“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Opladen eigen elektrische auto werknemer op werk is loon

Kennisgroepen Belastingdienst. De Belastingdienst is begonnen met het publiceren van allerlei standpunten die in de laatste jaren zijn ingenomen. Een van de standpunten die de Kennisgroep loonheffingen heeft gepubliceerd, ziet op het opladen van een elektrische auto op het werk. De vraag die daarbij centraal staat, is of het voordeel dat een werknemer heeft als hij zijn privéauto oplaadt aan een laadpaal op het werk, belast loon is.

Opladen privéauto

Gratis stroom is loon. De kennisgroep legt uit dat ieder voordeel dat een werknemer krijgt en dat te maken heeft met de dienstbetrekking, loon is. Als een werknemer zijn eigen auto kan opladen aan een laadpaal op uw parkeerterrein en u betaalt de laadkosten, dan heeft uw werknemer een voordeeltje. Hij krijgt immers gratis stroom. Bij het gratis opladen van de auto krijgt uw werknemer een voordeel in natura (stroom).

Waardering loon in natura

Voorziening op de werkplek? De vraag is of dat voordeel valt onder de speciale regels die gelden voor voorzieningen op de werkplek. Deze mogen namelijk op nihil gewaardeerd worden. Hiervoor is vereist dat er sprake is van het geheel gebruiken of verbruiken van de voorziening op de werkplek, het moet redelijk zijn deze voorziening aan te bieden aan uw werknemers en het moet niet gebruikelijk zijn om deze voorziening elders te gebruiken of te verbruiken. Denk bijv. aan de koffieautomaat op het werk of het maken van een privéprintje op kantoor.

Geen nihilwaardering. Bij het opladen van de privéauto wordt niet aan deze voorwaarden voldaan. Omdat de stroom nu juist buiten de werkplek wordt gebruikt, is er niet aan de derde eis voldaan. De stroom moet dus gewaardeerd worden op de kosten die u maakt. Let op.  Dit betekent dat u voor de woon-werkkilometers die deze werknemer rijdt niet en de oplaadkosten onbelast kunt laten en € 0,21 per kilometer onbelast kunt vergoeden. Tip.  U kunt ervoor kiezen om de oplaadkosten in de werkkostenregeling onder te brengen (ten laste van de vrije ruimte).

En andere oplaadkosten dan?

Minimaal voordeel, dus onbelast. De kennisgroep van de Belastingdienst gaat ook in op de oplaadkosten van een mobiele privételefoon en van een accu voor een eigen elektrische fiets. Als uw werknemer deze zaken op het werk kan opladen, dan is er ook sprake van een voordeel. Maar daarvan wordt gezegd dat het voordeel zo minimaal is dat het onbelast mag blijven. Een praktische oplossing, want het is ondoenlijk om dit bij te houden.

Goed regelen

Beleid formuleren. Het standpunt dat het op het werk opladen van een eigen elektrische auto van de werknemer tot een loonvoordeel leidt, betekent dat u moet oppassen met het zomaar laten opladen van auto’s aan uw laadpalen. Dat kan in de papieren lopen. Als werknemers stelselmatig hun auto opladen op uw kosten, formuleer dan beleid waarin u vastlegt wie er gebruik kan maken van de laadpalen. Let op.  Leg goed vast wie er wanneer van de laadpaal gebruikmaakt. Het voordeel dat de werknemers krijgen, kunt u ten laste brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Het voordeel dat uw werknemer geniet omdat hij zijn auto gratis mag opladen, is belast loon. U kunt dit onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Als werknemers stelselmatig hun auto opladen op uw kosten, formuleer dan beleid waarin u vastlegt wie er gebruik kan maken van de laadpalen.

Herinvesteringsreserve (HIR) wel goed toepassen

Boekwinst bij verkoop

Als u een bedrijfsmiddel verkoopt en de opbrengst hiervan is hoger dan de boekwaarde van het bedrijfsmiddel, bent u over de boekwinst belasting verschuldigd. Bent u echter van plan om de opbrengst van het bedrijfsmiddel te gebruiken voor een investering in een bedrijfsmiddel, dan kunt u de belastingheffing uitstellen door een herinvesteringsreserve (HIR) te vormen. Let op.  Voorwaarde hierbij is wel dat u op de balansdatum het voornemen heeft om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel.

Verlies of beschadiging? Om een HIR te kunnen vormen, moet er sprake zijn van vervreemding. Tip.  Voor de toepassing van de HIR wordt verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel met vervreemding gelijkgesteld. Ontvangt u een vergoeding wegens verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel en maakt u hierop een boekwinst, dan mag u deze ook opnemen in de HIR.

Herinvesteringsreserve (HIR)

De HIR komt er in het kort op neer dat u bij vervreemding van een bedrijfsmiddel de gemaakte boekwinst in mindering mag brengen op een nieuwe investering. Op deze investering kunt u dan in de loop der jaren minder afschrijven. Zo betaalt u vertraagd belasting over uw boekwinst.

Voorbeeld.U heeft een HIR van € 10.000. U schaft een machine aan van € 25.000. De restwaarde van de machine bedraagt € 5.000. Zonder de afboeking van de HIR bedraagt de afschrijving per jaar 20% van (€ 25.000 -/- € 5.000) = € 4.000. Met de afboeking van de HIR bedraagt de afschrijving per jaar 20% van (€ 25.000 -/- € 10.000 -/- € 5.000) = € 2.000.

Willekeurige afschrijving

Als gevolg van willekeurige afschrijving kan de boekwaarde van een bedrijfsmiddel extra zijn verlaagd. Daardoor ontstaat er een hogere opbrengst bij vervreemding. Let op.  Voor deze hogere opbrengst mag u geen HIR vormen. Deze hogere opbrengst dient u dan op te nemen in de winst van het jaar van de vervreemding van het bedrijfsmiddel. Voor de HIR gaat u dan uit van de boekwaarde zoals die zou zijn als u volgens de reguliere fiscale regels zou hebben afgeschreven.

Voorwaarden HIR

Voornemen tot herinvesteren. Om een HIR te kunnen vormen, moet er op de balansdatum wel een voornemen bestaan om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Tip.  Zorg er dus voor dat u in het jaar waarin de verkoop van een bedrijfsmiddel plaatsvindt, een dossier vormt waarin het vervangingsvoornemen wordt onderbouwd. Dit kan bestaan uit offertes, besprekingsverslagen, correspondentie met makelaars en taxateurs, etc. Daarmee voorkomt u vervelende discussies achteraf. Let op.  Het herinvesteringsvoornemen moet onafgebroken aanwezig zijn. Zodra er geen herinvesteringsvoornemen meer is, moet u de HIR toevoegen aan de winst.

Boekwaarde-eis. Een andere voorwaarde is dat de boekwaarde van het bedrijfsmiddel waarin u heeft geherinvesteerd, door de afboeking niet lager mag worden dan de boekwaarde van het vervreemde bedrijfsmiddel op het moment van vervreemding. Afboeking van een HIR op een bedrijfsmiddel is mogelijk tot beneden de restwaarde van dat bedrijfsmiddel. Uiteraard moet u hierbij wel rekening houden met de boekwaarde-eis.

De herinvesteringstermijn

In beginsel moet u uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de HIR is ontstaan, herinvesteren. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij in de winst en bent u hierover belasting verschuldigd. Zo moet een in 2020 gevormde HIR in 2023 leiden tot een herinvestering.

Bepaling driejaarstermijn. Bij de bepaling van de driejaarstermijn waarbinnen een gevormde HIR uiterlijk kan worden afgeboekt, gaat het om de (boek)jaren waarover de belasting wordt geheven, ongeacht of een boekjaar korter of langer is dan twaalf maanden.

Bijzondere omstandigheden. Van de wettelijke termijn van drie jaar kan worden afgeweken als zich bijzondere omstandigheden voordoen, zoals vertraging van de begonnen aanschaf (bijv. door de coronacrisis) of als voor de herinvestering een langere tijd is vereist in verband met de aard van het bedrijfsmiddel.

Afboeken HIR

Voor de afboeking van de HIR dient u een onderscheid te maken tussen de hiernavolgende bedrijfsmiddelen.

Niet-duurzame bedrijfsmiddelen. Bedrijfsmiddelen die in niet meer dan tien jaar worden afgeschreven, kwalificeren als niet duurzaam. Een HIR die u heeft gevormd bij de vervreemding van niet-duurzame bedrijfsmiddelen, moet u verplicht afboeken op het moment dat u een of meerdere niet-duurzame bedrijfsmiddelen aanschaft.

Voorbeeld.Een HIR die u heeft gevormd bij de verkoop van een auto, bent u verplicht af te boeken als u een computer aanschaft. Een eventueel restant boekt u af op een volgende niet-duurzame investering die u binnen de herinvesteringstermijn doet.

Duurzame bedrijfsmiddelen. Bedrijfsmiddelen die in meer dan tien jaar worden afgeschreven (zoals onroerend goed) en bedrijfsmiddelen waarop niet wordt afgeschreven (zoals grond), kwalificeren als duurzaam. Een HIR die u heeft gevormd bij de vervreemding van duurzame bedrijfsmiddelen, moet worden benut op het moment dat u herinvesteert in een duurzaam bedrijfsmiddel met eenzelfde economische functie. U bent niet verplicht om een HIR van een bedrijfspand af te boeken op de aanschafkosten van een auto, maar dit mag wel.

Niet duurzaam versus duurzaam. Een HIR die u gevormd heeft bij de vervreemding van een niet-duurzaam bedrijfsmiddel, mag u niet afboeken op de aanschafkosten van een duurzaam bedrijfsmiddel.

Voorbeeld.Een HIR die u heeft gevormd bij de verkoop van een auto, mag u niet afboeken op de aanschafkosten van een pand.

Wat met de investeringsaftrek?

Voor de berekening van de investeringsaftrek kan de aanschafprijs van het bedrijfsmiddel genomen worden, zonder rekening te houden met de afgeboekte HIR. Hieraan zijn de hiernavolgende twee voorwaarden verbonden.

  1. Desinvesteert (verkoopt) u het desbetreffende bedrijfsmiddel, dan moet u de overdrachtsprijs of de waarde in het economisch verkeer in aanmerking nemen en niet de boekwaarde ten tijde van de desinvestering.
  2. Als u toch bent uitgegaan van een te hoge grondslag voor het berekenen van de investeringsaftrek, dan wordt de investeringsaftrek alsnog berekend over het investeringsbedrag minus de HIR.

Wat is het voordeel van de HIR?

De HIR levert u uitstel van betaling van belasting op, wat een rente- en liquiditeitsvoordeel betekent. Tip.  Gebruik van de HIR is niet verplicht. U bent daar dus vrij is. Maar pas op …

Wanneer is de HIR niet voordelig? Soms is het zelfs beter om geen HIR te vormen. Denk aan situaties waarin u nog te verrekenen verliezen heeft of uw winst nu nog belast wordt tegen een lager IB-tarief, maar naar verwachting in de toekomst tegen een hoger IB-tarief vanwege een verbeterde winstprognose. In deze gevallen kan het beter zijn om voor een of meerdere bedrijfsmiddelen de HIR niet toe te passen. U bent hier per bedrijfsmiddel vrij in. Overleg met uw belastingadviseur is dan geen overbodige luxe over het wel of niet toepassen van de HIR omdat er meerdere belastingaspecten in ogenschouw genomen dienen te worden.

Om een herinvesteringsreserve (HIR) te kunnen vormen moet er sprake zijn van vervreemding. Vervreemding wordt gelijkgesteld met verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel. Ontvangt u een vergoeding wegens verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel en maakt u hierop een boekwinst, dan mag deze ook in de HIR.

Zonnepanelen op uw bedrijfspand

Voor de aanschaf: SVM. Voor het MKB (< 250 werknemers (fte’s) en maximaal € 50 miljoen jaaromzet) is vanaf 1 april 2023 de Subsidieregeling Verduurzaming Mkb (SVM) weer opengegaan ( https://bit.ly/42G3Li8 ). Deze is er voor advies en ondersteuning bij de uitvoering op het gebied van onder andere zonnepanelen, mits u niet onder de energiebesparingsplicht valt (> 25.000 m3 gas en > 50.000 kWh stroom).

Voor niet-IB-ondernemers: ISDE. Rechtspersonen kunnen nog in aanmerking komen voor de ISDE, een subsidie van € 125 per kWh piekvermogen ( https://bit.ly/456L0pZ ). Daarvoor gelden onder andere de volgende voorwaarden: men moet een kleinverbruikaansluiting hebben (maximaal 3 x 80A) en minimaal 50.000 kWh stroom hebben verbruikt in 2022. Let op 1.  De rechtspersoon moet deze subsidie aanvragen voordat deze een overeenkomst sluit. Let op 2.  Als men gebruikmaakt van deze subsidie, bestaat er geen recht op de Energie-investeringsaftrek (EIA).

Binnen drie maanden na overeenkomst: EIA. Heeft u een overeenkomst voor de zonnepanelen afgesloten, dan moet u dit binnen drie maanden bij RVO.nl melden om in aanmerking te komen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) ( https://bit.ly/4313syc ). Zoals u wellicht wel weet, kunt u dan 45,5% van de relevante investeringen van de winst aftrekken. Let op.  De zonnepanelen moeten wel op het bedrijfspand komen te liggen, moeten minimaal 15 kWp piekvermogen hebben en u moet een kleinverbruikaansluiting hebben (maximaal 3 x 80A). Tip.  Ook zogenaamde ‘voortbrengingskosten’ (inzet eigen personeel, eigen materialen en werkzaamheden door derden) komen in aanmerking, maar daar geldt wel een andere aanmeldingstermijn voor.

Nadat u de installatie in gebruik heeft genomen: SDE++. De SDE++ is een exploitatiesubsidie: het vergoedt het verschil tussen de kostprijs en de opbrengst (de onrendabele top) voor een periode van 12 of 15 jaar ( https://bit.ly/3Bx8lU9 ). Het piekvermogen moet minimaal 15 kWp zijn en u moet een grootverbruikaansluiting hebben (> 3 x 80A). Let op.  Als u SDE++ aanvraagt, kunt u geen ISDE en EIA meer aanvragen. Onlangs werd bekend dat de openstelling van deze subsidieregeling tot september 2023 is uitgesteld.

Als u meer dan circa 40 zonnepanelen (> 15 kWp) heeft, heeft u recht op EIA. Het is echter raadzaam om vooraf zelf te checken welke regeling voor u het meest voordelig is.

Voorlopige aanslagen 2023 checken en zo nodig aanpassen

Al op de deurmat gevallen?

Wellicht heeft u in december 2022 of in deze maand januari 2023 de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023 en de voorlopige aanslag Zorgverzekeringswet (Zvw) 2023 ontvangen.

Waarop gebaseerd? Deze voorlopige aanslagen zijn gebaseerd op de meest recente gegevens (zoals inkomsten, uitgaven en vermogen) die bij de Belastingdienst bekend zijn, zoals de definitieve aanslag IB/PVV 2021. Let op.  Heeft u echter de voorlopige aanslag 2022 gewijzigd, omdat u bijv. in 2022 meer of minder winst heeft gemaakt, dan gaat de Belastingdienst voor 2023 hiervan uit.

Niet meer actueel. Het kan echter zijn dat de gegevens waar de Belastingdienst van uitgaat, niet meer actueel zijn. Zo kan het bijv. zijn dat u in 2023 meer winst gaat maken of dat er in 2023 iets verandert in uw persoonlijke situatie, bijv. omdat:

  • de rente op uw hypotheek verandert;
  • u uw hypotheek heeft overgesloten of gaat oversluiten;
  • u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
  • u gaat trouwen of gaat samenwonen;
  • u een kind heeft gekregen;
  • u gaat scheiden of uit elkaar gaat;
  • u meer of minder zorgkosten heeft;
  • u een huis heeft gekocht.

Daarom controleren. Om er dus zeker van te zijn dat u dit jaar het juiste bedrag betaalt of ontvangt, is het belangrijk dat u uw voorlopige aanslag IB/PVV 2023 goed controleert. Let op.  Zo heeft een te laag vastgestelde voorlopige aanslag IB/PVV 2023 tot gevolg dat u moet bijbetalen en dat u daarover wellicht 4% belastingrente verschuldigd bent.

Wanneer geen belastingrente betalen?

U bent geen belastingrente verschuldigd over het te betalen belastingbedrag als u voor 1 mei volgend op het belastingjaar aangifte doet en de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte ongewijzigd overneemt.

Voorbeeld.U dient de aangifte IB/PVV 2023 in voor 1 mei 2024. De Belastingdienst neemt de gegevens uit uw aangifte ongewijzigd over. U bent over de verschuldigde belasting geen belastingrente verschuldigd.

Ook geen rente als … U bent ook geen belastingrente verschuldigd als u voor 1 mei volgend op het belastingjaar de Belastingdienst verzoekt om een juiste voorlopige aanslag IB/PVV en de Belastingdienst u een voorlopige aanslag oplegt zoals u heeft gevraagd.

En over 2022? U kunt ook nog voor het belastingjaar 2022 belastingrente voorkomen door voor 1 mei 2023 aangifte te doen of voor 1 mei 2023 een voorlopige aanslag 2022 te wijzigen of aan te vragen.

Hoe wijzigen?

U kunt een voorlopige aanslag wijzigen of aanvragen door in te loggen met uw DigiD bij MijnBelastingdienst. Via Inkomstenbelasting kiest u bij het gewenste belastingjaar voor Een voorlopige aanslag aanvragen of wijzigen. Zorg ervoor dat u wel de benodigde gegevens bij de hand heeft. U moet alle gegevens invullen, ook de gegevens die niet wijzigen. Let op.  Wees wel zorgvuldig met het aanpassen van de voorlopige aanslag. Het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens kan een vergrijpboete opleveren. Deze boete kan oplopen tot maximaal 100% van de te ontvangen of de minder te betalen belasting.

Het kan zijn dat de gegevens waar de Belastingdienst van uitgaat (coronajaar 2021) voor 2023 niet meer actueel zijn. Check de voorlopige aanslagen 2023. Download de checklist en pas de voorlopige aanslag 2023 zo nodig aan voor 1 mei 2024.

Andere auto ter beschikking, fors meer privébijtelling?

Krijgt u dit jaar een andere auto, dan krijgt u ook met een andere bijtelling te maken. Uw bestaande auto heeft een bijtelling die geldt voor 60 maanden. Koopt u een nieuwe, dan geldt hiervoor de bijtelling van dit jaar. Wat scheelt dat nu?

Tijdsevenredig bij verschillende auto’s

De bijtelling voor de verschillende auto’s van de zaak berekent u tijdsevenredig, tot op de dag nauwkeurig. Stel dat u van 1 januari tot en met 30 juni over een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 beschikt en van 1 juli tot en met 31 december over een auto van € 50.000, beide met een bijtelling van 22%. De bijtelling wordt dan:

 

€ 40.000 x 6/12 x 22% € 4.400
€ 50.000 x 6/12 x 22% € 5.500
Totaal € 9.900

Auto elektrisch? Dit is voor een elektrische auto in beginsel precies hetzelfde, al moet u dan rekening houden met een verschil in bijtelling vanaf een cataloguswaarde van € 30.000. Tot € 30.000 is de bijtelling in 2023 voor auto’s die in 2023 voor het eerst op kenteken worden gezet namelijk 16%, over het meerdere 22%. Is in de hiervoor gegeven situatie de auto van € 50.000 elektrisch, dan levert dit de volgende bijtelling op:

 

€ 40.000 x 6/12 x 22% € 4.400
€ 30.000 x 6/12 x 16% € 2.400
€ 20.000 x 6/12 x 22% € 2.200
Totaal € 9.000

Wijziging bijtelling na vijf jaar. U moet er ook rekening mee houden dat de bijtelling na verloop van vijf jaar kan wijzigen als gevolg van veranderde regels. Dit is met name voor elektrische auto’s van belang. Staat u bijv. een elektrische auto uit 2018 ter beschikking, dan wijzigt de bijtelling van 4% in de loop van 2023 in 16% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Stel dat in het voorbeeld beide auto’s elektrisch zijn en dat voor de auto van € 40.000 vanaf 1 maart de nieuwe bijtelling geldt, dan levert dat de volgende bijtelling op:

 

€ 40.000 x 2/12 x 4% €    267
€ 30.000 x 4/12 x 16% € 1.600
€ 10.000 x 4/12 x 22% €    733
€ 30.000 x 6/12 x 16% € 2.400
€ 20.000 x 6/12 x 22% € 2.200
Totaal € 7.200

Bijtelling voorkomen

U kunt de bijtelling voorkomen door met de auto’s in totaal in het jaar niet meer dan 500 km privé te rijden. Let op.  Houd er rekening mee dat het aantal kilometers van beide auto bij elkaar wordt geteld. Dit kan er dus toe leiden dat u voor een auto met de bijtelling te maken krijgt, hoewel u de auto helemaal niet privé heeft gebruikt.

Voorbeeld.U beschikt van 1 januari tot en met 31 oktober over een auto met een cataloguswaarde van € 80.000 en een bijtelling van 22%. U rijdt van 1 november tot en met 31 december in een auto van € 30.000 (bijtelling 22%). U rijdt van 1 januari tot en met 31 oktober niet privé en van 1 november tot en met 31 december 1.000 km privé. Omdat u met de auto’s samen meer dan 500 km privé heeft gereden, krijgt u met de volgende bijtelling te maken. Let op.  De bijtelling bedraagt in dit voorbeeld dus ruim € 20 per kilometer!

 

€ 80.000 x 22% x 10/12 € 14.667
€ 30.000 x 22% x 2/12 €   5.500
Totaal € 20.167
Bij wijziging van uw auto van de zaak in de loop van het jaar, kan de bijtelling fors veranderen. Houd er vooral rekening mee dat u met beide auto’s tezamen niet meer dan 500 km privé mag rijden als u de privébijtelling wilt voorkomen.

Zonnepanelen in 2023 zakelijk of privé?

Geen btw-teruggaaf meer. Nu de btw op zonnepanelen op woonhuizen naar 0% is verlaagd, is de afwikkeling daarvan eenvoudig. U kunt zowel als particulier als ondernemer geen btw meer terugvragen bij aanschaf van de panelen. Voor particulieren is btw-afdracht over de opwekking van stroom ook niet meer aan de orde. Let op.  U moet als ondernemer over de energie die u aan het energiebedrijf levert, wel btw heffen en afdragen. Dit doet u in uw normale btw-aangifte.

Zakelijk. Dit betekent niet dat alle fiscale vragen nu zijn opgelost. Als ondernemer kunt u er in bepaalde situaties ook voor kiezen om de zonnepanelen op uw woning als zakelijk vermogen aan te merken.

Woning zakelijk gebruikt

Zonnepanelen op de balans. In principe zijn zonnepanelen onderdeel van uw privévermogen als deze worden geïnstalleerd op uw privéwoning. Als u deze woning echter voor minimaal 10% zakelijk gebruikt (bijv. door een werkkamer), dan is het mogelijk de zonnepanelen als zakelijk vermogen aan te merken. Deze worden dan opgenomen op de balans van uw eenmanszaak of Vof. Let op.  Houd bij uw keuze ook nog rekening met de soort panelen die worden geïnstalleerd. Geïntegreerde zonnepanelen die tevens als dak fungeren, worden als onroerend aangemerkt. Dit betekent dat deze niet als afzonderlijk bedrijfsmiddel op de balans van uw onderneming kunnen worden opgenomen. Dit is alleen anders indien uw woning reeds als zakelijk vermogen wordt aangemerkt.

Waarom zou u dit doen?

Zoals u waarschijnlijk wel weet, bieden zakelijke investeringen tal van fiscale voordelen. Zo kunt u hierover afschrijven, waardoor uw winst uit onderneming daalt. Bovendien kunt u aanspraak maken op de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) waarmee u maximaal 28% van het geïnvesteerde bedrag als extra aftrekpost in uw onderneming mag opvoeren. Let op.  Van de Energie-investeringsaftrek (EIA) kunt u in de regel geen gebruik maken. Hiervoor wordt als eis gesteld dat het piekvermogen van uw installatie minimaal 15 kW bedraagt, hetgeen bij particulieren in de regel niet het geval is. De Milieu-investeringsaftrek (MIA) kent geen regeling voor zonnepanelen.

In het jaar van investering. Om de fiscale voordelen te realiseren, moeten de zonnepanelen worden opgenomen op de balans van uw onderneming. De zakelijke allocatie moet hieruit blijken in het jaar van investering. Het feit dat u de zonnepanelen wellicht privé heeft betaald of dat de rekening op uw privénaam staat, zijn hierbij minder van belang.

Opbrengsten belast

Winst. Indien u de zonnepanelen als zakelijk aanmerkt, moet u de opbrengsten ook als winst van uw onderneming verantwoorden. Dit betekent dus dat zowel de opbrengsten van de elektriciteit die wordt teruggeleverd aan de energieleverancier, als de opbrengsten van de elektriciteit die u privé gebruikt, tot uw winst uit onderneming moeten worden gerekend. Anders gezegd: de stroom die u opwekt met de panelen en zakelijk gebruikt, is geen winst uit onderneming. De stroom die u privé gebruikt of de stroom die u teruglevert aan het net wel. Daarbij zal de prijs van elektriciteit op het moment van gebruik leidend zijn. Let op.  U kunt de zonnepanelen niet na enkele jaren zomaar van uw ondernemingsvermogen overbrengen naar uw privévermogen. Deze opbrengsten kunnen dus jarenlang onderdeel van uw winst blijven.

Als de totale investeringsaftrek, installatiekosten en afschrijvingen van uw zonnepanelen meer bedragen dan de opbrengsten die u gedurende de totale levensduur tot uw winst moet rekenen, dan is het aantrekkelijk om de panelen tot uw ondernemingsvermogen te rekenen.

Periodieke giftenaftrek per 1 januari 2023 nog aantrekkelijk

Onwenselijke situatie. Het kabinet vindt het onwenselijk dat vermogenden forse periodieke giften aan ANBI’s doen en zo hun belastbaar inkomen sterk verminderen en zelfs tot nul terugbrengen. Om de toename van de forse periodieke giften tegen te gaan, heeft het kabinet voorgesteld om vanaf 1 januari 2023 de aftrek van periodieke giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) te begrenzen tot € 250.000 per kalenderjaar. Deze grens geldt voor de belastingplichtige en de eventuele fiscale partner samen.

Overgangsrecht voor vermogenden

De invoering van de begrenzing van de periodieke giftenaftrek zal overigens voor het merendeel van de belastingplichtige gulle gevers geen gevolgen hebben. De begrenzing heeft echter wel effect op de kleine groep vermogende belastingplichtigen die forse periodieke giften doen. Om ervoor te zorgen dat deze groep geen grote nadelige fiscale gevolgen ondervinden waar ze niet op hebben kunnen anticiperen, is er overgangsrecht. Het overgangsrecht geldt voor alle periodieke giften die uiterlijk op 4 oktober 2022, 16.00 uur zijn aangegaan. Als deze periodieke giften aan alle gebruikelijke voorwaarden voldoen, zijn deze tot uiterlijk 2027 nog volledig aftrekbaar.

Periodieke giften blijven aantrekkelijk

Een periodieke gift is aftrekbaar en u heeft geen last van een drempelbedrag als deze naar een algemeen nut beogende instelling (ANBI) of vereniging (voorwaarden) gaat. Er is sprake van een periodieke gift onder de hiernavolgende drie voorwaarden.

  1. De gift geeft recht op vaste gelijke periodieke uitkeringen. U geeft dus jaarlijks hetzelfde bedrag aan dezelfde instelling/vereniging.
  2. De overeengekomen gift betaalt u minimaal vijf jaar achter elkaar aan dezelfde instelling of vereniging. Dit mag dus langer zijn dan vijf jaar.
  3. U heeft vastgelegd wanneer de gift uiterlijk stopt. Komt u voor de vastgelegde termijn te overlijden, dan moet de gift stoppen bij uw overlijden. Let op 1.  U mag niets in ruil krijgen voor uw gift. Let op 2.  Contante giften zijn sinds 2021 niet meer aftrekbaar.

Vastleggen. Een periodieke gift moet vastgelegd zijn in een schriftelijke overeenkomst. Dit kan via de notaris of via het model van de Belastingdienst.

Periodieke gift aan vereniging

Een periodieke gift aan een vereniging die geen ANBI is, is fiscaal aftrekbaar als de vereniging aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de vereniging heeft minstens 25 leden;
  • de vereniging heeft volledige rechtsbevoegdheid;
  • de vereniging is vrijgesteld van of niet onderworpen aan vennootschapsbelasting;
  • de vereniging is gevestigd in een EU-land, op Sint Maarten, Curaçao, Aruba, de BES-eilanden of in een ander aangewezen land.

Culturele ANBI? Op de website van de Belastingdienst kunt u controleren of de instelling een (culturele) ANBI is ( https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/aftrek-en-kortingen/content/anbi-status-controleren ). Let op.  Controleer altijd of een instelling een ANBI is. Is deze niet ANBI-geregistreerd dan is uw periodieke gift niet aftrekbaar.

De begrenzing heeft effect op de kleine groep vermogende gevers die forse periodieke giften doen. Het overgangsrecht geldt voor alle periodieke giften die uiterlijk op 4 oktober 2022, 16.00 uur zijn aangegaan. Als deze periodieke giften aan alle gebruikelijke voorwaarden voldoen, zijn deze tot uiterlijk 2027 nog volledig aftrekbaar.

Inkomen 2022 in 2023 nog wel te middelen, kalenderjaren na 2023 niet meer

Middelingsregeling toch afgeschaft?

Per 1 januari 2023 is de middelingregeling in de inkomstenbelasting inderdaad afgeschaft. Het laatste tijdvak waarover nog gemiddeld kan worden, is echter 2022-2023-2024. Middelen over kalenderjaren vanaf 2023 is dus niet meer mogelijk. Wat moet u weten en waar moet u op letten?

Middelingsregeling? Als u in drie aaneengesloten kalenderjaren een sterk wisselend belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) heeft gehad, dan heeft u wellicht meer belasting betaald dan wanneer dat inkomen gelijkmatig over drie jaar verdeeld zou zijn. Dat komt omdat de inkomstenbelasting een progressief belastingtarief kent. Door te middelen kan het dus zijn dat u geld van de Belastingdienst terugkrijgt. Tip.  Middeling heeft geen invloed op de toeslagen en de Zvw-premie.

Wisselende inkomsten? Het maakt niet uit waardoor de wisselende inkomsten zijn ontstaan. Zo kan middelen bijv. interessant zijn als u in een jaar fors meer of minder winst heeft gemaakt of als u in een jaar extra aftrekposten heeft. Let op.  Voor kosten die de laatste jaren beperkt zijn in aftrek, zoals de hypotheekrente (2022: 40%), geldt dat dit doorwerkt in de middeling (ECLI:NL:RBZWB:2022:279) .

Juiste periode. Belangrijk is dat u de juiste periode kiest. U kunt een kalenderjaar immers maar één keer meenemen in de middeling. Middelen is mogelijk tot 36 maanden nadat alle aanslagen of beschikkingen om geen aanslag op te leggen van de drie opvolgende kalenderjaren die u in de middeling wilt meenemen, onherroepelijk vaststaan.

Voorbeeld. U heeft de volgende belastbare inkomens in box 1: 2018: € 85.000, 2019: € 25.000, 2020: € 0, 2021: € 75.000, 2022: € 65.000. Middeling is mogelijk over de periodes 2018 tot en met 2020, over 2019 tot en met 2021 of over 2020 tot en met 2022.

 

Periode 2018-2020 2019-2021 2020-2022
Belasting € 44.916 € 37.858 € 52.725
Na middeling € 41.480 € 37.219 € 52.042
Verschil €   3.436 €      639 €      683
Af: drempel * €     545 €      545 €      545
Teruggave €   2.891 €         94 €      138

* De middelingsregeling kent een drempel. De eerste € 545 krijgt u niet terug.

Kiezen. Middelen over de kalenderjaren 2018 tot en met 2020 levert u dus hier het meeste voordeel op. Let op.  In geval van een negatief inkomen in box 1 wordt voor de berekening uitgegaan van € 0.

Niet te snel. Het is echter wel zaak dat u niet te snel gaat middelen, want u kunt een kalenderjaar slechts één keer meenemen in de middeling. Kiest u ervoor om de periodes 2020, 2021 en 2022 te middelen, dan kunt u daarna niet meer middelen, want middelen met alleen kalenderjaren vanaf 2023, is niet meer mogelijk.

Verzoek indienen

De Belastingdienst verleent de teruggaaf niet spontaan. Hiervoor moet u zelf (of uw adviseur) een verzoek indienen, waarin u aangeeft welke jaren u in de middeling wilt betrekken.

Het laatste tijdvak waarover u nog kunt middelen, is 2022-2023-2024. Middelen met alleen kalenderjaren vanaf 2023 is dus niet meer mogelijk. Dien hiertoe zelf een verzoek in. Vraag het model Verzoek om middeling inkomen bij ons op en bereken met onze rekentool uw voordeel. bron indicator

Vanaf 1 juni 2023 niet meer belasting betalen via de vertrouwde acceptgiro

Betaalinformatie van de Belastingdienst ontvangen? De Belastingdienst is vanaf december 2022 gestart met het meesturen van nieuwe betaalinformatie. De reden hiervoor is dat de Belastingdienst per 1 juni 2023 definitief stopt met het meesturen van acceptgiro’s. Deze acceptgiro’s worden nog steeds gebruikt om te betalen of om het betalingskenmerk te achterhalen. Het meesturen van de betaalinformatie loopt hierop vooruit.

Hoe dan wel betalen vanaf 1 juni 2023? Vanaf 1 juni 2023 kan er alleen nog maar betaald worden met automatische incasso, mobiel- of internetbankieren of een overboeking via de bank.

Wat staat er in deze nieuwe betaalinformatie? In deze nieuwe betaalinformatie staat alles wat nodig is om te kunnen betalen zonder acceptgiro. De belangrijkste zaken lopen we even door. Waar gaat het over?

  • Informatie over de afzender. Onder andere uw kenmerk en het aanslagnummer. Belangrijk als u over de aanslag wilt communiceren met de Belastingdienst.
  • Betalingswijze. Vaak moet u het bedrag in één keer betalen, maar soms valt er te kiezen uit termijnbetalingen en automatische incasso.
  • Blauw blok met betaalinformatie. De belangrijkste informatie, zoals het bedrag, het rekeningnummer, het betalingskenmerk en de datum dat het bedrag op de rekening bijgeschreven moet zijn.

Oplichters worden steeds gehaaider. Vermoedt u dat een aanslag niet echt is, check dan het bankrekeningnummer op de website van de Belastingdienst ( https://bit.ly/2xFxZ8q ) en/of neem deze rekeningnummers over in uw boekhoudsysteem.

Weet u het betalingskenmerk niet meer? In dat geval heeft de Belastingdienst daar een tool voor online gezet ( https://bit.ly/2P7esnn ).

Vanaf 1 juni 2023 kunt u belastingen niet meer via een acceptgiro betalen. In de betaalinformatie van de fiscus staat hoe dat nog wel kan.

Kerstwens


Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl