“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Minder werk door coronacrisis, geen zelfstandigenaftrek?

Zelfstandigenaftrek. Ondernemers waarvan de winst belast wordt in de inkomstenbelasting, kunnen recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Dit is een aftrek op de winst van € 7.030. Een belangrijke voorwaarde is dat men minstens 1.225 uur per jaar in de onderneming werkzaam is. Ook geldt dat men minstens de helft van het aantal gewerkte uren in het bedrijf werkzaam is. Deze laatste eis geldt niet voor starters.

Wanneer starter? Starters zijn ondernemers die in een of meer van de voorgaande vijf jaren geen ondernemer waren en in deze vijf jaar maximaal twee keer de zelfstandigenaftrek hebben toegepast. Starters hoeven dus niet minstens de helft van de gewerkte uren aan hun onderneming te besteden en hebben in 2020 bovendien recht op € 2.123 aan extra zelfstandigenaftrek. Ook geldt alleen voor starters dat de zelfstandigenaftrek meer kan bedragen dan het bedrag van de winst.

Urencriterium. Vanwege de coronacrisis mag u voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 ervan uitgaan dat u in die periode ten minste 24 uur per week aan uw onderneming hebt besteed. Ook als u dat, vanwege de coronacrisis, niet werkelijk hebt gedaan. Het totaal op jaarbasis van 1.225 uur blijft gewoon staan.

Winst te laag

De zelfstandigenaftrek komt in mindering op de winst. Maar wat nu als de winst, al dan niet vanwege de coronacrisis, lager is dan de zelfstandigenaftrek of als u verlies lijdt? Tip. In dat geval is er bepaald dat de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt verrekend met de winst van de negen daaropvolgende jaren. Dit kan maximaal tot het bedrag van de winst. De inspecteur stelt het bedrag van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek bij beschikking vast en vermeldt dit bedrag op het aanslagbiljet. De verrekening gaat op volgorde waarin de zelfstandigenaftrek is ontstaan. Op deze manier is de kans dat zelfstandigenaftrek niet verrekend kan worden zo klein mogelijk gehouden.

Verrekening verplicht. Het verrekenen van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek is verplicht. Het verrekenen is soms niet aantrekkelijk, bijv. omdat er vanwege de heffingskortingen toch al geen belasting hoeft te worden betaald. Ook in deze gevallen moet de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek worden verrekend met de winsten van de negen eropvolgende jaren. Voorwaarde daarvoor is wel dat de ondernemer in het jaar van verrekening ook recht op de zelfstandigenaftrek moet hebben. Let op. Als u niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verloren laat gaan, doet u zichzelf tekort. Bovendien is er dan sprake van een foute aangifte en kan er een boete worden opgelegd.

Automatische correctie. Onlangs maakte de Belastingdienst bekend dat veel ondernemers zichzelf tekortdeden door niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek niet te verrekenen met winsten in de eropvolgende jaren. Hierdoor viel de winst dus hoger uit. In deze gevallen stuurt de Belastingdienst een brief met daarin het advies de aangifte op dit punt te verbeteren. Het zou in 2018 en 2019 samen zo’n 25.000 ondernemers betreffen. In de meeste gevallen leidt dit dus tot een lager te betalen bedrag aan belasting of krijgt de ondernemer meer belasting terug.

Beschikking. Ook het bedrag van de verrekende, niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt via een beschikking vastgesteld. Dit betekent dat u, wanneer u het niet met de berekening eens bent, hiertegen bezwaar en beroep kunt indienen.

Is uw winst te laag om de volledige zelfstandigenaftrek te kunnen verrekenen, dan kan dit nog met de winst van de negen daaropvolgende jaren. Vergeet dit niet, want het leidt in de meeste gevallen tot minder te betalen belasting. bron:indicator

Goede afspraken met een zzp’er is het halve werk

Wel of geen arbeidsovereenkomst? Als u iemand inhuurt om voor u te werken, sluit u vaak een arbeidsovereenkomst af. Degene die u inhuurt, is dan uw werknemer. Maar soms wilt u geen werknemer inhuren, maar een zelfstandige (zzp’er). De grens tussen wanneer er sprake is van een werknemer en wanneer van een zzp’er, is niet altijd even scherp. Onlangs heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt hoe bepaald moet worden of het contract dat u sluit een arbeidsovereenkomst is of niet.

Intenties zijn niet van belang

Overeenkomst van opdracht. Als u een zzp’er inhuurt, dan sluit u met diegene een overeenkomst van opdracht af. Meestal staat er in die overeenkomst dat het niet de intentie is van partijen om een arbeidsovereenkomst te sluiten. Let op.  De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1746) heeft nu geoordeeld dat het niet langer van belang is wat uw bedoeling is. Tot voor kort werd dat wel altijd belangrijk gevonden.

Wat is er dan wel van belang?

Gemaakte afspraken. De Hoge Raad zegt nu dat er alleen gekeken moet worden naar wat u daadwerkelijk afspreekt. Als deze afspraken voldoen aan de eisen van een arbeidsovereenkomst, dan is daarvan sprake.

Arbeidsovereenkomst. In een arbeidsovereenkomst staan altijd ten minste drie kenmerkende bepalingen. Deze zijn:

  • de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten;
  • een verplichting om loon te betalen;
  • er is een gezagsverhouding.

Als een van deze bepalingen ontbreekt, dan is er dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst, bijv. als u afspreekt dat iemand zich vrij mag laten vervangen of als u regelt dat degene die u inhuurt, zelfstandig de werkzaamheden kan uitvoeren zonder dat u daarover het gezag uitoefent. Let op. Naast de beoordeling van wat er op papier wordt gezet, is het natuurlijk ook belangrijk dat de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden in overeenstemming is met deze afspraken.

Als u werkt met zzp’ers

Goede afspraken maken. Zeker als zzp’ers bij u op (nagenoeg) dezelfde manier werken als uw werknemers werken, dan is deze uitspraak van de Hoge Raad van groot praktisch belang. Het is niet relevant dat het niet de bedoeling is (geweest) om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Het gaat er niet om hoe u en de door u ingehuurde persoon de overeenkomst noemen, maar om wat er daadwerkelijk is afgesproken. Het spreekt voor zich dat deze afspraken daadwerkelijk moeten worden nageleefd. Als de dagelijkse gang van zaken in uw bedrijf anders is dan wat er op papier staat, dan is de feitelijke situatie beslissend voor de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Modelovereenkomsten. Als u een zzp’er wilt inhuren, dan is het verstandig om gebruik te maken van een modelovereenkomst. Er zijn meerdere modelovereenkomsten, dit zijn contracten die door de Belastingdienst zijn goedgekeurd. Als u deze gebruikt en de feitelijke werkzaamheden komen overeen met wat er op papier is afgesproken, dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst. U voorkomt hiermee het risico op een naheffing van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

Uw intentie bij het sluiten van een overeenkomst is niet langer van belang. Er moet alleen gekeken worden naar wat u precies afspreekt met iemand die u inhuurt. Als deze afspraken voldoen aan de drie eisen van een arbeidsovereenkomst, dan is daarvan sprake. Voorkom discussie met de Belastingdienst door te werken met een modelovereenkomst. bron:indicator

De btw over het privégebruik van uw eigen auto van de zaak

Auto van de zaak

Voor de btw heeft u de keuze om de auto tot uw privévermogen of uw bedrijfsvermogen te rekenen, als u de auto privé en zakelijk gebruikt. De keuze die u maakt voor de inkomstenbelasting, speelt daarbij geen rol. Heeft u de (lease)auto voor de btw tot uw bedrijfsvermogen gerekend, dan mag u de btw op de aanschaf en de overige kosten van de auto aftrekken als voorbelasting, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet. Als u de auto voor de btw als privévermogen aanmerkt, vervalt alleen de mogelijkheid om de btw op de aanschaf in aftrek te brengen. Btw op kosten van gebruik en onderhoud zijn in principe gewoon aftrekbaar. Gebruikt u de auto ook privé, dan moet u voor het privégebruik btw betalen. Hoe berekent u dit? Let op. Woon-werkverkeer wordt voor de btw als privé aangemerkt.

U weet het werkelijk privégebruik. Weet u het werkelijk privégebruik en kunt u dit ook aantonen via uw administratie, bijv. met een sluitende kilometeradministratie, dan berekent u de btw-correctie privégebruik als in hiernavolgend voorbeeld.

Voorbeeld.Op 1 januari 2020 heeft u een auto aangeschaft van € 25.000 (excl. 21% btw). De totale autokosten in 2020 bedragen € 10.000 (excl. 21% btw). De btw-correctie privégebruik berekent u als volgt:

 

Privékilometers (incl. woon-werkverkeer) 10.000
Totaalaantal km per jaar 25.000
Percentage aandeel privé: 10.000 / 25.000 x 100% 40%
Totale btw op autokosten: 21% van € 10.000 € 2.100
Btw op de aanschaf auto: 21% van € 25.000 € 5.250
Btw-correctie privégebruik:40% x € 2.100*40% x € 1.050 (20% van € 5.250) €    840€    420€ 1.260

 

* Bij de aanschaf van een auto met btw moet u in de eerste vijf jaar ieder jaar rekening houden met 20% van de btw bij aanschaf.

Aannemelijk maken. U moet de omvang van het privégebruik aannemelijk kunnen maken. Een sluitende kilometeradministratie (zoals voor de bijtelling IB) is hier niet vereist. Het aantal verreden kilometers kan worden bepaald aan de hand van de kilometerstanden. Uw zakelijke kilometers kunt u afleiden uit uw agenda.

Werkelijk privégebruik onbekend? U moet dan de btw-correctie voor het privégebruik berekenen via een correctiepercentage van 2,7% of 1,5%.

2,7% correctie.   In beginsel moet u een btw-correctie aangeven van 2,7% van de catalogusprijs.

1,5% correctie. Vanaf het vijfde jaar na aanschaf mag u een percentage toepassen van 1,5% van de catalogusprijs. U mag ook 1,5% toepassen als u bij de aankoop van de auto geen btw heeft verrekend, zoals bij de aankoop van een margeauto, als u de auto van een particulier heeft gekocht of als u de auto tot uw privévermogen heeft gerekend.

Catalogusprijs? De catalogusprijs van uw auto is de officiële nieuwprijs van de auto die geldt op de datum dat deel 1 van het kentekenbewijs is afgegeven. Deze prijs is altijd inclusief btw en bpm. Extra accessoires die door de fabrikant, importeur of dealer zijn aangebracht voordat deel 1 van het kentekenbewijs is afgegeven, tellen mee in de catalogusprijs. Tip.  De niet-aftrekbare btw-afdracht inzake het privégebruik van de auto zijn fiscaal gezien kosten en mag u van uw winst aftrekken.

Laatste btw-aangifte 2020. U geeft de correctie vanwege het privégebruik aan in de laatste btw-aangifte (rubriek 1d) van het jaar, die de meeste ondernemers eind januari indienen.

Weet u de werkelijke privékilometers, bijv. uit uw administratie, dan mag u deze gebruiken als basis voor de btw-correctie. Weet u deze niet, gebruik dan het forfait van 1,5% van de cataloguswaarde. Heeft u btw bij koop in aftrek gebracht, dan moet u in het jaar van aanschaf en de volgende vier jaar 2,7% hanteren. Wij hebben een checklist voor u beschikbaar. bron:indicator

Opgelet met vaste vergoedingen!

Goedkeuring vanwege corona. Bij het uitbreken van de pandemie is door de Belastingdienst goedgekeurd dat reeds bestaande onbelaste (reis)kostenvergoedingen gewoon mogen worden doorbetaald, ondanks het feit dat veel werknemers niet meer naar hun werk reizen en deze reiskosten dus niet maken. Daar komt nog bij dat door het vele thuiswerken de kosten, waarop een vaste onkostenvergoeding is gebaseerd, mogelijk ook minder worden gemaakt. Voor vergoedingen die op 12 maart 2020 bestonden, was dit geen probleem.

Lagere reiskostenvergoeding? Deze goedkeuring gaat hoogstwaarschijnlijk echter per 1 januari 2021 eindigen. Daardoor moet u als werkgever nu stilstaan bij de onbelaste onkostenvergoedingen die u op dit moment uitkeert. Zo mag een vaste reiskostenvergoeding vanaf komend jaar enkel gebaseerd worden op het nieuwe reisgedrag en dus niet meer op het oude reisgedrag van voor de coronacrisis. Let op. Dit zal voor veel werknemers betekenen dat hun reiskostenvergoeding daalt.

Nieuw kostenonderzoek. Hetzelfde geldt voor een vaste onkostenvergoeding, bijv. voor representatiekosten, vakliteratuur, maaltijden onderweg en parkeerkosten met de auto van de zaak. In 2020 mag een dergelijke vergoeding gewoon onbelast worden uitbetaald (mits hier een onderzoek aan vooraf is gegaan), ondanks dat een werknemer of u als dga deze kosten mogelijk door de coronacrisis niet of veel minder maakt. Als er geen aanvullende wetgeving komt, is dit vanaf 2021 dus niet meer toegestaan. Let op. Als de plaats en inhoud van de werkzaamheden van uw werknemers door de coronacrisis zijn gewijzigd, dan zult u opnieuw moeten onderzoeken welke kosten er worden gemaakt, alvorens deze onbelast te kunnen vergoeden.

In de vrije ruimte?  Zonder onderzoek kunt u een dergelijke vergoeding alleen onbelast uitbetalen als u deze aanmerkt als eindheffingsbestanddeel en opneemt in de vrije ruimte onder de werkkostenregeling.

Ga na wat de gevolgen zijn van het beëindigen van de goedkeuring voor onbelaste (reis)kostenvergoedingen voor uw thuiswerkende werknemers vanaf 01.01.2021. bron:indicator

Fiscale steun voor uw investeringen

Wat houdt de BIK in?

Extra afdrachtvermindering. De Baangerelateerde investeringskorting (BIK) houdt kort gezegd in dat ondernemingen die investeren recht krijgen op een extra afdrachtvermindering. Dit betekent dat u de op het loon van werknemers ingehouden loonheffing niet volledig hoeft af te dragen. Voor investeringen op jaarbasis tot € 5 miljoen geldt een afdrachtvermindering van 3%, daarboven bedraagt deze 2,44%. De regeling geldt voor de jaren 2021 en 2022. Investeert u volgend jaar dus voor een bedrag van € 45.000, dan heeft u recht op een afdrachtsvermindering van € 1.350. Let op.  U kunt dus alleen van deze regeling profiteren wanneer u personeel in dienst heeft.

Wacht met betalen! De BIK-regeling geldt voor investeringen die uw onderneming doet na 1 oktober 2020 en tot en met eind 2022. U moet kunnen aantonen dat u de investeringsverplichting niet voor 1 oktober 2020 bent aangegaan. Verder moet de laatste betaling plaatsvinden in 2021 of 2022 en moet het bedrijfsmiddel binnen zes maanden na deze laatste betaling daadwerkelijk in gebruik zijn genomen. Tip. Zorg er dus voor dat u uw investeringen in het laatste kwartaal van dit jaar pas in 2021 volledig betaalt, dan tellen deze investeringen mee voor de BIK.

Aandachtspunten

Soort investeringen. Per investering moet u minimaal € 1.500 investeren. Bepaalde investeringen, zoals woonhuizen, grond, effecten en personenauto’s, zijn uitgesloten van de regeling. Hetzelfde geldt voor investeringen die zijn bestemd voor verhuur aan derden. Ten slotte moet uw investering betrekking hebben op een nieuw bedrijfsmiddel. Het mag geen bedrijfsmiddel zijn dat eerder door een ander is gebruikt.

Aanvraag. Om aanspraak te kunnen maken op deze afdrachtvermindering, moet u uw investeringen melden bij RVO.nl. U kunt viermaal per jaar (eenmaal per kwartaal) een aanvraag indienen. Daarbij geldt dat u per aanvraag minimaal € 20.000 aan investeringen dient te melden. Het kan dus soms beter zijn om uw aanvraag niet per kwartaal te doen, maar bijv. over een periode van een half jaar.

Pas in najaar 2021. RVO.nl gaat hiervoor een speciaal elektronisch loket openen. Dit gaat helaas nog wel even duren, pas vanaf september 2021 kunt u uw investeringen aanmelden. Dit betekent ook dat u daarna pas kunt starten met het toepassen van de afdrachtvermindering.

Tijdelijke regeling. De BIK-regeling is speciaal (tijdelijk) ingevoerd om de economische crisis (vanwege het coronavirus) het hoofd te bieden. Het moet investeringen naar voren halen en zo de economische groei stimuleren. De BIK is echter niet de enige fiscale regeling waarvan u kunt profiteren.

Structurele regelingen

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Met de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) worden alle ondernemers ondersteund bij het doen van investeringen. De stimulans bestaat uit een extra belastingaftrek, bovenop de reguliere afschrijving van de investering. De hoogte van de fiscale aftrek is afhankelijk van de totale investeringen per jaar en neemt af naarmate u meer investeert, zoals blijkt uit de hiernavolgende tabel (cijfers 2020).

 

Investering KIA
Tot € 2.400 € 0
€ 2.401 t/m € 58.238 28%
€ 58.239 t/m € 107.848 € 16.307
€ 107.849 t/m € 323.544 € 16.307 -/- 7,56% van investering boven € 107.848
Meer dan € 323.544 € 0

 

Spelregels. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de KIA, moet u zich aan de hiernavolgende ‘spelregels’ houden.

  • Zorg ervoor dat de totale investeringen per jaar meer dan € 2.400 bedragen.
  • Kijk waar u investeringen vooruit kunt schuiven voor de maximale aftrek.
  • Splits investeringen waar mogelijk, als dit een voordeel voor de KIA oplevert.

Duurzame investeringen

Milieulijst en Energielijst. Ieder jaar publiceert de overheid de Milieulijst en de Energielijst. Hierin zijn milieubesparende/duurzame investeringen opgenomen. Indien u als ondernemer een dergelijke investering doet, heeft u recht op extra fiscaal voordeel. Voorbeelden van deze investeringen zijn duurzame gebouwen, vernieuwende milieutechnieken en energiezuinige transportmiddelen.

Milieu-investeringsaftrek. Als u investeert in een bedrijfsmiddel dat voorkomt op de Milieulijst 2020, kunt u aanspraak maken op de Milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA levert u een extra belastingaftrek van 13,5%, 27% of 36% op, afhankelijk van de soort investering. Tip. Deze belastingaftrek komt bovenop de KIA en de BIK-regeling.

Willekeurige afschrijving. Daarnaast kan er soms ook aanspraak worden gemaakt op de Vamil-regeling. Deze regeling biedt de mogelijkheid om willekeurig af te schrijven op het duurzame bedrijfsmiddel tot een maximum van 75%. De resterende 25% moet op reguliere wijze worden afgeschreven. Begint de code op de Milieulijst met een A, B, C of F, dan is er voor deze investering naast MIA ook willekeurige afschrijving mogelijk.

Energie-investeringsaftrek. Komt uw investering voor op de Energielijst 2020, dan kunt u aanspraak maken op 45% Energie-investeringsaftrek (EIA).

Tijdig aanmelden. Meld uw duurzame investering tijdig bij RVO.nl aan. Dit moet binnen drie maanden nadat u de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel bent aangegaan.

Voorbeeld samenloop

De verschillende regelingen mogen tegelijkertijd worden toegepast. Uiteraard mits uw investering in aanmerking komt voor de specifieke regeling. In het hiernavolgende voorbeeld kunt u zien hoe de samenloop van deze regelingen tot een aanzienlijk fiscaal voordeel kan leiden.

Meer duurzaam bedrijfspand. Stel, uw onderneming investeert in een meer duurzaam bedrijfspand. Deze investering is aangegaan na 1 oktober 2020 en zal in 2021 volledig worden betaald en in gebruik worden genomen. Het totale investeringsbedrag bedraagt € 200.000. Onderdeel hiervan is de investering in zonnepanelen ad. € 30.000, alsmede een vegetatiedak van € 15.000. Wat is nu uw voordeel van al deze investeringsregelingen?

  • Allereerst kunt u aanspraak maken op de BIK. Deze biedt een afdrachtsvermindering voor de loonheffingen van 3% van € 200.000. Dit levert u dus een voordeel op van € 6.000.
  • Vervolgens komt de investering in het gebouw ook in aanmerking voor de KIA. Ervan uitgaande dat uw onderneming geen andere investeringen doet, levert dit een extra fiscale aftrekpost op van € 9.340.
  • De zonnepanelen vallen onder de EIA, waardoor deze een aftrekpost opleveren van 45%. Dit is € 13.500.
  • Voor het vegetatiedak geldt dat hiervoor MIA kan worden geclaimd. Dit levert een aftrek op van 36%, dit is € 5.400.
  • Ten slotte kan op een deel van de investeringen ook versneld worden afgeschreven op basis van de Vamil-regeling.

Kortom. Samenvattend levert deze investering u dus een voordeel op van € 6.000 in de afdracht van loonheffingen en ter grootte van € 28.240 voor de aftrekposten. Dat maakt investeren natuurlijk al een stuk interessanter!

Ga voordat u investeert na welke regelingen (naast de nieuwe BIK) er nog van toepassing kunnen zijn en aan welke eisen uw investering moet voldoen. Door uw investering tijdig te melden bij RVO.nl kan uw fiscale voordeel door de samenloop van de verschillende regelingen flink oplopen. bron:indicator

Nu KOR aanvragen voor eerste kwartaal 2021

Tip.  Wilt u dus in januari 2021 deelnemen, zorg dan zekerheidshalve dat uw aanmelding uiterlijk 1 december 2020 binnen is. Aanmelden doet u via dit formulier van de Belastingdienst https://bit.ly/2HnHbp

Omzetgerelateerd. Om voor de KOR in aanmerking te kunnen komen, mag u niet meer dan € 20.000 aan omzet hebben in een kalenderjaar.

Gevolgen. Als u de KOR toepast, hoeft u geen btw meer in rekening te brengen aan uw klanten. Ook hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Daarbij mag u de btw die aan u in rekening wordt gebracht over kosten en investeringen niet meer aftrekken. Let op.  Verwacht u dat de voorbelasting in 2021 groter is dan de btw op uw omzet, bijv. omdat u grote investeringen gaat doen, dan kunt u beter geen KOR toepassen.

Minimaal drie jaar. De toepassing van de KOR geldt voor minimaal drie jaar. Let op.  Houd er dus rekening mee dat u enige tijd vastzit aan deze regeling. Komt uw omzet boven de € 20.000, dan moet u zich direct afmelden en weer btw in rekening brengen aan uw afnemers.

Wilt u vanaf januari 2021 deelnemen aan de KOR, zorg dan zekerheidshalve dat uw aanmelding uiterlijk 1 december 2020 bij de fiscus binnen is. U zit er dan wel drie jaar aan vast! bron:indicator

Wettelijk minimumloon 0,29% hoger per 01.01.2021

Deze keer met maar 0,29% (eerder met 1,6%) en het wettelijk minimumloon wordt voor 21 jaar en ouder € 1.684,80.

Per 1 januari stijgt het WML met 0,29%.
U kunt tabellen en de rekentool bij ons opvragen om het geldende WML te berekenen. bron:indicator

Onderbouwing urencriterium mag niet vaag zijn

Urencriterium

Urenregistratie. Voor de ondernemersaftrek, waaronder de zelfstandigenaftrek, is vereist dat u op jaarbasis minimaal 1.225 uur aan uw onderneming besteedt. Als hierover twijfel of discussie met de Belastingdienst kan ontstaan, is het raadzaam om een urenregistratie bij te houden. Gebruik hiervoor onze rekentool.

Onderbouwing. Dit betekent echter niet dat de Belastingdienst een urenregistratie altijd zonder vragen volgt. De gemaakte uren moeten achteraf wel onderbouwd kunnen worden met resultaten. Als u dus bijv. claimt dat u 500 uur heeft besteed aan de ontwikkeling van een website, dan is het logisch dat de Belastingdienst ook een mooie website online wil terugvinden.

Extra bewijs. Bij vragen of twijfel over de gemaakte uren zult u dus met ondersteunend bewijs moeten komen. Uw (elektronische) agenda kan daarbij helpen, maar ook urenspecificaties naar klanten, aanwezigheidsregistraties bij cursussen, etc.

Wat speelde er onlangs bij de rechter?

Maatschap. Voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2020:3809) speelde onlangs een zaak over een belastingadviseur die naast zijn werkzaamheden uit loondienst ook werkt voor een maatschap. Via deze maatschap biedt hij samen met een derde online mediation aan.

Urenbesteding ter discussie. De belastingadviseur claimt dat hij behoorlijk wat tijd bezig is met deze maatschap. In 2015 bijna 1.300 uur, waardoor hij aanspraak kan maken op zelfstandigenaftrek en startersaftrek. De omzet van de maatschap is echter beperkt, zo’n € 11.500, waarbij een deel ook nog de toename van het onderhanden werk betreft. Mede hierdoor stelt de Belastingdienst de urenbesteding ter discussie.

Ongeloofwaardig. De belastingadviseur weet de Belastingdienst en de rechter niet te overtuigen. Zo heeft hij naar eigen zeggen 268 uur besteed aan het opzetten van de website, maar deze is nimmer in de lucht geweest. Daarnaast maakt hij veel uren voor zijn werkgever. Hierdoor is het ongeloofwaardig dat hij ook nog flink wat uren aan de maatschap heeft besteed. De rechter berekent dat hij over een periode van 59 aaneengesloten dagen 15 uur per dag zou hebben gewerkt. De urenregistratie wordt dan ook niet geaccepteerd. De belastingadviseur kan hierdoor geen aanspraak maken op zelfstandigenaftrek en startersaftrek.

Waar moet u op letten?

Uiteraard maakt u het niet zo bont als deze adviseur, maar toch biedt deze uitspraak een goed inzicht in de eisen die aan een urenregistratie worden gesteld. Ons advies luidt dan ook:

  • registreer iedere dag (en dus niet eenmaal per maand) de gemaakte uren;
  • omschrijf zo specifiek mogelijk de verrichte werkzaamheden;
  • zorg ervoor dat de registratie aansluit op uw agenda;
  • zorg ervoor dat de registratie logisch en consistent is;
  • zorg voor ondersteunend bewijs, zeker als de omzet uit uw activiteiten beperkt is.
Zeker bij een beperkte omzet is een urenregistratie essentieel om uw ondernemersaftrek veilig te stellen. Gebruik hiervoor onze rekentool, maar realiseer u dat de urenregistratie ondersteund moet worden met bewijs waaruit blijkt dat de uren daadwerkelijk door u zijn gemaakt, zoals uw agenda en urenspecificaties voor klanten. bron:indicator

Giftenaftrek ANBI’s eenvoudiger in 2021

Hoewel veel ondernemers in de huidige coronacrisis blij zijn dat ze de eindjes aan elkaar kunnen knopen, blijven giften een belangrijke aftrekpost. Vanaf 2021 verandert er in de aangifte wel iets met giften aan een ANBI (algemeen nut beogende instelling). Tot nu toe moest u zelf op de website van de Belastingdienst opzoeken of uw goede doel fiscaal als ANBI werd aangemerkt. Alleen dan kunt u uw gift aftrekken. Vanaf 2021 wordt dit opgenomen in uw aangifte. U hoeft in het lijstje met ANBI’s uw organisatie maar op te zoeken en aan te kruisen. Staat de organisatie er niet tussen, dan is het geen fiscaal erkende ANBI en kunt u de aftrek vergeten.

Wat is het voordeel? Vergissingen zullen minder vaak voorkomen. Wie nu bijv. op de website van de Belastingdienst op zoek gaat naar de ‘Niersticting’ zal deze niet als ANBI aantreffen, vanwege de typfout in de naam. Dat zal volgend jaar dus niet meer kunnen.

Wat verandert er nog meer? Weet dat contante giften niet meer aftrekbaar zijn, ook niet als u deze kunt aantonen met een factuur. De reden hiervoor is dat er te veel met facturen gefraudeerd werd, waarna besloten werd de aftrek van contante giften te schrappen. Maak een gift dus altijd per bank over, dan kan uw bankafschrift dienen als het noodzakelijke bewijs.

Maak giften aan goede doelen altijd per bank over. Contante giften zijn namelijk niet meer aftrekbaar en bovendien beschikt u dan altijd over het vereiste bewijs van uw gift. Vanaf 2021 volgt de ANBI-status rechtstreeks vanuit uw belastingaangifte. bron:indicator

Investeringsaftrek 2020 nog meepikken!

Heeft u in 2020 minimaal voor € 450, maar voor € 2.400 of minder geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, dan is het wellicht interessant voor u om in 2020 nog een investering te doen, zodat u boven deze € 2.400 uitkomt en u de investeringsaftrek (KIA max. 28%!) in 2020 niet misloopt.

Voorbeeld.U heeft t/m november 2020 voor € 2.000 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Door in december 2020 bijv. een printer te kopen van € 450, heeft u in 2020 recht op 28% winstaftrek van € 2.450 = € 686.

Tip. Andersom kan het ook zinvol zijn om een investering juist uit te stellen of te spreiden, om zo de maximale investeringsaftrek te krijgen.

Voorbeeld.Een investeringsbedrag van € 100.000 levert in 2020 een investeringsaftrek op van € 16.307. Zou u de investering over twee jaar verdelen, dan zou u bij een investering van tweemaal € 50.000 een investeringsaftrek kunnen genieten van 28%, zowel in het eerste als het tweede jaar. In totaal is dat aan aftrek 2 x € 14.000 = € 28.000. Dit levert dus een extra aftrek van € 11.693 op!

Juridische betalingsverplichting. U heeft recht op de KIA in het jaar waarin u de verplichting tot aanschaf van het bedrijfsmiddel aangaat. Hierbij is het van belang dat er een juridische betalingsverplichting ontstaat. Denk hierbij aan het schriftelijk accepteren van een geldige offerte, het schriftelijk sluiten van een koopovereenkomst of het mondeling aanvaarden (zonder voorbehoud) van aanbod tot koop. Het moment van betalen of ontvangen is dus niet bepalend.

Betaald of in gebruik genomen. U krijgt alleen investeringsaftrek als u het bedrijfsmiddel in het desbetreffende jaar heeft betaald of wanneer u het bedrijfsmiddel in dat jaar al voor het eerst in gebruik heeft genomen. Wordt het bedrijfsmiddel dit jaar niet in gebruik genomen, omdat het bijv. pas in 2021 wordt geleverd en heeft u in 2020 wel al een aanbetaling gedaan, dan krijgt u aftrek tot maximaal het betaalde bedrag.

Zorg dat u in 2020 komt aan een investeringsbedrag van meer dan € 2.400 om max. 28% winstaftrek te behalen of splits het juist over 2020 en 2021 bij grote bedragen. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl