“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Vakantiebijslag uitbetalen

Vakantiebijslag? Vakantiebijslag of -toeslag, wat is het verschil? De wettelijke term voor het extra bedrag dat iemand krijgt in verband met vakantie, meestal 8% over het brutoloon, is vakantiebijslag, maar het wordt ook vakantietoeslag genoemd. Ook het begrip vakantiegeld wordt soms gebruikt, maar het recht op loondoorbetaling tijdens de vakantiedagen wordt eveneens vakantiegeld genoemd. In dit artikel kiezen we voor vakantiebijslag om misverstanden te voorkomen.

Hoeveel en wanneer uitbetalen?

Uw werknemer heeft wettelijk gezien recht op een vakantiebijslag van minimaal 8% van het brutojaarsalaris van de afgelopen twaalf maanden tot nu (bijv. van mei tot mei). Maar dit kan ook een hoger percentage zijn of een vast minimumbedrag, indien dit is overeengekomen in een cao. De vakantiebijslag dient u minstens eenmaal per jaar uit te betalen.

Cao. Zo kan er in een cao staan dat er geen recht bestaat op vakantiebijslag. Uw werknemer moet dan wel minstens 108% van het minimumloon ontvangen. Verdient een werknemer het minimumloon, dan heeft hij dus in ieder geval recht op 8% vakantiebijslag over dit loon.

Wanneer vakantiebijslag betalen? Wettelijk is de standaard dat u de vakantiebijslag in juni moet uitbetalen. Afwijking daarvan is mogelijk, maar dat moet dan in een schriftelijke overeenkomst, zoals in de arbeidsovereenkomst of in een publiekrechtelijke regeling (zoals een algemeen verbindende cao) zijn vastgelegd. Behoudens andere afspraken zit u dus aan de maand juni vast om de vakantiebijslag uit te betalen, tenzij dit dus in uw branche anders is geregeld, bijv. in mei van ieder jaar of bij elke salarisbetaling.

Salarissoftware. De meeste salarissoftwarepakketten berekenen de vakantiebijslag automatisch. Zo kunt u met uw salarisadministrateur afspreken dat hij het gereserveerde bedrag aan vakantiebijslag elke keer op de loonstrook laat zien.

Is een werknemer ziek? Dan loopt de opbouw van de vakantiebijslag gewoon door. Daarbij telt de vakantiebijslag voor uw werknemer ook mee voor de berekening van de WIA, WW, pensioen en voor de berekening van het maximale hypotheekbedrag wat uw werknemer kan krijgen.

Waarover vakantiebijslag berekenen?

In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is vastgelegd wat onder loon wordt verstaan voor de berekening van de vakantiebijslag. Zo telt sinds 1 januari 2018 overwerk mee voor de berekening van de vakantiebijslag, tenzij dit anders is bepaald in de cao. De vakantiebijslag wordt berekend over de volle waarde van de overuren (dus ook over de eventuele overwerktoeslag).

Begrip loon uit de cao. U als werkgever dient dus na te gaan wat er onder het begrip loon uit de voor u geldende cao valt.

Uitgesloten van vakantiebijslag. Uitgesloten voor de berekening van vakantiebijslag zijn bijv. incidentele winstuitkeringen, bonussen, eindejaarsuitkeringen, jubileumuitkeringen, onkostenvergoedingen, etc. Andere emolumenten, zoals vaste extra uren, nabetalingen, uitgekeerde bovenwettelijke vakantiedagen en bijv. maandelijks uitbetaalde bonussen, tellen wel mee voor de berekening van de vakantiebijslag.

Maximum aan vakantiebijslag? Indien een medewerker meer dan drie keer het minimumloon verdient, kunt u als werkgever met uw werknemer schriftelijk overeenkomen dat boven dat meerdere geen vakantiebijslag wordt berekend of dat er een lager bedrag aan vakantiebijslag wordt berekend.

Inhouding loonheffing

Op het moment van uitbetaling berekent u hoeveel belastingen en premies er op de vakantiebijslag van uw werknemer verschuldigd zijn. Op de vakantiebijslag worden loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen ingehouden. Hiervoor wordt er gebruikgemaakt van formules of de tabel bijzondere beloningen. Indien u een salarissoftwarepakket gebruikt, zitten de formules in het pakket verwerkt en worden de loonheffingen berekend door het softwarepakket. Gebruikt u geen salarissoftwarepakket, dan wordt er voor de berekening van loonbelasting en premies volksverzekeringen van uw werknemers die bij u in dienst zijn gebruikgemaakt van de witte tabel bijzondere beloningen.

Herleiden. Voor de berekening van de in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen en de af te dragen werknemersverzekeringen en Zvw (indien u uw medewerker het hele voorafgaande kalenderjaar loon heeft betaald) gaat u uit van het loon dat uw medewerker in dat voorafgaande jaar van u heeft ontvangen. Indien hij niet het gehele voorafgaande jaar bij u heeft gewerkt, dient u het ontvangen loon te herleiden naar een jaarloon. Is een medewerker pas in het lopende jaar in dienst gekomen, dan herleidt u een jaarloon op basis van het huidige jaar. Let op 1. Controleer dus altijd of de tabellen juist zijn toegepast. Het onjuist toepassen van percentages kan immers extra heffingen tot gevolg hebben voor u of uw werknemer. Tip.  Verwacht u dat de werknemer aan het eind van het jaar moet gaan bijbetalen, dan kunt u met uw werknemer afspreken dat u meer loonbelasting en premies inhoudt. Let op 2.  Dit mag u alleen maar doen met toestemming van uw werknemer.

Waar moet u verder nog op letten?

Cafetariaregeling en vakantiebijslag. Bij een cafetariaregeling kan de werknemer zelf kiezen uit een aantal beloningsvormen naast zijn salaris. In sommige regelingen kan de werknemer ook een deel van zijn brutosalaris inruilen voor variabele fiscaalvriendelijke beloningsvormen, zoals een studie- of reiskostenvergoeding. Bij een zogenaamd ‘individueel keuzebudget’ (IKB) krijgt de werknemer naast zijn reguliere salaris een vast budget dat vrij besteed kan worden aan (meestal) fiscaalvriendelijke secundaire arbeidsvoorwaarden. Let op. Pas op als u vakantiebijslag gebruikt voor een cafetariaregeling. De vakantiebijslag mag niet beneden de norm van 8% van het loon tot driemaal het wettelijk minimumloon komen. Bij IKB is dit iets anders: als de IKB berust op een cao-afspraak, dan is een lagere vakantiebijslag soms toegestaan. Controleer dit en voorkom het risico dat u dacht iets moois voor uw werknemers te regelen, maar achteraf problemen krijgt door een te laag loon.

Later betalen?

Het is wettelijk vastgelegd dat een werknemer recht heeft op minimaal 8% vakantiebijslag. Dit recht blijft ook bestaan als uw bedrijf tijdelijk in zwaar weer verkeert. U kunt dus niet zomaar zelf besluiten om dit later uit te betalen. Natuurlijk kunt u wel in onderling overleg tot een oplossing komen. U heeft hiervoor de toestemming van uw werknemer nodig. Het is zaak dat dit schriftelijk goed wordt vastgelegd. Zo weet u, maar ook uw werknemer waar hij aan toe is. Let op. Een algemene afspraak in de arbeidsovereenkomst dat u als werkgever de afspraken mag aanpassen (een zogenaamd ‘wijzigingsbeding’), is niet voldoende. Van dit recht mag een werkgever namelijk alleen onder heel bijzondere omstandigheden gebruikmaken. Wij betwijfelen of bijv. financiële moeilijkheden wegens de coronacrisis hier voldoende voor zijn. U doet er dan ook goed aan om een uitdrukkelijke afspraak met uw personeel te maken en dit vast te leggen. Tip. Wilt u een afspraak maken om de vakantiebijslag later uit te betalen, doe dit dan voordat de werknemer recht heeft op de uitbetaling. Zo voorkomt u dat er op het moment dat normaal de vakantiebijslag zou worden uitgekeerd toch alvast loonheffingen verschuldigd zijn.

Houdt u zich niet aan de afspraak? De werknemer kan een loonvorderingsprocedure starten en heeft vanaf vier dagen te late betaling recht op de wettelijke verhoging over de vakantiebijslag. Deze verhoging bedraagt vanaf de vierde tot en met de achtste dag 5% en 1 % op de daaropvolgende dagen. De wettelijke verhoging kan maximaal 50% van de vakantiebijslag bedragen. Daarnaast kan de werknemer wettelijke rente vorderen (over de vakantiebijslag inclusief verhoging).

Helemaal niet betalen? Het helemaal niet betalen van de vakantiebijslag is niet toegestaan! Afwijkende afspraken zijn dan ook niet geldig.

Het is wettelijk vastgelegd dat een werknemer recht heeft op minimaal 8% vakantiebijslag, ook als uw bedrijf tijdelijk in zwaar weer verkeert. U kunt dus niet zomaar zelf besluiten om dit later uit te betalen. Natuurlijk kunt u wel in onderling overleg tot een oplossing komen. U heeft hiervoor wel de toestemming van uw werknemer nodig. bron:indicator

Nu starten met bedrijfsoverdracht?

Gunstige regeling. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een fiscaal aantrekkelijke regeling. Bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen maakt deze faciliteit het mogelijk om een groot deel van het vermogen buiten de heffing van schenk- of erfbelasting te houden. Concreet geldt voor 2021 dat een verkrijging tot € 1.119.845 volledig is vrijgesteld. Daarboven geldt een vrijstelling van 83%. Veel ondernemers hebben door toepassing van deze regeling op fiscaal gunstige wijze hun onderneming kunnen overdragen aan de volgende generatie.

Groot effect. Doel van de BOR is dan ook om te voorkomen dat de continuïteit van een onderneming in gevaar komt vanwege de fiscale gevolgen van een bedrijfsoverdracht. Uit onderzoek komt naar voren dat kinderen op dit moment gemiddeld 3,4% belasting betalen als zij de onderneming van hun ouders erven of geschonken krijgen. Zonder de BOR zou dit percentage oplopen naar 41,5%. Reden genoeg dus zou men denken om deze regeling te handhaven.

Regelingen onder vuur. Deze regeling staat echter al enkele jaren onder druk, omdat deze (te) veel voordeel oplevert. Ook in de verkiezingsprogramma’s van dit jaar kwam bij tal van partijen een versobering of afschaffing van de BOR voor. Ook de hiermee verband houdende doorschuifregeling in de inkomstenbelasting ligt onder vuur. Voldoende aanleiding dus om de planning van uw bedrijfsoverdracht eens tegen het licht te houden. Tip. Om gebruik te kunnen maken van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting, is het zaak om uw kind(eren) tijdig mede-ondernemer te maken of op de loonlijst te zetten.

Lagere waardering vanwege coronacrisis? De waardering van een onderneming vindt tegenwoordig plaats aan de hand van de zogenaamde ‘discounted cashflow (DCF)-methode’. Daarbij wordt er gekeken naar de toekomstige kasstromen die de onderneming zal voortbrengen. De economische onzekerheid vanwege de coronacrisis kan ervoor zorgen dat de huidige waarde op basis van de DCF-methode van uw onderneming wellicht lager is dan gedacht. Tip. Dat biedt de mogelijkheid om uw onderneming tegen een relatief laag bedrag over te dragen aan de volgende generatie.

Als u in de komende jaren van plan bent uw onderneming over te dragen aan uw kinderen, dan lijkt het verstandig hiermee nu reeds aan de slag te gaan. bron:indicator

Belastingaangifte 2020, wat is er voor u van belang?

Aangifte 2020

Vanaf 1 maart 2021 kon u de aangifte inkomstenbelasting 2020 doen. Indien u een uitnodiging heeft gehad van de Belastingdienst voor het doen van aangifte, moet deze voor 1 mei 2021 ingediend zijn, tenzij u of uw boekhouder uitstel aanvraagt. Wat moet u weten?

Uitstel aanvragen. Indien u zelf (individueel) uitstel wilt aanvragen, moet u dit voor 1 mei 2021 doen. Dit kan zonder opgaaf van redenen. U krijgt dan uitstel tot 1 september 2021. Let op.  De Belastingdienst kan het uitstel weigeren als u de afgelopen drie jaar tweemaal te laat uw aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend. Heeft u echter de laatste aangifte wel op tijd ingediend, dan zal de Belastingdienst alsnog uitstel verlenen.

Hoe zelf aanvragen? U kunt op de hiernavolgende manieren het uitstel aanvragen.

  • Via MijnBelastingdienst.  Hier kunt u inloggen met uw DigiD. Direct na de aanvraag krijgt u een bevestiging van de aanvraag die u kunt opslaan of printen voor uw eigen administratie.
  • Telefonisch. U kunt telefonisch uitstel aanvragen via telnr. 0800-0543. Hiervoor heeft u uw BSN nodig. Nadeel hiervan is dat u de bevestiging van uw aanvraag pas na drie weken ontvangt en dan pas weet of uw aanvraag (correct) is verwerkt.
  • Via het uitstelformulier. Dit uitstelformulier kunt u invullen en per post versturen naar het adres dat op het formulier staat. Indien u langer uitstel nodig heeft dan 1 september, omdat u bijv. nog niet over al uw fiscale gegevens beschikt, kunt u dit in het formulier aangeven. U dient in dit formulier wel aan te geven wanneer u de aangifte wel kunt indienen.

Via uw adviseur. Wilt u zelf geen uitstel aanvragen, dan kunt u dit uw adviseur laten doen.

  • Uitstelregeling belastingconsulenten. Als uw adviseur gebruikmaakt van de Uitstelregeling belastingconsulenten, dan krijgt hij langer de tijd om aangifte te doen. Zo kan hij de aangifte van zijn cliënten over 2020 doen tot 1 mei 2022. Uw adviseur dient daarbij wel rekening te houden met de inleververplichting conform het inleverschema. In dit schema staat het percentage aan aangiften dat hij voor het einde van iedere inleverperiode minimaal moet indienen. Let op.  Het is dus niet vanzelfsprekend dat u tot 1 mei 2022 uitstel heeft. Bespreek dit dus met uw adviseur.
  • Machtigen. Maakt uw adviseur geen gebruik van de Uitstelregeling belastingconsulenten, dan kan hij individueel uitstel aanvragen. Door hem te machtigen met een DigiD-machtiging kan hij voor u aangifte doen met het aangifteprogramma van de Belastingdienst.

Voordelen uitstel?

Wat vaak als grootste voordeel wordt gezien van uitstel aanvragen, is dat u de aanslag later ontvangt. Hierdoor wordt de betalingstermijn van de aanslag naar een later tijdstip geschoven. Dit kan handig zijn als u een beetje krap bij kas zit. Daarbij telt de uitsteltermijn die u heeft gekregen ook mee voor de uiterste termijn waarop u toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget) kunt aanvragen.

Heeft u in 2020 een verlies? Bij een verlies over 2020 wordt dit door de Belastingdienst in eerste instantie automatisch verrekend met het positieve inkomen uit werk en woning (box 1) van de drie voorgaande jaren, waardoor u dus belastinggeld kunt terugkrijgen Tip.  Bij een verlies kan het dus interessant zijn om tijdig aangifte te doen en geen uitstel aan te vragen Des te eerder heeft u uw geld. Let op.  Kan het verlies niet (geheel) verrekend worden met de positieve inkomsten uit werk en woning van de drie voorgaande jaren, dan wordt het verlies verrekend met positieve inkomsten uit werk en woning uit de negen volgende jaren.

Nadelen zijn er ook

Belastingrente. Doet u na 1 mei 2021 aangifte, dan bent u vanaf 1 juli na het aangiftejaar een belastingrente van 4% over het bedrag dat u aan belasting moet betalen, verschuldigd. Neemt de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte over, dan wordt er rente berekend over de periode van 1 juli tot zes weken na de datum op de aanslag. Doet de Belastingdienst er langer over dan drie maanden om u een aanslag op te leggen, dan wordt de periode waarover rente wordt berekend, beperkt tot 19 weken na ontvangst van uw aangifte. Tip.  Doet u voor 1 mei 2021 aangifte en neemt de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte over, dan bent u geen belastingrente verschuldigd.

Navorderingstermijn. De Belastingdienst kan binnen vijf jaar na het einde van het belastingtijdvak waarin uw belastingschuld is ontstaan, alsnog een reguliere navorderingsaanslag opleggen. Voor inkomsten en vermogen uit het buitenland bedraagt deze termijn twaalf jaar. De navorderingstermijn wordt verlengd met de tijd waarvoor uitstel is verkregen.

Waar moet u op letten?

Vooraf ingevulde aangifte. Het is zaak dat u de vooraf ingevulde gegevens in uw aangifte goed controleert. Door de coronacrisis kan er voor u in 2020 namelijk nogal wat veranderd zijn.

Coronasteunmaatregelen. In 2020 is er een aantal coronasteunmaatregelen in het leven geroepen, waar ondernemers, maar ook particulieren, gebruik van hebben kunnen maken. Bij de aangifte moet u daarom even goed opletten.

Hypotheekrente. Heeft u in 2020 gebruikgemaakt van de betaalpauze voor uw hypotheek, dan mag u de niet-betaalde hypotheekrente over 2020 in de meeste gevallen niet aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting 2020. Deze rente mag u pas aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin u deze rente betaalt. Tip.  Vraag aan uw hypotheekverstrekker of u de niet-betaalde hypotheekrente over 2020 wel of niet mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2020.

Urencriterium. Om voor bepaalde ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek (2020: € 7.030), in aanmerking te kunnen komen, moet u voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur in het desbetreffende kalenderjaar. Door de coronacrisis kan het echter zijn dat u deze 1.225 uur niet haalt. Daarom mag u er in 2020 voor de periode van 1 maart t/m 30 september 2020 van uitgaan dat u wekelijks 24 uur heeft besteed aan uw onderneming. Ook als u dit niet heeft gedaan.

Ook zonder coronagevolgen.  Dit geldt voor alle ondernemers (ook zonder coronagevolgen). Let op.  In 2020 is het belastingvoordeel van de ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigenaftrek, beperkt. Het maximale tarief voor aftrek is 46%.

Tozo. Heeft u in 2020 een Tozo-uitkering ontvangen, dan geldt dit als inkomen. In de meeste gevallen staat dit vooraf ingevuld in de aangifte. Is dit niet het geval, dan geeft u dit aan bij Pensioen en andere uitkeringen. Vervolgens klikt u op Bijstandsuitkering (Participatiewet). Daarna kunt u de hoogte en de ingehouden loonheffing, zoals vermeld op de jaaropgave, invoeren. Bent u gehuwd of woont u samen, dan heeft u deze uitkering samen ontvangen. U heeft dan ook beiden een jaaropgave over een deel van de Tozo-uitkering ontvangen.

TOGS en TVL. De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) die u in 2020 heeft ontvangen, zijn onbelast. Deze tegemoetkomingen neemt u in de aangifte inkomstenbelasting op in de rubriek Overige buitengewone baten. Op deze manier wordt er geen inkomstenbelasting (box 1) geheven over de tegemoetkomingen.

NOW. De NOW (tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) daarentegen is een subsidie die u voor de loonkosten van uw personeel heeft ontvangen en telt dus wel mee als bedrijfsinkomsten. De NOW is immers een vermindering van de personeelskosten.

Kijk samen met uw adviseur of het in uw geval zinvol is om te kiezen voor uitstel van belastingaangifte. Het is daarbij zaak dat u de gevolgen van de coronasteunmaatregelen meeweegt bij uw beslissing. Bij een verlies over 2020 verrekent de fiscus dat met de drie voorgaande jaren. In dat geval is uitstel van aangifte niet handig. bron indicator

Wat als een vennoot van de Vof het niet meer ziet zitten?

Vof-contract uit de kast halen

Het eerste wat u moet doen in een situatie als een vennoot ermee wil stoppen, is uw Vof-contract uit de kast halen. Als het goed is, staat hierin beschreven onder welke voorwaarden een van u kan stoppen met de samenwerking. Allereerst moet er aandacht worden besteed aan de opzegging.

Ook daarom een Vof-contract. Dit is een van de redenen waarom het opstellen van een goed Vof-contract aan te raden is. Wat is de opzegtermijn voor uw compagnon? Aan welke formele eisen moet er worden voldaan?

Voortzetting. Daarnaast dient goed gekeken te worden naar de gevolgen. Veelal staat in een Vof-contract een voortzettingsbepaling die u het recht geeft de onderneming voort te zetten. U bent dan wel verplicht de vermogensbestanddelen van de onderneming over te nemen. Meestal staat in het contract ook vermeld binnen welke termijn, bijv. twaalf maandelijkse termijnen, u hiervoor dient te betalen.

Fiscale gevolgen

Het einde van jullie samenwerking heeft natuurlijk ook fiscale gevolgen. Zo wordt de Vof een eenmanszaak wanneer u de onderneming alleen voortzet. Dit betekent dat uw compagnon zijn onderneming staakt. De fiscus wil in dat geval wel belasting heffen over meerwaarden, zoals goodwill en stille reserves.

Gevolgen uittreder. Dit kan voor uw compagnon een behoorlijke belastingaanslag betekenen. Let op.  Overdracht kan voor uw compagnon bovendien gevolgen hebben voor de eerder geclaimde Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Daar is een faciliteit voor. Deze heffing kan grotendeels worden voorkomen door de onderneming geruisloos over te dragen.

Overdragen zonder af te rekenen. De fiscale wetgeving kent de mogelijkheid om tussen vennoten (of firmanten) zonder belastingheffing de onderneming over te dragen. Uw compagnon hoeft dan niet af te rekenen met de fiscus en u onderneemt verder met de huidige boekwaarden.

Financiering. U neemt zodoende de fiscale claim van uw compagnon over. Dit verlaagt de koopsom en maakt de overdracht eenvoudiger te financieren. Tip.  Wellicht dat uw compagnon, nu hij niet met de fiscus hoeft af te rekenen, u van dienst wil zijn met een soepele betalingsregeling. Externe financiering is in deze tijd moeilijk te krijgen.

Als u later zelf stopt. Dit betekent dus ook dat wanneer u later zelf stopt, u moet afrekenen over de gehele goodwill en stille reserves, tenzij ook u de onderneming weer geruisloos doorschuift. Bovendien zou uw afschrijvingspotentieel groter zijn wanneer er niet gekozen wordt voor een geruisloos doorschuiven. Immers, u zou dan mogen uitgaan van hogere boekwaarden.

Voorwaarden geruisloos doorschuiven

Om gebruik te kunnen maken van deze faciliteit, moet er wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moeten de activiteiten voor u beiden een onderneming vormen (en dus niet als bijverdienste). Bovendien moet u minimaal 36 maanden hebben samengewerkt. Tip.  Wanneer u of uw compagnon eerst als werknemer aan de onderneming was verbonden, mag die periode ook hiervoor worden meegeteld. De faciliteit geldt namelijk ook voor werknemers.

Overweeg gebruik te maken van de mogelijkheid tot geruisloos doorschuiven. Dit vergroot uw mogelijkheden om de onderneming tegen beperkte kosten over te nemen. Voor uw compagnon leidt dit tot een belastingvoordeel. Wellicht dat hij daardoor genegen is soepeler met de betalingsregeling om te gaan. bron indicator

Hoelang is een factuur geldig?

Welnu, dat hangt ervan af of de klant een zakelijke of een particuliere klant is. Deze termijnen verschillen namelijk. Voor consumenten gelden er aparte verjaringstermijnen voor producten en diensten. Voor producten is deze slechts twee jaar en voor diensten is deze vijf jaar. Doet u zaken met een bedrijf, dan verjaart de factuur vijf jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden. Een factuur wordt opeisbaar nadat de betalingstermijn (meestal 14 of 30 dagen) verstreken is.

Zo lang toch niet wachten? Wordt een factuur niet tijdig of onvolledig betaald, start dan meteen uw incassoprocedure. Deze begint vaak met een telefoontje en een schriftelijke herinnering. Een aanmaning en de vordering uitbesteden aan een incassobureau, kunnen dan volgen. Tip 1.  Een uitstaande betaling kan lang blijven sluimeren, vaak door financiële problemen of door onenigheid. Stel dan ook tijdig uw rechten zeker. Tip 2.  Stuit de verjaring dan met een brief aan uw klant. De verjaringstermijn loopt dan opnieuw, zowel bij zakelijke als bij particuliere klanten.

De verjaringstermijn voor consumentenaankopen is twee jaar bij producten en vijf jaar bij diensten. Voor zakelijke aankopen is dit vijf jaar nadat een factuur opeisbaar is geworden. bron indicator

NOW 1.0 en 2.0 gehad in 2020, voorkom 100% terugbetaling

NOW 1.0 en 2.0 aangevraagd?

Heeft u gebruikgemaakt van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 1.0 en NOW 2.0), dan moet u een definitieve berekening aanvragen. Lees verder …

NOW 1.0 (maart, april en mei 2020) gehad?  Dan kunt u nog tot en met 31 oktober 2021 een definitieve berekening aanvragen. Het voorschot dat u ontvangen heeft, is namelijk gebaseerd op het door u geschatte omzetverlies in de periode maart, april en mei 2020. Omdat het werkelijke percentage van het omzetverlies bekend is, kan de definitieve tegemoetkoming berekend worden.

Vraag definitieve berekening aan! Vraag altijd een definitieve berekening aan. Doet u dit niet, dan gaat het UWV ervan uit dat u geen recht heeft op een tegemoetkoming. Het door u ontvangen voorschot moet u dan terugbetalen. Let op.  De aanvraagtermijn tot en met oktober 2021 geldt ook als u een accountantsverklaring of een derdenverklaring moet meesturen. Tip.  Het formulier aanvraag definitieve berekening NOW 1.0 vindt u op https://bit.ly/3d91mUy

NOW 2.0 (juni t/m september 2020)?  Heeft u NOW 2.0 ontvangen (juni, juli, augustus en september 2020), dan kunt u tot en met 5 januari 2022 de definitieve berekening aanvragen. Let op.  Ook hier geldt dat u altijd een definitieve berekening moet aanvragen, omdat u anders het gehele voorschot moet terugbetalen. Tip.  Het formulier aanvraag definitieve berekening NOW 2.0 vindt u op https://bit.ly/3syhXrm

Na uw aanvraag

Zodra het UWV uw aanvraag heeft ontvangen, wordt de definitieve tegemoetkoming berekend. In de regel ontvangt u binnen twaalf weken uitsluitsel hierover. In bepaalde gevallen is er echter extra onderzoek nodig, waardoor het langer kan duren voordat u uitsluitsel krijgt (maar uiterlijk 52 weken na uw aanvraag).

Beslissing per post. In de brief staat welk bedrag u moet terugbetalen of welk bedrag u nog krijgt.

Betalingsregeling

Als uit de definitieve berekening blijkt dat u te veel voorschot heeft ontvangen, dan moet u het te veel ontvangen bedrag terugbetalen. Tip 1.  U kunt hiervoor met het UWV een betalingsregeling treffen. Deze betalingsregeling kunt u digitaal aanvragen op de website van het UWV. U kunt hier kiezen uit verschillende betaaltermijnen met een maximum van 36 maandelijkse termijnen. Tip 2.  Het formulier voor de betalingsregeling eerste aanvraagperiode vindt u op https://bit.ly/3syib1GTip 3.  Het formulier voor de betalingsregeling van de tweede aanvraagperiode vindt u op https://bit.ly/39bZMQK

Lukt het niet in 36 maandtermijnen?

Regeling op maat. Lukt het u niet om het te veel ontvangen voorschot in 36 maandelijkse termijnen te voldoen of wilt u de betalingsregeling op een later tijdstip in laten gaan, dan kunt u dit in het formulier aangeven. Het UWV zal dan met u contact opnemen om een regeling op maat met u af te spreken.

Vraag altijd om een definitieve berekening! Doe dit voor de NOW 1.0 uiterlijk 31 oktober 2021 en voor de NOW 2.0 uiterlijk 5 januari 2022. Doet u dit niet, dan gaat het UWV ervan uit dat u geen recht heeft op een tegemoetkoming en moet u alle eerder ontvangen voorschotten terugbetalen. bron indicator

Hoe kredietwaardig is uw klant?

Corona heeft veel impact op ondernemers. Sommige bedrijven blijven alleen overeind doordat de overheid ze tegemoetkomt met allerhande steunmaatregelen van NOW en Tozo tot aan uitstel van belastingbetaling. Andere bedrijven doen het beter dan ooit. Maar als het straks beter gaat met de economie, wilt u als ondernemer natuurlijk wel weten of uw klant uiteindelijk de nota gaat betalen of niet. In normale situaties zou een snelle check van de gedeponeerde jaarrekening bij de KvK een eerste indicatie geven van de kredietwaardigheid. Maar door corona is deze indicatie niet meer altijd actueel.

Informatie KvK biedt even geen helder zicht. Maar de situatie is nu anders. Denk alleen al aan de omstandigheid dat ongeveer 250.000 ondernemingen uitstel van belastingbetaling hebben gekregen, bedrijven die uitstel van rente- en aflossingsverplichtingen hebben gekregen of ondernemingen die meer dan een jaar achterlopen met huurpenningen. Maar het afgelopen jaar zijn er zijn ook veel onderhandse leningen met familie en vrienden tot stand gekomen. Dat houdt in dat er op dit moment geen goed zicht is op de werkelijke stand van schulden en dat maakt het snel checken van de kredietwaardigheid lastig. Daar komt bij dat met de komst van de Wet homologatie onderhand akkoord (WHOA) veel ondernemers zullen proberen hun schulden te gaan saneren.

Betaalde kredietchecks. Organisaties als Creditsafe, Graydon, Company.info of Dun & Bradstreet bieden als ‘lokkertje’ een aantal gratis kredietchecks aan, maar daarna zult u toch moeten betalen. Voordeel: de kwaliteit van de informatie is beter dan een eigen KvK-check.

Gratis? Gratis checks zijn gevaarlijk en bestaan eigenlijk niet. In veel gevallen zult u het gelag betalen met het prijsgeven van uw privacy.

Factoring. Maar misschien is factoring in deze onzekere periode nog wel een betere oplossing, want in dat geval legt u het risico van niet-betalen bij de factormaatschappij neer. Tevens bieden de meeste factormaatschappijen u ook nog eens een dashboard aan waarmee u zelf kredietwaardigheidschecks kunt doen. Tip.  Bedenk daarbij dat factoring betaalbaar is en al kan bij facturen met een waarde van € 100.

Doe bij grote belangen desnoods een betaalde kredietwaardigheidscheck. Kies als goed alternatief voor factoring. Zo verbetert u ook uw eigen kredietwaardigheid. bron indicator

Is uw bedrijfspand ook uw pensioenkapitaal?

Op tijd voorsorteren. Een abonnee legde ons de vraag voor of het, voordat hij stopt met ondernemen, handig is om (nu al) zijn eenmanszaak om te zetten in een BV. Hij wil daarna het bedrijfspand vanuit deze BV verhuren aan zijn opvolger en vraagt zich af hoe dit fiscaal gezien uitpakt.

Ruim voor de beoogde pensioendatum.  Het is voor iedere ondernemer verstandig om ruim voor de beoogde pensioendatum na te denken over de situatie na de overdracht of de beëindiging van zijn bedrijf.

Bedrijfspand op de balans

Verplicht. Indien u als ondernemer een pand bezit dat u gebruikt voor uw bedrijf, bent u verplicht dit bedrijfspand op de balans te zetten.

Afrekenen bij overdracht pand. Bij overdracht van het bedrijf moet u met de Belastingdienst afrekenen over de stille reserves. Stel dat er een stille reserve van € 100.000 op het bedrijfspand rust. Over deze stille reserve (het verschil tussen de opbrengst van het pand en de boekwaarde) moet u dan direct belasting betalen. U heeft daarna een (hopelijk goedgevulde) spaarpot die hoort tot het vermogen in box 3.

Pand naar privé. Een andere mogelijkheid is dat u uw bedrijf verkoopt, maar het bedrijfspand niet bij de overdracht betrekt. In dat geval moet het bedrijfspand worden overgebracht naar uw privévermogen. U moet dan met de Belastingdienst afrekenen over het verschil tussen de werkelijke waarde (taxatiewaarde) en de boekwaarde van het bedrijfspand.

Verhuur in box 3. In dit geval heeft u een (iets minder goedgevulde) spaarpot en een bedrijfspand, die beide horen tot het vermogen in box 3. De huuropbrengsten worden niet belast. Ook de eventuele winst die u bij verkoop van het pand behaalt, is niet belast.

BV oprichten?

Eenmanszaak inbrengen in een BV. Als ondernemer met een eenmanszaak kunt u er op een zeker moment voor kiezen om uw onderneming om te zetten in een BV. Omzetting van een eenmanszaak in een BV is in feite een verkoop van dit bedrijf aan een nieuw opgerichte BV.

Geruisloze overdracht. In principe moet u ook in dit geval afrekenen met de Belastingdienst, maar het is ook mogelijk om te kiezen voor geruisloze overdracht. U hoeft dan niet direct belasting te betalen over de stille reserves. Bij een geruisloze overdracht blijft de boekwaarde van het pand namelijk gelijk aan de boekwaarde in de eenmanszaak. Bij een latere verkoop van het pand (door de BV) moet de BV alsnog afrekenen over de stille reserve in het pand. Let op.  Bij geruisloze overdracht moet de BV de onderneming nog een tijdlang (denk aan enkele jaren) voortzetten.

Verhuur bedrijfspand door BV. Als de BV (na de beëindiging of de verkoop van het bedrijf) alleen nog het pand verhuurt, betaalt de BV hierover vennootschapsbelasting. Als de BV winst uitkeert, wordt dit belast in box 2. Ook de winst die wordt gemaakt bij een eventuele verkoop van de aandelen in de BV, is belast in box 2.

Op tijd nadenken over stoppen

Het is voor iedere ondernemer goed om op tijd na te denken over overdracht of beëindiging van zijn bedrijf. Als er handelingen nodig zijn, zoals het oprichten van een BV, is hier dan nog ruim de tijd voor. Het gaat om complexe materie. Schakel daarom tijdig een deskundige in.

Een BV oprichten, kan zorgen voor uitstel van belastingheffing, maar uiteindelijk moet er toch met de Belastingdienst worden afgerekend. Wel heeft u met een BV meer grip op het moment van afrekenen. Schakel tijdig een deskundige in. bron indicator

Btw en overdrachtsbelasting bij de levering van vastgoed

Complex. Door veel verschillende rechtspraak en regelingen met betrekking tot de btw en vastgoed ziet u mogelijk door de bomen het bos niet meer. In dit artikel zetten we de btw-regelingen voor u op een rij en schetsen we kort wat de nieuwe tarieven en regels zijn omtrent de overdrachtsbelasting.

Levering belast met btw?

Hoofdregel: vrijgesteld. De hoofdregel is dat de levering van een onroerende zaak is vrijgesteld van btw. Er bestaat dan geen recht op aftrek van btw. Er zijn echter drie belangrijke uitzonderingen op deze hoofdregel.

Nieuw gebouw. De levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorende terrein die plaatsvindt voor, op of uiterlijk twee jaar na het tijdstip van eerste ingebruikneming van dat goed, is belast met btw.

Bouwterrein. De levering van een bouwterrein is belast met btw. Een bouwterrein is “onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meerdere gebouwen”. Er is sprake van een bouwterrein als op basis van alle omstandigheden die aan de orde zijn op de datum van levering vaststaat dat op die datum het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd was om te worden bebouwd. Tip. Aan de hand van ons stroomschema kunt u bepalen of de levering van een bouwterrein belast is met btw.

Optieverzoek. Partijen kunnen opteren voor een btw-belaste levering van een onroerende zaak. Dit kan alleen als de koper voor ten minste 90% btw-belaste prestaties verricht. In sommige branches is dit 70%. Tip.  Opteren voor een btw-belaste levering kan interessant zijn als de afnemer de btw nagenoeg geheel in aftrek kan brengen.

Samenloop btw en overdrachtsbelasting

Samenloopvrijstelling. Als een onroerende zaak wordt geleverd, doet zich, indien de levering met btw belast is, een samenloop van btw en overdrachtsbelasting voor. Hierop kan de samenloopvrijstelling van toepassing zijn. Deze vrijstelling houdt in dat een verkrijger van een onroerende zaak geen overdrachtsbelasting betaalt over deze levering, indien de onroerende zaak wordt geleverd binnen twee jaren na de eerste ingebruikneming. Let op. Deze samenloopvrijstelling is niet van toepassing als de afnemer de onroerende zaak als bedrijfsmiddel gebruikt en hij de btw (gedeeltelijk) kan aftrekken.

Nieuwe tarieven overdrachtsbelasting

Tarief van 2%. Vanaf 1 januari 2021 is er 2% overdrachtsbelasting verschuldigd over woningen waarin de koper zelf gedurende langere tijd gaat wonen (anders dan tijdelijk als hoofdverblijf).

Tarief van 8%. Daarnaast moet er 8% overdrachtsbelasting worden afgedragen over de verkrijging van onroerende zaken die anders dan als hoofdverblijf worden aangewend en over de verkrijging van een woning door een rechtspersoon.

Startersvrijstelling. Ten slotte geldt er onder voorwaarden een vrijstelling bij de verkrijging van een woning die anders dan tijdelijk als hoofdverblijf wordt aangewend door een natuurlijk persoon tussen de 18 en 35 jaar oud. Een persoon mag slechts één keer gebruikmaken van de startersvrijstelling.

De vraag of de levering van een onroerende zaak al dan niet is belast met btw, is een erg technische aangelegenheid. Schakel bij twijfel een specialist in. Sinds 1 januari 2021 zijn er nieuwe tarieven voor de overdrachtsbelasting. Deze bieden belemmeringen voor vastgoedhandelaren, maar tevens kansen voor starters op de huizenmarkt. bron indicator

Waar moet u op letten bij een thuiswerkvergoeding?

Reiskostenvergoedingen

Bestaande vergoedingen. Voordat we aandacht besteden aan de fiscale mogelijkheden van een thuiswerkvergoeding, is het goed om stil te staan bij de gevolgen van het gewijzigde reispatroon van uw thuiswerkende werknemers. Minder reiskosten zal invloed hebben op de hoogte van de reiskostenvergoeding die u onbelast mag verstrekken.

Verlengd tot 1 juli 2021. De coronamaatregel voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding is in januari 2021 verlengd tot 1 april 2021. Het kabinet verlengt deze maatregel nu tot 1 juli 2021. Dit houdt in dat u als werkgever tot 1 juli 2021 de bestaande vaste reiskostenvergoedingen onbelast kunt blijven vergoeden, ook al worden deze reiskosten door uw werknemers als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Let op.  Daarbij geldt wel als voorwaarde dat het vaste reiskostenvergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 waren toegekend.

Vanaf 1 juli 2021. Zoals de zaken er nu voorstaan, geldt dus vanaf 1 juli 2021 dat u niet langer mag uitgaan van het reispatroon dat gold voor aanvang van de coronacrisis De daadwerkelijke reiskilometers worden weer van belang.

Vast reispatroon. Op voorwaarde dat uw werknemer minimaal 128 dagen of 36 hele weken naar het werk reist, mag u dit reispatroon doortrekken naar het hele jaar (214 dagen). Is dit niet het geval, dan mogen de reiskosten alleen fiscaal onbelast tegen € 0,19 per kilometer worden vergoed op declaratiebasis of nacalculatie.

Vaste kostenvergoedingen

Wijzigingen kostenpatroon. Maar u moet ook aandacht besteden aan een eventuele algemene vaste kostenvergoeding. Een dergelijke vergoeding bestaat uit verschillende kostenposten. Deze zijn waarschijnlijk vanwege de coronacrisis ingrijpend gewijzigd. Denk bijv. aan kosten voor consumpties onderweg, parkeerkosten auto van de zaak en representatiekosten.

Kostenonderzoek. Tot 1 januari 2021 mocht u nog uitgaan van het kostenpatroon van voor de coronacrisis, maar dat geldt nu niet meer. U moet kritisch kijken of al deze kosten nog wel worden gemaakt. Een nieuw kostenonderzoek is hiervoor noodzakelijk. Voert u dit niet uit, dan moet de vaste kostenvergoeding als belast worden beschouwd. Wilt u hetzelfde bedrag netto blijven vergoeden, dan moet u de vergoeding (deels) bruteren of toewijzen aan de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Thuiswerkvergoeding

Extra kosten thuiswerken. Diverse belangenorganisaties van werknemers hebben al in kaart gebracht wat de extra kosten zijn van het thuiswerken. Denk aan koffie/thee, verwarming, elektra en zelfs extra wc-papier. Het Nibud berekent deze kosten op € 2 per persoon per dag.

Geen specifieke vrijstelling beschikbaar. Nu kunt u denken, dan ruilen we die reiskostenvergoeding gewoon om in een thuiswerkvergoeding van € 2 per dag en klaar is Kees! Helaas gaat deze vlieger fiscaal niet op. In tegenstelling tot de reiskostenvergoeding geldt er voor een thuiswerkvergoeding geen specifieke vrijstelling binnen de werkkostenregeling (WKR). Dit betekent dat een dergelijke vergoeding oftewel bij uw werknemer belast moet worden met loonbelasting, dan wel bij u met eindheffing. Tip.  Deze laatste heffing is nog te voorkomen als u over voldoende vrije ruimte binnen de WKR beschikt.

Gerichte vrijstellingen

Inrichting werkplek thuis. Laten we er nu van uitgaan dat u de thuiswerkvergoeding onbelast wilt verstrekken, maar dat u niet over voldoende vrije ruimte beschikt. Wat dan te doen? Voor de werkplek geldt voor de volgende vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen binnen de werkkostenregeling een gerichte vrijstelling:

  • arbovoorzieningen;
  • gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, en dergelijke apparatuur, mits deze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.

Arbovoorzieningen

Gezonde en veilige werkplek. Op grond van de Arbowet bent u verplicht een gezonde en veilige werkplek te creëren voor uw werknemers. Dit geldt ook bij thuiswerken, al zijn de regels daarvoor minder streng. Concreet betekent dit dat u erop moet toezien dat de thuiswerkplek ergonomisch is ingericht. Als dit niet het geval is, dan moet u zorgen voor de juiste voorzieningen, zoals een ergonomische stoel of bureau. Dergelijke voorzieningen kunt u belastingvrij verstrekken.

Geen eigen bijdrage. Voor arbovoorzieningen mag u geen eigen bijdrage vragen van uw werknemers. Let op.  Er is volgens de Belastingdienst ook sprake van een eigen bijdrage als u slechts een gedeeltelijke vergoeding geeft, bijv. omdat uw werknemer de voorkeur geeft aan een duurdere bureaustoel. Dit zou betekenen dat uw volledige vergoeding belast is.

Lumpsumvergoeding. Het geven van een bedrag ineens van bijv. € 500, waarmee uw werknemer naar keuze diverse arbovoorzieningen kan aanschaffen, is niet verstandig. Dit is een te vrijblijvende invulling van uw arboverplichtingen. Hetzelfde geldt als uw werknemers geen facturen hoeven in te leveren voor het onderbouwen van hun vergoeding. Ook in dat geval kunt u niet controleren of het geld is besteed aan arbovoorzieningen en geldt de gerichte vrijstelling niet.

Communicatiemiddelen

Noodzakelijkheidscriterium. Bij thuiswerken zijn goede communicatiemiddelen van groot belang. In veel gevallen is het noodzakelijk dat uw werknemers beschikken over een computer, een snelle internetverbinding en een moderne mobiele telefoon. U kunt deze voorzieningen belastingvrij vergoeden. Als deze voorzieningen noodzakelijk zijn voor uw bedrijfsvoering, dan hoeft u geen rekening te houden met een eventueel privévoordeel voor uw medewerkers.

Vergoeding telefoonkosten. Abonnementskosten voor een mobiele telefoon kunnen onbelast worden vergoed. Abonnementskosten voor een vaste lijn niet. Wel kunnen de gebruikskosten voor een vaste lijn worden vergoed bij zakelijk gebruik.

Eigen bijdrage mag. Ook een eigen bijdrage is toegestaan. Biedt u uw werknemer bijv. een mobiele telefoon aan en wenst hij een duurder exemplaar, dan mag u een eigen bijdrage van uw werknemer vragen voor de extra kosten.

Vergoeding internet. Wilt u de kosten van een internetabonnement vergoeden, let dan op als uw werknemer een gecombineerd abonnement heeft voor internet, vaste telefoon en televisie. Let op.  U mag alleen het deel van de factuur voor internetkosten onbelast vergoeden. U moet dus bepalen welk deel van de factuur voor internet is. Als dit niet op de factuur staat, informeert u dan bij de provider wat deze kosten zijn bij een apart abonnement. Dat gedeelte valt onder de gerichte vrijstelling. De abonnementskosten voor vaste telefonie en televisie kunt u niet onbelast vergoeden.

Eigen bijdrage mogelijk. Een eigen bijdrage voor een internetabonnement van de werknemer is geen belemmering meer voor toepassing van de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen. Tot nog toe kon een werkgever de gerichte vrijstelling voor communicatiemiddelen alleen toepassen als hij alle kosten betaalde. Als de werknemer een eigen bijdrage betaalde, voldeed men volgens de Belastingdienst niet aan het noodzakelijkheidscriterium. De Belastingdienst is nu van dat standpunt afgestapt. Een eigen bijdrage voor privégebruik is dus geen belemmering meer.

Breng in kaart welke vergoedingen er nu worden verstrekt en ga na of deze nog kunnen doorlopen of dat een aanpassing is vereist. Bekijk of u voldoende vrije ruimte heeft voor een onbelaste thuiswerkvergoeding en maak gebruik van de gerichte vrijstellingen. bron:indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl