“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Hypotheek niet via de bank, maar bijv. via de familie

Niet bij een bank? Het komt steeds vaker voor dat derden worden ingeschakeld om de aankoop van een eigen woning te financieren. Vanwege de torenhoge prijzen op de woningmarkt doen vooral jongeren als starter op de woningmarkt vaak een beroep op hun ouders of andere derden, zoals hun werkgever. De rente op een dergelijke lening is gewoon aftrekbaar, mits er voldaan wordt aan de normale voorwaarden plus een aantal extra voorwaarden. Deze laatste zijn met name bedoeld om de controle door de fiscus te vereenvoudigen. Onlangs kwam een zaak voor de Hoge Raad waarbij de vraag centraal stond of en tot wanneer er correctie mogelijk is als bij de aangifte met betrekking tot genoemde voorwaarden een fout is gemaakt (ECLI:NL:HR:2021:1719) . Wat besliste de hoogste rechter?

Voorwaarden renteaftrek

Welke voorwaarden er gelden voor de aftrek van hypotheekrente, is om te beginnen afhankelijk van de vraag wanneer de hypotheek is afgesloten. Voor hypotheken vanaf 2013 gelden namelijk strengere voorwaarden. Om te beginnen moet de hypotheek zijn afgesloten voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning. U moet dit met schriftelijke stukken kunnen bewijzen. Heeft u de hypotheek na 2012 afgesloten, dan is de hypotheekrente alleen aftrekbaar als u de schuld minimaal lineair of annuïtair aflost in 30 jaar. Voor bijzondere situaties, zoals bij verhuizing, gelden er uitzonderingen.

Extra voorwaarden. Heeft u na 2012 niet bij een reguliere geldschieter, zoals een bank, een hypotheek afgesloten, dan dient u de volgende extra informatie bij de aangifte te verstrekken:

  • de datum van aangaan van de schuld;
  • het startbedrag van de schuld;
  • de maandelijkse rentevoet;
  • de contractueel vastgelegde looptijd in maanden;
  • de contractueel vastgelegde wijze van aflossing;
  • indien de leningverstrekker een natuurlijk persoon is: de naam, het adres en het burgerservicenummer of, bij buitenlandse geldverstrekkers, een soortgelijk burgerservicenummer;
  • indien de leningverstrekker een rechtspersoon is: de naam, het adres en een uniek nummer als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 of, bij buitenlandse rechtspersonen, een soortgelijk nummer.

Foutje, bedankt! In de hiervoor genoemde zaak voor de Hoge Raad had een belastingplichtige een eigen woning gekocht en deze deels bij de bank en deels via haar vader gefinancierd. In eerste instantie had ze alleen de betaalde rente aan de bank in aftrek gebracht. Nadat haar aangifte was afgehandeld, kwam ze er enkele jaren later op terug en bracht ze alsnog ook de aan haar vader betaalde rente in aftrek. De inspecteur weigerde echter, waarna de zaak voor de rechter werd gebracht.

Info niet tijdig verstrekt!

De Hoge Raad was het met het hof eens dat de hypotheekrente niet aftrekbaar was. De info die bij hypothecaire leningen bij een derde in de aangifte verstrekt moet worden, ontbrak hier namelijk. Pas bij de herziene aangifte enkele jaren later werd deze info alsnog verstrekt. Het ontbreken van de info betekende dat er niet was voldaan aan de fiscale eisen inzake de aftrek van de hypotheekrente. Deze rente was daarom niet aftrekbaar, aldus de Hoge Raad.

Ook niet ambtshalve herzien. Ook hoefde de inspecteur de aangifte achteraf niet ambtshalve te herzien. De inspecteur is hier slechts in een aantal gevallen toe verplicht en de betreffende situatie voldeed hieraan niet.

Wat kunt u hiermee?

De uitspraak maakt duidelijk dat de voorwaarden inzake de aftrek van hypotheekrente nauw luisteren. Nu vanwege de stijgende prijzen op de woningmarkt er steeds meer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot financiering via een derde, is het goed om dit in de gaten te houden.

Fiscaal voordeel. Financiering bij een derde kan overigens ook nog een fiscaal voordeel opleveren voor de geldverstrekker. Vaak kan er immers een hogere rente worden afgesproken dan de standaardrente bij de bank. Er is immers sprake van een groter risico, zeker als banken slechts een beperkt deel van de lening willen verstrekken en ook vaak het eerste hypotheekrecht opeisen.

Hogere rente aftrekbaar en belast?

De hogere rente dan bij de bank is wel gewoon aftrekbaar en niet extra belast bij de geldverstrekker. Deze betaalt namelijk alleen belasting in box 3 over de verstrekte som, onafhankelijk van de hoogte van de rente.

Rente terugschenken. Bovendien kunnen ouders de rente jaarlijks geheel of grotendeels vrijgesteld terugschenken aan hun kind, zodat de woning ondanks de hogere rente voor hun kind toch betaalbaar blijft. Fiscaal is dit toegestaan, zolang u er maar voor zorgt dat er een direct verband tussen hypothecaire lening en schenking ontbreekt om discussies met de fiscus te voorkomen.

Neem bij een hypotheek bij een derde de inlichtingenplicht in acht en vermeld de vereiste gegevens in de aangifte. Corrigeren kan in beginsel slechts totdat uw aanslag definitief vaststaat. bron indicator

Let op bij betalingen aan derden vanaf 01.01.2022

Derden. Als u betalingen doet aan zogenaamde ‘derden’, dan kunt u verplicht zijn hiervan opgave te doen aan de Belastingdienst. Het gaat hierbij om betalingen die u doet aan personen die niet bij u in dienst zijn, maar die aan u ook geen factuur uitreiken voor hun werkzaamheden. Denk hierbij aan sprekers, auteurs, incidentele freelancers, etc. Let op.  Deze verplichting geldt dus uitdrukkelijk niet voor betalingen aan uw eigen werknemers, vrijwilligers, artiesten, sporters en aan derden die daarvoor een btw-factuur hebben uitgereikt.

Aanpassingen per 2022. Omdat het wettelijk kader voor deze verplichting niet 100% duidelijk was verankerd in de wet, wordt er per 1 januari 2022 een aanpassing doorgevoerd. Tegelijkertijd wordt de wijze van opgave aan de Belastingdienst aangepast. Dit betekent dat u tot de wetswijziging in feite pas verplicht was de gegevens aan te leveren als de Belastingdienst hierom vroeg. Let op. In het nieuwe systeem vanaf 2022 bent u zelf verplicht de opgave in te dienen, u ontvangt hiervoor geen uitnodiging van de Belastingdienst.

Opgave aan de Belastingdienst

IB47-formulier. Tot eind december 2021 kunt u uw opgave van betalingen aan derden doen via het zogenaamde ‘IB47-formulier’. Hierop kunt u schriftelijk aangeven aan welke derden u vanuit uw onderneming betalingen heeft verricht.

Digitaal formulier. Dit gaat met ingang van 2022 veranderen. De hardcopy van dit formulier komt te vervallen. U heeft enkel nog de mogelijkheid om de benodigde gegevens via een digitaal formulier aan te leveren.

Welke gegevens?

Daarbij komt dat nu duidelijk in de wet is vastgelegd welke gegevens er in de opgave moeten worden opgenomen. Deze zijn uitgebreider dan voorheen. U moet vanaf 2022 de volgende gegevens doorgeven aan de Belastingdienst:

  • naam, adres, burgerservicenummer (BSN) en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen, inclusief eventuele kostenvergoedingen.

Nu al administratie aanpassen

Ook al geldt een en ander pas vanaf 1 januari 2022 en moet u de opgave over 2022 pas in januari 2023 aanleveren, doet u er uiteraard goed aan om uw administratie hier reeds vanaf 1 januari 2022 op aan te passen. Let op. Noteer dus uiterlijk bij de uitbetaling niet alleen de naw-gegevens van de derde, maar ook het BSN. Maak zo nodig zekerheidshalve een kopie van het ID-bewijs.

Oude regeling. Voor betalingen aan derden die u heeft verricht in 2021, geldt nog de oude regeling. Dit betekent dat u strikt formeel niet verplicht bent om deze gegevens aan te leveren, maar u dit wel moet doen op het moment dat de Belastingdienst u daarom verzoekt. Let op. In de regel leveren bedrijven wel gewoon zelf hun gegevens aan.

Inhoudingsplichtige

Ten slotte is er nog een belangrijk onderscheid te maken tussen ondernemers die inhoudingsplichtige zijn voor de loonbelasting (werkgevers) en ondernemers die dat niet zijn. In het eerste geval bent u onder de nieuwe regeling verplicht de gegevens aan te leveren. In het tweede geval mag u dit doen, maar ontstaat de verplichting pas als de Belastingdienst u om de gegevens vraagt.

Pas uw administratie aan de nieuwe verplichting al vanaf 1 januari 2022 aan. Noteer bij de uitbetaling niet alleen de naw-gegevens van de derde, maar ook het BSN. bron indicator

Tot en met 27.03.2022 de tijd: voldoe aan regels UBO-register

Wwft. Op grond van de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), moet sinds 27 september 2020 iedere UBO (Ultimate Beneficial Owner), oftewel: uiteindelijk belanghebbende van een onderneming in Nederland, verplicht worden ingeschreven in het UBO-register.

Voor wie en voor wie niet?

De verplichting geldt onder andere voor BV’s (niet beursgenoteerd), stichtingen, maatschappen, Vof’s CV’s, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid maar met een onderneming. Let op.  De verplichte UBO-registratie geldt niet voor eenmanszaken, verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid zonder onderneming, Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) en beursgenoteerde ondernemingen.

Deadline. Zo heeft u tot en met 27 maart 2022 de tijd om UBO’s in te schrijven in het UBO-register. Inschrijven kan via de website van de Kamer van Koophandel ( https://www.kvk.nl/inschrijven-en-wijzigen/ubo-opgave/ ). Let op 1.  Alleen personen binnen de onderneming die tekenbevoegd zijn (of de notaris), kunnen UBO’s inschrijven. Let op 2.  Indien u per 27 maart 2022 niet aan de verplichting heeft voldaan, is er sprake van een economisch delict. Dat kan reden zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete.

Wat zijn UBO’s?

UBO’s zijn de natuurlijke personen die voldoen aan een of meerdere van de opgesomde criteria van een onderneming.

BV. Voor een BV zijn dit natuurlijke personen die:

  • meer dan 25% van de aandelen hebben;
  • meer dan 25% van de stemrechten hebben;
  • meer dan 25% een economisch belang hebben;
  • het feitelijk zeggenschap hebben op basis van andere middelen, bijv. de aandelen zijn zo verdeeld waardoor er niemand meer dan 25% van de aandelen heeft. De UBO’s zijn dan de bestuurders (directeur) van de onderneming.

Vof, maatschap of CV. Voor een Vof, een maatschap, een CV of een vereniging (waarvoor de verplichting geldt) zijn dit de natuurlijke personen die:

  • meer dan 25% gerechtigd zijn tot het vermogen;
  • meer dan 25% van het stemrecht hebben;
  • feitelijk zeggenschap hebben op basis van andere middelen.

Stichtingen. Voor stichtingen zijn dit de natuurlijke personen die:

  • meer dan 25% begunstigde van het vermogen zijn;
  • meer dan 25% van de stemrechten hebben;
  • feitelijk zeggenschap hebben op basis van andere middelen.

Openbaar. Een deel van de UBO-gegevens is openbaar. Iedereen mag deze tegen een betaling van € 2,50 inzien. Dit zijn de:

  • voor- en achternaam van de UBO;
  • geboortenaam en het geboortejaar van de UBO;
  • nationaliteit en woonstaat van de UBO.

Niet openbaar. De overige gegevens van de UBO’s zijn afgeschermd en kunnen alleen door bevoegde autoriteiten worden ingezien:

  • geboorteland, geboorteplaats en geboortedag;
  • woonadres;
  • BSN en TIN (Tax Identification Number);
  • kopie van een geldig identiteitsdocument;
  • documenten waaruit de aard en omvang van het economisch belang blijkt.
De verplichte UBO-registratie geldt onder andere niet voor eenmanszaken, verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid zonder onderneming, maar wel voor een BV, Vof, CV en maatschap. Regel dit voor 28.03.2022, anders begaat u een economisch delict (boete)! bron indicator

Nieuwe coronasteunmaatregelen voor het vierde kwartaal 2021

In verband met de aangescherpte coronamaatregelen op 27 november 2021 heeft het kabinet aanvullingen aangekondigd voor het steunpakket voor het vierde kwartaal van 2021, waaronder de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) en de Regeling Werktijdverkorting (wtv). Wat moet u weten?

De TVL

Verwacht u dat u door de getroffen coronamaatregelen van de overheid minimaal 30% omzetverlies lijdt in het vierde kwartaal van 2021, dan kunt u in aanmerking komen voor de TVL Q4.

Subsidiepercentage. Het subsidiepercentage in de TVL Q4 bedraagt nu 100% en wordt berekend aan de hand van het omzetverlies ten opzichte van de door u gekozen referentieperiode en het percentage vaste lasten behorende bij de SBI-code. Het minimale subsidiebedrag bedraagt € 1.500 en het maximale subsidiebedrag voor MKB-ondernemingen bedraagt € 550.000 en voor niet MKB-ondernemingen € 600.000. De TVL wordt door RVO.nl opengesteld zodra de Europese Commissie de regeling heeft gewijzigd en goedgekeurd.

Referentieperiode. Voor de TVL Q4 kunt u zelf kiezen welke referentieperiode voor u het gunstigste is. Tip. U kunt kiezen uit twee referentieperiodes. Welke referentieperiodes dat zijn, is afhankelijk van de datum waarop u uw bedrijf voor het eerst inschreef in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

 

Gestart met uw onderneming tussen Referentieperiode
Voor 01.10.2019 Q4 2019 of Q1 2020
01.10.2019 en 31.12.2019 Q1 2020 of Q3 2020
01.01.2020 en 31.03.2020 Q2 2020 of Q3 2020
01.04.2020 en 30.06.2020 Alleen Q3 2020

Voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden om voor de TVL Q4 in aanmerking te kunnen komen, zijn:

  • u heeft ten minste 30% omzetverlies als gevolgen van de coronacrisis;
  • u heeft minimaal € 1.500 vaste lasten in het vierde kwartaal (omzet referentieperiode x aandeel vaste lasten in procenten op basis van het percentage vaste lasten (SBI-code). U hoeft uw daadwerkelijke vaste lasten dus niet te overleggen;
  • uw onderneming stond op 30 juni 2020 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en u heeft minimaal één vestiging in Nederland. Voorwaarde is dat deze vestiging een aparte voordeur of opgang heeft los van het huisadres. Voor een aantal branches, zoals horeca, taxivervoer, markthandel, auto- en motorrijscholen met bepaalde SBI-codes, geldt deze voorwaarde niet. Voor meer info over voor welke branches en SBI-codes het gaat, ga naar https://bit.ly/3pds30D

Derdenverklaring. Vraagt u voor het vierde kwartaal TVL aan voor een bedrag van € 25.000 of meer en bent u ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel tussen 16 maart en 30 juni 2020, dan moet u bij de aanvraag een derdenverklaring meesturen. Een derdenverklaring is een verklaring van een onafhankelijk deskundige, zoals uw accountant of boekhouder. Deze verklaring omvat het opgegeven omzetverlies en de echtheid van de onderneming.

Aanvragen vanaf € 125.000. Bij een aanvraag TVL Q4 van € 125.000 of meer moet u bij het indienen van de aanvraag en bij de definitieve vaststelling een accountantsproduct meesturen. Bent u starter, dan dient u naast het accountantsproduct ook een derdenverklaring mee te sturen.

NOW 5.0

Door de gevolgen van de aangescherpte coronamaatregelen voor werkgevers heeft het kabinet besloten om op zeer korte termijn de vijfde tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW 5.0) in werking te stellen. De NOW 5.0 is vrijwel identiek aan de NOW 4.0.

Voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden die het kabinet voornemens is te laten gelden voor de NOW 5.0, zetten wij voor u op een rijtje. Als u ten minste 20% omzetverlies heeft door de coronamaatregelen, kunt u voor de maanden november en december de NOW 5.0 aanvragen. Deze gaat er als volgt uitzien:

 

november en december 2021
NOW NOW 5.0
Omzetdrempel 20%
Subsidiepercentage van loonsom 85%
Bovengrens loon per werknemer 2 x maximale dagloon
Loonsomvrijstellingspercentage 15%
Forfaitaire opslag van loonsom 40%
Maximaal te vergoeden omzetverlies 80%

Bij een BV bonus- en dividendverbod. U heeft weliswaar geen BV, maar misschien is uw Vof aandeelhouder van een BV en dan is het navolgende wel goed om te weten. Voor de NOW 5.0 blijft net zoals voor de NOW 3.0 en NOW 4.0 het bonus- en dividendverbod (dus bij BV’s) voor heel 2021 gelden. Dit geldt voor werkgevers die de NOW 5.0 aanvragen en een voorschot van € 125.000 of meer hebben ontvangen of bij een lager voorschot als de definitieve subsidie € 125.000 of meer bedraagt. Ook mogen er geen eigen aandelen worden ingekocht. Voor werkgevers die een aanvraag indienen op werkmaatschappijniveau, geldt het dividendverbod voor het gehele concern. Het bonusverbod geldt bij een aanvraag op werkmaatschappijniveau voor het bestuur en directie van het concern en voor het onderdeel dat de NOW aanvraagt. Ook hier mogen geen eigen aandelen worden ingekocht.

Ook starters. In tegenstelling tot de eerdere NOW-tranches kunnen nu ook ondernemingen die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart in aanmerking komen voor de NOW 5.0.

Referentiemaand. Voor de NOW 5.0 wordt september 2021 de referentiemaand voor de loonsom. De referentieomzetperiode wordt 2019, gedeeld door zes. Let op. Dit geldt niet voor starters en ondernemingen die gestart zijn na 1 februari 2020, maar uiterlijk op 1 juli 2021. Deze kunnen als referentieomzetperiode 1 juli 2021 tot en met 31 oktober 2021 hanteren. Ondernemingen die gestart zijn na 1 juli 2021, maar uiterlijk op 30 september 2021 kunnen de referentieomzet berekenen vanaf de eerste volledige kalendermaand omzet tot en met 31 oktober. Deze dient dan omgerekend te worden naar twee maanden, waardoor deze vergelijkbaar is met de NOW 5.0-periode.

Verplichtingen werkgever

Sinds de NOW 3.0 is een werkgever die gebruikmaakt van de NOW, verplicht bij de aanvraag van een bedrijfseconomisch ontslag zich in te spannen om werknemers naar nieuw werk te begeleiden. Hiervoor moet de werkgever telefonisch contact opnemen met het UWV om dit proces in gang te zetten. Indien een werkgever dit niet doet, wordt er 5% op het subsidiebedrag gekort. Deze zogenaamde ‘inspanningsverplichting’ zal voor de NOW 5.0 gaan gelden voor bedrijfseconomische ontslagen vanaf 27 november 2021 tot en met 31 december 2021.

Voorschot. Om tegemoet te komen aan het feit dat een deel van de periode waarover NOW wordt verstrekt al is verstreken, zal het UWV het voorschot NOW 5.0 in één termijn uitbetalen in plaats van in meerdere termijnen, zoals het geval was bij de NOW-regelingen.

Regeling Werktijdverkorting (wtv)

De wtv is per 1 oktober 2021 weer opengesteld. Daarbij is aangegeven dat de wtv niet bestemd is voor gevallen die coronagerelateerd zijn. Hierdoor kunnen de wtv en de NOW 5.0, in tegenstelling tot de vorige NOW-regelingen, naast elkaar openblijven. De wtv biedt ondersteuning aan werkgevers die door een niet tot het ondernemingsrisico behorende buitengewone omstandigheid getroffen worden. Werkgevers die getroffen zijn door de coronamaatregelen kunnen een beroep doen op de NOW 5.0. Een werkgever die ook te maken heeft met andere bijzondere omstandigheden, kan in aanmerking komen voor de wtv en de NOW 5.0.

Uitkering is omzet voor de NOW 5.0. De WW-uitkering die een werkgever ontvangt voor de werknemer als gevolg van de aanvraag wtv, wordt aangemerkt als omzet voor de NOW 5.0.

Verwacht u dat u door de getroffen coronamaatregelen van de overheid minimaal 30% omzetverlies lijdt in het vierde kwartaal van 2021, dan kunt u in aanmerking komen voor de TVL Q4 (subsidiepercentage 100%). Heeft u ook als werkgever schade, dan staan de NOW 5.0 en de wtv u ter beschikking. Deze laatste twee mogen nu naast elkaar. bron indicator

Een zakelijke lening bij uw familie

Opties. Er zijn verschillende manieren om aan extra financiering te komen. Zo kunt u natuurlijk aankloppen bij de bank of bij een externe investeerder of een crowdfundingactie opzetten. Dergelijke opties kunnen interessant zijn, maar blijken niet altijd zaligmakend. Zo rekent de bank u een flinke vergoeding voor hun werkzaamheden. En wat met alle checks (zoals de BKR) waaraan u moet voldoen? Is dat haalbaar?

Rendement. Als uw familie over voldoende vermogen beschikt, kan zij in beeld komen als mogelijke financier. Wellicht willen uw ouders u helpen door deze moeilijke periode heen te komen. Dit kan voor hen ook gunstig uitpakken. De spaarrente bij de bank is immers minimaal. Als u zich netjes aan de afspraken houdt, profiteren uw ouders mee.

Schriftelijk vastleggen

Duidelijke afspraken. Het is belangrijk om de lening schriftelijk goed vast te leggen. Dit klinkt wellicht wat overdreven (het is toch familie!?), maar het komt in de praktijk vaak voor dat er binnen families onenigheid over geldzaken ontstaat. Zorg ervoor dat u een onderhandse leningsovereenkomst sluit met daarin duidelijke afspraken over de rente, looptijd, aflossing en zekerheden. Sta daarbij ook stil bij wat te doen als u de lening niet tijdig kunt terugbetalen.

Zakelijke rente. De hoogte van de rente is bij een familielening vaak een discussiepunt. Wellicht zijn uw ouders best bereid om u tegen 0% rente de lening te verstrekken. Alleen de Belastingdienst is het daarmee niet eens. Om een schenking te voorkomen, moet de lening op zakelijke voorwaarden worden afgesloten. Uw ouders moeten aan u dezelfde rente in rekening brengen als dat de bank zou doen. Bij een lagere rente wordt het verschil als schenking aangemerkt. Tip. Door toepassing van de algemene schenkingsvrijstelling ad € 6.604 (2021) heeft een te lage rente wellicht geen gevolgen voor de schenkbelasting. Maar omdat de rente op de lening binnen uw onderneming aftrekbaar is, is het vaak beter om gewoon een zakelijke rente in rekening te brengen. Uw ouders kunnen vervolgens aan u privé een schenking doen met gebruikmaking van de jaarlijkse schenkingsvrijstelling, waarmee u gecompenseerd wordt.

Aandachtspunten

Familieband. Houd verder ook rekening met de gevolgen van een lening binnen de familie op emotioneel vlak. Het is aan de ene kant natuurlijk wel makkelijk en fijn zo’n familielening, maar als het fout gaat, is dit ook extra pijnlijk. U vertelt liever een bankmedewerker over uw betalingsproblemen dan uw ouders. Let op. Zorg er daarom altijd voor dat u alleen geld leent van familieleden die dit ook daadwerkelijk kunnen missen.

Verrekenen met erfdeel. Daarnaast is het vaak raadzaam om andere familieleden te informeren over de lening, bijv. broers en zussen. Door vooraf hierover duidelijkheid te bieden, ontstaat er vaak meer begrip achteraf. Daarbij kan ook afgesproken worden dat eventuele schenkingen (bijv. de rente) in verband met deze lening in mindering komen op uw latere erfdeel.

Box 3. Voor de verstrekker van de lening behoort deze tot box 3. Dit betekent dat de rente op de lening niet belast is, maar dat de lening wel meetelt voor het vermogen in box 3 waarover het fictieve rendement wordt berekend.

Zorg voor een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin duidelijke en zakelijke afspraken over de rente, looptijd, aflossing en zekerheden. Gebruik daarvoor ons model. Sta daarbij ook stil bij wat te doen als u de lening niet tijdig kunt terugbetalen. bron indicator

Kwaadwillenden blijven actief met phishing

Tip.  Wijs eventuele werknemers, collega’s, enz. op dit soort praktijken. Niet alleen doet men zich voor als uw bank, maar ook als webshop of vereniging (ANWB). Let op. Een veelvoorkomende vorm is ‘lateral phishing’. Door gelekte gegevens lijkt de ontvanger dan een e-mail van een bekend e-mailadres, vaak een collega, te krijgen, ook steeds meer via WhatsApp en sms.

Phishing herkennen. Phishing-e-mails hebben vaak geen persoonlijke aanhef, maar gebruiken bijv. ‘Beste klant’ of ‘Geachte heer/mevrouw’. Schrijf- en spelfouten komen regelmatig voor en meestal wordt er gedreigd met ‘uw lidmaatschap stopt’ of iets dergelijks. Let vooral op verdachte links in het bericht. Vaak zijn dit verkorte links. Tip. Een verdachte link kunt u testen op https://www.checkjelinkje.nl Dit helpt u zeker, maar 100% zekerheid krijgt u niet. U moet zelf alert blijven.

Blijf alert op foute e-mails en check verdachte linkjes in een verdachte e-mail op https://www.checkjelinkje.nl bron indicator

BelastingTelefoon gebonden aan onjuiste info …

Niet gebonden, tenzij … Volgens het hof moet de Belastingdienst zijn voorlichtende taak zo onbelemmerd mogelijk kunnen vervullen. Foute informatie komt dan ook in de regel voor rekening van de (in dit geval) werknemer. Dit is alleen anders als er om te beginnen geen sprake is van foute informatie die dusdanig is dat de werknemer redelijkerwijs moest beseffen dat de informatie niet klopte. Dit is bij fiscale leken niet snel het geval. Daarnaast moet er echter ook sprake zijn van geleden schade, op basis van de verstrekte foute informatie. Deze schade mag niet alleen bestaan uit de te betalen belasting.

Wat was er gebeurd? In de betreffende zaak had een werknemer kunnen kiezen voor een leaseauto van de zaak. Via de BelastingTelefoon had hij echter vernomen dat hij voor zakelijke ritten met de eigen auto € 0,19/km in aftrek op het inkomen kon brengen. Dit bleek niet zo te zijn en dus stond de inspecteur de aftrek niet toe. Omdat de werknemer hierdoor aantoonbaar schade had opgelopen, moest de fiscus de aftrek toch accepteren.

Heeft de BelastingTelefoon u onjuist geïnformeerd, dan kan er sprake zijn van opgewekt vertrouwen. Check belangrijke zaken bij voorkeur liever niet alleen via de BelastingTelefoon. bron indicator

Sta eens stil bij een eventuele overstap naar de BV

Waar ligt het omslagpunt ?

In 2022 de BV in? In het verleden moest u jaarlijks flinke winsten maken om een BV-structuur fiscaal aantrekkelijker te laten zijn dan een eenmanszaak of een Vof. Het omslagpunt lag al snel op een winstniveau van € 160.000 tot € 170.000. Door tal van fiscale maatregelen is de BV als rechtsvorm echter eerder aantrekkelijk geworden.

Lagere tarieven vennootschapsbelasting. Allereerst zijn de tarieven in de vennootschapsbelasting flink gedaald. Waar een BV vroeger in de eerste schijf een belasting van 20% voor haar kiezen kreeg, bedraagt deze inmiddels nog slechts 15%. Bovendien geldt dit lage tarief voor steeds grotere winsten: in 2021 voor winsten tot € 245.000 en in 2022 voor winsten tot € 395.000.

Minder zelfstandigenaftrek. Ten tweede is het kabinet bezig om de zelfstandigenaftrek stap voor stap te verminderen. Doel is dat deze aftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedraagt. Hiertoe wordt op dit moment de zelfstandigenaftrek ieder jaar met een bedrag van € 360 verminderd. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 6.670. In 2022 nog slechts € 6.310.

Aftrekposten tegen lager tarief. Ten derde wordt het percentage waartegen aftrekposten mogen worden afgetrokken in de inkomstenbelasting steeds lager. U krijgt bij een flinke winst dus geen aftrek van uw hypotheekrente of zelfstandigenaftrek meer tegen het toptarief (2022: 49,5%), maar slechts tegen 40% (2022). In 2023 zal dit verder dalen tot circa 37,05%.

Lager omslagpunt. Door de genoemde drie fiscale ontwikkelingen ligt het omslagpunt in de regel een stuk lager dan voorheen. Als u niet te veel salaris uit uw BV nodig heeft, dan is een jaarlijks winstniveau van € 120.000 al voldoende om de BV-vorm aantrekkelijker te maken dan een eenmanszaak of Vof. Let op 1. Houd ook rekening met de kosten van de oprichting van en de inbreng in de BV(’s). Deze lopen al snel op tot in totaal € 3.000. Let op 2.  Als de resultaten van uw BV uiteindelijk tegenvallen, mag u hiermee rekening houden bij het bepalen van uw loon uit de BV. Het moet dan wel gaan om een situatie waarin uw BV het zich niet kan veroorloven een hoger, zakelijk loon aan u te betalen.

Beperken aansprakelijkheid

Uiteraard biedt een BV-structuur niet alleen fiscale voordelen. Bijkomend voordeel is dat u hiermee het risico beperkt dat u privé wordt aangesproken voor bedrijfsschulden. Bij een eenmanszaak of Vof bent u immers per definitie in privé aansprakelijk (hoofdelijk aansprakelijk). Dit betekent dat als u uw zakelijke schuldeisers niet meer kunt betalen, zij aanspraak kunnen maken op uw privévermogen, bijv. uw eigen woning, auto en banktegoeden.

BV is rechtspersoon. Als u onderneemt in een BV, bent u in beginsel niet in privé aansprakelijk voor schulden van de BV. Uw leveranciers en financiers gaan immers een overeenkomst aan met de BV en niet met u privé. In beginsel kunnen zij zich alleen verhalen op het vermogen van de BV. Let op 1.  Dit is uiteraard anders als u privé ook aansprakelijk te stellen bent op grond van een gesloten overeenkomst, bijv. omdat de bank eist dat u voor een financiering ook privé meetekent. Let op 2. U kunt als bestuurder in privé aansprakelijk worden gesteld voor (belasting)schulden van de BV. Dit is het geval als u onbehoorlijk bestuurt, waardoor deze schulden niet zijn betaald. Maar als u alles netjes regelt, zal hiervan niet snel sprake zijn.

Hoe werkt dat bij een Vof?

Het inbrengen van uw onderneming kan ook als u onderneemt in de vorm van een Vof. In dat geval kan ieder van de vennoten zijn aandeel in de firma inbrengen in een eigen personal holding-BV, waarna de onderneming wordt ingebracht in een gezamenlijke werk-BV. Let op. U bent verplicht de gerechtigdheid die bestond binnen de Vof (veelal fiftyfifty), te handhaven binnen de werk-BV. De inbreng mag niet misbruikt worden om een deel van de onderneming over te dragen aan uw compagnon of aan een derde.

Fiscaal ruisend of fiscaal geruisloos?

Stel nu dat u heeft besloten om over te stappen naar een BV-structuur. Hoe pakt u dat dan aan?

Per 1 januari. Allereerst is het van belang het juiste moment van overdracht te kiezen. Daarbij kunt u het beste aansluiten bij de datum waarop de jaarwinst wordt bepaald (1 januari), zodat er geen tussentijdse cijfers hoeven te worden gemaakt. Voor 2021 kunt u niet meer met terugwerkende kracht terug naar 1 januari 2021. Dit betekent dat als u wilt overstappen per begin van het jaar, u moet aansturen op een overdracht per 1 januari 2022.

Ruisend of geruisloos. Daarbij speelt ook een rol of u kiest voor een geruisloze of een ruisende inbreng in de BV. Bij een geruisloze inbreng rekent u fiscaal niet af over de goodwill en stille reserves, maar worden deze doorgeschoven naar de BV. Dit is veelal aantrekkelijk als de overwaarden in uw onderneming te groot zijn om onder te brengen in een stakingswinstlijfrente. Andere verschillen tussen een ruisende en een geruisloze inbreng zijn:

  • voor een geruisloze inbreng heeft u meer tijd om met terugwerkende kracht tot 1 januari een intentieverklaring te registreren (negen maanden) dan bij een ruisende inbreng (drie maanden). Hierdoor is er ook meer tijd beschikbaar om de BV uiteindelijk op te richten;
  • een ruisende inbreng is vaak fiscaal aantrekkelijk als de stakingswinst geheel kan worden omgezet in een stakingswinstvrijstelling. Let op. Om te voldoen aan de stortingsplicht, moet u wel over een positief vermogen beschikken in uw onderneming.

Omzetten fiscale oudedagsreserve

Wellicht heeft u in het verleden in uw eenmanszaak een fiscale oudedagsreserve (FOR) gevormd. Nu u overstapt naar een BV-structuur, kan deze reserve niet meer worden gehandhaafd.

Van FOR naar lijfrente. Bij zowel een geruisloze als een ruisende inbreng is het mogelijk om uw FOR om te zetten in een lijfrente bij uw nieuwe BV. Deze lijfrente wordt in de BV jaarlijks opgerent. Op het moment dat u met pensioen gaat, starten de uitkeringen hieruit, welke uiteraard belast zijn. Let op.  U moet er dus wel voor zorgen dat er in de BV hiernavolgende liquiditeiten voor apart gezet zijn.

Holdingstructuur

Eén BV is geen BV. Als u uw onderneming inbrengt in een BV, dan moet u ook beslissen of u gaat ondernemen met één BV of in een holdingstructuur. Fiscaal/juridisch biedt een holdingstructuur namelijk mooie voordelen:

  • u kunt vermogen uit de werk-BV belastingvrij overdragen aan de holding-BV. Daarmee wordt dit vermogen buiten het ondernemersrisico gebracht;
  • een holdingstructuur maakt het mogelijk om uw aandelen in de werk-BV op termijn te verkopen zonder directe belastingheffing over de verkoopwinst;
  • een holdingstructuur biedt de mogelijkheid om andere/nieuwe activiteiten in een afzonderlijke BV binnen de structuur op te zetten (tweede werk-BV).

Privéspaargeld in holding-BV parkeren. Een BV-structuur kan extra voordelig zijn als u beschikt over veel spaargeld en daardoor onevenredig hard wordt getroffen door de heffing in box 3. Het is dan mogelijk om dit spaargeld middels een kapitaalstorting in uw holding-BV te parkeren en zodoende de heffing in box 3 te ontlopen.

Kan ook later. Het direct oprichten van een holdingstructuur valt dus zeker te overwegen. Maar als u opziet tegen de administratieve kosten hiervan, is het ook mogelijk om te starten met slechts één BV. U kunt dan op een later moment alsnog zonder belastingheffing een holdingstructuur creëren.

Registreer de intentieverklaring tot oprichting van een BV voor 1 april 2022 bij de Belastingdienst. U heeft dan nog een aantal maanden de tijd om te beslissen of u de overstap naar de BV maakt en of u dat fiscaal geruisloos of met fiscale afrekening gaat doen. bron indicator

Loonkostenvoordeel vergeten, voor 1 mei 2022 herstellen!

Loonkostenvoordeel?

Kamervragen aan staatssecretaris. De overheid wil stimuleren dat werkgevers personeel, dat normaal gesproken maar moeilijk aan een baan kan komen, in dienst nemen. Om dit te bereiken, krijgen werkgevers in dat geval een tegemoetkoming in de loonkosten. Er gelden wel voorwaarden en u moet de tegemoetkoming zelf aanvragen. Maar wat nu als u dit vergeet of hierbij een fout maakt? Kunt u dit dan nog herstellen en zo ja, kan dat met terugwerkende kracht? Onlangs werden hierover Kamervragen gesteld. Uit de antwoorden van de staatssecretaris valt af te leiden dat er voldoende mogelijkheden zijn voor herstel. Maar hoe werkt dat precies?

Wanneer voordeel? Het voordeel kan oplopen tot maximaal € 6.000 per werknemer per jaar. Dit loonkostenvoordeel kunt u krijgen voor:

  • oudere werknemers met een uitkering;
  • werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
  • werknemers met een arbeidsbeperking;
  • werknemers die herplaatst worden in een nieuwe of aangepaste functie als ze arbeidsongeschikt zijn geworden.

Voorwaarden. U krijgt alleen het loonkostenvoordeel als de werknemer een doelgroepverklaring aanvraagt bij het UWV. Ouderen met een uitkering via de gemeente, vragen de verklaring aan bij de gemeente. Als de werknemer u machtigt, kunt u deze verklaring ook aanvragen.

Loonaangifte. Pas als u de kopie van de doelgroepverklaring heeft ontvangen, kunt u in de loonaangifte de indicatie voor het loonkostenvoordeel (LKV) op ‘ja’ zetten. U doet dit bij iedere aangifte loonheffingen over het jaar waarover u het LKV wilt ontvangen. U krijgt de tegemoetkoming in het jaar na het jaar waarin u aangifte doet.

Herstel fouten voor 1 mei 2022

Een werkgever moet voor zijn werknemers elke maand of elke vier weken bij de Belastingdienst een aangifte loonheffingen doen. Mocht u vergeten zijn een ‘vinkje’ in een aangifte loonheffingen te zetten, dan kunt u dit alsnog rechtzetten.

Vergissing ongedaan maken. U kunt door een correctiebericht in te sturen uw vergissing ongedaan maken, ook over de voorgaande maanden. Dit kan maandelijks in het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming LKV wordt aangevraagd. Ook in het jaar volgend op dat kalenderjaar kunt u nog correctieberichten insturen. Dat kan tot uiterlijk 1 mei van dat jaar. Correcties na 1 mei worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening.

Overzicht via het UWV. Wettelijk is bepaald dat het UWV uiterlijk voor 15 maart van ieder jaar aan de werkgever een overzicht verstrekt van de werknemers voor wie een aanvraag om een loonkostenvoordeel is ingediend. Hierin staat de voorgenomen beoordeling van het recht en de berekening van de hoogte van het loonkostenvoordeel. Hiermee kunt u dus checken of de gegevens goed uit de aangifte loonheffingen zijn verwerkt. Voordat het loonkostenvoordeel definitief wordt vastgesteld, heeft u dan nog zes weken (dus tot 1 mei van het jaar) de gelegenheid om gegevens te laten wijzigen, aan te vullen of zelf een correctiebericht in te dienen. Daarna zijn correcties niet meer mogelijk.

U ontvangt jaarlijks voor 15 maart een overzicht van uw rechten op loonkostenvoordeel. Constateert u hierin een of meer fouten, zorg dan dat u dit voor 1 mei corrigeert. Wijzigingen na 1 mei leiden namelijk niet meer tot hogere loonkostenvoordelen. bron indicator

Waarderen voorraad aan het einde van 2021

Momentopname. Een voorraadtelling is een momentopname, bijv. op 31 december 2021. De beginvoorraad plus uw inkopen over 2021 minus de eindvoorraad resulteren in de uiteindelijke inkopen 2021. Zoals u weet, is dit de basis van waaruit de winstmarge over 2021 wordt berekend. Let op. Hoe groter de onjuistheden in de voorraadtellingen, hoe groter de afwijkingen in de winstmarge zullen zijn. Een juiste voorraadtelling is dan ook van belang voor een juiste winstmarge.

Waardering van uw voorraad

U waardeert de voorraden die op het einde van het boekjaar aanwezig zijn tegen kostprijs. Maar hoe waardeert u nu de voorraad van reeds door u bereide producten of aangebroken eenheden?

Tellijst. Het makkelijkst is het om de tellijst in te delen volgens de route waar u de voorraad heeft opgeslagen in uw onderneming. Heeft u op drie plekken dezelfde producten staan, dan noteert u dat zo op de tellijst. Dit gaat snel en zo maakt u minder fouten. Tip. Zet in uw voorraadlijst meteen de actuele inkoopprijzen, zodat uw boekhouder daar geen ‘kostbare’ tijd aan kwijt is.

Scheiden. Houd rekening met goederen die van elkaar gescheiden moeten worden. Denk daarbij bijv. aan verpakkingsmaterialen die u gebruikt. Deze horen niet thuis onder de post ‘Inkoopwaarde omzet’, maar deze horen thuis onder de groep ‘Verpakkingsmaterialen’. Deze leveren immers geen omzet op. Let op. Houd u hier geen rekening mee, dan zal er een margeverschil ontstaan in de groep ‘Inkopen’. Daarbij kan dit ook een btw-nadeel opleveren als uw boekhouder de btw verrekent op basis van de geboekte inkopen. Deze te veel afgedragen btw gaat af van uw gewone omzet, hetgeen wederom een margeverlies betekent. U draagt immers meer btw af dan u had moeten afdragen.

Gereed product

Voor de waardering van de voorraad gereed product, zoals bewerkte producten of halffabricaten, gaat u uit van de inkoopwaarde (exclusief btw). Gebruik hiervoor dus nooit de verkoopwaarde.

Voorbeeld.U heeft 20 liter zelfbereide ingrediënten in voorraad. De kostprijs van één liter is € 6. U noteert: ingrediënt A 20 liter x € 6 = € 600 .

Aangebroken voorraad? Indien u voorraad heeft die is aangebroken, telt u wat er te tellen is en schat u de rest. Tip. Een ezelsbruggetje wat u hierbij kunt hanteren, is: halfvol telt als één eenheid en minder dan de helft vol telt als geen voorraad. U dient hier wel consequent in te zijn! Let op. Ook emballage en statiegeld behoren tot de voorraad, hetzij vol, aangebroken of leeg. Dit wordt nog weleens vergeten!

Bijproducten. Zorg dat bijproducten niet tot de voorraad van het hoofdproduct worden gerekend als deze niet zelfstandig tot omzet leiden. Een voorbeeld: een voorraad suikerzakjes, melkcupjes en koffiekoekjes behoren niet tot de voorraad koffie. Dat zou immers een verkeerd beeld geven van de post ‘Inkoop koffie’ in vergelijking met de post ‘Omzet koffie’. Het gevolg is dan een sterk afwijkende marge op de koffie die u later bij een controle niet meer weet te verklaren.

Voorraad 2020. Is uw voorraad in 2020 veel te hoog gewaardeerd, dan kan dit in 2021 uw inkoopwaarde verhogen en dus daarmee uw winstmarge in 2021 negatief beïnvloeden. Maak daarvan een aantekening in uw administratie.

Ga altijd uit van de inkoopwaarde of kostprijs en dus nooit van de verkoopprijs. Hanteer consequent dat halfvolle eenheden gelden als één eenheid en minder dan halfvolle eenheden als geen eenheid. Denk ook aan de emballage, vol en leeg. bron indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl