“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Update verruimde TVL-regeling Q1

KENMERKEN EN VOORWAARDEN

De meeste kenmerken en voorwaarden van de verlengde TVL-regeling uit het vierde kwartaal van 2020 gelden ook voor het eerste kwartaal van 2021, maar er zijn ook een paar wijzigingen:

  • de tegemoetkoming is bedoeld voor de mkb-ondernemer of zzp’er in (in beginsel) alle sectoren;
  • de hoogte van de subsidie wordt als volgt berekend: normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 85%;
  • de onderneming moet op 15 maart 2020 in het handelsregister zijn ingeschreven;
  • het omzetverlies bedraagt ten minste 30%;
  • de onderneming heeft ten minste € 1.500 aan vaste lasten per kwartaal volgens het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code behoort (jouw werkelijke vaste lasten zijn dus niet relevant);
  • de onderneming mag op 31 december 2019 niet al in financiële moeilijkheden hebben verkeerd;
  • de aanvraag wordt per kwartaal ingediend;
  • de maximale subsidie is € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor niet-mkb bedrijven. De minimale subsidie is € 1.500 per kwartaal.

VESTIGING IN NEDERLAND

Je onderneming moet een vestiging in Nederland hebben, waarvan in elk geval één op een ander adres dan je privéwoning of je onderneming is fysiek afgescheiden van je privéwoning en is voorzien van een eigen opgang of toegang. Deze eisen gelden overigens niet als je een ambulante of horecaonderneming hebt. Heb je een horecaonderneming, dan is het voldoende dat je ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom hebt.

BELANGRIJK VERSCHIL

Een belangrijk verschil met de TVL uit het vierde kwartaal van 2020 is dat voor het eerste kwartaal van 2021 een andere referentieperiode geldt, namelijk januari, februari en maart 2019.

Was je op 1 januari 2019 nog niet gestart met je onderneming, dan kun je mogelijk terugvallen op een andere referentieperiode. Zo kan er zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de kwartaalomzetcijfers die ook bekend zijn bij de Belastingdienst.

AANVRAAGPERIODE

De tegemoetkoming voor het eerste kwartaal van 2021 kun je aanvragen van 15 februari tot en met 18 mei 2021, vóór 17:00 uur met een formulier op RVO.nl.

Hierop wordt binnen acht weken beslist. Als je de tegemoetkoming krijgt, zal er een eenmalig voorschot van 80% aan je worden uitgekeerd.

SPECIALE OPSLAGEN

Voor bepaalde branches bestaan opslagen bovenop de TVL. Zo kennen we de eenmalige opslag voor eet- en drinkgelegenheden (de Horecasubsidie Voorraad en Aanpassingen: HVA-opslag), de evenementenmodule voor ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche en de Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD) voor ondernemers in de non-foodsector die voorraden hebben ingekocht die na de lockdown niet meer verkoopbaar zijn of die in waarde zijn verminderd.

De HVA-opslag gold alleen voor het vierde kwartaal van 2020 en is niet meer teruggekomen in het eerste kwartaal van 2021. De evenementenmodule en de VGD golden in het vierde kwartaal van 2020, maar ook in het eerste kwartaal van 2021. bron: waterland accountants

Energie-investeringsaftrek 2021 op 45,5%

45,5% winstaftrek. Met de EIA kunt u in 2021 45,5% van de investeringskosten naast de gebruikelijke afschrijvingskosten aftrekken van de fiscale winst. Om in 2021 gebruik te kunnen maken van de EIA moet uw nieuwe investering wel op de Energielijst 2021 staan.

Energielijst 2021. In de Energielijst 2021 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) staat op het moment van schrijven echter nog het vorige percentage van 45% vermeld, zoals deze gold tot en met 2020.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De EIA mag samenvallen met de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) van maximaal € 16.568.

ISDE. Op de Energielijst 2021 vindt u ook bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). Maakt u hiervan gebruik, dan komt het bedrijfsmiddel niet meer in aanmerking voor de EIA.

Staat uw energiebesparende of duurzame energie-investering op de Energielijst 2021, dan heeft u recht op 45,5% winstaftrek en niet (zoals in de lijst staat) op 45% aftrek. bron:indicator

Rittenregistratie, hele kleine fouten hoeven niet fataal te zijn

Boekenonderzoek. Een van de aandachtspunten tijdens een boekenonderzoek is altijd de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak. Tal van berijders proberen deze te voorkomen door het bijhouden van een sluitende rittenregistratie. Uit rechtspraak blijkt echter dat dit niet eenvoudig is. De Belastingdienst is vaak in staat gaten te schieten in deze verdedigingslinie.

Hoe de Belastingdienst dit doet? De Belastingdienst heeft tal van middelen om te controleren of uw rittenregistratie klopt. Zo kan men via de FIOD Infodesk inzage krijgen in de kilometerstanden die zijn doorgegeven tijdens de apk-keuring van uw auto. Het is dan eenvoudig te checken of deze standen overeenkomen met die uit uw administratie. Als deze afwijken, dan moet u wel een logische verklaring hebben. Zo niet, dan zal de Belastingdienst uw rittenregistratie niet accepteren.

Eisen rittenregistratie

Wettelijk gezien moet uw rittenregistratie de volgende gegevens bevatten:

  • merk, type en kenteken van de auto;
  • periode van terbeschikkingstelling van de auto;
  • per rit:
  • datum;
  • begin- en eindstand van de kilometerteller;
  • begin- en eindadres;
  • de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke;
  • het karakter van de rit (zakelijk of privé).

Bestelauto

Vereenvoudigde rittenregistratie. Rijdt u met uw bestelauto vaak veel ritten op een dag voor uw werk, dan kunt u het bewijs dat u niet meer dan 500 km privé rijdt, leveren met een combinatie van:

  • een vereenvoudigde rittenregistratie;
  • de zakelijke adressen in uw administratie.

Steeds strengere controles

Achteraf opstellen? U zult begrijpen dat het achteraf opstellen van een rittenregistratie geen sinecure is. Datum en adressen zijn nog wel te achterhalen, maar routes en kilometerstanden worden lastiger. Dit terwijl tegenwoordig de juistheid van een rittenregistratie door de Belastingdienst streng wordt getoetst. Zo kijken zij onder meer naar het hiernavolgende.

  • Zijn de tellingen en afstanden in de rittenregistratie juist?
  • Zit er een logische lijn in?
  • Sluit de rittenregistratie aan op de garagefacturen en de daarop vermelde kilometerstanden?
  • Sluit de rittenregistratie aan op de tankbonnen en de daarop vermelde kilometerstanden (bij gebruik tankpas)?
  • Sluit de rittenregistratie aan bij de momenten waarop de auto (digitaal) geflitst is in Nederland?

Parkeergegevens. In 2014 was de Belastingdienst nog van plan om ook de digitale parkeergegevens via parkeerapps op te vragen om hiermee rittenregistratie te controleren. Uiteindelijk heeft de Belastingdienst besloten toch geen gebruik te maken van deze mogelijkheid, ondanks goedkeuring door de rechter. Men vindt dit een te grote inbreuk op de privacy van gebruikers.

Wat speelde er onlangs bij de rechter?

Beschadigd. Een collega-ondernemer stond onlangs voor de rechter om zijn achteraf opgestelde rittenregistratie te verdedigen (ECLI:NL:RBNNE:2020:4493) . Wat valt daarbij op? Wat kunt u hiervan leren?

Technisch ontwerper. Deze man heeft een onderneming die zich bezighoudt met technisch ontwerpen en soft- en hardware engineering in de industrie. Over de jaren 2012 tot en met 2016 wordt er een boekenonderzoek ingesteld door de Belastingdienst. In deze periode beschikt de ondernemer over een auto van de zaak (Peugeot 3008) waarin hij naar eigen zeggen nauwelijks privé rijdt.

Reconstructie. Om te onderbouwen dat hij de auto van de zaak nauwelijks privé gebruikt, heeft de ondernemer keurig een rittenregistratie bijgehouden. Deze blijkt echter niet meer gebruikt te kunnen worden, omdat het Excelbestand beschadigd (corrupt) is. Met behulp van dit bestand en met zijn urenregistratie, agenda, facturen en een routeplanner probeert de ondernemer om alsnog de rittenregistratie kloppend te krijgen.

Afwijkingen. Dit lukt hem in eerste instantie niet. Controle door de Belastingdienst levert op dat de kilometerstanden die tijdens de apk zijn doorgegeven, afwijken van de rittenregistratie van de ondernemer. Navorderingsaanslagen over de jaren 2012 tot en met 2016 zijn het gevolg.

Deels gehonoreerd. De ondernemer geeft zich echter niet gewonnen en doet tijdens de rechtszaak een nieuwe poging om de rittenregistratie sluitend te krijgen. Dit lukt hem wel voor de jaren 2014 en 2015, maar voor de overige jaren niet.

Fataal. In alle jaren zitten onvolkomenheden, maar deze zijn in de jaren 2012, 2013 en 2016 te groot waardoor ze fataal zijn. Bovendien bedragen de privé gereden kilometers op basis van de rittenregistratie in die jaren al bijna 500 kilometer, waardoor er maar een zeer kleine marge is. Een deel van de navorderingsaanslag wordt dus gehandhaafd.

Wat valt er op in deze uitspraak?

Kleine afwijkingen acceptabel. De rechtbank schiet de rittenregistratie niet direct af bij het constateren van een afwijking. Volgens Rechtbank Noord-Nederland hoeft een rittenregistratie namelijk niet perfect te zijn. Hoe verder het aantal geregistreerde privékilometers onder de 500 kilometer zit, des te groter de foutmarge. Zodoende kunnen kleine afwijkingen acceptabel zijn.

Toch iedere dag bijhouden. Ondanks dat de rechter in deze casus een praktische aanpak kiest en niet direct zijn formele pet opzet, blijft het achteraf opstellen van een rittenregistratie eigenlijk ondoenlijk. Ons advies is dan ook om altijd gedurende het jaar, het liefst iedere dag, de rittenregistratie bij te werken. Doet u dit niet, dan is de kans groot dat de Belastingdienst uw rittenregistratie onderuithaalt, met alle gevolgen van dien.

Kwalificatie ritten

Naast de vraag of de rittenregistratie sluitend is qua kilometers, is het ook de vraag of de kwalificatie van de ritten juist is. Zijn deze terecht als zakelijk aangemerkt of zijn deze eigenlijk toch (deels) privé?

Eenvoudig? In beginsel is het onderscheid eenvoudig. Maakt u een rit met een zakelijk doel (bezoek klant, bezichtiging locatie), dan is deze zakelijk. Als het doel een privékarakter heeft (kinderen ophalen uit school), dan is de rit privé. Maar de praktijk is vaak minder eenvoudig.

Combineren. Wat nu als u onderweg naar uw klant uw kinderen bij de school afzet? In dat geval gelden de extra kilometers die u hierdoor rijdt als privé. De kilometers naar uw klant die u zou rijden zonder langs school te gaan, mogen als zakelijk worden aangemerkt.

Woon-werkverkeer is zakelijk. Wat als u iedere dag thuis gaat lunchen, is dat nog zakelijk? Jazeker, de rechter heeft zich in het verleden hierover gebogen. Hij is van mening dat ook in dit geval de kilometers volledig als zakelijk mogen worden aangemerkt.

Zakendoen tijdens vakantie. Wat als u tijdens uw vakantie een zakelijke afspraak heeft? Dan moet er worden gekeken naar wat het hoofddoel van de rit is. Dus één enkele afspraak tijdens een vakantie van een week, maakt het hoofddoel niet zakelijk. Uw rit naar het vakantieadres is dan privé, alleen uw rit van uw vakantieadres naar de zakelijke afspraak mag als zakelijk worden aangemerkt.

Om uw rittenregistratie overeind te houden in een discussie met de Belastingdienst, is het raadzaam om deze dagelijks bij te houden. Gebruik daarvoor onze rekentool. Sta daarbij ook stil bij het karakter van de ritten. In sommige gevallen heeft een rit zowel een privé- als een zakelijk doel, waardoor de kilometers verdeeld moeten worden. bron:indicator

Belasting betalen en aflossen in 2021 verruimd

Belastingsteunmaatregelen. De overheid heeft op 21 januari 2021 de uitbreiding van het coronasteun- en herstelpakket bekendgemaakt. Hieronder zijn ook belastingsteunmaatregelen aangekondigd, zoals verlenging van bijzonder uitstel van betaling van belasting. Ook de datum waarop u uw belastingschulden moet terugbetalen, is opgeschoven. Wij zetten de verruimingen voor u op een rijtje.

Uitstel van belastingbetaling

De periode dat u bijzonder uitstel van betaling van belasting of een verlenging van een reeds eerder toegekend uitstel kunt aanvragen, wordt verlengd tot en met 30 juni 2021.

Na 1 april 2021 eerste keer? Indien u na 1 april 2021 voor de eerste keer een aanvraag indient voor bijzonder uitstel van betaling, betekent dit voor u dat u tot en met 30 juni 2021 nieuw opkomende betalingsverplichtingen, zoals de afdracht van omzetbelasting en loonheffingen, niet hoeft te voldoen. Na de laatste dag van uw bijzonder uitstel moet u alle belastingen waarvoor u aangifte doet en waarvoor u bijzonder uitstel had, weer op tijd betalen. Tip. Voor de inkomstenbelasting, Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw) vraagt u in één keer bijzonder uitstel van betaling aan. Dit is mogelijk zodra u een aanslag van een van de voornoemde belastingen heeft ontvangen.

Reeds uitstel. Heeft u eerder al een aanvraag voor bijzonder uitstel van betaling van belasting ingediend en dit uitstel gekregen? Tip.  Dan kunt u dit uitstel nog verlengen tot en met 30 juni 2021. Let op.  Kunt u na drie maanden bijzonder uitstel van betaling van belastingen niet aan uw betalingsverplichtingen voldoen, vraag dan tijdig om verlenging. Doet u dit niet, dan loopt u het risico dat u wordt uitgesloten voor de betalingsregeling waarin u uw belastingschuld in 36 maanden kunt aflossen.

Reeds verlenging? Heeft u eerder al verlenging gekregen, dan geldt het uitstel automatisch tot en met 30 juni 2021. Nieuw opkomende verplichtingen hoeft u dan pas vanaf 1 juli 2021 te hervatten.

Terugbetalen belastingschulden

De totale belastingschuld waarvoor u bijzonder uitstel van betaling heeft gekregen, mag u in 36 maandelijkse termijnen met een vast bedrag per maand afbetalen. De datum waarop u uw belastingschuld die u tot en met de laatste dag van uw bijzonder uitstel heeft opgebouwd, moet u uiteraard terugbetalen. Tip. Dit schuift op van 1 juli 2021 naar 1 oktober 2021.

Kwijtschelden belastingschulden

Door toedoen van de coronacrisis zijn er in de kern gezonde bedrijven die hun belastingschulden niet in 36 maanden volledig kunnen aflossen. Het kabinet spant zich daarom in om als onderdeel van het time-out-arrangement (TOA) tezamen met andere schuldeisers, intermediairs en schuldhulpverleners soepeler te gaan kijken naar het gericht kwijtschelden van (belasting)schulden, voor als een terugbetalingsregeling niet voldoende blijkt te zijn.

Tweede kwartaal 2021. Het doel is dat de richtlijnen van deze tijdelijke versoepeling en de daarbij behorende saneringsvoorwaarden in het tweede kwartaal van 2021 gereed zijn. In afwachting hierop zal de Belastingdienst dan ook op verzoek van de ondernemer reeds ingediende saneringsverzoeken aanhouden. Wij houden u hiervan op de hoogte.

De periode dat u bijzonder uitstel van betaling of verlenging kunt aanvragen, wordt verlengd tot en met 30 juni 2021. De terugbetaaldatum schuift op van 1 juli naar 1 oktober 2021 in maximaal 36 maandtermijnen. In het tweede kwartaal van 2021 wordt bekend hoe de kwijtscheldings- en saneringsregeling nog wordt versoepeld. bron:indicator

Verkoop aan Britse particulieren, wat met de Brexit?

Brexit. Door de Brexit veranderen onder meer de regels rond verkopen aan particulieren zoals verkopen tot een maximale waarde van GBP 135 door leveranciers buiten het VK.

Maximaal bedrag? Het bedrag van GBP 135 heeft betrekking op de totale waarde van de levering en dus niet op de waarde van de afzonderlijke artikelen. De nieuwe regeling houdt in dat er Britse btw in rekening gebracht moet worden door de leverancier.

Registratieplicht. De nieuwe regeling betekent dat de leverancier zich daarom ook in het Verenigd Koninkrijk moet registreren. Drijft u handel met het Verenigd Koninkrijk, dan dient u zich dus te laten registreren. Dit is niet nodig als de klant zelf een btw-nummer heeft, maar dit zal bij particulieren niet het geval zijn. Bij verkopen met een waarde boven de genoemde grens van GBP 135, moet de afnemer de btw betalen. U hoeft zich dan dus ook niet te registreren.

Per 1 januari 2021 kent het Verenigd Koninkrijk een eigen regeling voor verkopen met een waarde van maximaal GBP 135 aan particulieren. De regeling betekent dat de leverancier Britse btw moet afdragen. Hiervoor moet u zich laten registreren. bron:indicator

Coronavaccinatie werknemers bevorderen, kan dat onbelast?

Belang van de werkgever. U wilt als werkgever natuurlijk graag dat uw werknemers gezond zijn en dat ook blijven. Het is daarom in uw belang dat zo veel mogelijk werknemers zich laten vaccineren tegen corona. Bovendien heeft u de verplichting om te zorgen voor een veilige werkomgeving. De vraag is welke mogelijkheden u heeft om uw werknemers te stimuleren deze prik te halen.

Wat mag er niet?

Niet verplichten. De vraag of uw werknemers zich wel of niet laten inenten, is een persoonlijke. U mag uw werknemers over het algemeen niet verplichten om een vaccinatie te halen. Vaccinatie is een vrije keus die u als werkgever niet kunt beperken.

Veilige werkomgeving. Alleen in specifieke situaties is het denkbaar dat u een coronavaccinatie kunt verplichten voor het uitvoeren van werkzaamheden, bijv. als er bij u veel gewerkt wordt met kwetsbare patiënten. Als de werknemer die niet gevaccineerd is deze mensen gaat verzorgen of behandelen, zou er een gevaar kunnen ontstaan. In zo’n geval heeft u als werkgever de verplichting om een veilige werkomgeving te creëren. Een onderdeel daarvan is dat een werknemer de kwetsbare patiënten of andere collega’s niet in gevaar brengt.

Privacy. Wat in ieder geval niet mag, is dat u vastlegt wie er wel en wie er niet is gevaccineerd. Dat is in strijd met de privacywetgeving.

Wat mag u wel doen?

Voorlichting. U kunt natuurlijk wel aan alle werknemers uitleggen dat het in het belang van iedereen is als zo veel mogelijk mensen zich laten inenten.

Calamiteitenverlof. U kunt werknemers ook toestaan dat zij de coronavaccinatie onder werktijd halen, bijv. door de tijd die dat kost aan te wijzen als calamiteitenverlof, zodat de werknemer gewoon doorbetaald wordt.

Reiskosten vergoeden. Daarnaast kunt u de reiskosten vergoeden die de werknemer moet maken om de prik te halen.

Bonus. Sommige werkgevers willen een bonus betalen aan werknemers die zich laten inenten. Dit is te vergelijken met een bonus die betaald wordt aan werknemers die een bepaalde tijd niet ziek zijn geweest.

Let op dit risico. Het risico van het betalen van een bonus is wel dat u daarmee (impliciet) vastlegt wie er wel en wie er niet zijn ingeënt en dat is in strijd met de privacyregels.

Nettobonus betalen

In de werkkostenregeling. Als u werknemers wilt belonen omdat zij zijn ingeënt, dan kunt u ervoor kiezen om die bonus in de werkkostenregeling onder te brengen. Dit betekent dat u als werkgever de belasting over de bonus betaalt, zodat de werknemer deze netto ontvangt.

In de vrije ruimte. Er geldt onder de werkkostenregeling geen gerichte vrijstelling voor dit soort beloningen. U kunt ervoor kiezen om de vaccinatiebonus ten laste te brengen van de vrije ruimte die u heeft. De vrije ruimte in de werkkostenregeling is ook in 2021 vanwege de coronacrisis verhoogd naar 3% van de eerste € 400.000 aan loonsom en 1,18% van het meerdere. U kunt alleen vergoedingen onder de vrije ruimte brengen als dat gebruikelijk is. Tip.  De Belastingdienst accepteert vergoedingen tot € 2.400 per werknemer per jaar altijd als gebruikelijk.

U mag vrijwel nooit uw werknemers verplichten om zich te laten inenten. Ook mag u niet vastleggen wie er een prik heeft gehaald. U kunt wel uw medewerkers stimuleren dat te doen, eventueel zelfs door hen een bonus te betalen. Deze bonus kan netto uitbetaald worden als u daarvoor de vrije ruimte van de werkkostenregeling benut. bron:indicator

Zelfstandigenaftrek 2020 en 2021 veiliggesteld?

Urencriterium

Als u als ondernemer voor de inkomstenbelasting gebruik wilt maken van de fiscale faciliteiten in de inkomstenbelasting, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de oudedagsreserve en de meewerkaftrek, moet u kunnen aantonen dat u voldoet aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat u per kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan uw eigen onderneming heeft besteed. Daarbij moet u minstens de helft van uw werkzame uren aan uw bedrijf hebben besteed. Dit laatste geldt niet voor starters. Voor zover even een opfrissertje …

Zelfstandigenaftrek. Met name de zelfstandigenaftrek is een fiscale faciliteit die u natuurlijk niet wilt missen. Zo bedraagt de zelfstandigenaftrek in:

  • 2021: € 6.670. Het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek is beperkt. Het maximale tarief voor aftrek is 43%;
  • 2020: € 7.030. Het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek is beperkt. Het maximale tarief voor aftrek bedraagt 46%.

Maximum. De zelfstandigenaftrek kan echter niet meer bedragen dan het bedrag van de winst voor ondernemersaftrek (niet voor de startersaftrek).

Te lage winst om aftrek te nemen?

Is uw winst te laag om de zelfstandigenaftrek helemaal te verrekenen of lijdt u verlies en kunt u de zelfstandigenaftrek helemaal niet verrekenen, dan kunt u het bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verrekenen in de volgende negen jaar. Hierdoor betaalt u in de jaren waarin u de zelfstandigenaftrek verrekent minder belasting. Natuurlijk moet uw winst dan wel hoger zijn dan de zelfstandigenaftrek in die jaren. Tip. De niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt door de Belastingdienst vastgesteld met een beschikking. Het bedrag van de niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek vindt u op uw aanslagbiljet.

Als u niet aan uw uren komt

Door de gevolgen van het coronavirus kan het zijn dat u bijv. door de verplichte sluiting, door het uitblijven van opdrachten, e.d. niet aan het urencriterium kunt voldoen. Wat dan?

Versoepeling 2020. Eerder had het kabinet voor 2020 voor de periode 1 maart 2020 tot 1 oktober 2020 al besloten dat u er voor die periode van uit mocht gaan dat u 24 uur per week aan uw onderneming had besteed. Ook als u die uren vanwege de coronaperikelen niet aan uw onderneming had besteed.

Verlengd in 2021. Door de aanhoudende gevolgen van het coronavirus heeft het kabinet op 21 januari 2021 besloten ook het urencriterium voor 2021 te versoepelen. Tip. Zo mag u voor de periode 1 januari t/m 30 juni 2021 ervan uitgaan dat u 24 uur per week aan uw onderneming besteedt, ook als u door de coronacrisis gedurende deze periode geen of minder uren aan uw onderneming heeft besteed. Tip. Dit geldt voor alle ondernemers (ook zonder coronagevolgen).

Startersaftrek en arbeidsongeschikt? Om voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid in aanmerking te komen, mag u voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 – net als voor de periode 1 maart 2020 t/m 30 september 2020 – ervan uitgaan dat u 16 uur per week aan uw onderneming heeft besteed.

Seizoensgebonden? Seizoensgebonden ondernemers mogen uitgaan van het aantal uren dat ze in de periode 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019 aan hun onderneming hebben besteed. Voor de periode 1 maart 2020 t/m 30 september 2020 was dit 1 maart 2019 t/m 30 september 2019.

Het urencriterium is voor 2021 net zo versoepeld als in 2020. Zo hoeft u geen aftrek te missen. Heeft u te weinig winst, dan schuift de zelfstandigenaftrek op naar de toekomst. De versoepeling geldt voor alle ondernemers. bron:indicator

Pakket coronasteunmaatregelen op 21.01.2021 weer verruimd

Uitbreiding steunpakketten. Op 21 januari 2021 heeft de overheid de uitbreiding van het coronasteun- en herstelpakket bekendgemaakt. Wij lichten er twee voor u uit, de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de NOW.

TVL

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt u bij het betalen van een deel van uw vaste lasten exclusief de loonkosten. Het kabinet heeft de TVL verruimd.

Wat is er verruimd? De vergoedingspercentages van de vaste lasten, TVL Q1 en TVL Q2 worden verhoogd naar 85% voor alle ondernemers die ten minste een omzetverlies lijden van 30%. Het vergoedingspercentage loopt daarmee niet langer op van 50% (bij 30% omzetverlies) naar 70% (bij 100% omzetverlies). Daarbij is voor Q1 en Q2:

  • de regeling ook opengesteld voor bedrijven met meer dan 250 medewerkers;
  • het maximale subsidiebedrag per onderneming verhoogd van € 90.000 naar € 300.000. Voor ondernemingen met meer dan 250 werknemers bedraagt het maximale subsidiebedrag € 400.000;
  • het minimale subsidiebedrag verhoogd van € 750 naar € 1.500.

Subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel. De subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD) is verlengd naar het eerste kwartaal van 2021. De opslag op het vastelastenpercentage is daarbij verhoogd van 5,6% met een maximum van € 20.160 naar 21% met een maximum van € 200.000. De opslag van 21% op het vastenlastenpercentage (detailhandel 15%) is gelijk aan een vergoeding van 17,85% van het omzetverlies.

Niet apart aanvragen. De VGD is onderdeel van de TVL en hoeft u dus niet apart aan te vragen. Indien u hiervoor in aanmerking komt, wordt deze automatisch toegevoegd bij de aanvraag van de TVL. Tip. De VGD kent een eigen maximumvergoeding van € 200.000 en valt dus buiten de verhoogde maximumvergoeding van € 330.000. De TVL ziet er voor Q1 en Q2 als volgt uit:

 

TVL TVL Q1 2021Januari t/m maart 2021 TVL Q2 2021April t/m juni 2021
Minimaal omzetverlies 30% 30%
Doelgroep Alle bedrijven Alle bedrijven
Minimale vaste lasten € 3.0001 € 3.0001
Subsidie % 85% 85%
Maximumbedrag € 330.0002 € 330.0002
Minimumbedrag € 1.500 € 1.500
Subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD) 21% (maximaal) € 200.000 Nee
Aanvragen bij RVO.nl Februari 2021 Nog onbekend

 

1 Op het moment van schrijven onderzoekt het kabinet nog of de drempel van € 3.000 verlaagd kan worden.2 Voor niet-MKB (> 250 medewerkers) bedraagt het maximumbedrag € 400.000.

Voorbeeld.In januari t/m maart 2021 heeft u een omzet van € 5.000. In 2019 had u over het tijdvak januari t/m maart 2019 € 50.000 omzet. Uw omzetverlies is: € 50.000 -/- € 5.000 = € 45.000. Uitgedrukt in een percentage bedraagt het omzetverlies: € 45.000 / €50.000 x 100% = 90%.

CBS-percentage. Voor de berekening van de vaste lasten wordt gerekend met het CBS-percentage vaste lasten dat bij uw SBI-code hoort. Voor de detailhandel is dat 15%.

Berekening vaste lasten. Omzet referentieperiode (2019) x percentage CBS = € 50.000 x 15% = € 7.500 (dit moet dus minimaal € 3.000 bedragen).

Berekening subsidie. De subsidie wordt nu als volgt berekend: normale omzet x omzetverlies in procenten x aandeel vaste lasten in procenten x subsidie in procenten. De subsidie bedraagt: € 50.000 x 90% x 15% x 85% = € 5.738.

Berekening VGD. Daarnaast komt u in aanmerking voor de subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel. De hoogte van de voorraadsubsidie voor de gesloten detailhandel wordt als volgt berekend: normale omzet x omzetverlies in procenten x 21% x 85%. € 50.000 x 90% x 21% x 85% = € 8.033. Dit is gelijk aan 17,85% van het omzetverlies (€45.000) = € 8.033. In totaal ontvangt u een voorschot van 80% van € 13.771 (5.738 + € 8.033) = € 11.017.

Startersregeling en de TVL

Om voor de TVL in aanmerking te komen, geldt onder andere als voorwaarde dat een bedrijf voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven moest zijn in het Handelsregister van de KvK. Hierdoor komen veel starters niet in aanmerking voor de TVL. Tip. Omdat ook starters hard getroffen zijn door de maatregelen van de overheid, komt er voor hen een aparte regeling die gebaseerd is op de TVL.

Voor wie? Deze regeling zal gaan gelden voor starters die gestart zijn tussen 1 januari 2020 en 30 juni 2020. Zo kunnen starters met terugwerkende kracht vanaf het eerste kwartaal van 2021 gebruikmaken van deze regeling. Tip. Deze startersregeling gaat ook gelden voor het tweede kwartaal van 2021. De referentieperiode voor deze bedrijven zal het derde kwartaal van 2020 zijn.

Startersregeling en TVL. Starters die gestart zijn tussen 1 januari 2020 en 15 maart 2020, kunnen naast de startersregeling ook voor de TVL in aanmerking komen. Dit omdat veel van deze starters slechts beperkt of helemaal geen subsidie hebben ontvangen uit de TVL1 en de TVL van het vierde kwartaal van 2020 door de referentiesystematiek.

Wanneer? Naar verwachting zal de startersregeling vanaf april/mei dit jaar opengesteld worden. De precieze parameters van deze regeling worden op dit moment nog uitgewerkt door het kabinet. Wij houden u op de hoogte.

NOW

De overheid heeft op 21 januari 2021 ook bekendgemaakt dat de eerder aangekondigde versoberingen van de NOW van de baan zijn. Zo wordt de maximale tegemoetkoming in de loonkosten ook voor het tijdvak april, mei en juni 2021 verhoogd van 80 naar 85%. Voor wat betreft de NOW 3.2 (vierde aanvraagperiode: januari, februari en maart 2021) was hier al eerder toe besloten.

Ongewijzigd. Daarbij blijft het volgende ongewijzigd ten opzichte van de NOW 3.2 (januari, februari en maart 2021):

  • de loonsomvrijstelling maximaal 10%;
  • het minimale omzetverlies 20%;
  • de maximale vergoeding gebaseerd op tweemaal het dagloon.

 

NOW 3.2Januari t/m maart 2021 NOW 3.3April t/m juni 2021
(Verwacht) omzetverlies Minimaal 20% Minimaal 20%
Vergoedingspercentage Maximaal 85% (bij 100% omzetverlies) Maximaal 85% (bij 100% omzetverlies)
Vrijstellingspercentage voor de loonsom 10% 10%
Maximaal te vergoeden loon per werknemer 2 x dagloon(€ 9.718) per maand 2 x dagloon(€ 9.718) per maand
Forfaitaire toeslag werkgeverslasten 40% 40%
Referentiemaand loonsom Juni 2020 Juni 2020
Aanvragen bij het UWV Vanaf 15 februari t/m 14 maart 2021 Verwacht vanaf 17 mei tot en met 13 juni 2021

 

Omzetbepaling voor de NOW. Voor de berekening van de omzetdaling bij de NOW moet u de coronagerelateerde subsidies die u ontvangt als omzet meerekenen indien deze betrekking hebben op de referentieperiode voor de omzetdaling. Dit betreft de volgende vijf coronagerelateerde subsidies: de TVL, de TOGS, de regeling continuïteitsbijdrage zorg, de beschikbaarheidsvergoeding ov-bedrijven en de regeling tegemoetkoming sierteelt en onderdelen voedingstuinbouw. Let op 1.  Aangezien de subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD) onderdeel is van de TVL, wordt ook deze subsidie meegeteld als omzet voor de NOW. Let op 2. De tegemoetkoming via de NOW telt voor de NOW zelf niet mee voor het bepalen van de omzet. Tip.  De overheid heeft 9 december 2020 een bijlage gepubliceerd waarin het omzetbegrip binnen de NOW wordt verduidelijkt. Deze bijlage vindt u hier: https://bit.ly/3riqnCl

Agendeer voor de TVL en NOW via onze tabellen voor welk kwartaal u wanneer kunt aanvragen. De subsidie Voorraad Gesloten Detailhandel is onderdeel van de TVL en hoeft u niet apart aan te vragen. bron:indicator

Tozo verruimd op 21 januari 2021

Hoe is het tot nu toe? De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 1 en Tozo 2) kon u met terugwerkende kracht voor de volledige looptijd van de regeling aanvragen. Voor de Tozo 3 die loopt van 1 oktober 2020 t/m 31 maart 2021, was de periode waarover u met terugwerkende kracht kon aanvragen beperkt. Zo kunt u sinds 1 december 2020 de Tozo 3 nog alleen met terugwerkende kracht aanvragen vanaf de eerste van de maand waarin u de uitkering voor levensonderhoud aanvraagt.

Voorbeeld.Een Tozo 3-uitkering die u op 6 december 2020 aanvroeg, kon alleen met terugwerkende kracht vanaf 1 december worden aangevraagd.

Vanaf februari 2021. Omdat ondernemers in deze tijd vaak te maken hebben met schommelende inkomsten en daardoor niet op tijd in staat zijn om te beoordelen of ze een Tozo-uitkering nodig hebben in een bepaalde maand, heeft het kabinet op 21 januari 2021 besloten dat de Tozo 3 vanaf februari 2021 kan worden aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf de voorgaande maand. Stel, u vraagt op 1 februari 2021 ingevolge de Tozo 3 een uitkering voor levensonderhoud aan. U kunt deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 januari 2021.

Ook voor de Tozo 4. Deze mogelijkheid om met terugwerkende kracht vanaf de voorgaande maand een Tozo-uitkering aan te vragen, wordt ook opgenomen in de Tozo 4, ten aanzien van Tozo 4-uitkeringen. De Tozo 4 loopt van 1 april t/m 30 juni 2021. Let op. Het is niet mogelijk om vanuit de Tozo 4 nog een aanvraag met terugwerkende kracht vanaf de voorgaande maand te doen voor de Tozo 3.

Vermogenstoets vervalt. Bij de Tozo 4 zou er met ingang van 1 april 2021 een beperkte vermogenstoets op beschikbare geldmiddelen gaan plaatsvinden. Dit zou betekenen dat indien u op de peildatum van de vermogenstoets meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen zou hebben, u niet in aanmerking zou kunnen komen voor de Tozo 4. Tip.  Per 1 april 2021 vervalt de invoering van de beperkte vermogenstoets in de Tozo 4.

De Tozo 3 kan vanaf februari 2021 worden aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf januari. De vermogenstoets in de Tozo 4 vervalt per 1 april 2021. bron:indicator

Nieuwe kostenondersteuning, TONK genoemd

Ook voor zelfstandigen. De TONK is ook bedoeld voor zelfstandigen. Zo kan het zijn dat u nog wel inkomsten heeft, maar een dusdanige terugval heeft in uw inkomsten, waardoor u de noodzakelijke kosten niet meer kunt betalen. Tip.  Komt u niet in aanmerking voor de Tozo vanwege de partnertoets of omdat u niet voldoet aan het urencriterium, dan kunt u wellicht aanspraak maken op de TONK. Deze tijdelijke regeling wordt in samenwerking met de gemeenten nog nader uitgewerkt. De streefdatum is 1 februari 2021. Wij houden dat voor u in de gaten. Tip. Om overzicht te houden, hebben wij een tabel gemaakt met alle regelingen tot nu.

Komt u bijv. niet in aanmerking voor de Tozo door de partnertoets of omdat u niet voldoet aan het urencriterium, dan kunt u wellicht aanspraak maken op de TONK via uw gemeente. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl