“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Oppassen met toepassing van verleggingsregeling in de btw!

Waarom ooit ingevoerd? Om fraude met de btw te voorkomen, is de verleggingsregeling ingevoerd. Vanwege het doel van de regeling is deze met name van toepassing op fraudegevoelige goederen, zoals mobieltjes. Vanwege hetzelfde doel kent de regeling scherpe voorwaarden. Dat u hieraan maar beter kunt voldoen, bleek onlangs uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2023:691) . Wat speelde er en wat kunt u ermee?

Verleggingsregeling

Als u de verleggingsregeling moet toepassen, brengt u aan de afnemer van de goederen geen btw in rekening. In plaats daarvan zet u op de factuur ‘btw verlegd’. De afnemer van de goederen moet de btw wel aangeven. Gebruikt hij de goederen vervolgens voor belaste prestaties, dan kan hij de btw ook weer aftrekken en betaalt hij per saldo dus niets.

Voor welke goederen en diensten? De verleggingsregeling geldt met name bij:

  • de levering van diensten aan het buitenland;
  • de onderaanneming en het uitlenen van personeel in de sectoren bouw en scheepsbouw en bij schoonmaakbedrijven en hoveniers;
  • de levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • de levering van goud;
  • de levering van afval en oude materialen.

Identificatienummer. Als u de verleggingsregeling moet toepassen, vermeldt u op de factuur ook het btw-identificatienummer van de afnemer. Het btw-identificatienummer is het nummer met een landcode ervoor, bijv. ‘NL’. U kunt op https://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/#/vat-validation controleren of het btw-identificatienummer dat uw afnemer opgeeft, klopt. Op de factuur vermeldt u de vergoeding per btw-tarief.

Identificatienummer onjuist. In de hiervoor genoemde rechtszaak kreeg een handelaar in oude metalen te maken met de verleggingsregeling. De afnemer had de metalen zelf afgehaald en cash afgerekend. Het btw-identificatienummer bleek na controle niet te kloppen. Toch waren de goederen meegegeven en was er op de factuur vermeld dat de btw verlegd was. Bij een controle kwam dit aan het licht, waarna de handelaar in oude metalen op een naheffingsaanslag werd getrakteerd. Deze legde de zaak vervolgens voor aan de rechter.

Ondernemer of niet? Voor Hof Den Bosch was voldoende duidelijk dat de afnemer van de oude metalen ondernemer was en dus vond het hof een naheffing niet op zijn plaats. Hier denkt de Hoge Raad echter anders over. Volgens het hof is niet bewezen dat de handelaar in oude metalen meewerkte aan fraude. De Hoge Raad is echter van mening dat er, zonder dat de identiteit van de afnemer vaststaat, niet gegarandeerd kan worden dat de verschuldigde btw daadwerkelijk zal worden afgedragen. De Hoge Raad liet de naheffing dan ook in stand.

Wat kunt u hiermee?

Het arrest maakt duidelijk dat het oppassen geblazen is als u de verleggingsregeling moet toepassen. Past u deze toe zonder dat de identiteit van de afnemer bekend is, dan loopt u namelijk het risico dat de fiscus de verschuldigde btw op u gaat verhalen.

Moet u de verleggingsregeling toepassen, neem dan geen risico en check altijd vooraf of het btw-identificatienummer van uw afnemer klopt. Is dit niet het geval, spreek uw afnemer hier dan op aan. U loopt immers het risico dat de fiscus de verschuldigde btw op u verhaalt.

Fiscus jaagt op ‘hobbyondernemers’

Wat speelt er? Vanaf 1 januari 2023 zijn digitale Europese ondernemers verplicht aan de Belastingdienst te melden als zij als verkoper meer dan 30 transacties of meer dan € 2.000 per jaar omzet maken, dus moeten digitale platformen, zoals Vinted en Marktplaats, de Belastingdienst voortaan eveneens informeren als deze verkopers meer dan 30 transacties genereren of voor meer dan € 2.000 aan spullen verkopen. Dat kan u of uw partner die online zaken verkoopt, dus ook gebeuren.

Het gaat om belasting betalen over de omzet. Volgens de Belastingdienst is het afhankelijk ’van de feiten en omstandigheden’ of er belasting betaald moet worden over de omzet. U moet dan verschil maken tussen btw en inkomstenbelasting. Als u (of uw partner) zoiets alleen hobbymatig of in de privésfeer doet, neemt u volgens de Belastingdienst niet deel aan het economisch verkeer. Dan bent u geen ondernemer en hoeft u ook geen btw of inkomstenbelasting te betalen. Let op.  Maar wie online goederen of diensten verkoopt en hier winst uit verwacht, is mogelijk ondernemer voor de inkomstenbelasting. Op de website van de Belastingdienst is informatie te vinden over wanneer iemand als ondernemer wordt gezien (zoekwoord: wanneer ondernemer).

Gebruikte spullen verkopen? Mensen die hun gebruikte spullen verkopen voor een lagere prijs dan ze er zelf ooit voor betaalden, zullen hierover geen inkomstenbelasting verschuldigd zijn. Dit geldt niet alleen voor digitale verkoop, maar ook voor verkopen op bijv. Koningsdag. Dit is immers iets anders dan mensen die inkopen en dat met winst via digitale winkels verkopen. Let op.  Indien dit laatste dus het geval is, kunt u wel te maken krijgen met inkomstenbelasting en kan ook btw-afdracht (omzetbelasting) aan de orde zijn.

Bij (digitaal) meer dan 30 transacties of € 2.000 omzet per jaar moet men zich melden bij de Belastingdienst. Dan kan afdracht van inkomstenbelasting en btw aan de orde zijn.

Wanneer is verhuur van een deel van de woning belast?

Verhuur neemt toe. Het tijdelijk verhuren van een deel van de eigen woning neemt de laatste jaren een steeds grotere vlucht. Vrijwel iedereen is inmiddels bekend met verhuurorganisaties als Airbnb en veel woningbezitters proberen op deze manier de kosten van hun woning te drukken. Maar zijn de verhuurinkomsten ook belast en zo ja, hoe precies? Welke uitzonderingen bestaan hierop en wanneer kan men daar gebruik van maken? Op deze vragen heeft Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2023:2875) onlangs in een rechtszaak meer duidelijkheid geboden. Wat speelde er?

Zelfstandig gastenverblijf of niet?

In de zaak die voor de rechtbank speelde, had een echtpaar hun eigen woning laten verbouwen om deze uit te breiden met een gastenverblijf. Dit gastenverblijf was bedoeld voor tijdelijke verhuur. Het gastenverblijf bestond uit een bijkeuken met toegang tot de woning, alsmede een kamer met keukenblok, sanitair en een douche. Het gastenverblijf beschikte over een eigen ingang en had eigen gas-, elektra- en watervoorzieningen. Gelet op het feit dat het gastenverblijf volledig zelfstandig kon functioneren, was de verhuurder van mening dat het niet tot de eigen woning behoorde. De inspecteur vond van wel, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Behorend tot de eigen woning?

De rechtbank was van mening dat het gastenverblijf tot de eigen woning behoorde. Zelfs als het als een ‘aanhorigheid’ bij de woning zou moeten worden aangemerkt, betekende dit dat het toch tot de eigen woning behoorde. Het gastenverblijf behoorde ook kadastraal bij de eigen woning. Ook was van belang dat het gastenverblijf in dienst van de eigen woning gebruikt kon worden.

Tijdelijk ter beschikking of niet?

Vervolgens diende de rechtbank zich te buigen over de vraag of het gastenverblijf slechts tijdelijk verhuurd werd. Ook dit was volgens de rechtbank het geval. De eigenaren konden namelijk zelf beslissen of zij zelf over het gastenverblijf wilden beschikken of dit wilden verhuren. De verhuur besloeg alles bij elkaar gedurende het jaar een periode van zo’n twee maanden. Het gastenverblijf werd dan ook slechts tijdelijk ter beschikking gesteld aan derden, omdat telkens vaststond dat het op korte termijn weer ter beschikking van de verhuurders zou komen. Dat de verhuurders het gastenverblijf zelf niet gebruikten als het niet verhuurd werd, deed daarbij niet ter zake.

Hoeveel belasting? Het hiervoor genoemde betekende dat van de verhuurinkomsten 70% belast werd in box 1. Daarbij gaat het wel om de nettoverhuurinkomsten, dus na aftrek van de kosten van de verhuur. De fiscus werd dan ook door de rechtbank in het gelijk gesteld.

Wat kunt u hiermee?

Besluit u een deel van uw eigen woning tijdelijk te verhuren, houd er dan rekening mee dat u over de netto-inkomsten 70% belasting betaalt. Let op.  Er geldt geen vrijstelling, zoals bij kamerverhuur. Deze vrijstelling bedraagt voor 2023 € 5.881. Er moet dan wel sprake zijn van langdurige verhuur, wat onder andere moet blijken uit het feit dat de huurder op het adres van uw woning bij de gemeente staat ingeschreven.

Een zelfstandige aanbouw aan uw woning wordt voor de verhuurinkomsten toch tot de eigen woning gerekend en dus zijn de inkomsten belast. Onthoud dat het daarbij niet van belang is of u dit deel van uw woning al dan niet zelf gebruikt als u het niet verhuurd.

Met de auto van de zaak op vakantie, bonnetjes bewaren!

Met de auto van de zaak op vakantie

De vakantie staat weer (bijna) voor de deur. Rijdt u als ondernemer een auto van de zaak en gaat u met deze auto op vakantie, denk er dan aan dat de hiermee gepaard gaande kosten toch zakelijk zijn en dus aftrekbaar. Wat moet u weten en waar moet u aan denken?

Brandstof, tolkosten, reparaties … Tijdens uw reis zult u ongetwijfeld een aantal keer moeten tanken en in het geval van pech mogelijk ook een garage moeten bezoeken. Hierbij is het belangrijk om te weten dat dergelijke kosten, aangezien het gaat om een zakelijke auto, zakelijk zijn en dus aftrekbaar. Tip.  Dit geldt zelfs als u deze kosten maakt tijdens uw vakantie. U betaalt immers al belasting via de bijtelling voor uw privégebruik (bij meer dan 500 kilometer privé). Alle autokosten die u onderweg maakt, zijn in principe dus aftrekbaar, inclusief de autokosten die u in het buitenland maakt. Om de autokosten in aftrek te kunnen nemen, moet u de gemaakte autokosten natuurlijk wel aan kunnen tonen. Het is dus zaak dat u alle bonnen/facturen van de autokosten bewaart, zoals bonnetjes van de tol, brandstofbonnen, facturen van reparaties, e.d.

Hogere bijtelling? Houd wel rekening met het feit dat de bijtelling voor uw privégebruik in beginsel het wettelijk vastgestelde percentage is, maar dat de inspecteur hiervan mag afwijken bij excessief privégebruik. Hij zal dit dan wel aannemelijk moeten maken. Er is sprake van excessief privégebruik als de werkelijke waarde van het privégebruik duidelijk meer is dan de bijtelling op basis van het algemene bijtellingspercentage.

Privéschade niet zakelijk. Schade aan de zakelijke auto tijdens een privérit (dus ook tijdens uw vakantie) is vaak niet aftrekbaar. Dat geldt bijv. wanneer de zakenauto van een ondernemer tijdens de vakantie gestolen wordt. Dit geldt overigens niet voor de reparatiekosten tijdens een privérit. De kosten daarvoor zijn gewoon aftrekbaar, omdat de slijtage over een langere periode (dus ook bij zakelijk gebruik) zal zijn ontstaan. Deze kosten horen dus bij de onderhoudskosten van de zakelijke auto.

Wat met de btw?

U kunt de btw op de kosten van uw zakenauto alleen aftrekken als en voor zover u btw-belaste prestaties verricht. Dit geldt ook voor de btw op de kosten van uw zakenauto tijdens de vakantie. Natuurlijk moet u de facturen en of bonnetjes wel bewaren. Aan het einde van het jaar moet u een percentage van de cataloguswaarde van uw auto als privéonttrekking voor de btw in aanmerking nemen: 2,7% voor auto’s tot vijf jaar oud en daarna 1,5%. Voor zover u meer aan btw heeft betaald, is dit meerdere dus wel aftrekbaar.

Buitenlandse btw. Als u in een ander EU-land btw (minimaal € 50 per jaar) heeft betaald, dan kunt u via de Nederlandse Belastingdienst deze btw onder bepaalde voorwaarden terugvragen. Een van de voorwaarden is dat uw verzoek binnen moet zijn voor 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarover u btw terugvraagt, dus het verzoek voor de btw-teruggaaf 2023 moet voor 1 oktober 2024 binnen zijn. Als u btw terug wilt vragen, kan dat digitaal via de website https://eubtw.belastingdienst.nl/netp Voordat u hiertoe over kunt gaan, dient u over inloggegevens te beschikken. Bij het terugvragen moet u de betaalde btw per land specificeren. Soms moet u de factuur/bon meesturen, wat weer betekent dat u deze moet inscannen.

Autokosten tijdens uw vakantie zijn zakelijk, omdat het de auto van de zaak betreft. Bewaar alle bonnetjes, zoals van de tol, brandstof, reparaties, parkeren, etc. De kosten en de betaalde btw daarover kunt u aftrekken c.q. terugvragen. Het teruggaafverzoek voor buitenlandse btw 2023 moet voor 1 oktober 2024 binnen zijn bij de Belastingdienst.

Autokosten, hoe zit het ook alweer met de btw?

Btw aftrekbaar. Als u voor de btw economische activiteiten verricht, bent u btw-ondernemer. In de regel heeft u als btw-ondernemer recht op aftrek van de btw die drukt op kosten die zijn gemaakt voor de auto. Werknemers hebben deze mogelijkheid niet.

Correctie privégebruik

Om deze ongelijkheid te voorkomen, moet u als btw-ondernemer in de laatste btw-aangifte van het boekjaar een btw-correctie voor het privégebruik opnemen met betrekking tot auto’s van de zaak waarvan u in uw eerdere btw-aangiften de btw heeft afgetrokken.

Op basis van het werkelijke gebruik. Het gebruik van auto’s voor privédoeleinden van uzelf zonder dat daar een vergoeding tegenover staat, vormt een btw-belaste dienst. Uitgangspunt is dat u de correctie voor het privégebruik van uw auto moet aangeven op basis van het werkelijke privégebruik. Let op.  Onder het privégebruik valt ook het woon-werkverkeer.

Op basis van een forfait. De verschuldigde btw mag ook forfaitair worden vastgesteld. Bij de berekening van de correctie voor het privégebruik op basis van de forfaitaire methode wordt geen rekening gehouden met de bijtelling voor de inkomstenbelasting en de loonheffingen. Woon-werkverkeer is namelijk voor de btw privé. Daarom kunnen ook auto’s van de zaak waarvoor een Verklaring geen privégebruik is afgegeven, te maken krijgen met een btw-correctie.

Keuzevermogen btw

Voor de btw-heffing heeft u als ondernemer een keuzemogelijkheid als u de auto van de zaak zowel zakelijk als privé gebruikt. U kunt de auto dan voor de btw tot uw privévermogen of tot het bedrijfsvermogen rekenen. Deze keuze tussen privé- of bedrijfsvermogen bij de aanschaf van de auto blijkt uit uw administratie en uw btw-aangiften, doordat u de btw wel of niet in aftrek brengt. Let op.  Als de auto alleen privé wordt gebruikt, heeft u geen keuze. De auto behoort dan voor de btw altijd tot uw privévermogen. Ook als de auto door u volledig zakelijk wordt gebruikt, heeft u geen keuze en is de auto bedrijfsvermogen voor de btw.

Niet voor de inkomstenbelasting. De keuze die wordt gemaakt voor de btw, heeft geen invloed op de keuze die wordt gemaakt voor de inkomstenbelasting. U kunt de auto dus voor de btw tot het bedrijfsvermogen rekenen en voor de inkomstenbelasting tot uw privévermogen of andersom.

Auto privévermogen voor de btw

Aankoop-btw niet aftrekbaar. Als u de auto als privévermogen aanmerkt, kan de eventuele btw die drukt op de aanschaf van de auto, door u niet in aftrek worden gebracht. Let op.  Ook is er geen aftrek van btw mogelijk met betrekking tot later in de auto verwerkte bestanddelen, zoals een voorruit, een uitlaat of een katalysator. Tip 1.  Meestal wordt er voor deze optie gekozen als de auto is gekocht onder de margeregeling of van een particulier. Er drukt dan namelijk geen btw op de aanschaf van de auto. Tip 2.  Deze keuze is ook interessant voor een startende ondernemer die een auto gebruikt in het kader van zijn onderneming en die hij in het verleden privé heeft gekocht. Tip 3.  Bekijk vooraf of het gunstig is om de btw op de aankoop in aftrek te brengen. Zo ja, vraag dan om een factuur met btw en koop geen marge-auto.

Btw op onderhouds- en gebruikskosten. Als u de auto tot uw privévermogen rekent, kunt u de btw die drukt op de onderhouds- en gebruikskosten, wel in aftrek brengen. Let op.  Wel moet daarbij direct rekening worden gehouden met het privégebruik, inclusief het woon-werkverkeer. De mate waarin u de btw in aftrek mag brengen, moet uit de administratie blijken.

Vaststellen btw-correctie privégebruik

Zoals gezegd, bent u als ondernemer btw verschuldigd over de waarde van het privégebruik van de auto.

Geen btw-aftrek bij aankoop. Als u bij de verkrijging van een auto geen btw in aftrek heeft kunnen brengen, bijv. omdat u uw auto tot het privévermogen rekent, mag u in beginsel de btw op kosten in aftrek brengen voor zover de auto wordt gebruikt voor btw-belaste handelingen. In veel gevallen is er geen kilometeradministratie beschikbaar waaruit blijkt in welke mate de auto zakelijk en privé is gebruikt. In deze gevallen mag de btw op de autokosten op grond van het verwachte gebruik voor btw-belaste activiteiten in aftrek worden gebracht. Het privégebruik – waaronder het woon-werkverkeer – levert geen aftrek op.

Forfait 1,5% van de catalogusprijs. Als het verwachte gebruik niet bekend is op het moment van aanschaf, moet er een zo nauwkeurig mogelijke schatting worden gemaakt, bijv. op basis van ervaringscijfers uit het verleden. Om de administratieve lasten bij de ondernemer te beperken, is door de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat als er geen btw in aftrek is gebracht bij de aankoop van de auto, de btw-correctie voor het privégebruik mag worden vastgesteld op 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto.

Niet hoger dan btw-aftrek. Allereerst kan de btw-correctie nooit hoger zijn dan het bedrag dat u in één boekjaar aan btw over autokosten heeft verrekend. Let op.  U moet dan uiteraard wel rekening houden met de aankoop-btw op de auto. Hiervan moet u 20% per jaar in uw berekening meenemen.

Auto zakelijk vermogen voor de btw

Indien u als ondernemer de auto privé en voor bedrijfsdoeleinden gebruikt, kunt u de auto tot het bedrijfsvermogen rekenen. Het maakt hierbij niet uit of u de auto met of zonder btw heeft aangeschaft. Ook is het niet van belang in welke mate de auto zakelijk wordt gebruikt. De voorbelasting op de autokosten kan in eerste instantie volledig in aftrek worden gebracht.

Aankoop auto met btw. U trekt de btw die drukt op de autokosten, zoals bij aanschaf van de auto of bij later daarin verwerkte onderdelen (voorruit, uitlaat, katalysator), brandstof of reparaties, in eerste instantie volledig af als voorbelasting, tenzij u voor de btw vrijgestelde prestaties verricht. Uiteraard moet deze btw wel aan u als ondernemer in rekening zijn gebracht op een juiste factuur. Over de waarde van het privégebruik bent u dan vervolgens wel btw verschuldigd.

Berekening btw-correctie privégebruik

Forfait 2,7% van de catalogusprijs. In beginsel moet u een btw-correctie aangeven van 2,7% van de cataloguswaarde van de auto. Als uw auto dus een cataloguswaarde heeft van € 50.000, moet er ieder jaar een btw-correctie plaatsvinden van € 1.350. Dat is dus jaarlijks een flink bedrag. Tip.  Het bedrag aan btw-correctie inzake het privégebruik van de auto wordt fiscaal als kosten aangemerkt en mag u van uw winst aftrekken. De correctie van 2,7% is fors. Er zijn wel enkele manieren om deze correctie te beperken.

Forfait van 1,5%. Een tweede manier om de btw-correctie te beperken, is toepassing van een lager forfait. Er geldt namelijk vanaf het vijfde kalenderjaar na het jaar van aankoop van de auto een percentage van 1,5%. De btw op de aanschaf wordt dan geacht verrekend te zijn, waardoor het percentage daalt.

Op basis van het werkelijk gebruik. Daarnaast is het altijd mogelijk om aan te tonen dat de btw-correctie op basis van het forfait (2,7 of 1,5%) te hoog is. Hiervoor moet u inzicht hebben in het totaalaantal gereden kilometers, het aantal zakelijke kilometers en de jaarlijkse kosten voor de auto waarop btw is verrekend. Tel hierbij ook jaarlijks 20% van de btw op de aanschaf mee in de eerste vijf jaar.

Als u de werkelijke privékilometers heeft bijgehouden, mag u deze gebruiken als basis voor de btw-correctie voor het privégebruik. Heeft u de privékilometers niet bijgehouden en heeft u de btw bij aankoop in aftrek gebracht, dan moet u het forfait van 2,7 of 1,5% van de cataloguswaarde toepassen.

Achteraf opgestelde urenstaat acceptabel?

Urencriterium. Voor bepaalde fiscale faciliteiten moet u minstens 1.225 uren in uw bedrijf in het jaar actief zijn. Ook moet u minstens de helft van uw gewerkte uren in uw bedrijf hebben gewerkt, tenzij u starter bent. U kunt dat bewijzen aan de hand van een urenstaat. Is het acceptabel als deze achteraf blijkt te zijn opgemaakt?

Urenstaat voldoende bewijs? De hiervoor genoemde vraag speelde onlangs in een rechtszaak (ECLI:NL:RBNHO:2023:4943) die een schoonheidsspecialiste voor de belastingrechter voerde, omdat de inspecteur van mening was dat haar achteraf opgestelde urenstaat onvoldoende bewijs vormde. De rechter stelde dat een achteraf opgestelde urenstaat weliswaar minder krachtig is als bewijs, maar toch voldoende kan zijn. In deze zaak bleek dat het geval, omdat de volgens de urenstaat verrichte werkzaamheden voldoende waren gespecificeerd en ook bleken uit de overlegde stukken, zoals de gevolgde trainingen. De rechtbank vond ook dat niet alle afzonderlijke uren volledig uit de administratie hoeven te blijken en ook hoeft er niet voor alle uren aanvullend bewijs geleverd te worden.

Houd bij voorkeur uw urenstaat dagelijks bij. Lukt dit niet, dan kan een achteraf opgestelde urenstaat toch voldoende zijn, mits deze voldoende is gespecificeerd en onderbouwd.

Wanneer schenking des doods?

Minder erfbelasting. Als u een deel van uw vermogen wegschenkt, betalen uw erfgenamen later minder erfbelasting. Ze betalen dan weliswaar wel schenkbelasting, maar door gebruik te maken van de jaarlijkse vrijstellingen kan dit goeddeels worden voorkomen. Ook zogenaamde ‘schenkingen des doods’ kunnen leiden tot minder te betalen erfbelasting, maar dan moet u wel voldoen aan de voorwaarden.

Schenking des doods. Bij een schenking des doods is het niet aannemelijk dat de schenking al bij leven van de schenker overgaat naar de begunstigde. Of dit zo is, moet blijken uit de feiten, ofwel uit het samenstel van rechtshandelingen. Een schenking des doods kent de aanvullende voorwaarde dat deze is vastgelegd in een notariële akte.

Wordt u wel 105 jaar oud? Onlangs heeft de Belastingdienst bekendgemaakt dat het begrip leeftijd bij een schenking des doods van belang kan zijn. In het geval dat bijv. een 83-jarige schenkt, maar dit pas opeisbaar wordt op 105-jarige leeftijd, is er sprake van een schenking des doods en moet er een notariële akte zijn. Zo niet, dan telt de schuld van de schenking niet mee bij de bepaling van de verschuldigde erfbelasting.

Bij een schenking des doods (ook op hoge leeftijd) is het fiscaal van belang dat er een notariële akte is.

Einde STAP-scholingssubsidie per 2024

STAP, hoe zat het ook alweer?

Zoals u weet, is de STAP-scholingssubsidie een subsidie van € 1.000 dat één keer paar jaar gebruikt kan worden door werknemers, werkzoekenden en ondernemers. Uit de Voorjaarsnota 2023 blijkt echter dat het budget voor scholingssubsidie STimulering Arbeidsmarkt Positie (STAP) vanaf 2024 wordt afgeschaft. Voor zover bekend zijn er in 2023 nog drie tijdvakken gepland waarbinnen u STAP-budget kunt aanvragen.

Wat zijn de voorwaarden? Om STAP-budget voor 2023 aan te kunnen vragen, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • u heeft dit kalenderjaar nog geen STAP-budget gekregen;
  • u bent tussen de 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd;
  • u bent in de periode van twee jaar en drie maanden tot drie maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag voor ten minste zes maanden in Nederland verzekerd voor de volksverzekeringen (vrijwel iedereen in Nederland is dat vanzelf).

Geen recht op als … Heeft u recht op een andere vergoeding, zoals studiefinanciering of een tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan kunt u geen gebruik maken van het STAP-budget.

Als werkgever bijdraagt aan scholing?

Betaalt de werkgever of een andere partij mee aan de studiekosten, dan kan, indien de scholing duurder is dan € 1.000, STAP-budget worden aangevraagd.

Voorbeeld.Voor een opleiding die € 1.500 kost, kan voor € 1.000 STAP-budget worden aangevraagd. Voor het resterende bedrag van € 500 is een werkgeversbijdrage mogelijk of een eigen bijdrage van de werknemer.

Welke studies? Niet elke studie, opleiding en/of cursus komt in aanmerking voor het STAP-budget. Er is een scholingsregister opgesteld waarin alle scholingsactiviteiten staan opgenomen waarvoor het STAP-budget kan worden aangevraagd. Tip.  Het register vindt u op https://bit.ly/3I79sh1

Aanvragen. Voordat u het STAP-budget aanvraagt, dient u zich in te schrijven voor een cursus, opleiding of training. Nadat u zich bij de opleider heeft ingeschreven, ontvangt u een STAP-aanmeldingsbewijs. Dit aanmeldingsbewijs heeft u nodig om het STAP-budget aan te kunnen vragen. De inschrijving bij de opleider wordt pas definitief nadat de aanvraag door het UWV wordt goedgekeurd. Het STAP-budget kunt u aanvragen via https://www.stapuwv.nl Hiervoor heeft u DigiD nodig.

In 2023 nog drie tijdvakken

In 2023 zijn er nog drie tijdvakken waarbinnen u het STAP-budget kunt aanvragen:

 

Tijdvak Aanvraagdatums laatste planning
Juli-augustus 3 juli 2023
September-oktober 4 september 2023
November-december 1 november 2023

Attentiepunt. De scholing moet gestart zijn binnen drie maanden na afloop van het tijdvak waarbinnen het STAP-budget is aangevraagd. Let op.  Wees op tijd met uw aanvraag, want op is op.

Voor 2023 kunt u, ook als ondernemer, nog STAP-budget aanvragen per 3 juli, 4 september en 1 november. Per 2024 is deze regeling ten einde. Draagt u bij in de studiekosten van uw werknemer en is deze scholing duurder dan € 1.000, dan kunt u eveneens STAP-budget aanvragen. Wees er wel als de kippen bij, want op is op!

Meer fiscale ruimte voor lijfrentestortingen, profiteer van de voordelen van een bancaire lijfrente

Opties opbouw oudedagsvoorziening. Als ondernemer in de inkomstenbelasting (eenmanszaak, Vof) mag u sinds 2023 geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. Wellicht heeft u tot en met 2022 wel een aardige voorziening opgebouwd, maar dat zal niet voldoende zijn om straks na uw pensionering van te leven. Hierdoor heeft u als ondernemer nog slechts de volgende manieren om te zorgen voor inkomen na uw pensionering:

  • vermogen opbouwen in uw onderneming;
  • vermogen opbouwen in privé;
  • het storten van lijfrentepremies (bij een bank of verzekeraar);
  • een combinatie van de hiervoor gegeven mogelijkheden.

Geen fiscale aftrekpost. Het opbouwen van vermogen in uw onderneming of privé zijn fiscaal geen gefacilieerde opties. Met andere woorden: de Belastingdienst betaalt hier niet aan mee via een fiscale aftrek van de inleg. Zodoende kost het meer vermogen en moeite om hiermee uiteindelijk tot een goed pensioen te komen, zelfs als we ervan uitgaan dat dit opgebouwde vermogen onbelast kan worden opgenomen. U heeft namelijk geen fiscale aftrek, maar u profiteert ook niet van het rentevoordeel van aftrek nu en belast straks.

Lijfrente bij bank of verzekeraar

Bankspaarproduct. Dit is ook de reden dat veel ondernemers gebruikmaken van het storten van lijfrentepremies. Deze premies kunnen worden gestort in een zogenaamd ‘bankspaarproduct’. Dit is een geblokkeerde rekening bij een bank of een verzekeraar waar uw inleg op wordt geparkeerd. Tot uw pensionering kunt u hier niet meer over beschikken. In de tussentijd kan het geld renderen via een vaste of variabele rente of door het ingelegde geld te beleggen.

Bij overlijden. Komt u te overlijden, dan krijgen uw nabestaanden recht op het tegoed bij de bank of de verzekeraar.

Voordelen. Bancair lijfrentesparen heeft de volgende voordelen:

  • uw inleg op de bankspaarrekening is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting;
  • over het bankspaarsaldo betaalt u geen vermogensrendementsheffing in box 3;
  • bij banksparen is er geen verlies van kapitaal bij overlijden, het saldo gaat altijd naar uw erfgenamen;
  • u betaalt geen kosten aan de bank;
  • banksparen valt onder het depositogarantiestelsel.

Langlevenrisico. Nadeel van bancair lijfrentesparen is het langlevenrisico. Als het tegoed op is, dan is het op. De uitkeringen stoppen dan. Dit is niet het geval bij een lijfrenteverzekering op basis waarvan u recht heeft op een levenslange uitkering na pensionering. Dit langlevenrisico ziet u echter ook terug in de premie voor dergelijke verzekeringen. De verzekeringsmaatschappij wil natuurlijk zo min mogelijk risico lopen. Bovendien loopt u het risico dat na uw overlijden (en dat van uw partner) de uitkeringen stoppen, zelfs als deze maar zeer kort hebben gelopen.

Fiscaal voordeel

Bancaire lijfrente. In het vervolg van dit artikel besteden wij aandacht aan de bancaire lijfrente. De reden hiervoor is dat dit veruit de meest populaire manier is om uw pensioen aan te vullen.

Fiscale aftrekpost. Groot voordeel hierbij is uiteraard de fiscale aftrek van de inleg. Op voorwaarde dat u een pensioentekort heeft, mag de inleg als aftrekpost worden opgevoerd in uw aangifte inkomstenbelasting. Hierdoor betaalt u minder inkomstenbelasting. Door de flinke progressie in ons belastingstelsel, zult u zien dat deze besparing hoger is dan u denkt. De arbeids- en algemene heffingskorting zijn namelijk ook inkomensafhankelijk. Tip.  In tegenstelling tot bijv. de zelfstandigenaftrek is de aftrek van lijfrentepremies niet beperkt qua belastingtarief. U mag deze dus bij een flinke winst tegen het hoogste tarief aftrekken.

Belast tegen lager tarief. Keerzijde is dat de uitkeringen na uw pensionering worden belast. Op dat moment betaalt u echter minder premies volksverzekeringen, waardoor het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting daalt van 36,93 naar 19,03% (cijfers 2023). Bovendien betaalt u deze belasting pas over een behoorlijk aantal jaren. Er zit flink wat tijd tussen de fiscale aftrek nu en de belastingheffing straks. Dit biedt uiteraard ook nog een aanzienlijk rentevoordeel.

Toeslagen. Naast het voordeel voor de inkomstenbelasting kan het storten van lijfrente ook een voordeel opleveren voor de toeslagen. De toeslagen gaan namelijk uit van uw verzamelinkomen. Gestorte lijfrentepremies maken hiervan onderdeel uit (in negatieve zin), waardoor u mogelijk wel of meer aanspraak kunt maken op toeslagen.

Pensioentekort

Beschikbare ruimte berekenen. Hoeveel u fiscaal aftrekbaar kunt storten in uw bankspaarproduct, is afhankelijk van uw pensioentekort. Dit wordt berekend op basis van het pensioentekort van het voorgaande jaar (de zogenaamde ‘jaarruimte’) en van de zeven daarvoor liggende jaren (de zogenaamde ‘reserveringsruimte’). Tip.  Op de website van de Belastingdienst ( https://bit.ly/3W9Rm3u ) staat een rekenmodel waarmee u kunt bepalen hoe groot uw jaarruimte en reserveringsruimte is. Zo kunt u bepalen welk bedrag u als aftrekbare lijfrentepremie kunt storten.

Nieuwe Pensioenwet

Verruiming in 2023. In principe zou u deze berekening voor 2023 al kunnen maken. Er is dit jaar echter iets bijzonders aan de hand. Naar verwachting gaat het Pensioenakkoord namelijk per 1 juli 2023 in. Onderdeel hiervan is de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het storten van lijfrenten. Men wil ondernemers dezelfde mogelijkheden bieden als werknemers. Concreet zijn in het Pensioenakkoord de volgende wijzigingen opgenomen:

  • het opbouwpercentage gaat van 13,3 naar 30%;
  • voor de reserveringsruimte mag u tot tien jaar terugrekenen (was tot zeven jaar);
  • de maximale reserveringsruimte gaat naar € 38.000 (dit was 17% van de premiegrondslag met een maximum van € 8.065. Bij een kortere periode dan tien jaar voor de AOW-leeftijd, was dit maximum € 16.130);
  • u mag tot vijf jaar na de AOW-leeftijd blijven inleggen (dit was tot de AOW-leeftijd).

Hele jaar profiteren. Deze verwachte wijzigingen betekenen dat de ruimte om fiscaal aftrekbare lijfrentepremies te storten in 2023 vanaf de invoering van het Pensioenakkoord sterk zal toenemen. Minister Schouten heeft toegezegd dat als de Wet toekomst pensioenen (het Pensioenakkoord) op 1 juli 2023 ingaat, de verhoogde fiscale ruimte met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 zal gelden. Met andere woorden: u kunt al het hele jaar 2023 profiteren van deze verruimde regels. Tip 1. Kijk goed wat het fiscale effect is van uw storting. Een te grote storting kan leiden tot relatief minder fiscaal voordeel omdat u hiermee niet meer maximaal gebruikmaakt van de heffingskortingen. Het is dan beter de storting deels uit te stellen naar het volgende jaar. Tip 2.  Houd ook rekening met de middelingsregeling. Deze mag voor het laatst worden toegepast over de periode 2022-2024. Kan de middelingsregeling worden toegepast na het storten van de lijfrentepremies?

Liquiditeit

Geld dat u kunt missen. Om deze lijfrentepremies te kunnen storten, moet u uiteraard wel over voldoende liquiditeit beschikken. U kunt het geld niet meer voor andere zaken gebruiken, zolang u het niet laat uitkeren. Dus alleen doen als u er zeker van bent dat u het geld kunt missen. Het maakt daarbij niet uit of u deze premies uit uw privévermogen voldoet of vanuit uw zakelijke vermogen. De belastbare winst voor u als ondernemer wordt niet beïnvloed door uw opnamen uit uw onderneming. Wel moet u er natuurlijk voor zorgen dat er voldoende geld in overblijft om te kunnen blijven ondernemen.

Naar verwachting wordt per 1 juli 2023 de fiscale ruimte voor het storten van lijfrenten verruimd. Maak samen met uw (financieel) adviseur een plan voor het storten en financieren van lijfrentepremies in de komende jaren. Hoeveel pensioen levert dit u uiteindelijk op? Hoe groot is het fiscaal voordeel? Op welke manier financiert u uw inleg?

Inzage geven in kosten en opbrengsten lokale heffingen?

Een gemeente kan voor haar diensten een heffing berekenen. Denk aan een vergunning of paspoort. Wettelijk is bepaald dat de opbrengsten van deze diensten de kosten niet te boven mogen gaan. Maar hoe bewijst u dat? Is er een informatieplicht?

Informatieplicht. De Hoge Raad heeft in het verleden bepaald dat de gemeente inzicht moet geven in de opbrengsten en de kosten van de gemeentelijke diensten. Alleen zo kunt u immers nagaan of de kosten de baten overstijgen. Onlangs is dit uitgangspunt echter door Rechtbank Oost-Brabant verlaten (ECLI:NL:RBOBR:2023:1131) . In deze zaak werd gesteld dat de opbrengsten van de watersysteemheffing de kosten ervan overstegen. Dit werd verder niet beargumenteerd. De rechtbank vindt dit echter ook niet meer van deze tijd, nu begrotingen van lagere overheden online beschikbaar zijn.

Als bij een gemeentelijke heffing de kosten de baten overtreffen, komt de heffing geheel of deels te vervallen. U moet dit echter wel bewijzen. Volgens de rechtbank is de gemeente niet meer verplicht u inzage in de cijfers te geven als deze ook online te vinden zijn.

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl