“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

De Tozo 3 in het derde steunpakket, wat moet u weten?

De Tozo is verlengd

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om zelfstandig ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De Tozo 2 die u tot en met 30 september 2020 kon aanvragen, is verlengd met de Tozo 3, die loopt van 1 oktober tot en met 30 juni 2021. Let op. De Tozo 2 wordt niet automatisch verlengd. U dient de Tozo 3 dus wederom aan te vragen bij uw woongemeente.

Voor wie is de Tozo 3? De Tozo 3 is voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis een huishoudinkomen onder het sociaal minimum hebben en/of door de coronacrisis een liquiditeitsprobleem hebben, waarvoor bedrijfskrediet nodig is.

Voorwaarden. Zo kunt u, als u aan de voorwaarden voldoet:

  • een aanvullende uitkering voor levensonderhoud aanvragen tot het sociaal minimum. Het sociaal minimum per 1 juli 2020 bedraagt voor 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd € 1.512,90 inclusief vakantietoeslag (netto) voor gehuwden (met of zonder kinderen) of € 1.059,03 inclusief vakantietoeslag (netto) voor een alleenstaande (met of zonder kinderen). Indien u aan de voorwaarden voldoet, kunt u vanaf 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 een uitkering voor levensonderhoud aanvragen in uw woongemeente. U kunt hierbij zelf aangeven voor hoeveel maanden u een uitkering wilt aanvragen;
  • een lening voor bedrijfskapitaal afsluiten van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. De maximale looptijd van de lening bedraagt drie jaar. Krijgt u de lening voor 1 januari 2021 verstrekt, dan start de terugbetalingsverplichting op 1 januari 2021. Krijgt u de lening na 1 januari 2021 verstrekt, dan start de terugbetalingsverplichting op de datum van verstrekking van de lening.

Tip. Check op https://krijgiktozo.nl of u in aanmerking kunt komen voor de Tozo 3.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Aanvragen. In tegenstelling tot de Tozo 1 en de Tozo 2 kunt u de uitkering niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht aanvragen. Zo kunt u tot en met 30 november met terugwerkende kracht een uitkering aanvragen vanaf 1 oktober 2020. Vraagt u een uitkering aan na 30 november, dan geldt dat u de uitkering met terugwerkende kracht kunt aanvragen vanaf de eerste van de maand waarin u de uitkering aanvraagt.

Voorbeeld 1.U vraagt op 12 november een uitkering voor levensonderhoud aan. U kunt deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 oktober 2020.

Voorbeeld 2.U vraagt op 18 december een uitkering voor levensonderhoud aan. U kunt deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 december 2020.

Beschikbare geldmiddelen. Anders dan bij de Tozo 2, vindt er voor de Tozo 3 een vermogenstoets plaats op beschikbare geldmiddelen. Dit houdt in dat als u meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen heeft, u niet in aanmerking komt voor de Tozo 3. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan geldmiddelen waarover u beschikt of redelijkerwijs kunt beschikken. Het betreft hier dus ook middelen die u in geld kunt omzetten. Bij beschikbare geldmiddelen moet u denken aan:

  • contant geld;
  • bank- en spaarsaldi;
  • (spaar)deposito’s die beschikbaar kunnen worden gemaakt, ook als u hier een boete voor moet betalen. Een (spaar)depositorekening waarvan de voorwaarden het direct beschikbaar maken onmogelijk maken, telt niet mee;
  • cryptovaluta, zoals bitcoins;
  • de waarde van effecten. Het gaat hierbij om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties en effecten in depot. Aandelen in de eigen onderneming, aandelen op uw naam en aandelen die niet direct in geld kunnen worden omgezet (omdat er bijv. een pandrecht op rust dat niet snel kan worden opgeheven), zijn uitgezonderd.

Let op. Door uitvoerbare technische redenen wordt er geen rekening gehouden met het doel waarvoor u gespaard heeft. Dit betekent dat ook geld wat u opzij heeft gezet voor bijv. een pensioen, arbeidsongeschiktheid, een verwachte belastingaanslag of voor de studie voor uw kinderen, meetelt voor de toets.

Wat telt er niet mee? Vermogen dat niet meetelt voor de vermogenstoets, is ander vermogen, zoals:

  • de eigen woning en het bedrijfspand;
  • afgeschermd pensioen;
  • machines en voorraden;
  • zakelijke apparatuur;
  • bepaalde uitkeringen en vergoedingen.

Geldmiddelen van wie? De beschikbare geldmiddelen van uw bedrijf, als u een eenmanszaak heeft, van uzelf, uw partner en van uw minderjarige inwonende kinderen (jonger dan 18 jaar) tellen mee voor de toets op beschikbare geldmiddelen.

Peildatum vermogenstoets. Om de hoogte van uw vermogen te bepalen wordt er een peildatum gebruikt. De peildatum is afhankelijk van de ingangsdatum van uw aanvraag. Indien u de uitkering met terugwerkende kracht aanvraagt, dan is de peildatum de dag voorafgaand aan die eerste van de maand. Vraagt u een uitkering aan vanaf een datum in de toekomst, dan is de peildatum de dag voorafgaand aan de dag waarop u de uitkering aanvraagt.

Voorbeeld 1.Op 18 oktober vraagt u met terugwerkende kracht een uitkering aan voor levensonderhoud vanaf 1 oktober. De peildatum is 30 september 2020.

Voorbeeld 2.Op 18 oktober vraagt u een uitkering aan voor levensonderhoud vanaf 1 november. De peildatum is dan bijv. 17 oktober 2020.

Vermogenstoets is echter uitgesteld

Nu werd bekend dat uitstel is gegeven tot 1 april 2021. Dit betekent dat zelfstandig ondernemers onder ‘Tozo 3’ voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021, en dus voor maximaal 6 maanden, een uitkering voor levensonderhoud kunnen aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

Wel toets partnerinkomen. Net zoals bij de Tozo 2-uitkering, telt het inkomen van uw partner mee voor het bepalen van de hoogte van de uitkering. Indien het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, heeft u geen recht op de Tozo 3-uitkering. Tip. Het inkomen van andere volwassenen in uw huishouding, zoals uw kinderen, hoeft u niet mee te tellen.

Lening bedrijfskapitaal Tozo 3

Ook de mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen blijft beschikbaar in Tozo 3. U kunt hier alleen gebruik van maken indien:

  • u bij de Tozo 1 en Tozo 2 gezamenlijk nog niet het maximale bedrag van € 10.157 heeft ontvangen. Heeft u bijv. bij de Tozo 1 en de Tozo 2 reeds € 5.000 voor bedrijfskapitaal geleend, dan kunt u via de Tozo 3 nog maar maximaal € 5.157 aan bedrijfskapitaal lenen;
  • u bij de aanvraag verklaart dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd of is verkregen voor uzelf, uw onderneming of een van uw vennoten waarmee u samen de onderneming drijft. Indien dit wel het geval is, komt u niet in aanmerking voor een lening bedrijfskapitaal.

Tip. Anders dan bij de Tozo 2, zullen gemeenten vanaf 1 januari 2021 Tozo 3-ontvangers waar nodig ondersteunen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst. Denk hierbij aan coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. Let op.  Op 30 juni 2021 eindigt de Tozo en wordt vanaf 1 juli 2021 het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) opnieuw ingesteld.

De Tozo 3 loopt van 1 oktober tot en met 30 juni 2021. U kunt tot en met 30 november met terugwerkende kracht een uitkering aanvragen vanaf 1 oktober 2020. De nieuwe vermogenstoets is uitgesteld tot 1 april 2021! De toets partnerinkomen blijft in stand. bron:indicator

Tegemoetkoming Vaste Lasten verlengd!

TVL verlengd. De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is met drie keer drie maanden verlengd tot en met 30 juni 2021. MKB-ondernemers die door de coronacrisis omzet verliezen en daardoor in de problemen komen met het betalen van hun vaste kosten, kunnen in aanmerking komen voor de TVL. De TVL is onder andere afhankelijk van de hoogte van het omzetverlies en de vaste kosten. Let op.  U moet wel met de hoofd- of nevenactiviteit van uw bedrijf geregistreerd staan onder een van de vastgestelde SBI-codes van de Kamer van Koophandel. Tip.  Een lijst van de vastgestelde SBI-codes vindt u op de website van RVO.nl ( https://bit.ly/35HWLqE ).

 

TVL 01.10.2020 t/m 31.12.2020 01.01.2021 t/m 31.03.2021 01.04.2021 t/m 30.06.2021
Minimaal omzetverlies 30% 40% 45%
Minimale vaste lasten € 3.000 € 3.000 € 3.000

 

Vaste lasten. De vaste lasten worden per sector bepaald met een percentage dat is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). U hoeft dus uw werkelijke vaste lasten niet op te geven. Dit percentage vindt u op de lijst van de vastgestelde SBI-codes. Zo kunt u maximaal 50% van uw vaste lasten vergoed krijgen met een maximum van € 90.000 en een minimum van € 750.

TVL berekenen. De TVL wordt als volgt berekend: omzet referentieperiode x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50% = hoogte subsidie. Voorbeeld: u staat geregistreerd onder de SBI-code 95.1. Het CBS-percentage is 19%. De uitwerking is dan:

 

Omzet referentieperiode: 1 oktober tot en met 31 december 2019 € 50.000
Verwachte omzet: 1 oktober tot en met 31 decemeber 2020 €  6.000
Omzetverlies: € 50.000 -/- € 6.000 € 44.000
Omzetverlies uitgedrukt in een percentage: € 44.000 / € 50.000 88%
Berekening vaste lasten: omzet referentieperiode x % CBS = € 50.000 x 19% €   9.500
De subsidie bedraagt: € 50.000 x 88% x 19% x 50% €  4.750

 

U ontvangt een voorschot van 80% van € 4.750 = € 3.800.

Aanvragen? U kunt de TVL voor het eerste tijdvak aanvragen vanaf 1 oktober 2020 tot en met 29 januari 2021 bij RVO.nl.

De huidige TVL kunt u nog aanvragen tot uiterlijk 30.10.2020 bij RVO.nl. De verlengde TVL (tijdvak 01.10.2020 t/m 31.12.2020) vraagt u aan van 01.10.2020 t/m 29.01.2021. bron:indicator

Loonheffingskorting stijgt in 2021

In het Belastingplan 2021 zijn de bedragen bekendgemaakt die naar verwachting in 2021 voor de heffingskortingen gaan gelden. Iedere werknemer die in loondienst werkt, heeft bij één werkgever recht op toepassing van de loonheffingskorting. Loonheffingskorting is de verzamelnaam voor alle kortingen op de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Hieronder vallen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de ouderenkorting, de alleenstaande-ouderenkorting, de jonggehandicaptenkorting en de levensloopverlofkorting.

Grote stijging arbeidskorting

Het kabinet schroeft de arbeidskorting op door een geplande verhoging van 2022 naar voren te halen. De maximale arbeidskorting gaat daardoor omhoog van € 3.819 naar € 4.205. Ook de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting voor lagere inkomens en de alleenstaande-ouderenkorting stijgen ten opzichte van dit jaar, zoals te zien is in onderstaande tabel. Alleen de maximale inkomensafhankelijk combinatiekorting – geen onderdeel van de loonheffingskorting – daalt. Voor 2020 en 2021 zijn de bedragen en percentages van de heffingskortingen als volgt (voor 2021 onder voorbehoud): bron:rendement

Heffingskortingen 2020 2021
Maximale algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd € 2.711 € 2.837
Maximale algemene heffingskorting vanaf AOW-leeftijd € 1.413 € 1.469
Afbouwpercentage algemene heffingskorting 5,672% 5,977%
Minimale algemene heffingskorting € 0 € 0
Maximale arbeidskorting € 3.819 € 4.205
Maximaal afbouwpercentage arbeidskorting 6,00% 6,00%
Minimale arbeidskorting € 0 € 0
Maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting € 2.881 € 2.815
Jonggehandicaptenkorting € 749 € 761
Ouderenkorting (lagere inkomens) € 1.622 € 1.703
Ouderenkorting (hogere inkomens) € 0 € 0
Alleenstaande-ouderenkorting € 436 € 443

Tarief 1e schijf inkomstenbelasting daalt in 2021

Tot een inkomen van € 68.507 zijn belastingplichtigen in 2021 naar verwachting een tarief van 37,10% verschuldigd (nu is dit nog 37,35%), maar de opbouw van dit percentage is niet over het gehele bedrag identiek. De 37,10% van de 2e schijf bestaat namelijk volledig uit belasting, terwijl dit tarief voor de 1e schijf is opgebouwd uit 9,45% inkomstenbelasting en 27,65% premie volksverzekeringen.

Lager tarief voor AOW’ers

Voor werknemers die alleen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd zijn of alleen verzekerd zijn voor de volksverzekeringen, is het onderscheid tussen de schijven dus nog van belang. Ook voor AOW-gerechtigden – die geen 17,90% AOW-premie meer hoeven te betalen als onderdeel van de premie volksverzekeringen – is het tarief van de 1e schijf van de inkomstenbelasting anders dan dat van de 2e schijf.

Tot AOW-leeftijd

 

2020

2021

Tarief 1e schijf

37,35%

37,10%

waarvan inkomstenbelasting

9,70%

9,45%

waarvan volksverzekeringen

27,65%

27,65%

Lengte 1e schijf

€ 34.712

€ 35.129

Tarief 2e schijf

37,35%

37,10%

waarvan inkomstenbelasting

37,35%

37,10%

Lengte 2e schijf

€ 33.795

€ 33.378

Tarief 3e schijf

49,50%

49,50%

waarvan inkomstenbelasting

49,50%

49,50%

Lengte 3e schijf

restant

restant

Voor AOW’ers van na 1945

 

2020

2021

Tarief 1e schijf

19,45%

19,20%

waarvan inkomstenbelasting

9,70%

    9,45%

waarvan volksverzekeringen

9,75%

9,75%

Lengte 1e schijf

€ 34.712

€ 35.129

Tarief 2e schijf

37,35%

37,10%

waarvan inkomstenbelasting

37,35%

37,10%

Lengte 2e schijf

€ 33.795

€ 33.378

Tarief 3e schijf

49,50%

49,50%

waarvan inkomstenbelasting

49,50%

49,50%

Lengte 3e schijf

restant

restant

Voor AOW’ers van vóór 1946

 

2020

2021

Tarief 1e schijf

19,45%

19,20%

waarvan inkomstenbelasting

9,70%

9,45%

waarvan volksverzekeringen

9,75%

9,75%

Lengte 1e schijf

€ 35.375

€35.941

Tarief 2e schijf

37,35%

37,10%

waarvan inkomstenbelasting

37,35%

37,10%

Lengte 2e schijf

€ 33.132

€ 32.566

Tarief 3e schijf

49,50%

49,50%

waarvan inkomstenbelasting

49,50%

49,50%

Lengte 3e schijf

restant

restant

bron:rendement

Zelfstandigenaftrek nog sneller omlaag

Een ondernemer voor de inkomstenbelasting komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van € 7.030 (2020) als hij aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Vorig jaar werd al aangegeven dat het bedrag van de zelfstandigenaftrek in 9 jaar omlaag zou gaan naar € 5.000. Maar het kabinet gaat de aftrek nog sneller verlagen.

Verdere afbouw naar € 3.240

In het Belastingplan 2021 is een verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek opgenomen. Vanaf 1 januari 2021 zal de zelfstandigenaftrek die nu nog € 7.030 bedraagt, tot en met 2027 worden verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met € 280). In de jaren daarna volgt dan nog een verlaging met € 110 totdat deze in 2036 € 3.240 bedraagt. bron:rendement

Bijdrage zorgverzekeringswet (ZvW) verhoogd

Overdrachtsbelasting stijgt en daalt

Subsidie voor omscholing naar tekortberoepen in het mkb

Inkomstenbelasting over vermogen

Geen belasting over coronaregelingen


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl