“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Dubbel voordeel vennootschapsbelasting bv’s

Handige Reisapp Buitenlandse Zaken

Reisapp Buitenlandse Zaken. Met deze app krijgt u actuele reisadviezen. Bovendien kunt u met één druk op de knop 24/7 contact krijgen met het contactcentrum.

Tip.  Stel uw ‘favoriet(e)’ land(en) in en u krijgt via e-mail en/of sms een automatische waarschuwing wanneer het reisadvies van dit land is gewijzigd en als er crisisnieuws te melden is.

Voor iOS. Download de Reisapp Buitenlandse Zaken voor iOS van https://apple.co/2Nxc7Up

Voor Android. Voor Android download u de Reisapp Buitenlandse Zaken van https://bit.ly/38cFCo5

Download de Reisapp Buitenlandse Zaken (iOS en Android) om via e-mail en/of sms op de hoogte te blijven van actuele reisadviezen van het land van uw keuze en voor het ontvangen van crisisnieuws. bron:indicator

Uitstel van belastingbetaling is nog geen afstel

Uitstel van belastingbetaling. Een van de maatregelen die de overheid heeft uitgevaardigd om ondernemers van dienst te zijn in deze coronatijd, betreft het op eenvoudige wijze aanvragen van uitstel van belastingbetaling. Zo kunt u zonder al te veel administratieve rompslomp uitstel van betaling krijgen voor de af te dragen loonheffing, btw, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Mede doordat de rente over die uitgestelde betalingen flink naar beneden is bijgesteld (momenteel tijdelijk 0,01%), geeft dit veel ondernemers de nodige liquiditeitsruimte.

Als het uitstel afloopt … Maar bedenk wel dat er in de al dan niet nabije toekomst toch een moment komt dat u die belasting alsnog moet voldoen. Mogelijk wordt het uitstel verlengd, maar kwijtschelden zal niet snel gebeuren. Let op.  Als u na afloop van dat uitstel weer moet betalen, moet u natuurlijk in diezelfde periode ook de reguliere belasting over datzelfde tijdvak afdragen. Dus dat is dan dubbelop!

Inzicht in financiële verplichtingen

Liquiditeitsplanning. Zorg er dan ook voor dat u tijdig inzicht krijgt in uw financiële verplichtingen, zodat na de ellende vanwege de coronaperikelen, uw onderneming niet alsnog in zwaar weer terechtkomt door die dubbele afdrachten. Met een tijdige liquiditeitsplanning kunt u dat doemscenario voorkomen.

Ook handig bij kredietaanvraag. Ook als u te zijner tijd bij een bank zou moeten aankloppen voor een tijdelijk (overbruggings)krediet, zal er zeker om een adequate liquiditeitsbegroting gevraagd worden. Men wil er namelijk zeker van zijn dat u uit de toekomstige inkomsten de rente en aflossing kunt voldoen. Dat is precies wat u met een liquiditeitsprognose inzichtelijk kunt maken.

Plan van aanpak

U kunt dit ook zelf doen. Natuurlijk kunt u uw boekhouder of accountant vragen om dit voor u te verzorgen. Zelf weet u echter als geen ander wat er speelt binnen uw onderneming en wat er te zijner tijd betaald moet worden.

Inkomsten en uitgaven rubriceren. Door (liefst per maand) de (verwachte) inkomsten en uitgaven te rubriceren, kunt u beoordelen of er al dan niet sprake is van een overschot of een tekort. Is er een overschot, bewaar dat dan zo veel mogelijk voor de volgende periode. Is er een tekort of laat uw prognose in een toekomstige periode een tekort zien, onderneem dan tijdig actie, bijv. in de vorm van een aanvullende financiering. Let op.  Houd ook rekening met de betaaltermijnen van uw afnemers en met seizoeninvloeden.

Btw-consequenties. Ook de btw-consequenties moeten goed worden verwerkt. U ontvangt immers omzet inclusief de door u gefactureerde btw. Deze btw zult u echter wel in een volgende periode weer moeten aangeven en (na aftrek van de voorheffing) moeten afdragen. Bij aankopen is de op de factuur aangegeven btw een extra uitgave waarmee u in uw liquiditeitsprognose rekening moet houden.

Actuele gegevens verwerken. Werk zo’n prognose ook constant bij aan de hand van de actuele gegevens. U zult zien dat u aldus een steeds beter en reëler overzicht krijgt van uw financiële positie.

Hoe langer des te beter. Hoe langer u zo’n prognose bijhoudt, des te beter geeft dit een inzicht in uw liquiditeitspositie en kunt u waar nodig bijsturen. Verder komt deze prognose zeker van pas als u elders aanklopt voor een tijdelijke financiering.

Begin tijdig met het opstellen van een liquiditeitsbegroting. Het geeft u inzicht in de inkomens- en uitgavenstroom en is een voorwaarde voor een eventuele financieringsaanvraag. Een rekentool is beschikbaar. bron:indicator

Kostenvergoedingen tijdens coronacrisis, wat is er mogelijk?

Thuiswerken. Sinds het uitbreken van de coronacrisis worden werknemers opgeroepen om thuis te werken als dat enigszins mogelijk is. Dat heeft ook gevolgen voor de kostenvergoedingen die u aan uw werknemers betaalt, bijv. de reiskosten, maar ook voor een algemene kostenvergoeding die dient ter dekking van kosten die de werknemer nu mogelijk niet meer (of minder) maakt. Hieronder zetten we op een rijtje welke mogelijkheden u als werkgever heeft.

Geen of weinig kosten meer

Fiscaal een probleem? Als u de vergoedingen die de werknemer altijd kreeg gewoon netto blijft uitbetalen, terwijl de werknemer veel minder of helemaal geen kosten meer heeft, bijv. omdat hij volledig thuiswerkt, dan ontstaat er een fiscaal probleem. De vergoeding netto uitbetalen mag namelijk eigenlijk alleen als de werknemer ook echte kosten heeft.

Voorbeeld.Als u uw vertegenwoordiger een vaste maandelijkse kostenvergoeding betaalt die dient om de waskosten van de auto van de zaak mee te betalen, dan zou het goed kunnen dat de werknemer deze kosten niet meer heeft, omdat hij de auto een stuk minder gebruikt.

Vaste vergoedingen blijven uitbetalen

Toezegging Belastingdienst. Onlangs heeft de Belastingdienst aangekondigd dat werkgevers toch gewoon mogen doen alsof de werknemer nog steeds kosten heeft, waardoor onbelaste reiskostenvergoedingen en andere kostenvergoedingen toch netto uitbetaald mogen worden. U mag dus net doen alsof er niets is veranderd en de werknemer hetzelfde kostenpatroon heeft als voor de uitbraak van de coronacrisis. Let op. De werknemer moet dan wel uiterlijk op 12 maart 2020 recht hebben op de kostenvergoeding.

Uitruilen van brutoloon

Reiskostenvergoeding. Mogelijk biedt u werknemers de mogelijkheid om brutoloon in te ruilen voor een netto reiskostenvergoeding, bijv. omdat u standaard minder dan € 0,19 per kilometer vergoedt of omdat u de eerste 10 kilometer woon-werkverkeer niet vergoedt.

Hoger nettoloon. Het ruilen van loon voor een reiskostenvergoeding leidt dan tot een hoger nettoloon voor uw werknemer. Tip. Ook als u brutoloon uitruilt, mag u blijven doen alsof het reispatroon van de werknemer tijdens de coronacrisis niet veranderd is. Let op. De werknemer moet dan wel zijn keuze voor de uitruil van brutoloon voor 13 maart 2020 hebben gemaakt.

Geen kostenvergoeding meer betalen

Stopzetten. U kunt ervoor kiezen om de kostenvergoeding van uw werknemer stop te zetten. De werknemer maakt immers geen kosten meer, dus is er ook geen reden meer om een vergoeding te betalen en wellicht kunt u dit geld in verband met de coronacrisis goed voor andere zaken gebruiken.

Waar moet u op letten? Dit kan wel tot discussie leiden met de werknemer als die de vergoeding eigenlijk als een extra stukje loon ziet. Ook moet u even kijken wat er in de cao is geregeld over het betalen van de vaste kostenvergoeding en wanneer u kunt stoppen met het betalen daarvan.

U mag bij het uitbetalen van nettovergoedingen voor reiskosten of andere kosten net doen alsof er geen verandering is in het reis- of kostenpatroon van uw werknemers. U kunt er echter ook voor kiezen om de kostenvergoeding stop te zetten. Kijk dan wel even in de cao vanaf wanneer stopzetten is toegestaan. bron:indicator

Belastingheffing in box 3, beter voor kleine belegger?

Rendement op vermogen. Indien u een vermogen heeft, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning, van meer dan € 30.846 of € 61.692 gezamenlijk met uw fiscaal partner, dan betaalt u hierover belasting. Voor de berekening van de belasting gaat de wetgever uit van een verondersteld rendement wat op dit vermogen behaald wordt.

Combinatie. Voor 2020 geldt er een rendement op spaargeld van 0,07% en op beleggingen van 5,28%. Men gaat ervan uit dat naarmate u meer vermogen heeft, u beter in staat bent (door beleggen) om meer rendement te maken. Zodoende lopen de effectieve gecombineerde rendementen uiteen van 1,789 tot 5,28%. Hierover betaalt u dan in box 3 30% belasting.

Onhaalbaar. Het veronderstelde rendement is echter met name voor de belastingplichtige met vooral of uitsluitend spaargeld onhaalbaar. Tip.  Bent u het oneens met de vermogensrendementsheffing in het belastingjaar 2019 en wilt u deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure 2019, dan dient u individueel en tijdig bezwaar te maken tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019.

Aanpassing box 3-stelsel

Oud-staatssecretaris Snel stelde daarom vorig jaar (2019) voor om te gaan rekenen met de werkelijke verhouding van spaargeld, beleggingen en schulden per belastingplichtige, in plaats van met de gemiddelde vermogensmix die nu alleen wordt onderscheiden naar omvang van het vermogen. Zo zouden vanaf 1 januari 2022 belastingplichtigen met uitsluitend spaargeld tot een bedrag van € 440.000 per persoon geen box 3-heffing meer verschuldigd zijn. Voor andere beleggingen, zoals onroerend goed en aandelen, zou het forfaitaire percentage fors toenemen (5,33%). Schulden daarentegen zouden forfaitair aftrekbaar zijn tegen 3,03%. Op deze manier zou het beleggen met geleend geld ontmoedigd worden.

Kritiek. Het voorstel van oud-staatssecretaris Snel stuitte echter op kritiek uit de samenleving. Voor belastingplichtigen waarvan het vermogen in box 3 relatief gezien voor een klein deel uit enkel spaargeld bestaat, zou op deze manier de belastingdruk fors toenemen ten opzichte van de huidige situatie, zoals bij de kleine beleggers die zo min mogelijk risico nemen met beleggen en hierdoor lagere rendementen behalen. Zij kunnen zich op deze manier gedwongen voelen om zeer risicovolle beleggingen te gaan doen. Tip. Daarom worden de plannen van oud-staatssecretaris Snel niet uitgewerkt in een wetsvoorstel.

Streven Prinsjesdag 2020

Wat dan wel? Staatssecretaris Vijlbrief heeft aangekondigd dat hij ernaar streeft om op Prinsjesdag met een nieuw voorstel te komen, waarbij spaarders en de kleine beleggers tegemoet worden gekomen. Hoe dit voorstel er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. Wij volgen dat voor u. Tip 1.  Wel is bekend dat het heffingsvrij vermogen verhoogd gaat worden. Naar verwachting zal dit heffingsvrij vermogen circa € 50.000 per persoon gaan bedragen. In 2020 bedraagt het heffingsvrij vermogen € 30.846 per persoon. Tip 2. Verder liet hij blijken dat het op dit moment voor de Belastingdienst te bewerkelijk is om het daadwerkelijke behaalde rendement te belasten. Het kan dus nog enige tijd duren voordat spaargeld wordt belast op basis van de werkelijke rente.

Staatssecretaris Vijlbrief wil met Prinsjesdag het heffingsvrije vermogen verhogen en spaarders en kleine beleggers tegemoetkomen. Ondanks dat dit nog niet uitgewerkt is, is dit wel alvast mee te nemen als u nu beleggingen overweegt. U moet wel bezwaar maken tegen de rendementsheffing 2019 als u het daar niet mee eens bent. bron:indicator

TOGS, Tozo en TVL, wat is winst en dus inkomen?

De Tozo

Zoals u weet, kunt u, indien u door de coronacrisis in financiële problemen bent gekomen, een beroep doen op Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Zo kunt u onder andere een aanvullende uitkering krijgen voor levensonderhoud tot het sociaal minimum. Om te bepalen wat deze aanvulling is, dient de gemeente te weten wat uw inkomsten zijn.

Welke inkomsten tellen mee?

  • Uw netto-inkomsten uit uw bedrijf of beroep.
  • Inkomsten die u heeft uit loondienst, zoals loon, vakantiegeld en bonussen.
  • Een werkloosheidsuitkering (en ook wachtgeld).
  • AOW.
  • ANW.
  • Uitkeringen uit het buitenland.
  • Buitenlandse regelingen, zoals het Belgische ‘Overbruggingsrecht voor zelfstandigen’ en het Duitse ‘Arbeitslosengeld II’.
  • De Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA-uitkering).
  • IOW.
  • WAO.
  • WAZ.
  • WIA.
  • Wajong.
  • De continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraar (voor zorgaanbieders).
  • De Ondersteuningsregeling gesubsidieerde toevoegingspraktijk van advocaten en mediators COVID-19-crisis.
  • Een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  • Een Ziektewet-uitkering.
  • Pensioen en/of lijfrente.
  • Inkomsten uit vermogen, zoals rente en dividend.
  • Periodieke giften.
  • Inkomsten uit (onder)verhuur.
  • Kostgeld.
  • Partner- en kinderalimentatie.

Let op. Voor de Tozo 2 en 3 worden in tegenstelling tot de Tozo 1 ook de inkomsten van de partner meegeteld.

In welke periode toerekenen?

Inkomsten uit onderneming. De inkomsten moeten worden toegerekend aan de maand waarin u de werkzaamheden heeft verricht.

Voorbeeld.Een factuur voor werk of producten die u in september heeft verricht of verkocht, maar pas in oktober betaald krijgt, hoort bij de inkomsten van september en niet van oktober.

En uit loondienst? Inkomsten die u en uw partner genieten uit loondienst (Tozo 2) worden toegerekend aan de maand waarin u of uw partner het werk heeft verricht.

Voorbeeld.Salaris over de maand september wordt in oktober uitbetaald. Deze inkomsten tellen mee voor de maand september.

Let op. De continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraar (voor zorgaanbieders) en de Ondersteuningsregeling gesubsidieerde toevoegingspraktijk van advocaten en mediators COVID-19-crisis worden beschouwd als inkomen uit werk.

Vakantiegeld en bonussen. Voor vakantiegeld en bonussen geldt dat u deze naar rato (zo veel mogelijk verdeeld over de gewerkte uren per maand) toerekent aan de maand waarover u een aanvullende inkomensondersteuning (uitkering) aanvraagt. Let op. Onkostenvergoedingen tellen niet mee.

Uitkeringen. Uitkeringen van het UWV (de WW, TOFA, IOW, Ziektewet, WAO, WAZ, WIA of Wajong) tellen mee als inkomen in de maand waar de inkomsten aan toe te rekenen zijn. Hetzelfde geldt voor andere socialezekerheidsuitkeringen, zoals een uitkering op basis van de ANW. Ook de AOW-uitkering van uw partner en eventuele AOW-partnertoeslag dient u op te geven.

Overige inkomsten. Overige inkomsten, zoals inkomsten uit vermogen, alimentatie, etc. tellen mee als inkomen in de maand waar de inkomsten aan toe te rekenen zijn.

Pensioen? Pensioen dat via de werkgever is opgebouwd en wordt uitgekeerd of uitkeringen uit een lijfrenteproduct, dient u ook op te geven. Tip.  Als alleenstaande mag u van deze uitkeringen per maand € 20,25 aftrekken. Als u een partner heeft, mag u van deze uitkeringen per maand € 40,50 aftrekken.

Welke inkomsten tellen niet mee?

  • Toeslagen die u ontvangt van de Belastingdienst (huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget).
  • Teruggave van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
  • Kinderbijslag.
  • Een vrijwilligersvergoeding tot maximaal € 170 per maand.
  • Onkostenvergoedingen die u ontvangt van uw werkgever.
  • Een eenmalige gift (ook de TOGS en de TVL vallen hieronder).
  • Het inkomen van uw partner (alleen bij Tozo 1).

Netto-inkomsten uit onderneming. De Tozo ontvangt u op basis van een voorschot, gerelateerd aan de verwachte inkomsten die u bij de aanvraag heeft opgegeven. Na afloop van de Tozo 2- en 3-periode ontvangt u van de gemeente een verzoek om de daadwerkelijke netto-inkomsten gedurende de periode waarvoor u Tozo 2 of 3 heeft gekregen, door te geven. Indien u te veel Tozo 2 ontvangen, dient u dit terug te betalen. Heeft u te weinig ontvangen, dan ontvangt u dit alsnog.

Voorbeeld.De daadwerkelijke netto-inkomsten uit onderneming voor de maanden juni t/m september 2020:

 

Omzet/baten € 4.000
Minus: inkoop € 200
Brutowinst € 3.800
Minus: de zakelijke lasten (zoals: autokosten, afschrijvingen, kosten huisvesting, kantoorkosten, verkoopkosten, algemene kosten, verzekeringen, e.d.) € 2.000
Winst uit onderneming € 1.800
*Minus: gemiddelde belasting: 18% van € 1.800 € 324
Netto-inkomsten uit onderneming € 1.476

 

* Omdat u over de winst ook nog inkomstenbelasting moet betalen, worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen gesteld op 18%. (Bron: Staatcourant 2020, 118, artikel 6).

Let op. Aflossingen op leningen zijn geen zakelijke lasten.

De TOGS

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) is een eenmalige gift van € 4.000. Tip. De eenmalige gift van € 4.000 is vrijgesteld van belastingheffing. Over deze eenmalige gift hoeft u geen inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. Ook de doorlopende vaste lasten waarvoor de eenmalige gift is bedoeld, blijven voor 100% aftrekbaar van de winst. Tip. In het Belastingplan 2021 wordt met terugwerkende kracht geregeld dat de TOGS niet tot de winst behoort. Deze telt dus niet mee als inkomsten voor de Tozo.

De TVL

De Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) is een belastingvrije tegemoetkoming in de vaste lasten van minimaal € 1.000 tot een maximum van € 50.000. Tip. Deze tegemoetkoming telt ook niet mee als inkomsten voor de Tozo.

De NOW

De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wordt gezien als een vermindering van de kosten van de onderneming en zit dus in uw bedrijfsresultaat. Let op.  Daarom wordt de NOW-subsidie meegeteld voor de berekening van de netto-inkomsten.

De eenmalige giften uit de TOGS en de TVL tellen niet mee voor de Tozo. Bovendien zal uit het Belastingplan 2021 blijken dat deze giften ook niet meetellen bij de bepaling van de winst uit onderneming over 2020. De uitkering uit de NOW telt wel mee bij de bepaling van uw netto-inkomsten. De Tozo zelf is gewoon belast inkomen. bron:indicator

Auto op de zaak of privé, een lastige keuze

Gedoe. De auto is een veelvoorkomend onderwerp aan de borreltafel of op recepties. “Hoe heb jij dat geregeld?” en “Wat is de voordeligste aanpak?” In de praktijk merken wij dat veel ondernemers door de bomen eigenlijk het bos niet meer zien. Te veel regels, te veel uitzonderingen, te veel gedoe …

Rekentools. Om duidelijkheid te scheppen in deze materie willen wij in dit uitgebreide artikel de verschillende aspecten van autorijden als ondernemer aan de orde laten komen. Verder hebben wij een aantal rekentools ontwikkeld aan de hand waarvan u kunt bepalen welke keuzes voor u het voordeligste uitpakken.

Auto van de zaak – bijtelling

Op de balans. Om te beginnen moet er worden bepaald of u de auto voor de heffing van de inkomstenbelasting zakelijk of privé gaat rijden. Het voordeel van een auto op de zaak is dat u de kosten hiervan ten laste van uw winst kunt brengen. Hierdoor betaalt u minder belasting.

Correctie voor privégebruik. U moet er echter wel rekening mee houden dat deze kosten mogelijk niet volledig aftrekbaar zijn. Er moet namelijk een correctie (bijtelling) plaatsvinden op het moment dat u met de auto op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé rijdt. Bij een niet-elektrische auto bedraagt deze correctie 22% van de cataloguswaarde. Voor een elektrische auto (in 2020) bedraagt de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot € 45.000. Daarboven geldt het reguliere bijtellingstarief van 22%.

Niet hoger dan de kosten. Deze correctie is nooit hoger dan de kosten die binnen uw onderneming voor de auto in aftrek worden gebracht. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de afschrijvingskosten op de auto.

Ander bijtellingspercentage. Het is mogelijk dat er voor uw auto nog een afwijkend percentage geldt. Dit is het geval als de auto voor 2020 op naam is gesteld. In principe blijft het bijtellingspercentage dat in het jaar van tenaamstelling geldt, namelijk voor een periode van 60 maanden gelden. Ga dus goed na welk bijtellingspercentage in uw geval van toepassing is.

Privéauto – kilometervergoeding

Zakelijke ritten declareren. U kunt er ook voor kiezen om uw auto niet op de zaak te zetten, maar tot uw privévermogen te rekenen. In dat geval krijgt u geen correctie wegens privégebruik voor uw kiezen. De kosten van de auto mogen echter ook niet zakelijk worden genomen. Hierop bestaat een uitzondering. Voor zakelijke kilometers die u met de auto rijdt, mag u € 0,19 per kilometer in rekening brengen aan uw onderneming.

Voorbeeld.Als u bijv. op jaarbasis 15.000 zakelijke kilometers met een privéauto rijdt, dan mag in de onderneming een bedrag van € 2.850 als reiskosten in mindering worden gebracht op de winst.

Ook woon-werkverkeer. Als zakelijke kilometers worden aangemerkt alle zakelijke ritten die u met de auto maakt. Denk daarbij aan ritten naar leveranciers, klanten, uw accountant en de bank. Ook woon-werkverkeer wordt als zakelijk aangemerkt.

Wanneer kunt u kiezen?

Gemengd gebruik. U heeft dus de keuze om uw auto tot uw ondernemings- of tot uw privévermogen te rekenen. Dit geldt als het zakelijke gebruik minimaal 10% en maximaal 90% bedraagt. Let op.  Wordt de auto door u alleen voor zakelijke ritten of alleen voor privéritten gebruikt, dan bent u verplicht de auto als zakelijk of als privé aan te merken.

Bij aanschaf. U kunt deze keuze overigens in principe alleen maken op het moment van aanschaf van de auto. Op dat moment moet er bepaald worden wat de meest voordelige optie is. Uiteraard kunt u onze rekentools hiervoor gebruiken.

Bijzondere omstandigheid. Heeft u de auto eenmaal in bezit, dan mag u de eerder gemaakte keuze alleen wijzigen in geval van een bijzondere omstandigheid. Het gebruik van de auto moet dan ingrijpend zijn gewijzigd, bijv. als u voorheen de auto voor 90% privé gebruikte en nu nagenoeg niet meer. Let op. Het is dus niet zomaar toegestaan om de auto naar uw privévermogen over te brengen omdat dit fiscaal inmiddels beter uitkomt.

Enkele vuistregels

  • Over het algemeen is het voordeliger om (vrijwel) nieuwe auto’s op de zaak te zetten.
  • Rijdt u veel privé, dan is op de zaak zetten eveneens vaak voordeliger.
  • Een elektrische auto is door de lage bijtelling vaak voordeliger om op de zaak te zetten. Anderzijds krijgt u bij aanschaf van een elektrische auto privé sinds 1 juli 2020 een subsidie.
  • Oudere auto’s rijdt u meestal voordeliger privé, omdat de bijtelling gekoppeld is aan de prijs in het jaar van aankoop.

Weinig of geen privégebruik?

Geen bijtelling. Hiervoor zijn we er steeds van uitgegaan dat u de auto voor meer dan 500 kilometer privé gebruikt. Is dit niet het geval, dan krijgt u geen bijtelling. De auto rekent u dan verplicht tot uw ondernemingsvermogen. Dit is bovendien ook veel aantrekkelijker, omdat u geen bijtelling voor privégebruik in aanmerking hoeft te nemen.

Hoe zit het met de btw?

Btw-correctie voor privégebruik. Naast de heffing van de inkomstenbelasting speelt ook de btw een rol bij uw keuze. Als u de auto zakelijk rijdt, dan mag u de btw op de aanschaf en de periodieke kosten verrekenen. Voor het privégebruik van de auto wordt er echter wederom een correctie toegepast. Deze komt er kort gezegd op neer dat u jaarlijks 2,7% van de cataloguswaarde moet corrigeren op de afgetrokken btw.

Lagere correctie. Deze correctie kan lager uitpakken als u de auto reeds vijf jaar in bezit heeft. In dat geval wordt de btw-correctie verlaagd tot 1,5% van de cataloguswaarde van de auto. Ook is het mogelijk aan te tonen dat de btw die verband houdt met het privégebruik, lager is. Let op. Houd er dan rekening mee dat woon-werkverkeer voor de btw als privé wordt gezien.

Aanschaf ‘youngtimer’

Wilt u echt voordelig autorijden? Overweeg dan de aanschaf van een zogenaamde ‘youngtimer’. Dit is een auto die ouder is dan 15 jaar. De bijtelling hiervoor bedraagt maar liefst 35%, maar deze wordt berekend over de werkelijke waarde van de auto. Daardoor valt de correctie op de aftrek van de autokosten binnen uw onderneming bijzonder laag uit. Het is bij een dergelijke auto nagenoeg altijd voordelig om deze op de zaak te zetten.

Voorbeeld.Stel, u koopt een Volvo V70 van 16 jaar oud. De werkelijke waarde hiervan bedraagt € 4.000. De jaarlijkse kosten (incl. afschrijving) bedragen € 7.500. U rijdt zowel zakelijk (10.000 km) als privé (5.000 km) met de auto.

Privé. Als u de auto tot uw privévermogen rekent, dan mag u hiervoor 10.000 x € 0,19 = € 1.900 als reiskosten in uw onderneming opvoeren.

Op de zaak. Rekent u de auto tot uw zakelijk vermogen, dan mogen de totale kosten ad. € 7.500 in aftrek worden gebracht. Wel moet daarop een correctie plaatsvinden. Deze bedraagt in dit geval 35% x € 4.000 = € 1.400. Er mag dus binnen uw onderneming een aftrekpost van € 6.100 aan autokosten worden opgevoerd. Het is dus het meest gunstig om deze auto op de zaak te zetten.

Let op de btw. Voor de heffing van de btw geldt hiervoor helaas geen bijzondere regeling. U moet nog steeds een aanzienlijke correctie met betrekking tot de aftrek van btw toepassen.

Over het algemeen geldt dat een nieuwe auto het beste zakelijk kan worden opgevoerd. De kosten (met name de afschrijving) zijn dusdanig hoog dat deze opwegen tegen de bijtelling. Vraag onze rekentools op om te bepalen welke keuze voor uw auto de voordeligste is. Het is niet mogelijk om een reeds gemaakte keuze zomaar te wijzigen. bron:indicator

Factuur verrekenen met een cadeaubon, wat met de btw?

Zakelijke aankoop met cadeaubon

Twee vragen. Indien u een aankoop (deels) betaalt met een cadeaubon, is het voor de btw van belang om eerst vast te stellen wat voor cadeaubon het betreft. Gaat het om een voucher, dus dat u het zonder verplichte bijbetaling tegen goederen kunt inwisselen? Zo ja, betreft het een single purpose voucher of een multi purpose voucher? Staat er dus bij uitgifte al vast hoeveel btw er verschuldigd zal zijn?

Single purpose voucher. Bij een voucher voor enkelvoudig gebruik staat op het moment van verkoop reeds vast hoeveel btw verschuldigd zal zijn. Dat betekent dat in elk geval het land waar btw verschuldigd wordt en het btw-tarief al bekend zijn. Denk hierbij aan een cadeaubon voor een boek, te besteden bij een Nederlandse keten boekhandels. Bij verkoop (uitgifte) van zo’n voucher moet er direct btw worden afgedragen, alsof het boek uit ons voorbeeld al wordt verkocht. Wanneer de cadeaubon wordt ingewisseld, gebeurt er voor de btw niets relevants.

Niet gezien als geld. De leverancier die de cadeaubon heeft gekocht, heeft bij aankoop een btw-factuur ontvangen en kan de btw (in beginsel) in aftrek nemen. De single purpose voucher wordt dus in feite gezien als een goed (en niet als geld). Ontvangt u een cadeaubon die u bijv. alleen kunt inwisselen voor een boek, dan ontvangt u als het ware dus ‘een boek’.

Voorbeeld.U krijgt van een relatie een cadeaubon van € 10 die inwisselbaar is bij de aankoop van een boek. U wisselt de bon in bij de aankoop van vakliteratuur van € 40. U ontvangt de volgende factuur:

Boek incl. btw €      40
Minus voucher €      10
Te betalen €      30
Btw 100 / 109 x € 30 €   2,48
Boek excl. btw € 27,52

Multi purpose voucher. Als op het moment dat de voucher wordt verkocht (uitgegeven) nog niet duidelijk is welk btw-tarief van toepassing zal zijn of in welk land de levering of dienst zal plaatsvinden, dan is er sprake van een voucher voor meervoudig gebruik. Denk bijv. aan een cadeaubon van een supermarkt of webshop die goederen tegen verschillende btw-tarieven leveren of een internationale hotelketen. Als u zo’n voucher bij een webshop gebruikt, dan kunt u deze bijv. aan een boek besteden (9% btw) of aan printpapier (21% btw). De verschuldigde btw kan bij uitgifte van de voucher dus nog niet worden vastgesteld, daarom is voor een multi purpose voucher pas btw verschuldigd op het moment van inruil.

Wel gezien als geld. De multi purpose voucher wordt dus vanuit btw-perspectief in feite gezien als een enveloppe met geld (en niet als een goed).

Voorbeeld.U krijgt van een relatie een cadeaubon van € 10 die inwisselbaar is bij een grote webwinkel. U wisselt deze in bij de koop van een vakboek van € 40. U ontvangt de volgende factuur:

Boek excl. btw € 36,70
9% btw €   3,30
Totaal €     40
Minus voucher €     10
Te betalen €     30

Tip. De btw mag u in aftrek nemen, mits de goederen in het kader van uw onderneming en voor belaste prestaties worden gebruikt. De factuur zou u bijv. als volgt kunnen verwerken:

Grootboek Debet Credit
Vakliteratuur € 36,70
Voorbelasting €   3,30
Bank € 30
Inkoopkorting € 10
Een ontvangen cadeaubon (voucher) is zakelijk het meeste waard als multi purpose voucher, omdat u dan ook de btw-aftrek op de waarde van de voucher geniet. Bij een single purpose voucher trekt u (alleen) btw af over uw bijbetaling. bron:indicator

Details bekend bij ontslag tijdens NOW 2.0

NOW 2.0

Bedrijven die minstens 20% omzetverlies lijden, kunnen naar rato van het omzetverlies via de NOW 2.0 een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten. De maximale tegemoetkoming bedraagt 90% van de loonkosten bij een omzetverlies van 100%. Is het omzetverlies lager, dan wordt de tegemoetkoming evenredig lager vastgesteld. Tip.  Ook aanvullende lasten en kosten, zoals onder andere werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag, worden gecompenseerd middels een forfaitaire opslag van 40% op de loonkosten.

Ontslag

Indien er door u als werkgever gedurende de periode van de loonkostensubsidie 1 juni t/m 30 september 2020 ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen worden ingediend bij het UWV en deze door u niet tijdig (binnen vijf werkdagen) worden ingetrokken, dan wordt het subsidiebedrag verrekend met het loon van de werknemers die voor ontslag zijn voorgedragen bi het UWV. Onder het loon wordt verstaan: 3 x het loon van de referentiemaand x 1,4.

Boete. Indien u echter gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers in een werkgebied van de Wet melding collectief ontslag (WMCO) ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt, kan het totale NOW-subsidiebedrag verminderd worden met 5%. Tip.  Deze korting van 5% wordt niet toegepast, indien u als werkgever over iedere melding met alle belanghebbende vakbonden of bij gebreke daaraan een andere vertegenwoordiging van werknemers, een overeenstemming bereikt over de noodzaak van het aantal te vervallen arbeidsplaatsen. Let op.  Indien u meerdere meldingen heeft ingediend, moet u deze overeenstemming over alle meldingen bereiken om de vermindering van het subsidiebedrag te voorkomen.

Geen akkoord? Is het niet gelukt om een overeenstemming te bereiken, dan moeten de desbetreffende partijen gezamenlijk bij een door de Stichting van de Arbeid nog op te richten commissie een aanvraag voor mediation doen. Let op.  Ontbreekt een overeenstemming of een mediationverzoek, dan wordt de korting van 5% toegepast over het gehele NOW-subsidiebedrag

Spreiding bij meerdere bedrijven? De korting van 5% geldt per werkgebied van het UWV. Tip.  Bedrijven met meerdere vestigingen kunnen de korting van 5% op het totale NOW-subsidiebedrag bij collectief ontslag ontlopen door de ontslagen regionaal te spreiden. Bedrijven met meerdere vestigingen in meerdere werkgebieden van het UWV kunnen per werkgebied 19 werknemers ontslaan zonder dat de NOW-subsidie verminderd wordt met de korting van 5%. Tip.  De WMCO is dus alleen van toepassing als de 20 (of meer) ontslagen binnen één werkgebied vallen. De WMCO geldt voor de volgende werkgebieden:

  • Friesland, Groningen en Drenthe;
  • Overijssel en Gelderland;
  • Noord-Brabant en Limburg;
  • Zuid-Holland en Zeeland;
  • Flevoland en Utrecht;
  • Noord-Holland.
Heeft u meerdere vestigingen, dan kunt u de korting van 5% op het totale NOW-subsidiebedrag bij collectief ontslag ontlopen door de ontslagen regionaal te spreiden over meerdere werkgebieden van het UWV. U kunt dan dus per werkgebied 19 werknemers ontslaan zonder dat de NOW-subsidie verminderd wordt met de korting van 5%. bron:indicator

Als eigen vermogen afneemt door coronacrisis, wat bij financiering?

Coronagevolgen lopen in de papieren

Veel ondernemers kampen met teruglopende omzetten en resultaten sinds de overheid medio maart de zogenaamde ‘lockdown’ afkondigde. Weliswaar zijn of worden de maatregelen de komende periode verder versoepeld, in veel gevallen is er toch sprake van een verloren jaar. Zeker wanneer daarbij wordt meegenomen dat de kosten gewoon doorlopen en u als ondernemer geconfronteerd wordt met verlies en een afname van het eigen vermogen. Tel daarbij de toename van bijv. belastingschulden of nieuwe leningen die u moet aangaan om een dreigend liquiditeitstekort het hoofd te bieden op, dan is het begrijpelijk dat u zich als ondernemer zorgen maakt.

Afspraken met de bank? Deze zorgen kunnen toenemen als u bij de bank al een financiering had lopen en waarbij u onder andere afspraken had gemaakt over de solvabiliteit van uw onderneming. Deze solvabiliteit loopt als gevolg van het verlies en de toename van de schulden terug. Als u niets doet, loopt u het risico dat de bank extra eisen gaat stellen. Denk aan versneld aflossen of het doorbelasten van een kredietopslag. In het ergste geval kunt u zelfs te maken krijgen met de afdeling Bijzonder Beheer.

Houd moed en zit niet stil, enkele tips

Nu is het goed om te beseffen dat de bank pas begin volgend jaar (2021) op basis van de cijfers per 31 december 2020 zal beoordelen of u nog aan de solvabiliteitseisen voldoet. U heeft, als de kasstroom verder in orde is en u binnen de afspraken van het rekening-courantkrediet blijft, nog wel even de tijd om orde op zaken te stellen.

Welke maatregelen kunt u zelf al nemen? Ten eerste is het belangrijk dat u uw werkkapitaal goed managet. Dat houdt in dat u er werk van maakt dat uw debiteuren op tijd betalen. Ook is het belangrijk dat u ervoor zorgt dat uw voorraden niet te hoog zijn en dat de aanwezige voorraden snel gebruikt worden om te produceren of te verkopen. Tip.  Ondernemers die hun werkkapitaal namelijk goed managen, hebben bij financiers – ook in crisistijden – nu eenmaal een streepje voor.

Verkopen van vaste activa? Ten tweede kunt u onderzoeken of u bepaalde materiële vaste activa kunt verkopen om deze vervolgens terug te leasen op basis van operational lease. Tip.  Daarmee bereikt u twee zaken. De balans wordt verkort en u kunt bestaande schulden aflossen. Beide hebben een positieve invloed op de solvabiliteit. Natuurlijk betaalt u wel een wat hoger bedrag aan kosten, maar deze zullen grotendeels door het wegvallen van de afschrijvingen gecompenseerd worden.

Stille reserves aanspreken? Daarnaast is het van belang om te onderzoeken of er wellicht nog stille reserves aanwezig zijn. Dit kan bijv. het geval zijn als de werkelijke waarde van een bedrijfsmiddel hoger ligt dan de boekwaarde. De financier kan een groot deel van de overwaarde bij het eigen vermogen optellen, waardoor de solvabiliteit stijgt. Let op.  Dat deze waarde hoger ligt, zult u meestal wel moeten aantonen door het overleggen van een taxatierapport.

Geleend aan uw bedrijf? Tot slot kunt u, wanneer u een lening aan uw vennootschap heeft gegeven, besluiten deze om te zetten in een achtergestelde lening of om te zetten in aandelenkapitaal. Ook deze actie leidt tot een betere solvabiliteit.

Een dreigende daling van de solvabiliteit is reëel als er sprake is van verlies en/of toename van schulden. Gelukkig kunt u nog veel maatregelen nemen om deze daling te voorkomen. Daarbij is het wel belangrijk dat u voor 31 december 2020 uw werkkapitaal (debiteuren, stille reserves, etc.) goed managet en dus op orde heeft. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl