft geleverd de factuur te versturen. Verstuurt u de factuur later, dan moet u de btw aangeven in het tijdvak waarin u de factuur uiterlijk had moeten versturen.
Voorbeeld.De btw op een factuur, met factuurdatum 15 juni, moet u afdragen in het btw-tijdvak waarin 15 juni valt. Doet u kwartaalaangifte, dan is dit het tweede kwartaal van 2020 en bij maandaangifte is dit juni 2020. Dat uw klant de factuur nog niet betaald heeft, doet niet ter zake.
Kasstelsel. Als u met het kasstelsel werkt, dan berekent u de door u af te dragen btw op basis van uw kas- en bankadministratie. De door u af te dragen btw draagt u dus af in het tijdvak waarin inkomsten daadwerkelijk via de kas of de bank zijn ontvangen.
Voorbeeld.De btw op een factuur, met factuurdatum 15 juni, die door uw klant op 1 juli wordt betaald, moet u afdragen in het btw-tijdvak waarin 1 juli valt. Bij de kwartaalaangifte is dit het derde kwartaal 2020 en bij de maandaangifte juli 2020.
Wanneer aftrek? Voor de aftrek van btw maakt het niet uit of u met het factuurstelsel of kasstelsel werkt. Tip. De btw op de door u ingekochte goederen en diensten brengt u in aftrek in het tijdvak waarin de btw door de leverancier in rekening is gebracht.
Voorbeeld.U heeft op 1 april en 1 mei facturen ontvangen voor de huur van uw bedrijfspand. Deze heeft u door de coronacrisis nog niet kunnen betalen. De btw op deze huurnota’s mag u, indien u kwartaalaangifte doet, als voorbelasting aftrekken in het tweede kwartaal van 2020. Doet u maandaangifte, dan mag u de btw als voorbelasting aftrekken bij de aangifte van juni 2020.Tip. Dat de facturen door u nog niet betaald zijn, doet dus niet ter zake.
Wanneer btw terugbetalen? Krijgt u bijv. de huurnota’s kwijtgescholden, dan moet u de btw weer terugbetalen. De afgetrokken voorbelasting bent u weer verschuldigd:
Na een jaar. De afgetrokken voorbelasting bent u in ieder geval verschuldigd als er één jaar is verstreken na het tijdstip waarop u het factuurbedrag had moeten betalen en als dit bedrag nog niet (geheel) is betaald.
Zorg dus dat uw adviseur (als hij de btw-aangifte voor u doet) ook beschikt over de onbetaalde rekeningen met btw. Deze kan hij dan meteen verrekenen, waardoor u minder btw betaalt of btw terugkrijgt.