“…Doet u waar u goed in bent en laat de rest aan ons over…”

Internet met bijbetaling vrijgesteld of belast?

Internetabonnement vergoeden

Voor veel thuiswerkende werknemers is een internetabonnement een must. De kosten ervan mag u onder bepaalde voorwaarden belastingvrij vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur. Let op. Hiervoor geldt de belangrijke voorwaarde dat deze zaken naar uw redelijke oordeel noodzakelijk moeten zijn voor het werk. Een andere voorwaarde is dat de werknemer voor deze zaken geen eigen bijdrage mag betalen. Alleen als hij een andere, duurdere uitvoering wil, mag dat weer wel.

Herzien beleid Belastingdienst

Onlangs heeft de Belastingdienst bekendgemaakt dat een eigen bijdrage van de werknemer voor een internetabonnement de vrijstelling niet langer in de weg staat. Tip. Dit verruimt dus de mogelijkheden, omdat ook een gedeeltelijke vergoeding nu mogelijk is. Let op. Het verbod op een eigen bijdrage blijft voor de andere genoemde noodzakelijke apparatuur wel van kracht.

Houd er rekening mee dat u een noodzakelijk internetabonnement voortaan ook onbelast mag vergoeden of verstrekken als de werknemer er een eigen bijdrage voor betaalt. Dat was voorheen niet zo. bron:indicator

Brexit-voucher niet vergeten

Zelf aanvragen. In de praktijk wordt vaak vergeten dat als uw bedrijf te maken heeft met de Brexit, u via https://mijn.rvo.nl/brexitvouchers een Brexit-voucher kunt aanvragen, waarmee u subsidie kunt krijgen voor een extern deskundig advies over alternatieve markten en de gevolgen van de Brexit voor uw bedrijf. bron:indicator

“Hoe moet ik de offerte laten ondertekenen?”

De offerte is een schriftelijk aanbod. Als de klant daar ‘ja’ tegen zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ook als hij dat mondeling doet. Ondertekenen is dus geen noodzaak, maar … wel slim, want als er onenigheid ontstaat, staat u sterker met een ondertekende offerte. Betreft het een complexe offerte en is er veel geld mee gemoeid, dan is het slim om alle pagina’s te laten paraferen. Tip.  Heeft u geen offerte uitgebracht en wel een positief verkoopgesprek gehad, stuur dan een gespreksbevestiging waarin u vermeldt wat er is afgesproken en uiteraard vraagt u een exemplaar ondertekend retour. Tip. Stuur bij uw offerte of schriftelijke bevestiging ook altijd uw algemene voorwaarden mee en verwijs in uw offerte/bevestiging hiernaar. Zo worden uw voorwaarden onderdeel van uw overeenkomst.

Als de klant mondeling ‘ja’ tegen uw offerte zegt, is er sprake van een overeenkomst. Ondertekenen is geen noodzaak, maar wel beter als er onenigheid over de afspraken ontstaat. bron:indicator

Uw oudedagsreserve in tijden van corona

De oudedagsreserve

Jaarlijkse aftrekpost. U kunt als ondernemer voor de inkomstenbelasting jaarlijks een bedrag ten laste van uw winst brengen om te reserveren in uw oudedagsreserve. Bij deze reservering wordt er niet daadwerkelijk geld door u opzijgezet. Uw winst wordt door deze reserve enkel verlaagd, waardoor u minder inkomstenbelasting verschuldigd bent. Wordt uw winst tegen het hoogste tarief (49,50% in 2021) belast, dan behaalt u over de reservering een belastingvoordeel van 49,50%.

Uitstel van belastingheffing. Hierdoor blijft het geld in de onderneming zitten, zodat u dit kunt blijven gebruiken. Let op. Het is echter uitsluitend een vorm van uitstel van belastingheffing.

Voorwaarden. In 2021 mag u maximaal 9,44% van uw winst toevoegen aan de oudedagsreserve met een maximum van € 9.395. U kunt dit bedrag alleen reserveren als u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en u aan het urencriterium voldoet. Dit houdt in dat u minimaal 1.225 uur aan uw onderneming moet besteden. Let op.  De dotatie is maximaal het bedrag waarmee het ondernemingsvermogen aan het einde van het kalenderjaar uitkomt boven de oudedagsreserve aan het begin van het jaar.

De keerzijde

Belaste vrijval. Ooit valt de oudedagsreserve vrij in de winst en moet u hierover belasting betalen. In de praktijk blijkt dat niet alle ondernemers zich hiervan bewust zijn en hier dan ook geen geld voor opzij hebben gezet. Tip. Heeft de reservering altijd plaatsgevonden tegen het hoge tarief en valt de vrijval plaats tegen het lage tarief, dan heeft u per saldo wel een belastingvoordeel behaald.

Vrijwillige vrijval. U kunt ervoor kiezen om een deel van de oudedagsreserve vrijwillig te laten vrijvallen. Let op. Hierbij is wel vereist dat u ter grootte van deze vrijval geld stort bij een bank of verzekeraar in de vorm van een lijfrente of banksparen. Tegenover de belaste vrijval van de oudedagsreserve staat dan een even grote premieaftrek door de storting van de lijfrente en hoeft u per saldo geen belasting te betalen. Let op 1.  Over de toekomstige jaarlijkse lijfrente-uitkeringen bent u wel inkomstenbelasting verschuldigd. Let op 2.  Het bedrag dat u gaat afstorten, moet uiteraard wel liquide beschikbaar zijn.

Getroffen door coronacrisis?

Reserve hoger dan ondernemingsvermogen. Als uw ondernemingsvermogen (bijv. als gevolg van de coronacrisis) op het einde van het jaar minder bedraagt dan de oudedagsreserve, valt het verschil vrij in de winst als een van de volgende situaties zich voordoet:

  • u staakt de onderneming (gedeeltelijk); of
  • u heeft op 1 januari de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; of
  • u voldoet in het jaar en het voorgaande jaar niet meer aan het urencriterium. Tip. Vanwege de coronacrisis mag u er voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 van uitgaan dat u ten minste 24 uur per week aan uw onderneming heeft besteed.

Geen dotatie. Doen deze situaties zich niet voor, maar is de oudedagsreserve wel hoger dan het ondernemingsvermogen, dan vindt er geen verplichte vrijval plaats, maar mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren. Pas als het ondernemingsvermogen meer bedraagt dan de oudedagsreserve kan er weer gereserveerd worden.

Door een bedrag toe te voegen aan de oudedagsreserve betaalt u minder belasting, maar is er enkel sprake van belastinguitstel. Als de oudedagsreserve hoger is dan het ondernemingsvermogen, mag u (tijdelijk) geen bedrag meer reserveren en moet u er mogelijk zelfs verplicht belasting over betalen. bron:indicator

Eigen laadpaal voor e-auto, hoe zit dat fiscaal?

Ondernemers en werknemers kiezen steeds vaker voor een elektrische auto van de zaak. Logisch, want ook in 2021 gelden hiervoor nog steeds fiscale voordelen, zoals een lage bijtelling. Het nadeel van langdurig opladen kan bovendien worden beperkt door eigen laadpalen te installeren. Maar wat zijn daarvan de fiscale gevolgen?

Geen hogere bijtelling

De eigen laadpaal thuis leidt zowel voor de ondernemer in de inkomstenbelasting, de dga en ook voor de werknemer niet tot een hogere bijtelling. Verder mag u de laadpaal, de stroom en eventuele noodzakelijke aanpassingen in de meterkast belastingvrij vergoeden. In het laatste geval is wel een aparte meter nodig, anders kunt u het stroomverbruik van de auto niet meten en dus ook niet belastingvrij vergoeden. De kosten komen gewoon ten laste van de winst. Tip.  Elektrische auto’s worden in de bijtelling steeds zwaarder belast, maar dat geldt nog niet voor laadpalen. Profiteer hiervan zolang het nog kan!

Privéauto beperkt. Als er sprake is van een privéauto, zijn de fiscale mogelijkheden beperkt. De vergoeding van € 0,19/km wordt namelijk geacht alle kosten te dekken, dus ook die van een laadpaal en stroom. Deze kunt u binnen de ruimte die € 0,19/km biedt dus belastingvrij vergoeden, daarboven is het belast. Voor de IB-ondernemer geldt hetzelfde met betrekking tot het ten laste van de winst brengen van de kosten.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De aanschaf van een laadpaal voor de zakenauto komt in aanmerking voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) als u aan de hiervoor gestelde voorwaarden voldoet. De belangrijkste is dat u in het jaar meer dan € 2.400 investeert. U krijgt de KIA over het aankoopbedrag exclusief btw, tenzij u de btw zelf niet kunt aftrekken omdat u vrijgestelde prestaties verricht. Als u de laadpaal zelf zou maken, krijgt u de KIA over de kosten voor de inzet van eigen personeel, de materialen en de werkzaamheden die derden voor u uitvoeren.

Milieu-investeringsaftrek

Een laadpaal op uw eigen bedrijfsterrein kan onder voorwaarden ook voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) in aanmerking komen. De laadpaal moet dan minstens € 2.500 kosten en komt ook maximaal voor dit bedrag in aanmerking voor 36% MIA, waarbij een laadpaal met meerdere aansluitingen als één laadpaal geldt. Een eigen bedrijfsterrein mag ook een gehuurd terrein zijn of, in geval van een zzp’er, een huisadres als er geen alternatief werkadres is. U kunt een laadpaal voor de MIA ook tegelijk melden met een elektrische auto. In dat geval geldt de voorwaarde van het bedrijfsterrein niet. Wel komt dan in totaal maximaal € 40.000 in aanmerking voor de MIA en bedraagt de MIA slechts 13,5%.

Btw is aftrekbaar. De btw op laadpalen is gewoon aftrekbaar als u belaste prestaties verricht, ook voor wat betreft laadpalen bij de ondernemer of werknemer thuis. U moet er wel voor zorgen dat de factuur op naam van het bedrijf staat, anders is aftrek niet mogelijk.

E-auto’s worden in de bijtelling steeds zwaarder belast, maar dat geldt nog niet voor laadpalen. Profiteer hiervan zolang het nog kan! Vergeet de fiscale faciliteiten niet als u besluit een of meer laadpalen te plaatsen. Onthoud dat het voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) voordeliger is als u de laadpaal op uw bedrijfsterrein plaatst. bron:indicator

Bijtelling privégebruik voor meerdere auto’s?

VW Transporter en VW Caddy. In een recente rechtszaak voor Hof Amsterdam gaat het om de eigenaar van een schoonmaakbedrijf. Tijdens een boekenonderzoek door de Belastingdienst blijken er twee voertuigen op naam van het bedrijf te staan, een VW Transporter en een VW Caddy.

Bijtelling voor beide auto’s. De ondernemer verklaart dat hij beide voertuigen gebruikt. Voor de auto’s wordt echter geen kilometeradministratie bijgehouden. De inspecteur gaat er daarom van uit dat de ondernemer voor beide auto’s een bijtelling voor privégebruik in aanmerking moet nemen. De bijtelling bedraagt maar liefst € 15.841 per jaar.

Privéauto. De ondernemer is het hier niet mee eens. Hij betoogt dat de auto’s niet aan hem ter beschikking zijn gesteld. Bovendien beschikt hij over een prima privéauto, dus waarom zou hij privé in de bestelauto’s van de zaak rijden?

Wat zegt de rechter?

Auto’s staan ter beschikking. Het hof gaat niet mee in deze redenering (ECLI:NL:GHAMS:2020:991) . Uit de verklaring van de ondernemer en de bevindingen tijdens het onderzoek is duidelijk af te leiden dat de ondernemer zelf kon bepalen of en op welke wijze hij de auto’s gebruikte. Hij was de enige die met de auto’s reed.

Bewijs ontbreekt. Vervolgens is het aan de ondernemer om aan te tonen dat er op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé is gereden met de bestelauto’s. Omdat er geen sluitende kilometeradministratie is bijgehouden, wordt dat enorm lastig. De ondernemer kon niet aantonen dat hij de auto’s slechts minimaal privé heeft gebruikt. Er moet dus rekening worden gehouden met een bijtelling privégebruik voor beide bestelauto’s.

Wat is hier belangrijk?

Deugdelijke onderbouwing. Een deugdelijke onderbouwing bij het niet privé gebruiken van een (bestel)auto van de zaak is enorm belangrijk. Het bezit en het enkele argument richting de Belastingdienst van een meer geschikte privéauto is echt onvoldoende. Zorg voor een sluitende kilometeradministratie.

Werknemers. Met uw werknemers kunt u een verbod op privégebruik afspreken. Bij dit verbod is het van belang dat dit goed wordt vastgelegd en gecontroleerd.

Berekening bijtelling

Nieuw beleid Belastingdienst. De berekening van de bijtelling als er meerdere auto’s van de zaak aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld waarmee op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé is gereden, is onlangs gewijzigd. De Belastingdienst beperkt de bijtelling voortaan tot één auto als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Als er in het gezin twee personen een rijbewijs hebben, geldt de bijtelling voor twee auto’s, enz. Heeft de werknemer meerdere auto’s van de zaak, maar hoeft er niet voor alle auto’s bijgeteld te worden, dan geldt de bijtelling tot en met 2021 voor de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde. Let op 1.  Vanaf 1 januari 2022 geldt de bijtelling voor de auto(‘s) met de hoogste bijtelling. Let op 2.  Dit beleid geldt alleen voor werknemers en niet voor de ondernemer in de inkomstenbelasting met een auto van de zaak.

Check of er voldaan is aan de voorwaarden voor het achterwege laten van de bijtelling voor privégebruik. Wordt er voor (bestel)auto’s een sluitende kilometeradministratie bijgehouden of heeft u afgesproken met uw werknemers dat de auto’s niet privé mogen worden gebruikt? Zorg dan ook voor een periodieke controle hierop. bron:indicator

De factuur is voor u een heel waardevol document …

Wederzijds belang van goede factuur

Het belang van een correcte factuur wordt nog weleens onderschat. Als een door u gestuurde factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, mag uw klant de btw niet aftrekken. Voor u, degene die de factuur opmaakt, geldt dat u de btw wel gewoon moet afdragen. Daarbij kan de Belastingdienst, indien u de factuurvereisten (bewust of onbewust) niet correct heeft toegepast, u een boete opleggen per factuur, per gebrek van € 5.514. Anderzijds geldt dit ook als u een factuur ontvangt van uw leverancier. Als deze factuur niet aan de wettelijke eisen voldoet, loopt u de vooraftrek van de btw mis.

Ook voor digitale factuur. Een papieren factuur, een e-factuur of een digitale factuur moeten aan dezelfde wettelijke eisen voldoen (art. 35a Wet OB) .

Vereenvoudigde factuureisen

Een vereenvoudigde factuur is toegestaan als het factuurbedrag maximaal € 100 inclusief btw is of als er sprake is van een correctiefactuur (wijziging van de oorspronkelijke factuur). Let op. Op een vereenvoudigde factuur moet in ieder geval staan:

  • de datum van uitreiking van de factuur;
  • bij ontvangst van een vereenvoudigde factuur de NAW-gegevens (identiteit) van de leverancier of dienstverrichter;
  • bij uitreiking van een vereenvoudigde factuur uw NAW-gegevens;
  • de aard van de geleverde goederen of diensten;
  • het te betalen btw-bedrag (of de gegevens waarmee het btw-bedrag kan worden berekend);
  • de verwijzing naar de oorspronkelijke factuur indien er sprake is van een correctiefactuur.

Kassabon? Als een kassabon voldoet aan de vereenvoudigde factuureisen, spreekt men ook van een vereenvoudigde factuur. Let op. Maak van thermische bonnen een kopie of scan. Deze zijn na enige tijd niet meer leesbaar. Hierdoor voldoet u niet meer aan de bewaarplicht, waardoor de btw-aftrek geweigerd kan worden.

Geen vereenvoudigde factuur! Er mag geen vereenvoudigde factuur uitgereikt worden bij:

  • afstandsverkopen;
  • intracommunautaire leveringen (uit de EU);
  • leveringen/diensten van buitenlandse leveranciers waarvan de btw naar u is verlegd.

Uitzondering: wel btw-aftrek als … Voor een aantal branches en activiteiten geldt de verplichting tot vermelding van de btw en/of de vermelding van de naam en het adres van een afnemer op een factuur niet. Voor deze branches en activiteiten mag u bij uw btw-aangifte de aan u in rekening gebrachte btw in bepaalde gevallen wel als vooraftrek in mindering brengen. Voorbeelden van dergelijke uitzonderingen zijn:

  • op benzinebonnen van € 100 of minder hoeft niet uw naam en adres te staan. Btw-aftrek mag als u aannemelijk maakt dat u afnemer bent;
  • op benzinebonnen van € 100 of meer hoeft niet uw naam en adres te staan. Btw-aftrek mag als de betaling naar u te herleiden is, zoals betaling met uw pinpas, creditcard of tankpas;
  • het vervoersbewijs van openbaar vervoer en taxivervoer geldt als factuur. U mag deze 9% btw aftrekken zonder dat het op de bon staat;
  • van voorschotnota’s en termijnbetalingen kunt u de btw aftrekken indien vaststaat dat de goederen of diensten geleverd worden. Dit is bijv. het geval als u hiervoor een contract heeft getekend. De btw moet dan wel op de facturen staan.

Breng de btw-aftrek van uzelf of uw klant niet in gevaar. Deze eisen gelden ook voor digitale facturen en e-facturen. Maak van thermische bonnen een kopie, omdat deze mettertijd vergaan. bron:indicator

Vakantiebijslag uitbetalen

Vakantiebijslag? Vakantiebijslag of -toeslag, wat is het verschil? De wettelijke term voor het extra bedrag dat iemand krijgt in verband met vakantie, meestal 8% over het brutoloon, is vakantiebijslag, maar het wordt ook vakantietoeslag genoemd. Ook het begrip vakantiegeld wordt soms gebruikt, maar het recht op loondoorbetaling tijdens de vakantiedagen wordt eveneens vakantiegeld genoemd. In dit artikel kiezen we voor vakantiebijslag om misverstanden te voorkomen.

Hoeveel en wanneer uitbetalen?

Uw werknemer heeft wettelijk gezien recht op een vakantiebijslag van minimaal 8% van het brutojaarsalaris van de afgelopen twaalf maanden tot nu (bijv. van mei tot mei). Maar dit kan ook een hoger percentage zijn of een vast minimumbedrag, indien dit is overeengekomen in een cao. De vakantiebijslag dient u minstens eenmaal per jaar uit te betalen.

Cao. Zo kan er in een cao staan dat er geen recht bestaat op vakantiebijslag. Uw werknemer moet dan wel minstens 108% van het minimumloon ontvangen. Verdient een werknemer het minimumloon, dan heeft hij dus in ieder geval recht op 8% vakantiebijslag over dit loon.

Wanneer vakantiebijslag betalen? Wettelijk is de standaard dat u de vakantiebijslag in juni moet uitbetalen. Afwijking daarvan is mogelijk, maar dat moet dan in een schriftelijke overeenkomst, zoals in de arbeidsovereenkomst of in een publiekrechtelijke regeling (zoals een algemeen verbindende cao) zijn vastgelegd. Behoudens andere afspraken zit u dus aan de maand juni vast om de vakantiebijslag uit te betalen, tenzij dit dus in uw branche anders is geregeld, bijv. in mei van ieder jaar of bij elke salarisbetaling.

Salarissoftware. De meeste salarissoftwarepakketten berekenen de vakantiebijslag automatisch. Zo kunt u met uw salarisadministrateur afspreken dat hij het gereserveerde bedrag aan vakantiebijslag elke keer op de loonstrook laat zien.

Is een werknemer ziek? Dan loopt de opbouw van de vakantiebijslag gewoon door. Daarbij telt de vakantiebijslag voor uw werknemer ook mee voor de berekening van de WIA, WW, pensioen en voor de berekening van het maximale hypotheekbedrag wat uw werknemer kan krijgen.

Waarover vakantiebijslag berekenen?

In de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is vastgelegd wat onder loon wordt verstaan voor de berekening van de vakantiebijslag. Zo telt sinds 1 januari 2018 overwerk mee voor de berekening van de vakantiebijslag, tenzij dit anders is bepaald in de cao. De vakantiebijslag wordt berekend over de volle waarde van de overuren (dus ook over de eventuele overwerktoeslag).

Begrip loon uit de cao. U als werkgever dient dus na te gaan wat er onder het begrip loon uit de voor u geldende cao valt.

Uitgesloten van vakantiebijslag. Uitgesloten voor de berekening van vakantiebijslag zijn bijv. incidentele winstuitkeringen, bonussen, eindejaarsuitkeringen, jubileumuitkeringen, onkostenvergoedingen, etc. Andere emolumenten, zoals vaste extra uren, nabetalingen, uitgekeerde bovenwettelijke vakantiedagen en bijv. maandelijks uitbetaalde bonussen, tellen wel mee voor de berekening van de vakantiebijslag.

Maximum aan vakantiebijslag? Indien een medewerker meer dan drie keer het minimumloon verdient, kunt u als werkgever met uw werknemer schriftelijk overeenkomen dat boven dat meerdere geen vakantiebijslag wordt berekend of dat er een lager bedrag aan vakantiebijslag wordt berekend.

Inhouding loonheffing

Op het moment van uitbetaling berekent u hoeveel belastingen en premies er op de vakantiebijslag van uw werknemer verschuldigd zijn. Op de vakantiebijslag worden loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen ingehouden. Hiervoor wordt er gebruikgemaakt van formules of de tabel bijzondere beloningen. Indien u een salarissoftwarepakket gebruikt, zitten de formules in het pakket verwerkt en worden de loonheffingen berekend door het softwarepakket. Gebruikt u geen salarissoftwarepakket, dan wordt er voor de berekening van loonbelasting en premies volksverzekeringen van uw werknemers die bij u in dienst zijn gebruikgemaakt van de witte tabel bijzondere beloningen.

Herleiden. Voor de berekening van de in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen en de af te dragen werknemersverzekeringen en Zvw (indien u uw medewerker het hele voorafgaande kalenderjaar loon heeft betaald) gaat u uit van het loon dat uw medewerker in dat voorafgaande jaar van u heeft ontvangen. Indien hij niet het gehele voorafgaande jaar bij u heeft gewerkt, dient u het ontvangen loon te herleiden naar een jaarloon. Is een medewerker pas in het lopende jaar in dienst gekomen, dan herleidt u een jaarloon op basis van het huidige jaar. Let op 1. Controleer dus altijd of de tabellen juist zijn toegepast. Het onjuist toepassen van percentages kan immers extra heffingen tot gevolg hebben voor u of uw werknemer. Tip.  Verwacht u dat de werknemer aan het eind van het jaar moet gaan bijbetalen, dan kunt u met uw werknemer afspreken dat u meer loonbelasting en premies inhoudt. Let op 2.  Dit mag u alleen maar doen met toestemming van uw werknemer.

Waar moet u verder nog op letten?

Cafetariaregeling en vakantiebijslag. Bij een cafetariaregeling kan de werknemer zelf kiezen uit een aantal beloningsvormen naast zijn salaris. In sommige regelingen kan de werknemer ook een deel van zijn brutosalaris inruilen voor variabele fiscaalvriendelijke beloningsvormen, zoals een studie- of reiskostenvergoeding. Bij een zogenaamd ‘individueel keuzebudget’ (IKB) krijgt de werknemer naast zijn reguliere salaris een vast budget dat vrij besteed kan worden aan (meestal) fiscaalvriendelijke secundaire arbeidsvoorwaarden. Let op. Pas op als u vakantiebijslag gebruikt voor een cafetariaregeling. De vakantiebijslag mag niet beneden de norm van 8% van het loon tot driemaal het wettelijk minimumloon komen. Bij IKB is dit iets anders: als de IKB berust op een cao-afspraak, dan is een lagere vakantiebijslag soms toegestaan. Controleer dit en voorkom het risico dat u dacht iets moois voor uw werknemers te regelen, maar achteraf problemen krijgt door een te laag loon.

Later betalen?

Het is wettelijk vastgelegd dat een werknemer recht heeft op minimaal 8% vakantiebijslag. Dit recht blijft ook bestaan als uw bedrijf tijdelijk in zwaar weer verkeert. U kunt dus niet zomaar zelf besluiten om dit later uit te betalen. Natuurlijk kunt u wel in onderling overleg tot een oplossing komen. U heeft hiervoor de toestemming van uw werknemer nodig. Het is zaak dat dit schriftelijk goed wordt vastgelegd. Zo weet u, maar ook uw werknemer waar hij aan toe is. Let op. Een algemene afspraak in de arbeidsovereenkomst dat u als werkgever de afspraken mag aanpassen (een zogenaamd ‘wijzigingsbeding’), is niet voldoende. Van dit recht mag een werkgever namelijk alleen onder heel bijzondere omstandigheden gebruikmaken. Wij betwijfelen of bijv. financiële moeilijkheden wegens de coronacrisis hier voldoende voor zijn. U doet er dan ook goed aan om een uitdrukkelijke afspraak met uw personeel te maken en dit vast te leggen. Tip. Wilt u een afspraak maken om de vakantiebijslag later uit te betalen, doe dit dan voordat de werknemer recht heeft op de uitbetaling. Zo voorkomt u dat er op het moment dat normaal de vakantiebijslag zou worden uitgekeerd toch alvast loonheffingen verschuldigd zijn.

Houdt u zich niet aan de afspraak? De werknemer kan een loonvorderingsprocedure starten en heeft vanaf vier dagen te late betaling recht op de wettelijke verhoging over de vakantiebijslag. Deze verhoging bedraagt vanaf de vierde tot en met de achtste dag 5% en 1 % op de daaropvolgende dagen. De wettelijke verhoging kan maximaal 50% van de vakantiebijslag bedragen. Daarnaast kan de werknemer wettelijke rente vorderen (over de vakantiebijslag inclusief verhoging).

Helemaal niet betalen? Het helemaal niet betalen van de vakantiebijslag is niet toegestaan! Afwijkende afspraken zijn dan ook niet geldig.

Het is wettelijk vastgelegd dat een werknemer recht heeft op minimaal 8% vakantiebijslag, ook als uw bedrijf tijdelijk in zwaar weer verkeert. U kunt dus niet zomaar zelf besluiten om dit later uit te betalen. Natuurlijk kunt u wel in onderling overleg tot een oplossing komen. U heeft hiervoor wel de toestemming van uw werknemer nodig. bron:indicator

Nu starten met bedrijfsoverdracht?

Gunstige regeling. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een fiscaal aantrekkelijke regeling. Bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen maakt deze faciliteit het mogelijk om een groot deel van het vermogen buiten de heffing van schenk- of erfbelasting te houden. Concreet geldt voor 2021 dat een verkrijging tot € 1.119.845 volledig is vrijgesteld. Daarboven geldt een vrijstelling van 83%. Veel ondernemers hebben door toepassing van deze regeling op fiscaal gunstige wijze hun onderneming kunnen overdragen aan de volgende generatie.

Groot effect. Doel van de BOR is dan ook om te voorkomen dat de continuïteit van een onderneming in gevaar komt vanwege de fiscale gevolgen van een bedrijfsoverdracht. Uit onderzoek komt naar voren dat kinderen op dit moment gemiddeld 3,4% belasting betalen als zij de onderneming van hun ouders erven of geschonken krijgen. Zonder de BOR zou dit percentage oplopen naar 41,5%. Reden genoeg dus zou men denken om deze regeling te handhaven.

Regelingen onder vuur. Deze regeling staat echter al enkele jaren onder druk, omdat deze (te) veel voordeel oplevert. Ook in de verkiezingsprogramma’s van dit jaar kwam bij tal van partijen een versobering of afschaffing van de BOR voor. Ook de hiermee verband houdende doorschuifregeling in de inkomstenbelasting ligt onder vuur. Voldoende aanleiding dus om de planning van uw bedrijfsoverdracht eens tegen het licht te houden. Tip. Om gebruik te kunnen maken van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting, is het zaak om uw kind(eren) tijdig mede-ondernemer te maken of op de loonlijst te zetten.

Lagere waardering vanwege coronacrisis? De waardering van een onderneming vindt tegenwoordig plaats aan de hand van de zogenaamde ‘discounted cashflow (DCF)-methode’. Daarbij wordt er gekeken naar de toekomstige kasstromen die de onderneming zal voortbrengen. De economische onzekerheid vanwege de coronacrisis kan ervoor zorgen dat de huidige waarde op basis van de DCF-methode van uw onderneming wellicht lager is dan gedacht. Tip. Dat biedt de mogelijkheid om uw onderneming tegen een relatief laag bedrag over te dragen aan de volgende generatie.

Als u in de komende jaren van plan bent uw onderneming over te dragen aan uw kinderen, dan lijkt het verstandig hiermee nu reeds aan de slag te gaan. bron:indicator

Belastingaangifte 2020, wat is er voor u van belang?

Aangifte 2020

Vanaf 1 maart 2021 kon u de aangifte inkomstenbelasting 2020 doen. Indien u een uitnodiging heeft gehad van de Belastingdienst voor het doen van aangifte, moet deze voor 1 mei 2021 ingediend zijn, tenzij u of uw boekhouder uitstel aanvraagt. Wat moet u weten?

Uitstel aanvragen. Indien u zelf (individueel) uitstel wilt aanvragen, moet u dit voor 1 mei 2021 doen. Dit kan zonder opgaaf van redenen. U krijgt dan uitstel tot 1 september 2021. Let op.  De Belastingdienst kan het uitstel weigeren als u de afgelopen drie jaar tweemaal te laat uw aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend. Heeft u echter de laatste aangifte wel op tijd ingediend, dan zal de Belastingdienst alsnog uitstel verlenen.

Hoe zelf aanvragen? U kunt op de hiernavolgende manieren het uitstel aanvragen.

  • Via MijnBelastingdienst.  Hier kunt u inloggen met uw DigiD. Direct na de aanvraag krijgt u een bevestiging van de aanvraag die u kunt opslaan of printen voor uw eigen administratie.
  • Telefonisch. U kunt telefonisch uitstel aanvragen via telnr. 0800-0543. Hiervoor heeft u uw BSN nodig. Nadeel hiervan is dat u de bevestiging van uw aanvraag pas na drie weken ontvangt en dan pas weet of uw aanvraag (correct) is verwerkt.
  • Via het uitstelformulier. Dit uitstelformulier kunt u invullen en per post versturen naar het adres dat op het formulier staat. Indien u langer uitstel nodig heeft dan 1 september, omdat u bijv. nog niet over al uw fiscale gegevens beschikt, kunt u dit in het formulier aangeven. U dient in dit formulier wel aan te geven wanneer u de aangifte wel kunt indienen.

Via uw adviseur. Wilt u zelf geen uitstel aanvragen, dan kunt u dit uw adviseur laten doen.

  • Uitstelregeling belastingconsulenten. Als uw adviseur gebruikmaakt van de Uitstelregeling belastingconsulenten, dan krijgt hij langer de tijd om aangifte te doen. Zo kan hij de aangifte van zijn cliënten over 2020 doen tot 1 mei 2022. Uw adviseur dient daarbij wel rekening te houden met de inleververplichting conform het inleverschema. In dit schema staat het percentage aan aangiften dat hij voor het einde van iedere inleverperiode minimaal moet indienen. Let op.  Het is dus niet vanzelfsprekend dat u tot 1 mei 2022 uitstel heeft. Bespreek dit dus met uw adviseur.
  • Machtigen. Maakt uw adviseur geen gebruik van de Uitstelregeling belastingconsulenten, dan kan hij individueel uitstel aanvragen. Door hem te machtigen met een DigiD-machtiging kan hij voor u aangifte doen met het aangifteprogramma van de Belastingdienst.

Voordelen uitstel?

Wat vaak als grootste voordeel wordt gezien van uitstel aanvragen, is dat u de aanslag later ontvangt. Hierdoor wordt de betalingstermijn van de aanslag naar een later tijdstip geschoven. Dit kan handig zijn als u een beetje krap bij kas zit. Daarbij telt de uitsteltermijn die u heeft gekregen ook mee voor de uiterste termijn waarop u toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget) kunt aanvragen.

Heeft u in 2020 een verlies? Bij een verlies over 2020 wordt dit door de Belastingdienst in eerste instantie automatisch verrekend met het positieve inkomen uit werk en woning (box 1) van de drie voorgaande jaren, waardoor u dus belastinggeld kunt terugkrijgen Tip.  Bij een verlies kan het dus interessant zijn om tijdig aangifte te doen en geen uitstel aan te vragen Des te eerder heeft u uw geld. Let op.  Kan het verlies niet (geheel) verrekend worden met de positieve inkomsten uit werk en woning van de drie voorgaande jaren, dan wordt het verlies verrekend met positieve inkomsten uit werk en woning uit de negen volgende jaren.

Nadelen zijn er ook

Belastingrente. Doet u na 1 mei 2021 aangifte, dan bent u vanaf 1 juli na het aangiftejaar een belastingrente van 4% over het bedrag dat u aan belasting moet betalen, verschuldigd. Neemt de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte over, dan wordt er rente berekend over de periode van 1 juli tot zes weken na de datum op de aanslag. Doet de Belastingdienst er langer over dan drie maanden om u een aanslag op te leggen, dan wordt de periode waarover rente wordt berekend, beperkt tot 19 weken na ontvangst van uw aangifte. Tip.  Doet u voor 1 mei 2021 aangifte en neemt de Belastingdienst de gegevens uit uw aangifte over, dan bent u geen belastingrente verschuldigd.

Navorderingstermijn. De Belastingdienst kan binnen vijf jaar na het einde van het belastingtijdvak waarin uw belastingschuld is ontstaan, alsnog een reguliere navorderingsaanslag opleggen. Voor inkomsten en vermogen uit het buitenland bedraagt deze termijn twaalf jaar. De navorderingstermijn wordt verlengd met de tijd waarvoor uitstel is verkregen.

Waar moet u op letten?

Vooraf ingevulde aangifte. Het is zaak dat u de vooraf ingevulde gegevens in uw aangifte goed controleert. Door de coronacrisis kan er voor u in 2020 namelijk nogal wat veranderd zijn.

Coronasteunmaatregelen. In 2020 is er een aantal coronasteunmaatregelen in het leven geroepen, waar ondernemers, maar ook particulieren, gebruik van hebben kunnen maken. Bij de aangifte moet u daarom even goed opletten.

Hypotheekrente. Heeft u in 2020 gebruikgemaakt van de betaalpauze voor uw hypotheek, dan mag u de niet-betaalde hypotheekrente over 2020 in de meeste gevallen niet aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting 2020. Deze rente mag u pas aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin u deze rente betaalt. Tip.  Vraag aan uw hypotheekverstrekker of u de niet-betaalde hypotheekrente over 2020 wel of niet mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2020.

Urencriterium. Om voor bepaalde ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek (2020: € 7.030), in aanmerking te kunnen komen, moet u voldoen aan het urencriterium van 1.225 uur in het desbetreffende kalenderjaar. Door de coronacrisis kan het echter zijn dat u deze 1.225 uur niet haalt. Daarom mag u er in 2020 voor de periode van 1 maart t/m 30 september 2020 van uitgaan dat u wekelijks 24 uur heeft besteed aan uw onderneming. Ook als u dit niet heeft gedaan.

Ook zonder coronagevolgen.  Dit geldt voor alle ondernemers (ook zonder coronagevolgen). Let op.  In 2020 is het belastingvoordeel van de ondernemersaftrek, zoals de zelfstandigenaftrek, beperkt. Het maximale tarief voor aftrek is 46%.

Tozo. Heeft u in 2020 een Tozo-uitkering ontvangen, dan geldt dit als inkomen. In de meeste gevallen staat dit vooraf ingevuld in de aangifte. Is dit niet het geval, dan geeft u dit aan bij Pensioen en andere uitkeringen. Vervolgens klikt u op Bijstandsuitkering (Participatiewet). Daarna kunt u de hoogte en de ingehouden loonheffing, zoals vermeld op de jaaropgave, invoeren. Bent u gehuwd of woont u samen, dan heeft u deze uitkering samen ontvangen. U heeft dan ook beiden een jaaropgave over een deel van de Tozo-uitkering ontvangen.

TOGS en TVL. De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS) en de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (TVL) die u in 2020 heeft ontvangen, zijn onbelast. Deze tegemoetkomingen neemt u in de aangifte inkomstenbelasting op in de rubriek Overige buitengewone baten. Op deze manier wordt er geen inkomstenbelasting (box 1) geheven over de tegemoetkomingen.

NOW. De NOW (tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) daarentegen is een subsidie die u voor de loonkosten van uw personeel heeft ontvangen en telt dus wel mee als bedrijfsinkomsten. De NOW is immers een vermindering van de personeelskosten.

Kijk samen met uw adviseur of het in uw geval zinvol is om te kiezen voor uitstel van belastingaangifte. Het is daarbij zaak dat u de gevolgen van de coronasteunmaatregelen meeweegt bij uw beslissing. Bij een verlies over 2020 verrekent de fiscus dat met de drie voorgaande jaren. In dat geval is uitstel van aangifte niet handig. bron indicator

Wilhelminalaan 1, 1441 EK Purmerend
Tel: 0299-767002 / E-mail: info@partnersinadministraties.nl