“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Thuiswerken een blijvertje … welke kosten vergoedt u?

Thuiswerkbeleid. Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn er veel werknemers die thuiswerken. In eerste instantie omdat dit door de overheid werd gevraagd. Maar uit recent onderzoek blijkt dat veel werknemers dat thuiswerken eigenlijk best prettig vinden. Het leidt tot een betere balans tussen werk en privéleven en tot minder reistijd. Het zou dus daarom goed kunnen dat (gedeeltelijk) thuiswerken niet meer weg te denken is. Tip.  Daarom is het goed om als werkgever nu al na te denken over thuiswerkbeleid.

Goede mix

Voordelen. Werknemers die vanuit huis werken, vinden dat vaak prettig omdat dit leidt tot een betere balans tussen werk en privé. Dat is niet alleen een voordeel voor de werknemer, want u als werkgever bent ook gebaat bij werknemers die goed in hun vel zitten. Bovendien wijst onderzoek uit dat werknemers die thuiswerken, meer uren werken en die uren ook nog efficiënter besteden.

Nadelen. Uiteraard heeft thuiswerken ook nadelen. Zo zal de binding die de werknemer met de onderneming voelt, zwakker worden. Bovendien is overleg met collega’s of klanten vaak toch net even gemakkelijker als dat ‘live’ kan. Tip. Een goede mix tussen thuis en op locatie werken, kan daarom optimaal zijn.

Overige aspecten

Huisvestingskosten. Thuiswerken leidt tot een kleinere bezetting op kantoor. Dat kan een impact hebben op bijv. uw huisvestingskosten. Misschien heeft u minder kantoorruimte nodig?

Mobiliteitsregelingen. U kunt overwegen om mobiliteitsregelingen aan te passen door bijv. reiskostenvergoedingen te vervangen door een werkdagvergoeding. De vergoeding voor een werkdag thuis is dan anders dan die voor een werkdag op kantoor (met een reiskostencomponent, maar zonder vergoeding voor thee, koffie, etc.).

Kostenvergoeding voor thuiswerken

In de vrije ruimte. De kosten die uw werknemers maken, zijn deels afhankelijk van de locatie waar zij werken. Uit onderzoek blijkt dat werknemers ongeveer € 2 per dag kosten hebben als zij thuiswerken. Op dit moment geldt er nog geen gerichte vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding, waardoor deze niet onbelast uitbetaald kan worden (tenzij u deze onder de vrije ruimte brengt van de werkkostenregeling). Mogelijk wordt er op termijn wel een gerichte vrijstelling ingevoerd.

Wat kunt u wel onbelast vergoeden? De kosten die uw werknemer maakt om thuis veilig en verantwoord te kunnen werken, kunt u wel onbelast vergoeden. Het gaat dan bijv. om een goede bureaustoel, een in hoogte verstelbaar bureau en goede verlichting. Ook de kosten van een internetaansluiting thuis kunt u onbelast vergoeden, net als de apparatuur die een werknemer nodig heeft (laptop, mobiele telefoon).

Vaste kostenvergoeding. Tot slot is het belangrijk om te bekijken of de algemene maandelijkse onkostenvergoeding die u uitbetaalt, nog steeds aan de eisen voldoet. Als werknemers meer thuiswerken, is het mogelijk dat bepaalde kosten die in de algemene vergoeding zijn begrepen niet meer gemaakt worden (bijv. de kosten van kleine consumpties onderweg). Let op. Voor 2020 is het goedgekeurd dat bestaande kostenvergoedingen gehandhaafd mochten worden, maar die goedkeuring is vanaf 1 januari 2021 vervallen.

Op dit moment geldt er nog geen gerichte vrijstelling voor een thuiswerkvergoeding, waardoor deze niet onbelast uitbetaald kan worden, tenzij u deze onderbrengt in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Mogelijk wordt er op termijn wel een gerichte vrijstelling ingevoerd. Dan informeren wij u direct. bron indicator

De nieuwe coronasteunmaatregelen voor de rest van 2021

Steunpakket banen en economie. Het kabinet is van plan om het steunpakket voor banen en economie door te trekken in het derde kwartaal van 2021. Wij zetten een aantal regelingen (de meest belangrijke) voor u op een rijtje …

Tozo 5

Het kabinet is voornemens de periode waarover de Tozo kan worden aangevraagd te verlengen tot 1 oktober 2021 (Tozo 5). De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de Tozo blijven onveranderd. Wel zal de focus van de Tozo bij toekomstige aanvragen meer komen te liggen op het ondersteunen en stimuleren van ondernemers, zodat zij weer op eigen benen kunnen staan.

Lening bedrijfskapitaal Tozo. De datum dat ondernemers moeten starten met het terugbetalen van de lening bedrijfskapitaal Tozo wordt zes maanden uitgesteld tot 1 januari 2022 (was 1 juli 2021). Over deze zes maanden wordt er geen verschuldigde rente opgebouwd. Voor alle leningen bedrijfskapitaal Tozo wordt de looptijd (de periode vanaf het moment van verstrekking tot het moment waarop de lening moet zijn terugbetaald) verlengd van 42 maanden naar 60 maanden.

NOW 4.0

Het kabinet is van plan de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) onaangepast te verlengen met een periode van drie maanden. De NOW 4.0 loopt van 1 juli tot en met 30 september 2021. Als referentiemaand voor de loonsom zal februari 2021 worden gehanteerd, omdat deze maand een representatiever beeld geeft van de huidige loonsom. De oude referentiemaand (juni 2020) wordt voor de NOW 4.0 niet meer gehanteerd. Ook kiest het kabinet ervoor om de TVL uit te zonderen van het omzetbegrip binnen de NOW 3.0 en NOW 4.0. Tip.  Vraagt u NOW 3.0 en NOW 4.0 aan of heeft u deze aangevraagd, dan hoeft u geen rekening te houden met ontvangen TVL bij de vaststelling van de NOW.

TVL

Het kabinet is van plan om de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het derde kwartaal door te trekken. Daarbij hebben bedrijven vanaf het tweede kwartaal de keuze tussen twee referentieperioden voor de TVL (het tweede kwartaal 2019 of het derde kwartaal). Aanvullend daarop gaat het subsidieplafond voor grote bedrijven in de TVL naar € 1,2 miljoen voor het tweede kwartaal.

 

Tweede kwartaal Voorstel derde kwartaal
NOW NOW 3.0 NOW 4.0
Omzetdrempel 20% 20%
Subsidiepercentage 85% 85%
Dagloon 2x 2x
Vrijstelling 10% 10%
Opslag 40% 40%
TVL TVL Q2 TVL Q3
Omzetdrempel 30% 30%
Subsidiepercentage 100% 100%
Max. subsidiebedrag MKB* € 550.000 € 550.000
Max. subsidiebedrag grote bedrijven* € 1.200.000 € 600.000
Min. vergoeding (MKB en niet-MKB) € 1.500 € 1.500
Vastelastendrempel (MKB en niet-MKB) € 1.500 € 1.500

* Max. subsidiebedrag voor hele steunperiode is € 1,8 miljoen (staatssteunplafond).

Vraagt u NOW 3.0 en NOW 4.0 aan of heeft u deze aangevraagd, dan hoeft u geen rekening te houden met ontvangen TVL bij de vaststelling van de NOW. Bij de TVL hebben bedrijven vanaf het tweede kwartaal voortaan de keuze tussen twee referentieperioden voor de TVL (het tweede kwartaal 2019 of het derde kwartaal 2020). bron indicator

Fiscale coronasteunmaatregelen derde kwartaal 2021

Waar gaat het over? Zoals het er nu uitziet, is het coronavirus op zijn retour. Echter bestaat er nog veel onzekerheid over de nabije toekomst en hebben ondernemers vanwege de coronacrisis moeten interen op hun reserves. Het kabinet heeft daarom een aantal fiscale maatregelen getroffen. Zo is er een aantal fiscale maatregelen verlengd en een aantal niet. Wij zetten ze voor u op een rijtje …

Uitstel van betaling

Ondernemers waarvan het bedrijf betalingsproblemen ondervindt vanwege de coronacrisis, kunnen nog tot en met 30 juni 2021 uitstel van betaling aanvragen of indien ze al bijzonder uitstel hebben, dit verlengen voor verschillende belastingen. Omdat de beperkende maatregelen grotendeels ten einde komen, zullen bedrijven hun nieuw opkomende betalingsverplichtingen dan ook weer kunnen voldoen uit de omzet die zij maken.

1 juli 2021. Om te voorkomen dat schulden niet verder oplopen, houdt het kabinet de datum van 1 juli 2021 in stand waar ondernemers nieuw opkomende verplichtingen weer tijdig moeten voldoen. Dit betekent dat u nieuw opkomende verplichtingen vanaf 1 juli 2021 dient te hervatten.

Voorbeeld.De btw-aangifte over het tweede kwartaal moet uiterlijk 31 juli 2021 ingediend en betaald zijn.

Betalingsregeling naar 01.10.2022

Om ondernemers meer lucht te geven, heeft het kabinet besloten de aanvangsdatum waarop gestart moet worden met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld, te verplaatsen van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Ook heeft het kabinet besloten dat dergelijke belastingschulden in 60 maanden in plaats van in 36 maanden mogen worden afgelost.

Eerder aflossen mag.  U mag de belastingschuld ook eerder of extra aflossen. Let op.  Over belastingschulden bent u invorderingsrente verschuldigd. De invorderingsrente wordt enkelvoudig berekend. Er wordt dus alleen rente berekend over het per saldo te betalen bedrag. Let op.  U komt alleen in aanmerking voor de betalingsregeling als u nieuw opkomende verplichtingen tijdig voldoet.

Invorderingsrente

Indien u niet tijdig uw belastingschulden voldoet (bijv. omdat u uitstel van betaling van belastingschulden heeft), moet u invorderingsrente betalen over het per saldo te betalen bedrag. In verband met de coronacrisis is deze invorderingsrente op 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021 tijdelijk verlaagd van 4 naar 0,01%. Omdat de eerder aangekondigde verhoging van de invorderingsrente naar 4% per 1 januari 2022 een forse rentelast oplevert voor ondernemers die gebruikmaken van uitstel van betaling van belastingschulden, heeft het kabinet besloten de invorderingsrente in stappen te verhogen in plaats van in een keer naar 4%.

 

Stapsgewijze verhoging invorderingsrente
1 januari 2022 1%
1 juli 2022 2%
1 januari 2023 3%
1 januari 2024 4%

En het urencriterium?

Zoals u weet, mag u voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2021 ervan uitgaan dat u 24 uur per week aan uw onderneming heeft besteed, ook als u door de coronacrisis gedurende deze periode geen of minder uren aan uw onderneming heeft besteed. Voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is dit 16 uur per week en seizoensgebonden ondernemers mogen uitgaan van het aantal uren dat ze van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019 aan hun onderneming hebben besteed.

Na 1 juli 2021 afgelopen! Het kabinet vindt een versoepeling van het urencriterium na 1 juli 2021 niet langer noodzakelijk. Vanaf 1 juli 2021 tellen daarom ook enkel de uren u daadwerkelijk aan uw onderneming heeft besteed mee voor het urencriterium.

Verplichtingen loonheffingen

Kunt u door het voorgeschreven thuiswerken en het houden van anderhalve meter afstand niet voldoen aan alle administratieve verplichtingen voor de loonheffingen, dan zal de Belastingdienst in dat geval er nu geen consequenties aan verbinden. U moet de administratieve verplichtingen dan wel alsnog nakomen zodra dit weer kan. Deze fiscale maatregel is verlengd tot 1 oktober 2021.

Voorbeeld.Als u de identiteit van uw werknemer niet kunt vaststellen aan de hand van een origineel identiteitsbewijs, dan moet u normaliter voor deze werknemer het anoniementarief van 52% toepassen. Dit hoeft u tot 1 oktober 2021 niet te doen als u de identiteit van de werknemer alsnog op een juiste manier vaststelt, zodra de situatie het weer toelaat.

Onbelaste reiskostenvergoeding. Het kabinet heeft de coronamaatregel voor de onbelaste vaste reiskostenvergoeding verlengd tot 1 oktober 2021. Tot 1 oktober 2021 kunt u als werkgever de bestaande vaste reiskostenvergoedingen aan werknemers die vanwege het coronavirus (bijna) of volledig thuiswerken, dus nog onbelast vergoeden, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt.

Voorwaarde.  Een voorwaarde is wel dat het vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door u als werkgever aan de werknemer werden toegekend. Let op.  De reiskostenvergoeding is in principe wel belast als de werknemer na 12 maart 2020 in dienst is gekomen. Ook als er na 12 maart 2020 een vaste reiskostenvergoeding wijzigt door verhuizing, is de reiskostenvergoeding belast. Tip.  Het is mogelijk om een reiskostenvergoeding (deels) onder te brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De reiskostenvergoeding blijft dan onbelast.

Betaalpauze hypotheek

Tot en met 30 september 2021. Indien u vanwege de coronacrisis tijdelijk uw hypotheek niet meer kunt betalen, dan mag uw geldverstrekker (zoals uw bank) u een betaalpauze geven. Gedurende deze betaalpauze betaalt u dan geen (of minder) rente en aflossing voor uw eigenwoningschuld. Zo kunt u nu tot en met 30 september 2021 (was 30 juni 2021) een betaalpauze overeenkomen met uw geldverstrekker.

Achterstand aflossingen. Een betaalpauze van een hypotheek die aan de fiscale aflossingsverplichting moet voldoen, heeft tot gevolg dat u op 31 december 2021 een aflossingsachterstand heeft. Of op 31 december 2020 als de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020.

Reguliere fiscale regels. Volgens de reguliere fiscale regels moet een dergelijke aflossingsachterstand uiterlijk op 31 december van het volgende jaar zijn ingelopen. Indien dit niet lukt, behoudt u onder voorwaarden het recht op renteaftrek, als u met uw geldverstrekker een nieuw aflossingsschema overeenkomt. Deze dient dan op 1 januari 2023 in te gaan. Heeft de eerste termijn van de betaalpauze betrekking op 2020, dan dient deze in te gaan op 1 januari 2022.

Goedkeuring verleend. Het kabinet heeft al eerder goedkeuring verleend, zodat de geldverstrekker samen met u al eerder dan 1 januari 2023, of 1 januari 2022 indien de eerste termijn van de betaalpauze betrekking heeft op een termijn van 2020, een nieuw aflossingsschema overeen kan komen. U moet dan aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen.

  • U meldt zich tussen 12 maart en 30 september 2021 bij uw geldverstrekker of u heeft zich in deze periode daar gemeld en bent met uw geldverstrekker een betaalpauze overeengekomen van maximaal twaalf maanden. Deze betaalpauze dient door uw geldverstrekker schriftelijk bevestigd te zijn.
  • De betaalpauze gaat uiterlijk in op 01.10. 2021.
  • Loopt uw hypotheek bijv. bij familie of een buitenlandse bank, dan geldt als extra voorwaarde dat u aan uw geldverstrekker moet aantonen dat u, als gevolg van de coronacrisis, een terugval heeft of verwacht in arbeidsinkomen van ten minste 20%.
  • Deze terugval vindt plaats over drie aaneengesloten kalendermaanden, waarbij deze periode aanvangt vanaf 1 maart 2020 tot en met 1 oktober 2021.
Om ondernemers meer lucht te geven, heeft het kabinet besloten de aanvangsdatum voor het aflossen van de opgebouwde belastingschuld te verplaatsen van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. Ook heeft het kabinet besloten dat dergelijke belastingschulden in 60 maanden in plaats van in 36 maanden mogen worden afgelost. bron indicator

Internet met bijbetaling vrijgesteld of belast?

Internetabonnement vergoeden

Voor veel thuiswerkende werknemers is een internetabonnement een must. De kosten ervan mag u onder bepaalde voorwaarden belastingvrij vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur. Let op. Hiervoor geldt de belangrijke voorwaarde dat deze zaken naar uw redelijke oordeel noodzakelijk moeten zijn voor het werk. Een andere voorwaarde is dat de werknemer voor deze zaken geen eigen bijdrage mag betalen. Alleen als hij een andere, duurdere uitvoering wil, mag dat weer wel.

Herzien beleid Belastingdienst

Onlangs heeft de Belastingdienst bekendgemaakt dat een eigen bijdrage van de werknemer voor een internetabonnement de vrijstelling niet langer in de weg staat. Tip. Dit verruimt dus de mogelijkheden, omdat ook een gedeeltelijke vergoeding nu mogelijk is. Let op. Het verbod op een eigen bijdrage blijft voor de andere genoemde noodzakelijke apparatuur wel van kracht.

Houd er rekening mee dat u een noodzakelijk internetabonnement voortaan ook onbelast mag vergoeden of verstrekken als de werknemer er een eigen bijdrage voor betaalt. Dat was voorheen niet zo. bron:indicator

Brexit-voucher niet vergeten

Zelf aanvragen. In de praktijk wordt vaak vergeten dat als uw bedrijf te maken heeft met de Brexit, u via https://mijn.rvo.nl/brexitvouchers een Brexit-voucher kunt aanvragen, waarmee u subsidie kunt krijgen voor een extern deskundig advies over alternatieve markten en de gevolgen van de Brexit voor uw bedrijf. bron:indicator

“Hoe moet ik de offerte laten ondertekenen?”

De offerte is een schriftelijk aanbod. Als de klant daar ‘ja’ tegen zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ook als hij dat mondeling doet. Ondertekenen is dus geen noodzaak, maar … wel slim, want als er onenigheid ontstaat, staat u sterker met een ondertekende offerte. Betreft het een complexe offerte en is er veel geld mee gemoeid, dan is het slim om alle pagina’s te laten paraferen. Tip.  Heeft u geen offerte uitgebracht en wel een positief verkoopgesprek gehad, stuur dan een gespreksbevestiging waarin u vermeldt wat er is afgesproken en uiteraard vraagt u een exemplaar ondertekend retour. Tip. Stuur bij uw offerte of schriftelijke bevestiging ook altijd uw algemene voorwaarden mee en verwijs in uw offerte/bevestiging hiernaar. Zo worden uw voorwaarden onderdeel van uw overeenkomst.

Als de klant mondeling ‘ja’ tegen uw offerte zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ondertekenen is geen noodzaak, maar wel beter als er onenigheid over de afspraken ontstaat. bron:indicator

Uw oudedagsreserve in tijden van corona

De oudedagsreserve

Jaarlijkse aftrekpost. U kunt als ondernemer voor de inkomstenbelasting jaarlijks een bedrag ten laste van uw winst brengen om te reserveren in uw oudedagsreserve. Bij deze reservering wordt er niet daadwerkelijk geld door u opzijgezet. Uw winst wordt door deze reserve enkel verlaagd, waardoor u minder inkomstenbelasting verschuldigd bent. Wordt uw winst tegen het hoogste tarief (49,50% in 2021) belast, dan behaalt u over de reservering een belastingvoordeel van 49,50%.

Uitstel van belastingheffing. Hierdoor blijft het geld in de onderneming zitten, zodat u dit kunt blijven gebruiken. Let op. Het is echter uitsluitend een vorm van uitstel van belastingheffing.

Voorwaarden. In 2021 mag u maximaal 9,44% van uw winst toevoegen aan de oudedagsreserve met een maximum van € 9.395. U kunt dit bedrag alleen reserveren als u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en u aan het urencriterium voldoet. Dit houdt in dat u minimaal 1.225 uur aan uw onderneming moet besteden. Let op.  De dotatie is maximaal het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar uitkomt boven de oudedagsreserve aan het begin van het jaar.

De keerzijde

Belaste vrijval. Ooit valt de oudedagsreserve vrij in de winst en moet u hierover belasting betalen. In de praktijk blijkt dat niet alle ondernemers zich hiervan bewust zijn en hier dan ook geen geld voor opzij hebben gezet. Tip. Heeft de reservering altijd plaatsgevonden tegen het hoge tarief en valt de vrijval plaats tegen het lage tarief, dan heeft u per saldo wel een belastingvoordeel behaald.

Vrijwillige vrijval. U kunt ervoor kiezen om een deel van de oudedagsreserve vrijwillig te laten vrijvallen. Let op. Hierbij is wel vereist dat u ter grootte van deze vrijval geld stort bij een bank of verzekeraar in de vorm van een lijfrente of banksparen. Tegenover de belaste vrijval van de oudedagsreserve staat dan een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente en hoeft u per saldo geen belasting te betalen. Let op 1.  Over de toekomstige jaarlijkse lijfrente-uitkeringen bent u wel inkomstenbelasting verschuldigd. Let op 2.  Het bedrag dat u gaat afstorten, moet uiteraard wel liquide beschikbaar zijn.

Getroffen door coronacrisis?

Reserve hoger dan ondernemingsvermogen. Als uw ondernemingsvermogen (bijv. als gevolg van de coronacrisis) op het einde van het jaar minder bedraagt dan de oudedagsreserve, valt het verschil vrij in de winst als een van de volgende situaties zich voordoet:

  • u staakt de onderneming (gedeeltelijk); of
  • u heeft op 1 januari de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; of
  • u voldoet in het jaar en het voorgaande jaar niet meer aan het urencriterium. Tip. Vanwege de coronacrisis mag u er voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 van uitgaan dat u ten minste 24 uur per week aan uw onderneming heeft besteed.

Geen dotatie. Doen deze situaties zich niet voor, maar is de oudedagsreserve wel hoger dan het ondernemingsvermogen, dan vindt er geen verplichte vrijval plaats, maar mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren. Pas als het ondernemingsvermogen meer bedraagt dan de oudedagsreserve kan er weer gereserveerd worden.

Door een bedrag toe te voegen aan de oudedagsreserve betaalt u minder belasting, maar is er enkel sprake van belastinguitstel. Als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen, mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren en moet u er mogelijk zelfs verplicht belasting over betalen. bron:indicator

Eigen laadpaal voor e-auto, hoe zit dat fiscaal?

Ondernemers en werknemers kiezen steeds vaker voor een elektrische auto van de zaak. Logisch, want ook in 2021 gelden hiervoor nog steeds fiscale voordelen, zoals een lage bijtelling. Het nadeel van langdurig opladen kan bovendien worden beperkt door eigen laadpalen te installeren. Maar wat zijn daarvan de fiscale gevolgen?

Geen hogere bijtelling

De eigen laadpaal thuis leidt zowel voor de ondernemer in de inkomstenbelasting, de dga en ook voor de werknemer niet tot een hogere bijtelling. Verder mag u de laadpaal, de stroom en eventuele noodzakelijke aanpassingen in de meterkast belastingvrij vergoeden. In het laatste geval is wel een aparte meter nodig, anders kunt u het stroomverbruik van de auto niet meten en dus ook niet belastingvrij vergoeden. De kosten komen gewoon ten laste van de winst. Tip.  Elektrische auto’s worden in de bijtelling steeds zwaarder belast, maar dat geldt nog niet voor laadpalen. Profiteer hiervan zolang het nog kan!

Privéauto beperkt. Als er sprake is van een privéauto, zijn de fiscale mogelijkheden beperkt. De vergoeding van € 0,19/km wordt namelijk geacht alle kosten te dekken, dus ook die van een laadpaal en stroom. Deze kunt u binnen de ruimte die € 0,19/km biedt dus belastingvrij vergoeden, daarboven is het belast. Voor de IB-ondernemer geldt hetzelfde met betrekking tot het ten laste van de winst brengen van de kosten.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De aanschaf van een laadpaal voor de zakenauto komt in aanmerking voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) als u aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoet. De belangrijkste is dat u in het jaar meer dan € 2.400 investeert. U krijgt de KIA over het aankoopbedrag exclusief btw, tenzij u de btw zelf niet kunt aftrekken omdat u vrijgestelde prestaties verricht. Als u de laadpaal zelf zou maken, krijgt u de KIA over de kosten voor de inzet van eigen personeel, de materialen en de werkzaamheden die derden voor u uitvoeren.

Milieu-investeringsaftrek

Een laadpaal op uw eigen bedrijfsterrein kan onder voorwaarden ook voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) in aanmerking komen. De laadpaal moet dan minstens € 2.500 kosten en komt ook maximaal voor dit bedrag in aanmerking voor 36% MIA, waarbij een laadpaal met meerdere aansluitingen als één laadpaal geldt. Een eigen bedrijfsterrein mag ook een gehuurd terrein zijn of, in geval van een zzp’er, een huisadres als er geen alternatief werkadres is. U kunt een laadpaal voor de MIA ook tegelijk melden met een elektrische auto. In dat geval geldt de voorwaarde van het bedrijfsterrein niet. Wel komt dan in totaal maximaal € 40.000 in aanmerking voor de MIA en bedraagt de MIA slechts 13,5%.

Btw is aftrekbaar. De btw op laadpalen is gewoon aftrekbaar als u belaste prestaties verricht, ook voor wat betreft laadpalen bij de ondernemer of werknemer thuis. U moet er wel voor zorgen dat de factuur op naam van het bedrijf staat, anders is aftrek niet mogelijk.

E-auto’s worden in de bijtelling steeds zwaarder belast, maar dat geldt nog niet voor laadpalen. Profiteer hiervan zolang het nog kan! Vergeet de fiscale faciliteiten niet als u besluit een of meer laadpalen te plaatsen. Onthoud dat het voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) voordeliger is als u de laadpaal op uw bedrijfsterrein plaatst. bron:indicator

Bijtelling privégebruik voor meerdere auto’s?

VW Transporter en VW Caddy. In een recente rechtszaak voor Hof Amsterdam gaat het om de eigenaar van een schoonmaakbedrijf. Tijdens een boekenonderzoek door de Belastingdienst blijken er twee voertuigen op naam van het bedrijf te staan, een VW Transporter en een VW Caddy.

Bijtelling voor beide auto’s. De ondernemer verklaart dat hij beide voertuigen gebruikt. Voor de auto’s wordt echter geen kilometeradministratie bijgehouden. De inspecteur gaat er daarom van uit dat de ondernemer voor beide auto’s een bijtelling voor privégebruik in aanmerking moet nemen. De bijtelling bedraagt maar liefst € 15.841 per jaar.

Privéauto. De ondernemer is het hier niet mee eens. Hij betoogt dat de auto’s niet aan hem ter beschikking zijn gesteld. Bovendien beschikt hij over een prima privéauto, dus waarom zou hij privé in de bestelauto’s van de zaak rijden?

Wat zegt de rechter?

Auto’s staan ter beschikking. Het hof gaat niet mee in deze redenering (ECLI:NL:GHAMS:2020:991) . Uit de verklaring van de ondernemer en de bevindingen tijdens het onderzoek is duidelijk af te leiden dat de ondernemer zelf kon bepalen of en op welke wijze hij de auto’s gebruikte. Hij was de enige die met de auto’s reed.

Bewijs ontbreekt. Vervolgens is het aan de ondernemer om aan te tonen dat er op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé is gereden met de bestelauto’s. Omdat er geen sluitende kilometeradministratie is bijgehouden, wordt dat enorm lastig. De ondernemer kon niet aantonen dat hij de auto’s slechts minimaal privé heeft gebruikt. Er moet dus rekening worden gehouden met een bijtelling privégebruik voor beide bestelauto’s.

Wat is hier belangrijk?

Deugdelijke onderbouwing. Een deugdelijke onderbouwing bij het niet privé gebruiken van een (bestel)auto van de zaak is enorm belangrijk. Het bezit en het enkele argument richting de Belastingdienst van een meer geschikte privéauto is echt onvoldoende. Zorg voor een sluitende kilometeradministratie.

Werknemers. Met uw werknemers kunt u een verbod op privégebruik afspreken. Bij dit verbod is het van belang dat dit goed wordt vastgelegd en gecontroleerd.

Berekening bijtelling

Nieuw beleid Belastingdienst. De berekening van de bijtelling als er meerdere auto’s van de zaak aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld waarmee op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé is gereden, is onlangs gewijzigd. De Belastingdienst beperkt de bijtelling voortaan tot één auto als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Als er in het gezin twee personen een rijbewijs hebben, geldt de bijtelling voor twee auto’s, enz. Heeft de werknemer meerdere auto’s van de zaak, maar hoeft er niet voor alle auto’s bijgeteld te worden, dan geldt de bijtelling tot en met 2021 voor de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde. Let op 1.  Vanaf 1 januari 2022 geldt de bijtelling voor de auto(‘s) met de hoogste bijtelling. Let op 2.  Dit beleid geldt alleen voor werknemers en niet voor de ondernemer in de inkomstenbelasting met een auto van de zaak.

Check of er voldaan is aan de voorwaarden voor het achterwege laten van de bijtelling voor privégebruik. Wordt er voor (bestel)auto’s een sluitende kilometeradministratie bijgehouden of heeft u afgesproken met uw werknemers dat de auto’s niet privé mogen worden gebruikt? Zorg dan ook voor een periodieke controle hierop. bron:indicator

De factuur is voor u een heel waardevol document …

Wederzijds belang van goede factuur

Het belang van een correcte factuur wordt nog weleens onderschat. Als een door u gestuurde factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, mag uw klant de btw niet aftrekken. Voor u, degene die de factuur opmaakt, geldt dat u de btw wel gewoon moet afdragen. Daarbij kan de Belastingdienst, indien u de factuurvereisten (bewust of onbewust) niet correct heeft toegepast, u een boete opleggen per factuur, per gebrek van € 5.514. Anderzijds geldt dit ook als u een factuur ontvangt van uw leverancier. Als deze factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, loopt u de vooraftrek van de btw mis.

Ook voor digitale factuur. Een papieren factuur, een e-factuur of een digitale factuur moeten aan dezelfde wettelijke eisen voldoen (art. 35a Wet OB) .

Vereenvoudigde factuureisen

Een vereenvoudigde factuur is toegestaan als het factuurbedrag maximaal € 100 inclusief btw is of als er sprake is van een correctiefactuur (wijziging van de oorspronkelijke factuur). Let op. Op een vereenvoudigde factuur moet in ieder geval staan:

  • de datum van uitreiking van de factuur;
  • bij ontvangst van een vereenvoudigde factuur de NAW-gegevens (identiteit) van de leverancier of dienstverrichter;
  • bij uitreiking van een vereenvoudigde factuur uw NAW-gegevens;
  • de aard van de geleverde goederen of diensten;
  • het te betalen btw-bedrag (of de gegevens waarmee het btw-bedrag kan worden berekend);
  • de verwijzing naar de oorspronkelijke factuur indien er sprake is van een correctiefactuur.

Kassabon? Als een kassabon voldoet aan de vereenvoudigde factuureisen, spreekt men ook van een vereenvoudigde factuur. Let op. Maak van thermische bonnen een kopie of scan. Deze zijn na enige tijd niet meer leesbaar. Hierdoor voldoet u niet meer aan de bewaarplicht, waardoor de btw-aftrek geweigerd kan worden.

Geen vereenvoudigde factuur! Er mag geen vereenvoudigde factuur uitgereikt worden bij:

  • afstandsverkopen;
  • intracommunautaire leveringen (uit de EU);
  • leveringen/diensten van buitenlandse leveranciers waarvan de btw naar u is verlegd.

Uitzondering: wel btw-aftrek als … Voor een aantal branches en activiteiten geldt de verplichting tot vermelding van de btw en/of de vermelding van de naam en het adres van een afnemer op een factuur niet. Voor deze branches en activiteiten mag u bij uw btw-aangifte de aan u in rekening gebrachte btw in bepaalde gevallen wel als vooraftrek in mindering brengen. Voorbeelden van dergelijke uitzonderingen zijn:

  • op benzinebonnen van € 100 of minder hoeft niet uw naam en adres te staan. Btw-aftrek mag als u aannemelijk maakt dat u afnemer bent;
  • op benzinebonnen van € 100 of meer hoeft niet uw naam en adres te staan. Btw-aftrek mag als de betaling naar u te herleiden is, zoals betaling met uw pinpas, creditcard of tankpas;
  • het vervoersbewijs van openbaar vervoer en taxivervoer geldt als factuur. U mag deze 9% btw aftrekken zonder dat het op de bon staat;
  • van voorschotnota’s en termijnbetalingen kunt u de btw aftrekken indien vaststaat dat de goederen of diensten geleverd worden. Dit is bijv. het geval als u hiervoor een contract heeft getekend. De btw moet dan wel op de facturen staan.

Breng de btw-aftrek van uzelf of uw klant niet in gevaar. Deze eisen gelden ook voor digitale facturen en e-facturen. Maak van thermische bonnen een kopie, omdat deze mettertijd vergaan. bron:indicator


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl