“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Tellen studie-uren mee voor het urencriterium van u als ondernemer?

Het urencriterium biedt u als zelfstandige tal van voordelen. Het belangrijkste is wel de zelfstandigenaftrek plus de startersaftrek, maar ook de meewerkaftrek, oudedagsreserve en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk vereisen dat criterium.

Urencriterium

Het urencriterium komt er in het kort op neer dat u minstens 1.225 uur per jaar in uw onderneming werkzaam bent. Ook moet u minstens de helft van uw werkzame uren aan uw bedrijf besteden. Op deze manier wil men bereiken dat alleen ondernemers die het grootste deel van hun activiteiten besteden aan hun bedrijf, voor de faciliteiten in aanmerking komen. Alleen starters hoeven niet te voldoen aan de eis dat men minstens de helft van de werkzame uren aan het bedrijf besteed. U bent starter als u in een of meer van de vijf voorgaande jaren nog geen ondernemer was.

Welke uren tellen er mee? In beginsel tellen alle uren die u aan uw bedrijf besteedt, mee voor het urencriterium, dus bijv. ook reisuren om van en naar uw onderneming te reizen, de tijd die u besteedt aan uw administratie, schoonmaakwerkzaamheden of het maken van offertes. De rechter heeft zelfs beslist dat ook een ondernemer die zijn eigen website ontwierp, de hiermee gemoeide uren mocht meetellen. De uren moeten wel daadwerkelijk aan uw bedrijf besteed zijn. Zo mag bijv. een thuiskapster die af en toe een klant heeft, niet alle uren meetellen dat ze thuis voor haar klanten beschikbaar is. Ook alleen het wachten op klanten naast de telefoon is onvoldoende om mee te tellen voor het urencriterium.

Ook studie-uren?

Onlangs bracht een collega van u haar zaak voor de rechter, waarbij het handelde om de vraag of ook studie-uren meetellen voor het urencriterium (ECLI:NL:RBZWB:2022:4116) . De vrouw was in 2017 begonnen als VoetreflexPlus-therapeut en pedicure. Aan de opleiding tot VoetreflexPlus-therapeut had ze 451 studie-uren besteed. Dat jaar had ze ook 454 uren besteedt aan een opleiding medische basiskennis. Ze wilde de bestede uren meetellen voor het urencriterium, maar de rechtbank was het hiermee niet eens. Deze besliste dat alleen de uren die besteed waren aan het op peil houden van vakkennis meetellen, maar uren die besteed waren aan het vergaren van nieuwe vakkennis niet. Vanwege haar parttime baan in een ziekenhuis beschikte ze al over medische basiskennis, dus werd de gevolgde studie aangemerkt als het op peil houden van deze kennis. Daarentegen was de studie VoetreflexPlus-therapeut nieuw en werd dit daarom aangemerkt als het opdoen van nieuwe vakkennis. Deze uren telden dan ook niet mee, waardoor de zelfstandigen- en startersaftrek verviel.

Wat kunt u hiermee? Bedenk dat alleen uren die u besteedt aan het op peil houden van vakkennis, meetellen voor het urencriterium. Wilt u studie-uren mee laten tellen, geef dan aan welk deel is aan te merken als het op peil houden van vakkennis, want alleen deze uren tellen mee. Probeer hier zo mogelijk bij aan te sluiten als u aannemelijk wilt maken dat studie-uren mee dienen te tellen voor het urencriterium.

Houd er rekening mee dat studie-uren alleen meetellen voor het urencriterium als het gaat om het op peil houden van uw vakkennis. Splits studie-uren daarom uit als een deel ook betrekking heeft op het vergaren van nieuwe vakkennis, want deze uren tellen niet mee. bron indicator

Forse belastingstijging voor verhuurde woning vanaf 2023

Het zit de politiek kennelijk dwars dat verhuurders van een woning profiteren van de huidige krapte op de woningmarkt. Daarom stelt het kabinet een aantal fiscale maatregelen voor die deze verhuurders flink gaan raken in de portemonnee. De plannen zijn nog niet door het parlement aangenomen en dus nog niet definitief, maar zullen waarschijnlijk toch al vanaf 2023 worden ingevoerd.

Leegwaarderatio

Cruciaal in de voorstellen is een verhoging van de zogenaamde ‘leegwaarderatio’. Via de leegwaarderatio wordt er voor de waarde van een verhuurde woning rekening gehouden met de verhuurde staat. Logisch, want een verhuurde woning is meestal een stuk minder waard dan in onverhuurde staat. De leegwaarderatio is afhankelijk van de huuropbrengst. Hoe meer een woning opbrengt aan huur, hoe hoger de leegwaarderatio en hoe hoger de waarde. Deze waarde wordt afgeleid van de WOZ-waarde.

Situatie nu (2022) en straks (vanaf 2023).  De leegwaarderatio staat in de hiernavolgende tabel, tussen haakjes de voorgestelde percentages van het kabinet. Hierin is de jaarlijkse huuropbrengst uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde.

 

Meer dan Niet meer dan Leegwaarderatio (voorstel)
0% 1% 45% (73%)
1% 2% 51% (79%)
2% 3% 56% (84%)
3% 4% 62% (90%)
4% 5% 67% (95%)
5% 6% 73% (100%)
6% 7% 78% (100%)
7% 85% (100%)

Uit de tabel volgt voor een woning met een WOZ-waarde van bijv. € 300.000 en een huuropbrengst van € 600 per maand een percentage aan huuropbrengst van € 7.200 / €300.000 = 2,4%. De leegwaarderatio is dan 56%, wat betekent dat de woning een fiscale waarde heeft van € 300.000 x 56% = € 168.000. Volgens de voorstellen wordt de leegwaarderatio voor deze woning in 2023 gesteld op 84%, waardoor de waarde stijgt naar € 300.000 x 84% = € 252.000.

Welke belastingen betreft het?

De leegwaarderatio wordt toegepast voor de bepaling van de waarde van een woning in box 3. Daarnaast wordt de leegwaarderatio gebruikt voor de schenk- en erfbelasting. In het hiervoor genoemde voorbeeld betekent dit dus dat voor de belastingheffing in box 3 de waarde van de woning met € 84.000 toeneemt. Ook als een dergelijke woning wordt geschonken of geërfd, moet er vanaf 2023 worden uitgegaan van een waarde die € 84.000 hoger ligt.

Wat scheelt dat nu? De nieuwe heffing in box 3 zal gebaseerd worden op de zogenaamde ‘spaarvariant’. Concreet betekent dit dat in het hiervoor genoemde voorbeeld over € 84.000 ongeveer 5,69% aan extra rendement verondersteld wordt, oftewel: €4.780. Hierover betaalt u in box 3 31% belasting, dus € 1.481 meer dan nu. Bij de erf- en schenkbelasting zijn de bedragen forser. Alleen al bij schenking of vererving tegen het laagste tarief, bijv. voor kinderen, wordt 10% x € 84.000 = € 8.400 meer belasting geheven.

Wat kunt u eraan doen?

Behalve schenken voor 2023 is er weinig aan de nieuwe heffing te doen. Wel kunt u natuurlijk altijd overwegen een verhuurde woning dan maar te verkopen, of indien mogelijk, de huur te verhogen, al kan dit ook tot een nog hogere leegwaarderatio leiden.

Houd er rekening mee dat een verhuurde woning vanaf 2023 zwaarder belast gaat worden en dus minder gaat renderen. U kunt overwegen om de woning te verkopen of de huur te verhogen. bron indicator

Hoe kunt u de privébijtelling voor uw bestelauto voorkomen?

Gemaximeerd privégebruik. In beginsel wordt een bestelauto van de zaak op dezelfde manier fiscaal behandeld als een personenauto van de zaak waar het gaat om de bijtelling. Dit betekent dat als er minder dan 500 kilometer op jaarbasis met de auto privé wordt gereden, er geen correctie (bijtelling) voor het privégebruik in aanmerking hoeft te worden genomen. Let op.  Gebruikt u de bestelauto van de zaak wel meer dan 500 kilometer privé, dan is een bijtelling wel verplicht.

Bijtelling afhankelijk van uitstoot. De hoogte van de bijtelling voor privégebruik is in principe 22% van de cataloguswaarde. Voor bestelauto’s met een CO2 -uitstoot van nihil (volledig elektrische auto’s) geldt bij een zogeheten ‘datum van eerste toelating’ in 2022 een bijtellingspercentage van 16% voor zover de catalogusprijs niet hoger is dan € 35.000. Over het eventuele meerdere geldt dan de bijtelling van 22%.

Bijtelling voorkomen. Als u uw bestelauto nauwelijks privé gebruikt, zit u natuurlijk niet te wachten op een flinke bijtelling. In dat geval moet er beoordeeld te worden op welke manier de bijtelling kan worden voorkomen. Let op.  Doe dit zorgvuldig. In de praktijk blijkt dat veel ondernemers nonchalant omgaan met deze fiscale verplichting, waardoor ze achteraf alsnog met een forse navordering geconfronteerd worden.

Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik

De meeste gehanteerde methode om een bijtelling te voorkomen is door het invullen van de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. U kunt deze verklaring digitaal indienen via MijnBelastingdienst Zakelijk. Als u bent ingelogd, vindt u het formulier bij Loonheffingen. Dit kan ook ingevuld worden voor een ondernemer (persoonlijk). Dit betekent voor u het volgende:

  • u hoeft bij uw winstberekening geen rekening te houden met de correctie voor het privégebruik van de bestelauto;
  • u hoeft geen (sluitende) rittenregistratie bij te houden.

Voorwaarden. Dient u een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto in, dan gelden de volgende voorwaarden:

  • u mag de bestelauto (logischerwijs) niet privé gebruiken;
  • u heeft een meldingsplicht om veranderingen rond het zakelijk gebruik van de bestelauto aan de Belastingdienst door te geven.

Enige onderbouwing altijd noodzakelijk. Groot voordeel van een dergelijke verklaring is dus dat een sluitende kilometeradministratie niet langer nodig is. Dit in tegenstelling tot de Verklaring geen privégebruik auto, die vaak voor personenauto’s wordt aangevraagd. Daarvoor is een sluitende kilometeradministratie wel noodzakelijk. Overigens betekent dit niet dat u helemaal niets hoeft te kunnen onderbouwen. Bij ritten buiten de normale werktijden moet het zakelijk gebruik worden aangetoond. Het is dus wel van belang dat er een summiere agenda of administratie aanwezig is. Let op.  Daarmee moet u kunnen aantonen waarom u op een bepaald tijdstip (in het weekend) of op een bepaalde plek (bij een festival) toch zakelijk gebruikmaakte van uw bestelauto.

Onbepaalde tijd. De Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto geldt voor onbepaalde tijd. Eenmaal aanvragen is dus voldoende om voor jaren de bijtelling te voorkomen. Let op.  De verklaring kent geen terugwerkende kracht en bij een wijziging in het gebruik moet u dit doorgeven. Als u dus besluit om wel privé gebruik te gaan maken van uw bestelauto (bijv. tijdens een vakantie), dan bent u wettelijk verplicht om dit direct door te geven aan de Belastingdienst. U zult dan toch een bijtelling in aanmerking moeten gaan nemen.

Scannen. De Belastingdienst voert controle uit door middel van zogenaamde ‘camera-auto’s’. Hiermee scannen zij kentekens en checken zij of er voor de bestelauto een verklaring is afgegeven. Als hierover vragen ontstaan, bijv. omdat de auto buiten werktijden wordt gebruikt of op een niet voor de hand liggende locatie, zoals een pretpark of meubelboulevard, dan kunt u hierover vragen verwachten. Bij een overtreding (privégebruik) kunt u een boete krijgen van bijna € 5.000.

Ongeschikt voor personenvervoer

Er zijn ook andere manieren voor u als ondernemer om een bijtelling voor uw bestelauto van de zaak te voorkomen. Zo zijn bestelauto’s die nagenoeg uitsluitend ingericht en geschikt zijn voor goederenvervoer, uitgezonderd van de bijtelling. Dit kan bijv. blijken uit het feit dat er enkel een bestuurdersstoel (en geen passagiersstoel) in de bestelauto aanwezig is.

Vastleggen. De ongeschiktheid van een bestelauto voor het vervoer van personen kan ook blijken uit de omvang van de bestelauto, hoe vies het interieur is en ook de geur in de auto. Tezamen moet dit bewijzen dat de bestelauto enkel kan worden gebruikt voor het vervoer van goederen. Leg deze kenmerken goed vast (foto’s!), zodat u deze op een later moment kunt gebruiken ter onderbouwing van uw standpunt. Let op.  Bestelauto’s met een dubbele cabine vallen echter nooit onder deze uitzondering.

Verbod op privégebruik

Alleen voor werknemers. Daarnaast kan een bijtelling voor een bestelauto van de zaak ook worden voorkomen door een verbod op het privégebruik van de auto waarop controle plaatsvindt door u als werkgever. Deze optie kunt u dus wel toepassen om de bijtelling voor uw werknemers te voorkomen, maar niet voor uzelf. Uit rechtspraak blijkt dat u als ondernemer (logischerwijs) niet uzelf kunt controleren. Een dergelijk zelfverbod heeft geen waarde en kan zodoende de bijtelling niet voorkomen.

Afwisselend gebruik

Hetzelfde geldt voor de regeling voor afwisselend gebruik van de bestelauto. Deze regeling maakt het mogelijk om voor het privégebruik te volstaan met een eindheffing van € 300 per bestelauto per jaar. Voorwaarde is uiteraard dat uw situatie voldoet aan de eisen voor deze regeling. De bestelauto moet hiervoor doorlopend door twee of meer werknemers afwisselend worden gebruikt. Dit afwisselende gebruik moet bovendien voortkomen uit de aard van uw werkzaamheden.

Vast patroon. Er is geen sprake van afwisselend gebruik als er een bepaald vast patroon in het gebruik zit. Bijv. als werknemer A de auto altijd in januari heeft, werknemer B altijd in februari en zo verder …

Niet voor ondernemer zelf. Ook voor deze regeling geldt echter dat dit wel een oplossing kan vormen om de bijtelling voor uw werknemers te voorkomen, maar niet voor u als ondernemer.

Verklaring of ongeschiktheid

Al met al blijkt het voor uw eigen bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto van de zaak dat er maar twee manieren zijn om deze te voorkomen.

Enkel voor goederenvervoer. Allereerst kan de bijtelling achterwege blijven als de bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, adviseren wij u om de uiterlijke kenmerken van de bestelauto goed vast te leggen en wellicht zelfs vooraf overleg te voeren met de Belastingdienst.

Verklaring. Daarnaast kan de bijtelling worden voorkomen door de bestelauto privé niet te gebruiken. In combinatie met een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto is het dan mogelijk om zonder sluitende rittenadministratie toch de bijtelling te ontlopen. Uiteraard mag u dan ook privé geen gebruik maken van de bestelauto. Doet u dit wel en wordt u gesnapt, dan kunt een navorderingsaanslag met een forse boete tegemoetzien.

Wees u bewust van het risico dat u neemt als u uw bestelauto toch privé gebruikt, terwijl u hiervoor een Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto bij de Belastingdienst heeft ingediend. De Belastingdienst controleert regelmatig op de openbare weg en de boete, als u gepakt wordt, is fors. bron indicator

Ook btw-nultarief voor verhuur zonnepanelen?

Btw-teruggaaf bij huur zonnepanelen. Ook bij huur kunnen particuliere zonnepaneelhouders de op periodieke huurnota’s in rekening gebrachte btw door middel van het indienen van een btw-aangifte terugvragen. Per saldo ontvangen zij dan het saldo van de in rekening gebrachte btw op de huurnota’s retour, minus de afdracht op basis van het forfait wegens de levering van stroom aan hun energiebedrijf. Een aanzienlijk deel van de huurders van zonnepanelen maakt momenteel vanwege de huidige administratieve procedures geen gebruik van hun recht om (een deel van) de btw op de huur van de zonnepanelen te kunnen terugontvangen.

Invoering btw-nultarief. Vanaf 1 januari 2023 zal hoogstwaarschijnlijk op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de nabijheid van woningen het btw-nultarief van toepassing zijn. Als de voornaamste doelstelling van het btw-nultarief is om tot een vermindering van administratieve lasten te komen, zou het btw-nultarief ook ingevoerd moeten worden voor de verhuur van zonnepanelen. bron indicator

Multiplier culturele giften fiscaal partners hoger

Hoger maximum. Sinds 1 januari 2012 kent de inkomstenbelasting een zogeheten ‘multiplier’ voor de aftrek van giften (zowel periodieke als andere giften) aan culturele ANBI’s. Giften aan een culturele ANBI mogen daardoor worden vermenigvuldigd met 1,25, waarbij een maximale verhoging geldt van € 1.250. Deze maximale aftrek wordt behaald als u een gift doet aan een culturele ANBI van € 5.000. Tot voor kort werd ervan uitgegaan dat, ingeval u een fiscale partner heeft, het maximumbedrag van € 1.250 voor u samen geldt. Onlangs heeft de Belastingdienst echter geconcludeerd dat fiscale partners een verhoging van de culturele giften kunnen krijgen van maximaal € 2.500.

Verzoek vermindering. Aangifteprogramma’s, zowel commerciële als die van de Belastingdienst, gingen altijd uit van een gezamenlijk maximum van € 1.250. U heeft dus mogelijk recht op een extra belastingteruggaaf. De Belastingdienst gaat kijken hoe zij voor de jaren vanaf 2017 belastingplichtigen rechtsherstel kan bieden. Desondanks adviseren wij u hiervoor reeds nu een verzoek tot ambtshalve vermindering in te dienen om uw rechten veilig te stellen. U kunt een verzoek tot ambtshalve vermindering indienen tot vijf jaar na het einde van het desbetreffende belastingjaar. Voor het belastingjaar 2017 heeft u dus tot eind 2022 de tijd om in verweer te komen. bron indicator.

Klant failliet: hoe krijgt u alsnog uw geld?

Meld u bij de curator. Geef aan de curator door dat u nog geld van het failliete bedrijf krijgt. Tip.  In het insolventieregister staat de uitspraak over het faillissement. Daar vindt u ook wie de betreffende curator is ( https://bit.ly/3H8sUIq ). Zit er nog geld in de onderneming, dan worden daarvan de schuldeisers betaald. Dat gaat in een bepaalde volgorde:

  • 1e  rang: boedelvorderingen. Hieronder vallen onder andere de curatorkosten en de huur vanaf de dag van het faillissement;
  • 2e  rang: preferente vorderingen. Preferente schuldeisers zijn bijv. de Belastingdienst, het UWV en medewerkers die nog loon te goed hebben;
  • 3e  rang: concurrente vorderingen. Pas nu komen leveranciers, energieleveranciers en zorgverzekeraars aan de beurt. Hoeveel u krijgt, hangt af van de hoogte van het opgeëiste bedrag. Postconcurrente schuldeisers (zoals aandeelhouders) krijgen hun geld pas terug als de andere schulden zijn betaald. Separatisten zijn bijzondere schuldeisers, zoals hypotheekverstrekkers. Zij mogen een schuld direct opeisen, zonder dat eerst bij de curator te doen.
Meld uw vordering zo snel mogelijk aan bij de betreffende curator. In het insolventieregister ( https://bit.ly/3H8sUIq ) kunt u nagaan wie de curator is van uw klant. bron indicator

Onderneming overdragen aan kind(eren)

De nieuwe generatie. Onlangs was er in de media te lezen dat tegenwoordig ook vaak de vrouwen binnen de familie het voortouw nemen bij een bedrijfsovername. Waar het voorheen gebruikelijk was de onderneming over te dragen aan de (oudste) zoon, is er nu overduidelijk een verandering opgetreden. Zo zijn het juist de dochters die inmiddels de leiding hebben over de drie grootste familiebedrijven van Nederland.

Fiscale gevolgen. Maar goed, of het nu uw zoon of dochter is, de vraag blijft welke fiscale gevolgen een overname voor u en uw onderneming heeft. Uw accountant heeft u waarschijnlijk wel eens verteld dat als u stopt met uw onderneming, er nog een flinke mep belasting moet worden betaald, bijv. over de opgebouwde fiscale oudedagsreserve. Daarbij, als u uw onderneming verkoopt tegen een mooi bedrag, is dat natuurlijk stakingswinst die belast wordt met inkomstenbelasting.

Keuze

Reden genoeg dus om eens goed te kijken naar de wijzen waarop een onderneming in de inkomstenbelasting (eenmanszaak of Vof) vaak fiscaal wordt overgedragen. Direct volledig afrekenen met de fiscus ziet u namelijk waarschijnlijk niet zitten.

Alle kinderen gelijk behandelen? Allereerst moet wel vastgesteld worden of u van uw kind een vergoeding wilt ontvangen voor de overname of dat u bij voorkeur de onderneming wilt schenken. Hierbij speelt ook een rol of u meerdere kinderen heeft. Om de vrede aan de kersttafel te bewaren, is het meestal verstandig (en eigenlijk wel zo eerlijk) om al uw kinderen gelijkelijk te behandelen. De vraag is dan of u over voldoende vermogen beschikt om uw andere kinderen te compenseren voor de schenking van de onderneming.

Haalbare zaak? Uw vermogen en toekomstige behoeften moet u sowieso goed in beeld hebben bij deze keuze. U kunt natuurlijk wel de wens hebben om de onderneming aan uw kind te schenken, maar is dit financieel ook haalbaar? Hoe ziet uw eigen financiële plaatje eruit nadat u afscheid heeft genomen van uw onderneming? Heeft u voldoende pensioen opgebouwd?

Schenking onderneming

Bedrijfsopvolgingsregeling. Ervan uitgaande dat u uw schaapjes op het droge heeft en u inderdaad de wens heeft om uw onderneming te schenken, moet u kijken naar de fiscale gevolgen hiervan. Een schenking aan uw kind is in beginsel belast met schenkbelasting. Binnen de schenkbelasting is er echter een vrijstelling voor de schenking van ondernemingsvermogen. Deze bedraagt in 2022 100% voor een schenking tot € 1.134.403 en 83% daarboven. Tip.  In geval van een IB-onderneming biedt deze regeling dus waarschijnlijk wel de mogelijkheid om deze volledig zonder schenkbelasting te schenken. Let op.  Deze bedrijfsopvolgingsregeling staat op dit moment ter discussie. Het is niet ondenkbaar dat deze in de toekomst sterk wordt versoberd of zelfs zal verdwijnen. Als u hiervan gebruik wilt maken, adviseren wij u om niet te lang te wachten.

Ondernemingsvermogen. Houd er verder rekening mee dat er aan deze regeling enkele strikte voorwaarden verbonden zijn. Zo kan alleen ondernemingsvermogen zonder schenkbelasting worden overgedragen. Als er binnen uw onderneming veel liquiditeiten of beleggingen aanwezig zijn, krijgt u hiervoor geen vrijstelling. Het is dan waarschijnlijk verstandig deze buiten de overdracht te laten.

Voortzetting ondernemer. Daarnaast moet uw overnemende kind de onderneming minimaal vijf jaar voortzetten. De vrijstelling van schenkbelasting is namelijk voorwaardelijk en vervalt op het moment dat er niet wordt voldaan aan dit voortzettingsvereiste.

Hoe zit het met de inkomstenbelasting?

Bij het schenken van uw onderneming speelt niet alleen het schenkingsrecht een rol. Voor de heffing van de inkomstenbelasting wordt een schenking namelijk gewoon aangemerkt als een verkoop met alle fiscale gevolgen van dien. Zonder nadere maatregelen zou dit betekenen dat u fiscaal uw onderneming staakt en inkomstenbelasting moet betalen over de waarde van de onderneming.

Fiscaal geruisloos doorschuiven. Gelukkig bestaat hiervoor binnen de inkomstenbelasting ook een regeling. U kunt namelijk uw onderneming fiscaal geruisloos doorschuiven naar de volgende generatie. Let op.  Voorwaarde is dan wel dat uw kind minimaal 36 maanden als mede-ondernemer of als werknemer bij u werkzaam was. Tip.  Met name de rol van werknemer is eenvoudig te realiseren. Hieraan is namelijk geen minimaal aantal uren verbonden. Dit betekent dat als u uw kind voor een aantal uurtjes per week op de loonlijst zet, u na drie jaar voldoet aan de voorwaarden om de onderneming fiscaal geruisloos door te schuiven.

Fiscale claim. Bij een fiscaal geruisloze doorschuiving moet het overnemende kind fiscaal met uw boekwaarde starten. Is de werkelijke waarde hoger, dan kan hij dus ook minder afschrijven. Uw kind zal op termijn, als hij op zijn beurt de onderneming weer verkoopt, af moeten rekenen. Let op.  Het overnemende kind krijgt bij geruisloze doorschuiving de fiscale claim op zijn bord wat dus gekort kan worden op de overnamesom of wat de waarde van de schenking vermindert.

Lijfrente. Als u geen drie jaar wilt of kunt wachten, kunt u ook gebruikmaken van de stakingswinstlijfrente. Deze biedt de mogelijkheid om de gerealiseerde stakingswinst af te storten bij een bank, een verzekeringsmaatschappij of uw overnemer. De premie hiervoor is aftrekbaar en zorgt ervoor dat directe heffing over de overdracht van uw onderneming wordt voorkomen. Let op.  U moet hiervoor dan wel voldoende liquiditeiten hebben.

Verkoop onderneming

Stel nu dat u besluit dat uw kind gewoon moet betalen voor de onderneming. U heeft er hard voor gewerkt en bent van mening dat uw kind niet bevoorrecht moet worden ten opzichte van uw andere kinderen. Ook in dat geval kunt u fiscaal gebruikmaken van de fiscaal geruisloze doorschuifregeling. Uw kind zou vervolgens de koopsom aan u schuldig kunnen blijven en in delen aflossen.

Geleidelijk. Een alternatief is een soort inwerk-/ inkoopregeling. Daarbij neemt uw kind uw onderneming geleidelijk over. Voordeel hiervan is dat u als ondernemer nog enkele jaren betrokken blijft bij de onderneming. Bovendien kunt u direct starten met de geleidelijke overdracht. Let op.  Uw langere betrokkenheid kan echter ook als nadeel worden gezien. Voorkomen moet worden dat met twee kapiteins het schip stuurloos wordt.

Onderbetaling. Een dergelijke regeling zou dan inhouden dat uw kind ieder jaar een iets groter deel van uw onderneming krijgt. In eerste instantie bijv. slechts 10%, maar ieder jaar groeit dit aandeel. Uw kind werkt fulltime in uw onderneming, maar krijgt in eerste instantie slechts 10% van de winst. Deze onderbetaling is dan in wezen de wijze waarop hij voor de overname betaalt. Voor u betekent dit dat u met minder werk eenzelfde of zelfs een beter resultaat kunt halen. Op termijn neemt uw aandeel in de onderneming en dus uw aandeel in de winst uiteraard wel af.

Oudedagsreserve

Ten slotte willen wij ook nog aandacht besteden aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Wat moet u daarmee doen als u uw onderneming overdraagt aan een familielid?

Afstorten. U kunt ervoor kiezen de FOR af te storten bij een bank of een verzekeringsmaatschappij. Zij zullen dan op termijn zorgdragen voor de uitkeringen. Hiervoor moet echter wel voldoende liquiditeit aanwezig zijn.

Lijfrente bij opvolger. Is er niet voldoende liquiditeit, dan kunt u overwegen om de FOR als lijfrente over te laten nemen door uw opvolger.

De overname van uw onderneming door uw kind(eren) heeft veel fiscale gevolgen. Het tijdig starten met de bedrijfsopvolging is essentieel voor een goed resultaat. Stippel samen met uw opvolger een route uit waarmee de overdracht succesvol zal verlopen. bron indicator

Na echtscheiding eigendom vereist voor hypotheekrenteaftrek

Aftrek naar rato. Na een echtscheiding blijft veelal een van de partners in de voormalige echtelijke woning wonen. Al is het maar tijdelijk totdat de woning is verkocht of langdurig met de bedoeling om op termijn de ex-partner uit te kopen. In deze situaties is het altijd even opletten met de hypotheekrente. Let op.  Voor de aftrek van hypotheekrente is het noodzakelijk dat een belastingplichtige (deels) eigenaar van de woning is en de hypotheekrente ook daadwerkelijk betaalt. De aftrek wordt vervolgens naar rato toegestaan.

Wat speelde er?

Woning eigendom van de vrouw. In de procedure voor de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:765) gaat het om een echtpaar dat buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd is. De echtelijke woning is eigendom van de vrouw. Op 1 december 2013 vertrekt de man en schrijft zich uit op dit adres.

Man betaalt de hypotheekrente. De vrouw blijft in de woning wonen. De man betaalt echter de volledige hypotheekrente en trekt deze af in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013.

Correctie. De voormalige echtelieden kiezen er in 2013 voor om niet het hele jaar als fiscaal partners te worden aangemerkt (voljaarspartnerschap). Als gevolg daarvan corrigeert de Belastingdienst de aftrek van de hypotheekrente. De rente vanaf 1 december 2013 wordt niet in aftrek toegelaten, omdat de man deze weliswaar betaalt, maar geen eigenaar van de woning is.

Geen eigendom, geen aftrek

Tweejaarsregeling. De man is het hiermee niet eens en stapt naar de rechter. Naar zijn mening heeft hij nog twee jaar lang recht op aftrek van hypotheekrente op basis van de zogenaamde ‘tweejaarsregeling’. Deze bepaling houdt kort gezegd in dat voormalige echtelieden nog twee jaar lang recht hebben op aftrek van hypotheekrente na hun vertrek uit de echtelijke woning. Hierbij wordt niet uitdrukkelijk de eis gesteld dat men eigenaar van de woning moet zijn.

Eigendom vereist. De rechter gaat echter niet mee in deze redenering. De Hoge Raad oordeelt dat het noodzakelijk is om enig eigendom van de woning te hebben om aanspraak te kunnen maken op de tweejaarsregeling. Dit volgt impliciet uit de eigenwoningregeling en hoeft zodoende niet uitdrukkelijk in deze bepaling te worden opgenomen.

Hoe regelt u dit beter?

Partneralimentatie. In het echtscheidingsconvenant kan de bepaling worden opgenomen dat het overschot aan hypotheekrente dat wordt betaald door de ene partner, moet worden aangemerkt als partneralimentatie voor de andere partner.

100% aftrek. In deze zaak zou dit betekenen dat de man geen hypotheekrente mag aftrekken, maar dat hij wel zijn bijdrage als partneralimentatie in mindering mag brengen op zijn inkomen. Hiervoor moet dan dus een uitdrukkelijke bepaling worden opgenomen in het echtscheidingsconvenant. Let op.  Nadeel is uiteraard dat deze partneralimentatie bij de ander wel wordt belast. Als deze ex-partner echter minder of weinig inkomsten heeft, vallen de fiscale gevolgen wellicht mee.

Volgens de Hoge Raad is na een echtscheiding voor de aftrek van hypotheekrente vereist dat degene die de rente betaalt, een deel van de eigendom van de woning bezit. Door in het echtscheidingsconvenant op te nemen dat de betaalde rente als partneralimentatie wordt aangemerkt, kunt u de renteaftrek veiligstellen. bron indicator

Beter met de warme dan met de koude hand schenken?

Schenken. Schenken bij leven is vrijwel altijd leuker dan iets nalaten bij uw dood. Bovendien geniet de begunstigde fiscale voordelen. Toch zit er aan schenken soms ook een aantal haken en ogen.

Einde beschikkingsmacht

Een belangrijk nadeel van schenken is dat u in beginsel de beschikkingsmacht over uw vermogen kwijt bent. Dit nadeel is met name van belang als uw oudedagsvoorziening in de vorm van bijv. pensioen tekortschiet om uw toekomstige uitgaven te dekken. U wilt dan toch het liefst een deel van uw vermogen achter de hand houden. Tip. Hier is weliswaar met een zogenaamde ‘papieren schenking’ wel een mouw aan te passen, maar dit vereist het nodige regelwerk en een gang naar de notaris.

Benut vrijstellingen optimaal

Schenkbelasting. Het meest genoemde argument om nog bij leven te schenken zijn de jaarlijkse vrijstellingen. Zo mag een ouder aan een kind in 2022 € 5.677 belastingvrij schenken en hoeft er alleen over het meerdere met de Belastingdienst afgerekend te worden. Voor kleinkinderen is dit € 2.274. Daarnaast gelden er onder voorwaarden voor kinderen eenmalige specifieke vrijstellingen van € 27.231 en € 56.724, het meerdere is belast.

Erfbelasting. Echter ook de erfbelasting kent een aantal vrijstellingen. Voor kinderen en kleinkinderen bedraagt deze € 21.559. Tip. Heeft u bijv. vijf kinderen en tien kleinkinderen, dan kunt u ervoor kunnen kiezen om van uw vermogen sowieso 15 x € 21.559 = € 323.385 achter de hand te houden, zonder dat dit bij uw overlijden tot de heffing van erfbelasting hoeft te leiden. Als u uw vermogen alleen aan uw kinderen wilt nalaten, is de vrijstelling slechts 5 x € 21.559 = € 107.795. Een kleinkind kan zijn erfdeel desgewenst ook eerder krijgen, maar dan betaalt hij wel € 3.471 schenkbelasting.

Gebruik bedrijfsopvolgingsregeling

Ondernemers kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van een belangrijke faciliteit in de erf- en schenkbelasting, de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). De regeling betekent dat er bij schenking of vererving van een onderneming (of aanmerkelijkbelangaandelen in een BV) een forse vrijstelling geldt van schenk- of erfbelasting.

Vijf jaar. Een van de voorwaarden is dat het bedrijf door degene die het geschonken krijgt of erft, minstens vijf jaar wordt voortgezet.

Hoge vrijstelling. De vrijstelling bedraagt in 2022 € 1.134.403 plus 83% over het meerdere. Tip.  Bij gebruik van deze optie bespaart bijv. uw kind ruim € 370.000 aan schenkbelasting als de waarde van het bedrijf bijv. € 2 miljoen bedraagt. Deze optie is fiscaal dus veel voordeliger dan zelf uw bedrijf te verkopen en de opbrengst weg te schenken.

Let op met panden

Aan het verkrijgen van een pand via schenking of vererving kleeft het nadeel dat er belasting betaald moet worden, terwijl het pand wellicht nog niet verkocht is of helemaal niet verkocht gaat worden.

Vrijstelling eigen woning. Een voordeel is weer dat er in 2022 nog een vrijstelling geldt voor de schenking van een woning of vermogen dat voor de aankoop van een eigen woning gebruikt gaat worden, tot een bedrag van € 106.671. Let op.  Deze faciliteit verdwijnt per 2023.

Schenken is vaak fiscaal voordeliger dan erven. Het is fiscaal wel onhandig om jaarlijks meer dan de vrijgestelde bedragen te schenken, als de nalatenschap lager zal zijn dan de vrijstellingen in de erfbelasting. Een belangrijk bijkomend voordeel is dat u dan langer het beheer houdt over uw vermogen. bron indicator

Zorg dat u de zakelijkheid van kosten kunt aantonen, anders heeft u geen kostenaftrek

Aftrekbaarheid kosten

Zakelijke kosten zijn meestal 100% aftrekbaar van de winst. Daarbij bepaalt u als ondernemer of u bepaalde kosten maakt en mag de inspecteur dus niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Dit betekent echter niet dat alle kosten die u als zakelijk aanmerkt, ook automatisch zakelijk zijn. Desgevraagd zult u dan ook aannemelijk moeten maken wat het zakelijke karakter van uw kosten is. Kunt u dat niet, dan dreigt er een navordering met eventueel een boete, zoals onlangs bleek voor het hof in Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2019:1255) .

Zakelijk of niet?

In de betreffende zaak stond de aftrekbaarheid van een aantal als zakelijk opgegeven kosten ter discussie. Het betrof onder meer de zakelijkheid van de kosten van relatiegeschenken, representatie- en scholingskosten. Om te kunnen beoordelen of het zakelijke kosten betrof, was de inspecteur een boekenonderzoek gestart. Daaruit bleek dat de kosten slechts zeer summier waren onderbouwd, zodat de inspecteur de aftrek schrapte.

Gebrekkige onderbouwing. De gebrekkige onderbouwing van de kosten had met name betrekking op relatiegeschenken en representatiekosten. Uit het boekenonderzoek bleek dat dit etentjes buiten de deur betrof en een groot aantal geschonken wijnen. Niet duidelijk werd welke zakelijke belangen hiermee gediend waren, met wie uw collega de etentjes had genoten en wie de ontvangers van de wijnen waren geweest. Ook de rechter was van mening dat het zakelijke karakter van de kosten niet was aangetoond en dus bleef de navordering plus boete in stand.

Afspraken niet nagekomen

Uit de stukken blijkt ook dat de ondernemer eerdere afspraken met de fiscus niet was nagekomen. Deze had namelijk eerder afgesproken dat bij dergelijke kosten diende te worden aangegeven wie de ontvanger van de relatiegeschenken was geweest en met wie er was gedineerd. Nu hierover niets in de administratie was terug te vinden en uw collega ook verder geen logische verklaring kon geven, bleef de correctie in stand.

Misleiding. Uw collega probeerde zelfs met misleidende verklaringen de zakelijkheid van kosten aan te tonen. Zo werd voor wat betreft zakelijke opleidingskosten gesteld dat dit opleidingskosten betroffen ten behoeve van het personeel in het kader van een traineeship. Onderzoek bracht echter aan het licht dat het kosten voor een particuliere middelbare school voor de kinderen van de ondernemer betrof. Door het ontbrekende zakelijke verband werden ook deze kosten geschrapt.

Wat kunt u hiermee?

Weet dat u zakelijke kosten altijd aannemelijk moet kunnen maken. Vermeld dit het liefst direct bij de factuur als dit onduidelijk is. Noteer namen en de zakelijke relatie van personen met wie u uit eten gaat of aan wie u relatiegeschenken geeft. Het kan zomaar zijn dat de fiscus hier pas enkele jaren later naar vraagt en voorkom dus dat u dat tegen die tijd bent vergeten. Kom inzake gemaakte kosten ook uw eventueel gemaakte afspraken met de fiscus na, want anders zijn deze al bij voorbaat verdacht. Houd er rekening mee dat u de bewijslast heeft inzake de zakelijkheid, ondanks het feit dat de inspecteur niet mag beslissen of een zakelijke uitgave wel verantwoord is. Deze beslissing is aan u.

Zorg dat u bij twijfel het zakelijke karakter van een kostenpost noteert, zoals de namen van aanwezige relaties. Probeer ook het behaalde voordeel te omschrijven. Houd u altijd aan de hieromtrent met de fiscus gemaakte afspraken. bron indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl