“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”
De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om zelfstandig ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De Tozo 2 die u tot en met 30 september 2020 kon aanvragen, is verlengd met de Tozo 3, die loopt van 1 oktober tot en met 30 juni 2021. Let op. De Tozo 2 wordt niet automatisch verlengd. U dient de Tozo 3 dus wederom aan te vragen bij uw woongemeente.
Voor wie is de Tozo 3? De Tozo 3 is voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis een huishoudinkomen onder het sociaal minimum hebben en/of door de coronacrisis een liquiditeitsprobleem hebben, waarvoor bedrijfskrediet nodig is.
Voorwaarden. Zo kunt u, als u aan de voorwaarden voldoet:
Tip. Check op https://krijgiktozo.nl of u in aanmerking kunt komen voor de Tozo 3.
Aanvragen. In tegenstelling tot de Tozo 1 en de Tozo 2 kunt u de uitkering niet over de gehele aanvraagperiode met terugwerkende kracht aanvragen. Zo kunt u tot en met 30 november met terugwerkende kracht een uitkering aanvragen vanaf 1 oktober 2020. Vraagt u een uitkering aan na 30 november, dan geldt dat u de uitkering met terugwerkende kracht kunt aanvragen vanaf de eerste van de maand waarin u de uitkering aanvraagt.
Voorbeeld 1.U vraagt op 12 november een uitkering voor levensonderhoud aan. U kunt deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 oktober 2020.
Voorbeeld 2.U vraagt op 18 december een uitkering voor levensonderhoud aan. U kunt deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 december 2020.
Beschikbare geldmiddelen. Anders dan bij de Tozo 2, vindt er voor de Tozo 3 een vermogenstoets plaats op beschikbare geldmiddelen. Dit houdt in dat als u meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen heeft, u niet in aanmerking komt voor de Tozo 3. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan geldmiddelen waarover u beschikt of redelijkerwijs kunt beschikken. Het betreft hier dus ook middelen die u in geld kunt omzetten. Bij beschikbare geldmiddelen moet u denken aan:
Let op. Door uitvoerbare technische redenen wordt er geen rekening gehouden met het doel waarvoor u gespaard heeft. Dit betekent dat ook geld wat u opzij heeft gezet voor bijv. een pensioen, arbeidsongeschiktheid, een verwachte belastingaanslag of voor de studie voor uw kinderen, meetelt voor de toets.
Wat telt er niet mee? Vermogen dat niet meetelt voor de vermogenstoets, is ander vermogen, zoals:
Geldmiddelen van wie? De beschikbare geldmiddelen van uw bedrijf, als u een eenmanszaak heeft, van uzelf, uw partner en van uw minderjarige inwonende kinderen (jonger dan 18 jaar) tellen mee voor de toets op beschikbare geldmiddelen.
Peildatum vermogenstoets. Om de hoogte van uw vermogen te bepalen wordt er een peildatum gebruikt. De peildatum is afhankelijk van de ingangsdatum van uw aanvraag. Indien u de uitkering met terugwerkende kracht aanvraagt, dan is de peildatum de dag voorafgaand aan die eerste van de maand. Vraagt u een uitkering aan vanaf een datum in de toekomst, dan is de peildatum de dag voorafgaand aan de dag waarop u de uitkering aanvraagt.
Voorbeeld 1.Op 18 oktober vraagt u met terugwerkende kracht een uitkering aan voor levensonderhoud vanaf 1 oktober. De peildatum is 30 september 2020.
Voorbeeld 2.Op 18 oktober vraagt u een uitkering aan voor levensonderhoud vanaf 1 november. De peildatum is dan bijv. 17 oktober 2020.
Nu werd bekend dat uitstel is gegeven tot 1 april 2021. Dit betekent dat zelfstandig ondernemers onder ‘Tozo 3’ voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021, en dus voor maximaal 6 maanden, een uitkering voor levensonderhoud kunnen aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.
Wel toets partnerinkomen. Net zoals bij de Tozo 2-uitkering, telt het inkomen van uw partner mee voor het bepalen van de hoogte van de uitkering. Indien het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, heeft u geen recht op de Tozo 3-uitkering. Tip. Het inkomen van andere volwassenen in uw huishouding, zoals uw kinderen, hoeft u niet mee te tellen.
Ook de mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen blijft beschikbaar in Tozo 3. U kunt hier alleen gebruik van maken indien:
Tip. Anders dan bij de Tozo 2, zullen gemeenten vanaf 1 januari 2021 Tozo 3-ontvangers waar nodig ondersteunen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst. Denk hierbij aan coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. Let op. Op 30 juni 2021 eindigt de Tozo en wordt vanaf 1 juli 2021 het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) opnieuw ingesteld.
TVL verlengd. De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is met drie keer drie maanden verlengd tot en met 30 juni 2021. MKB-ondernemers die door de coronacrisis omzet verliezen en daardoor in de problemen komen met het betalen van hun vaste kosten, kunnen in aanmerking komen voor de TVL. De TVL is onder andere afhankelijk van de hoogte van het omzetverlies en de vaste kosten. Let op. U moet wel met de hoofd- of nevenactiviteit van uw bedrijf geregistreerd staan onder een van de vastgestelde SBI-codes van de Kamer van Koophandel. Tip. Een lijst van de vastgestelde SBI-codes vindt u op de website van RVO.nl ( https://bit.ly/35HWLqE ).
| TVL | 01.10.2020 t/m 31.12.2020 | 01.01.2021 t/m 31.03.2021 | 01.04.2021 t/m 30.06.2021 |
| Minimaal omzetverlies | 30% | 40% | 45% |
| Minimale vaste lasten | € 3.000 | € 3.000 | € 3.000 |
Vaste lasten. De vaste lasten worden per sector bepaald met een percentage dat is bepaald met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). U hoeft dus uw werkelijke vaste lasten niet op te geven. Dit percentage vindt u op de lijst van de vastgestelde SBI-codes. Zo kunt u maximaal 50% van uw vaste lasten vergoed krijgen met een maximum van € 90.000 en een minimum van € 750.
TVL berekenen. De TVL wordt als volgt berekend: omzet referentieperiode x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50% = hoogte subsidie. Voorbeeld: u staat geregistreerd onder de SBI-code 95.1. Het CBS-percentage is 19%. De uitwerking is dan:
| Omzet referentieperiode: 1 oktober tot en met 31 december 2019 | € 50.000 |
| Verwachte omzet: 1 oktober tot en met 31 decemeber 2020 | € 6.000 |
| Omzetverlies: € 50.000 -/- € 6.000 | € 44.000 |
| Omzetverlies uitgedrukt in een percentage: € 44.000 / € 50.000 | 88% |
| Berekening vaste lasten: omzet referentieperiode x % CBS = € 50.000 x 19% | € 9.500 |
| De subsidie bedraagt: € 50.000 x 88% x 19% x 50% | € 4.750 |
U ontvangt een voorschot van 80% van € 4.750 = € 3.800.
Aanvragen? U kunt de TVL voor het eerste tijdvak aanvragen vanaf 1 oktober 2020 tot en met 29 januari 2021 bij RVO.nl.
In het Belastingplan 2021 zijn de bedragen bekendgemaakt die naar verwachting in 2021 voor de heffingskortingen gaan gelden. Iedere werknemer die in loondienst werkt, heeft bij één werkgever recht op toepassing van de loonheffingskorting. Loonheffingskorting is de verzamelnaam voor alle kortingen op de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Hieronder vallen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting, de ouderenkorting, de alleenstaande-ouderenkorting, de jonggehandicaptenkorting en de levensloopverlofkorting.
Het kabinet schroeft de arbeidskorting op door een geplande verhoging van 2022 naar voren te halen. De maximale arbeidskorting gaat daardoor omhoog van € 3.819 naar € 4.205. Ook de jonggehandicaptenkorting, de ouderenkorting voor lagere inkomens en de alleenstaande-ouderenkorting stijgen ten opzichte van dit jaar, zoals te zien is in onderstaande tabel. Alleen de maximale inkomensafhankelijk combinatiekorting – geen onderdeel van de loonheffingskorting – daalt. Voor 2020 en 2021 zijn de bedragen en percentages van de heffingskortingen als volgt (voor 2021 onder voorbehoud): bron:rendement
| Heffingskortingen | 2020 | 2021 |
| Maximale algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd | € 2.711 | € 2.837 |
| Maximale algemene heffingskorting vanaf AOW-leeftijd | € 1.413 | € 1.469 |
| Afbouwpercentage algemene heffingskorting | 5,672% | 5,977% |
| Minimale algemene heffingskorting | € 0 | € 0 |
| Maximale arbeidskorting | € 3.819 | € 4.205 |
| Maximaal afbouwpercentage arbeidskorting | 6,00% | 6,00% |
| Minimale arbeidskorting | € 0 | € 0 |
| Maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting | € 2.881 | € 2.815 |
| Jonggehandicaptenkorting | € 749 | € 761 |
| Ouderenkorting (lagere inkomens) | € 1.622 | € 1.703 |
| Ouderenkorting (hogere inkomens) | € 0 | € 0 |
| Alleenstaande-ouderenkorting | € 436 | € 443 |
Tot een inkomen van € 68.507 zijn belastingplichtigen in 2021 naar verwachting een tarief van 37,10% verschuldigd (nu is dit nog 37,35%), maar de opbouw van dit percentage is niet over het gehele bedrag identiek. De 37,10% van de 2e schijf bestaat namelijk volledig uit belasting, terwijl dit tarief voor de 1e schijf is opgebouwd uit 9,45% inkomstenbelasting en 27,65% premie volksverzekeringen.
Voor werknemers die alleen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd zijn of alleen verzekerd zijn voor de volksverzekeringen, is het onderscheid tussen de schijven dus nog van belang. Ook voor AOW-gerechtigden – die geen 17,90% AOW-premie meer hoeven te betalen als onderdeel van de premie volksverzekeringen – is het tarief van de 1e schijf van de inkomstenbelasting anders dan dat van de 2e schijf.
|
2020 |
2021 |
|
| Tarief 1e schijf |
37,35% |
37,10% |
| waarvan inkomstenbelasting |
9,70% |
9,45% |
| waarvan volksverzekeringen |
27,65% |
27,65% |
| Lengte 1e schijf |
€ 34.712 |
€ 35.129 |
| Tarief 2e schijf |
37,35% |
37,10% |
| waarvan inkomstenbelasting |
37,35% |
37,10% |
| Lengte 2e schijf |
€ 33.795 |
€ 33.378 |
| Tarief 3e schijf |
49,50% |
49,50% |
| waarvan inkomstenbelasting |
49,50% |
49,50% |
| Lengte 3e schijf |
restant |
restant |
|
2020 |
2021 |
|
| Tarief 1e schijf |
19,45% |
19,20% |
| waarvan inkomstenbelasting |
9,70% |
9,45% |
| waarvan volksverzekeringen |
9,75% |
9,75% |
| Lengte 1e schijf |
€ 34.712 |
€ 35.129 |
| Tarief 2e schijf |
37,35% |
37,10% |
| waarvan inkomstenbelasting |
37,35% |
37,10% |
| Lengte 2e schijf |
€ 33.795 |
€ 33.378 |
| Tarief 3e schijf |
49,50% |
49,50% |
| waarvan inkomstenbelasting |
49,50% |
49,50% |
| Lengte 3e schijf |
restant |
restant |
|
2020 |
2021 |
|
| Tarief 1e schijf |
19,45% |
19,20% |
| waarvan inkomstenbelasting |
9,70% |
9,45% |
| waarvan volksverzekeringen |
9,75% |
9,75% |
| Lengte 1e schijf |
€ 35.375 |
€35.941 |
| Tarief 2e schijf |
37,35% |
37,10% |
| waarvan inkomstenbelasting |
37,35% |
37,10% |
| Lengte 2e schijf |
€ 33.132 |
€ 32.566 |
| Tarief 3e schijf |
49,50% |
49,50% |
| waarvan inkomstenbelasting |
49,50% |
49,50% |
| Lengte 3e schijf |
restant |
restant |
bron:rendement
Een ondernemer voor de inkomstenbelasting komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van € 7.030 (2020) als hij aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Vorig jaar werd al aangegeven dat het bedrag van de zelfstandigenaftrek in 9 jaar omlaag zou gaan naar € 5.000. Maar het kabinet gaat de aftrek nog sneller verlagen.
In het Belastingplan 2021 is een verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek opgenomen. Vanaf 1 januari 2021 zal de zelfstandigenaftrek die nu nog € 7.030 bedraagt, tot en met 2027 worden verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met € 280). In de jaren daarna volgt dan nog een verlaging met € 110 totdat deze in 2036 € 3.240 bedraagt. bron:rendement