“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Werknemer € 0,19/km vergoeden, ook zonder auto?

Type vervoermiddel onbelangrijk

Voor de onbelaste kostenvergoeding is het niet van belang met welk privévervoermiddel uw werknemer reist. Tip. Zo mag u de onbelaste kostenvergoeding van € 0,19 ook vergoeden als uw werknemer zakelijke kilometers maakt met een brommer, fiets, step of zelfs te voet.

Zakelijke kilometers? Onder zakelijke kilometers worden verstaan de kilometers die uw werknemer aflegt voor zijn werk, zoals:

  • woon-werkverkeer (van zijn woning naar de werkplek);
  • zakelijke reizen, bijv. naar klanten en relaties;
  • reizen voor een opleiding die uw werknemer voor zijn werk volgt.

Lunchkilometers. Ook de kilometers die een werknemer in de loop van een werkdag reist tussen de werkplek en zijn woning (bijv. om thuis te lunchen), zijn woon-werkverkeerkilometers waarvoor u per kilometer een onbelaste kostenvergoeding van € 0,19 mag geven.

Omrijkilometers. Voor de omrijkilometers die een werknemer uit privéoverwegingen maakt, geldt de onbelaste vergoeding van € 0,19 niet. Denk hierbij aan het wegbrengen van een kind naar de kinderopvang.

Hoe met carpoolen?

Op initiatief van de werknemer. Reist een werknemer met zijn eigen auto naar het werk en besluit hij zelf om een of meerdere collega’s mee te nemen, dan mag u zowel de werknemer die rijdt als de collega’s die meerijden een onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer betalen. Let op.  U mag de werknemer die rijdt echter niet de omrijkilometers onbelast vergoeden. Deze kilometers hebben immers een privékarakter.

Op initiatief van de werkgever. Spreekt u met een werknemer af dat hij met zijn eigen auto een of meerdere collega’s moet ophalen voor woon-werkverkeer of andere zakelijke reizen, dan mag u de werknemer in kwestie (de chauffeur) een onbelaste kilometervergoeding geven van maximaal € 0,19 voor de gemaakte kilometers, inclusief de omrijkilometers. De collega’s die met hem meerijden, mag u geen onbelaste kilometervergoeding geven omdat er sprake is van vervoer vanwege de werkgever.

Vervoer vanwege de werkgever?

Er is sprake van vervoer vanwege de werkgever:

  • als u het vervoer van uw werknemer organiseert, bijv. met een personeelsbus;
  • als uw werknemer reist met een door u ter beschikking gestelde auto of fiets van de zaak;
  • als u regelt dat een werknemer meerijdt in de privéauto van een collega die daarvoor een vergoeding krijgt;
  • als uw werknemer reist met het openbaar vervoer met vervoerbewijzen die u heeft gekocht.

Dan geen onbelaste vergoeding! In deze gevallen mag u dus geen onbelaste kilometervergoeding betalen. Tip. Houdt u bijv. voor uw werknemers een belangstellingsregistratie bij, dan wordt dit niet gezien als zijnde dat u het carpoolen zelf organiseert. Hetzelfde geldt als u aan uw werknemers vraagt om aan u door te geven hoe zij het carpoolen hebben georganiseerd.

Voor de onbelaste kostenvergoeding is het niet van belang met welk privévervoermiddel uw werknemer reist. Zo mag u de onbelaste kostenvergoeding van € 0,19 ook vergoeden als uw werknemer zakelijke kilometers maakt met een brommer, fiets, step of zelfs te voet. Dit geldt ook voor carpoolers als dit niet op uw initiatief gebeurt. bron indicator

Zakelijk kosten van verteer, wat kunt u nog aftrekken?

Kosten met een privékarakter

Zoals u weet, zijn kosten die u maakt als ondernemer voor de inkomstenbelasting of als resultaatgenieter, beperkt aftrekbaar. Het gaat dan om de zogenaamde ‘gemengde kosten’ die naast een zakelijk karakter ook een privé-element in zich hebben, zoals voedsel (zakelijke etentjes inclusief fooien en drank (koffie, thee, fris, melk, e.d.)). Voor dergelijke kosten geldt er een drempel van € 4.800 (2022). In plaats van deze drempel mag u ook kiezen om 80% van de kosten in aftrek te nemen.

Opnieuw voor de rechter. Recentelijk heeft Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2022:513) echter geoordeeld dat kosten van verteer die gemaakt worden tijdens een verblijf elders, niet (beperkt) aftrekbaar zijn van de fiscale winst. Wat nu?

Dit speelde er. Een ondernemer met een eenmanszaak is voor zijn werk geregeld langere tijd bij cliënten op locatie werkzaam. Gedurende deze tijd maakt hij kosten van huur van een kamer of studio. Naast deze kosten maakt hij kosten voor eigen verteer (ontbijt, lunch, diner). Deze kosten heeft hij ten laste van de winst gebracht, rekening houdende met de aftrekbeperking voor gemengde kosten. De inspecteur is het hier niet mee eens en schrapt de kosten van verteer. De ondernemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat de uitgaven in de ondernemingssfeer liggen. De uitgaven voor voedsel en drank behoren immers tot de persoonlijke sfeer van de ondernemer. Het zijn namelijk uitgaven die gedaan worden ter voorziening in het levensonderhoud van de ondernemer. Niet in geschil is dat de kosten van het verblijf (huur van een kamer en studio) van de ondernemer zakelijk zijn.

Hoger beroep. Hof Den Haag is van oordeel dat de eigengemaakte verteerkosten van de ondernemer niet berusten op zakelijke overwegingen. De eigengemaakte verteerkosten hebben vanwege de noodzaak om te eten en te drinken een overheersend privékarakter. Hierbij maakt het geen verschil of de ondernemer de maaltijd elders gebruikt vanwege zijn verblijf daar of dat hij de maaltijd thuis gebruikt. Ook het feit dat de eigen verteerkosten tijdens zijn verblijf elders hoger zijn dan wanneer de ondernemer thuis zijn maaltijd zou nuttigen, leidt er niet toe dat de kosten deels in aftrek kunnen worden gebracht.

Verschil met werknemer. Ook de vergelijking die de ondernemer aanhaalde dat een werkgever dergelijke kosten van zijn werknemer wel in aftrek kan nemen, faalt in dit beroep. Ondernemers en werknemers verkeren ten aanzien van het in aftrek brengen van kosten en het al dan niet onbelast ontvangen en verstrekken van vergoedingen, feitelijk en rechtens niet in dezelfde situatie, waardoor er geen sprake is van gelijke gevallen.

Wat betekent dit voor u?

Op grond van deze uitspraak is het voor de kostenaftrek dus van belang of de kosten van verteer die u zelf maakt, al dan niet als zakelijk kunnen worden aangemerkt. Zo zijn de kosten van eten en drinken die u onderweg nuttigt omdat u zakelijk onderweg bent, evenmin aftrekbaar als de kosten van eten en drinken tijdens een zakelijk verblijf elders. Een privé-uitgave wordt immers geen zakelijke uitgave, ook al wordt deze uitgave veroorzaakt door handelen binnen de onderneming.

Zakelijk belang. Indien er een zakelijk belang is om uit eten te gaan, zoals een zakenlunch of zakendiner met relaties, dan zijn de kosten aan te merken als zakelijk. Omdat u hier ook een privévoordeel van heeft, kunt u deze kosten volgens de regels van de gemengde kosten beperkt in aftrek nemen. Tip. Vermeld altijd de naam van de zakenrelatie op de factuur of bon. Zo toont u het zakelijk karakter aan.

Verteerkosten die geen zakelijk belang hebben, zijn niet aftrekbaar als u elders verblijft. Gaat u echter eten met een zakenrelatie, dan hebben deze kosten wel een zakelijk belang en mag u deze kosten (ook die van uzelf) beperkt in aftrek nemen. bron indicator

Bijverdiend loon als omzet aanmerken?

Winst uit onderneming. Heeft u winst uit onderneming en bent u daarnaast ook nog in loondienst werkzaam, dan is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om looninkomsten (belastbaar loon) aan te merken als ondernemingswinst. Let op. Indien er geen winst uit onderneming is, is dit niet aan de orde. Om loon uit dienstbetrekking aan te merken als winst uit onderneming, moet u voldoen aan twee cumulatieve vereisten. Volgens vaste rechtspraak:

  1. moet er een nauwe samenhang bestaan tussen de werkzaamheden verricht in de dienstbetrekking en de werkzaamheden verricht als ondernemer; en
  2. moeten de werkzaamheden in dienstbetrekking in het geheel ondergeschikt zijn aan de werkzaamheden in uw onderneming.

Voordeel? Een van de voordelen hiervan is dat de uren die u werkt in loondienst, meetellen als ondernemingsuren. U zult dan eerder voldoen aan het urencriterium, waardoor u recht heeft op een aantal fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek.

Nauwe samenhang. Er moet wel een nauwe samenhang bestaan tussen de werkzaamheden die u in dienstbetrekking verricht en die u verricht voor uw eigen onderneming. Met andere woorden: de werkzaamheden in dienstbetrekking moeten in het verlengde liggen van uw ondernemersactiviteiten. Dit moet u kunnen beargumenteren.

Voorbeeld.Een zelfstandige boekhouder die in loondienst de administratie verzorgt, verricht werkzaamheden die nauw samenhangen met zijn ondernemersactiviteiten. Verzorgt een fysiotherapeut administratieve werkzaamheden in loondienst, dan is er geen nauwe samenhang van werkzaamheden.

Ondergeschikt. Uit diverse rechtspraken is op te maken dat indien er zowel qua tijdsbesteding als financieel gezien geen sprake is van ondergeschiktheid (bijkomstige aard), het niet mogelijk is om looninkomsten tot de winst te rekenen (ECLI:NL:RBNHO:2018:8749) . Fiscaal gezien omvat de term ‘bijkomstig’ minder dan 10%.

Hangt uw werk in loondienst nauw samen met uw bedrijf, dan mag u de uren meetellen voor bijv. de zelfstandigenaftrek (het urencriterium) en wordt uw loon bedrijfswinst. bron indicator

Twee opties voor aftrek gemengde kosten in 2022

Gemengde kosten

Welke uitgaven? Als ondernemer kunt u te maken krijgen met gemengde kosten. Het gaat hierbij om:

  • voedsel, dranken en genotmiddelen;
  • representatie, waaronder bijv. relatiegeschenken en bedrijfsuitjes;
  • congressen, seminars, studiereizen, e.d.

Privévoordeel. Omdat deze uitgaven vaak ook voor de betrokkene een privévoordeel met zich meebrengt (u hoeft niet meer thuis te eten of geniet tijdens een internationale studiereis ook van de omgeving), is er besloten om deze kosten fiscaal slechts gedeeltelijk in aftrek toe te staan.

Keuze

U kunt als ondernemer kiezen tussen twee opties:

  1. van alle gemengde kosten brengt uw onderneming 20% niet in aftrek. Voor 80% van de kosten wordt aftrek wel toegestaan;
  2. uw onderneming kiest ervoor om een vast bedrag aan gemengde kosten niet in aftrek te brengen. Dit bedraagt € 4.800 (2022). Let op.  In 2021 bedroeg deze grens nog € 4.700.

In belastingaangifte. Om optie één te kunnen toepassen, moet u in de aangifte inkomstenbelasting uitdrukkelijk aangeven dat u de gemengde kosten op basis van het percentage heeft berekend.

Voorbeeld

Stel, uw onderneming maakt op jaarbasis voor een bedrag van € 27.500 aan gemengde kosten. Welke keuze moet u nu maken ten aanzien van de aftrek van gemengde kosten?

Vast bedrag aantrekkelijker. U kunt er enerzijds voor kiezen om 80% van de kosten af te trekken. Dit betekent dat de aftrek voor een bedrag van € 5.500 niet wordt toegestaan. De aftrekbeperking op basis van een vast bedrag bedraagt € 4.800. Optie twee is dus in dit geval de beste keus.

Omslagpunt. Het zogenaamde ‘omslagpunt’ voor de gemengde kosten ligt in 2022 op € 24.000. Heeft u meer gemengde kosten, dan is het vaste bedrag aantrekkelijker. Bij minder gemengde kosten kunt u beter kiezen voor aftrek op basis van het percentage van 80%.

Boekhouding

Aparte grootboekrekeningen. Om de gemengde kosten overzichtelijk te houden, is het raadzaam om deze op afzonderlijke grootboekrekeningen te boeken. Zo kunt u achteraf eenvoudig deze kosten bijeentellen en de voor uw onderneming voordeligste keuze maken.

Werkkostenregeling. Daarnaast kan ook de werkkostenregeling hierbij nog een rol spelen. Als gemengde kosten namelijk als eindheffingsbestanddeel worden aangemerkt, dan speelt de aftrekbeperking geen rol meer. Loonkosten zijn namelijk niet in aftrek beperkt. Deze situatie doet zich bijv. voor als er een personeelsfeest/bedrijfsuitje op locatie wordt georganiseerd. Dergelijke kosten worden vaak opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Zorg ervoor dat u in uw administratie een duidelijk overzicht heeft van de gemengde kosten, zodat u met onze rekentool snel de juiste keuze ten aanzien van de aftrekbeperking kunt maken. Kijk ook kritisch naar iedere kostenpost. Is er echt sprake van een gemengde kost of bijv. van loonkosten? bron indicator

Tweefactorauthenticatie voor e-mail en mobieltje

Soorten 2FA. U kent vast wel de code die u via sms kunt ontvangen en de vingerafdruk en gezichtsherkenning op telefoons en laptops. De banken gebruiken vaak een extra apparaatje (‘identifier’) en er bestaan ook apps om te gebruiken (zoals de DigiD-app, de Google Authenticator – https://bit.ly/3IZEdlT en Microsoft Authenticator – https://bit.ly/3L6uKv2 ). Er bestaan ook ‘keys’ die u in de USB-poort van uw computer moet steken. Tip.  Zorg altijd dat minimaal uw e-mail met 2FA is beveiligd. Heeft men toegang tot uw e-mail, dan kan men via uw account het wachtwoord wijzigen (via wachtwoord vergeten).

2FA via de smartphone. De telefoon is via sms en apps erg populair als 2FA-tool. Let op.  Telefoon kwijt of stuk, dan kunt u niet meer inloggen. Tip.  Check bij het kiezen van een 2FA-app daarom van tevoren hoe het herstellen werkt (vaak met herstelcodes of back-ups).

Zorg dat uw e-mailaccount met 2FA is beveiligd. Wilt u 2FA via uw telefoon, check dan eerst hoe u 2FA moet herstellen in geval u uw mobieltje verliest of als deze het niet meer doet. bron indicator

Langer dan vijf jaar winst uit onderneming, toch startersaftrek

Ondernemersaftrek

Zelfstandigenaftrek. Als u ten minste 1.225 uur aan uw onderneming besteedt, heeft u recht op de zelfstandigenaftrek. Dit is een aftrekpost op uw belastbare winst uit onderneming. In 2022 bedraagt deze aftrek nog € 6.310, met dien verstande dat het maximale belastingtarief waartegen dit bedrag in aftrek mag worden gebracht, 40% is.

Startersaftrek. De zelfstandigenaftrek wordt verhoogd met een startersaftrek van € 2.123 (2022) als u in een of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer was. Daarbij geldt tevens de eis dat u gedurende deze vijf jaar maximaal twee keer gebruik heeft gemaakt van de zelfstandigenaftrek.

Wat speelde er onlangs bij de rechter?

Na zes jaar zelfstandigen- en startersaftrek. Een ondernemer gaf zeven jaar lang (2011 tot en met 2017) zijn inkomsten in zijn aangifte inkomstenbelasting aan als winst uit onderneming. Tot en met 2016 claimde hij geen zelfstandigenaftrek, omdat hij van mening was niet aan het urencriterium te voldoen. In 2017 voerde hij de zelfstandigenaftrek wel op in zijn belastingaangifte en claimde hij tevens de startersaftrek. De inspecteur was het er niet mee eens en corrigeerde zowel de zelfstandigen- als de startersaftrek.

Urencriterium gehaald, zelfstandigenaftrek.  Nadat de ondernemer bezwaar had aangetekend tegen deze correcties, werd de zelfstandigenaftrek alsnog verleend, omdat hij kon aantonen dat er door hem wel aan het urencriterium was voldaan.

Geen startersaftrek. De startersaftrek bleef hem evenwel ontzegd, waarop de ondernemer naar de rechter stapte (ECLI:NL:RBZWB:2022:12) .

Fiscaal ondernemerschap? Voor de rechter stelde de Belastingdienst dat de belastingplichtige in alle vijf voorgaande jaren ondernemer was. De bewijslast of deze belastingplichtige in een of meer van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was, rust op de belastingplichtige. Deze had toch immers in zijn aangifte inkomstenbelasting altijd het standpunt ingenomen dat hij ondernemer was en daarbij zelfs gebruik had gemaakt van de MKB-winstvrijstelling. De belastingplichtige voldeed dus niet aan de voorwaarde dat in minstens een van de vijf voorgaande jaren er geen sprake was van fiscaal ondernemerschap, waardoor nu de startersaftrek zou kunnen worden toegepast.

Belastingaangifte niet doorslaggevend

Geen sprake van een onderneming. De rechter ziet het anders en geeft aan dat de wijze waarop deze belastingplichtige zijn aangifte inkomstenbelasting heeft ingevuld en heeft aangegeven ondernemer te zijn, niet leidend is. Er moet wel degelijk gekeken worden of de belastingplichtige gedurende al deze jaren al dan niet terecht als ondernemer in de zin van de wet kon worden aangemerkt en dat was, aldus de rechter, niet het geval nu:

  • er in voorgaande jaren niet aan het urencriterium werd voldaan;
  • gedurende deze jaren ook de jaarwinsten minimaal waren; en
  • er voorts geen zichtbare groei van de onderneming was.

Ook startersaftrek. Het was dus aannemelijk dat in zeker vijf voorafgaande jaren er fiscaal geen sprake was van het voeren van een onderneming en dus geen fiscaal ondernemerschap. De startersaftrek over 2017 werd dus alsnog toegekend.

Voor de startersaftrek geldt dat de ondernemer fiscaal geen ondernemer was in de voorafgaande vijf kalenderjaren. Daarbij is het volgens de rechter niet van belang hoe een en ander in de aangifte is opgenomen. Speelt dit ook bij u, controleer dan of het voordelig is om alsnog startersaftrek te claimen, ook al gaf u jaarlijks aan ondernemer te zijn. bron indicator

TVL eerste kwartaal 2022 geopend voor aanvraag t/m 31 maart

TVL eerste kwartaal van 2022

Ondernemers die in het eerste kwartaal van 2022 minimaal 30% omzetverlies hebben geleden ten opzichte het eerste kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 kunnen vanaf 28 februari 2022 een aanvraag doen voor de TVL Q1 2022 bij RVO.nl. De aanvraagperiode loopt tot en met donderdag 31 maart 2022, 17.00 uur. Wat moet u weten?

Referentieperiodes. Om zo veel mogelijk ondernemers tegemoet te kunnen komen, kunt u kiezen uit twee referentieperiodes: het eerste kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020. U mag zelf kiezen welke periode voor u het gunstigste is. Voor ondernemingen die gestart zijn op 1 januari 2019 en later gelden er afwijkende referentieperiodes. Welke referentieperiodes dat zijn, is afhankelijk van de datum waarop u uw bedrijf voor het eerst inschreef in het Handelsregister van de KvK.

 

Gestart met uw onderneming tussen Referentieperiode
1 januari 2019 en 31 maart 2019 Q2 2019 of Q1 2020
1 april 2019 en 30 juni 2019 Q3 2019 of Q1 2020
1 juli 2019 en 30 september 2019 Q4 2019 of Q1 2020
1 december 2019 en 31 december 2019 Q1 2020 of Q3 2020
1 januari 2020 en 31 maart 2020 Q2 2020 of Q3 2020
1 april 2020 en 30 juni 2020 Alleen Q3 2020

Voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden om voor de TVL Q1 2022 in aanmerking te kunnen komen, zijn:

  • u heeft ten minste 30% omzetverlies als gevolgen van de coronacrisis;
  • u heeft minimaal € 1.500 vaste lasten in het eerste kwartaal van 2022 (omzet referentieperiode x aandeel vaste lasten in procenten op basis van het percentage vaste lasten (SBI-code). U hoeft uw daadwerkelijke vaste lasten dus niet te overleggen;
  • uw onderneming of verbonden ondernemingen waren op 31 december 2019 niet in financiële moeilijkheden;
  • uw onderneming stond op 30 juni 2020 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; en
  • u heeft minimaal één vestiging in Nederland. Voorwaarde is dat deze vestiging een aparte voordeur of opgang heeft, los van het huisadres. Voor een aantal branches, zoals horeca, taxivervoer, markthandel, auto- en motorrijscholen met bepaalde SBI-codes, geldt deze voorwaarde niet. Voor meer informatie over om welke branches en SBI-codes het gaat, zie: https://bit.ly/3suCkIK

Hoeveel subsidie?

Voldoet u aan de voorwaarden voor de TVL en heeft u minimaal 30% omzetverlies geleden ten opzichte van de referentieperiode, dan krijgt u 100% subsidie voor het aandeel vaste lasten dat bij uw sector hoort. Het maximale subsidiebedrag dat een MKB-onderneming kan ontvangen, bedraagt € 550.000. Niet MKB-ondernemingen kunnen maximaal € 600.000 subsidie ontvangen.

Maximale staatssteun. Daarbij kunnen ondernemingen of een groep verbonden ondernemingen tussen maart 2020 en 30 juni 2022 maximaal € 2,3 miljoen aan overheidssteun ontvangen op basis van de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PbEU 2020, C 91 I) . Voor bedrijven in de visserij is het maximale bedrag aan staatssteun € 345.000 en voor bedrijven in land- en tuinbouw is het maximale bedrag € 290.000. De maximale subsidiebedragen zijn met ingang van de TVL Q4 2021 verhoogd. Dit betekent dat de voornoemde staatssteungrenzen gelden vanaf de aanvraag van TVL Q4 2021 en niet voor de eerde TVL-periodes.

Als u in het eerste kwartaal van 2022 minimaal 30% omzetverlies heeft geleden ten opzichte van het eerste kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020, kunt u sinds 28 februari 2022 een aanvraag doen voor de TVL Q1 2022 bij RVO.nl. De aanvraagperiode loopt tot en met donderdag 31 maart 2022, 17.00 uur. bron indicator

Zicht houden op de vele NOW-regelingen en -afrekeningen

NOW-regelingen bij de vleet …

Heeft u een voorschot voor de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) NOW 2.0, NOW 3.1, NOW 3.2. NOW 3.3, NOW 4.0 of NOW 5.0 ontvangen, dan moet u een definitieve berekening aanvragen bij het UWV. Dit moet u doen voor een uiterlijke datum. Daarom hebben wij voor u alles in tabelvorm gezet.

 

NOW-regeling NOW 2.0 NOW 3.1
Aanvraagperiode Tweede Derde
Maanden Juni t/m september 2020 Oktober t/m december 2020
Aanvragen definitieve berekening 15 maart 2021 t/m 31 maart 2022 4 oktober 2021 t/m 22 februari 2023(1)

 

NOW-regeling NOW 3.2 NOW 3.3
Aanvraagperiode Vierde Vijfde
Maanden Januari t/m maart 2021 April t/m juni 2021
Aanvragen definitieve berekening 31 januari 2022 t/m 22 februari 2023(1) 31 januari 2022 t/m 22 februari 2023(1)

 

NOW-regeling NOW 4.0 NOW 5.0
Aanvraagperiode Zesde Zevende
Maanden Juli t/m september 2021 November t/m december 2021
Aanvragen definitieve berekening 31 maart 2022 t/m 22 februari 2023(1) 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023(1)
  1. De datums zijn nog onder voorbehoud. Zodra deze zijn vastgesteld, wordt dit kenbaar gemaakt op de website https://www.uwv.nl

Hoe aanvragen?

Aanvragen van de definitieve berekening doet u via de website van het UWV ( https://bit.ly/3rB70aQ ). Scrol hiervoor naar beneden naar NOW – aanvragen. Een aanvraag indienen kan met eHerkenning (betrouwbaarheidsniveau EH3 of hoger).

Kunt u niet inloggen? Kunt u niet inloggen met eHerkenning, dan kunt u ook een aanvraag indienen zonder eHerkenning.

Na de aanvraag

Heeft u het omzetverlies goed ingeschat of is het omzetverlies hoger dan u bij de aanvraag van het voorschot heeft ingediend, dan ontvangt u een nabetaling van het UWV. Hier hoeft u verder niets voor te doen.

Nabetalen en betalingsregeling

Ontvangt u naar aanleiding van uw definitieve berekening van het UWV een besluit waaruit blijkt dat u te veel voorschot heeft ontvangen, dan moet u het verschil tussen het voorschot en de definitieve tegemoetkoming terugbetalen. Tip.  Hiervoor kunt u met het UWV een betalingsregeling treffen.

Aanvraag NOW 6.0 (aanvraagperiode acht)

Vanaf 14 februari 2022 tot en met 13 april 2022 kunt u bij het UWV een voorschot aanvragen voor de NOW 6.0 voor de achtste periode (januari, februari en maart 2022).

Voorwaarden? De voorwaarden voor de NOW 6.0 zijn grotendeels gelijk gebleven aan die van de NOW 5.0.

  • Het (verwachte) omzetverlies moet 20% bedragen.
  • Het vergoedingspercentage blijft 85%.
  • Het te vergoeden dagloon blijft gemaximeerd op twee keer het maximale dagloon.
  • De grens op het maximaal te vergoeden omzetverlies blijft in de NOW 6.0 ook 90%.
  • Ook het loonsomvrijstellingspercentage van 15% blijft net als in de NOW 5.0 15%.
  • Daarentegen wordt de forfaitaire opslag van 40%, zoals deze gold voor de NOW 5.0, voor de NOW 6.0 verlaagd naar 30%.
Heeft u reeds NOW-steun gehad, vergeet dan niet om de definitieve berekeningen aan te vragen bij het UWV. Dat moet u doen binnen de daarvoor gestelde deadlines (uit onze tabellen). Vanaf 14.02.2022 tot en met 13.04.2022 kunt u bij het UWV een voorschot aanvragen voor de NOW 6.0 voor de achtste periode (januari, februari en maart 2022). bron indicator

Alternatieven voor de rittenadministratie van de bestelauto

Alternatieven rittenregistratie

Bestelauto en busje. Voor een auto van de zaak geldt de bekende bijtelling. Deze geldt ook voor degene die in een bestelauto rijdt, tenzij men bewijst dat er met de auto niet meer dan 500 km privé is gereden. Een sluitende rittenregistratie is dan bijna onvermijdelijk. Helaas is dat voor veel bestelauto’s een schier onmogelijke opgave. Denk bijv. aan de bestelauto van de koerier of het busje dat in de bouw gebruikt wordt. Maar zijn er ook alternatieven en waar moet u dan vooral op letten?

Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik. U kunt aan de bijtelling ontkomen door bij de Belastingdienst een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto in te dienen. U krijgt dan niet met de bijtelling te maken en u hoeft geen rittenregistratie bij te houden. Let op.  De verklaring kent echter één belangrijk nadeel. U mag de bestelauto helemaal niet privé gebruiken, dus ook niet één kilometer om op weg naar huis even uw dochter bij de crèche op te halen. Doet u dit toch, dan riskeert u een forse naheffing plus een boete.

Vereenvoudigde rittenregistratie. Een andere optie is het bijhouden van een vereenvoudigde rittenregistratie. U levert het bewijs van het geringe privégebruik van maximaal 500 kilometer dan met deze rittenregistratie in combinatie met de zakelijk bezochte adressen in de administratie van de werkgever. De rittenregistratie wordt daarmee een stuk eenvoudiger. Let op.  U kunt deze mogelijkheid alleen gebruiken als werkgever en werknemer schriftelijk verklaren dat de vereenvoudigde rittenregistratie wordt bijgehouden, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en als de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie bewaart.

Volgorde zakelijk bezoek. De Belastingdienst heeft op zijn website een voorbeeldafspraak opgenomen waarin de vereenvoudigde rittenregistratie is opgenomen (zie https://www.belastingdienst.nl zoekterm voorbeeldafspraak). Hieruit blijkt onder andere dat de volgorde van de bezochte zakelijke adressen van belang is. Als deze volgorde niet uit de administratie blijkt, moet de werknemer via een extra kolom per dag een verwijzing opnemen naar de zakelijke adressen in de administratie van de werkgever in de volgorde waarin hij deze heeft bezocht. U mag ook een andere schriftelijke afspraak met uw werknemer maken, maar u moet deze dan eerst voorleggen aan uw inspecteur en daarbij aangeven waar deze afwijkt.

Gegevens. De vereenvoudigde rittenregistratie is weliswaar minder uitgebreid, maar moet verder per dag toch de datum en werktijd bevatten plus de begin- en eindstand van de kilometerteller. Maakt de werknemer een privérit, dan moet hij ook de datum en de begin- en eindkilometerstand van de privérit noteren, plus het vertrek- en aankomstadres.

Wat kunt u hiermee?

Ook voor een bestelauto geldt in beginsel gewoon de bijtelling voor privégebruik. Er zijn weliswaar uitzonderingen, maar deze zijn beperkt. Dit betreft bijv. bestelauto’s die van binnen dermate vuil zijn dat privégebruik vrijwel onmogelijk is. Bij privégebruik tot 500 km is een rittenregistratie wel vereist, al kunt u onder voorwaarden ook een vereenvoudigde rittenregistratie toepassen.

Als het bijhouden van een sluitende rittenregistratie voor een bestelauto vrijwel onmogelijk is, kunt u ook kiezen voor de vereenvoudigde versie. Houd in het achterhoofd dat dan via de administratie van u als werkgever de zakelijke ritten en de volgorde ervan moeten zijn te achterhalen. bron indicator

Box 3, de laatste stand van zaken

Uitspraak Hoge Raad. De Hoge Raad heeft eind 2021 beslist dat de manier waarop vermogen in box 3 wordt belast, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dat er niet meer dan het werkelijk rendement belast mag worden. De Hoge Raad heeft echter niet aangegeven hoe dit precies moet worden bepaald.

Uitspraak Belastingdienst op bezwaarschriften. De Belastingdienst heeft inmiddels alle ruim 200.000 bezwaarschriften die bij de massaalbezwaarprocedures over de jaren 2017 tot en met 2020 horen, gegrond verklaard. Het is echter nog niet duidelijk welke mensen er geld terugkrijgen, hoeveel dat dan is en wanneer dit precies gaat gebeuren. Het is de bedoeling dat hierover begin mei duidelijkheid komt.

Verzoek om ambtshalve vermindering? Heeft u geen bezwaar gemaakt en staan de aanslagen over deze jaren al onherroepelijk vast, vraag dan ambtshalve mindering aan als de termijn van vijf jaar dreigt te verstrijken. In andere gevallen kunt u de ontwikkelingen nog even afwachten.

Voorlopig geen aanslagen met box 3-heffing. Er worden voorlopig geen aanslagen opgelegd waarin de afgekeurde box 3-heffing is opgenomen. Dit geldt niet als een aanslag dreigt te verjaren of als er een belang is voor de belastingplichtige, bijv. bij middeling of verliesverrekening. Let op. Ontvangt u een (voorlopige) aanslag waarin box 3-heffing is opgenomen, maak hiertegen dan binnen zes weken bezwaar.

Aangifte over 2021. De Belastingdienst vraagt om over 2021 gewoon aangifte te doen, ook over het box 3-vermogen. Bij de uiteindelijke aanslagoplegging zal een en ander worden gecorrigeerd.

Nieuw stelsel voor box 3. Het kabinet wil vanaf 2025 een nieuw stelsel van belastingheffing in box 3 invoeren, op basis van werkelijk rendement. Voor de tussenliggende jaren tot 2025 komt er spoedwetgeving.

Ontvangt u de komende tijd een (voorlopige) aanslag waarin box 3-heffing is opgenomen, maak hiertegen dan tijdig bezwaar.  bron indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl