“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Wees zuinig op uw DigiD

Fiscaal gebruik DigiD. Als u zelf uw aangifte inkomstenbelasting invult, kunt u gebruikmaken van DigiD. Maar DigiD is ook bruikbaar voor andere financiële zaken, waarbij de veiligheid van belang is. Denk aan bepaalde subsidies die verlopen via RVO.nl. Daarbij moet u er wel zelf voor zorgen dat derden geen misbruik van uw DigiD kunnen maken. U bent hiervoor namelijk zelf verantwoordelijk, zo bleek onlangs (ECLI:NL:RBZWB:2022:5137) .

Ex misbruikt DigiD. In de betreffende zaak ging het om de aftrek van hypotheekrente tussen twee echtgenoten. De vrouw had bij de aangifte inkomstenbelasting 1/3 deel van de hypotheekrente in aftrek gebracht. Een maand later werd de aangifte herzien, waarbij dit keer de hypotheekrente volledig in aftrek op het inkomen van haar man werd gebracht. Omdat de vrouw het hiermee niet eens was, verzocht ze om ambtshalve vermindering. De inspecteur weigerde echter, omdat de aangiften al definitief vaststonden.

Eigen schuld. De rechter stelde de fiscus in het gelijk. Dat er misbruik van haar DigiD was gemaakt door inmiddels haar ex-echtgenoot, was de eigen verantwoordelijkheid van de vrouw. De aanslag werd dan ook niet herzien.

Wees zuinig op uw DigiD, want u bent in beginsel zelf verantwoordelijk voor misbruik. Beschikt een ander over uw toegangscodes, wijzig deze dan als u misbruik vreest, bijv. na een echtscheiding.

Toepassing anoniementarief en vertraagde afgifte BSN, goedkeuring Belastingdienst

Versoepeling. Indien u zich als werkgever niet aan de fiscale regels voor de loonadministratie houdt, loopt u het risico op naheffingen en boetes. De Belastingdienst heeft recentelijk een versoepeling aangekondigd voor een van deze regels, het anoniementarief.

Wanneer het anoniementarief toepassen?

Uiterlijk op de eerste werkdag. Als uw werknemer u bepaalde informatie niet geeft op uiterlijk de eerste werkdag van de werknemer, dan vindt de Belastingdienst dat de werknemer ‘anoniem’ is. Dat is bijv. het geval als:

  • de werknemer u zijn naam, adres, woonplaats of BSN niet geeft;
  • hij geen geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning heeft;
  • u de identiteit van de werknemer niet heeft vastgesteld.

Wat houdt het anoniementarief in?

Tarief 52%. Als u het anoniementarief toepast, houdt u 52% loonheffing in op het loon van de werknemer. De code loonbelastingtabel is dan 940. U houdt dan geen rekening met:

  • de loonheffingskorting;
  • het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen;
  • het maximumbijdrageloon voor de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet.

Corrigeren?

Niet corrigeren, tenzij … Als de werknemer op een later moment alsnog de ontbrekende gegevens verstrekt, is het niet toegestaan om de verloning te corrigeren en het anoniementarief ongedaan te maken. De werknemer kan de te veel ingehouden loonheffing terugvragen door een aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Let op.  Alleen als u een fout heeft gemaakt, bijv. als de werknemer zijn BSN wel had verstrekt, maar het was nog niet verwerkt, mag het anoniementarief teruggedraaid worden. De door de werkgever te veel betaalde premies worden automatisch verrekend.

Goedkeuring Belastingdienst

Afgifte BSN vertraagd. De Belastingdienst keurt nu goed dat u het anoniementarief niet hoeft toe te passen als de werknemer geen BSN heeft omdat de afgifte daarvan vertraagd is door de gemeente. Let op.  U moet dan wel een brief of e-mail sturen naar de Belastingdienst, waarin u om toestemming vraagt het anoniementarief niet toe te passen en waarin u uitlegt dat de werknemer en uzelf er niets aan kunnen doen dat er geen BSN beschikbaar is op de eerste werkdag.

Waar moet u op letten?

Gegevens verzamelen. Zorg ervoor dat u bij nieuwe werknemers uiterlijk op de eerste werkdag beschikt over alle informatie die nodig is om te voorkomen dat u het anoniementarief moet toepassen. Het gaat dan met name om de naam, het adres, de woonplaats en het BSN van de nieuwe werknemer en eventueel een geldige verblijfs- of tewerkstellingsvergunning.

De Belastingdienst heeft goedgekeurd dat het anoniementarief niet geldt als u en de werknemer er niets aan kunnen doen dat er nog geen BSN beschikbaar is. Er moet dan wel even een brief of e-mail naar de Belastingdienst gestuurd worden. bron indicator

Alternatief vanaf 2023 voor oudedagsreserve?

Als IB-ondernemer mag u een deel van uw winst reserveren om een fiscale oudedagsreserve (FOR) te vormen. Omdat de FOR vaak niet wordt gebruikt voor een oudedagsvoorziening en alleen maar belastinguitstel als doel heeft, wordt vanaf 1 januari 2023 de FOR uitgefaseerd. Dit houdt in dat u vanaf 1 januari 2023 (of bij een gebroken boekjaar met ingang van het eerste boekjaar dat aanvangt na 1 januari 2023) geen bedragen meer aan de FOR mag toevoegen. Wat moet u weten?

Wat met de opgebouwde FOR? De FOR die u heeft opgebouwd tot en met 31 december 2022 (of het einde van het laatste boekjaar dat is aangevangen op of voor 31 december 2022), mag op basis van de huidige regels worden afgewikkeld. Zo mag u de FOR niet zomaar vrij laten vallen. Een vrijwillige afneming van de FOR is alleen mogelijk voor maximaal het bedrag waarvoor u een lijfrente koopt voor een inkomensvoorziening. Het bedrag waarmee de FOR afneemt, is winst. Hier staat tegenover een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente, waardoor u per saldo over de vrijval geen belasting hoeft te betalen. Omzetten in een lijfrente kan nu of bij staking.

Hoe verder vanaf 2023? Een goed alternatief voor de FOR is het kopen van een lijfrente voor een inkomensvoorziening. Als u aan de voorwaarden voldoet, behoudt u het belastingvoordeel. Daarbij wordt de reserve ook daadwerkelijk als pensioenvoorziening gereserveerd en loopt u dus niet het risico dat u de uitgestelde belasting over de FOR door een tekort aan liquide middelen te zijner tijd niet kunt betalen. Tegenover het voordeel dat er echt wordt gereserveerd, staat het nadeel dat u tussentijds het geld niet voor uw onderneming kunt gebruiken.

Voorwaarden. Om te weten of de uitgaven van een lijfrente voor een inkomensvoorziening (gedeeltelijk) aftrekbaar zijn, moet u eerst berekenen of u een pensioentekort heeft. Zo mag u premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had. Deze zogenaamde ‘jaarruimte’ kunt u berekenen met het Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst ( https://bit.ly/3LHDw3g ).

Lijfrente is een prima alternatief voor uw oude dag. U mag premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had. bron indicator

Schadevergoeding bij ongeval (on)belast?

Het kan ons allemaal zomaar overkomen, ook als zelfstandige. Een ongeluk zit namelijk in een klein hoekje, volgens het gezegde. De schilder die van de ladder valt of de slager waarbij het mes uitschiet. Vervelende ongelukken waarvan de schade gelukkig vaak gedekt wordt door de verzekering. Maar is deze schadevergoeding dan belast en waar hangt dit van af? Is er nog verschil in een schadevergoeding voor u of die voor uw werknemer? Wat vond de rechter onlangs?

Schadevergoeding € 480.000 belast

De pechvogel in deze rechtszaak was een collega van u die als zzp’er tal van activiteiten ontplooide, waaronder sportieve. Helaas zorgde een vallende bijl voor fors letsel aan haar voet, zodat met name de sportieve activiteiten definitief tot het verleden behoorden. De verzekeraar keerde uiteindelijk € 480.000 uit. De inspecteur achtte deze grotendeels belast, maar hiermee ging uw collega niet akkoord, waarna de zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant kwam (ECLI:NL:RBZWB:2022:5081) .

Verlies aan arbeidsvermogen? Voor de rechtbank stond de vraag centraal waarvoor de overeengekomen schadevergoeding precies was uitgekeerd. De vraag was van belang, omdat een vergoeding wegens verlies aan arbeidsvermogen onbelast is. Het gaat er dan om dat men als ondernemer als gevolg van het ongeluk in de toekomst minder omzet kunt maken. Ook een vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten, zoals in dit geval voor fysiotherapie, zijn onbelast, net als een vergoeding voor immateriële schade, oftewel: smartengeld.

Vergoeding voor gederfde winst? Uit de stukken bleek dat van de schadevergoeding er ruim € 388.000 was uitgekeerd vanwege het verlies aan arbeidsvermogen. Ook was duidelijk dat er € 15.000 was uitgekeerd als smartengeld. Van de resterende € 76.000 was minder duidelijk waarmee deze verband hielden. Uw collega diende hard te maken dat het om een vergoeding voor geleden schade ging, maar slaagde hierin maar ten dele. Zo was duidelijk dat een deel ervan zag op de kosten van omscholing tot kindertherapeute, maar voor een bedrag van € 41.000 konden geen schadeposten worden aangegeven. Dit bedrag werd dan ook tot de belastbare winst gerekend, als vergoeding voor gederfde of te derven winst in de periode van het ongeval.

Schadevergoeding werknemer

Krijgt een werknemer van u een bedrijfsongeval en moet u een schadevergoeding betalen, dan ligt het iets anders. Nog onlangs heeft de Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, in een soortgelijke zaak uitsluitsel moeten geven over de vraag of dergelijke uitkeringen geheel of deels belast zijn (ECLI:NL:HR:2022:444) . In deze zaak ging het om een lid van de vrijwillige brandweer die tijdens de uitoefening van zijn werk door een ongeval deels arbeidsongeschikt was geworden. De vraag was of de schadevergoeding van ruim € 32.000 al dan niet belast was. De Hoge Raad vindt van niet. De reden is dat de schadevergoeding niet zozeer aan de dienstbetrekking is verbonden, dat deze daaruit voortvloeit. Daarop bestaat volgens de Hoge Raad echter soms een uitzondering.

Hoger dan uit aansprakelijkheid voortvloeit. De Hoge Raad maakt een uitzondering voor schadevergoedingen die hoger zijn dan uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. De werkgever erkent dan een hogere aansprakelijkheid en dat deel van de schadevergoeding is dan wel belast. De Hoge Raad oordeelde ook nog dat het niet van belang is of het recht op schadevergoeding vastligt in de arbeidsovereenkomst.

Wat kunt u hiermee?

Bedrijfsongeval. Schade-uitkeringen vanwege een bedrijfsongeval horen voor een ondernemer in beginsel tot de winst. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de uitgekeerde bedragen bedoeld zijn als vergoeding voor de gederfde winst.

Verlies aan arbeidsvermogen

Dit is anders als u aannemelijk kunt maken dat de schadevergoeding betrekking heeft op verlies aan arbeidsvermogen in de toekomst, immateriële schade (smartengeld) of gemaakte kosten. Hierin heeft u de bewijslast, dus houd dit in uw achterhoofd als u zelf of uw advocaat met een verzekeraar in de slag gaat om een schadevergoeding af te spreken. Nog enkele tips.

  • Geef in een overeenkomst met de verzekeraar dus onder meer duidelijk aan waarop een schadevergoeding gebaseerd is.
  • Specificeer deze zo goed mogelijk. Lever ook het bewijs voor gemaakte kosten, want ook deze kan de verzekeraar onbelast vergoeden, tenzij u deze van de winst kunt aftrekken.

Winstcijfers als onderbouwing?

Overigens zeggen winstcijfers uit latere jaren niet alles over het verlies aan arbeidsvermogen. In deze zaak wist uw collega haar omzet na het ongeval namelijk weer flink op te krikken, maar dit was aantoonbaar te danken aan haar nieuw opgestarte activiteiten.

Werknemer. Betaalt u een schadevergoeding aan een werknemer vanwege verlies aan arbeidsvermogen, dan is dit ook onbelast, maar alleen als deze niet hoger is dan uit uw aansprakelijkheid voortvloeit. Het eventuele meerdere is dus wel belast.

Een schadevergoeding voor verlies aan arbeidsvermogen in de toekomst van uzelf is onbelast. Zorg wel dat duidelijk is waarvoor een bepaalde schadevergoeding wordt uitgekeerd. Voor werknemers is een schadevergoeding onbelast als deze niet hoger is dan uit uw aansprakelijkheid voortvloeit. bron indicator

Ongelijke schenkingen zijn moeilijk gelijk te trekken

Dit jaar (2022) jubelen nog mogelijk

Schenking voor eigen woning. De ouders van Henk willen hun zoon een bedrag van € 106.671 schenken voor de aankoop van een eigen woning. Henk hoeft daar geen schenkbelasting over te betalen.

Dit jaar is dat nog mogelijk. Vanaf 1 januari 2023 wordt de fiscale vrijstelling voor de eigen woning verlaagd naar € 27.231 en in 2024 wordt deze vrijstelling (de zogenoemde ‘jubelton’) afgeschaft.

Geld in de bakstenen

Henk heeft nog twee zussen. Het grootste deel van het vermogen van de ouders is de overwaarde van hun eigen woning. Ze beschikken niet over voldoende liquide middelen om hun drie kinderen hetzelfde bedrag te schenken.

Inbreng in nalatenschap

Om de situatie voor de kinderen gelijk te trekken, kunnen de ouders aan Henk de verplichting opleggen om de schenking ‘in te brengen’ in hun nalatenschap. Daardoor wordt het bedrag van de schenking verrekend met het erfdeel dat hij te zijner tijd van zijn ouders verkrijgt. Onder het ‘oude’ erfrecht stond deze verplichting nog in de wet. Vanaf 1 januari 2003 geldt als uitgangspunt dat schenkingen niet te hoeven worden ingebracht. Dat is alleen het geval als er aan de schenking een inbrengverplichting is verbonden.

Bij de schenking of in testament. Het is raadzaam om deze inbrengverplichting schriftelijk vast te leggen. Dat kan op het moment dat de schenking wordt gedaan of achteraf in een testament dat door de ouders wordt opgesteld. Daarbij moet worden bedacht dat het mogelijk is om een inbrengverplichting die bij een schenking is opgelegd, in een testament weer ongedaan te maken. Maar andersom is dit niet mogelijk: als er bij de schenking is bepaald dat deze niet hoeft te worden ingebracht in de nalatenschap, kan dat in een testament niet worden teruggedraaid. De inbrengverplichting in het testament geldt dan alleen voor ‘overige’ schenkingen.

Eerder voordeel. De verplichting voor Henk om de schenking in te brengen in de nalatenschap van zijn ouders, betekent niet dat de drie kinderen in financieel opzicht volledig gelijk worden gesteld. Henk beschikt immers eerder over het geld dan zijn beide zussen en heeft daar eerder het genot van. Zijn zussen krijgen het genot over het geld pas op een later moment. Dat is pas na het overlijden van hun langstlevende ouder.

Meer erfbelasting. De inbrengverplichting voor Henk heeft tot gevolg dat de erfdelen van zijn zussen groter worden. Daardoor gaan ze ook meer erfbelasting betalen. Als ze pech hebben, komt hun erfdeel mogelijk boven het drempelbedrag van € 130.425 (in 2022). Boven dat bedrag gaan de zussen geen 10 maar 20% erfbelasting betalen over hun verkrijging.

Verschil in rente

Op een andere manier kunnen de zussen van Henk voordeliger uit zijn. Dat is het geval als er aan de vorderingen van de kinderen na overlijden van de eerste ouder, een rente is gekoppeld. Als de langstlevende ouder nog lang leeft, kunnen de zussen een groter deel als schuld van de nalatenschap aftrekken van hun erfdeel. Zo zouden ze dan weer minder erfbelasting betalen.

Ondanks de inbrengverplichting voor schenkingen is het niet zo dat zo alle kinderen volledig gelijk worden behandeld. Ook kunnen er fiscale verschillen ontstaan. Dat is nooit helemaal gelijk te trekken. Het is goed om dat met alle kinderen te bespreken. Dat voorkomt scheve gezichten na overlijden van de langstlevende. bron indicator

Wanneer kunt u de kosten van sponsoring fiscaal als aftrekpost opvoeren?

Promotie. Sponsoring kan een goede manier zijn om uw onderneming te promoten. Als uw onderneming verbonden is aan een mooi evenement, levert dat toch de nodige positieve pr op. Maar u moet dan wel even goed blijven opletten. Hoe zorgt u ervoor dat u de kosten van uw sponsoring fiscaal als aftrekpost kunt opvoeren?

Soorten

In geld. Op hoofdlijnen zijn er twee manieren waarop u kunt sponsoren: in geld of in natura. In het eerste geval betaalt u een geldelijke bijdrage om een goed doel of een evenement te steunen. Vaak krijgt u daar iets voor terug, zoals een vermelding in een clubblad of de mogelijkheid om een sponsorbord of banner op te hangen.

In natura. Bij sponsoring in natura gaat het om het leveren van een bijdrage, zoals broodjes, diensten of bouwmaterialen. Als aannemer levert u bijv. tegen een zacht prijsje bouwmaterialen voor het nieuwe clubhuis en als bakker levert u broodjes voor de vrijwilligers die meehelpen bij het opbouwen van het evenemententerrein.

In geld

Tegenprestatie? Om met de eerste soort maar eens te beginnen: sponsoring in geld. Hierbij is het van belang om vast te stellen of er sprake is van daadwerkelijke sponsoring of van een gift. Dit onderscheid wordt gemaakt door te kijken of u voor uw bijdrage een tegenprestatie ontvangt.

Reclamekosten. Deze tegenprestatie kan bestaan uit het dragen van shirts met uw logo, het plaatsen van een bord langs de zijlijn van het sportveld of de vermelding van uw onderneming in het clubblad. In al deze gevallen wordt er door de ontvanger van het geld een tegenprestatie geleverd. Dit betekent dat er daadwerkelijk sprake is van sponsoring. In dat geval mogen deze kosten als reclamekosten gewoon in aftrek worden gebracht op uw winst. Tip. Bewaar in uw administratie zowel de factuur alsmede de sponsorovereenkomst. Daarmee kunt u aantonen dat tegenover deze uitgave daadwerkelijk een tegenprestatie staat.

Gift

Geen tegenprestatie. Maar wat nu als deze tegenprestatie ontbreekt? U geeft een geldbedrag aan de plaatselijke voedselbank, maar krijgt hiervoor geen reclamemogelijkheden. In dat geval is er geen sprake van sponsoring, maar van een gift.

Zakelijk belang? Voor giften gelden fiscaal andere regels. U mag deze gift volledig als zakelijke last aftrekken, op voorwaarde dat u kunt aantonen dat er een zakelijk belang mee was gediend. Dat moet u wel aan de inspecteur kunnen uitleggen, bijv. door aan te geven dat u echt geen ‘nee’ kan zeggen, omdat anders de goede naam van uw onderneming in het geding komt, omdat alle ondernemers binnen de ondernemersvereniging ook een dergelijke gift doen.

Ontbreekt het zakelijk belang? Als er geen zakelijk belang is, is er sprake van een privé-uitgave. Deze mag niet als zakelijke last worden genomen, maar komt privé voor uw rekening.

In natura

Wat nu als u in natura sponsort? In beginsel zijn de fiscale gevolgen hiervan niet anders dan bij sponsoring in geld. U zult moeten aantonen dat er sprake is van een tegenprestatie om de uitgaven als reclamekosten in aanmerking te kunnen nemen. Let op. Vervolgens is het dan wel de vraag welke kosten u fiscaal dan in aanmerking mag nemen en hoe dit administratief moet worden afgewikkeld.

Voorbeeld.Stel, uw bedrijf sponsort het jaarlijkse bouwdorp tijdens de jeugdvakantieweek met de levering van spijkers en materiaal. De inkoopkosten hiervan bedragen € 1.500. Voor uw bijdrage mag u gedurende het bouwdorp enkele reclamebanners ophangen rond het bouwdorp.

Facturen tegen elkaar wegstrepen. Dit betekent dat u aan de organisatie van het bouwdorp een factuur moet sturen van € 1.500 + 21% btw. Vervolgens sturen zij aan uw onderneming een factuur voor reclame-uitingen van € 1.500 + 21% btw. Per saldo kunnen beide facturen tegen elkaar worden weggestreept. De inkoopkosten voor de spijkers en materialen komen voor rekening van uw onderneming, waarmee u fiscaal uw aftrek binnen heeft.

Hoe zit het met de btw?

Sponsoring in natura kan voor de btw nog een lastige materie zijn. Niet alle leveringen en diensten kennen immers hetzelfde tarief. Als u bijv. aan het bouwdorp geen spijkers levert maar broodjes, dan moet u op uw factuur 9% btw rekenen. U ontvangt van het bouwdorp echter een factuur met 21% btw. Het verschil aan btw kunt u verwerken in uw btw-aangifte en zodoende terugkrijgen.

Factuur zonder btw. Het kan zijn dat een vereniging of een stichting (tot een bepaald bedrag) vrijgesteld is van btw. In dat geval ontvangt u een factuur zonder btw. Let op. Per saldo zijn de sponsorkosten dan 21% (de btw) hoger. Overleg hierover altijd vooraf met de betrokken organisatie.

Hobby

Tot zover de standaard sponsoring. Er zijn echter ook ondernemers die hun eigen hobbyactiviteiten of die van hun familieleden sponsoren. Nu is enige sponsoring van dergelijke activiteiten wel fiscaal mogelijk, mits er ook een tegenprestatie tegenover staat. U moet het echter niet te gek maken, zoals blijkt uit een rechtszaak bij Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2014:1746) .

Voorbeeld: paardentrailer

Een man drijft samen met zijn echtgenote een vennootschap onder firma. Hun activiteiten bestaan uit het ontwikkelen van software, automatisering en aanverwante dienstverlening. De Belastingdienst stelt een boekenonderzoek in naar onder meer de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2008 tot en met 2010. Uit dit boekenonderzoek blijkt dat in 2008 en 2009 de kosten van een paardentrailer ten laste van de winst zijn gebracht. De inspecteur corrigeert deze aftrekpost.

Reclame-uiting. De ondernemer is het hiermee niet eens. Naar zijn mening mogen de kosten van de paardentrailer wel degelijk ten laste van de winst worden gebracht. Op de trailer staat immers aan beide zijden het logo van de onderneming. Zodoende wordt hiermee bij de woning van de ondernemer, bij concoursen en bij trainingen reclame gemaakt voor de onderneming.

Geen zakelijke grondslag. Het hof gaat niet mee in de redenering van de ondernemer. Er is sprake van sponsoring in natura (het gebruik van de trailer), dus moet de ondernemer aantonen dat er een zakelijk belang mee gemoeid is. Dit is volgens de rechter niet het geval. Hierbij speelt mee dat de aankoop van een paardentrailer niet in lijn ligt met de activiteiten van de onderneming en dat de trailer uitsluitend werd gebruikt voor de hobby van de dochter van het ondernemende echtpaar. De kosten kunnen dus volgens het hof niet als kosten van de onderneming in aftrek worden gebracht.

Zakelijkheid aantonen. Twijfelt u over de fiscale aanvaardbaarheid van sponsorkosten, bijv. omdat er een privé-element in zit, dan is het raadzaam dit met uw adviseur te bespreken. Let op.  Als u vragen van de Belastingdienst verwacht over sponsorkosten, bijv. omdat familieleden van u betrokken zijn bij de ontvangende organisatie, dan is het belangrijk dat u aan kunt tonen dat er sprake is van een tegenprestatie (reclame) en een zakelijk belang. Tip. Zorg dat u kunt toelichten welke (potentiële) klanten u probeert te bereiken. Als bijv. bij de paardentrailer een of meerdere namen genoemd kunnen worden van klanten die afkomstig zijn uit de paardenwereld, staat u veel sterker tegenover de inspecteur.

Zorg ervoor dat u bij sponsoring aannemelijk kunt maken dat er een zakelijk belang is, zoals potentiële klanten, publiciteit en reclame. Lukt u dit, dan zijn de kosten aftrekbaar. Vraag bij sponsoring in natura om een factuur met btw, zodat u ook de btw kunt aftrekken.

Pas op voor nep-e-mail inzake de digitale sleutel van de Kamer van Koophandel

Professionele oplichting. Phishing-e-mails waren vaak te herkennen aan een slecht gebruik van de Nederlandse taal. Tegenwoordig zijn ze steeds meer nauwelijks te onderscheiden van echt. Tip.  Bent u niet zeker of de e-mail echt is, bel dan de afzender. De nep-e-mail over de digitale sleutel kunt u downloaden en eventueel onder uw werknemers verspreiden. Een gewaarschuwd mens telt tenslotte voor twee.

Klik niet op de in omloop zijnde nep-e-mails waarin u wordt verleid om u te registreren voor de nieuwe digitale sleutel van de Kamer van Koophandel.

Een hogere kilometervergoeding per 2023 en 2024

De werkelijke kosten voor een middenklasse auto bedragen € 675,50 per maand. Bij een gemiddeld aantal kilometers van 13.500 per jaar komt dat overeen met maar liefst € 0,60 per kilometer. Voor de variabele kosten (afschrijving, onderhoud, reparatie en brandstof) is dit € 0,30 per kilometer volgens ANWB en NIBUD. Hierover worden vaak twee vragen gesteld:

  1. Wat als u met openbaar vervoer reist? U mag dan de werkelijke kosten in mindering op de winst brengen, maar dan mag u geen kilometervergoeding geven.
  2. Mag ik ook extra kosten (bijv. voor parkeren) aftrekken? Kort gezegd: nee, dat mag niet. Als u bijv. € 0,19 aftrekt, wordt dat voor alle reiskosten geacht te zijn, dus ook voor het parkeren, e.d.
De verhoogde km-vergoeding is inclusief parkeerkosten, e.d. Reist u met openbaar vervoer, dan mag u de werkelijke kosten in aftrek brengen, maar dan mag u geen km-vergoeding geven.

Meerdere activiteiten binnen uw onderneming?

Ingeschreven staan bij de KvK …

… maakt nog geen fiscaal ondernemer. Als u ondernemer bent en ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel, wil dat niet zeggen dat u ook automatisch ondernemer bent voor de inkomstenbelasting. Om ondernemer te zijn voor de inkomstenbelasting moet u deelnemen aan het economisch verkeer en een winstoogmerk hebben. Voor de inkomstenbelasting zijn er drie bronnen van inkomsten:

  1. winst uit onderneming;
  2. loon uit dienstbetrekking;
  3. resultaat uit overige werkzaamheden.

Hier let de Belastingdienst op. Bij de beoordeling of u ondernemer voor de inkomstenbelasting bent, let de Belastingdienst onder andere op:

  • hoeveel winst u maakt. Bij hele kleine winsten of structureel verlies is het niet aannemelijk dat u winst gaat maken. U bent dan geen ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • de zelfstandigheid van uw onderneming. Als anderen bepalen hoe u uw bedrijf moet runnen, ontbreekt de zelfstandigheid van de onderneming. U bent dan meestal ook geen ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • het beschikbare kapitaal in geld. Is er genoeg geld om bijv. te investeren in bedrijfsmiddelen, reclame te maken, e.d.? Indien u voldoende kapitaal heeft om uw onderneming te starten en/of draaiende te houden, kan het mogelijk een aanwijzing zijn dat u ondernemer bent voor de inkomstenbelasting;
  • de tijd die u in uw onderneming steekt. Steekt u erg veel tijd in bepaalde activiteiten waar geen rendement tegenover staat, dan bent u waarschijnlijk geen ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • wie uw opdrachtgevers of klanten zijn. Uw streven is het hebben van meerdere opdrachtgevers of klanten. Zo vermindert u onder andere andere betalings- en continuïteitsrisico’s. Hoe meer opdrachtgevers of klanten, hoe meer uw zelfstandigheid toeneemt. Indien u meerdere opdrachtgevers of klanten heeft, neemt uw zelfstandigheid toe. Let op.  Het bestaan van een verplichting tot persoonlijke arbeid en het bestaan van een gezagsverhouding tussen u en uw opdrachtgever of klant en de verplichting van de opdrachtgever of klant om u te belonen (meer dan alleen een vergoeding voor gemaakte kosten) voor uw werkzaamheden, is loondienst. Zie ook: https://bit.ly/3KqyFTA
  • het ondernemersrisico dat u loopt. Bestaat de kans dat er klanten zijn die niet betalen of bent u bijv. afhankelijk van de vraag naar en het aanbod van uw producten of diensten, dan bent u waarschijnlijk ondernemer voor de inkomstenbelasting;
  • of u zich kenbaar maakt naar buiten toe. Om ondernemer voor de inkomstenbelasting te zijn, moet u ervoor zorgen dat uw onderneming voldoende bekend is. Maakt u dus bijv. reclame, heeft u een website, een uithangbord of eigen briefpapier?
  • hoe de aansprakelijkheid is geregeld. Bent u aansprakelijk voor de schulden van uw onderneming, dan bent u waarschijnlijk ondernemer voor de inkomstenbelasting.

Weet u het niet zeker? Check op de website van de Belastingdienst ( https://bit.ly/3wyuS0E ) of u IB-ondernemer bent. Luidt de uitkomst ‘geen ondernemer’, dan kunt u zien waarom dit volgens de Belastingdienst zo is.

Meerdere activiteiten?

De Belastingdienst beoordeelt per activiteit of er voldaan wordt aan de voorwaarden. Indien u als ondernemer meerdere activiteiten heeft, dan is het van belang of er samenhang dan wel een nauw verband bestaat tussen deze activiteiten. Alleen als er voldoende samenhang of een nauw verband bestaat hiertussen, kunnen deze activiteiten samen één bron van inkomen vormen. Let op.  Indien u geen ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, dan kunt u wel ondernemer zijn voor de btw.

Meerdere activiteiten in één onderneming. Als u bijv. in een eenmanszaak meerdere activiteiten onderneemt, betekent dit niet automatisch dat deze activiteiten naar de maatstaven van de inkomstenbelasting tot één objectieve onderneming behoren. Zo kan het zijn dat inkomsten uit een (of meer) activiteit als resultaat uit overige werkzaamheden dient te worden aangemerkt en andere activiteiten als winst uit onderneming. Ook is het mogelijk dat u met uw activiteiten meerdere objectieve ondernemingen drijft.

Rechtspraak over ondernemerschap

Uit de rechtspraak blijkt dat de bepaling of twee (of meer) activiteiten tot één objectieve onderneming behoren, geschiedt aan de hand van het criterium of er tussen de activiteiten voldoende samenhang dan wel een nauw verband bestaat.

Voldoende samenhang. Er is sprake van voldoende samenhang tussen de activiteiten als er voldaan wordt aan volgende drie voorwaarden:

  1. het betreft dezelfde aard van activiteiten;
  2. hiervoor is dezelfde klantenkring aanwezig;
  3. hiervoor zijn dezelfde vaardigheden nodig.

Nauw verband. Er is sprake van een nauw verband als activiteiten niet los van elkaar kunnen bestaan.

Gevolgen? Indien u meerdere activiteiten onderneemt en een of meerdere van deze activiteiten behoort naar de maatstaven van de inkomstenbelasting niet tot een objectieve onderneming, dan kan dat tot gevolg hebben dat:

  • de inkomsten van deze activiteiten aangemerkt dienen te worden als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW);
  • een eventueel verlies van deze activiteiten niet aftrekbaar is;
  • de uren die besteed zijn aan deze activiteiten niet meetellen voor het urencriterium.

Gastouder en verkoop speelgoed

Praktijkvoorbeelden. Een belastingplichtige ondernemer werkt twee dagen per week als gastouder in haar onderneming. Ze geniet voor haar werkzaamheden als gastouder winst uit onderneming. Daarnaast houdt ze zich bezig met het verkopen van zelfgemaakt speelgoed. De speelgoedwerkzaamheden en de kinderopvangwerkzaamheden vertonen volgens het hof onvoldoende samenhang om tezamen als één onderneming te worden aangemerkt. Het betreft hier immers niet dezelfde aard van activiteiten en ook niet dezelfde klantenkring. Dat beide activiteiten op kinderen zijn gericht, waardoor tevens de klantenkring deels overlap vertoont, maakt hier geen verschil. De rechter oordeelt vervolgens dat de speelgoedverkoop een te lage omzet en resultaat laat zien om een bron van inkomen te zijn en dus geen ondernemingsactiviteit is. De daaraan bestede uren tellen dus niet mee voor het urencriterium. Het gevolg is dat uw collega niet voldoet aan het urencriterium en daardoor geen recht heeft op de ondernemersaftrek en alleen wat betreft de kinderopvangwerkzaamheden recht heeft op de MKB-winstvrijstelling (ECLI:NL:GHDHA:2019:47) .

Hockeytrainer. De activiteiten van een internationaal hockeycoach en de op basis van zijn coachervaring ontwikkelde oefeningen en trainingsschema’s, hebben voldoende samenhang. Daarbij oordeelde het hof dat de belanghebbende met zijn werkzaamheden ondernemersrisico heeft gelopen. De voordelen uit het werk van marketing, advies, training en coaching worden door het hof alle tezamen aangemerkt als winst uit onderneming (ECLI:NL:GHARL:2013:CA0374) .

Kitesurfer. Bij een bekende kitsurfer die tevens (sport)model is, zijn de kitesurfactiviteiten en het modellenwerk door Hof ’s-Hertogenbosch aangemerkt als samenhangende activiteiten. Zonder zijn bekendheid als kitesurfer zou hij immers geen opdrachten als model meer krijgen. Het hof oordeelde echter dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voldaan is aan de vereisten van ondernemerschap omdat er sprake is van onvoldoende zelfstandigheid en onvoldoende ondernemersrisico. De inkomsten dienen dus aangemerkt te worden als resultaat uit overige werkzaamheden, waardoor er geen recht bestaat op de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling (ECLI:NL:GHSHE:2020:3499) .

Er moet voldoende samenhang zijn tussen activiteiten om mee te tellen voor een onderneming. Dat is ook van belang om alle uren mee te kunnen tellen voor uw zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling. Denk bij deze samenhang aan de aard van het werk, de klantenkring en de benodigde vaardigheden. bron indicator

Elektrische bakfiets van de zaak, voordelig en groen alternatief

Ideaal vervoermiddel. De elektrische bakfiets is aan een flinke opmars bezig. Voor (kleine) ondernemers is dit een ideaal vervoermiddel. Parkeren gaat eenvoudig en u kunt toch het nodige materiaal en gereedschap meenemen.

Fiets van de zaak

Bijtelling privégebruik. Ook fiscaal kan een elektrische bakfiets voor u als ondernemer aantrekkelijk zijn. Dit begint al met de bijtelling. Als u deze fiets ook privé wilt gebruiken, bijv. voor het ophalen van uw kinderen op school, wordt u geconfronteerd met een correctie. In het verleden moest u dan een complexe berekening maken, maar sinds 2020 bestaat er een eenvoudige (en vaak voordelige) bijtellingsregeling voor een fiets van de zaak.

Slechts 7% bijtelling. U mag namelijk volstaan met een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets en accessoires (inclusief btw) per jaar. Deze bijtelling telt u bij uw winst uit onderneming waarover u inkomstenbelasting moet betalen. Over het algemeen is dit bedrag een stuk lager dan het daadwerkelijke privévoordeel dat u geniet van de fiets. Let op.  De bijtelling voor het privégebruik van een (bestel)auto van de zaak bedraagt op dit moment maar liefst 22% van de cataloguswaarde.

Fiscale stimuleringsmaatregelen

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. U kunt ook profiteren van diverse fiscale stimuleringsmaatregelen. Zo kunt u allereerst aanspraak maken op de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Op voorwaarde dat u voor minimaal € 2.400 op jaarbasis investeert binnen uw onderneming, kunt u aanspraak maken op een extra belastingaftrek van maximaal 28%.

Milieu-investeringsaftrek. Op voorwaarde dat u minimaal € 4.000 investeert in een nieuwe elektrische bakfiets, kunt u ook aanspraak maken op de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Vamil-regeling. De elektrische bakfiets moet dan voldoen aan de voorwaarden in de Milieulijst, code F 3119 (bakfiets met trapondersteuning). Let op.  De elektrische bakfiets moet binnen drie maanden na aanschaf aangemeld worden bij RVO.nl. De MIA biedt (bovenop de KIA) een extra belastingaftrek van 45% van het investeringsbedrag.

Versneld schrijven. Daarnaast mag u op basis van de Vamil versneld afschrijven op uw investering. In het eerste jaar mag u maar liefst 75% van uw investering direct ten laste van de winst brengen. Het restant moet regulier worden afgeschreven.

Voorbeeld.Stel, u bent schilder en om snel en zonder parkeerproblemen van klant naar klant te kunnen reizen, wilt u investeren in een elektrische bakfiets. De aankoopprijs bedraagt € 4.000 exclusief btw. De consumentenadviesprijs bedraagt € 5.000. Als u deze fiets ook privé gebruikt, krijgt u een bijtelling van 7% per jaar over € 5.000. Dat is dus € 350 per jaar of € 29 per maand. Daarnaast kunt u aanspraak maken op diverse extra aftrekposten. De KIA levert u maximaal € 1.120 (28%) aan aftrek op en de MIA (45%) maar liefst € 1.800. Tezamen dus een extra aftrek van € 2.920. Bovendien mag u in het jaar van investering 75% van het geïnvesteerde bedrag (€ 3.000) ineens ten laste van uw winst brengen.

Een (bak)fiets van de zaak betekent slechts 7% bijtelling in plaats van 22% voor een (bestel)auto van de zaak. Zorg ervoor dat als u investeert in een zakelijke bakfiets, u minimaal € 4.000 (exclusief btw) besteedt. Hierdoor kunt u profiteren van de Milieu-investeringsaftrek (45%) en van de mogelijkheid om versneld af te schrijven. bron indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl