“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Vanaf 2024 minder afschrijven op pand

Minder afschrijven. Op Prinsjesdag maakte het kabinet een pakket maatregelen bekend ter bestrijding van de armoede. Dat moet uiteraard ook gefinancierd worden en dus werd ook voorgesteld om voor ondernemers in de inkomstenbelasting het afschrijven op bedrijfspanden te beperken. Tot 2024 mocht u afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde van uw pand, vanaf 2024 wordt dit beperkt tot 100% van de WOZ-waarde.

Wat betekent dat? Omdat u op uw pand minder mag afschrijven, zal uw jaarlijkse winst op een bepaald moment hoger gaan uitvallen. Dat moment wordt bereikt als de boekwaarde van uw pand 100% van de WOZ-waarde is. Op dat moment is verder afschrijven niet meer mogelijk, zal uw winst daardoor hoger uitvallen en betaalt u dus meer belasting. Pas als de WOZ-waarde daalt, kunt u weer afschrijven. De WOZ-waarde van uw pand wordt dus nog belangrijker. Ligt de boekwaarde nu al onder de 100%, dan betekent de maatregel niet dat u al belasting moet betalen over het verschil. Verder is bepaald dat u in ieder geval nog drie jaar volgens de oude regeling mag afschrijven, als u nog geen drie jaren op uw pand heeft af kunnen schrijven.

Per 1 januari 2024 wordt de WOZ-waarde van uw pand nog belangrijker, want u mag dan nog maar afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde.

Pas op met het aanpassen van uw bestelauto

Let op.  Wat fiscaal onder een bestelauto wordt verstaan, verschilt per type bestelauto. Deze eisen luisteren nauw. Dit bleek onlangs nog voor de Hoge Raad die moest oordelen over een ondernemer die de kost verdiende als stoffeerder (ECLI:NL:HR:2023:1337) . Uw collega had een bestelauto gekocht met een bankje naast de bestuurdersplaats. Om de rollen tapijt beter te kunnen vervoeren, had hij het bankje naar de laadruimte verplaatst. Deze voldeed toen volgens de Hoge Raad echter niet meer aan de eisen, omdat voor de bestelauto de eis geldt dat er sprake moet zijn van een vlakke laadvloer. Dat leverde een forse naheffing op.

Als u een bestelauto aanpast of laat aanpassen, check dan altijd of de auto daarna nog aan de fiscale voorwaarden voldoet, anders loopt u risico op forse naheffingen.

Wat zijn de gevolgen van het Belastingplan 2024 op uw inkomen als zzp’er?

Zzp’er. De fiscale maatregelen die in het Belastingplan 2024 zijn gepresenteerd, zijn enerzijds bedoeld om de armoede terug te dringen. Met name lagere inkomens moeten hiervan profiteren. Anderzijds moet de rekening wel betaald worden met tal van lastenverzwaringen. Maar hoe pakt dit plaatje per saldo uit voor de zzp’er? Gaat de minder verdienende zzp’er er ook op vooruit en zo ja, vanaf welk inkomen is dit niet meer het geval en waar hangt dit van af?

Bestrijding armoede

Kindgebonden budget. Het kabinet wil voorkomen dat meer gezinnen onder de armoedegrens terechtkomen. Dit wordt met name gerealiseerd door het kindgebonden budget te verhogen met het maximumbedrag voor het eerste kind met € 750 per jaar, voor het tweede en volgende kind met € 883 per jaar en een verhoging van het extra kindgebonden budget voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar van € 400 per jaar. Alleenstaande ouders krijgen daarentegen te maken met een verlaging van € 619 per jaar. Ook wordt het kindgebonden budget sneller afgebouwd bij een stijgend inkomen.

Huurtoeslag. Verder wordt de huurtoeslag verhoogd. Deze stijgt in 2024 met ongeveer € 416 per jaar en geldt voor iedereen die huurtoeslag ontvangt. De verhoging krijgt vorm door de eigen bijdrage te verlagen. Afhankelijk van de vraag of u huurtoeslag ontvangt en van het aantal kinderen dat u heeft, hun leeftijd, het huishoudtype, de hoogte van uw inkomen en uw vermogen, kunt u er door beide wijzigingen dus fors op vooruitgaan.

Tarieven en heffingskortingen

Het tarief van de eerste schijf van box 1, waarin uw winst belast wordt, stijgt in 2024 van 36,93 naar 36,97%. Een geringe verhoging dus die u maximaal € 30 per jaar kan kosten. Vervelender is dat de tweede schijf, waarover u 49,5% belasting betaalt, maar deels geïndexeerd wordt vanwege de inflatie. Daarom moet u in 2024 al vanaf een inkomen van € 75.624 een tarief van 49,5% betalen, in plaats van vanaf € 80.261. Dit kan hogere inkomens maximaal € 581 extra belasting gaan kosten.

Arbeidskorting. Verder wordt de arbeidskorting verhoogd met € 115 per jaar vanaf het tweede ‘knikpunt’ van de korting. Samen met de indexatie levert dit met name hogere inkomens meer voordeel op. Bij een inkomen van bijv. € 20.000 krijgt u in 2024 € 322 minder arbeidskorting, bij € 25.000 krijgt u € 162 meer, bij € 30.000 € 466 meer en bij € 60.000 € 644 meer. Uw voordeel van deze maatregel hangt dus af van de hoogte van uw winst.

Minder MKB-winstvrijstelling

Als zzp’er betaalt u belasting over uw winst, maar u mag hierop eerst de MKB-winstvrijstelling van thans 14% in mindering brengen. Vanaf 2024 wordt dit 12,7%, dus 1,3%-punt minder. Bij een winst van bijv. € 50.000 betaalt u daardoor, afgezien van andere maatregelen, dus over € 650 meer belasting.

Verlaging zelfstandigenaftrek

Eerder was al aangekondigd dat de zelfstandigenaftrek de komende jaren in sneltreinvaart wordt afgebouwd. Voor volgend jaar met € 1.280 naar € 3.750.

Minder afschrijven bedrijfspand

Vanaf volgend jaar mag u ook minder afschrijven op uw bedrijfspand. U mag een bedrijfspand in eigen gebruik nu nog afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde, maar vanaf 2024 nog maar tot 100% van de WOZ-waarde. Ligt de boekwaarde van uw bedrijfspand onder de WOZ-waarde, dan kunt u er dus niet meer op afschrijven. Keerzijde van de medaille is wel dat u bij verkoop van uw bedrijfspand daardoor minder boekwinst zult realiseren. Tip.  Voor veel ondernemers zal dit betekenen dat ze bij staking van hun bedrijf dus minder belasting hoeven te betalen.

Hogere aftrek reiskosten

Vanaf 2024 mag u voor zakelijke ritten, waaronder woon-werkverkeer, met uw privéauto per kilometer € 0,23 ten laste van de winst brengen tegen € 0,21 thans. Tip.  Rijdt u bijv. jaarlijks 10.000 zakelijke kilometers, dan heeft u dus € 200 extra aftrek. Let op.  Keerzijde van de medaille is dat de verhoging ook geldt voor onbelaste reiskostenvergoedingen die u eventueel aan uw personeel betaalt. U bent in beginsel niet verplicht de hogere reiskostenvergoeding ook daadwerkelijk te betalen, maar de druk op u om dit te doen, zal zeker toenemen.

Minder Energie-investeringsaftrek

Als u als ondernemer energiezuinig investeert, kunt u dit jaar 45,5% Energie-investeringsaftrek (EIA) krijgen. Volgend jaar is dat nog maar 40%. Investeert u bijv. voor € 100.000, dan scheelt dit u dus € 5.500 aan aftrek en bij een belastingtarief van bijv. 40% € 2.200 in uw portemonnee. Tip.  Bent u toch al van plan om op korte termijn energiezuinig te investeren, doe dat dan nog dit jaar. Het is voor de aftrek in beginsel voldoende als u uw verplichtingen dit jaar aangaat.

Vermogen zwaarder belast

Vermogensinkomsten in box 3 worden vanaf 2024 ook zwaarder belast. Zoals bekend wordt de opbrengst nog steeds via een forfait vastgesteld en daarover wordt in 2024 34% belasting geheven tegen 32% nu. Let op.  Dat lijkt wellicht weinig, maar het betekent dat u over iedere euro aan fictief vastgestelde opbrengst 6,25% meer belasting betaalt. Daarbij komt dat veel zelfstandige ondernemers ook privé vermogen opzijzetten voor hun oude dag. Hiervan wordt dus een nog forser deel via de fiscus afgeroomd.

Wat scheelt dit nu?

Uit het hiervoor genoemde wordt al duidelijk dat veel van de inkomenseffecten afhankelijk zijn van uw persoonlijke situatie. Heeft u bijv. een huur- of koopwoning, heeft u kinderen waarvoor u kindgebonden budget krijgt, heeft u recht op de zelfstandigenaftrek, rijdt u met uw privéauto ook zakelijk, bezit u vermogen en investeert u wellicht energiezuinig? Daarnaast is natuurlijk de hoogte van uw inkomen van belang, maar ook uw persoonlijke situatie. Moet u bijv. in 2024 uw hypotheek oversluiten, dan kan het zomaar zijn dat de extra te betalen hypotheekrente vele malen groter is dan de gevolgen van de genoemde maatregelen. Tip.  Ter indicatie hebben we de gevolgen geschetst van de te betalen belasting en Zvw-premie in 2023 in vergelijking met 2024 voor een aantal situaties, rekening houdende met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

Benadering inkomenseffecten Belastingplan 2024

 

Inkomen Netto 2023 Netto 2024 Verschil
€   20.000 € 19.301 € 19.246 – €   55
€   40.000 € 34.782 € 35.090 € 308
€   60.000 € 45.146 € 45.243 €   97
€   80.000 € 54.635 € 54.847 € 212
€ 100.000 € 63.811 € 63.713 – €  98

Het blijft een indicatie. De hiervoor geschetste inkomenseffecten zijn wisselend en nog vrij beperkt. Zoals aangegeven betreft het slechts een indicatie, want iedere individuele situatie is verschillend. Duidelijk is wel dat de zzp’er in het algemeen niet zal staan te juichen. Bij het geschetste inkomenseffect moet u zich immers ook realiseren dat zzp’ers net als alle andere burgers gebukt gaan onder een torenhoge inflatie, die de afgelopen tijd ruim boven de 10% uitkwam. Tegen deze achtergrond is duidelijk dat zzp’ers er in 2024 zomaar fors in koopkracht op achteruit kunnen gaan, tenzij het ze lukt de inflatie in hun eigen prijzen te verwerken.

Nog goedkeuring. Overigens moeten alle maatregelen nog door het parlement worden goedgekeurd, dus op het moment van schrijven was er nog niets definitief. Dat kan overigens ook betekenen dat het inkomensplaatje er positiever of negatiever uit gaat zien. Zo heeft de Tweede Kamer onder meer de wens kenbaar gemaakt om de brandstofaccijnzen per 1 januari 2024 niet te verhogen, maar anderzijds ook voorgesteld het tarief van box 3 te verhogen naar 36% in plaats van naar 34%. Afwachten dus!

Zzp’ers met een gering inkomen gaan er volgend jaar niet automatisch op vooruit. Of dit zo is, is afhankelijk van uw individuele situatie. U kunt op de maatregelen alleen anticiperen door energiezuinige investeringen zo mogelijk nog dit jaar uit te voeren.

Wanneer behoort een auto waarmee u privé en zakelijk rijdt tot keuzevermogen of verplicht als privévermogen?

Keuzevermogen, hoe zit dat? Als u in de inkomstenbelasting een bedrijfsmiddel zowel zakelijk als privé gebruikt, hoort het tot het zogenaamde ‘keuzevermogen’. Dit betekent dat u zelf mag kiezen of u het bedrijfsmiddel als ondernemingsvermogen aanmerkt of niet. In het laatste geval behoort het dan tot uw privévermogen. Beide keuzes kennen wel enkele voorwaarden en zijn verschillend van invloed op uw winstberekening.

Wanneer keuzevermogen of juist niet?

Zoals gezegd, gelden er voor keuzevermogen enkele voorwaarden. Gebruikt u een bedrijfsmiddel namelijk voor minder dan 10% zakelijk, dan is het verplicht privévermogen. Gebruikt u een bedrijfsmiddel juist voor meer dan 90% zakelijk, dan is het verplicht ondernemingsvermogen. In alle tussenliggende situaties, u gebruikt een bedrijfsmiddel bijv. voor 60% zakelijk en voor 40% privé, mag u kiezen. Vandaar de benaming ‘keuzevermogen’. Let op.  Deze keuze maakt u bij het eerste gebruik van uw bedrijfsmiddel en hierop kunt u niet zomaar terugkomen.

Uw keuze ondernemingsvermogen. Rekent u een bedrijfsmiddel tot uw ondernemingsvermogen, dan komen de kosten ervan ten laste van uw winst. Gebruikt u het echter deels privé, dan mag u een evenredig deel van de kosten niet van de winst aftrekken. Verkoopt u het bedrijfsmiddel weer, dan komt boekwinst ten goede aan de winst en boekverlies ten laste van de winst.

Uw keuze privévermogen. Rekent u een bedrijfsmiddel daarentegen tot uw privévermogen, dan komen de kosten niet ten laste van de winst. Gebruikt u het ook voor uw bedrijf, dan kunnen de hiermee gepaard gaande kosten ten laste van de winst worden gebracht, maar er gelden wel veel beperkingen. Zo kunt u bijv. voor het zakelijk gebruik van muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers en beeldapparatuur niets ten laste van de winst brengen.

Bijv. de auto als keuzevermogen?

Ook een auto die u zowel zakelijk als privé gebuikt, hoort dus in beginsel tot het keuzevermogen. Er geldt hiervoor wel een afwijkende regeling. Een auto behoort namelijk verplicht tot uw ondernemingsvermogen als uw privégebruik op jaarbasis niet meer is dan 500 kilometer. Bij een hoger privégebruik behoort de auto dus tot het keuzevermogen en mag u zelf weten of u deze tot het ondernemings- of privévermogen rekent. Gebruikt u de auto meer dan 90% zakelijk, dan behoort deze ook verplicht tot het ondernemingsvermogen.

Omgekeerde situatie? Onlangs bracht een collega van u zijn zaak voor de rechter, omdat hij zijn auto als zakelijk wilde aanmerken maar de inspecteur dit weigerde (ECLI:NL:HR:2023:1096) . De man had met zijn auto zo’n 22.000 kilometer gereden, waarvan 1.453 kilometer zakelijk. Dit is minder dan 10% en dus vond de inspecteur dat de auto verplicht tot het privévermogen behoorde. Uw collega was echter van mening dat hij de auto tot het ondernemingsvermogen kon rekenen, omdat hij met de auto meer dan 500 kilometer zakelijk had gereden. Hij wilde dus in feite de grens met betrekking tot de bijtelling vanwege privégebruik ook hanteren voor de omgekeerde situatie, waarbij het gaat om zakelijk gebruik. Dus bij een hoger zakelijk gebruik (meer dan 500 kilometer) moest er volgens hem de mogelijkheid zijn de auto tot het ondernemingsvermogen te rekenen.

Wat vond de rechter? De zaak komt voor de Hoge Raad. Deze geeft de inspecteur gelijk en ziet geen reden om voor de betreffende situatie af te wijken van de hoofdregel dat de auto alleen tot het ondernemingsvermogen gerekend mag worden als deze 10% of meer zakelijk wordt gebruikt. In dit geval was het aantal zakelijke kilometers echter beduidend minder, waardoor de auto verplicht tot het privévermogen moest worden gerekend.

Wat kunt u hiermee?

Of u een auto tot het ondernemingsvermogen rekent, is geen eenvoudige keuze. Er zijn nogal wat factoren van invloed op het maken van de voordeligste keuze. Zo heeft u bijv. met de bekende bijtelling te maken, als u ervoor kiest de auto op de zaak te zetten. Doet u dit niet, dan kunt u voor zakelijke ritten alleen een vast bedrag per kilometer – in 2023 € 0,21 en in 2024 € 0,23 – ten laste van de winst brengen. Probeer daarom bij aanschaf van een auto deze factoren altijd zo goed mogelijk in te schatten, zodat u voor de voordeligste variant kiest. Probeer ook de factoren inzake uw autogebruik voor de toekomst zo goed mogelijk in te schatten, want een eenmaal gemaakte keuze kunt u niet zomaar wijzigen en u zit er dus in beginsel aan vast totdat u de auto weer verkoopt.

Tot wanneer uw keuze herzien? In dit verband is van belang dat u uw keuze voor de auto al dan niet op de zaak te zetten kunt herzien totdat uw belastingaanslag waarbij deze keuze voor het eerst een rol speelt, definitief vaststaat. Daarna zit u er dus aan vast, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid. Dit kan bijv. nieuwe rechtspraak zijn die zo van invloed is op uw keuze dat u deze, als de uitspraak eerder was geweest, anders had gemaakt. Ook moet u uw keuze herzien als u met de auto nog maar zo weinig privé of zakelijk rijdt, dat deze verplicht tot het ondernemingsvermogen of privévermogen gerekend moet worden. Tip.  Onthoud ten slotte dat u bij aankoop van een andere auto altijd uw keuze kunt herzien. Let op.  Voor de btw gelden er andere regels inzake uw keuze.

Gebruikt u uw auto zowel privé als zakelijk, dan mag u deze alleen tot het ondernemingsvermogen rekenen als u de auto 10% of meer zakelijk gebruikt. Realiseer u dat u aan een eenmaal gemaakte keuze voor privé of zakelijk in beginsel vastzit zolang de auto in uw bezit is.

Per 1 januari 2024 andere btw-regels bij eigen bijdrage werknemer en relatiegeschenken

Btw betaalt over … De btw die u betaalt over uitgaven voor giften, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen is niet altijd aftrekbaar. U kunt de btw alleen in aftrek nemen als de jaarlijkse uitgaven per ontvanger per boekjaar lager zijn dan € 227 (exclusief btw). Let op.  Vanaf 1 januari 2024 verandert er iets voor de btw bij een eigen bijdrage voor personeelsverstrekkingen, relatiegeschenken of andere giften. Wat moet u weten?

Personeelsvoorzieningen. Verstrekt u per jaar meer € 227 exclusief btw per werknemer aan personeelsvoorzieningen, zoals huisvesting, fitness, een kerstpakket of een jubileumgeschenk, dan is de totale btw op de verstrekkingen aan de betreffende werknemer niet aftrekbaar. Ontvangt u van uw werknemers een eigen bijdrage van de personeelsvoorzieningen, dan mag u deze eigen bijdrage (exclusief btw) tot 1 januari 2024 nog aftrekken van de uitgaven.

Voorbeeld.U heeft vijf medewerkers in dienst. U geeft deze vijf medewerkers een kerstpakket van € 100 exclusief btw. Voor drie van uw medewerkers heeft u ook nog een uitje verzorgd. De kosten hiervan bedragen € 150 exclusief btw per persoon. Daarbij heeft een medewerker van u een jubileumhorloge ontvangen van € 125 exclusief btw.

 

Kerstpakket Uitje Horloge Totaal
Medewerker 1 € 100 € 150 € 250
Medewerker 2 € 100 € 150 € 250
Medewerker 3 € 100 € 150 € 250
Medewerker 4 € 100 € 100
Medewerker 5 € 100 € 125 € 225

U mag alleen de btw aftrekken van de personeelsvoorzieningen die u verstrekt aan medewerker vier en medewerker vijf. Deze blijven immers onder het drempelbedrag van € 227 exclusief btw.

Website Belastingdienst

De Belastingdienst heeft op zijn website staan dat een eigen bijdrage voor personeelsverstrekkingen, relatiegeschenken of andere giften in aftrek mag worden gebracht op het totaal van de uitgaven dat wordt getoetst aan het drempelbedrag. In artikel 4 lid 1 van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) is echter geen voorziening opgenomen voor het aftrekken van de eigen bijdrage. Daarom wordt de uitleg op de website van de Belastingdienst met ingang van 1 januari 2024 stopgezet.

Tot 1 januari 2024. Zou u dus van de drie medewerkers waarvoor u een uitje heeft verzorgd, een eigen bijdrage van € 25 exclusief btw hebben ontvangen, dan mag u deze bijdrage nog tot 1 januari 2024 aftrekken van het totaalbedrag van € 250. Dit betekent dat u de btw over de uitgaven van deze drie medewerkers als voorbelasting mag aftrekken, omdat u dan onder de drempel van € 227 uitkomt, namelijk € 225. Let op.  Vanaf 1 januari 2024 mag u de eigen bijdrage voor de berekening van het (BUA)-drempelbedrag niet meer in mindering brengen op de uitgaven.

Relatiegeschenken of andere giften

Ook eigen bijdragen die u ontvangt van overige relaties, bijv. voor een relatiegeschenk, mag u voor de berekening van het (BUA-)drempelbedrag niet meer in mindering brengen op de uitgaven. Dit is bepaald in het Besluit omzetbelasting. Tip.  Een berekeningswijze voor het BUA-drempelbedrag vindt u op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2023-28124.html

Vanaf 1 januari 2024 mag u de eigen bijdrage voor de berekening van het (BUA-)drempelbedrag voor de btw niet meer in mindering brengen op de uitgaven. Ook eigen bijdragen die u ontvangt van overige relaties, mag u voor de berekening van het (BUA-)drempelbedrag hierop niet meer in mindering brengen.

Werkkostenregeling: beperking vrije ruimte in 2024

Eindheffing. De vrije ruimte van de werkkostenregeling biedt werkgevers de mogelijkheid om vergoedingen of verstrekkingen die eigenlijk belast moeten worden, toch onbelast te kunnen uitkeren. Met ingang van 2024 wordt deze vrije ruimte beperkt. Bij een overschrijding van de vrije ruimte betaalt u 80% belasting over het bedrag van de overschrijding.

Vrije ruimte in 2023 en 2024. In 2023 is de vrije ruimte in de werkkostenregeling nog 3% van de eerste € 400.000 aan loonsom en 1,18% van het meerdere. Vanaf 2024 wordt de vrije ruimte verlaagd naar 1,92% van de eerste € 400.000 en 1,18% van het meerdere. Als uw loonsom meer is dan € 400.000, scheelt dat dus € 4.320 aan vrije ruimte. Tip.  Het kan daarom lonen om vergoedingen of verstrekkingen die u in 2024 wilt geven, naar voren te halen of om een factuur voor de kerstpakketten in 2023 te betalen en niet pas in januari 2024. Dat heeft uiteraard alleen zin als u momenteel nog niet alle vrije ruimte voor 2023 heeft benut.

Kerstpakketten. Op dit moment zijn veel werkgevers bezig met het uitzoeken van kerstpakketten. Als u een kerstpakket aan uw werknemers geeft, dan vallen de kosten daarvan in de vrije ruimte. De waarde van het kerstpakket is niet van belang, tenzij de waarde zo hoog is dat het niet gebruikelijk is om zo’n duur pakket cadeau te doen. De meeste werkgevers zullen echter proberen om de totale kosten te beperken, zodat deze binnen de vrije ruimte blijven.

Hoe zit het met de btw? Bij kerstpakketten geldt dat de btw die u hierover betaalt, niet altijd aftrekbaar is. Er geldt een drempelbedrag van € 227 (exclusief btw) per ontvanger per boekjaar. Zijn uw jaarlijkse uitgaven aan personeelsvoorzieningen niet meer dan dit bedrag, dan mag u de btw hierover aftrekken. Let op.  Onder personeelsvoorzieningen vallen ook personeelsuitjes en andere cadeaus die u in 2023 aan uw werknemers heeft gegeven.

Bekijk of het mogelijk is om een eventueel overschot aan vrije ruimte te benutten door kosten naar voren te halen, bijv. door de eindejaarsgeschenken nog in 2023 te betalen.

Gebonden aan onjuiste informatie op website?

Onlangs besliste Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2022:2001) dat dit voor een gemeente inderdaad het geval is. In de betreffende zaak had iemand zich ingeschreven voor een bouwkavel. Daarbij had de gemeente via de website bekendgemaakt dat indien de woning aardgasvrij werd gebouwd, er geen leges betaald hoefden te worden. Deze vrijstelling werd later, toen de eerst uitgelote geïnteresseerde later alsnog de kavel kon kopen, weer ingetrokken. Dit was echter nog niet aangepast op de website. Toen de koper van de kavel daarom alsnog een legesnota van € 8.776 kreeg gepresenteerd, ging hij in bezwaar en beroep. De rechtbank was het met hem eens en stelde dat hij redelijkerwijs niet had kunnen of moeten beseffen dat de informatie over de legesvrijstelling inmiddels was vervallen. Dat de gemeente zich niet bewust was van het feit dat er onjuiste informatie op de website was blijven staan, deed niet ter zake. Dit gold ook voor het voorbehoud dat op de website was gemaakt met betrekking tot de prijzen, oppervlakten en beschikbaarheid van de kavels. De legesnota kwam dan ook te vervallen.

Staat er op de website van een gemeente foutieve informatie, dan zit de gemeente hier in beginsel aan vast. Dit is alleen anders als u redelijkerwijs moest beseffen dat de informatie onjuist was.

Privébijtelling auto is niet algemeen bekend

Rechter niet eens met belastinginspecteur. Onlangs kwam er een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2023:2912) waarin deze vraag centraal stond. Een werknemer die werkzaam was in de autobranche, had voor de voor hem ter beschikking gestelde auto geen bijtelling aangegeven. De inspecteur had de te weinig afgedragen belasting nagevorderd en tevens een boete opgelegd. Voor de rechtbank stelde hij dat de bijtelling voor werknemers in de autobranche een algemeen bekend feit is en dat de boete dus terecht was opgelegd. De rechter ging hier echter niet in mee en stelde dat de bijtelling geen algemeen bekend feit is. Omdat de boete niet verder was onderbouwd en de inspecteur de bewijslast heeft, kwam de boete te vervallen.

Wordt er geen bijtelling aangegeven, dan moet de fiscus een opgelegde boete onderbouwen. De bijtelling voor privégebruik is volgens de rechter namelijk geen algemeen bekend feit.

Kosten coronatest en -vaccinatie aftrekbaar?

Coronaperikelen

Nog niet zo lang geleden was de wereld in rep en roer vanwege het coronavirus. Om verspreiding van het virus te voorkomen, werd er volop getest en gevaccineerd. De vraag is of de hiermee gepaard gaande kosten aftrekbaar zijn als zorgkosten. Zo ja, onder welke voorwaarden en wat levert u dit dan op? De kennisgroep van de Belastingdienst heeft hierover onlangs een standpunt naar buiten gebracht. Hoe luidt dat standpunt? Waarop is het gebaseerd en wat kunt u ermee?

Kennisgroep Belastingdienst. De Belastingdienst beschikt over tal van kennisgroepen. Een kennisgroep bestaat uit diverse specialisten binnen de Belastingdienst die kennis hebben van een speciaal gebied. Als een kennisgroep over een bepaald item een standpunt naar buiten brengt, geldt dit als beleid. Dit betekent dat u de inspecteur er aan mag houden. Bent u het niet eens met het standpunt van de kennisgroep, dan kunt u dit aanvechten voor de rechter. Het zal echter niet meevallen om hier uw gelijk te halen, want zoals gezegd bestaat een kennisgroep uit fiscale specialisten.

Kosten coronatest

De kennisgroep heeft om te beginnen een standpunt naar buiten gebracht inzake de aftrekbaarheid van de kosten van een coronatest. Deze testen werden veelal afgenomen bij klachten of ter preventie. De kennisgroep komt tot de conclusie dat de kosten van deze testen niet aftrekbaar zijn. Volgens de kennisgroep waren de kosten van testen door de GGD gratis, dus was er geen sprake van kosten. Echter, ook de kosten van commerciële testen, die meestal niet gratis waren, zijn niet aftrekbaar. Dit vanwege het feit dat er geen sprake was van behandeling door een arts. Voor de aftrek van zorgkosten kan er ook sprake zijn van behandeling door een paramedicus, maar dan moet er wel een arts actief bij de behandeling worden betrokken. Dit is bij een coronatest niet het geval, waardoor de kosten niet aftrekbaar zijn. Dit betreft zowel de kosten van de test zelf bij een commerciële testinstantie als de hiermee gepaard gaande reiskosten. De kennisgroep heeft geen standpunt ingenomen over vrij verkrijgbare thuistesten, maar gelet op het hiervoor genoemde mag u ervan uitgaan dat ook deze kosten niet aftrekbaar zijn.

Kosten vaccinatie

De kennisgroep heeft ook een standpunt naar buiten gebracht inzake de kosten van een vaccinatie in verband met corona. Uitgaven voor kosten ter voorkoming van ziekten, zijn niet aan te merken als ziektekosten. Tip.  Op grond van een arrest van de Hoge Raad bestaat er echter een uitzondering voor de kosten van een vaccinatie. Daarom zijn de kosten die hiermee samenhangen, wel aftrekbaar als zorgkosten. Het vaccin in verband met corona werd echter kosteloos aangeboden. In zoverre is er dus geen sprake van directe kosten. Wel kunnen er kosten zijn gemaakt om gevaccineerd te kunnen worden. Dat betreft met name reiskosten. Deze kosten zijn dus wel aftrekbaar als zorgkosten.

Omvang aftrek? Voor wat betreft de reiskosten mag u uitgaan van de werkelijke kosten van het openbaar vervoer of van de werkelijke autokosten. De autokosten zijn niet beperkt tot de bekende € 0,21/km. Dit betekent dat u mag uitgaan van de werkelijke kilometerkostprijs van uw auto. U kunt hiervoor bijv. gebruikmaken van de gegevens die u vindt op de website van de ANWB. U mag ook apart eventuele parkeerkosten opvoeren.

Aftrek van zorgkosten

De aftrek van zorgkosten in verband met corona is dus beperkt tot de reiskosten voor het verkrijgen van een vaccinatie. Daarnaast is de aftrek van zorgkosten zelf ook nog eens beperkt. Zo is om te beginnen sowieso een deel van al uw zorgkosten niet aftrekbaar. Dit deel is afhankelijk van uw inkomen en uw eventuele partner. Daarnaast is het niet-aftrekbare deel hoger naarmate ook uw inkomen hoger is. Ook is voor de omvang van de aftrek van belang of u een partner heeft (zie hiernavolgende tabel). Verder is de aftrek gemaximeerd tot het tarief van de eerste belastingschijf, die dit jaar 36,93% bedraagt.

 

Inkomen Niet aftrekbaar bedrag
€ 0 – € 8.603 * € 149 **
€ 8.603 – € 45.695 1,65% van het inkomen
€ 45.695 en meer € 753 + 5,75% van het bedrag boven € 45.695

* Voor partners geldt € 17.206** Voor partners geldt € 298

Wat kunt u hiermee?

Het standpunt van de kennisgroep maakt duidelijk welke kosten u vanwege corona in uw aangifte in aftrek kunt brengen als zorgkosten. Zoals gezegd, blijft dit beperkt tot aftrekbare vervoerskosten bij het halen van een vaccinatie. Let op.  Houd er rekening mee dat u deze vervoerskosten desgewenst aannemelijk moet kunnen maken. Zo zult u dus uit moeten gaan van de reële kilometerprijs van uw auto, als u met eigen vervoer heeft gereisd. Zoals gezegd, kunt u het standpunt van de kennisgroep aanvechten als u het er niet mee eens bent, maar dat zal niet meevallen. Tip.  Wel kunnen wij ons voorstellen dat er wellicht uitzonderingen zijn. We denken hierbij aan de situatie dat u bijv. in het buitenland gevaccineerd bent en hiervoor wel kosten heeft moeten maken. Wilt u verdere informatie over de aftrek van zorgkosten, dan kunt u onder meer op de website van de Belastingdienst een handig overzicht vinden. Dit overzicht is overigens niet compleet, want uitgerekend de kosten van vaccinatie ontbreken erin.

De kennisgroep van de Belastingdienst is van mening dat alleen de reiskosten voor het halen van een vaccinatie in verband met corona aftrekbaar zijn. Vergeet deze kosten dus niet als zorgkosten aan te merken, maar onderbouw ze wel zo goed mogelijk.

Oppassen met toepassing van verleggingsregeling in de btw!

Waarom ooit ingevoerd? Om fraude met de btw te voorkomen, is de verleggingsregeling ingevoerd. Vanwege het doel van de regeling is deze met name van toepassing op fraudegevoelige goederen, zoals mobieltjes. Vanwege hetzelfde doel kent de regeling scherpe voorwaarden. Dat u hieraan maar beter kunt voldoen, bleek onlangs uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2023:691) . Wat speelde er en wat kunt u ermee?

Verleggingsregeling

Als u de verleggingsregeling moet toepassen, brengt u aan de afnemer van de goederen geen btw in rekening. In plaats daarvan zet u op de factuur ‘btw verlegd’. De afnemer van de goederen moet de btw wel aangeven. Gebruikt hij de goederen vervolgens voor belaste prestaties, dan kan hij de btw ook weer aftrekken en betaalt hij per saldo dus niets.

Voor welke goederen en diensten? De verleggingsregeling geldt met name bij:

  • de levering van diensten aan het buitenland;
  • de onderaanneming en het uitlenen van personeel in de sectoren bouw en scheepsbouw en bij schoonmaakbedrijven en hoveniers;
  • de levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • de levering van goud;
  • de levering van afval en oude materialen.

Identificatienummer. Als u de verleggingsregeling moet toepassen, vermeldt u op de factuur ook het btw-identificatienummer van de afnemer. Het btw-identificatienummer is het nummer met een landcode ervoor, bijv. ‘NL’. U kunt op https://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/#/vat-validation controleren of het btw-identificatienummer dat uw afnemer opgeeft, klopt. Op de factuur vermeldt u de vergoeding per btw-tarief.

Identificatienummer onjuist. In de hiervoor genoemde rechtszaak kreeg een handelaar in oude metalen te maken met de verleggingsregeling. De afnemer had de metalen zelf afgehaald en cash afgerekend. Het btw-identificatienummer bleek na controle niet te kloppen. Toch waren de goederen meegegeven en was er op de factuur vermeld dat de btw verlegd was. Bij een controle kwam dit aan het licht, waarna de handelaar in oude metalen op een naheffingsaanslag werd getrakteerd. Deze legde de zaak vervolgens voor aan de rechter.

Ondernemer of niet? Voor Hof Den Bosch was voldoende duidelijk dat de afnemer van de oude metalen ondernemer was en dus vond het hof een naheffing niet op zijn plaats. Hier denkt de Hoge Raad echter anders over. Volgens het hof is niet bewezen dat de handelaar in oude metalen meewerkte aan fraude. De Hoge Raad is echter van mening dat er, zonder dat de identiteit van de afnemer vaststaat, niet gegarandeerd kan worden dat de verschuldigde btw daadwerkelijk zal worden afgedragen. De Hoge Raad liet de naheffing dan ook in stand.

Wat kunt u hiermee?

Het arrest maakt duidelijk dat het oppassen geblazen is als u de verleggingsregeling moet toepassen. Past u deze toe zonder dat de identiteit van de afnemer bekend is, dan loopt u namelijk het risico dat de fiscus de verschuldigde btw op u gaat verhalen.

Moet u de verleggingsregeling toepassen, neem dan geen risico en check altijd vooraf of het btw-identificatienummer van uw afnemer klopt. Is dit niet het geval, spreek uw afnemer hier dan op aan. U loopt immers het risico dat de fiscus de verschuldigde btw op u verhaalt.

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl