“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Nieuw platform: Ondernemen.nl

Verdeeld in rubrieken. Alle informatie is terug te vinden in negen categorieën: aanbesteden en inkopen, corona, duurzaam ondernemen, financiering, internationaal ondernemen, maatschappelijk verantwoord ondernemen, medewerkers en hr, online ondernemen en pensioen en AOW. Er kan ook via een zoekfunctie in alle content gezocht worden en u kunt zich abonneren op een nieuwsbrief om van actualiteiten op de hoogte te blijven.

Handige subsidiescan. De MKB Subsidiescan is een handige tool om te checken of en zo ja welke subsidie bij uw plannen past ( https://bit.ly/3GcBs2q ). Aan de hand van vijf vragen krijgt u alle van toepassing zijnde subsidiemogelijkheden gepresenteerd, inclusief links naar meer uitleg en naar de officiële subsidiepagina’s (50 meest gebruikte subsidieregelingen). Via een invulformulier kunt u dan nog om persoonlijk advies vragen. Er wordt dan contact met u opgenomen door een adviseur van PNO consultants. Deze helpt u in eerste instantie verder met uw vragen (welke regeling, hoe aan te vragen, enz.). Wilt u de aanvraag en het verdere proces aan hen uitbesteden, dan zijn er kosten aan verbonden.

Op het nieuwe online platform Ondernemen.nl van MKB Nederland en VNO-NCW is veel informatie te vinden over allerlei ondernemerszaken, zoals een MKB Subsidiescan.

Meer arbeidskorting vanaf 2023

Heffingskortingen verminderen het te betalen bedrag aan loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen dat is verschuldigd over het belastbare loon. De verschillende heffingskortingen, die gezamenlijk de standaardloonheffingskorting worden genoemd, zijn (art. 21c Wet LB) :

  • de algemene heffingskorting;
  • de arbeidskorting;
  • de jonggehandicaptenkorting;
  • de ouderenkorting; en
  • de alleenstaande-ouderenkorting.

Minder belasting door arbeidskorting

Heeft u loon, winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden, dan heeft u recht op de arbeidskorting. De hoogte van deze heffingskorting is afhankelijk van uw leeftijd en de hoogte van uw inkomsten (arbeidsinkomen). Door de arbeidskorting betaalt u minder belasting.

Verhoging arbeidskorting in 2023

In het Belastingplan 2023 heeft het kabinet reeds aangekondigd werken aantrekkelijker te willen maken. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën de hoogte van de arbeidskorting voor 2023 bekendgemaakt. Werkenden met een inkomen tussen de € 10.740 en € 37.691 (lage inkomens en middeninkomens) hebben het meeste voordeel van de hogere arbeidskorting.

Hoogte arbeidskorting 2023

De tabelcorrectiefactor voor 2023 bedraagt 1,063. De wettelijke indexering van de arbeidskorting wordt naast de tabelcorrectiefactor mede bepaald aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon (WML) per 1 januari van het lopende jaar (2022: € 1.725 per maand) ten opzichte van het WML per 1 januari van het daaropvolgende jaar (2023: € 1.934,40). De arbeidskorting voor het jaar 2023 bedraagt:

 

Arbeidsinkomen Maximaal
Tot en met € 10.740 8,231% x arbeidsinkomen €    884
Meer dan € 10.740 tot en met € 23.201 € 884 + 29,861% x (arbeidsinkomen -/- € 10.470) € 4.605
Meer dan € 23.201 tot en met € 37.691 € 4.605 + 3,085% x (arbeidsinkomen -/- € 23.201) € 5.052
Meer dan € 37.691 tot en met € 115.294 € 5.052 -/- 6,510% x (arbeidsinkomen -/- € 37.691) n.v.t.
Vanaf € 115.295 € 0

Voorbeeld 2022.In 2022 heeft u een arbeidsinkomen van € 35.000. In 2022 bedraagt de arbeidskorting: € 3.887 + 2,610% x (35.000 -/- € 22.356) = € 4.217. In 2023 heeft u ook een arbeidsinkomen van € 35.000. Hoe ziet de arbeidskorting er dan voor u uit?

Voorbeeld 2023.In 2023 bedraagt de arbeidskorting over een arbeidsinkomen van € 35.000: € 4.605 + 3,085% x (€ 35.000 -/- € 23.201) = € 4.969. De verhoging van de arbeidskorting in 2023 levert u in dit geval een extra korting op van € 752.

Bij aangifte automatisch verrekend

U hoeft er dus niets voor te doen. Als u winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden heeft, wordt de arbeidskorting bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting automatisch berekend over het arbeidsinkomen. Heeft u een werkgever, dan houdt de werkgever bij de berekening van de loonheffing al rekening met de arbeidskorting.

De arbeidskorting wordt bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting automatisch berekend over het arbeidsinkomen. U hoeft daar dus niets voor te doen. In onze tabel kunt u zien welke korting vanaf 2023 op u van toepassing is, bijv. bij een arbeidsinkomen van € 35.000 levert u dat een extra korting op van € 752.

Fiscaal beleid inzake broodfondsen bekendgemaakt voor ondernemer zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wat is een broodfonds?

Particulier initiatief. Broodfondsen zijn particuliere initiatieven van zelfstandig ondernemers om elkaar financieel te ondersteunen bij langdurige ziekte. In het algemeen geldt dat een broodfonds een informele vereniging is en dus geen rechtspersoonlijkheid heeft. Elk broodfonds heeft zijn eigen regels voor:

  • de toelating van nieuwe deelnemers;
  • de (eigen)risicoperiode;
  • de mate van arbeidsongeschiktheid en het daarmee samenhangende recht op uitkering;
  • de minimale duur van de deelname;
  • het recht op teruggaaf van het eigen kapitaal bij uittreden, etc.

Inleg van de deelnemers. Een deelnemer aan een broodfonds legt elke maand een bedrag in op zijn persoonlijke broodfondsrekening. Naast dit bedrag wordt er bij aanvang van de deelname een eenmalig bedrag aan opstartkosten betaald (vaak € 225 per deelnemer bij nieuwe groepen, langer bestaande broodfondsen hanteren soms een ander bedrag) en is er een maandelijkse contributie van (doorgaans € 10) per deelnemer.

Uitkeringen. Bij langdurige ziekte ontvangt de deelnemer vanaf de tweede maand van de ziekte, gedurende maximaal twee jaar, uitkeringen die worden betaald van de persoonlijke broodfondsrekeningen van de andere deelnemers. Als een deelnemer uitkeringen uit het broodfonds heeft ontvangen, kan hij het lidmaatschap pas beëindigen nadat hij minstens twee jaar lid is geweest.

Hoogte uitkeringen. De hoogte van de te ontvangen uitkering is afhankelijk van de hoogte van de eigen inleg; hoe hoger de eigen inleg, hoe hoger de maandelijks uitkering. Het ingelegde geld blijft eigendom van deelnemer in kwestie. Het ingelegde geld bedraagt maximaal 36 keer de maandelijkse inleg (doorgaans maximaal € 4.050).

Beëindiging lidmaatschap. Als de deelnemer het lidmaatschap van het broodfonds opzegt, krijgt hij de beschikking over het bedrag dat hij gedurende het lidmaatschap heeft ingelegd, verminderd met de contributie en de tijdens het lidmaatschap gedane uitkeringen.

Regels box 1

Uitkering belast? Uitkeringen uit broodfondsen worden in feite door de deelnemers zelf betaald en (dus) niet door een rechtspersoon. Het zijn daarom geen periodieke uitkeringen en dus niet belast in box 1. De ingelegde premies zijn niet aftrekbaar, omdat er bij dit soort fondsen geen sprake is van een toegelaten verzekeraar.

Maatwerk! In dit artikel gaan we uit van de regels zoals deze binnen de meeste broodfondsen gangbaar zijn. Let op.  In individuele gevallen kunnen er andere bepalingen gelden en kunnen ook de fiscale gevolgen anders zijn.

Regels box 3

Waarde broodfondsrekening. De waarde van de persoonlijke broodfondsrekening bedraagt voor box 3 het saldo van de rekening, dat wil zeggen: de inleg, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen. De waarde van de verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 niet in aanmerking genomen.

Broodfondsen voorzien in een belangrijke behoefte voor ondernemers die zich niet kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Per broodfonds kunnen de regels en dus ook de fiscale behandeling verschillen. Ga dus na of er in ‘uw’ broodfonds afwijkende regels gelden.

Is omzetting naar een BV nu wel of niet aantrekkelijk?

Slecht nieuws. Prinsjesdag 2022 was er eentje om snel te vergeten voor ondernemers. Niet alleen ondernemers in de inkomstenbelasting (IB) kregen slecht nieuws (afschaffing fiscale oudedagsreserve, snellere verlaging zelfstandigenaftrek), maar ook BV-ondernemers/directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) zullen niet erg gelukkig geworden zijn deze dag. Zij worden geconfronteerd met een hogere vennootschapsbelasting, een hoger box 2-tarief en de afschaffing van de 25%-marge (de zogeheten ‘doelmatigheidsmarge’) voor het dga-loon.

Wat is nu wijsheid? Als IB-ondernemer hakt de afschaffing van de fiscale oudedagsreserve (FOR) en bijna volledige uitfasering van de zelfstandigenaftrek er bij u natuurlijk ook flink in. Normaliter zou de omzetting van uw onderneming naar een BV dan een aantrekkelijk alternatief zijn, maar ook daar vallen fiscaal nu klappen. Wat is nu wijsheid? Waar doet u goed aan?

Winstniveau

Tot € 75.000 per jaar. Allereerst is het goed om te beseffen dat u sowieso een behoorlijke winst moet maken, wil de overgang naar een BV-structuur überhaupt aantrekkelijk zijn. Bij winsten tot € 75.000 per jaar is het fiscaal aantrekkelijker om te blijven ondernemen middels uw eenmanszaak of Vof. Tip. U kunt de fiscale druk dan wellicht nog wat drukken door het jaarlijks afstorten van lijfrenten (als compensatie voor de FOR).

Meer dan € 150.000. De ondernemer met winsten van meer dan € 150.000 zit in de regel het beste in een BV-structuur. Let op. Voorwaarde is dan wel dat u niet een te groot deel van deze winst als loon uit de BV moet halen. Oorzaken hiervan kunnen de flinke privébestedingen of een hoog verplicht dga-loon zijn. De afschaffing van de doelmatigheidsmarge werkt hier dus niet mee.

Factoren

Tussengroep. Zit u in de tussengroep (€ 75.000 – € 150.000), dan zal uw keus minder makkelijk te maken zijn. Wij adviseren u uw keus dan te laten bepalen door twee factoren:

  • Hoeveel dga-loon moet er in aanmerking worden genomen?
  • Hoelang kan de heffing in box 2 worden uitgesteld?

25%-marge afgeschaft. Als dga moet uw loon minimaal gelijk zijn aan dat van een vergelijkbare werknemer zonder aandelenbelang met een minimum van € 48.000. Voorheen mocht daarop nog de doelmatigheidsmarge van 25% worden toegepast, maar deze vervalt vanaf 2023. Dit betekent dat wanneer u bijv. advocaat of architect bent, het niet eenvoudig is een relatief laag loon in aanmerking te nemen. Uw collega’s verdienen immers ook een aardige boterham. Voor een winkeleigenaar is een laag dga-loon eerder haalbaar. Tip. Hoe lager het loon, des te groter is het fiscale voordeel van de BV-structuur.

Uitstellen. Verder heeft een BV-structuur als voordeel dat u de box 2-heffing over de overwinst (winst na uw loon en de vennootschapsbelasting) lang kunt uitstellen. Als u nog jong bent, is dit uitstel misschien wel 25 jaar mogelijk, maar als u over vijf jaar pensioneert of denkt de overwinsten over enkele jaren te moeten uitbetalen voor andere doelen, dan is dit voordeel een stuk kleiner. Tip.  Hoe langer het box 2-uitstel, des te groter is het fiscale voordeel van de BV-structuur.

Als u een behoorlijke winst binnen uw onderneming realiseert, uw dga-loon kunt beperken en de box 2-heffing lange tijd kunt uitstellen, dan is een BV-structuur aantrekkelijk. Bespreek met uw adviseur de voor- en nadelen van deze omzetting.

Investeringsaftrek nog in 2022 pakken of wachten tot 2023?

Zoals u weet, kunt u onder bepaalde voorwaarden via de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) een extra belastingaftrek krijgen, bovenop de reguliere afschrijving. Tijd om na te gaan of u in 2022 nog een voordeel kunt behalen.

Investeringen

De KIA geldt alleen voor investeringen in bedrijfsmiddelen waarop u afschrijft. Denk hierbij aan een computer, machine, inventaris, etc. Daarbij moet de investering minimaal € 450 exclusief btw zijn (of als u vrijgesteld bent van btw, € 450 inclusief btw). De hoogte van de KIA is afhankelijk van het totale bedrag aan investeringen in een kalenderjaar.

 

De KIA in 2022 bedraagt bij een investeringsbedrag
van meer dan maar niet meer dan KIA
€     2.400 € 0
€     2.400 €   59.939 28% van het investeringsbedrag
€   59.939 € 110.998 € 16.784
€ 110.998 € 332.994 € 16.784 -/- 7,56% van de investering boven € 110.998
€ 332.994 € 0

Net niet? Door de staffels in de investeringsaftrek kan het dus gebeuren dat u de KIA voor 2022 of net misloopt, of in een lagere staffel terechtkomt. Hoe voorkomt u dat?

Ondergrens. Om voor de KIA in aanmerking te komen, moet u in 2022 dus voor meer dan € 2.400 geïnvesteerd hebben in bedrijfsmiddelen.

Voorbeeld.U heeft tot nu toe voor € 2.000 aan investeringen gedaan. Door in 2022 nog een investering van minimaal € 450 te doen, heeft u in 2022 recht op 28% KIA over € 2.450 = € 686.

Verdelen over 2022-2023?

Heeft u in 2022 wel meer dan € 2.400 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen en bent u van plan om nog een of meerdere grotere investeringen te doen, dan kan het interessant zijn om deze investeringen te verdelen over 2022 en 2023.

Voorbeeld.U heeft tot nu toe voor € 55.000 aan investeringen gedaan. U wilt investeren in een machine van € 50.000. Doet u deze investering in 2022, dan krijgt u € 16.784 aan KIA. Het totale investeringsbedrag in 2022 bedraagt dan immers € 105.000 (€ 55.000 + € 50.000). Door de investering van de machine in 2023 te laten plaatsvinden, bedraagt de KIA in 2022 € 15.400 (28% van € 55.000) en de KIA in 2023 € 14.000 (28% van € 50.000). Verdelen over twee jaren levert u in dit geval dus een KIA-voordeel op van € 12.616. (€ 15.400 + € 14.000 -/- € 16.784).

Aanbetalen in 2022? De investeringsaftrek kunt u claimen in het jaar waarin u het bedrijfsmiddel in gebruik neemt. Betaalt u aan, maar neemt u de investering pas in 2023 in gebruik, dan mag u in 2022 slecht KIA claimen tot het bedrag van de aanbetaling dat u in 2022 heeft betaald.

Ook bij desinvesteren uitkijken! Als u investeringen waarvoor u KIA heeft gekregen, binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u de investering deed, verkoopt, schenkt, ruilt, verhuurt of naar privé overbrengt (vervreemd), kan het zijn dat u (een deel van) de genoten investeringsaftrek terug moet betalen. Tip 1.  U kunt een desinvesteringsbijtelling voorkomen door ervoor te zorgen dat u het bedrijfsmiddel niet binnen deze termijn van vijf jaar vervreemd.  Tip 2.  Zorg ervoor dat uw desinvesteringen in 2022 niet meer dan € 2.400 bedragen, dan geldt er ook geen bijtelling.

Komt u voor de KIA 2022 net niet boven de € 2.400 aan investeringen, dan kan het alsnog investeren tot aan dat bedrag u 28% winstaftrek opleveren. Heeft u grote investeringen gepland, dan kan het verdelen daarvan over twee jaren erg voordelig uitpakken.

Regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) wederom versoepeld

Zoals u weet, heeft het kabinet in oktober de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aangekondigd. Op 9 november en 14 november heeft het kabinet de TEK-regeling aangepast.

Energie-intensiviteit van 12,5 naar 7%. Het percentage energie-intensiviteit waaraan u als ondernemer moet voldoen om aanspraak te kunnen maken op de TEK, is bijgesteld van 12,5 naar 7%.

Drempel geschrapt. De drempel (jaarlijks meer dan 5000 m3 gas of 50.000 kWh elektriciteit verbruiken) heeft het kabinet geschrapt. Hierdoor kunnen ook kleine ondernemers die ten opzichte van hun omzet veel energie verbruiken, maar door de grootte van hun onderneming niet aan de drempelwaarden voldeden, in aanmerking komen voor de TEK.

Vergoeding. Er geldt een vergoedingspercentage van 50% op het totaal van de energiekostenstijging boven de drempelprijs tot een maximumbedrag van € 160.000 per ondernemer. Dit maximumbedrag geldt ook voor landbouwbedrijven. De drempelprijs is vastgesteld op € 1,19 m3 gas en € 0,35 kWh elektriciteit.

Wat zijn de voorwaarden? Om voor de TEK in aanmerking te kunnen komen, moet uw onderneming:

  • voldoen aan de Europese MKB-definitie. U bent volgens de EU-definitie een MKB-onderneming als uw onderneming minder dan 250 werknemers heeft en de jaaromzet minder dan € 50 miljoen of het balanstotaal minder dan € 43 miljoen bedraagt. Let op.  Dit geldt voor een zelfstandige onderneming en is van toepassing op de totale onderneming, inclusief verbonden ondernemingen en partnerondernemingen;
  • ingeschreven staan in het handelsregister;
  • een energie-intensieve MKB-onderneming zijn waarbij minimaal 7% van uw omzet bestaat uit energiekosten.

Aanvragen? De TEK wordt naar verwachting uiterlijk in het tweede kwartaal van 2023 opengesteld en kunt u deze met terugwerkende kracht aanvragen. Meer informatie vindt u op: https://bit.ly/3SN4tER

De energie-intensiviteit is verlaagd van 12,5 naar 7%. De aanvankelijke drempels zijn geschrapt voor de TEK.

Regeling fiets van de zaak werknemer, een fiscale update

Hoe zat het ook alweer? Sinds 2020 bestaat er een speciale regeling voor de fiets van de zaak. De regeling komt er in het kort op neer dat voor het ter beschikking stellen van de fiets een bedrag van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets tot het loon moet worden gerekend. De consumentenadviesprijs kunt u vinden op de website https://www.bijtellingfietsvandezaak.nl Hierover betaalt de werknemer belasting. De regeling wordt in de praktijk veel gebruikt, maar is niet op alle punten even duidelijk. Vandaar dat deze onlangs is toegelicht, waarbij ook wijzigingen zijn opgenomen.

Alleen ter beschikking gestelde fiets

De regeling geldt alleen voor een ter beschikking gestelde fiets. Dat wil zeggen dat uw werknemer de fiets mag gebruiken, maar dat deze eigendom blijft van u als werkgever. Op het moment dat de werknemer de fiets niet meer gebruikt, bijv. bij verandering van werkgever, moet de fiets dus aan u teruggegeven worden of de werknemer moet de dan geldende waarde van de fiets aan u vergoeden. De regeling geldt ook als u de fiets leaset en ter beschikking stelt of als de werknemer de fiets zelf leaset maar alle kosten van u vergoed krijgt.

Overnemen van de fiets. De regeling is voor een nieuwe fiets behoorlijk voordelig, maar voor een gebruikte al minder. Een fiets kan door de werknemer dan ook beter na enkele jaren worden overgenomen tegen de dan geldende waarde. Hiervoor is nu bepaald dat de werkgever mag uitgaan van de waarde na afschrijving, die op 20% per jaar gesteld mag worden. Tip. Dit betekent dat de fiets na een periode van vijf jaar gratis door de werknemer kan worden overgenomen.

Accessoires? Als accessoires deel uitmaken van de consumentenadviesprijs, hebben deze geen invloed op de bijtelling. Zo niet, dan zijn de accessoires loon en moet de werknemer er belasting over betalen. Dat geldt ook voor een regenpak, maar dat kunt u voorkomen door het te laten bedrukken met uw logo van minstens 70 cm2 . Wilt u niet dat uw werknemer belasting betaalt over accessoires, breng ze dan onder in de werkkostenregeling. Tip. Een fietsverzekering, een extra slot, een steun voor de tas en reparatiekosten zijn te zien als intermediaire kosten zonder invloed op de bijtelling.

Cafetariaregeling? Als u wilt, kan een fiets onderdeel uitmaken van een cafetariaregeling. Op deze manier kan er brutoloon tegen de ter beschikking gestelde fiets worden uitgeruild. Als u dit doet, kunt u er ook voor kiezen de bijtelling voor de fiets onder te brengen in de werkkostenregeling. Op deze manier kunt u ook een voordeel behalen, want dan bent u hierover geen premies werknemersverzekering verschuldigd.

Betalingen aan derden

Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling. U kunt deze echter wel onbelast vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van elektra, als de werknemer zijn elektrische fiets thuis oplaadt. Er zijn eenvoudige hulpmiddelen te koop, waarmee u het elektriciteitsgebruik kunt bijhouden. Maak hier gebruik van, als u discussies met de fiscus wilt voorkomen. Betalingen aan u als werkgever kunt u op de bijtelling van 7% in mindering brengen. Houd er rekening mee dat de bijtelling hierdoor niet negatief kan worden.

De regeling voor de fiets van de zaak is fiscaal nog aantrekkelijker. Kiest u voor de regeling, dan kunt u de werknemer de fiets namelijk ook na een aantal jaren laten overnemen tegen de aankoopprijs minus afschrijving. Na vijf jaar bedraagt deze nihil.

Herinvesteringsreserve (HIR) vormen als u winst maakt bij de verkoop van een bedrijfsgoed, zoals een machine

U maakt boekwinst op een bedrijfsgoed wanneer de verkoopprijs hoger is dan de boekwaarde van het bedrijfsgoed. In beginsel moet u over deze boekwinst direct belasting betalen. Het is echter toegestaan om deze belastingheffing achterwege te laten door middel van het vormen van een herinvesteringsreserve (HIR).

Herinvesteringsvoornemen

Een van de voorwaarden om een herinvesteringsreserve te kunnen vormen, is dat er een herinvesteringsvoornemen moet bestaan. De Hoge Raad heeft recentelijk uitspraak gedaan dat het niet vereist is dat een herinvesteringsvoornemen realiseerbaar moet zijn in het jaar van vervreemding van het bedrijfsmiddel (ECLI:NL:HR:2022:1507) .

Wat was er gebeurd? Een BV heeft in 2010 en 2011 panden verkocht. Voor de boekwinsten heeft de BV een HIR gevormd. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:7160) was dit niet mogelijk, omdat de BV niet aannemelijk had gemaakt dat zij op de balansdata een realiseerbaar voornemen tot herinvestering had. Er was immers een hoog verlies en de BV had een negatief werkkapitaal. Daarbij ontbraken voor het jaar 2010 stukken waaruit een herinvesteringsvoornemen bleek. Dat de BV met betrekking tot het jaar 2011 verkoopinformatie heeft opgevraagd over een door haar gehuurd pand, werd door het hof ook niet aangemerkt als een realiseerbaar voornemen tot herinvestering. De BV was hiervoor namelijk afhankelijk van een externe financiering voor de koopsom van € 2 miljoen.

Realiseerbaarheid niet vereist. In cassatie houdt de uitspraak van het hof echter geen stand. De Hoge Raad oordeelde dat het niet vereist is dat een herinvesteringsvoornemen realiseerbaar moet zijn in het jaar van vervreemding van het goed.

Dus voornemen niet van belang?

De uitspraak houdt echter niet in dat het realiteitsgehalte van het herinvesteringsvoornemen niet van belang is. Een HIR kan namelijk niet worden gevormd of gehandhaafd blijven als redelijkerwijs niet is te verwachten dat het voornemen tot herinvestering binnen de wettelijke driejaarstermijn (art. 3.54 Wet IB 2001) zal kunnen plaatsvinden, bijv. omdat het financieel onmogelijk is. De stelplicht en bewijslast daarvoor rusten op de inspecteur. Het hof heeft dit miskend.

Plan hoeft niet concreet te zijn. Voor de vorming van een herinvesteringsreserve, anders dan bij de ruilarresten, is het niet vereist dat een belastingplichtige een concreet plan moet hebben voor een vervangende investering. Ook is het niet vereist dat een belastingplichtige al een concreet plan moet hebben voor de financiering van deze investering.

Andere bewijsmiddelen dienen voornemen.  Dat de BV voor het jaar 2010 geen stukken had waaruit een herinvesteringsvoornemen voor dat jaar bleek, betekent niet dat een voornemen tot herinvesteren niet kan worden bewezen. Dat bewijs kan de BV ook op een andere manier leveren. Zo kunnen ook stukken en andere bewijsmiddelen die zien op de periode na de balansdatum van belang zijn. Feiten die zich voordoen na de balansdatum, kunnen immers ook aanwijzingen geven over de aan- of afwezigheid van een herinvesteringsvoornemen op de balansdatum.

U moet voor de HIR een herinvesteringsvoornemen hebben om winst hiervoor te reserveren. Dat voornemen hoeft echter niet bij voorbaat al realiseerbaar en financieel haalbaar te zijn, zo de rechter. Het gaat om het voornemen, dat moet u wel onderbouwen.

Hoe ziet de toekomst van de zelfstandigenaftrek eruit?

Urencriterium. Voor de zelfstandigenaftrek (€ 6.310 in 2022) is vereist dat u op jaarbasis minimaal 1.225 uur besteedt aan uw onderneming. Als u een startende ondernemer bent, kunt u daarnaast aanspraak maken op de startersaftrek (€ 2.123 in 2022). U wordt als starter aangemerkt als u maximaal twee keer zelfstandigenaftrek heeft toegepast in de afgelopen vijf jaar. Let op.  Voor de zelfstandigen- en startersaftrek geldt dat de aftrek tegen een maximaal tarief van 40% plaatsvindt. In 2023 bedraagt dit tarief ongeveer 37%.

Afbouw. De zelfstandigenaftrek wordt gezien als een verstorend element op de arbeidsmarkt. Het zorgt er namelijk voor dat zzp’ers onder aan de streep meer overhouden dan werknemers. Op Prinsjesdag 2022 is daarom bekendgemaakt dat de zelfstandigenaftrek in vijf stappen zal worden afgebouwd, om uiteindelijk uit te komen op € 900 in 2027.

Indien u als startende ondernemer wordt aangemerkt, kunt u de komende jaren nog profiteren van een redelijke aftrekpost (combinatie zelfstandigen- en startersaftrek).

Alternatief vanaf 2023 voor oudedagsreserve?

Als IB-ondernemer mag u een deel van uw winst reserveren om een fiscale oudedagsreserve (FOR) te vormen. Omdat de FOR vaak niet wordt gebruikt voor een oudedagsvoorziening en alleen maar belastinguitstel als doel heeft, wordt vanaf 1 januari 2023 de FOR uitgefaseerd. Dit houdt in dat u vanaf 1 januari 2023 (of bij een gebroken boekjaar met ingang van het eerste boekjaar dat aanvangt na 1 januari 2023) geen bedragen meer aan de FOR mag toevoegen. Wat moet u weten?

Wat met de opgebouwde FOR? De FOR die u heeft opgebouwd tot en met 31 december 2022 (of het einde van het laatste boekjaar dat is aangevangen op of voor 31 december 2022), mag op basis van de huidige regels worden afgewikkeld. Zo mag u de FOR niet zomaar vrij laten vallen. Een vrijwillige afneming van de FOR is alleen mogelijk voor maximaal het bedrag waarvoor u een lijfrente koopt voor een inkomensvoorziening. Het bedrag waarmee de FOR afneemt, is winst. Hier staat tegenover een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente, waardoor u per saldo over de vrijval geen belasting hoeft te betalen. Omzetten in een lijfrente kan nu of bij staking.

Hoe verder vanaf 2023? Een goed alternatief voor de FOR is het kopen van een lijfrente voor een inkomensvoorziening. Als u aan de voorwaarden voldoet, behoudt u het belastingvoordeel. Daarbij wordt de reserve ook daadwerkelijk als pensioenvoorziening gereserveerd en loopt u dus niet het risico dat u de uitgestelde belasting over de FOR door een tekort aan liquide middelen te zijner tijd niet kunt betalen. Tegenover het voordeel dat er echt wordt gereserveerd, staat het nadeel dat u tussentijds het geld niet voor uw onderneming kunt gebruiken.

Voorwaarden. Om te weten of de uitgaven van een lijfrente voor een inkomensvoorziening (gedeeltelijk) aftrekbaar zijn, moet u eerst berekenen of u een pensioentekort heeft. Zo mag u premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had. Deze zogenaamde ‘jaarruimte’ kunt u berekenen met het Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016 van de Belastingdienst ( https://bit.ly/3LHDw3g ).

Lijfrente is een prima alternatief voor uw oude dag. U mag premies en stortingen voor lijfrente aftrekken als u het jaar ervoor een pensioentekort had.

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl